Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. BELEIDSAGENDA 2007: BELOFTES WAARMAKEN – AMBITIES UITWERKEN

Verkeer en Waterstaat in 2007:

• HSL-Zuid en de Betuweroute worden in gebruik genomen;

• uitrol OV-Chipkaart krijgt definitief vorm;

• projecten voor de eerste fase van Anders Betalen voor Mobiliteit – de versnellingsprijs – gaan in procedure;

• 1300 kilometer achterstallig wegonderhoud is weggewerkt;

• met een aangescherpte doelstelling op weg naar nóg minder verkeersdoden in 2010;

• duidelijkheid over de A4 Midden–Delfland en over de verkeerskundige en ruimtelijke toekomst van de Noordvleugel van de Randstad;

• nieuwe uitgangspunten voor Waterveiligheid in de 21e eeuw;

• start van de uitvoering van Ruimte voor de Rivier en Zwakke Schakels Kust en nemen van maatregelen om primaire waterkeringen te versterken;

• start van de uitvoering van het Project Mainport Rotterdam (PMR), op weg naar de «eerste plons» voor de Tweede Maasvlakte in 2008;

• uitwerking van de regionale netwerkanalyses in bestuurlijke en financiële afspraken;

• 22% minder vergunningen, 30% minder administratieve lasten voor bedrijven en 28,5% minder administratieve lasten voor burgers.


Nederland werkt weer. De economie trekt aan en de sociaal-economische seinen voor de komende jaren staan op groen. Om die ontwikkeling te ondersteunen is het voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat (VenW) zaak om in 2007 invulling te geven aan de dragende gedachte uit de Nota Mobiliteit, namelijk dat mobiliteit een voorwaarde is voor economische groei.

Gezien de grote vraagstukken waar Nederland voor staat is het belangrijk dat het tempo erin blijft. Met de plannen en projecten in deze beleidsagenda wil VenW op een duurzame manier vorm blijven geven aan een sterk, mobiel en bereikbaar Nederland, nu en in de toekomst.


Tegen deze achtergrond is 2007 voor VenW een jaar van oogsten en zaaien tegelijk. De insteek daarbij is allereerst het werken aan de concrete doelstellingen die aan het begin van deze kabinetsperiode zijn vastgesteld, bijvoorbeeld op het gebied van onderhoud aan wegen, spoor en vaarwegen, verkeersveiligheid, en de voortgang in grote projecten als HSL-Zuid, Betuweroute en PMR.


Daarnaast gaat het om de uitwerking van nieuwe visies en ambities voor mobiliteit en water, in nauwe samenhang met de uitvoering van het nationaal ruimtelijk beleid uit de Nota Ruimte. De Nota Mobiliteit heeft sinds begin 2006 een wettelijke status. Dat was niet alleen een mijlpaal, maar luidde ook een periode van nieuwe activiteit in. De kaders en doelstellingen voor 2020 die in de Nota Mobiliteit zijn vastgelegd, moeten nu beleidsmatig worden uitgewerkt in plannen en uitvoeringsprogramma’s, bijvoorbeeld bij Anders Betalen voor Mobiliteit. Op waterterrein gaat het volgend jaar onder andere om de invulling en uitwerking van de lopende discussie over Waterveiligheid 21e eeuw.

Ten slotte is VenW uitermate serieus aan de slag met de veranderopdracht die voortvloeit uit het Programma Andere Overheid, de «minder regels-doelstelling» van het kabinet en de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (Commissie Duivesteijn).


Hierop aansluitend heeft VenW in het begrotingsjaar 2007 vier prioriteiten. Drie daarvan zijn beleidsinhoudelijk: -1- wegonderhoud en filebestrijding -2- stedelijke netwerken en de mainports -3- duurzaam waterbeleid. Dwars door de inhoud heen beïnvloedt prioriteit -4- anders werken in hoge mate de manier waarop VenW zijn doelstellingen wil bereiken. De beleidsagenda 2007 is rond deze vier prioriteiten opgebouwd.

