Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

35 Mainports en logistiek

Algemene doelstelling

Het versterken van de Nederlandse mainports en realiseren van een efficiënt goederenvervoersysteem en luchtvaartbestel, binnen de randvoorwaarden voor geluid, veiligheid, leefbaarheid en ruimtelijke ordening.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om de Nederlandse samenleving en de Nederlandse economie goed te laten functioneren draagt VenW bij door het realiseren van de benodigde infrastructuur, een level playing field en regelgeving op het gebied van marktordening, verkeersveiligheid, milieu en security. Het level playing field omvat de afspraken die zijn overeengekomen om eerlijke concurrentie (gelijk speelveld) te waarborgen.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor:

• goed functioneren van het systeem voor het goederenvervoer en de luchtvaart;

• ontwikkelen van kaders, bevoegdheden, middelen en instrumenten die de samenwerking met overige bestuurslagen en de bedrijven faciliteren en/of bevoegdheden daar positioneren waar voor het functioneren van het systeem dat het meest optimaal is;

• voorbereiden, implementeren en handhaven van de nationale wetgeving op het terrein van het goederenvervoer en de luchtvaart.

Succesfactoren

• Ontwikkelingen in internationale organen, zoals de Europese Unie (EU), Eurocontrol, European Aviation Safety Agency (EASA), International Maritime Organization (IMO), International Civil Aviation Organization (ICAO), International Labour Organization (ILO), Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR), Donaucommissie en Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO).

• Innovatief vermogen op het gebied van logistiek bij het bedrijfsleven.

• De internationale economische ontwikkelingen.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
35. Mainports en logistiek2005200620072008200920102011
Verplichtingen50 30574 78368 74274 06670 25167 44867 357
Uitgaven61 02367 10777 97974 28672 04067 74966 658
35.01 Mainport Schiphol en reg. Luchthavens7 8046 6535 4474 2673 6273 6273 547
35.01.01 Kostenconvenant Schiphol87267     
35.01.02 Mainport(beleid) Schiphol3 1331 7633 8872 8872 3872 3872 387
35.01.03 Evaluatie Schipholbeleid1 7252 712     
35.01.04 Implementatie Schipholwet en luchthavenbesluiten1 198424     
35.01.05 Regelgeving Regionale en Kleine Luchthavens1 6611 4871 5601 3801 2401 2401 160
35.02 Mainport Rotterdam en overige zeehavens3 4135 1143 6995 4515 4525 4535 452
35.02.01 Verbetering marktwerking7861 1371 0791 0831 0841 0851 084
35.02.02 Formuleren maatschappelijke randvoorwaarden787789729730730730730
35.02.03 Instandhouden en verbeteren infracapaciteit1 8403 1881 8913 6383 6383 6383 638
35.03 Logistieke efficientie luchtvaart30 57528 23528 53328 86028 86428 86428 864
35.03.01 Kennis luchtvaart en luchthavens23 01523 34823 70124 00324 00624 00624 006
35.03.02 Luchtruim5 6272 6612 5162 5172 5172 5172 517
35.03.03 Marktordening en markttoegang1 9332 2262 3162 3402 3412 3412 341
35.04 Logistieke efficiëntie goederenvervoer19 23127 10540 30035 70834 09729 80528 795
35.04.01 Vergroting strategische oriëntatie4 3844 8582 4542 4993 3152 5122 511
35.04.02 Logistieke efficiëntie zee- en kustvaart4 4604 1774 2935 9615 9644 5504 550
35.04.03 Logistiek efficiëntie binnenvaart1 6982 03712 61316 63015 17314 63013 630
35.04.04 Logistieke efficiëntie wegvervoer4 2924 2004 0794 1374 1544 1564 147
35.04.05 Logistieke efficiëntie spoorvervoer4 39711 83316 8616 4815 4913 9573 957
Van totale uitgaven       
– Apparaatsuitgaven: 11 16110 80610 80810 81510 80910 809
– Baten-lastendiensten 3 5593 4793 5513 5793 5833 572
– Restant61 02352 38763 69459 92757 64653 35752 277
Ontvangsten7 6705 3485 3485 3485 3485 3485 348
35.09.01 Ontvangsten Stichting Buisleidingenstraat 2 0422 0422 0422 0422 0422 042
35.09.02 Overige ontvangsten7 6703 3063 3063 3063 3063 3063 306



kst99341_2_10.gif

Mainport Schiphol en regionale luchthavens

De bestuurlijk gebonden uitgaven hebben voornamelijk betrekking op uitgaven in het kader van het wijzigen van de wettelijke taak van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en overdracht naar het Provinciefonds.

