Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2.2. Operationele doelstellingen

2.2.1. Stimuleren van voldoende woningproductie

Motivering

Om de woningmarkt te ontspannen moet de woningproductie, met name in de stedelijke regio’s, worden verhoogd in overeenstemming met de woningbehoefte. VROM faciliteert, stimuleert (in brede allianties) en monitort (lokaal en regionaal) de woningproductie.

Instrumenten

Verhogen woningproductie

• Stimuleren en monitoren van de uitvoering van de convenanten woningbouwafspraken 2005 t/m 2009 (inclusief eigenbouw);

• Stimuleren en monitoren van de investeringen van corporaties in nieuwbouw;

• Stimuleren en monitoren van de streek- en bestemmingsplancapaciteit;

• De inzet van VROM-aanjaagteams om belemmeringen op locaties weg te nemen;

• Onderzoek naar stimuleringsmogelijkheden collectief opdrachtgeverschap, met inbreng van burgers i.s.m de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV);

• Uitvoering experiment zelfwerkzaamheid bewoners bij ombouw voormalig rijkskantoor i.s.m de SEV;

• Bijdragen aan de totstandkoming van een VROM-vergunning;

• Afronding parlementaire behandeling (zie artikel 10);

• Ontwikkeling handreiking kosten-batenanalyse als hulpmiddel ten behoeve van de afweging van woningbouwplannen, in samenwerking met gemeenten, provincies en andere departementen.

Grondbeleid

(Brief over grondbeleid van de decentrale overheden en vierde voortgangsbrief grondbeleid kamerstukken II, 2004–2005, 27 581 XI, nr. 20)

• Implementatie Grondexploitatiewet (beoogde inwerkingtreding 1-1-2008): invoeringsbegeleiding gemeenten en provincies;

• Uitwerking Nota Grondbeleid en uitvoeringsagenda Nota Ruimte;

• Nadere uitwerking kabinetsstandpunt inzake concurrentiebevordering (kamerstukken II, 2004–2005, 27 581 XI, nr. 19 (herdruk)): nulmeting, verantwoordingsplicht en reiswijzer marktselectie en gebiedsontwikkeling (gestart in 2006, doorloop 2007);

• Modernisering en vereenvoudiging Wet voorkeursrecht gemeenten (start 2005, afronding 2007);

• Kabinetsstandpunt stedelijke herverkaveling en berichtgeving aan de Tweede Kamer;

• Stimuleren gebruik handreiking grondprijsbeleid;

• Ontwikkelen transparant grondbeleid woningcorporaties (start 2007);

• Anticiperen op en beïnvloeden van EU-grondbeleid: met name staatssteun, aanbesteding en PPS;

• Voorbereiden kabinetsstandpunt inzake regionaal kostenverhaal en verevening;

• Herziening onteigeningswet (afhankelijk van de voortgang bij het ministerie van Justitie).

Doelgroepen

• Alle woningzoekenden;

• Andere overheden, corporaties, marktpartijen en particuliere bouwers.

Meetbare gegevens

• Per 1-1-2010 is in elk van de 20 stedelijke regio’s de op regionaal niveau overeengekomen woningproductie 2005 t/m 2009 gerealiseerd. Het woningtekort wordt daarmee, naar verwachting, teruggebracht tot gemiddeld 1,5% in 2010;

• Per 1-1-2008 is in elk van de 20 stedelijke regio’s de op regionaal niveau overeengekomen woningproductie 2005 t/m 2007 gerealiseerd. Het woningtekort wordt daarmee, naar verwachting teruggebracht tot gemiddeld 2,2% in 2008. De gerealiseerde aantallen per regio tot 2008 dan wel 2010 zijn bepalend voor de vraag of het overgangsgebied in de betreffende regio per 2008 dan wel 2010 kan worden beeindigd (zie brief over modernisering huurbeleid kamerstukken II, 2004–2005, 27 926, nr. 52);

• Woningproductie in 2007 moet substantieel hoger zijn dan afgelopen jaren;

• Nieuwbouw door corporaties moet in de periode 2005–2009 minimaal 111 000 woningen (huur en koop) bedragen;

• Het aandeel in de jaarlijkse woningproductie van middels eigenbouw gerealiseerde woningen in de stedelijke regio’s in 2010 is verdubbeld ten opzichte van 2000;

• Toename doorstroming, met name ten behoeve van lagere inkomensgroepen, starters en senioren.

