Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 1. Bevorderen van een goed werkende woningmarkt

1.1. Algemene beleidsdoelstelling

Omschrijving

Een woningmarkt die goed werkt is belangrijk voor mensen die willen toetreden en bewegen op de woningmarkt. Daarbij gaat het om:

• Het vergroten van het aanpassingsvermogen van de woningmarkt;

• Zorgen voor een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden van de partijen op de woningmarkt.

Verantwoordelijkheid

De Minister van VROM is verantwoordelijk voor:

• Het scheppen van randvoorwaarden voor een goed functionerende woningmarkt waaronder het toegankelijk maken van informatie en kennis voor de partijen die opereren op de woningmarkt;

• Het opstellen van kaders, wet- en regelgeving voor het bepalen van het werkdomein en voor het functioneren van en het toezicht op de woningcorporaties;

• Het formuleren van wetgeving inzake de positie van de woonconsumenten en ondersteunen van woonconsumentenorganisaties.

Succesfactoren

• Beschikbaarheid van gegevens en bestanden van derden; bijvoorbeeld van het CFV (woningcorporaties), het CBS en de Belastingdienst (huurtoeslag);

• Bereidheid van verhuurders/gemeenten om tijdig en serieus in gesprek te gaan met huurders(-organisaties);

• Bereidheid en capaciteit/professionaliteit van huurders(-organisaties) om op te treden als volwaardige gesprekspartner voor verhuurders en gemeenten.

Meetbare gegevens

Voor de algemene beleidsdoelstelling zijn geen algemene indicatoren beschikbaar. Aspecten van het functioneren van de woningmarkt, zoals bijvoorbeeld woningtekort en doorstroming, komen aan de orde in artikel 2. Een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden van partijen wordt zichtbaar in de realisatie van de maatschappelijke prestaties van partijen en een transparante relatie met de burger. Het beschikbaar stellen van kennis krijgt zijn weerslag in lokale en regionale beleidsonderbouwing. Voor de relevante streefwaarden wordt verwezen naar:

Artikel 2: tabel 2.2.

Artikel 3: tabellen 3.3 en 3.4.

Tabel 1.1. Budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Verplichtingen:16 59612 8858 62116 50115 74610 51718 122
Uitgaven:13 84918 59313 99615 56515 55512 11715 539
Waarvan juridisch verplicht  9 2856 516000
Programma:11 99416 45311 95813 60713 57610 13913 563
Scheppen van randvoorwaarden voor een goed werkende woningmarkt:0000000
        
Bevorderen van maximale maatschappelijke prestaties van woningcorporaties:0000000
        
Versterken van de positie van de woonconsument:1 2831 5081 5081 5081 5081 5081 508
Subsidies woonconsumentenorganisaties1 2831 5081 5081 5081 5081 5081 508
        
Overige programmabudgetten:10 71114 94510 45012 09912 0688 63112 055
Onderzoek6 96210 6797 3328 4098 2745 7938 281
Experimenten en kennisoverdracht3 7494 2663 1183 6903 7942 8383 774
Apparaat artikel 1 (DGW)1 8552 1402 0381 9581 9791 9781 976
Ontvangsten:43000000

Grafiek 1.1. budgetflex in % per operationeel doel in het begrotingsjaar 2007



kst99340_2_01.gif

Operationeel doel:

1. Scheppen van randvoorwaarden voor een goed werkende woningmarkt

2. Bevorderen van maximale maatschappelijke prestaties van woningcorporaties

3. Versterken van de positie van de woonconsument

4. Overige programmabudgetten

Toelichting:

Bij de «Overige programmabudgetten» is een budget ad € 2,673 mln als «beleidsmatig gebonden» geoormerkt. Het basisonderzoek, dat in 2007 tot deze uitgaven ad € 2,673 mln zal leiden, is nodig om een aantal belangrijke beleidsevaluaties en toekomstverkenningen te onderbouwen en beleidseffecten te monitoren.

Voorbeelden hiervan zijn: de monitoring en toekomst van de stedelijke vernieuwing, de effecten en verdere ontwikkeling van het nieuwe huurbeleid, de woonlastenontwikkeling van huishoudens, de voortgang van de woningbouw, het functioneren van de woningmarkt en de monitoring van energiebesparing in woningen.