1. Wegonderhoud en filebestrijding

Ondanks alle inspanningen van VenW en andere partijen groeit het aantal automobilisten dat dagelijks in de file staat helaas nog steeds. Het feit dat het Nederlandse wegennet de komende jaren op de schop gaat vanwege extra onderhoud is een reden temeer om alles op alles te zetten om te werken aan extra maatregelen op korte termijn die de dagelijkse files zoveel mogelijk indammen.


Stand van zaken onderhoud en antifileplan-ZSM (kabinetsprioriteiten)

Aan het begin van deze kabinetsperiode heeft VenW veel extra geld vrijgemaakt voor de aanpak van achterstallig wegonderhoud en voor de spitsstroken, wegverbredingen en andere maatregelen uit het antifileplan Zichtbaar-Snel-Meetbaar (ZSM). Veel daarvan is inmiddels gerealiseerd, maar in 2007 staan er ook nog veel activiteiten op de rol.


Voor de aanpak van het achterstallig onderhoud geldt dat dit niet alleen nodig is voor de doorstroming, maar zeker ook voor de veiligheid. De afgesproken doelstelling is om vóór eind 2007 1300 kilometer asfalt te vervangen, boven op het reguliere onderhoud. Eind 2006 is daarvan 744 kilometer gerealiseerd. In 2007 volgen de overige 556 kilometer.


ZSM valt uiteen in twee delen. Het overgrote deel van de projecten uit ZSM-1 en 2 moet in 2010 klaar zijn.

• ZSM-1 voorzag in de aanleg van 310 kilometer spits- en plusstroken vóór 2007. Hierin is vertraging opgetreden doordat projecten zijn stilgelegd na de uitspraak van de Raad van State over het niet voldoen aan de Europese eisen voor luchtkwaliteit. Eind 2007 zal in kilometers gemeten iets minder dan de helft van de plannen (150 kilometer) klaar zijn. De nieuwe Wet Luchtkwaliteit die nu bij de Tweede Kamer ligt maakt het naar verwachting mogelijk om het grootste deel van de projecten uit ZSM-1 alsnog uit te voeren. Om de verloren tijd in te lopen, zoekt VenW naar mogelijkheden om activiteiten parallel te laten lopen, bijvoorbeeld het tracé- of wegaanpassingsbesluit en de gunningsprocedure richting aannemer.

• In ZSM-2 zitten 22 projecten, voornamelijk wegverbredingen en het completeren en uitbreiden van knooppunten. Deze projecten zijn eind 2007 nagenoeg allemaal in procedure. Het betreft bijvoorbeeld de A50 op het traject Valburg–Grijsoord, inclusief de knooppunten Valburg en Ewijk.

Beperken van extra overlast bij onderhoud: slim plannen en maatwerk per project

Met de Tweede Kamer is afgesproken dat de filedruk vanwege extra onderhoudswerkzaamheden met niet meer dan 5% extra mag stijgen. Dat vergt een grote krachtsinspanning, niet in de laatste plaats van de betrokken aannemers, die maximaal meewerken om dit doel te bereiken. Vermijden van extra files gebeurt op vier manieren:

• Ten eerste worden de stille uren in de nacht, weekends en vakanties ten volle benut.

• Ten tweede stemt Rijkswaterstaat alle landelijke en regionale werkzaamheden in een landelijke planning op elkaar af, dus inclusief aanleg, regulier onderhoud, ZSM-projecten en inclusief werkzaamheden op het onderliggend wegennet. Uiteraard gebeurt dat in nauw overleg met de andere netwerkbeheerders (gemeenten, provincies, ProRail), met stakeholders (ANWB, vervoerdersorganisaties, NS e.a.), maar bijvoorbeeld ook met organisaties als NOC/NSF, zodat rekening kan worden gehouden met grote publieksevenementen.

• Ten derde is er een categorie maatregelen die onder de noemer mobiliteitsmanagement geschaard kan worden. Tijdens eerdere onderhoudsprojecten is gebleken dat met tijdelijk gratis en/of extra openbaar vervoer, zoals eerder de Zuidoostpas bij de A9, en meer telewerkmogelijkheden goede resultaten zijn te boeken. Rijkswaterstaat zoekt daarvoor actief de samenwerking met andere overheden, vervoersbedrijven en het regionale bedrijfsleven. De in 2006 ontwikkelde «Handreiking Mobiliteitsmanagement» is hierbij behulpzaam.

