Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 14. Algemeen

14.1. Algemeen

Op dit artikel worden alle uitgaven opgenomen die vooralsnog niet specifiek aan een van de beleidsdoelstellingen uit de beleidsartikelen zijn toe te rekenen. Het betreft hier zowel uitgaven voor het apparaat als programma en uitgaven voor postactieven.

Tabel 14.1. budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Verplichtingen:208 419259 461193 848196 418207 705203 006199 895
Uitgaven:431 066466 320385 781379 967375 818369 095365 933
Waarvan juridisch verplicht  186 433179 874178 329172 305172 250
Programma:222 193260 500196 070187 733186 136180 121180 061
Betaalbare woonkeuze koop- en huursector31 29324 16712 3228 3087 1475 2635 212
Budget BWS 1992–1994149 867140 989149 169149 169149 169149 169149 169
Woningbouw en duurzame kwaliteit       
Huisvesting gehandicapten en woon-zorg24 65120 29014 67112 15411 79711 65711 657
Communicatie-instrumenten5 5137 8107 4087 3997 3997 4057 401
Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StaB)5 1454 9224 8964 8684 8414 8414 837
Overige vastgoedinformatievoorziening4 3704 0366 3414 5614 508509508
Ruimtelijk Planbureau1 3541 3231 2631 2741 2751 2771 277
Programma/onderzoekMilieu en Natuur Planbureau (MNP) 000000
Afkoop subsidies DGW regelingen 56 96300000
Apparaat:208 873205 820189 711192 234189 682188 974185 872
Departementsleiding, control, expertdiensten en overige staf:44 76660 34160 06364 56962 83062 43059 388
Apparaat DGW6 7391 7609129751 1752 2502 249
Apparaat DGR12 8974 4184 0753 9884 0003 9993 997
Apparaat DGM4 4622 6152 4032 4102 4212 4042 405
Apparaat Inspectie1 116760666
Apparaat departementsleiding, control en overig staf14 33419 93321 23725 74123 76823 71720 703
Apparaat Ruimtelijk Planbureau (RPB)5 2185 4695 3995 4165 4165 4095 406
Apparaat Milieu en Natuur Planbureau (MNP)026 13926 03126 03926 04424 64524 622
        
Raden:9 5275 0336 1296 1036 0866 0866 083
VROM-Raad1 9052 0802 0742 0612 0502 0502 049
Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek1 4711 003523513513513513
Waddenadviesraad (WAR)712721617614608608606
Kenniscentrum Aanbesteding bouw (KCAB)161000000
Nederlandse Emissie Autoriteit (NEA)4 394000000
Adviesraad Gevaarlijke Stoffen(AGS)88496400000
Technische Commissie Bodembescherming (TCB)0265265265265265265
Gemeenschappelijk OntwikkelingsBedrijf (GOB)002 6502 6502 6502 6502 650
        
Postactieven:7 3966 6496 6366 5476 2316 2316 227
Postactieven DGW2 2632 9412 9342 9342 9352 9352 933
Postactieven DGR613377376377377377376
Postactieven DGM1 2141 2701 2701 2701 2701 2701 270
Postactieven Inspectie03043049304304304
Postactieven RPB31000000
Postactieven GD/CSt3 2751 7571 7521 9571 3451 3451 344
        
Gemeenschappelijke voorzieningen:147 184133 797116 883115 015114 535114 227114 174
Gemeenschappelijke voorzieningen121 569107 48091 30789 97589 72589 40089 360
Huurbijdrage aan RGD25 61526 31725 57625 04024 81024 82724 814
Ontvangsten:77 76243 04330 34638 58739 07529 72429 493

Grafiek 14.1. budgetflex in % per operationeel doel in het begrotingsjaar 2007



kst99340_2_14.gif

Operationeel doel:

1. Programma

Toelichting:

De budgetflexibiliteit is alleen aangegeven voor het operationeel doel «Programma». Het overgrote deel van de budgetten is juridisch verplicht, voornamelijk als gevolg van de oude regelingen op het gebied van Wonen en de subsidiëring van de Stab en de stichting RAVI/GEONOVUM.