Tabel 2.2. Prestatie-indicatoren voldoende woningproductie
 BasiswaardeRealisatieStreefwaarden 
Woningproductie20042005200620072005 t/m 2009 
Nieuwbouw 20 stedelijke regio’s50 30055 80068 00075 000ca. 360 000 
Totale nieuwbouw Nederland71 60074 40085 00092 000445 000 
Waarvan overige toevoeging6 3007 4005 0005 00025 000 
Eigenbouw20002005  2010 
% van woning-productie in stedelijke regio’s10%6,5%  20% 
Woning-productie corporaties200420052005 t/m 20072008 t/m 20092005 t/m 2009 
Huur en koopwoningen14 60017 00051 00060 000111 000 
Woningtekort (in %)20022005  20082010
 2,72,5 (raming)  2,21,5

Opmerkingen bij tabel:

– Bron basiswaarden: WBO 2002; CBS

– Bron realisatiewaarden: Primos 2005; CBS

– Bron streefwaarden woningproductie: woningbouwafspraken 2005–2010

– Woningproductie corporaties: afspraken in het kader van het huurbeleid


De ontwikkeling van de doorstroming ten opzichte van de situatie WBO 2002 wordt gemonitord met het 3 jaarlijkse WoON vanaf 2006. Door middel van de algemene onderzoekspublicatie daarover wordt de Tweede Kamer nader geïnformeerd over die ontwikkeling (eind 2006 en 2009).

2.2.2. Verruiming van aanbod van geschikte woningen voor senioren en gehandicapten

Motivering

Om senioren en gehandicapten zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen dient het aantal geschikte, zelfstandige woningen voor senioren en gehandicapten structureel toe te nemen.

Instrumenten

Uitvoeren van het VROM/VWS actieplan (Modernisering AWBZ: brief minister en staatssecretaris met het actieplan «Investeren in de toekomst» ( kamerstukken II, 2003–2004, 26 631 XI, nr. 99) waarbij in 2007 de nadruk ligt op:

• Afronding communicatie gericht op oudere eigenaar bewoners;

• Stimuleren sterkere inzet van private partijen;

• Stimuleren van de realisatie van verzorgd wonen;

• Stimuleren dat gemeenten de openbare ruimte toegankelijk inrichten;

• Mogelijkheden seniorenstad inventariseren;

• Ondersteuning seniorenorganisaties bij beïnvloeding lokaal woonbeleid;

• Resultaten 1e woonzorgmonitor.


Zorg en dienstenstelsel in relatie tot wonen; vergrijzingsproblematiek zoals weergegeven in de kabinetsnota Ouderenbeleid in het perspectief van de vergrijzing (kabinetsnota; kamerstukken II, 2004–2005, 29 389 XI, nr. 5):

• Uitvoering stappenplan scheiden wonen en zorg.

Doelgroepen

• Senioren en gehandicapten;

• Andere overheden, corporaties en marktpartijen.

Meetbare gegevens

• Beter evenwicht tussen vraag en aanbod van geschikte woningen;

• Het aantal volledig geschikte woningen voor senioren en gehandicapten in 2010 is toegenomen met 255 000 woningen ten opzichte van 2002;

Tabel 2.3. Prestatie-indicatoren geschikte woningen senioren en gehandicapten
 Basiswaarde 2002 Streefwaarden 2010 (toename t.o.v. 2002)
Aantal gewone nultrede woningen1 650 000 156 000
Aantal «verzorgd wonen» woningen95 000 99 000
Totaal aantal geschikte woningen1 745 000 255 000 (55 000 in G-31)
Aandeel geschikte woningen in de nieuwbouw Nederland totaal (%)34 40% van jaarlijkse woningproductie

Opmerkingen bij tabel:

Bron basiswaarden: WBO 2002; CBS

Bron realisaties: WoON 2006; CBS


De ontwikkeling van het evenwicht tussen vraag en aanbod van geschikte woningen (slaagkans senioren) ten opzichte van de situatie WBO 2002 wordt gemonitord met het 3 jaarlijkse WoON vanaf 2006. Door middel van de algemene onderzoekspublicatie daarover wordt de Kamer nader geïnformeerd over die ontwikkeling.

