Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

4. BEGROTING VAN DE RIJKSGEBOUWENDIENST (RGD)

Als uitvoeringsorganisatie draagt de Rgd bij aan het succesvol functioneren van de afnemers van rijkshuisvesting, door het bieden van efficiënte en effectieve huisvestingsoplossingen.

Omschrijving

Om toegevoegde waarde aan deze afnemers van rijkshuisvesting te leveren, biedt de Rgd:

• Kennis van processen bij de rijksoverheid en de politieke dimensie;

• Kennis van en uit de markt en van het huisvestingsproces;

• Kennis van kaders van de rijksoverheid en de Europese Unie;

• Een grote en brede portefeuille waardoor bijvoorbeeld leegstandsmanagement mogelijk is.

Verantwoordelijkheid

De Minister van VROM is coördinerend Minister voor de rijkshuisvesting en verantwoordelijk voor de Rgd (Besluit Rijksgebouwendienst 1999).

De departementen zijn verantwoordelijk voor hun eigen huisvestingsbeslissingen.

Het Rijkshuisvestingsberaad, waarin de departementen zijn verenigd, heeft een adviserende rol bij de vaststelling door het Kabinet van de strategische kaders voor de participanten in het rijkshuisvestingsstelsel. Tevens vormt dit beraad jaarlijks een oordeel over de doelmatigheid van het stelsel en legt dit aan de minister van VROM voor (Regeling Rijkshuisvestingsberaad 2006).

De Directeur-generaal van de Rijksgebouwendienst is binnen die kaders verantwoordelijk voor de doelmatige werking van het stelsel en de voortdurende verbetering daarvan.

De Minister van VROM is ook verantwoordelijk voor de huisvesting van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken. Artikel 13 gaat hier nader op in.

Succesfactoren

Het behalen van bovenstaande doelstelling is afhankelijk van goede prestaties van de Rgd, maar wordt ook bepaald door de departementen, die als integraal manager verantwoordelijk zijn voor hun huisvestingsbeslissingen.

1. Niveau 1: het stimuleren van de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel

Motivering

Om op het niveau van het rijkshuisvestingsstelsel blijvend te bewerkstelligen dat een efficiënte en effectieve uitvoering van de rijkshuisvesting gewaarborgd is.

Instrumenten

Het Rijkshuisvestingsberaad dat de Minister van VROM adviseert over de strategische kaders voor de participanten in het rijkshuisvestingsstelsel. Tevens vormt het Rijkshuisvestingsberaad zich jaarlijks een oordeel over de doelmatigheid van het rijkshuisvestingsstelsel en adviseert daarover de Minister van VROM. Tenslotte worden de onderdelen van het «Actieprogramma verbetering Rijkshuisvestingsstelsel» uitgevoerd waarvoor de Minister van VROM de verantwoordelijkheid draagt ( kamerstukken II, 2004–2005, 25 449, nr. 11), ( kamerstukken II, 2004–2005, 25 449, nr. 12).

Meetbare gegevens

Oplevering in 2007 aan het Kabinet van de eerste rapportage over de doelmatige werking van het stelsel, in combinatie met het oordeel van het Rijkshuisvestingsberaad hierover.

Tabel 1. Overzicht Prestatie-indicatoren niveau 1
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefwaarde 1PeriodeStreefw 2Periode
Oplevering 1e rapportage in combinatie met het oordeel van het Rijkshuisvestingsberaad  Oplevering 1e rapportage2007  

Tabel 2. Overzicht beleidsonderzoeken
EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Het Rijkshuisvestingsstelsel2011

2. Niveau 2: het leveren van efficiënte en effectieve huisvestingsoplossingen

Motivering

Om het succesvol functioneren van de klanten van de Rgd optimaal te ondersteunen

Producten

Met onderstaande producten levert de Rgd de gehele keten van de huisvesting. Vanaf de initiële vraag van een afnemer tot en met de realisatie (bouw en/of verbouw) en het beheer;

• Huisvesting;

• Services;

• Adviezen.

Instrumenten

• Verhogen van de klanttevredenheid;

• Leegstand beperken;

• Technische kwaliteit van de voorraad handhaven;

• Adequate storingsafhandeling;

• Veilige Rijkshuisvesting.