Ongeveer de helft van de niet-juridisch verplichte budgetten is bestuurlijk gebonden budget.

Ten aanzien van Basisregistraties Adressen en Gebouwen (onderdeel instrument overige vastgoedinformatie) hebben de ministeries van Financiën en BZK en de Belastingdienst afspraken gemaakt, waardoor deze gelden bestuurlijk gebonden zijn. Ten slotte zijn de programmakosten voor het RPB en MNP bestuurlijk gebonden door afspraken tussen VROM en de beide Planbureaus omtrent financiering van (delen van) de programmakosten en een klein deel van het communicatie-instrument is bestuurlijk gebonden door rijksbrede aanbestedingsprocedures.

14.2. Programma

14.2.1. Communicatie-instrumenten

Communicatie in het hart van beleid. Onder dit motto sluit de communicatiediscipline ook bij het ministerie van VROM in een vroegtijdig stadium aan bij beleidsvorming. Doel daarvan is bij beleidsvorming nog meer rekening te houden met de maatschappelijke gevolgen en de signalen die rondom bepaalde beleidsonderwerpen reeds in de samenleving leven. Hiertoe worden verschillende middelen ingezet zoals burgerplatforms en diverse monitoringsinstrumenten.

Behalve betrokken bij beleidsvorming zet VROM natuurlijk ook communicatie-instrumenten in om het beleid onder de aandacht te brengen van de diverse doelgroepen van VROM. Zowel naar bestuurders, bedrijfsleven als het grote publiek communiceert VROM haar beleid via diverse kanalen. Internet speelt hierbij een steeds belangrijkere rol. In de communicatie hanteert VROM zes zogeheten labels, paraplu’s in feite waarmee het beleid van VROM zichtbaar wordt: Ruimte voor wonen, Ruimte voor ontwikkeling, Krachtige Steden, Milieu als kans, Gezond & veilig, en Regels die werken, lasten beperken. Met deze communicatieve paraplu’s sluit VROM aan op de werkwijze die het Kabinet heeft ingezet om eveneens via vier hoofdlijnen te communiceren naar alle relevante doelgroepen.

VROM draagt op meerdere manieren bij aan de ontwikkeling van rijksbrede communicatie, uiteenlopend van internet tot en met publieksvoorlichting. In verschillende rijksbrede projectgroepen zitten dan ook communicatievertegenwoordigers van VROM.

14.2.2. Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB)

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) is een bijna volledig door VROM gesubsidieerde instelling. Op verzoek van de Raad van State adviseert de StAB de bestuursrechter in geschillen op het gebied van Ruimtelijke Ordening en Milieu. Ook worden op verzoek adviezen aan de rechtbanken verstrekt.

Tabel 14.2. Aantal adviesaanvragen
 Realisatie 2004Realisatie 2005Ontwerpbegroting 2006Ontwerpbegroting 2007
Stand per 01-0189728888
Instroom aanvragen358413450450
Aantal afgehandelde aanvragen/adviezen375397450450
Stand per 31-1272888888

De ontwerpbegroting 2007 is afgeleid uit de ontwerpbegroting 2006. De StAB levert de begroting 2007 medio oktober 2006 op.