• Ten vierde zet VenW zich maximaal in op het gebied van communicatie en informatievoorziening aan de weggebruiker, zodat die zijn reis beter kan plannen. De lopende publiekscampagne zal in 2007 de bewustwording verder vergroten. Via regionale advertenties, het landelijke meldnummer 0800–8002 en www.vananaarbeter.nl kan de automobilist zich per project op de hoogte stellen van planningen, omleidingen en alternatieven.


Informatievoorziening over de maximaal 5% extra filedruk vindt plaats via kwartaalrapportages aan de Tweede Kamer. Wanneer uit onderzoek blijkt dat in bepaalde regio’s de extra filedruk in de buurt komt van de 5%, dan neemt VenW voor deze regio’s gerichte maatregelen.

Aanpak files op korte termijn

Een ander spoor in de filebestrijding voor de komende jaren is het «Programma Filevermindering». Dat programma is in 2006 gestart om de landelijke werkzaamheden en specifieke projecten te ondersteunen met andere maatregelen die snel realiseerbaar zijn. Daarvoor zijn in korte tijd duizenden ideeën gegenereerd, waaruit een selectie voortkwam van de meest kansrijke en meest effectieve maatregelen. Die voert VenW voor een groot deel in 2007 uit. Een volledig overzicht van het Programma Filevermindering is als bijlage bij deze begroting gevoegd. Het Programma Filevermindering, waarvoor 135 miljoen euro beschikbaar is gesteld, omvat een breed palet aan maatregelen en projecten. Die zijn onder te brengen in drie grote categorieën:

• Een eerste categorie is erop gericht de dagelijkse files aan te pakken, zoals het plan voor een «groene golf team» van experts die regionale overheden en Rijkswaterstaat kortlopende, intensieve ondersteuning gaan bieden bij het aanpassen en op elkaar afstemmen van stoplichten. Dit gebeurt niet alleen om vertragingen op het onderliggend wegennet te verminderen, maar kan ook de in- en uitstroom op het hoofdwegennet verbeteren. Een ander voorbeeld is het aanpakken van problemen bij aansluitingen waardoor de veiligheid en doorstroming op de hoofdrijbaan wordt vergroot, zoals het verlengen van de invoegstrook waardoor het voor vrachtverkeer mogelijk wordt om op snelheid in te voegen.

• Een tweede serie plannen omvat maatregelen om de weg sneller vrij te maken na ongelukken, zoals het «Incident Management»-plus pakket op de Ruit Rotterdam, de inzet van extra anti-kijkschermen en een ZOAB-cleaner.

• Een derde en laatste categorie ten slotte, is erop gericht om mensen te verleiden vaker een andere keuze te maken en anders naar de eigen mobiliteit te kijken. Daar valt bijvoorbeeld de mobility card onder, waarmee lease- en andere veelrijders op een laagdrempelige manier vóór elke reis de afweging kunnen maken of het openbaar vervoer in dat specifieke geval niet sneller of comfortabeler is.

Aanpak files op lange termijn

In 2007 wil VenW ook een start maken met een investeringsprogramma voor meer dynamisch verkeersmanagement. Hiermee kunnen verkeersstromen afhankelijk van de drukte gerichter worden gestuurd met als doel optimale benutting van de beschikbare infrastructuur. Dat programma wordt nu ontwikkeld en op uitvoerbaarheid doorgerekend en zal naar verwachting een grote bijdrage kunnen leveren aan de afname van het aantal voertuigverliesuren. Bij dit investeringsprogramma houdt VenW ook rekening met de mogelijkheden van dynamische snelheden (denk bijvoorbeeld aan ’s nachts harder rijden dan overdag). Het totale op te stellen programma heeft weliswaar een looptijd tot 2020, maar het ministerie wil in 2007 een voortvarende start maken met enkele quick wins zoals signalerings- en monitoringsmaatregelen. Daarvoor is 50 miljoen euro beschikbaar.