Meetbare gegevens

• Indicator klanttevredenheid: percentage van de afnemers van rijkshuisvesting dat de Rgd bij de klanttevredenheidsmeting een voldoende geeft;

• Indicator leegstand: percentage leegstand voor rekening van de Rgd;

• Indicator technische kwaliteit: dit is het gewogen gemiddelde van de technische conditie van alle gebouwen op een schaal van 1 (nieuwbouw) t/m 6 (extreem slecht);

• Indicator storingsafhandeling: dit is het percentage van alle storingen die binnen de norm van 4 uur (spoedeisend) of 24 uur (regulier) wordt afgehandeld;

• Veiligheidsscan relevante kantoorgebouwen.

Tabel 3. Overzicht Prestatie-indicatoren niveau 2
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefwaarde 1PeriodeStreefw 2Periode
Klanttevredenheid77%200486%200792%2010
Percentage leegstand voor Rekening Rgd2,3%20053,9%2007  
Indicator technische kwaliteit2,122004tussen 2,1 en 2,42007tussen 2,1 en 2,42010
Indicator storingsafhandeling95%200395%200795%2010
Veiligheidsscan relevante kantoorgebouwen  Instrument ontwikkeld2007  

Toelichting bij de tabel

De zwakke conjunctuur heeft tot grote leegstand op de kantorenmarkt geleid waardoor afstootprocessen ook nog in 2007 meer tijd in beslag zullen nemen. Vandaar dat de streefwaarde «leegstand» voor 2007 hoger is dan de basiswaarde van 2005. Gezien de conjunctuurgevoeligheid is geen streefwaarde voor leegstand voor 2011 opgenomen.

3. Niveau 3: een effectieve en efficiënte uitvoeringsorganisatie Rgd

Motivering

Om de effectiviteit en de efficiency van de ingezette middelen waar mogelijk te vergroten.

Instrument

Stijgende efficiency van het apparaat.

Meetbare gegevens

Efficiencyindicator: is een maat om de veranderingen in de efficiency van het apparaat van de Rgd, door de jaren heen, te vergelijken. Een hogere waarde ten opzichte van een voorgaand jaar, betekent een verbetering.

Tabel 4. Overzicht Prestatie-indicator niveau 3
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefwaarde 1PeriodeStreefw 2Periode
Efficiencyindicator86%200397%2007100%2010

4. BATEN EN LASTEN

Tabel 5. Begroting van baten en lasten
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Baten       
Leveren producten/diensten       
Opbrengst departementen1 247 3551 217 1201 212 6941 213 9931 229 4121 230 8951 236 269
Opbrengst moeder75 095121 345119 86293 83380 27357 73638 415
Opbrengst derden9 4919 0009 0009 0009 0009 0009 000
        
Bedrijfsvoering       
Rentebaten5 5485 0005 0005 0005 0005 0005 000
Overige baten16 5515 0005 0005 0005 0005 0005 000
Totaal baten1 354 0401 357 4651 351 5561 326 8261 328 6851 307 6311 293 684
Lasten       
Product Huisvesting       
Apparaatskosten (netto)55 74173 00467 75363 13266 04267 74770 040
Huren vanuit de markt305 704309 627313 308314 091317 533315 890317 923
Rentelasten282 083294 888303 834312 615316 532315 523314 585
Afschrijvingen284 438281 390277 363271 440270 915270 268269 678
Dagelijks onderhoud74 893109 834104 753103 08387 39386 07383 741
Mutaties voorzieningen114 05875 57779 09382 44086 01788 35091 321
Belastingen en heffingen23 79424 01525 30326 52827 83828 69329 781
Investeringen buiten gebruiksvergoedingen116 075125 656131 209109 108113 77095 87881 759
Overige producten       
Services41 74033 50026 20026 20026 20026 20026 200
Adviezen4 3355 4625 0005 0005 0005 0005 000
Beleid10 5459 3799 6139 5479 5279 5139 507
Overige lasten23 5405 0005 0005 0005 0005 0005 000
Totaal lasten1 336 9461 347 3321 348 4291 328 1841 331 7671 314 1351 304 535
Saldo17 09410 1333 127– 1 358– 3 082– 6 504– 10 851

4.1. Toelichting bij de opbouw baten

Opbrengst departementen:

De opbrengst departementen omvat alle opbrengsten van geleverde producten en diensten en kan als volgt worden gespecificeerd:

Tabel 6. Opbrengst departementen
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Huisvesting       
Gebruiksvergoeding lopende contracten1 043 6181 032 4871 007 822986 4191 013 2211 010 1551 005 335
Nog op te leveren projecten 14 67146 67283 374115 991142 540169 734
Subtotaal gebruiksvergoedingen1 043 6181 047 1581 054 4941 069 7931 129 2121 152 6951 175 069
        
Kleine projecten ministeries91 91580 00080 00080 00080 00080 00080 000
Egalisatie67 02451 00047 00033 000– 11 000– 33 000– 50 000
        
Services       
Services incidenteel15 0636 5005 0005 0005 0005 0005 000
Servicecontracten18 48021 00017 20017 20017 20017 20017 200
Facility management6 8986 0004 0004 0004 0004 0004 000
Subtotaal services40 44133 50026 20026 20026 20026 20026 200
        
Adviezen       
Adviezen4 3575 4625 0005 0005 0005 0005 000
Totaal departementen1 247 3551 217 1201 212 6941 213 9931 229 4121 230 8951 236 269

Huisvesting: gebruiksvergoedingen

De gebruiksvergoedingen zijn gebaseerd op de Huurprijsmethodiek Rgd en hebben betrekking op de opbrengst van de interne verhuurcontracten met de ministeries volgens het huur-verhuurmodel. Bij de raming van opbrengst gebruiksvergoedingen van de lopende interne verhuurcontracten is rekening gehouden met de aflopende contracten. In de begroting 2006 werd nog verwacht dat als gevolg van het aflopen van de eerste 7½-jaarscontracten, er sprake zou zijn van een substantiële daling van de opbrengst gebruiksvergoedingen. Inmiddels blijkt dat veel expirerende contracten verlengd worden.

Huisvesting: kleine projecten ministeries

Onder deze post zijn de opbrengsten opgenomen van de kleine, à fonds perdu gefinancierde, huisvestingsprojecten voor ministeries, die door de Rgd worden uitgevoerd.

Huisvesting: egalisatie

De huurprijsmethodiek Rgd heeft als uitgangspunt een (afgezien van de toegepaste indexering) constante huurprijs over de contractperiode. De jaarlijkse opbrengst uit hoofde van de gebruiksvergoedingen kent derhalve een constante reeks, terwijl de kosten van rente en afschrijving variëren over de jaren.

Het verschil tussen deze baten en lasten wordt jaarlijks op contractniveau geëgaliseerd. In de balans wordt dit tot uitdrukking gebracht in een langlopende vordering op de gebruikers van de objecten onder de post «egalisatierekening».

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement heeft betrekking op onder andere de posten huisvesting voor het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken die buiten de huur-verhuurrelatie vallen; het beheer van monumenten in rijksbezit, de functionele kosten van het Koninklijk Huis en de beleidstaken van de Rgd.

Opbrengst derden

De Rgd heeft onder meer als taak de zorg voor de huisvesting van organisaties op het niveau van de centrale overheid, die (vrijwel) geheel bekostigd worden uit collectieve middelen. Indien organisaties die binnen deze definitie passen de Rgd daarom verzoeken, kan de Rgd de zorg voor de huisvesting op zich nemen. De voornaamste opbrengst is de huur die via Domeinen ontvangen wordt. Daarnaast is er sprake van opbrengsten van een aantal bijzondere objecten (onder andere parkeergarages en grafelijke zalen).

Rentebaten

De Rgd kent rentebaten als gevolg van positieve saldi op de rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (dagrente) en op de depositorekeningen Rijkshoofdboekhouding.

4.2. Toelichting bij de opbouw lasten

Huisvesting: apparaatskosten:

De dekking van de bruto apparaatskosten is opgebouwd uit enerzijds de dekking die direct toegerekend kan worden aan de (deel-)producten huisvestingsprojecten, services, adviezen en beleid «verwerkt als productkosten», en anderzijds de dekking die gegenereerd wordt uit de opslag in de gebruiksvergoeding «netto apparaatskosten».

Een deel van de apparaatskosten van de Rgd wordt gevormd door de kosten van eigen huisvesting en de afdrachten aan VROM voor gemeenschappelijke diensten. Deze kosten worden gemaakt voor alle producten van de Rgd. Vanaf 2006 zijn de VROM-concernkosten versleuteld over de apparaatskosten waar zij betrekking op hebben.