Mainport Rotterdam en overige zeehavens

De bestuurlijk gebonden en beleidsmatig verplichte uitgaven hebben voornamelijk betrekking op uitgaven in het kader van het stroomlijnen van overheidsinterventies zeehavens, een bijdrage aan de Havenraad en een subsidie aan ROM Rijnmond.

Logistieke efficiëntie luchtvaart

De uitgaven voor Logistieke efficiënte luchtvaart zijn grotendeels juridisch verplicht en hebben voornamelijk betrekking op de bijdrage aan het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR).

Logistieke efficiëntie goederenvervoer

De bestuurlijk gebonden en beleidsmatig verplichte uitgaven hebben voornamelijk betrekking op uitgaven in het kader van prototyping Betuweroute en de ombouw ETCS, de Innovatiefondsen binnen- en zeevaart, een subsidie aan Stichting Nederland Maritiem Land en versterking van de consulentenfunctie Stichting Nederland Maritiem Land en Maritiem Research Instituut Nederland (MARIN).

35.01 Versterking van de mainport Schiphol en decentralisatie van de regionale luchthavens

Motivering

Om de economie, de internationale concurrentiepositie en bereikbaarheid van Nederland te versterken binnen de randvoorwaarden van geluid, externe veiligheid en leefomgeving. Voor de mainportpositie van Schiphol zijn de netwerkkwaliteit en de infrastructurele voorzieningen essentieel. Ook de concurrentiepositie ten opzichte van andere belangrijke Europese luchthavens, mede bepaald door overheidstarieven en -maatregelen, is van groot belang.

Producten

Kostenconvenant Schiphol

Het betreft reeds uitgevoerde projecten ten behoeve van de uitbreiding van de luchthaven Schiphol en de verbreding van de Spaarnwoudertocht. In 2006 hebben de laatste uitgaven ten behoeve van het kostenconvenant Schiphol plaatsgevonden.

Mainport(beleid) Schiphol

Bij de fusie tussen KLM en Air France zijn afspraken gemaakt over het behouden van de positie als knooppunt van intercontinentale en Europese vervoersstromen van Schiphol. De tarieven zijn vergelijkbaar met andere Europese mainports.

In april 2006 heeft het kabinet op basis van de evaluatie van het Schipholbeleid (zie hieronder), de resultaten van het mainportproject en de alternatieven van het groepsrisicobeleid voor Schiphol een standpunt opgesteld en aan de Kamer aangeboden.

In april 2006 is gestart met de uitvoering van het actieprogramma van het kabinetsstandpunt ( Kamerstuk 2005–2006, 29 665, nr. 28). Mede op basis van de bespreking van het kabinetsstandpunt in de Kamer zal de uitvoering verder worden ingevuld.

Evaluatie Schipholbeleid

Het Schipholbeleid (Schipholwet, Luchthavenindelingsbesluit en Luchthavenverkeerbesluit) is zoals afgesproken binnen drie jaar na inwerkingtreding geëvalueerd. De evaluatie is in februari 2006 afgerond en in april 2006 met de Kamer besproken. Mede op basis van de evaluatie heeft het Kabinet in april 2006 een standpunt over Schiphol ingenomen en het kabinetsstandpunt is ter besluitvorming opgeleverd.

Implementatie Schipholwet en luchthavenbesluiten

De implementatie van de Schipholwet en de Luchthavenbesluiten die vanaf 2003 van kracht zijn is afgesloten in februari 2006, tegelijk met de evaluatie van het Schipholbeleid.

Regelgeving Regionale en Kleine Luchthavens

Ontwikkelen van beleid en regelgeving voor regionale en kleine luchthavens. De decentralisatie is in gang gezet met het wetsvoorstel voor de regionale en kleine luchthavens en de inwerkingtreding van de wetswijziging binnen de Wet luchtvaart.

• monitoring van de uitkomst van de overdracht van taken en bevoegdheden op het gebied van luchthavens met een regionaal karakter van het Rijk naar de provincies (decentralisatie);

• opstellen en afronden van overgangsbesluiten ter vervanging van de vigerende aanwijzingsbesluiten met betrekking tot de regionale luchthavens.