Belangrijke onderzoeksprojecten die hiervoor moeten worden uitbesteed zijn onder meer: een aantal modules van het Woningbehoefteonderzoek Nederland (WoON), de actualisering van de woningbehoefteraming (PRIMOS) en de (toekomstige) effecten van verdere aanpassing van het Woningwaarderingsstelsel.

1.2. Operationele doelstellingen

1.2.1. Scheppen van randvoorwaarden voor een goed functionerende woningmarkt

Motivering

• Om een goede afstemming van vraag en aanbod op de woningmarkt te bewerkstelligen;

• Om uitwisseling van kennis en informatie tussen VROM en partijen op de woningmarkt te bewerkstelligen.

Instrumenten

Visie op de woningmarkt

Uitvoeren van de acties die zijn opgenomen in de integrale visie op de woningmarkt (aan de Tweede Kamer verzonden in juni 2006). Concreet betekent dit voor 2007:

• Aanjagen van de nieuwbouwproductie (zie artikel 2);

• Implementeren van de acties uit de visie om passend wonen te bevorderen (zie artikel 3);

• Implementeren van de acties om het aanbod flexibeler te maken;

• Implementeren van acties om koopstarters beter aan bod te laten komen op de woningmarkt (zie artikel 3);

• Verkennen van mogelijkheden voor vouchers;

• Onderzoek naar de mogelijkheden om belemmeringen voor verhuismobiliteit in relatie tot arbeidsmobiliteit weg te nemen.

Krachtige Steden

VROM erkent dat de uitvoering van beleidsdoelen op het terrein van wonen, ruimte en milieu lokaal tot dilemma’s kan leiden. Maatwerk is dus geboden. Daarom is VROM in 2006 gestart met een proces onder de noemer Krachtige Steden om samen met de steden, de stedelijke regio’s, marktpartijen en andere stakeholders deze dilemma’s in kaart te brengen, en te zoeken naar nieuwe coalities om de problemen en de uitdagingen aan te pakken. Deze aanpak zal in 2007 worden voortgezet.

Over ongeveer 5 jaar moeten burgers, bedrijven en lokale bestuurders ervaren dat als gevolg van kabinetsbrede inspanningen mede in het kader van het Grotestedenbeleid:

• De economische positie van de steden is verbeterd (in termen van investeringen en groei van de werkgelegenheid);

• Zij een grotere kans hebben een voor hen betaalbare, goede woning in een aantrekkelijke buurt te vinden;

• De negatieve spiraal (verloedering) in aandachtswijken is gekeerd (geen nieuwe wijken die verloederen, positieve ontwikkeling in huidige aandachtswijken);

• De leefbaarheid in de steden is verbeterd (verbetering luchtkwaliteit, oplossing van ruimtelijke knelpunten, verbetering van de sociale veiligheid, meer groen in en om de stad).


VROM draagt op al deze terreinen bij aan krachtige steden. De concrete prestaties zijn opgenomen binnen de diverse begrotingsartikelen. Voor de coördinatie van deze prestaties worden in 2007 de volgende acties uitgevoerd:

• Het opstellen van een vernieuwingsagenda op basis van de dialoog die in 2006 met de omgeving is gevoerd;

• Vormen van nieuwe coalities en werkverbanden die bestaande dilemma’s kunnen aanpakken;

• In kaart brengen van inspirerende praktijkvoorbeelden die als «best practices» actief onder de aandacht worden gebracht;

• In samenwerking met betrokken partijen specifieke kennisvragen destilleren en in samenwerking met de planbureaus en kenniscentra hieraan uitwerking geven;

• Uitvoeren van een nulmeting naar de positie van de steden op de bovenbeschreven onderdelen zodat ontwikkelingen en de resultaten van beleidsinspanningen zijn te volgen.

Toekomst beleid voor de stad

• Beleidsvorming voor de stedelijke vernieuwing vanaf 2010 zodat op tijd duidelijkheid bestaat over (financiële) middelen en beleid en regelgeving gereed zijn;

• Verwerking inhoudelijke bespreking met de Tweede Kamer van de Beleidsbrief Stedelijke Vernieuwing en Evaluatie ISV1.

