Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

34 Betrouwbare netwerken, voorspelbare reistijden en een goede bereikbaarheid

Algemene doelstelling

Betrouwbare netwerken, voorspelbare reistijden en een goede bereikbaarheid realiseren.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om de economie en de internationale concurrentiepositie van Nederland te versterken, waarvoor een goed functionerend systeem voor personen- en goederenvervoer met voorspelbare reistijden en een goede bereikbaarheid van deur tot deur essentieel zijn. Daarvoor werkt VenW aan voldoende betrouwbaarheid en capaciteit op de hoofdinfrastructuurnetwerken, verleent en beheert concessies voor het beheer van de spoorinfrastructuur en het vervoer op het hoofdrailnet, werkt samen met decentrale overheden aan verbetering van de regionale bereikbaarheid en zorgt ervoor dat bedrijven en burgers in staat zijn waar mogelijk zelf in hun mobiliteitsbehoefte te voorzien. Deze doelstelling heeft betrekking op de modaliteiten weg, water, spoor en regionale netwerken.

In de regionale netwerkanalyses wordt door regionale overheden, rijksoverheid en anderen samengewerkt om de verkeer en vervoerproblemen te analyseren en oplossingen uit te werken ter verbetering van de deur tot deur bereikbaarheid. Voor de maatregelen uit de netwerkanalyses die gezamenlijk geïmplementeerd kunnen worden wordt een driedeling aangehouden:

a. de korte termijn 2007–2010;

b. een gedeelde agenda voor de langere termijn;

c. een andere benadering van investeringsbeslissingen waarin bereikbaarheid van deur tot deur centraal staat.

Verantwoordelijkheid

VenW richt zich op een integrale netwerkbenadering waarbij decentraal gedaan wordt wat decentraal kan en centraal gedaan wordt wat centraal moet. De Minister is verantwoordelijk voor:

• het goed functioneren van het systeem voor het personen- en goederenvervoer over weg, water en spoor;

• aanleg, beheer en onderhoud van de hoofdinfrastructuurnetwerken voor weg, water en spoor, inclusief verkeersmanagement op deze netwerken;

• uitvoering geven aan «Anders betalen voor mobiliteit»;

• kaders, bevoegdheden, middelen en instrumenten ontwikkelen die decentrale overheden in staat stellen om de regionale bereikbaarheid te verbeteren;

• kaders die bedrijven en personen in staat stellen zelf in hun mobiliteit te voorzien, zoals bijvoorbeeld mobiliteitsmanagement;

• het houden van toezicht op de uitvoering van wet- en regelgeving. Dit toezicht bestaat uit de hoofdproducten toelating/continuering, inspectie/handhaving en kennis, advies en berichtgeving.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

• de ontwikkeling van de mobiliteitsgroei (de in de Nota Mobiliteit gehanteerde verwachting) en van de economie;

• samenwerking met en tussen decentrale overheden, de spoorsector, maatschappelijke organisaties en bedrijven, onder andere via netwerkanalyses in stedelijke regio’s;

• oplossing van de (juridische) knelpunten als gevolg van de luchtkwaliteit.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
34. Betrouwbare netwerken en acceptabele reistijd2005200620072008200920102011
Verplichtingen 243 533222 760134 054106 73494 72085 286
Uitgaven327 332244 606142 943119 26794 61182 19972 812
34.01 Netwerk Weg4 2185 16717 00616 4984 5014 5024 500
34.01.01 Algemene strategie- en beleidsontwikkeling2 2322 6722 7462 7382 7412 7422 740
34.01.02 Beheer en onderhoud74818181818181
34.01.03 Anders betalen voor mobiliteit356388387387387387387
34.01.04 Benutting en aanleg van weginfrastructuur5291 17513 07412 574574574574
34.01.05 Verkeersmanagement       
34.01.06 Weginfrastructuur voor het goederenvervoer1 027851718718718718718
34.02 Netwerk vaarwegen1 4912 4732 1292 1612 1682 1702 166
34.02.01 Vaarweginfrastructuur1 4912 4732 1292 1612 1682 1702 166
34.03 Netwerk spoor100 43688 34165 52858 67553 46145 14836 572
34.03.01 Algemene strategie- en beleidsontwikkeling1 0271 318916886886886886
34.03.02 Beheer cf. Spoorwegwet568597595595595595595
34.03.03 Beheer overig2772436868686868
34.03.04 Vervoer cf. Concessiewet98 42286 00063 76656 94351 72943 41634 840
34.03.05 Vervoer overig117128128128128128128
34.03.06 Kwaliteit spoorverbindingen goederenvervoer25555555555555
34.04 Netwerk decentraal/regionaal vervoer221 187148 62558 28041 93334 48130 37929 574
34.04.01 Algemene strategie en beleidsontwikkeling3 1249 1275 5665 0235 0425 0455 039
34.04.02 Samenwerking Rijk en decentrale overheden7532 35413 9524 670650650650
34.04.03 Stimulering dec.overheden, bedrijfsleven en maatsch. organisaties4 5057 1035 7705 7705 7705 7705 770
34.04.04 Stimulering marktwerking OV210 550127 16920 98515 78613 4739 1658 319
34.04.05 Stimulering toegankelijkheid OV1 4881 1651 060760760760760
34.04.06 Stimulering marktwerking Taxi7671 7072 4051 487987987987
34.04.07 Inspectie Verkeer en Waterstaat  8 5428 4377 7998 0028 049
Van totale uitgaven       
– Apparaatsuitgaven 8 80117 08816 37615 73815 94115 988
– Agentschapsbijdrage 4 5676 9075 4874 0074 0174 005
– Restant 231 238118 94897 40474 86662 24152 819
34.09 Ontvangsten 982 3722 0391 9662 4462 446



kst99341_2_09.gif

Netwerk weg

De post beleidsmatig verplicht bestaat voornamelijk uit middelen voor het programma Filevermindering, onderzoekskosten en bijdragen aan de commissie Tunnelveiligheid.