14.2.3. Rijksbeleid E-government

In het jaar 2006 is het project E-government gestart en in de komende jaren zullen op dit vlak vele stappen gezet worden. E-government van het Rijk is vastgelegd in de volgende beleidslijnen: Programma Andere Overheid, de Rijksbrede ICT-agenda en de notitie «Op weg naar de Elektronische Overheid». Hoewel de Ministers voor BVK en van EZ verantwoordelijk zijn voor de rijksbrede coördinatie op dit vlak is VROM hierbij prominent betrokken met projecten als het omgevingsloket, basisregistraties waar onder kadaster en topografie, adressen en gebouwen en digitale ruimtelijke plannen. De resultaten van het burgerpanel 2006 wordt gebruikt voor het bepalen welke activiteiten de komende jaren binnen VROM, maar ook daarbuiten, moeten starten om het omgevingsloket en de geo-informatie vorm te geven, zodanig dat de burger er optimaal van profiteert. Op basis van de uitkomsten van het burgerpanel zal een meerjarig E-programma worden opgesteld.

14.2.4. Overige vastgoedinformatievoorziening

Coördinatie Geo-informatie

Het ministerie van VROM is sinds het Besluit Informatievoorziening Rijksdienst (1990) verantwoordelijk voor de coördinatie van de Geo-informatie (GI). Een belangrijk deel van het GI beleid komt tot stand via de inzet rond een aantal te realiseren Geo-basisregistraties, die in principe deel zullen uitmaken van een samenhangend stelsel van (authentieke) registraties. Door het Kabinet aangemerkte authentieke basisregistraties in het geo-domein zijn een gebouwenregistratie, een adressenregistratie, de perceelregistratie van het kadaster, een topografisch bestand (1:10 000 topografische kaart van het kadaster) en in de toekomst aangevuld met de grootschalige basiskaart Nederland (de GBKN). Momenteel wordt tevens een haalbaarheidsonderzoek gedaan naar een basisregistratie voor de Nederlandse ondergrond voor geologie en bodem.

De wetgeving voor de basisregistraties kadaster en topografie is in april 2006 aan de Tweede Kamer aangeboden. De implementatie werkzaamheden zullen leiden tot een wettelijke invoering in 2007.

Op basis van een in 2006 te tekenen intentieverklaring tussen de Minister van VROM en bestuur van de GBKN zal een wetgevings- en implementatietraject worden gestart in 2007.

GI-beraad en Geonovum

In 2001 is gekozen voor een steviger invulling van de regierol door VROM rond eerder genoemde basisregistraties. Daarbij is afgestapt van de coördinatieverantwoordelijkheid langs de lijn van «zelfregulering» door het veld verenigd in de RAVI (voorheen Raad voor de Vastgoedinformatie). In de afgelopen jaren is geconstateerd dat het geo-werkveld moest worden gereorganiseerd. De Minister van VROM heeft in 2006 een adviesorgaan ingesteld op het gebied van de geo-informatie: het GI-beraad, bestaande uit de betrokken departementen, het kadaster, TNO/NITG en vertegenwoordigers van andere bestuurslagen. Het GI-beraad zal de Minister adviseren over de strategische en internationale aspecten van de geo-informatie. In 2007 zal de eerste strategische agenda worden uitgevoerd. Onderwerpen, die daarbij aan de orde komen zijn onder andere inzet van geo-informatie bij calamiteiten en beschikbaarheid van geo-informatie-bestanden.

De Raad voor Vastgoedinformatie voorziening (RAVI) zal in 2007 gefuseerd zijn met de stichting Nationaal Clearinghouse Geo-informatie tot de stichting Geonovum en daarmee ontstaat een nieuwe organisatie met draagvlak in de sector, die de ontwikkeling en implementatie van standaards zal uitvoeren.

Basisregistraties Adressen en Gebouwen

BAG (Basisregistraties voor Adressen en Gebouwen) is een project dat in het kader van het Programma Andere Overheid (PAO) als onderdeel van de elektronische overheid wordt uitgevoerd door VROM. De BAG is een onderdeel van het stelsel van basisregistraties dat onder de coördinatie van de Minister van Bestuurlijke Vernieuwing tot stand wordt gebracht. De BAG bevat kerngegevens die essentieel zijn voor de werking van het stelsel, dat een meerledig effect heeft, namelijk: voorkomen en opsporen van fraude, meer adequate dienstverlening overheid, verminderen administratieve lastendruk en verbeteren efficiency. De gemeenten zijn de bronhouders van de BAG.