2.2.3. Bevorderen van de leefbaarheid van wijken

Motivering

Om de concentratie van lage inkomensgroepen te verminderen, de negatieve effecten van de concentratie van allochtonen op hun integratie tegen te gaan en de gevoelens van verloedering en onveiligheid te verminderen is het noodzakelijk dat oude woonwijken met een grootschalige en eenzijdig samengestelde woningvoorraad worden geherstructureerd en de openbare ruimte wordt aangepast. Die fysieke herstructurering moet ook bijdragen aan de verbetering van de leefbaarheid, ofwel de kwaliteit van het samen leven in wijken en buurten (sociaal-fysieke wijkaanpak). Bewoners moeten in een vroeg stadium worden betrokken bij de wijkaanpak.

VROM faciliteert, stimuleert (in brede allianties) en monitort de herstructurering van buurten en wijken.

Instrumenten

ISV

• Herijking van de overeengekomen prestaties middels stadsgesprekken met de G31-gemeenten in het kader van de in het GSB beleid afgesproken mid-term review;

• Stimuleren en monitoren (inhoudelijk en procesmatig) van de uitvoering van de meerjarenontwikkelingsprogramma’s GSB III/ISVII, 2005 t/m 2009. Inbreng resultaten in mid-term review GSB;

• Kennis en informatie overdracht onder meer in samenwerking met het Kennis, Expertise en Innovatiecentrum Stedelijke Vernieuwing (KEI);

• Uitvoering geven aan het Actieprogramma Ruimte en Cultuur door middel van de actie naoorlogse wijken.

Actieprogramma Herstructurering/56 wijken

• Monitoring van voortgang in de uitvoering. De Tweede Kamer wordt de 1e helft 2007 geïnformeerd over resultaten;

• Stimuleren van lokale partijen en interventie bij knelpunten (o.a. middels de inzet van VROM-impulsteams);

• Stimuleren en agenderen van knelpunten bij de Rijksoverheid;

• Kennisuitwisseling succesfactoren.

Sociaal-fysieke wijkaanpak

• Ontwikkelen gezamenlijke aanpak in samenwerking met gemeenten en onder meer corporaties om (gevoelens van) onveiligheid weg te nemen, en de leef- en woonkwaliteit van buurten en wijken te vergroten, naar het voorbeeld van de aanpak in Rotterdam;

• Uitvoering van het programma Wijken voor nieuwe vitale coalities, in samenwerking met betrokken departementen (in 2006 gestart in 13 pilotwijken);

• Burgers worden betrokken bij de sociaal-fysieke aanpak door actieve participatie in pilots en onderzoekstrajecten.

Bijzondere aandachtsgroepen

• Monitoren van de uitvoering van het Plan van aanpak maatschappelijke opvang dak- en thuislozen, van Kabinet en G4 (kamerstukken II, 2005–2006, 29 325, nr. 8);

• Verdere stimulering van corporaties om activiteiten te ontplooien op de onderste sporten van de woonladder, onder meer de 2e uitreiking van de Zilveren Woonladder;

• Monitoren van de huisvesting van studenten;

• Bijdragen aan Breed Initiatief Maatschappelijke Binding;

• Uitvoering VROM-deel Actieplan Operatie Jong.

Doelgroepen

• Alle burgers in oude stadswijken;

• Andere overheden, corporaties en marktpartijen.

Meetbare gegevens

• Toename middeldure en dure woningen (ten behoeve van midden en hoge inkomens) in bestaand stedelijk gebied in de G-31;

• Toename van de bijdrage van randgemeenten aan de huisvesting van lage inkomensgroepen;

• Verbeteren van de kwaliteit van de woning, de directe woonomgeving en de openbare ruimte, met name in oude stadswijken;

• Duurzaam en evenwichtig verbeteren van de leefkwaliteit, met name in oude stadswijken.

De ontwikkeling van bovenstaande indicatoren t.o.v. de situatie WBO 2002 wordt gemonitord met het 3 jaarlijkse WoON vanaf 2006. Door middel van de algemene onderzoekspublicatie daarover wordt de Tweede Kamer nader geïnformeerd over die ontwikkeling.

