Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 12. Handhaving en toezicht

12.1. Algemene beleidsdoelstelling

12.1.1. Een betere uitvoering en naleving van de VROM wet- en regelgeving bevorderen

Omschrijving

Om een succesvolle uitvoering en naleving van wet- en regelgeving voor wonen, ruimte, milieu en veiligheid te bereiken.

Bijdrage

De VROM-Inspectie houdt toezicht op en handhaaft de naleving van VROM wet- en regelgeving. De VROM-Inspectie maakt burgers, brancheorganisaties, bedrijven en andere overheden bewust van hun verantwoordelijkheid en ziet toe op het naleven van de VROM regels.

Verantwoordelijkheid

De Minister van VROM is verantwoordelijk voor:

• Rechtstreeks toezicht op de naleving van VROM wet- en regelgeving waarvoor het Rijk het bevoegd gezag is;

• Toezicht op de andere overheden die primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van nationale en internationale wet- en regelgeving op het VROM-terrein.

Succesfactoren

Het behalen van deze doelstelling hangt af van:

• Afdoende handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid van regels;

• Goede betrokkenheid en adequate taakuitoefening door de andere overheden.

Meetbare gegevens

• Beperking van risico’s van geprioriteerde wettelijke taken;

• Gedragsverandering en toename van kennis van de VROM regels, waardoor de uitvoering en de naleving wordt bevorderd.

Tabel 12.1. budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Verplichtingen:58 50268 18961 87461 04161 15360 98160 942
Uitgaven:60 82767 24662 09461 21661 15360 98160 942
Waarvan juridisch verplicht  12 1291 7801 7801 7801 780
Programma:19 12123 38519 55719 23919 06118 96218 956
Naleving van nationale en internationale regelgeving bevorderen (Primair toezicht):7 54012 7128 1698 2008 1328 0958 095
        
Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren (Interbestuurlijk toezicht):3 1031 2991 2741 2731 2571 2481 248
        
Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren (Strategie/maatschappelijke signalen):2 5703 0272 9762 9722 9322 9082 907
        
Crisismanagement organiseren:5 2105 1805 8215 4785 4435 4235 419
        
Opsporen en bestrijden van fraude:6981 1671 3171 3161 2971 2881 287
Apparaat artikel 12 (IG)41 70643 86142 53741 97742 09242 01941 986
Ontvangsten:2 686882882882882882882

Grafiek 12.1. budgetflex in % per operationeel doel in het begrotingsjaar 2007



kst99340_2_12.gif

Operationeel doel:

1. Naleving van nationale en internationale regelgeving bevorderen (Primair toezicht)

2. Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren (Interbestuurlijk toezicht)

3. Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren (Strategie/maatschappelijke signalen)

4. Crisismanagement organiseren

5. Opsporen en bestrijden van fraude

12.2. Operationele doelstellingen

12.2.1. Bevorderen van de naleving van nationale en internationale regelgeving vallend onder VROM-toezicht (eerstelijns).

Motivering

• Om een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving te waarborgen en te bevorderen;

• Om de invoering, naleving en handhaving van (internationale) regelgeving en -beleid op het VROM-terrein (mede via samenwerkingsverbanden) te bevorderen;

• Om internationaal een gelijk speelveld te realiseren (level playing field) door naleving van de VROM-regelgeving.

Instrumenten

• Toezien op de naleving door defensie-inrichtingen van VROM wet- en regelgeving. De toezichtacties bij defensie-inrichtingen vinden plaats onder meer door de uitvoering van thematische controles;

• Uitvoering van gerichte handhavingsacties voor risicovolle afvalstromen en deelname aan internationale handhavingsacties in het kader van Transfrontier Shipment (Europese Verordening voor de Overbrenging van Afvalstoffen (EVOA)-regels);

• Uitvoering van toezichtacties bij afvalverwerkende inrichtingen ten aanzien van radioactief besmet schroot, bij (chemische) industrie ten aanzien van veiligheidsinformatiebladen en bij inrichtingen met eigen winningen leidingwater;

• Afhandeling van meldingen van legionellabesmettingen bij prioritaire branches, zoals verblijfsaccommodaties, zorginstellingen en verpleeghuizen (Legionellapreventie in gevangenissen, kamerstukken II, 2005–2006, 30 300 XI, nr. 94);

• Uitvoeren van kwaliteitsaudits bij drinkwaterbedrijven;

• Toezicht op de naleving van de KeW en haar besluiten inclusief de vergunningen. Dit betreft het uitvoeren van aangekondigde en onaangekondigde inspecties en het beoordelen ex ante van wijzigingen in techniek/operatie/organisatie van nucleaire installaties en het desgevraagd leveren van technische adviezen aan de beleidsafdeling;