Meetbare gegevens

Versterking van de Mainport Schiphol

Netwerkkwaliteit Schiphol in vergelijking met andere grote Noordwest Europese luchthavens

Kengetal: Aantal bestemmingen waarnaar wordt gevlogen per luchthaven
LuchthavenWaarde 2002Waarde 2003Waarde 2004Waarde 2005
Amsterdam203231247250
Frankfurt289295282284
London Heathrow184189195195
Parijs Charles de Gaulle209221219223
Brussel120130128120

Bron: Amsterdam Airport Schiphol (AAS), op basis van OAG-gegevens 2005


Kengetal: Aantal vluchten per week per luchthaven
LuchthavenWaarde 2002Waarde 2003Waarde 2004Waarde 2005
Amsterdam3 6603 5793 6413 710
Frankfurt4 1934 1154 2594 472
London Heathrow4 5494 5224 6184 641
Parijs Charles de Gaulle4 4234 5654 4824 605
Brussel2 0711 9301 9501 911

Bron: Amsterdam Airport Schiphol (AAS), op basis van OAG-gegevens 2005


Kengetal: Aantal passagiers in miljoenen per luchthaven
LuchthavenWaarde 2002Waarde 2003Waarde 2004Waarde 2005
Amsterdam41404344
Frankfurt48485152
London Heathrow63636768
Parijs Charles de Gaulle48485154
Brussel14151616

Bron: Amsterdam Airport Schiphol (AAS), 2006


Kengetal: Vrachttonnage per luchthaven (x 1 000 ton)
LuchthavenWaarde 2002Waarde 2003Waarde 2004Waarde 2005
Amsterdam1 2401 3061 4211 450
Frankfurt1 4951 5271 7241 864
London Heathrow1 2351 2241 3251 306
Parijs Charles de Gaulle1 3901 4971 6551 767
Brussel506602602700

Bron: Amsterdam Airport Schiphol (AAS), 2006

Decentralisatie van de regionale luchthavens

Het streven is dat in 2007 de decentralisatie van regionale en kleine luchthavens is afgerond.

Prestatie-indicator: Stand van zaken aanwijzingen en beroepsprocedures regionale en kleine luchthavens (huidige wetgeving)
VeldStand van zaken/planning aanwijzing gereedBeslissing Op BezwaarBeroep/RVS
Lelystad fase 1Gereed2006vt
Lelystad fase 220072007vt
BudelGereedNvt 
AmelandGereedNvt 
HoogeveenGereedNvt 
TexelGereedNvt 
TerletGereedNvt 
SeppeGereedNvt 
Noord-Oost polderGeslotenNvt 
TeugeGereedNvt 
MaastrichtGereed2006vt
Midden-ZeelandGereedNvt 
EeldeGereedGereed2006
RotterdamGereedGereed2006
Rotterdam nieuwe zone2006Nvtvt
HilversumGereed, naast een mogelijke wijziging2006vt
DrachtenGereed2006vt

RVS = uitspraak Raad van State

Nvt = niet van toepassing; procedure is afgerond

vt = mogelijk van toepassing; er is nog steeds mogelijkheid van beroep

Bron: project RRKL (DGTL), mei 2006

35.02 Het versterken van de internationale concurrentiekracht van de Mainport Rotterdam en de overige zeehavens als vervoersknooppunt en vestigingsplaats voor bedrijven

Motivering

Om Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats te laten blijven en de in Nederland gevestigde bedrijven een gunstige internationale concurrentiepositie te geven.

Producten

Verbetering marktwerking

Bevorderen van een gunstig ondernemings- en vestigingsklimaat voor het havenbedrijfsleven.

• stroomlijnen van overheidsinterventies zodat het havenbedrijfsleven snel, slagvaardig en zonder concurrentieverstoring kan opereren;

• versterken van het innoverend vermogen van de havensector door stimuleringsprogramma’s voor de ontwikkeling van kennis door het bedrijfsleven en door het ondersteunen van specifieke kennisontwikkeling op het gebied van verkeer en vervoer;

• vergroten van de transparantie bij overheidsfinancieringen van havenprojecten, met als doel gelijke uitgangsposities in dit opzicht voor alle Europese havens;

• veiligstellen van de continuïteit en kwaliteit bij verzelfstandiging van het havenbeheer, met name wanneer er nationale economische belangen in het geding zijn.