• adequate huisvesting van bijzondere aandachtsgroepen (in 2007 in G4 25% minder dak- en thuislozen dan de 10 250 in 2005);

• terugdringen aantal uithuiszettingen (in 2008 30% minder dan in 2004).

Tabel 2.4. Prestatie-indicatoren ambities 56 wijken
 Basiswaarde jaargemiddelde 2000–2003Realisatie (2005)Streefwaarde jaargemiddelde 
Nieuwbouw huur9501 5502 40030 % huur
Nieuwbouw koop1 5501 6005 35070 % koop
Verkoop huurwoningen1 0001 7501 000 
 Basiswaarde (2002) Streefwaarde 
Aandeel koopwoningen (in % van de woningvoorraad)29% 40% 
Aandeel huurwoningen71% 60% 

– De gegevens voor de 56 wijken zijn gebaseerd op 55 afgeronde prestatieafspraken van lokale partijen per 16 februari 2006. De afspraken kennen verschillende looptijden en zijn herleid tot gemiddelde jaarschijven.

2.2.4. Garanderen van de minimale bouwtechnische en gebruikstechnische kwaliteit van gebouwen en bevorderen van een hogere kwaliteit daarvan

Motivering

Om alle gebouwen aan minimale bouwtechnische eisen te laten voldoen, stelt VROM kaders en formuleert minimale prestaties (bouwregelgeving). Dit heeft tot doel bij bestaande gebouwen en bij nieuwbouw en verbetering van gebouwen de veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid te waarborgen. Om aansluiting te houden bij technologische, maatschappelijk, bestuurlijke en politieke ontwikkelingen, stimuleert VROM bovenminimale kwaliteit en innovaties. Om CO2-reductie te bewerkstelligen heeft VROM doelstellingen voor onder andere energiebesparing in de gebouwde omgeving.

Instrumenten

Garanderen van de minimale bouwtechnische en gebruikstechnische kwaliteit van gebouwen

1. Verbetering en vereenvoudiging bouwvergunningprocedures voor burgers en bedrijven door:

• Invoering en voorlichting wijziging Woningwet (handhavingsbeleidsplan);

• Voorbereiding indiening wetsvoorstel wijziging Woningwet bij de Tweede en Eerste Kamer in 2008: wettelijke basis voor het Gebruiksbesluit en verdere deregulering (Brieven Modernisering van de Bouwregelgeving, kamerstukken II, 2004–2005, 28 325 XI, nr. 17 en nr. 19; Meibrief: Voortgangsbrief stand van zaken bouwregelgeving: zomer 2006);

• Voorbereiding van de Certificering Preventieve toets Bouwbesluit-voorschriften per 2008;

• Uitvoering plan van aanpak «Transparantie kwaliteit van Woningen»;

• Helpdesk bouwregelgeving;

• Standpuntbepaling n.a.v. evaluatie Woningwet (evaluatie van o.a. het welstandstoezicht en verruiming van het vergunningsvrij bouwen);

2. Vaststellen minimale kwaliteit van woningen en overige gebouwen door:

• Voorbereiding wijziging Bouwbesluit 2003 in verband met deregulering en vereenvoudiging: eerste helft 2007 voor advies naar Raad van State en voorbereiden voorlichting inwerkingtreding per 2008. Deze wijziging beoogt een verdere deregulering van voorschriften woonwagens en celgebouwen, afstemming voorschriften brandveiligheid, arbeidsomstandigheden en aanscherping EPC-U;

• Aanscherping Energie Prestatie Coëfficiënt voor nieuwe utiliteitsgebouwen (EPC-U);

• Voorlichting en inwerkingtreding landelijke uniformering voorschriften brandveilig gebruik bouwwerken uit de bouwverordening in het Gebruiksbesluit. Hiermee wordt het aantal gebruiksvergunning-plichtige bouwwerken met 80% gereduceerd (vanaf 1-05-2007);

• NEN-normen afstemmen op regelgeving, en vereenvoudigen;

3. Implementatie Europese regelgeving:

• Uitvoering implementatie Europese Normen in Nederlandse regelgeving en implementatie Richtlijn Bouwproducten (CE-markering);