Netwerk vaarwegen

De complementair noodzakelijke uitgaven hebben betrekking op uitgaven voor vervolgopdrachten om vernieuwingen in gang te zetten, zoals bijvoorbeeld kwantificeren economische belang binnenvaart en vaarwegen en beprijzing, gerelateerd aan de studie beleidsontwikkeling vaarweginfrastructuur die in 2006 moet worden afgerond.

Netwerk Spoorwegen

Deze uitgaven zijn grotendeels juridisch verplicht. Dat heeft te maken met het feit dat het grootste gedeelte van dit budget bestaat uit Contractsectorlijnen (meerjarige concessies). De complementair noodzakelijke uitgaven betreffen de middelen voor onderzoek.

Netwerk decentraal/regionaal vervoer

De post bestuurlijk gebonden betreft dat deel van de bijdrage voor het project OV-chipkaart dat niet is overgeheveld naar de BDU. De post beleidsmatig verplicht bestaat uit kosten voor het programma Filevermindering, onderzoek, stimulering marktwerking taxi/vervoeraanbieders. Complementair noodzakelijk bestaat met name uit kosten WROOV en NMA.

34.01 Netwerk Weg: Reistijden over de weg betrouwbaar en acceptabel maken

Motivering

Om goede bereikbaarheid van de economische kerngebieden, mainports en stedelijke netwerken in Nederland te realiseren, om de economische schade door onbetrouwbaarheid en files te beperken en om de reistijd van deur tot deur waar nodig te verbeteren.

Producten

Algemene strategie en beleidsontwikkeling

Algemene beleidsontwikkeling en -ondersteuning die productoverstijgend is, op het gebied van netwerk weg.

Onder dit product worden ook verantwoord de uitgaven voor de onafhankelijke Commissie Tunnelveiligheid, die zal adviseren bij de bouw van tunnels. Deze commissie is in 2006 opgericht.

Een concrete activiteit betreft het begin van de uitvoering van de maatregelen die voortvloeien uit de netwerkanalyses.

Beheer en onderhoud

Het Rijk beheert het hoofdwegennet, de decentrale overheden beheren het onderliggend wegennet. Het beheer en onderhoud van de hoofdwegen wordt door Rijkswaterstaat uitgevoerd. Uit de Mid-term Review Beheer en Onderhoud (MTR) blijkt dat het inlopen van het achterstallig onderhoud wegen op schema ligt. Deze is als bijstuk bij de begroting van het Infrastructuurfonds 2007 opgenomen.

In lijn met de Plannen van Aanpak wordt de komende jaren verdere uitvoering geven aan het inlopen van het achterstallig onderhoud wegen. Deze producten zijn op het Infrastructuurfonds (artikel 12) terug te vinden.

Anders betalen voor mobiliteit

Het kabinet kiest voor een eerlijke en transparante wijze van betalen voor mobiliteit en gaat voortvarend aan de slag met de kilometerprijs. In 2012 wordt invoering nagestreefd. Voorwaarde hierbij is dat de invoeringskosten aanzienlijk lager uitvallen dan geraamd in het advies van het Platform Anders Betalen voor Mobiliteit en dat de uitvoerings- en handhavingkosten in redelijke verhouding staan tot de opbrengsten (maximaal 5%).

Op weg naar de invoering van de kilometerprijs neemt het kabinet de noodzakelijke eerste stappen zoals geschetst in het advies van het platvorm Nouwen.


Bij de uitwerking staat samenwerking met de omgeving centraal. In het «Werkprogramma Anders Betalen voor Mobiliteit» worden de aanbevelingen van de TCI overgenomen. Dit vindt zijn uitwerking onder meer in gefaseerde besluitvorming met go/no go momenten.


Voor de uitvoeringsmiddelen wordt verwezen naar artikel 17 van het infrastructuurfonds.

Benutting en aanleg van weginfrastructuur

Het hoofdwegennet en het onderliggend wegennet worden als één samenhangend netwerk benaderd. Bij knelpunten zoeken overheden gezamenlijk, in een «MIT-verkenning nieuwe stijl» of als onderdeel van een netwerkanalyse, naar oplossingen. Dit kan benutting of aanleg van infrastructuur zijn op zowel het hoofdwegennet als het onderliggend wegennet. Bij de keuze van oplossingen staat verbetering van de van deur tot deur bereikbaarheid voorop. Concrete activiteiten op dit gebied zijn:

• uitvoeren van het benuttingprogramma ZSM (zie IF art 12);

• benutten van de mogelijkheden van de markt bij de uitvoering van de plannen in de Nota Mobiliteit;

• uitvoeren van de wegenprojecten in het MIT (zie MIT voor concrete activiteiten in 2007);

• besluitvorming ten aanzien van het Noordvleugelprogramma afronden in 2007;

• Aanpak files korte termijn: Een spoor in de filebestrijding voor de komende jaren is het «Programma Filevermindering». Dat programma is in 2006 gestart om de landelijke werkzaamheden en specifieke projecten te ondersteunen met andere maatregelen die snel realiseerbaar zijn. Die voert VenW voor een groot deel in 2007 uit. Een volledig overzicht van het Programma Filevermindering is als bijlage bij deze begroting 2007 gevoegd. De uitgaven hiervoor worden grotendeels geraamd op het Infrastructuurfonds.

