Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 11. Vergroten van de externe veiligheid

11.1. Algemene beleidsdoelstelling

Omschrijving

Om een samenleving te bereiken waarin risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen en met betrekking tot het gebruik van luchthavens bekend zijn, zoveel mogelijk beperkt zijn en maatschappelijk en bestuurlijk geaccepteerd zijn, en waarbij een bepaald basisveiligheidsniveau niet overschreden wordt.

VROM zorgt voor eenduidige toedeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden aan partijen die bepalend zijn voor de veiligheid in (productie)ketens, (transport-)netwerken en op locaties, en voor het aanbieden van een kader waarbinnen overheden lokale afwegingen kunnen maken.

Verantwoordelijkheid

De Minister van VROM is verantwoordelijk voor:

• Het ontwikkelen van beleid met betrekking tot gevaarlijke stoffen in inrichtingen;

• Het uitvoeren van het kabinetsstandpunt Ketenstudies;

• De coördinatie van het rijksbeleid met betrekking tot externe veiligheid bij gevaarlijke stoffen;

• De vergunningverlening aan defensie-inrichtingen;

• Buisleidingen.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van een adequaat niveau van de uitvoering, goede ondersteuning van de uitvoering, en helderheid over verantwoordelijkheden.

Meetbare gegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effecten dat:

• Het aantal knelpunten (overschrijding van de wettelijke grenswaarde voor het plaatsgebonden risico PR 10–6) afneemt en in 2010 alle zijn weggenomen, behoudens een bewust geaccepteerde restcategorie (de uitzonderingen);

• Het bevoegd gezag een goede verantwoording aflegt over veranderingen in het groepsrisico.

Tabel 11.1. Budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Verplichtingen:13 434139 39320 40931 01839 68850 42370 423
Uitgaven:23 03140 22049 23751 46360 40775 50375 403
Waarvan juridisch verplicht  24 00024 60022 60022 60022 600
Programma:19 83336 86845 92548 16457 12672 22272 122
Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties:3835751 0331 0331 751879879
        
Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties:16 96613 97618 61820 71828 79345 50040 400
        
Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties:38321 61825 77925 80026 09025 49030 490
        
Milieu en veiligheidsaspecten in ruimtelijke planvorming betrekken:2 101699495613492353353
Overige instrumenten en milieu en veiligheid200699495613492353353
Schadeclaims1 901      
Apparaat:3 1983 3523 3123 2993 2813 2813 281
Apparaat artikel 11 (DGR)831823790774775775775
Apparaat artikel 11 (DGM)2 3672 5292 5222 5252 5062 5062 506
Ontvangsten:0000000

Grafiek 11.1. budgetflex in % per operationeel doel in het begrotingsjaar 2007



kst99340_2_11.gif

Operationeel doel:

1. Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties:

2. Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties

3. Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties

4. Milieu en veiligheidsaspecten in ruimtelijke planvorming betrekken

11.2. Operationele doelstellingen

11.2.1. Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties

Motivering

Om uiterlijk in 2008 de risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen en van luchthavens alsmede de mogelijkheden deze te verminderen, inzichtelijk te maken en duidelijk te krijgen of zij maatschappelijk en bestuurlijk aanvaardbaar zijn of niet

Instrumenten

• Vullen, actualiseren en beheren van het Register van risicogegevens.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatoren:

• De mate van vulling van het Register van risicogegevens;

• Beschikbaarheid van onderzoeksgegevens inzake de categorale inrichtingen en buisleidingen.


Basiswaarde:

Momenteel is er geen volledig overzicht van risicovolle situaties.


Streefwaarde:

Voor het Register van risicogegevens wordt gestreefd naar een vulling van tenminste 90% in 2008. Over categorale inrichtingen en buisleidingen dient alle relevante risico-informatie in 2008 beschikbaar te zijn. Op grond van deze gegevens kan dan een politieke beoordeling van het nut en de noodzaak tot vermindering van risico’s plaatsvinden.

11.2.2. Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties

Motivering

Om uiterlijk in 2010 alle in 2008 bepaalde niet-aanvaardbare risicovolle situaties op te lossen.

Instrumenten

• Verstrekken van subsidies voor saneringsprogramma’s voor categorale inrichtingen, urgente gevallen van LPG-stations, ammoniak-koelinstallaties, CPR15-inrichtingen en BRZO-bedrijven;

• Uitvoeren van maatregelenpakketten uit kabinetsstandpunt ketenstudies;

• Opstellen regelgeving (vergunningen door bevoegd gezag).

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatoren:

Aantal opgeloste knelpunten m.b.t. externe veiligheid. Voor de sanering van LPG-stations: zie onderstaand.