• Publicatie van het Besluit en de Regeling ter implementatie van de EPBD per 1–1-2007 (Kamerstukken II, brief 28 325, nr. 38 d.d. 20 april 2006). Om energiebesparing in gebouwde omgeving te stimuleren zal het ministerie van EZ in samenwerking met VROM medio 2008 «Witte Certificaten» introduceren waarmee energieleveranciers worden verplicht om energiebesparing bij hun klanten te bewerkstelligen. Dit instrument wordt gekoppeld aan het VROM-beleid (Energieprestatiecertificaat);

4. Bijdragen aan totstandkoming Omgevingsvergunning (zie artikel 10).

Verbeteren van de bouwtechnische kwaliteit van gebouwen en stimuleren van innovatie:

5. Verbetering (brand-)veiligheidsniveau van gebouwen door:

• Bijdrage update brandveiligheidsconcept cellen en celgebouwen;

• Standpuntbepaling naar aanleiding van resultaten Monitoring veiligheid gas en elektra;

6. Beperking CO2-emissie in de sector gebouwde omgeving door:

• Uitvoering activiteiten ten behoeve van het programma Energiebewust Wonen en Werken (Kompas-programma 2007) (Evaluatie Klimaatbeleid, brief over het klimaatbeleid voor de gebouwde omgeving, kamerstukken II, 2004–2005, 28 240 XI, nr. 17);

• Uitvoering projecten Tijdelijke Regeling CO2-reductie gebouwde omgeving; (Evaluatie klimaatbeleid, brief Tijdelijke regeling energiebesparing in de gebouwde omgeving ( kamerstukken II, 2004–2005, 28 240 XI, nr. 33);

• Uitvoering 4e tender Energiebesparing Lagere Inkomens (TELI) (mede naar aanleiding van amendement Samsom);

• Uitvoering motie Spies: uitwerking en implementatie van de voorstellen die worden gedaan in de Tweede Kamer brief over energiebesparing in de gebouwde omgeving (2e helft 2006);

• Energietransitie: de activiteiten van het energietransitie-platform voor de gebouwde omgeving worden gevolgd en ondersteund.

7. Verhoging gezondheidsniveau in gebouwen:

• Uitvoering beleidsvoornemens naar aanleiding van resultaten onderzoek gezondheidskwaliteit van bepaalde delen van de woningvoorraad;

• Voorbereiding monitoring gezondheid woningen met een aangescherpte EPC (naar aanleiding van motie Vietsch);

8. Vermindering negatieve milieueffecten bij het bouwen en beheren van gebouwen:

• Uitvoeren resultaten praktijkproef bouwen en milieu;

• Uitvoering advies van Project Bewoners en (Duurzaam) Bouwen;

• Uitvoeren projecten VACpunt Wonen conform de meerjarenafspraak.

Doelgroepen

Het beleid richt zich op burgers, gemeenten en bedrijven. Gemeenten en bouwbedrijven moeten de regelgeving kunnen toepassen in de praktijk. Daarbij moeten gemeenten het tevens kunnen uitleggen aan de gebruikers (burger en professionele bouwers).

Meetbare gegevens

Tabel 2.5. Prestatie-indicatoren bouw- en gebruikstechnische kwaliteitsgebouwen
Prestatie-indicatorenBasiswaardenStreefwaarden
Garanderen van minimale bouwtechnische en gebruikstechnische kwaliteit van gebouwen.  
– Verbetering naleving bouw- gerelateerde voorschriftenZie artikel 12.2.2: adequate naleving woningwettakenZie artikel 12.2.2: adequate naleving woningwettaken
– Administratieve lastenvermindering van de bouwvergunningprocedure323 miljoen per 31/12/2002 voor DGWVermindering administratieve lasten binnen deze kabinetsperiode met 10%
Verbeteren van de bouwtechnische kwaliteit van gebouwen en stimuleren van innovatie  
– Brandveiligheid38 doden/799 gewonden per jaar bij branden in woningen (excl. brand- weerpersoneel en met betrekking tot referentiejaar 2000 (CBS)Aantal doden en gewonden neemt niet toe
– Beperking CO2-emissie in de gebouwde omgeving # Emissieplafond van 28 Mton in 2010; 1,3 % energiebesparingstempo (afh. van EZ-brief aan TK)

# Omdat er met emissieplafonds wordt gerekend en niet met reductiedoelstellingen is er niet een basiswaarde voorradig (is in de loop van de jaren nl. aangepast).