Verkeersmanagement

De wegbeheerder zorgt voor een goed werkend systeem voor verkeersmanagement, incident management en verkeersinformatievoorziening. In de komende jaren zal VenW proberen de overlast door wegwerkzaamheden zoveel mogelijk te beperken. De uitgaven hiervoor worden geraamd op het Infrastructuurfonds.

Weginfrastructuur voor het goederenvervoer

Het Kwaliteitsnet Goederenvervoer is een samenhangend netwerk van verbindingen tussen economische centra waarover goederenvervoer op een verantwoorde wijze kan worden afgewikkeld.

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln)
Art. Omschrijving200620072008200920102011
IF 12 Hoofdwegennet1 8672 6843 3043 1552 9981 812
IF 17.01 Westerscheldetunnel8     
IF 17.04 Anders betalen voor Mobiliteit8     

Meetbare gegevens

Netwerk Weg: Reistijden over de weg betrouwbaar en acceptabel maken

Prestatie-indicator Acceptabele reistijd
IndicatorWaarde 2005Basiswaarde 2001Streefwaarde 2020
Een acceptabele reistijd:percentage trajecten waar streefwaarde wordt gehaald84%86%reistijd in spits max. 1,5 reistijd buiten spits; op stedelijke ringwegen maxi- maal 2 X buiten de spits 100%

Bron: RWS/AVV


Prestatie-indicator Achterstallig onderhoud
IndicatorWaarde 2005Basiswaarde 2004Streefwaarde 2006Streefwaarde 2007
Afname achterstallig onderhoud324 km179 km744 km1 300 km

Bron: RWS/AVV


Prestatie-indicator Voertuigverliesuren
IndicatorWaarde 2005Basiswaarde 2000Streefwaarde 2007Streefwaarde 2020
Voertuigverliesuren in files index 2000 = 100 *12210013460

Bron: RWS/AVV

* Het Rijk heeft de ambitie de filezwaarte (in voertuigverliesuren) op het hoofdwegennet in 2020 terug te brengen tot het niveau van 1992. De TK heeft bij de behandeling van de NOMO aangeven dat ook op deze doelstelling moet worden gestuurd. Voor de inhoudelijke verschillen, wordt verwezen naar de tekst van de NOMO.


Prestatie-indicator Betrouwbaaheidspercentage hoofdwegennet
IndicatorWaarde 2005Basiswaarde 2001Streefwaarde 2020
Betrouwbaarheidsprecentage op hoofdwegennet92%92%95%

Bron: RWS/AVV

Belastinguitgaven

Extracomptabele verwijzingen

De volgende belastinguitgaven, zoals genoemd in de Miljoenennota, hebben een relatie met deze operationele doelstelling:

Meerjarenraming van belastinguitgaven (x € 1 mln), budgettair belang op transactiebasis
Art. Omschrijving200620072008200920102011
34.01 Vervoer van personen559576592607623640
34.01 Halftarief Motorrijtuigenbelasting202122232424
34.01 Kwarttarief Motorrijtuigenbelasting495052545757
34.01 Teruggaaf internationaal gecombineerd vervoer000000

34.02 Netwerk Vaarwegen

Motivering

Om een goede en betrouwbare bereikbaarheid over water van de economische kerngebieden, mainports en binnenhavens in Nederland te realiseren en om de economische schade door onbetrouwbaarheid te beperken. Dit overeenkomstig de doelstelling uit de Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6.

Producten

Vaarweginfrastructuur

Dit betreft beheer, onderhoud, benutting, aanleg en verkeersmanagement van vaarweginfrastructuur (zie Plan van Aanpak Onderhoud (2003), bijlage bij Kamerstuk 2003–2004, 29 200 XII en MIT/SNIP projectenboek, www.mitprojectenboek.nl). Het Rijk beheert en onderhoudt nagenoeg het gehele hoofdvaarwegennet. Uit de Mid-term review Beheer en Onderhoud (MTR) blijkt dat het inlopen van het achterstallig onderhoud waterwegen op schema ligt. Deze is als bijstuk bij de begroting van het Infrastructuurfonds 2007 opgenomen.

In lijn met de Plannen van Aanpak en de later gemaakte afspraken met de Kamer en de sector wordt de komende jaren een begin gemaakt met het verder uitvoering geven aan het aanpakken van het achterstallig onderhoud waterwegen. De financiering van het Beheer- en onderhoudsprogramma en het Aanlegprogramma vindt plaats via artikel 15 van het Infrastructuurfonds.