Formuleren maatschappelijke randvoorwaarden

Rekening houden met het Europese level playing field wanneer maatregelen worden genomen op het gebied van milieueisen, veiligheid en ruimtelijke ordening. Het Europese level playing field omvat de afspraken die op Europees niveau zijn overeengekomen om eerlijke concurrentie tussen Europese zeehavens te waarborgen.

• bijdrage semi-publieke instellingen ten behoeve van overleg met de stakeholders in het kader van de concurrentiepositie van de Nederlandse zeehavens w.o. subsidiëren ROM Rijnmond (€ 136 000).

Instandhouden en verbeteren infracapaciteit

Verbeteren van de maritieme toegang en de achterlandverbindingen.

• beheren en onderhouden van de zeetoegangen en de achterlandverbindingen, waarbij het Rijk een inhaalslag wil maken met het wegwerken van achterstallig onderhoud en knelpunten;

• inventariseren van de noodzaak voor capaciteitsuitbreidingen van zeetoegangen en achterlandverbindingen.

De middelen voor de uitvoering van deze activiteiten worden grotendeels verantwoord op het Infrastructuurfonds artikel 15.

Meetbare gegevens

Het versterken van de internationale concurrentiekracht van de Mainport Rotterdam en de overige zeehavens als vervoersknooppunt en vestigingsplaats voor bedrijven.

Toegevoegde waarde zeehavens

Om de versterking van het netwerk van de Mainport Rotterdam en de overige zeehavens te monitoren wordt als kerngetal gehanteerd de toegevoegde waarde samenhangend met het haven- en industriële complex.

Kengetal: Ontwikkeling toegevoegde waarde Nederlandse zeehavens van 2001 tot en met 2004 (in mrd. Euro’s, prijzen van 2001)
 2001200220032004
Directe toegevoegde waarde zeehavengebieden17,617,517,719,2
In % van het BBP3,9%3,9%4,0%4,2%
Indirecte toegevoegde waarde9,08,78,99,6
In % van het BBP2,0%1,9%2,0%2,1%
Totale zeehavengerelateerde toegevoegde waarde26,526,226,628,8
In % van het BBP5,9%5,9%6,0%6,3%
Bruto binnenlands product (BBP)448,0448,0447,0455,0

Bron: RebelGroup Advisory en Buck Consultants International, Economische betekenis van de Nederlandse zeehavens, 2004, Rotterdam, November 2005.

* In 2004 is door het CBS een periodieke revisie op haar methodieken doorgevoerd. Door het herzien van zijn databronnen en berekeningsmethodieken kan het CBS vernieuwde bronnen en berekeningen incorporeren in zijn methodiek. Omdat bovenstaande cijfers voor een groot deel zijn gebaseerd op CBS-cijfers, zijn de opgenomen resultaten dan ook moeilijk vergelijkbaar met de resultaten van voorgaande jaren.

Werkgelegenheid zeehavens

Het streven is de directe werkgelegenheid ten minste in hetzelfde tempo te laten groeien als de nationale werkgelegenheid; de indirecte werkgelegenheid dient behouden te blijven.

Kengetal: Ontwikkeling werkgelegenheid Nederlandse zeehavengebieden van 2001 tot en met 2004 (in aantallen werkzame personen)
 2001200220032004
Directe werkgelegenheid zeehavengebieden142 676145 656141 580140 562
In % van totale Nederlandse werkgelegenheid1,7%1,7%1,7%1,7%
Indirecte werkgelegenheid100 52899 08095 00696 825
In % van totale Nederlandse werkgelegenheid1,2%1,2%1,1%1,2%
Totale zeehavengerelateerde werkgelegenheid243 204244 736236 585237 387
In % van totale Nederlandse werkgelegenheid2,9%2,9%2,9%2,9%
Totale Nederlandse werkgelegenheid8 282 0008 324 0008 274 0008 157 000

Peildatum: 2005

Bron: RebelGroup Advisory en Buck Consultants International, Economische betekenis van de Nederlandse zeehavens 2004, Rotterdam, November 2005.

* In 2004 is door het CBS een periodieke revisie op haar methodieken doorgevoerd. Door het herzien van zijn databronnen en berekeningsmethodieken kan het CBS vernieuwde bronnen en berekeningen incorporeren in zijn methodiek. Omdat bovenstaande cijfers voor een groot deel zijn gebaseerd op CBS-cijfers, zijn de opgenomen resultaten dan ook moeilijk vergelijkbaar met de resultaten van voorgaande jaren.