De Tweede Kamer heeft aangedrongen op snelle invoering van de basisregistraties. De BAG is een registratie die in Nederland nog moet worden opgebouwd. VROM heeft voor de BAG een projectteam geformeerd en er is een implementatie-wetgevingstraject gestart. De wetgeving wordt uiterlijk voorjaar 2007 naar de Tweede Kamer gestuurd, de landsbrede implementatie is voorzien in 2009, waarna vanaf 2011 verplicht gebruik in Nederland moet zijn gerealiseerd.

In 2007 zal een landelijke ICT-voorziening worden gerealiseerd, zodat de eerste tranches van gemeenten kunnen worden aangesloten en de eerste pilots met landelijke afnemers kunnen starten. Gemeenten zullen als registerhouders middels kennisoverdracht worden begeleid en ondersteund door VROM bij het instellen van een BAG in hun gemeente; daarnaast worden randvoorwaarden gecreëerd voor het aansluiten op de landelijke voorziening door middel van het toetsen aan de hand van toetredingscriteria. Tevens worden voorbereidingen getroffen om het verplicht afnemen van de gegevens (binnen de gemeenten en via de landelijke voorziening door alle andere overheden) zo praktisch en organisatorisch mogelijk te maken.

14.2.5. Programma/onderzoek Ruimtelijk Planbureau (RPB)

VROM wil door middel van het RPB het volgende bereiken: een onafhankelijke verkenning en monitoring van ontwikkelingen in de leefomgeving met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen. Het RPB gaan daartoe het volgende doen:

• De uitvoering van het werkprogramma 2006/2007, onder meer voor het nieuwe Kabinet;

• De ruimtelijke agenda voor het nieuwe Kabinet: een korte schets ruimtelijke problemen waarmee het nieuwe Kabinet zich geconfronteerd ziet;

• Daarnaast voert het RPB in samenwerking met het MNP de Monitor van de Nota Ruimte uit. In het onderzoek «de Staat van de ruimte» gaat het om de zichtbare veranderingen van Nederland.

14.2.6. Programma/onderzoek Milieu en Natuur Planbureau (MNP)

Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) heeft als missie het ondersteunen van de politieke en maatschappelijke afweging tussen economische, ecologische, ruimtelijke en sociaal-culturele kwaliteiten door het evalueren van het gevoerde beleid en het verkennen van toekomstige ontwikkelingen van met name de ecologische kwaliteit. Het Milieu- en Natuurplanbureau levert evaluaties en verkenningen over de leefkwaliteit van ons land in relatie met de milieuproblematiek op Europese en mondiale schaal. Het MNP richt zich vooral op het ondersteunen van de nationale besluitvorming over milieu- en natuurvraagstukken. De wettelijke taken van het Milieu- en Natuurplanbureau zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in de Natuurbeschermingswet. Deze wetten beschrijven de kerntaken van het planbureau en garanderen de inhoudelijke onafhankelijkheid ten opzichte van de opdrachtgevers en andere maatschappelijke actoren. Jaarlijks publiceert het MNP een Milieubalans, een Natuurbalans en wordt het Milieu- en Natuurcompendium geactualiseerd. Hierin wordt de actuele kwaliteit van de fysieke leefomgeving in beeld gebracht. Daarnaast zal in 2007 een Duurzaamheidverkenning worden uitgebracht evenals een Natuurverkenning en een vervolg op «Nuchter omgaan met Risico’s» uit 2003. Ook zullen evaluaties op bijvoorbeeld het terrein van biodiversiteit, klimaat, lucht en mestbeleid verschijnen. Mogelijk worden de verkiezingsprogramma’s en het Regeerakkoord doorgerekend op de gevolgen voor milieu en natuur.