• Beoordeling van de bedrijfsdocumenten van de twee-, vijf-, en tienjaarlijkse (her)evaluaties en de verbeterplannen, de beveiligingsorganisatie van de nucleaire installaties en de beveiligings- en noodplannen;

• Controle op de veiligheid en beveiliging van transporten van nucleair materiaal;

• Toezicht op de naleving van door Nederland ondertekende verdragen op nucleair gebied zoals het non-proliferatieverdrag met betrekking tot safeguards van nucleair materiaal en non-proliferatie van nucleaire technologie;

• Uitvoeren van ketenhandhavingsprojecten ten aanzien van vuurwerk, asbest, sleutelbedrijven, bouw- en sloopafval, dierlijk vet en bodemsanering (in het kader van BLOM/ALOM) op basis van het «Visiedocument Ketenhandhaving, begeleiden en verleiden» ( kamerstukken II, 2003–2004, 22 343 XI, nr. 93) en «De VROM-Inspectie handhaaft de asbestregelgeving» (april 2005);

• Uitvoeren van toezichtacties in het kader van de Wet Explosieven voor Civiel Gebruik.

Doelgroepen

Bedrijven, defensie-inrichtingen

Tabel 12.2. Naleefindicatoren primair toezicht
DoelNaleefindicatorWaarde 2005Streefwaarde 2007Eindwaarde 2010
Defensie (I)Percentage van het aantal gecontroleerde defensie-inrichtingen waarvoor na eerste controle geen voornemenbrief is uitgegaan.4260>90
Defensie (II)Percentage van het aantal gecontroleerde defensie-inrichtingen waarvoor na hercontrole geen dwangsombeschikking is afgegeven.8590>90
VuurwerkbesluitPercentage op basis van risicoanalyse geselecteerde producten, die voldoen aan de veiligheidseisen die opgenomen zijn in het RNEV8690>90
KernenergiewetPercentage detectieplichtige schrootbedrijven dat voldoet aan de vier kernvoorschriften van het Besluit detectie (meten, registreren, verantwoordelijke persoon, financiële zekerheid).355090
Besluit zwavelgehalte brandstoffenPercentage in Nederlandse territoriale wateren aangemeerde zeeschepen dat voldoet aan het besluit Zwavelgehalte zeeschepen637080
EVOAPercentage van het totaal aantal kilo’s afval dat is geëxporteerd naar niet-OESO-landen dat voldoet aan alle kernbepalingen EVOA243580
Waterleidingbesluit (I)Percentage prioritaire inrichtingen met een risicoanalyse opgesteld en vastgesteld door de directie427095
Waterleidingsbesluit (II)Percentage prioritaire inrichtingen met een uitgevoerd beheersplan114075

12.2.2. Rijksbeleid handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren op gemeenten en provincies

Motivering

• Om een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving te waarborgen en te bevorderen;

• Om de uitvoering en naleving te bewerkstelligen van VROM beleid en- regelgeving waarvoor andere overheden in het kader van medebewind verantwoordelijk zijn, selectief gericht op het nationale en internationale belang.

Instrumenten

• Verrichten van nazorg ten aanzien van gemeenten ter toetsing van de afgesproken verbetering naar aanleiding van eerdere onderzoeken. («Gemeentelijke inrichtingen met B&W als bevoegd gezag» ( kamerstukken II, 2004–2005, 22 343, nr. 102) en Jaarrapportage gemeenteonderzoeken 2005);

• Uitvoeren van vier provincieonderzoeken;

• Toetsen van gemeentelijke en provinciale besluitvorming en uitvoering ten aanzien van VROM beleid en -regelgeving;

• Uitvoeren van themaonderzoeken op het gebied van veiligheid utiliteitsbouw, externe veiligheid (o.a. Besluit Externe Veiligheid Inrichting (BEVI) en Besluit risico’s zware ongevallen (BRZO)), TOP-bedrijven, luchtkwaliteit, Landelijk Afval Beheerplan (LAP) en op thema’s die voortkomen uit signalen van burgers. («Veiligheid en gezondheid bij discotheken» ( kamerstukken II, 2005–2006, 22 343, nr. 128);

• Monitoren van de regierol die provincies hebben bij de professionalisering van de milieuhandhaving, en waar nodig interveniëren.

Doelgroepen

Gemeenten, provincies, bedrijven.