Positie van de Nederlandse zeehavens in de Hamburg-Le Havre range

Het streven is om het marktaandeel van de Nederlandse havengebieden ten opzichte van de totale Noordwest Europese havenrange (de «Hamburg-Le Havre range») ten minste te handhaven.

Kengetal: Ontwikkeling van het procentuele marktaandeel (in tonnen) van de Nederlandse havengebieden ten opzichte van de totale Noordwest Europese havenrange (de «Hamburg-Le Havre range»).
 1996199719981999200020012002200320042005
Totaal Nederlandse Zeehavens48,148,246,946,345,745,545,944,444,944,9
Mainport Rotterdam37,637,937,136,335,735,035,634,534,634,9
Overige Nederlandse Zeehavens10,510,39,810,010,010,510,39,910,310,0

Bron: Nationale Havenraad, Jaarverslag 2005, Den Haag, Mei 2006.

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln)
Art. Omschrijving200620072008200920102011
IF 16.01.02 PMR realisatie22,217,117,017,414,211,8

35.03 Aansluiting op het internationale luchtvaartnet versterken

Motivering

Om de internationale bereikbaarheid van Nederland door de lucht zeker te stellen.

Producten

Kennis luchtvaart en luchthavens

De overheid stimuleert de ontwikkeling van logistieke innovatie in het luchtruim door:

• subsidiëren van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR), een van de grote technologische instituten (GTI’s) in Nederland (€ 23 mln per jaar);

• steunen van het initiatief van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) om een kenniscentrum Air Traffic Management uit te bouwen in het Knowledge Development Center (KDC) (bijdrage aan KDC € 0,7 mln);

• afronden implementatie uitkomsten Commissie Wijffels.

Luchtruim

Nederland neemt het voortouw om te komen tot een meer gemeenschappelijk Europees luchtruim door: afspraken maken met de Koninklijke Luchtmacht over beheer en indeling nationaal luchtruim:

• uitvoering National Supervisory Authority voor toezicht op luchtverkeersdienstverleningsorganisaties;

• deelname aan voorbereiding standpunt EU inzake aansturing SESAR (voorheen SESAM);

• actualiseren hoofdstuk luchtverkeer in de Wet luchtvaart om de wetgeving aan te passen aan de internationale afspraken en wetgeving;

• afspraken maken met buurlanden over indeling luchtruim;

• in EU en Eurocontrol streven naar goede positie van Nederlandse belangen in Europese regelgeving;

• positiebepaling LVNL en Maastricht Upper Area Control Centre (MUAC) op Europese «markt».

Marktordening en markttoegang

Het bevorderen van markttoegang en marktwerking voor de luchtvaart van en naar Nederland door:

• bilateraal onderhandelen over landingsrechten;

• uitwerken luchtvaartpolitiek beleidskader;

• bijdragen aan ontwikkeling externe EU beleid, waaronder mandaatverlening;

• herziening beleid inzake goedkeuring chartervluchten;

• behandeling voorstellen EU Interne Markt (herziening regels inzake markttoegang, tarieven en vergunningen, verder grondafhandeling, slots, reserveringssystemen);

• evalueren verlening exploitatievergunningen;

• onderzoeken verhandelbaarheid slots.

Meetbare gegevens

Aansluiting op het internationale luchtvaartnet versterken

Aantal minuten vertraging in het Europese luchtruim

Het Rijk heeft geen directe invloed op het aantal minuten vertraging in het Europese luchtruim, maar dit kengetal geeft wel een beeld van de efficiëntie van het luchtvaartbestel.

Kengetal: Gemiddelde vertraging per vlucht toe te rekenen aan Air Traffic Management (in minuten)
 19992000200120022003200420052006
Taakstelling vanaf 1999 met herijking voor 2002–20062,82,82,82,442,081,721,401,00
Gerealiseerd5,53,63,11,81,21,21,3 

Bron: Eurocontrol

Belastinguitgaven

Extracomptabele verwijzingen

Meerjarenraming van belastinguitgaven (x € miljoen), budgettair belang op transactiebasis
 200620072008200920102011
Vrijstelling luchtvaartuigen129131137144150157

35.04 Logistieke efficiëntie goederenvervoer verbeteren.

Motivering

Om de ontwikkeling en concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven te bevorderen.