Een laatste spoor in de filebestrijding waar in 2007 veel aandacht naar uitgaat, bestaat uit enkele proeven met gratis of goedkoop OV. Daarmee wil VenW vaststellen of hetgeen bij wegonderhoud tijdelijk werkt, ook structureel soelaas kan bieden in de strijd tegen de files. De uitkomsten van deze proeven zijn in de zomer van 2007 beschikbaar en moeten verder concreet zicht geven op:

• de voorwaarden waaronder forenzen kiezen voor het OV;

• de potentiële groei van de OV-markt die dat met zich meebrengt;

• de eventueel benodigde extra vervoerscapaciteit;

• de afname van files op die trajecten waar gratis of goedkoop OV wordt aangeboden;

• de bereidheid van het bedrijfsleven en andere overheden om mee te werken en mee te betalen.

2. Stedelijke netwerken en mainports

In de Nota Mobiliteit is – aansluitend op de Nota Ruimte – vastgelegd dat de stedelijke netwerken en de mainports voorrang krijgen in het beleid. De doorvertaling van dit uitgangspunt vindt plaats op verschillende niveaus, te beginnen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT). De keuze voor verbreding van de A2 tussen de knooppunten Oudenrijn en Holendrecht naar 2x5 rijstroken is daarvan een heel concreet voorbeeld. Maar ook het investeringsprogramma voor de aanpak van spoordoorsnijdingen in stedelijk gebied is zo’n voorbeeld. Het geld dat daarvoor beschikbaar is (300 miljoen euro) wordt eind 2006 verdeeld. Bij de verdeling van dit bedrag zijn naast bereikbaarheid ook ruimtelijke kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid belangrijke criteria.


Beleidsmatig staat 2007 in het teken van de uitwerking van enkele thema’s uit de Nota Mobiliteit die vooral voor de stedelijke netwerken en de mainports van het grootste belang zijn. Achtereenvolgens zijn dat: de netwerkanalyses, de kwaliteitsverbetering in het OV, de voortgang in het dossier «Anders Betalen voor Mobiliteit», het Noordvleugelprogramma, luchtkwaliteit en klimaatbeleid, de toekomst van Schiphol en het Project Mainport Rotterdam, en veiligheid.


Medio 2006 heeft de Europese Commissie de evaluatie van het Witboek Transport uitgebracht. In deze evaluatie schetst de Commissie het Europese transportbeleid tot 2010 met aandacht voor goederenlogistiek, intelligente vervoersystemen voor efficiëntere en schonere mobiliteit, stedelijk vervoer en duurzame mobiliteit. VenW zal de Tweede Kamer een brief sturen met het Nederlandse standpunt over de evaluatie.

Het vergroten van het maatschappelijk rendement van de logistieke dienstverlening is in zijn algemeenheid van groot belang. De recente beleidsbrief logistiek en supply chains zet met name in op innovatie en het verder stroomlijnen van overheidsinterventies.

Netwerkanalyses

In de Nota Mobiliteit is vastgelegd dat voor de belangrijkste stedelijke gebieden regionale netwerkanalyses worden gemaakt. Die moeten inzicht bieden in de beste manieren om bestaande en toekomstige knelpunten in de verbindingen van deur-tot-deur op te heffen, met gebruik van verschillende vervoerwijzen en door een betere samenhang tussen lokale, regionale en nationale infrastructuur waarbij de inzet is de toegang tot de steden te verbeteren. In 2006 hebben de verschillende overheden, de vervoerbedrijven en de spoorsector hard gewerkt aan de 11 regionale netwerkanalyses waarover de minister van VenW eerder afspraken maakte met de Tweede Kamer. In het najaar 2006 overleggen Rijk en regio over de voorgestelde maatregelenpakketten voor de korte en langere termijn. Voor de diverse maatregelen op korte termijn is 66 miljoen euro beschikbaar. Tegelijkertijd vindt een onderzoek plaats naar de verdeelsleutel en omvang van de BDU.