Daarnaast vinden er enkele werkzaamheden plaats op het gebied van strategie en beleidsontwikkeling die wel op dit artikel 34 worden verantwoord, zoals:

• formuleren van een economische en maatschappelijke onderbouwing van investeringen in het vaarwegennetwerk op grond van een visie die uitgaat van het faciliteren van de groeimogelijkheden van economisch belangrijke goederenstromen over het water (MKBA’s);

• organiseren kwaliteitsborging van de MIT-Verkenningen en Planstudies die voor de vaarwegen worden uitgevoerd, onder andere op het gebied van kosten-baten analyses conform Overzicht Effecten Infrastructuur (OEI) en milieutoetsen in het kader van luchtkwaliteit en Europese richtlijnen;

• monitoren van de belangrijkste ontwikkelingen in de groei van het vervoer van goederen over water.

Meetbare gegevens

Netwerk Vaarwegen: Reistijden over het water betrouwbaar en voorspelbaar maken

Wachttijden bij sluizen

Er wordt gestreefd naar een gemiddelde wachttijd van maximaal dertig minuten. Deze prestatie-indicator is in ontwikkeling.

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln)
Art. Omschrijving200620072008200920102011
15.03.01 Hoofdvaarwegennet: realisatie1156845373235
15.03.02. Hoofdvaarwegennet: planstudie na tracébesluit92233494755
15.05.01 Hoofdvaarwegennet: verkenningen668888
15.05.02 Hoofdvarwegennet: planstudie voor tracébesluit3121272495167

34.03 Netwerk Spoor: Betrouwbaarheid en capaciteit van het spoornetwerk vergroten

Motivering

Om de kerntaak van het spoor goed uit te voeren: het betrouwbaar vervoeren van grote aantallen mensen in de spits van, naar en binnen stedelijke netwerken, het bijdragen aan de bereikbaarheid van alle landsdelen per spoor en het betrouwbaar vervoeren van goederen op internationale spoorcorridors.

Producten

Algemene strategie en beleidsontwikkeling

Algemene beleidsontwikkeling en -ondersteuning die productoverstijgend is, op het gebied van netwerk spoor. Hieronder vallen onder andere de volgende activiteiten:

• besluitvorming met betrekking tot overdracht eigendom infrastructuur naar de Staat;

• aanpassen van wet- en regelgeving (zoals AMvB Capaciteit, KB Hoofdspoorwegen) als gevolg van onder andere de HSL-Zuid en de Betuweroute en de implementatie van het 2e Spoorpakket EU;

• bijdragen aan beleidsontwikkeling 3e Spoorpakket EU;

• begin van de uitvoering van de maatregelen die voortvloeien uit de netwerkanalyses;

• zoals opgenomen in de NOMO en de Uitvoeringsagenda onderzoekt het kabinet de mogelijkheid tot hogere vervoersgroei. Bij dit onderzoek worden de meest actuele inzichten betrokken ten aanzien van de groei van de spoorsector en scenario’s inzake demografie, economie, ruimtelijke ordening en mobiliteit. Naar aanleiding van de uitkomsten zal worden besloten welke capaciteitsmaatregelen nog getroffen moeten worden. Zodoende wordt tijdig geanticipeerd op eventuele extra groei om zo de werkelijke vraag naar treinvervoer te accommoderen met kosteneffectieve maatregelen.

• wat betreft het doorlichten van de lagere regelgeving, zoals aangeraden door de werkgroep ProRail van de vaste commissie verkeer en waterstaat, loopt een tweetal trajecten. Ten eerste is begonnen met de evaluatie van de Spoorwegwet en Concessiewet. De bijbehorende lagere regelgeving hoort daarbij. In het verlengde hiervan vindt in het kader van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek en Beleidsinformatie (RPE) beleidsdoorlichting plaats van artikel 34.03. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van de uitkomsten van de evaluatie spoorwegwet en concessiewet. Daarnaast wordt, in het kader van Beter Geregeld, de hele lagere regelgeving uit zowel de Spoorwegwet als de WP2000 voor zover betrekking op spoorvervoer, doorgelicht en getoetst aan de sturingsvisie VenW. De planning is dat het eindrapport van Beter Geregeld nog dit jaar afgerond zal worden.

• De prestaties van ProRail leiden er, in combinatie met het traject naar outputsturing, toe dat er steeds minder detailbemoeienis met ProRail hoeft plaats te vinden. Meer en meer zal worden gestuurd op prestaties en daartoe worden ook afspraken gemaakt. Een aantal overleggen is daarom inmiddels geschrapt. Ook in de toekomst zal naar verwachting de bemoeienis van het ministerie met de uitvoering minder worden.

Beheer conform Spoorwegwet

Het bestaande spoornet vertegenwoordigt een groot maatschappelijk geïnvesteerd kapitaal. Instandhouding van dit goed is de eerste prioriteit. Met de beheerconcessie heeft ProRail tot 1 januari 2015 de zorg gekregen voor een doelmatig en doeltreffend beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. De volgende activiteiten vallen hieronder:

• uitvoeren van de maatregelen voor structureel herstel (Fase 2 Herstelplan Spoor);

• toezicht houden op de naleving van de Beheerconcessie, het beheerplan en de subsidiebeschikking door ProRail;

• uitvoeren MIT-programma Spoor.