14.2.7. Programma/onderzoek Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf i.o. (GOB)

Het Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf is een uitvoeringsorganisatie in oprichting die werkt in opdracht van de beleidsdepartementen (shared service) en tussen de bestaande rijksvastgoeddiensten komt te staan. Het wordt een uitvoeringsorganisatie die handelend kan optreden voor concreet benoemde ruimtelijke opgaven waar het Rijk gronden zal afstoten dan wel moet verwerven. Het Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf bouwt kennis en expertise op rond doelmatig en modern vermogensbeheer en bundelt daarbij de kennis en expertise die bij de verschillende onderdelen van het Rijk aanwezig is. Het Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf krijgt tevens de beschikking over een aantal financiële instrumenten. Kennis en instrumenten worden primair ingezet voor projecten van het Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf maar zijn ook beschikbaar voor andere (vastgoed) projecten van het Rijk. Het Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf wordt vormgegeven als een interdepartementale projectdirectie gepositioneerd onder de Secretaris-Generaal van VROM. Na twee jaar wordt het functioneren geëvalueerd op haar doelstellingen:

• Vergroten van de slagkracht van het rijksoptreden in de richting van andere overheden en markt;

• Betere resultaten bij het bereiken van maatschappelijke rijksdoelen;

• Versterken van de rijksinterne beleids- en uitvoeringscoördinatie;

• Het zakelijk omgaan met rijksvastgoed (binnen ruimtelijke ontwikkelingen);

• Versterken en bundelen van kennis en expertise van het Rijk.

14.3. Apparaat

Op dit artikelonderdeel worden alle uitgaven opgenomen die vooralsnog niet specifiek aan een van de beleidsdoelstellingen uit de beleidsartikelen zijn toe te rekenen. Het betreft hier zowel uitgaven voor het apparaat als programma en uitgaven voor postactieven.

14.3.1. Algemeen apparaat

De apparaatuitgaven omvatten de verplichtingen en uitgaven van het ambtelijk personeel, overige personele uitgaven, materieel en automatisering en postactieven. Het ambtelijk personeel betreft de algemene leiding van het departement en de beleids- en ondersteunende diensten. De overige personele uitgaven betreffen de inzet van externen en uitzendkrachten. De materiële en automatiseringsuitgaven hebben betrekking op de uitgaven voor beheer, exploitatie, huisvesting en investeringen om de voorzieningen van VROM op minimaal het huidige niveau te houden en daar waar mogelijk te verbeteren.

Juridisch instrumentarium

Het juridisch instrumentarium bestaat onder meer uit de kernproducten op nationaal, Europees en internationaal niveau van het juridisch instrumentarium van VROM zijn wetgeving, overeenkomsten/convenanten, behandeling van (buiten-)rechterlijke procedures, Koninklijke Besluiten, alsmede advisering.

Wetgeving; Prioriteit bij het wetgevingsprogramma hebben de implementatie van EG-richtlijnen, de wetgevingsprojecten voortvloeiend uit het Strategisch Akkoord en het Hoofdlijnenakkoord, toezeggingen aan de Staten-Generaal en ondersteuning bij initiatiefwetsvoorstellen. De resterende centrale wetgevingscapaciteit wordt ingezet voor de overige VROM-prioriteiten. De belangrijkste in voorbereiding zijnde wetsvoorstellen zijn toegelicht bij de artikelen.

Wetgeving met dictum 1, 2 en 3 van de Raad van State;Een wetgevingsproduct wordt «goed» beoordeeld wanneer de Raad van State daaraan het dictum 1, 2 of 3 toekent. Het oordeel van de Raad van State omvat zowel de technisch-juridische als de beleidsmatige aspecten van de wetgevingsproducten. In het overzicht wordt vooralsnog geen onderscheid gemaakt tussen de drie dicta.