Basiswaarde:

Het aantal knelpunten (m.u.v. LPG-stations) wordt in 2006 gekwantificeerd.


Streefwaarde:

Alle knelpunten opgelost die niet voldoen aan het basis-veiligheidsniveau voor inrichtingen die onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) vallen of gaan vallen van PR 10–6 en/of bestuurlijk niet acceptabel zijn. Voor het Plaatsgebonden Risico Schiphol geldt, dat het aantal woningen binnen de 10–6 contour niet mag stijgen boven het aantal van 776.


Planning:

2008: alle knelpunten bepaald;

2010: alle niet-acceptabele knelpunten opgelost.

Tabel 11.2. Saneringsprogramma voor LPG-stations:
Aantal te saneren LPG-stations bij aanvang150 
Sanering 2005 36
Sanering 2006 50
Sanering 2007 64
Totaal: 150

11.2.3. Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties

Motivering

Om de opbouw van het apparaat van andere overheden te bevorderen en de professionaliteit en kwaliteit van de uitvoering en handhaving op het gebied van gevaarlijke stoffen en het risicobeleid bij andere overheden te borgen. De kennis van en ervaring met het vernieuwde EV-beleid is nu nog onvoldoende doorgewerkt in de uitvoering

Instrumenten

• Verstrekken van subsidies (programmafinanciering) aan provincies, gemeenten en rijkspartijen voor zover belast met eerste lijnstaken t.b.v. opbouw van apparaat in de periode tot 2010 om EV-beleid uit te voeren en te handhaven en de kwaliteit van deze activiteiten te verhogen;

• In beeld brengen van de minimale omvang van een organisatie en de minimaal te stellen eisen aan een organisatie (PAO).

Meetbare gegevens

Prestatie-indicator:

De (structurele) capaciteit voor EV bij gemeenten en provincies


Basiswaarde:

De beschikbare capaciteit is ontoereikend voor het vervullen van de uitvoeringstaken. Voor sommige overheden is het niet mogelijk om zelf voldoende expertise op te bouwen.


Streefwaarden:

• Door gerichte opleiding, training, uitwisseling van ervaring en andere organisatie van de capaciteit en kwaliteit van de uitvoering in de periode tot 2010 borgen dat geen nieuwe knelpunten ontstaan;

• In het beschikbare budget is rekening gehouden met een toename van ca. 200 fte bij provincies en gemeenten t.o.v. 2004, te bereiken in 2010.


Planning:

In 2007 is er een concreet beeld van de minimale omvang van een organisatievorm en de daaraan te stellen eisen. In 2010 zijn de randvoorwaarden vervuld voor een adequate uitvoering en handhaving van het EV-beleid.

11.2.4. Milieu en veiligheidsaspecten vroegtijdig, gebiedsgericht en geïntegreerd in de ruimtelijke planvorming betrekken

Motivering

• Om de veiligheid tegen overstromingen te borgen;

• Om de veiligheid van de kust te borgen met behoud van (inter-)nationale ruimtelijke waarden;

• Om de veiligheid tegen overstromingen te versterken, de toegankelijkheid voor de scheepvaart en natuurlijke kwaliteit in de Zuidwestelijke Delta;

• Om de veiligheid van het IJsselmeergebied te borgen met behoud van (inter)nationale ruimtelijke waarden.


(Zie ook de Nota Ruimte deel 4 Tekst na parlementaire behandeling, kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 153, de uitvoeringsagenda Nota Ruimte, kamerstukken II, 2003–2004, 29 435 XI, nr. 3 en de tegelijk met de begroting uit te komen uitvoeringsagenda 2006).

Instrumenten

Interreg

Meetbare gegevens

Het versterken van de ruimtelijke en sociaal-economische samenhang binnen de INTERREG zones.

Tabel 11.3. Overzicht prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatorBasiswaardeStreefwaarde
Aantal INTERREG projecten die bijdragen aan territoriale cohesie en de Nota Ruimte8090

11.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 11.4. Overzicht onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid:
Soort onderzoekOnderwerp onderzoekAlg.doel/Op.doelA. StartB. Afgerond
BeleidsdoorlichtingNota Ruimte 2006–2007
    
Effecten onderzoekex post– Adviesraad Gevaarlijke StoffenOD 11.2.12008–2008
– VuurwerkbesluitOD 11.2.22006–2008
 – Urgente sanering LPGOD 11.2.22008–2008
 – AMvB Kwaliteitseisen EVOD 11.2.22009–2009
 – BRZOOD 11.2.22009–2009
 – ProgrammafinancieringOD 11.2.32008–2008
    
Overig evaluatieonderzoekMonitoren doelbereiking Nota Ruimte B. 2008
Nationaal Bestuursakkoord Water 2006–2007