Tabel 7. Apparaatskosten
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Levering producten/diensten:       
Bruto kosten personeel61 94978 40678 60064 97568 20869 57872 092
Huisvestingskosten Rgd7 1504 7915 4005 9376 0116 0866 162
VROM concernkosten6 321
Overige materiële kosten18 27023 41118 48522 99525 48624 71723 688
Totaal bruto apparaatskosten93 690106 608102 48593 90799 705100 381101 942
Verwerkt als productkosten37 94933 60434 73230 77533 66332 63431 902
Apparaatskosten (netto)55 74173 00467 75363 13266 04267 74770 040

Huisvesting: huren vanuit de markt

Deze post bevat de door de Rgd aan de markt te betalen huren. Voor 99% betreft het de rijkshuisvesting binnen het huur-verhuurstelsel en voor circa 1% de rijkshuisvesting buiten het huur-verhuurstelsel.

Huisvesting: rentelasten

De rentelasten zijn geraamd op basis van de afgesloten en nog af te sluiten leenconvenanten met het Ministerie van Financiën.

Huisvesting: afschrijvingen

De afschrijvingskosten betreffen de afschrijvingen op gebouwen en inbouwpakketten. De afschrijvingstermijn op deze componenten kan variëren van 15 jaar op inbouwpakketten tot 60 jaar op het casco.

Huisvesting: dagelijks onderhoud

De kosten van dagelijks onderhoud hebben betrekking op regelmatig terugkerende vaste werkzaamheden (contractonderhoud en wettelijk verplichte keuringen) en storingsonderhoud. Deze activiteiten worden uitgevoerd voor zowel objecten binnen het huur-verhuurstelsel als voor objecten buiten het huur-verhuurstelsel.

De kosten opgenomen onder deze post kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Tabel 8. Dagelijks onderhoud
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Binnen huur-verhuurstelsel36 88846 31848 80151 16453 69255 33957 438
Buiten huur-verhuurstelsel8 6765 4344 7043 5833 5843 5704 068
Onderhoud monumenten11 44912 33113 32913 34413 25113 7068 784
Paleizen10 49237 13529 05527 1359 0085 6165 612
Functionele kosten Koninklijk Huis7 3888 6168 8647 8577 8587 8427 839
Totaal dagelijks onderhoud74 893109 834104 753103 08387 39386 07383 741

Huisvesting: mutaties voorzieningen

De volgende dotaties aan voorzieningen zijn in de ramingen verwerkt.

• Dotatie aan de voorziening boekwaarderisico’s: ter dekking van de risico’s die kunnen ontstaan bij afstoot. De voorziening kent een tijdshorizon van vijf jaar.

• Dotatie aan de voorziening planmatig onderhoud: voor planmatig onderhoud worden jaarlijks de ontvangen opslagen planmatig onderhoud uit de gebruiksvergoedingen gedoteerd.

• Dotatie aan de voorziening leegstand: ter dekking van de kosten van leegstand worden jaarlijks de opslagen leegstand gedoteerd.

• Dotatie aan de overige voorzieningen: dotatie voor wachtgeld is ten opzichte van de voorgaande begroting lager ingeschat. Tevens zijn deze kosten opgenomen onder de apparaatskosten. Overige dotaties worden momenteel niet voorzien.

Tabel 9. Mutaties voorzieningen
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Boekwaarderisico, asbest- en bodemverontreiniging12 72210 00010 00010 00010 00010 00010 000
Planmatig onderhoud76 12848 29050 87953 34455 97857 69659 884
Leegstand17 51717 28718 21419 09620 03920 65421 437
Overige voorzieningen7 691
Totaal mutaties voorzieningen114 05875 57779 09382 44086 01788 35091 321

Huisvesting: belastingen en heffingen

Deze post betreft het eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelasting (OZB) over de voorraad onroerend goed.

Huisvesting: investeringen buiten de gebruiksvergoedingen

Onder deze post zijn investeringen opgenomen die niet leiden tot een (aanpassing van de) gebruiksvergoeding. Het betreft hier met name kleine projecten voor ministeries en investeringen voor klanten buiten het huur-verhuurstelsel.