Implementatie van EG-richtlijnen; Dit kengetal ziet toe op de tijdige implementatie van EG-richtlijnen. Het kengetal is gebaseerd op de datum in het begrotingsjaar waarop de richtlijn moet zijn geïmplementeerd. In geval van overschrijding gaat het meestal om een geringe termijnoverschrijding. Binnen VROM is een Taakgroep Implementatie Europese richtlijnen ingesteld. Via een maandelijkse rapportage aan de bewindsliedenstaf wordt toezicht gehouden op de voortgang van de implementatie.

Europese Meldingenprocedures; In veel gevallen moet een beleidsvoornemen van VROM eerst bij de Europese Commissie worden gemeld en een bepaalde procedure doorlopen, alvorens het voornemen mag worden geëffectueerd. De bekendste voorbeelden daarvan zijn meldingen van staatssteunmaatregelen en productenvoorschriften en diensten. Dit geldt niet alleen voor wetgeving, maar ook voor bijvoorbeeld convenanten en directe subsidiëring uit de begroting. Het kengetal geeft aan in hoeverre VROM deze procedure succesvol doorloopt, zowel naar de inhoud als naar de presentatie van de beleidsvoornemens. Het betreft hier verschillende procedures waarvoor aparte termijnen gelden.

Overeenkomsten en convenanten; De toenemende behoefte aan flexibiliteit in de uitwerking van beleidsvoornemens heeft geleid tot een uitbreiding van het gebruik van overeenkomsten en convenanten. Het belang van de naleving van afspraken in het publiek domein stelt hoge eisen aan de inhoudelijke kwaliteit van deze producten. De convenanten moeten na beoordeling tenminste voldoen aan de Aanwijzingen voor de Convenanten. Het percentage dat daaraan voldoet brengt de kwaliteit van de convenanten na beoordeling tot uitdrukking.

Procedures; Tegen primaire besluiten van de Minister van VROM wordt soms bezwaar gemaakt. De minister dient dan zijn besluit te heroverwegen en een beslissing op bezwaar te nemen. Tegen een beslissing op bezwaar en in voorkomende gevallen een primair besluit kan beroep worden ingesteld bij de rechter. Daarnaast heeft de minister (in casu de VROM-inspectie) de mogelijkheid om zelf in bezwaar en beroep te komen tegen besluiten van andere organen. Het percentage procedures met een goede afloop voor VROM is een indicator voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het beleid voor zover dat gestalte krijgt door middel van primaire besluiten, beslissingen op bezwaar en procedures.

Tabel 14.3. Juridische kwaliteit wetgevingsproducten
 Realisatie 2004Realisatie 2005Ontwerpbegroting 2006Ontwerpbegroting 2007
Wetgeving met dictum 1, 2 en 3 van Raad van State94%88%90%90%
Implementatietermijn EU-regelgeving niet overschreden70%11%100%100%
Uitvoering bepaalde EG-regelgeving (rapportages, meldingen intern recht) aan termijnen onderhevig47%75%75%75%
Convenanten in overeenstemming met de Aanwijzingen100%100%100%100%
Procedures met positief resultaat67%74%80%80%
Procedures behandeld zonder termijnoverschrijding68%100%100%100%

14.3.2. Gemeenschappelijke voorzieningen en Huurbijdrage RGD

ICT en bedrijfsvoering

De reeds in 2006 ingezette digitalisering van het documentenbeheer (VIDI) zal in 2007 worden voortgezet en verder worden ontwikkeld en geïmplementeerd. Tevens zullen investeringen noodzakelijk zijn voor de vervanging en programmawijzigingen van diverse bedrijfsvoeringsystemen. Het «Programma Andere Overheid» zal ook in 2007 nog de nodige aandacht opeisen; zowel intern als interdepartementaal zal dit op ICT-gebied verder worden vormgegeven.