Uit de Mid-term Review Beheer en onderhoud (MTR) blijkt dat het inlopen van het achterstallig onderhoud en het plegen van vervangingen bij spoor op schema ligt. Deze is als bijstuk bij de begroting van het Infrastructuurfonds 2007 opgenomen.

In lijn met de Plannen van Aanpak wordt de komende jaren verdere uitvoering geven aan het inlopen van het achterstallig onderhoud en het uitvoeren van de benodigde vervangingen bij spoor. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de tweede fase Herstelplan Spoor om zo de doelstellingen in 2010/2012 te kunnen realiseren en daarmee een basis te leggen voor de doelstellingen in de periode Nota Mobiliteit. Hierover heeft ProRail, in afstemming met VenW en de sector, een nadere uitwerking opgesteld.

Beheer overig

Dit betreffen «onderwerpen» die niet vallen onder de hoofdspoorweginfrastructuur, maar wel door ProRail worden beheerd en uitgevoerd, zoals fietsenstallingen bij de stations, tankplaten, studies capaciteitsmanagement, transferruimtes. Verder betreft dit de voorbereiding van het in beheer nemen van toekomstig hoofdspoorweginfrastructuur (bijv. HSL-Zuid), waarvoor onderstaande acties zijn gepland:

• overdracht HSL Infraprovider contract aan ProRail;

• toevoegen van de HSL-Zuid aan de hoofdspoorweginfrastructuur zodra deze operationeel is.

Vervoer conform de concessiewet

De NV Nederlandse Spoorwegen heeft tot 1 januari 2015 een concessie voor het vervoer op het hoofdrailnet. Voor 15 contractsectordiensten zijn tijdelijke concessies verleend aan NS en voor één treindienst aan Syntus. Hieronder vallen de volgende activiteiten:

• toezicht houden op de naleving door NS van de vervoerconcessie voor het Hoofdrailnet en het vervoerplan;

• toezicht houden op de naleving door NS en Syntus van de concessies voor de contractsector;

• overeenstemming bereiken met decentrale overheden over decentralisatie van treindiensten in de contractsector.

• subsidiëren van onrendabele lijnen in het Hoofdrailnet (HRN) en de contractsector.


Het doel is dat in 2007 over alle contractsectordiensten een besluit is genomen. Van de oorspronkelijke 33 contractsectordiensten moet nog over 2 treindiensten een besluit genomen worden (nog onderwerp van bespreking met decentrale overheden):

• 13 diensten zijn reeds gedecentraliseerd;

• 8 diensten worden met ingang van december 2006 gedecentraliseerd;

• 5 diensten zijn in het HRN opgenomen;

• 1 diensten wordt na realisatie van de spoorverdubbeling Houten-Houten Castellum in het HRN opgenomen;

• 4 diensten worden t/m 2014 door NS gereden.

Vervoer overig

Dit betreft met name het toekomstige vervoer over de HSL-zuid door HSA (de HSL-infrastructuur wordt in 2007 in gebruik genomen). Voor het toekomstige vervoer op de HSL-Zuid heeft HSA een concessie voor 15 jaar. VenW voert concreet de volgende acties uit:

• toezicht houden op naleving van de concessieovereenkomst met HSA;

• omzetten privaatrechtelijke concessieovereenkomst met HSA in een publiekrechtelijke concessie conform de Wet Personenvervoer 2000.

Kwaliteit van spoorverbindingen voor het goederenvervoer

In het Infrastructuurfonds zijn diverse projecten opgenomen ter vergroting van de spoorcapaciteit voor het goederenvervoer, zoals de Betuweroute (deze wordt in 2007 geopend) en de optimalisering van de railontsluiting van het Sloegebied. Afstemming en begeleiding van deze MIT-projecten kost capaciteit. Daarnaast is beleidsmatige inzet nodig op een aantal kleinere projecten, die niet in het MIT zijn opgenomen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan kleine infra-aanpassingen, beleid ten aanzien van openbare laad- en losplaatsen en saneringsvraagstukken.

Meetbare gegevens

Netwerk Spoor: Betrouwbaarheid en capaciteit van het spoornetwerk vergroten

Binnen de beheerconcessie ProRail worden tussen VenW en ProRail concrete afspraken gemaakt over prestaties op het gebied van het spoor (Kamerstuk 2004–2005, 29 984). Deze prestaties worden in het beheerplan uitgewerkt in nadere prestatie-indicatoren met bijbehorende grens- of richtwaarden. Na instemming met deze prestaties door de Minister (rond de jaarwisseling 2006/2007) wordt dit beheerplan ter informatie naar de Tweede Kamer gezonden. Met de Nederlandse Spoorwegen maakt VenW afspraken over het personenvervoer. Deze prestaties werkt NS in het vervoerplan uit in nadere prestatie-indicatoren met bijbehorende grens- of richtwaarden. Na instemming met de prestaties door de Minister wordt dit vervoerplan ter informatie naar de Tweede Kamer gezonden. Hieronder worden de belangrijkste indicatoren opgenomen.