Producten

Vergroting strategische oriëntatie

Bevorderen van economische groei en versterken concurrentiepositie. Hiertoe wordt samengewerkt met andere overheden.

• vasthouden en versterken van de positie van goederenvervoer en luchtvaart;

• uitwerken actieprogramma beleidsbrief goederenvervoer;

• voortzetten project Innovatie Regelgeving en Administratieve Lasten;

• vervolg/subsidiëren Stichting Nederland Distributieland (€ 137 000).

Logistieke efficiëntie zee- en kustvaart

Versterken van het maritieme cluster en bevorderen van innovatie in de maritieme sector.

• aanpassen van bestaande wetgeving voor de zeevaart als gevolg van wijzigingen in marktomstandigheden en internationale regels; tevens ter reductie van administratieve lasten;

• (mede)vormgeven van het Motor Ways of the Sea concept en subsidiëren Voorlichtingsbureau Short Sea Shipping (€ 159 000);

• verder uitwerken van het fiscaal beleid voor de Nederlandse zeevaart in het kader van het internationale level playing field;

• opstellen van een concept-kabinetsstandpunt over de ratificatie en bekrachtiging van het maritieme arbeidsverdrag 2006 van de International Labour Organization (ILO);

• herijking/actualisatie van de economische impactstudie ten behoeve van het zeevaartbeleid;

• verder uitwerken van de aanbevelingen uit de pilot over de mogelijkheden voor doelregelgeving in de zeevaart mede in internationaal verband (goal based standards);

• toezicht Inspectie Verkeer en Waterstaat:

– monitoring van de effecten van het nieuwe toezichtarrangement en het toezicht op de klassebureaus;

– versterking van de maritieme administraties op de Nederlandse Antillen en Aruba op basis van de afspraken van de Ronde tafel conferentie 2005;

– versterking van de samenwerking met de overige inspecties;

– invoering en uitwerking van risk-based toezicht;

– verdere implementatie van de digitale dienstverlening via één (digitaal) loket.

De middelen voor deze activiteiten worden verantwoord op artikel 33.

• stimuleren van het maritieme cluster via subsidiëren van Stichting Nederland Maritiem Land (€ 575 000), versterking consulentenfunctie Stichting Nederland Maritiem Land (€ 159 000) en Maritiem Research Instituut Nederland (MARIN) (€ 680 000) als GTI;

• het uitvoering geven aan de in de Nota Mobiliteitopgenomen innovatie-impuls voor de zeescheepvaart.

Logistieke efficiëntie binnenvaart

Beschikbaar houden van ruimte voor natte bedrijfsterreinen en bereikbaar houden van deze terreinen via het vaarwegennet.

• harmoniseren van de binnenvaart-regelgeving in Europa met het oog op het bereiken van een level playing field;

• vereenvoudiging van de internationale regelgeving waar dat nodig en mogelijk is en het nationaal implementeren daarvan met zo gering mogelijke administratieve en bureaucratische lasten;

• stimuleren van de innovatie met het oog op het vergroten van de concurrentiekracht van het transport over water (Innovatiefonds Binnenvaart i.o.);

• inzetten op het zoveel mogelijk beschikbaar houden van natte bedrijventerreinen en het bereikbaar houden van deze terreinen en binnenhavens via het vaarwegennet;

• marktonderzoek binnenvaart;

• financiële stimulering binnenvaart. De middelen die in de loop van de jaren zijn ingebracht in een fonds worden door de EU beheerd. Het doel is om met dit fonds de maatregelen te financieren om capaciteit en vraag in de binnenvaartsector beter op elkaar af te stemmen. De middelen staan vanaf 2003 ter beschikking. Indien de binnenvaartsector een voorstel inbrengt, kan door de EU bij unanimiteit besloten worden tot faciliterende maatregelen voor de sector.

Logistieke efficiëntie wegvervoer

Verbeteren van randvoorwaarden voor efficiënte logistieke ketens, met inzet op reductie van administratieve lasten.

• voorbereiden en implementeren (in nationale wetgeving) van Europese regelgeving (o.a. rij- en rusttijden, digitale tachograaf, kentekenen langzame bedrijfsvoertuigen, richtlijn Eurovignet);

• verbeteren logistieke prestaties via onder andere een vervolg op de proef met Langere, Zwaardere Vrachtwagens (LZV), stimuleren boordcomputer en verhogen chauffeursvakbekwaamheid;

• in overeenstemming brengen van Nederlandse regelgeving met Europese regelgeving, onder andere via herziening Wet goederenvervoer over de weg;

• moderniseren van zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) in het wegvervoer.