Kennis als interventie-instrument

• Kennisoverdracht aan en kennisuitwisseling met partners in het woonveld;

• Samenwerking met partners in het woonveld bij de ontwikkeling van kennis;

• Organisatie van een congres, publicaties in vakbladen, onderhoud van een internetsite en informatiedesk met informatie over wonen;

• Vergaren van kennis van beleid van buitenlandse collega-ministeries met name in de EU teneinde het Nederlands beleid internationaal te positioneren en illustreren;

• Vergaren en beschikbaar stellen van voornamelijk Engelstalige informatie over het Nederlands beleid voor buitenlandse professioneel geïnteresseerden.

Kennisinfrastructuur

• Permanente afstemming en uitwisseling van kennis met de planbureaus, andere departementen, wetenschappelijke wereld, adviesorganen en andere kennisinstituten;

• Opstellen meerjarige strategische kennisagenda afgestemd met de externe kennisinfrastructuur;

• Bijdragen aan de Stichting Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV): goedkeuring werkplan en begroting 2007; beoordelen prestaties 2006 aan de hand van prestatieverslag en jaarrekening. De SEV ontvangt voor haar activiteiten jaarlijks maximaal € 1,75 mln als basisbijdrage in de exploitatie. Dit wordt verantwoord in tabel 1.2. onder experimenten en kennisoverdracht;

• Deelname aan internationale, officiële netwerken in EU- en VN-verband en in enkele niet gouvernementele internationale instellingen.

Onderzoek, monitoring, prognoses

• Publicaties van het WoON 2006 (Woononderzoek Nederland), de «woningmarktmodule»; organiseren van een congres over het WoON 2006;

• Afronden van de WoON-module «leefomgeving» en publiceren van de resultaten;

• Afronden van de eerste meting van de WoON-module «energie»;

• Realiseren van de WoON-module «wonen van ouderen»;

• Realiseren van de WoON-module «consumentengedrag» in samenwerking met marktpartijen;

• Monitoring van woningbehoefte door het realiseren van de kwantitatieve (Primos) en kwalitatieve woningmarktprognoses (Socrates);

• Onderzoek naar actuele en toekomstige ontwikkelingen en processen op het terrein van wonen; in het bijzonder woonlastenontwikkeling, prijs- en waardeontwikkeling van woningen, woningmarktgedrag van aanbieders en consumenten en economische en sociale ontwikkelingen in de stad.

Doelgroepen

• Gemeenten, provincies, woningcorporaties, marktpartijen (waaronder de bouwwereld), universiteiten;

• Internationale volkshuisvestingsinstellingen.

Meetbare gegevens

• Tevredenheid van gebruikers van informatie en kennis. Dit zal worden gemeten in het «Tevredenheidsonderzoek» in 2007 en 2010 onder gebruikers van de informatie en de onderzoeksrapporten WoON. De ambitie is om minimaal gemiddeld een 7 (schoolcijfer) als beoordeling te krijgen op kwaliteit, bruikbaarheid en toegankelijkheid;

• Aantal bezoekers van de internetsite met informatie over wonen;

• Aantal kennisoverdrachtactiviteiten VROM (publicaties, presentaties e.d.).

Tabel 1.2. Kennisoverdracht: streefwaarden aantallen publicaties, presentaties enz.
 200520062007
Rapporten668
Publicaties212
Presentaties334
Congressen122
Web-bezoekers3 0005 000

1.2.2. Bevorderen maximale maatschappelijke prestaties van woningcorporaties

Motivering

Om een vernieuwing van de relatie tussen overheid en corporaties te bewerkstelligen waarin de maatschappelijke prestaties meer dan nu zeker worden gesteld, en waarbij er ruimte is voor corporaties om als maatschappelijke onderneming te functioneren. Daarmee moet een duidelijk kader vanuit het rijk worden aangegeven en dient een eigentijdse governancestructuur van toepassing te zijn.

Een en ander moet gepaard gaan met terugdringing van regelgeving, behoud van het hybride karakter binnen de kaders van een gelijk speelveld, en prestatietoezicht op behoud en inzet van het maatschappelijk gebonden vermogen.