Tabel 12.3. Naleefindicatoren interbestuurlijk toezicht
DoelNaleefindicatorWaarde 2005Streefwaarde 2007Eindwaarde 2010
Wet ruimtelijke ordeningPercentage van de onderzochte Wro-taken dat de beoordeling «adequaat» heeft gekregen bij eerste meting en na het nazorgtraject.5560–80>90
Wet milieubeheerPercentage van de onderzochte Wm-taken dat de beoordeling «adequaat» heeft gekregen bij eerste meting en na het nazorgtraject6660–80>90
WoningwetPercentage van de onderzocht Woningwettaken dat de beoordeling «adequaat» heeft gekregen bij eerste meting en na het nazorgtraject4860–80>90
Wet bodembeschermingPercentage van de bevoegde gezagen, volgens de Wet bodembescherming, dat voldoet aan het beoordelingskader toezicht (geen onvoldoendes voor de kwaliteit van het toezicht, en er op ingericht zijn om tenminste 90% van de saneringen fysiek te inspecteren).175080

12.2.3. Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren

Motivering

• Om de circa 250 wettelijke VROM-taken te kunnen prioriteren naar de grootste risico’s voor veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en sociale leefomgeving. Om de interventiestrategie in te zetten ten einde te bepalen wat de VROM-Inspectie bij welke doelgroepen gaat uitvoeren;

• Om de circa 250 wettelijke taken om te zetten naar thema’s;

• Om de signalen uit de maatschappij op te pakken volgens de PRIOV-criteria: politieke wens, risico’s voor de leefomgeving, integriteit van bestuur of leiding van een bedrijf, onrust onder de burgers en voorbeeld stellen/precedentwerking door iets/niets te doen in een bepaalde situatie.

Instrumenten

Onderzoek en analyse, Voorlichting en communicatie.

• Actualiseren prioriteitenmatrix voor de wettelijke taken;

• Verbeteren van de Nalevingsstrategie (NLS)-methodiek door verdere onderbouwing met wetenschappelijk onderzoek;

• Onderbouwen van de methode met naleefindicatoren, onderzoeksgegevens en controlegegevens;

• Uitvoeren van onderzoek naar signalen en incidenten en het oplossen van maatschappelijke problemen op het VROM-terrein, alsmede het uitvoeren van analyses daarop;

• Terugkoppeling van praktijkervaringen (ex-post) inzake de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid van VROM-beleid en- regelgeving aan de beleidsdirecties;

• Uitvoeren van projecten uit de publieksagenda (beleid met burgers) (of bij 12.2.1);

• Het opzetten en doen functioneren van het frontoffice ten aanzien van de domeinen chemische industrie, afval, nucleaire industrie en buisleidingen;

• Het stimuleren van internationale handhaving door middel van deelname aan internationale netwerken van handhavingsorganisaties op VROM-beleidsterreinen, zoals IMPEL (European Union Network for the Implementation and Enforcement of Environmental Law), CLEEN (Chemical Legislation European Network); INECE (International Network for Environmental Compliance and Enforcement) en IAEA (International Atomic Energy Agency);

• Het in internationaal verband bevorderen dat bij de totstandkoming van Europese regels wordt gelet op de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van die regels;

• Faciliteren van de vorming van een permanente handhavingstructuur voor de EVOA in de EU met als streefdatum 2008;

• Versterken van de samenwerking met de nationale EVOA-handhavingspartners, onder meer door middel van samenwerkingsovereenkomsten en het ontwikkelen van informatiegestuurde handhaving (EVOA);

• Vernieuwen, ontwikkelen en vaststellen van toezicht- en interventiestrategieën, onder meer op het terrein van:

• De nieuwe EU-stoffenregelgeving REACH, die vermoedelijk in april 2007 van kracht wordt;

• De ketens van risicovolle afvalstromen en/of gevaarlijke stoffen;

• De AmvB Kwaliteitsborging bodembeheer en het Besluit Bodemkwaliteit;

• Wet explosieven civiel gebruik;

• Buisleidingen: Het betreft metatoezicht met de verantwoordelijke bedrijven omtrent de (technische) veiligheid van de buisleidingen en de ruimtelijke-ordeningaspecten in relatie tot de externe veiligheid en het risico;

• Gemeente- en provincieonderzoeken.

Doelgroepen

• Bedrijven;

• Burgers;

• Gemeenten;

• Provincies.