Logistieke efficiëntie spoorvervoer

Afstemmen van technische standaarden op internationaal niveau.

• implementeren EU-regelgeving, bijdragen aan nieuwe EU-regelgeving;

• evaluatie systematiek gebruiksvergoeding goederenvervoer;

• optimaliseren internationale spoorcorridors, zodat het goederenvervoer in die corridors ongehinderd en met hoge kwaliteit afgewikkeld kan worden;

• ontwikkelen en uitvoeren kortlopende subsidieregeling om vervoerders steun te bieden bij inbouw van apparatuur voor Europees standaard beveiligingssysteem (ETCS).

Meetbare gegevens

Logistieke efficiency goederenvervoer verbeteren

Toegevoegde waarde zeevaart en maritieme sector in constante prijzen (in € miljard, prijzen van 1995)

Het streven is de toegevoegde waarde zeevaart en maritieme sector tot en met 2008 tenminste te handhaven op het niveau van 2001. Dit kengetal meet hoe sterk de zeevaart zich ontwikkelt.

Kengetal: Toegevoegde waarde zeevaart en maritieme sector in constante prijzen (in € miljard, prijzen van 1995)
 19951996199719981999200020012002200320042008
Zeevaart0,70,70,80,90,91,01,11,11,11,11,1
Overige maritieme sector/dienstverlening3,03,03,23,33,33,34,64,34,34,44,6
Totaal brede maritieme sector3,73,74,04,24,24,35,75,45,45,55,7

Bron: Deloitte Beleidsmonitor Zeescheepvaart, december 2005

* Begin 2005 heeft het CBS de grondslagen van een aantal gehanteerde gegevensverzamelingen in de maritieme sector aangepast. Hierdoor zijn cijfers vanaf dat jaar niet meer vergelijkbaar met die van de jaren er voor. Het CBS heeft echter met de nieuwe grondslag ook de cijfers voor de jaren vanaf 2001 berekend. Er dient daarom een nieuwe reeks vanaf 2001 gehanteerd te worden.

Aantal omgebouwde ETCS-locomotieven

Het streven is dat in 2008 zestig locomotieven zijn omgebouwd.

Kengetal: Aantal omgebouwde ETCS-locomotieven
 20052008
Aantal omgebouwde ETCS-locomotieven060

Bron: Senter Novem

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln)
Art. Omschrijving200620072008200920102011
IF 18.03.01 Intermodaal Vervoer Realisatie5,85,32,50,500

Belastinguitgaven

Meerjarenraming van belastinguitgaven (x € mln), budgettair belang op transactiebasis
 200620072008200920102011
Willekeurige afschrijving zeeschepen000000
Keuzeregime winst uit zeescheepvaart (tonnagebelasting)494242434546
Afdrachtvermindering zeevaart9395100105110116
Zeedagenaftrek222222
Vrijstelling communautaire wateren767781848892

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 OnderzoekOnderwerpAD of ODA. StartB AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingHerziene Nota ZeehavensArtikel 35.02A. 2008B. 2010
Effectenonderzoek ex postSchipholstelsel: Luchthavenindelingbesluit en LuchthavenverkeerbesluitArtikel 35.01A. 2003B. 2006
 Decentralisatiewet (regionale en kleine luchthavens)Artikel 35.01A. 2007B. 2012
Overig evaluatieonderzoekHerijking luchtvaart politiek kaderArtikel 35.03A. December 2004B. Mei 2006
 Onderzoek marktwerking in slotallocatieArtikel 35.03A. Maart 2006B. September 2006
 Herziening charterbeleidArtikel 35.03A. Oktober 2005B. Mei 2006
 Proef langere en zwaardere vrachtwagensArtikel 35.04A. 2007B. 2007
 Hubpositie Schiphol na fusie Air France en KLMArtikel 35.01/35.03A. Oktober 2004B. Juli 2006
 Monitor staatsgarantie aan staat i.v.m. Fusie Air France/KLM inzake netwerkkwaliteit SchipholArtikel 35.01A. 2005B. 2012
 Vergelijkend onderzoek luchthaven- gelden en overheidsheffingenArtikel 35.03A. Januari 2007B. April 2007