Prestatie-indicator Klanthinder
IndicatorWaarde 2005Basiswaarde 2000Streefwaarde peildatum 2007Streefwaarde peildatum 2010
Klanthinder* (daling t.o.v. 2000)12 354 uur (39%)20 176 uur13 000 uur (35–40%)13 000 uur (35–40%)

Bron: Beheerplan 2006

* het aantal verstoringen maal de gemiddelde tijd om de verstoring te verhelpen (beheerplan ProRail)


Prestatie-indicator Punctualiteit Reizigersniveau HRN
IndicatorWaarde 2005Basiswaarde 2003Streefwaarde 2007Streefwaarde peildatum 2012
Punctualiteit reizigersvervoer HRN**84,7%83,1%87–89%89–91%

Bron: ProRail, NS

** afhankelijk van de uitvoering van de 2e fase van het Herstelplan (2007–2012)

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln)
Art. Omschrijving200620072008200920102011
13 Spoorwegen1 9012 3882 2772 3712 3342 605
17.02. Betuweroute: realisatie37718552  
17.03 Hogesnelheidslijn3151296   
17.05 Zuiderzeelijn12253166304309

34.04 Netwerk decentraal/regionaal vervoer: decentrale overheden in staat stellen om een effectief regionaal mobiliteitsbeleid te voeren

Motivering

Om een goede bereikbaarheid binnen de economische kerngebieden in Nederland te realiseren, om de bereikbaarheid van deur tot deur te verbeteren en om ervoor te zorgen dat bedrijven en burgers in staat zijn zelf in hun mobiliteitsbehoefte te voorzien.

Producten

Algemene strategie en beleidsvorming

Algemene beleidsontwikkeling en -ondersteuning die productoverstijgend is, op het gebied van netwerk decentraal/regionaal vervoer. Jaarlijks wordt een onderzoeksprogramma vastgesteld op het gebied van regionaal/decentraal niveau.

Samenwerking tussen het Rijk en decentrale overheden

De decentrale overheden maken Provinciale Verkeers- en Vervoersplannen (PVVP’s) en Regionale Verkeers- en Vervoersplannen (RVVP’s). Daarin wordt het beleid vastgelegd op het terrein van infrastructuur, openbaar vervoer, mobiliteitsmanagement en verkeersveiligheid. De Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer (BDU) verschaft hiervoor de financiële middelen. De BDU wordt jaarlijks door VenW beschikt (zie ook artikel 39).

Daarnaast leiden de netwerkanalyses tot gebiedsgerichte oplossingen voor de bereikbaarheidsproblemen en zoveel mogelijk gezamenlijke prioritering van maatregelen.

Hiertoe onderneemt VenW de volgende activiteiten:

• begin van de uitvoering van de maatregelen die voortvloeien uit de netwerkanalyses;

• verstrekken van de BDU verkeer en vervoer;

• overleg over de implementatie van de Nota Mobiliteit, onder andere in PVVP’s en RVVP’s;

• voortgang van het nationale beleid zal worden gemonitord via de Monitor van de Nota Mobiliteit.


De voortgang van het nationale en regionale beleid zal worden gemonitord via de Monitor van de Nota Mobiliteit.


In 2006 is het «Programma Filevermindering» gestart om de landelijke werkzaamheden en specifieke projecten op het gebied van filebestrijding te ondersteunen (zie ook 34.01). Op dit product worden met name projecten uit het cluster «het bieden van alternatieven» uitgevoerd, zoals «de probeerkaart OV» en «Bij de bus achterop» (zie ook bijlage 11, Programma Filevermindering).


Een laatste spoor in de filebestrijding waar in 2007 veel aandacht naar uitgaat, bestaat uit enkele proeven met gratis of goedkoop OV. Daarmee wil VenW vaststellen of hetgeen bij wegonderhoud tijdelijk werkt, ook structureel soelaas kan bieden in de strijd tegen de files. Eind 2006 zijn de locaties voor de proeven van 2007 bekend. Elke proef richt zich specifiek op één filegevoelig traject en op forenzen die in de file staan. Deze forenzen krijgen een individueel reisadvies en gedurende een korte periode gratis of goedkoop OV, gefinancierd en uitgevoerd door overheden, OV-sector en bedrijfsleven. De uitkomsten van deze proeven zijn in de zomer van 2007 beschikbaar en moeten verder concreet zicht geven op:

• de voorwaarden waaronder forenzen kiezen voor het OV;

• de potentiële groei van de OV-markt die dat met zich meebrengt;

• de eventueel benodigde extra vervoerscapaciteit;

• de bereidheid van het bedrijfsleven en andere overheden om mee te werken en mee te betalen;

• de afname van files op die trajecten waar gratis of goedkoop OV wordt aangeboden.

Stimulering van decentrale overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties

VenW stimuleert decentrale overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties om effectiever gebruik te maken van infrastructuur en vervoermiddelen, gericht op een betere bereikbaarheid van deur tot deur. Hiertoe onderneemt VenW de volgende acties:

• verder aanscherpen van de toepassingsmogelijkheden voor mobiliteitsmanagement van Wet milieubeheer samen met VROM;

• mogelijkheden onderzoeken van aanpassing van het fiscaal instrumentarium;

• subsidiëren Fietsersbond om het fietsbeleid van decentrale overheden te stimuleren, onder andere door uitvoeren van een benchmark naar het fietsbeleid en de fietsomstandigheden van gemeentes;

• openstellen van het fietsdiefstalregister in 2007 voor de fietsbranche en het publiek in de aangesloten politieregio’s;

• subsidiëren van een pilot met decentrale overheden voor toepassingsmogelijkheden van mobiliteitsmanagement bij bedrijven;

• uitvoeren van de Stimuleringsregeling Mobiliteitsmanagement en van een innovatief voorbeeldprogramma Mobiliteitsmanagement;

• uitvoeren van het programma ruimte en mobiliteit;

• bij het spelregelkader MIT en bij de uitvoering netwerkanalyses rekening houden met mobiliteitsmanagement.