Meetbare gegevens

• Aantal ontwikkelde en geïmplementeerde naleefindicatoren;

• Voor 10 wettelijke taken zijn naleefindicatoren bepaald;

• Voor het merendeel van de wettelijke taken met een hoge prioriteit zijn eind 2007 naleefindicatoren ontwikkeld;

• In 2010 zijn voor 100% van de wettelijke taken met een met hoge prioriteit naleefindicatoren geïmplementeerd;

• Percentage van de beschikbare operationele tijd van de VROM-Inspectie besteed aan signalen uit de omgeving en aan de uitvoering van de wettelijke taken;

• In 2006 is circa 30% van de operationele tijd besteed aan signalen uit de omgeving en 70% aan de wettelijke taken;

• Besteding van 40% van de operationele tijd voor signalen uit omgeving en 60% voor de wettelijke taken in 2007.

12.2.4. Crisismanagement organiseren

Motivering

• Om in crisissituaties aantoonbaar en optimaal voorbereid te zijn;

• Om optredende crises adequaat te kunnen beheersen en afhandelen. De VROM-Inspectie is verantwoordelijk voor crisismanagement op het gebied van milieu (chemisch en nucleair) en drinkwater.

Instrumenten

• Implementeren van het Departementaal Handboek Crisisbesluitvorming en de structuur voor de crisisliaisons binnen VROM door middel van de uitvoering van een meerjarig (3 jaar) actieprogramma;

• Verbreding van de inzet van het BOT-mi op VROM-beleidsterreinen waaronder drinkwater alsook in internationaal verband als «Back-office» voor het UNDAC-team van de VN;

• Ontwikkeling van een BOT-mi kwaliteitszorgsysteem;

• Opzetten en implementeren van de calamiteitenorganisatie Buisleidingen;

• Uitvoeren van een meerjarig oefenbeleidsplan. Per beleidsveld wordt training gegeven in de advisering en afhandeling van crises en wordt geoefend in de advisering en afhandeling van crises op de beleidsvelden waar VROM eerstverantwoordelijk voor is (Beleidsplan crisisbeheersing 2004–2007);

• Deelnemen aan het VROM-brede programma «Veiligheid», waaronder begrepen het project VITAAL, Nationale Veiligheid en CBRN-terrorisme, met als doel te komen tot structurele belegging van die onderwerpen binnen VROM;

• Implementeren van een beheerplan NPK (nationaal plan kernongevallenbestrijding) waarin rollen, taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken actoren zijn uitgewerkt;

• Opzetten en beheren van samenwerkingsverbanden met Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk op nucleair gebied.

Doelgroepen

• Overheidsinstellingen betrokken bij de bestrijding van crises en rampen (zoals GHOR, Brandweer en Politie), andere ministeries, internationale overheidsinstanties, de betrokken VROM-organisatieonderdelen en de VN;

• Private en publieke deskundigeninstituten (zoals RIVM en RIZA).

Tabel 12.4. Prestatie-indicator
Prestatie-indicatorStreefwaardePlanning
Periode  
Aantal trainingen per beleidsveld12007
Aantal oefeningen per beleidsveld12007
Aantal bijeenkomsten met crisisbeheersingsorganisaties op nucleairgebied12007
Aantal overleggen met betrokken partijen in het kader het VROM-brede programma Veiligheid152007
Aantal overleggen crisisbesluitvormingsstructuur VROM52007
Aantal overleggen in het kader van het internationale samenwerkingsverband nucleair32007
Aantal overleggen in het kader van het NPK12007

12.2.5. Opsporen en bestrijden van fraude

Motivering

Om grove misstanden met betrekking tot de aan VROM gerelateerde wetgeving en beleidsinstrumenten tegen te gaan.

Instrumenten

• Uitvoering van in het algemeen complexe strafrechtelijke onderzoeken ten aanzien van de VROM-beleidsterreinen, met specifieke aandacht voor corporaties, intermediairs, bouw- en afvalstoffen, voedselketen, luchtemissies, vuurwerk en grote geldstromen;

• Opbouwen van strategische informatiepositie (ontwikkelen criminaliteitsbeelden en strategische analyses);

• Inwinnen van operationele informatie;

• Opstellen beleids- en feedbackrapportages;

• Het afsluiten van een handhavingarrangement tussen VROM en het OM, waarbij de strafrechtelijke prestaties op de VROM beleidsterreinen worden vastgelegd.

Doelgroepen

Bedrijven en burgers.

Meetbare gegevens

Prestaties worden gemeten aan de hand van het aantal strafrechtelijke onderzoeken dat is uitgevoerd en het aantal strafzaken dat uiteindelijk ter terechtzitting wordt behandeld, inclusief de opgelegde transacties door het OM. Deze worden in het lopende begrotingsjaar na overleg en met instemming van het OM bepaald en vastgelegd in het handhavingarrangement.