Het kengetal geeft weer welke uitgaven per fte voor VROM worden gedaan ten behoeve van de ICT dienstverlening. De toename van de automatiseringsuitgaven is onder andere het gevolg van een aantal grote projecten in het kader van het Programma Andere Overheid, de Rijksbrede ICT-agenda «Op weg naar de Elektronische Overheid», voortgaande automatiseringseisen in de bedrijfsvoering en het instellen van een VROM Shared Service Centre bij de Gemeenschappelijke Dienst. Voor de inrichting van het Shared Service Centre zijn de bij de Diensten beschikbare budgetten en taken herverdeeld en overgeheveld naar artikel 14.

Tabel 14.4. Automatiseringsuitgaven (ICT-dienst) per fte
 Realisatie 2004Realisatie 2005Ontwerpbegroting 2006Ontwerpbegroting 2007
Raming in €1mln23,435,817,726,4
Aantal fte3 9253 7403 7133 724
Uitgaven per fte in € 15 9629 5724 7677 089

Aantal fte’s 2007 is inclusief 220 fte van het MNP, die per 01–01–2006 bij VROM is ondergebracht en 15 fte van het GOB i.o.

Huisvesting (inclusief huurbijdragen aan RGD)

De uitgaven voor huisvesting zijn te verdelen in huren, technisch beheer van gebouwen en installaties, en overige huisvestingskosten. Onder overige huisvestingskosten wordt onder andere verstaan energiekosten, schoonmaak, klein en technisch onderhoud enzovoorts. Het prestatiegegeven geeft weer welke kosten voor het gehele ministerie per fte verbonden zijn aan huisvesting.

Tabel 14.5. Huisvestingsuitgaven per fte ambtelijk personeel
 Realisatie 2004Realisatie 2005Ontwerpbegroting 2006Ontwerpbegroting 2007
Raming in €1mln35,536,537,936,8
Aantal fte3 8343 7403 7133 724
Uitgaven per fte in €19 2599 75910 2079 882

Aantal fte’s 2007 is inclusief 220 fte van het MNP, die per 01-01-2006 bij VROM is ondergebracht en 15 fte van het GOB i.o.

14.3.3. Adviesorganen en kennisinstituten

Zowel in het kader van de reguliere doorlichting van alle adviesraden en kennisinstituten als in het licht van het Programma Andere Overheid zal de rol en positie van alle raden en instituten in de context van de gehele kennisinfrastructuur nader worden bezien.

VROM-raad

De VROM-raad adviseert Regering en Parlement over de hoofdlijnen van beleid aangaande de duurzame kwaliteit van de leefomgeving en over andere onderdelen van het rijksbeleid, die relevant zijn voor VROM. In 2007 zullen onder meer adviezen verschijnen over ruimtelijke investeringen, over de woningmarkt, over milieu en mobiliteit, over fysieke adaptatie ten gevolge van klimaatsverandering en de politieke agendering daarvan en over het begrip regio in de ruimtelijke planning.

Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO)

De RMNO is een sectorraad die de Regering gevraagd en ongevraagd adviseert over het te voeren onderzoeksbeleid op het gebied van ruimte, milieu en natuur.

De RMNO werkt voor VROM aan kennisagenda’s over de onderwerpen Stromen, Grenzen, Gebiedsontwikkeling, Betere Buurt en Risico(-beleving). Deze agenda’s beschrijven de relevante kennisvragen en proberen vraag en aanbod bij elkaar te brengen van bestaande en nog te ontwikkelen kennis. Bij het uitbrengen van de adviezen wordt een communicatietraject uitgevoerd (bijeenkomsten, artikelen, nieuwsbrieven, enzovoorts).

De RMNO werkt in opdracht van VROM, LNV en VWS aan de kennisontwikkeling op het gebied van Natuur en Gezondheid. Voorgenomen adviezen in 2007 richten zich onder andere op:

• Natuur en gezondheid;

• Leren voor duurzaamheid bij de rijksoverheid;

• Kennisarena’s voor de ontwikkeling van strategische kennisvragen van VROM;

• Uitbrengen van kennisagenda’s van de RMNO.