Stimulering marktwerking OV

VenW wil openbaar vervoer bedrijven meer marktgericht laten werken. Hiertoe is een aantal activiteiten gestart:

• vasthouden aan de verplichting van aanbesteding van het openbaar vervoer. De ingangsdata zijn in wet- en regelgeving vastgelegd: stad- en streekvervoer per 1-1-2007, Gemeentelijk Vervoerbedrijven (GVB) bus per 1-1-2009, GVB-en tram/metro per 1-1-2017. GVB-en integraal (bus/tram/metro) per 1-1-2012.

• uitwerken van de resultaten van de evaluatie van de Wet Personenvervoer 2000 in het Actieprogramma evaluatie Wp2000;

• er is, na instemming van de Tweede Kamer op 28 juni 2006 een go-besluit genomen over de geleidelijke invoering van de chipkaart in 2007 en 2008 (met als bedoeling op 1 januari 2009 volledig te zijn overgestapt van de strippenkaart naar de chipkaart). Een verantwoorde invoering van de chipkaart wordt mede mogelijk gemaakt, doordat in aansluiting op reeds eerder bij de bestuursovereenkomst afgesproken middelen nog eens extra € 40 mln. aan de decentrale overheden beschikbaar te stellen, plus een voorfinanciering van € 76 mln 2007 met terugbetaling in 2012 t/m 2015;

• bijdragen aan de exploitatie van pontveren over het Noordzeekanaal.

Stimulering toegankelijkheid van het openbaar vervoer

De intentie is het spoorvervoer in 2030 en het stad- en streekvervoer over de weg in 2010 optimaal toegankelijk te laten zijn voor mensen met een functiebeperking. VenW zet zich daarom op de volgende manier in:

• doorgaan met het beleid om het openbaar vervoer toegankelijk te maken via een extra financieringsimpuls in de BDU (€ 87 mln, zie artikel 39);

• monitoren implementatie stappenplan toegankelijk spoorvervoer;

• stimuleren, ondersteunen en monitoren implementatie stappenplannen toegankelijk stads- en streekvervoer.

Stimulering marktwerking taxi

Voor de taximarkt wordt de keuzevrijheid van de consument bevorderd, onder gelijktijdige borging van een basiskwaliteit. Hiervoor worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

• introduceren van een eenvoudiger en transparanter tariefsysteem voor het taxivervoer;

• introduceren van een vereenvoudigd model tariefkaart voor de straattaxi;

• stimuleren van de keuzemogelijkheden van consumenten tussen taxi’s, samen met wegbeheerders in grote steden.

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Het toezicht door de Inspectie richt zich op ondernemingen, chauffeurs, voertuigen en passagiers. De Inspectie Verkeer en Waterstaat levert een bijdrage aan een betrouwbare, vakbekwame en veilige taximarkt, waarbinnen eerlijke concurrentievoorwaarden gelden.


Een belangrijk product van de Inspectie is de vergunningverlening en de toetsing of nog steeds aan de eisen van de vergunning wordt voldaan. De deelproducten zijn de afgifte van de taxichauffeurspas (5 jaar geldig), de afgifte en wijzigingen van ondernemersvergunning en bijbehorende vergunningbewijzen, de wettelijk verplichte 5-jaarlijkse toets en tussentijdse toets van ondernemersvergunningen en tot slot het onderzoek naar de eis van betrouwbaarheid in het kader van de Wet BIBOB. Digitalisering van het proces van vergunningverlening is de grote uitdaging van 2007.


Naast de vergunningverlening is in dit domein het toezicht ook van groot belang. Bedrijfsinspecties nemen relatief veel tijd in beslag, maar geven wel een grondig beeld van een onderneming. De Inspectie werkt, naast de reguliere controles, in het taxidomein steeds meer met zogenaamde thema-acties waarbij in veel gevallen in samenwerking met collega handhavers (politie) in korte tijd één specifiek onderdeel extra veel aandacht krijgt. Toezicht op de nieuwe tariefstructuur zal voornamelijk thematisch plaatsvinden.


Een team van adviseurs houdt zich bezig met toezichtontwikkeling (kennis), de vertaling van die kennis in toezichtpraktijk (advies), en met de communicatie over het toezicht (berichtgeving). Het opstellen van een nieuw toezichtarrangement taxi en het uitvoeren van naleefmetingen en risico-analyse zijn belangrijke programma’s voor dit team.


De speerpunten voor 2007 van de Inspectie Verkeer en Waterstaat op het gebied van taxivervoer zijn:

• nadruk van het toezicht op het taxivervoer op de grote steden (implementeren maatregelen uit de convenanten met de vier grote steden);

• toetsing eisen taxi ondernemers (onder andere vakbekwaamheid taxichauffeurs);

• nieuwe tariefstructuur;

• «mystery-guest» onderzoeken;

• zichtwaarnemingen met «automatic number plate recognition (ANPR);

• boordcomputer taxi en smartcard taxi (BCT);

• rolstoelvervoer;

• taxi-keurmerk (TX);

• herinrichten toezicht op het taxivervoer.