Kwaliteitsverbetering openbaar vervoer

Een deel van de kwaliteitsslag die VenW in het OV wil realiseren, hangt nauw samen met de uitkomst van de netwerkanalyses. Met name de verbetering van de informatievoorziening en overstapmomenten binnen het OV en tussen het OV en andere vervoerswijzen is daarin belangrijk. De OV-ambassadeur richt zich hierbij vanuit het perspectief van de reiziger op de rol van het OV in de totale vervoersketen van deur tot deur. 2007 is ook het jaar waarin de HSL-Zuid in gebruik wordt genomen. Dat is niet alleen goed nieuws voor de internationale treinreiziger. Ook binnenlandse reizigers tussen de grote steden op de lijn Amsterdam-Breda en vanuit Den Haag krijgen met de HSL meer en betere verbindingen tot hun beschikking. Bovendien is 2007 het jaar waarin de chipkaart OV zijn definitieve vorm krijgt. De afronding van de landelijke invoering staat gepland voor 1 januari 2009. Dat is in termen van kwaliteitsverbetering een grote sprong voorwaarts: meer reisgemak in de hele OV-keten (één kaartsoort, nooit meer kaartjes kopen) meer betaalgemak en een verbeterde veiligheid door een gesloten toegangscontrole. Om de overgang «van strip naar chip» zo soepel mogelijk te laten verlopen geeft VenW in 2007 nog een extra impuls van 40 miljoen, boven op het geld dat daarvoor eerder aan de decentrale overheden ter beschikking werd gesteld.


Stand van zaken betrouwbaarheid spoor (kabinetsprioriteiten)

Uit de mid term review spoor blijkt dat de afspraken uit het Plan van Aanpak bij de eerste fase van het Herstelplan Spoor, gericht op de aanpak van achterstallig onderhoud (bijlage bij de begroting 2004), goed zijn nagekomen en dat de extra middelen hebben bijgedragen aan de beleidsdoelstellingen. Uitgedrukt in prestatienormen is de stand van zaken aldus:

• Storingen op het spoor: het kabinetsdoel voor eind 2007 was minimaal 35% minder storingen dan in 2000. In 2005 was de gerealiseerde daling 26%. Vanaf 2005 hanteert VenW een indicator die meer inzicht geeft in de overlast voor de reiziger: klanthinder (aantal storingen in relatie tot hersteltijd). In 2005 was de klanthinder 39% lager dan in 2000. Ondanks dat we door betere metingen meer storingen signaleren is de verwachting dat dit niveau tot en met 2007 gehandhaafd blijft.

• Punctualiteit spoor: de doelstelling voor 2007 is minimaal 87%. In 2005 was de punctualiteit 84,7%. In het eerste half jaar van 2006 bedroeg de punctualiteit 87,3%.


De eerste fase van het Herstelplan Spoor was gericht op het wegwerken van onderhoudsachterstanden. De tweede fase is meer gericht op het structureel herstel van de infrastructuur en het mogelijk maken van mobiliteitsgroei. Op basis van een voorstel van ProRail – dat is afgestemd met de spoorsector – bevat de begroting 2007 een verdeling van de beschikbare middelen over onderhoud, vervangingen, kleine projecten en het oplossen van capaciteitsknelpunten. Een belangrijk deel van die capaciteitsknelpunten blijken zich met name in de Randstad en Brabant voor te doen. Daarom is, conform de motie-Van Hijum, besloten om 105 miljoen euro die in de begroting 2006 nog voor investeringen spoor bestemd was, met voorrang te besteden aan de aanpak van knelpunten in de Randstad en Brabant, zie het MIT 2007–2010.

Anders betalen voor mobiliteit

Met de aanvaarding van de Nota Mobiliteit is voor het eerst ook het principe van «Anders Betalen voor Mobiliteit» vastgelegd. Daarvoor staan verschillende acties op de agenda, te beginnen met de aanpassing van de Wet Bereikbaarheid en Mobiliteit. Deze is net voor de zomer ter behandeling naar de Tweede Kamer gezonden. De mogelijkheid om op en rond een knelpunt een prijs te kunnen vragen voor de financiering en de versnelling van een project is aan de wet toegevoegd. Die aanpassing is nodig om snel van start te kunnen gaan met de eerste fase van «Anders Betalen voor Mobiliteit», de versnellingsprijs. Het bestuurlijk overleg MIT 2007 van eind 2006 moet op grond van haalbaarheidsstudies duidelijk maken bij welke projecten een versnellingsprijs een reële optie is om die projecten in tijd naar voren te halen. In 2007 worden deze projecten uitgewerkt in plan- en MER-studies.