De RMNO is aangesloten bij de Commissie van Overleg Sectorraden (COS) en opereert onder de Raamwet Sectorraden voor onderzoek en ontwikkeling.

Raad voor de Wadden

De Raad voor de Wadden adviseert gevraagd en ongevraagd vanuit een grote gebiedsgebonden betrokkenheid over een breed scala van beleidsterreinen, die hun doorwerking hebben voor de Waddenzee. Uitgangspunt voor de Raad is de hoofddoelstelling «natuur», zoals die in de regelgeving voor de Waddenzee is neergelegd. Binnen de randvoorwaarden hiervan probeert de Raad integraal gebiedsgericht te adviseren over de verschillende belangen die in het gebied spelen. VROM beoogt met zijn bijdrage aan deze Raad onafhankelijk advies te verkrijgen over het Waddenzee beleid, met name op de relatie tussen economie en milieu.

In veel gevallen kan er nu nog niet gezegd worden over welke onderwerpen de Raad voor de wadden in 2007 zal adviseren. In de Kaderwet Adviescolleges (artikel 26) is geregeld op welke wijze een werkprogramma voor een adviesraad tot stand komt.

Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS)

De Adviesraad is ingesteld op 1 juni 2004. De Adviesraad heeft zijn visie op het werkterrein neergelegd in een Beleidsplan, zijn secretariaat opgebouwd en kennis gemaakt met de betrokken departementen en politiek, bedrijfsleven en kennisinstituten.

De raad heeft tot taak de regering en de beide kamers der Staten-Generaal te adviseren over beleid en wetgeving inzake technische en technisch-organisatorische maatregelen ter voorkoming van ongevallen en rampen als gevolg van het gebruik, de opslag, de productie, het vervoer van gevaarlijke stoffen en beperking van de gevolgen van dergelijke ongevallen en rampen (Artikel 2 van de Wet Adviesraad gevaarlijke stoffen).

De Adviesraad Gevaarlijke Stoffen verwacht in 2007 adviezen over de volgende onderwerpen uit te brengen:

• Een vervolgadvies over de nationale kennisinfrastructuur;

• Een advies over kwantitatieve risicoanalyse, waarbij onder andere aandacht wordt besteed aan niet-letaal letsel;

• Een advies over de fysieke veiligheid van een waterstofeconomie;

• Vervolgadviezen over Ontplofbare Stoffen en Artikelen;

• Advies over enkele verouderde delen uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen.

Technische Commissie Bodembescherming (TCB)

De TCB adviseert over de technisch-wetenschappelijke aspecten van bodembeleid. Andere activiteiten van de commissie zijn het op beperkte schaal laten uitvoeren van onderzoek, of het organiseren van werkgroepen, over onderwerpen die bij de voorbereiding van adviezen van belang zijn. VROM draagt bij aan het werkprogramma van de commissie en beoogt daarmee onafhankelijk technisch-wetenschappelijke advies te krijgen over bodembeleid.

Met het uitbrengen van de Beleidsbrief Bodem eind 2003 ( Kamerstukken II, 2003–2004, 28 663en 28 199, nr. 13) is de beleidsmatige aandacht voor de bodem verbreed. Behalve gevallen van bodemverontreiniging en mestoverschotten krijgt het bodembeleid nu een meer maatschappelijke oriëntatie op het bodemgebruik en de ruimtelijke ordening daarvan. In 2007 verwacht de commissie onder andere te adviseren over de Nederlandse invulling van de Europese bodemstrategie.

De EU bodemstrategie is een van de 7 thematische strategieën waar de EU Commissie drie jaar geleden mee gestart is. Deze strategieën hebben allemaal dezelfde opbouw: ze bestaan uit een «communication» (een mededeling) waarin het conceptuele kader, de strategische uitgangspunten en het beoogde strategische doel worden uiteengezet, alsmede de benodigde maatregelen op EU-niveau.