Tabel 10. Investeringen buiten de gebruiksvergoedingen
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Kleine projecten ministeries92 06080 00080 00080 00080 00080 00080 000
Investeringen buiten huur-verhuur22 54344 88350 88329 10833 77015 8781 759
EnergiebesparingRijkshuisvesting1 472772326
Totaal investeringen buiten de gebruiksvergoedingen116 075125 656131 209109 108113 77095 87881 759

Services

Deze post betreft de integrale kosten voor de werkzaamheden, die volgens de Regeling Taakverdeling Beheer (RTB) tot de taak van de afnemer worden gerekend. Een deel van die kosten bestaat uit de opbouw van een vervangingsverplichting die de Rgd heeft jegens een aantal klanten voor de vervanging van gebruikersinstallaties. Tevens worden onder deze post de kosten van het product «facility management» verantwoord.

Adviezen

Onder deze post zijn de integrale kosten van niet-projectgebonden adviezen opgenomen. Deze kosten betreffen zowel interne als externe kosten.

Beleid

Onder deze post zijn de kosten opgenomen voor het product «beleid». Dit product wordt door het moederdepartement gefinancierd.

4.3. Begroting van kapitaaluitgaven en -ontvangsten

De staat van kapitaaluitgaven en -ontvangsten geeft aan welke kapitaaluitgaven in de begrotingsjaren worden verwerkt en op welke wijze deze kapitaaluitgaven worden gefinancierd.

Tabel 11. Staat van kapitaaluitgaven en -ontvangsten
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Kapitaaluitgaven       
Investering423 895600 000500 000425 000425 000425 000425 000
aflossing leningen227 409245 516229 238260 931281 167312 695348 086
afdracht surplus agentschapsvermogen36 89213 00910 3922 437
Totaal688 196858 525739 630688 368706 167737 695773 086
Kapitaalontvangsten       
afstoot22 69850 00050 00050 00050 00050 00050 000
leenfaciliteit423 748600 000500 000425 000425 000425 000425 000
Totaal446 446650 000550 000475 000475 000475 000475 000

4.4. Kasstroomoverzicht 2007 en volgende jaren

Het kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar zijn gekomen en op welke wijze gebruik is gemaakt van deze middelen. Aan de hand van het kasstroomoverzicht worden de kapitaaluitgaven en -ontvangsten toegelicht.

De posten 3a, 4a en 4b vormen de kapitaaluitgaven, terwijl de posten 3b en 4c de kapitaalontvangsten vormen.

Tabel 12. Kasstroomoverzicht
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
1. Begin RHB 1 januari367 295270 980289 942308 076310 525323 223339 262
        
2. Operationele kasstroom145 435227 487207 764215 817243 865278 734291 673
        
3a. investeringen– 423 895– 600 000– 500 000– 425 000– 425 000– 425 000– 425 000
3b. desinvesteringen22 69850 00050 00050 00050 00050 00050 000
3. Investeringskasstroom– 401 197– 550 000– 450 000– 375 000– 375 000– 375 000– 375 000
        
4a. afdracht– 36 892– 13 009– 10 392– 2 437
4b. aflossing– 227 409– 245 516– 229 238– 260 931– 281 167– 312 695– 348 086
4c. beroep leenfaciliteit423 748600 000500 000425 000425 000425 000425 000
4. Financieringskasstroom159 447341 475260 370161 632143 833112 30576 914
        
Eind RHB 31 december270 980289 942308 076310 525323 223339 262332 849

Toelichting op het kasstroomoverzicht:

Ad 3a, 4c

De investeringen en het beroep op de leenfaciliteit zijn gebaseerd op reeds afgesloten voorlopige leenconvenanten, waarin alle projecten zijn opgenomen waarvoor reeds een opdracht is verstrekt aan de Rgd, aangevuld met een raming van nieuwe investeringsprojecten op basis van nieuwe huisvestingswensen van ministeries.


Ad 3b

De raming van de post boekwaarde desinvesteringen is gebaseerd op de veronderstelling dat zich geen boekwinsten of -verliezen zullen voordoen op de af te stoten panden.


Ad 4a

De afdracht aan het moederdepartement betreft de afdracht van eigen vermogen, indien het maximaal toegestane agentschapsvermogen wordt overschreden.


Ad 4b

De raming van aflossingen (en rentebetalingen) is gebaseerd op de uitgangspunten leenfaciliteit die in het mantelconvenant Rgd en Ministerie van Financiën d.d. 5 december 2000 zijn afgesproken tussen de ministeries van VROM en Financiën.