Instrumenten

• Nadere uitwerking van de beleidsvoornemens ten aanzien van de relatie overheid-woningcorporaties, de sturing op prestaties, de inrichting van de woningcorporaties en de governance bij woningcorporaties, zoals aan de Kamer aangeboden met brief van 12 december 2005 (Kamerstukken II, 2005–2006, 29 453, nr. 30). Op basis van bespreking in 2006 met de Tweede Kamer volgt vertaling in regelgeving en het in procedure brengen van die voorstellen tot regelgeving;

• Nadere uitwerking van de inrichting en organisatie van het toezicht op woningcorporaties en het vervolgens, na bespreking met de Tweede Kamer, vertalen in regelgeving en in procedure brengen van die voorstellen tot regelgeving;

• Voorstellen tot regelgeving inzake de transparantie en mogelijk ook normering van (top)inkomens bij woningcorporaties ontwikkelen en in procedure brengen;

• De gerealiseerde prestaties van woningcorporaties volgen en hierover de Tweede Kamer rapporteren in de (jaarlijkse) prestatiebrief woningcorporaties;

• Uitbrengen van het individueel oordeel per corporatie over financiële situatie, rechtmatig handelen en de volkshuisvestelijke prestaties;

• Zonodig uitbrengen van circulaires ter nadere interpretatie van regelgeving of met verzoeken tot medewerking;

• Uitvoeren reguliere toezichttaken bij corporaties: bewaken grens van het werkdomein, ingrijpen bij (bestuurs)crises en onregelmatigheden, beoordelen van fusies, van uitbreiding van het werkgebied en van verkoopconstructies.

Doelgroepen

Woningcorporaties

Meetbare gegevens

De prestaties van woningcorporaties moeten primair worden afgezet tegen de lokale en regionale opgaven. De bijdrage van woningcorporaties aan de realisatie van doelstellingen ten aanzien van nieuwbouw en herstructurering komt aan de orde in artikel 2. De bijdrage van woningcorporaties aan het waarborgen van de betaalbaarheid van het wonen komt aan de orde in artikel 3.

In de brief van 12 december 2005 (kamerstukken II, 2005–2006, 29 453, nr. 30) is het voornemen opgenomen om aan de hand van een normatieve investeringsdoelstelling te beoordelen of een corporatie voldoende maatschappelijke prestaties levert in relatie tot haar financiële armslag. Deze zal in regelgeving worden verankerd.

Streefwaarden: zie tabel 2.2 (Voldoende woningbouwproductie) van artikel 2 en tabel 3.3 (Passend toegewezen woningen) van artikel 3.

Planning

• Per 1 januari 2007 de systematiek van het sturen op prestaties van woningcorporaties, zoals voorgesteld in de brief van 12 december 2005 (kamerstukken II, 2005–2006, 29 453, nr. 30) in werking te laten treden;

• Voorstellen tot aanpassing wet- en regelgeving inzake de inrichting van woningcorporaties, de governance bij woningcorporaties en het toezicht op woningcorporaties in de loop van 2007 aan de Tweede Kamer aan te bieden;

Voorstellen tot regelgeving inzake de transparantie en mogelijk ook normering van (top)inkomens in de loop van 2007 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

1.2.3. Versterken van de positie van de woonconsument

Motivering

Om de mondigheid en rechtspositie van de woonconsument te versterken.

Instrumenten

Positie huurders en huurdersorganisaties

• Gedurende het jaar 2006 zijn de voorstellen van de Commissie Leemhuis uitgewerkt en is de wetgevingsprocedure van start gegaan. In 2007 zal de aangepaste Wet overleg huurders verhuurder (WOHV) in werking treden. De rechten van de huurder op informatie, overleg en advies worden hiermee op een aantal punten uitgebreid en verduidelijkt. De verschillen tussen sociale en particuliere sector worden weggenomen zonder de verworvenheden die bereikt zijn voor de sociale verhuurder geweld aan te doen.

Doelgroepen

Huurders, huurdersorganisaties, woonconsumenten

1.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 1.3. Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid:
Soort onderzoekOnderwerpAD/ODA. StartB. Afgerond
BeleidsdoorlichtingBevorderen maximale maatschappelijke prestaties van woningcorporaties1.2.2A. 2008B. 2008
    
EvaluatiesCentraal Fonds Volkshuisvesting1.2.2A. 2006B. 2007
    
MonitoringTussen gemeenten en betrokken woningcorporaties gemaakte prestatieafspraken1.2.2Jaarlijks
 Effecten en knelpunten Bbsh1.2.2A. 2006B. eind 2007
    
BeleidsondersteunendTevredenheid van partijen op de woningmarkt over de informatie, onderzoeksrapporten en kennisuitwisseling1.2.1A. 2007B. eind 2007
 Investeringsgedrag corporaties1.2.2A. 2006B. eind 2007