Meetbare gegevens

Netwerk decentraal/regionaal vervoer: decentrale overheden in staat stellen om een effectief regionaal mobiliteitsbeleid te voeren

Kengetallen: Klanttevredenheid regionaal openbaar vervoer
    RealisatieRealisatie
 20012002200320042005
Algemeen oordeel6,856,706,907,27,2
Informatie en veiligheid   7,57,5
Rijcomfort   7,37,3
Tijd en doorstroming   6,36,3
Prijs   6,26,4

Bron: CVOV


Prestatie-indicator Aanbestedingsgraad regionaal OV
IndicatorWaarde 2005Basiswaarde 2002Streefwaarde 2006Streefwaarde 2008/2009
Aanbestedings-graad regionaal openbaar vervoer40%*5%60%100%

BRON:WROOV/KpVV

* Per 01-01-2006 is de aanbesteding 50%.


Kengetallen: Overzicht reizigerskilometers regionaal OV (x 1 mrd)
 20012002200320042005
Kaderwetgebieden3,83,73,63,73,6
Provincies2,92,92,92,92,8
Totaal6,86,66,56,56,5

Bron: WROOV-onderzoek


Kengetallen veiligheid taxi
Indicator OutputVerwachte ontwikkelingLandelijke ontwikkeling relatief4 grote steden
1. Waardering consument (gebruikers)VerbeteringConstant hoog:iets lager dan het landelijk gemiddelde:
  1999: 7,41999: 7,2
  2000: 7,32000: 7,1
  2001: 7,32001: 6,9
  2002: 7,52002: 7,1
  2003: 7,42003: 7,3 dus loopt na 2001 weer op.
  2004: niet gemeten2004: niet gemeten
  2005: 7,212005: niet gemeten
    
2. Prijsontwikkeling Prijsdaling2000: + 13% 
(straattaxi) 2001: + 2% 
  2002: + 9% 
  2003: + 2,4% 
  2004: + 0,2%2004: + 0,3%
  2005: + 1,7%2005: + 1,6%

Bron (t/m 2003): Monitor en evaluatie deregulering, TNO Nipo consult, KPMG BEA 2004

Bron (2004): Taximonitor 2004 en verder, Socialdata B.V.

1 Omdat de taximonitor tot en met 2003 op een andere wijze plaatsvond, zijn de resultaten 2005 niet volledig vergelijkbaar met voorgaande jaren.


Kengetallen: Naleving taxi vervoer
 20042005
Aantal ingetrokken chauffeurspassen530
Aantal ingetrokken ondernemingsvergunningen70149
Aantal wegcontroles3 5002 972
– Overtredingspercentage33%41%

Belastinguitgaven

Extracomptabele verwijzingen

De volgende belastinguitgaven, zoals genoemd in de Miljoenennota, hebben een relatie met deze operationele doelstelling:

Meerjarenraming van belastinguitgaven (x € 1 mln), budgettair belang op transactiebasis
Art. Omschrijving200620072008200920102011
34.04 Teruggaaf taxi’s (belasting personenauto’s)323334363739
34.04 Vrijstelling taxi’s (motorrijtuigenbelasting)000000

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 OnderzoekOnderwerpAD of ODA. StartB. AfgerondVindplaats
Beleidsdoorlichting    
 Brede doeluitkering (BDU) Verkeer en Vervoer/dec reg vervoer34.04 A: juli 2010 
 Benutting binnenvaart en vaarwegen34.022007 
 Spoorwegwet/concessiewet34.03 A: jan 2005B: medio 2008 
 Beheerconcessie ProRail Netwerk Spoor34.03A: jan 2005B: medio 2008 
 Vervoerconcessie NS34.03 A: jan 2005B: medio 2008 
Effectenonderzoek ex postSpoedwet wegverbreding34.01 A: sept 2006B: juni 2007 
 Ruimte voor de fiets34.03jaarlijks 
 Betrouwbaar benutten fase 1 (mid term review)34.03 A: juli 2006 
 Evaluatie WP 2000 (breed) (art. 108 lid 1)34.04 A: juli 2004B: dec 2005 
 Tijdelijke subsidieregeling Stichting Nederlands Telewerkform34.04 A: juni 2005B: juni 2006 
 Tijdelijke subsidieregeling VMZ34.04 A: juni 2005B: juni 2006 
 Tijdelijke subsidieregeling Stichting Gedeeld Autogebruik34.04 A: juni 2005B: juni 2006 
 Subsidieregeling vereniging Fietsersbond34.04A: jan 2006B: juni 2006 
 Regeling personenvervoer van Deur tot Deur34.04 A: juni 2005B: juni 2006 
 Kennisplatform Verkeer en Vervoer34.04 A: jan 2007B: jan 2008 
     
Overig evaluatieonderzoekRuimte voor de fiets34.03 jaarlijkse monitoring 
 Omvang BDU34.03 A: jan 2006B: juli 2007 
 Nieuwe Verdeelsleutel BDU34.03 A: dec 2005B: dec 2007