De ambitie van VenW is invoering van de kilometerprijs in 2012. Voor deze tweede fase treft VenW in 2007 de nodige voorbereidingen voor een aanbesteding in 2008. Die voorbereidingen richten zich vooral op het Functioneel Programma van Eisen en het ontwerpen van een innovatieve aanbestedingsprocedure. In 2007 moeten ook de wetgeving en de invoeringsstrategie in concept klaar zijn. Daarvoor is nog meer duidelijkheid nodig op de volgende punten:

• de differentiatie naar tijd, plaats en uitstoot;

• de hoogte van de kilometerprijs;

• de periode van de afbouw van de BPM en Motorrijtuigenbelasting;

• de organisatie rond het systeem, bijvoorbeeld rond inning, toezicht en handhaving.

VenW brengt de voor- en nadelen van alle relevante opties in beeld, samen met maatschappelijke organisaties, decentrale overheden en andere departementen. In het kader van de procedureafspraken rond Grote Projecten, informeert VenW de Tweede Kamer twee keer per jaar over de voortgang, te beginnen met een rapportage in het najaar van 2006. Die gaat, conform afspraak, met name over het cruciale punt van de uitvoerings- en handhavingskosten. Die mogen niet meer bedragen dan maximaal 5% van de opbrengst. Vandaar dat de uitkomsten van de kostenmonitor in de eerste voortgangsrapportage centraal staan.

Programma Noordvleugel

Met de zogeheten Noordvleugelbrief heeft het kabinet in augustus 2006 samenhangende besluiten genomen over een achttal projecten in de Noordvleugel van de Randstad, zoals de verbinding Schiphol–Amsterdam–Almere en de woningbouwopgave van Almere. Deze programma-aanpak vanuit de Nota Ruimte is nieuw en bedoeld om door interdepartementale én bestuurlijke samenwerking de kwaliteit van de besluitvorming te verhogen en de besluitvorming te bespoedigen. De formele besluitvormingsprocedures worden verder doorlopen in de afzonderlijke projecten, zodat de bouw van woningen en infrastructuur en de aanleg van natuur en voorzieningen voor de waterhuishouding van start kunnen gaan. Het gaat dan bijvoorbeeld om de voorbereiding van het Dokmodel Zuidas Amsterdam (start van de bouw in 2008) en om de vormgeving van de bereikbaarheidsplannen op de verbinding Schiphol–Amsterdam–Almere (infrastructuur, beprijzing, tracékeuzes, inpassing en samenwerking met marktpartijen). Het vervolg is uiteraard afhankelijk van parlementaire behandeling en de voornemens van een volgend kabinet.

De programma-aanpak zal in 2007 worden geëvalueerd.

Luchtkwaliteit en klimaatbeleid

De problemen met de luchtkwaliteit blijven in 2007 hoog op de agenda staan. In de voorafgaande jaren heeft de luchtproblematiek tot aanzienlijke vertraging geleid bij aanleg van nieuwe infrastructuur. Als alle in gang gezette acties resultaat afwerpen, kan in 2007 weer tempo worden gemaakt met de aanlegprojecten. Een belangrijke ontwikkeling voor 2007 is de uitvoering van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) dat eind 2006 wordt gepresenteerd. Het NSL brengt maatregelen en projecten voor luchtkwaliteit samen. In het NSL werkt VenW samen met onder andere het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en decentrale overheden. Daarnaast zullen in 2007 binnen het Innovatieprogramma Luchtkwaliteit drie of vier praktijkproeven plaatsvinden, gericht op verbetering van de luchtkwaliteit langs snelwegen.


Op internationaal niveau blijft VenW zich, samen met andere departementen, inzetten voor aanscherping van het Europees bronbeleid, zoals een voldoende ambitieuze EURO 5- en 6-norm voor personenauto’s en een EURO 6-norm voor vrachtwagens. Op luchtvaartterrein maken VenW en VROM zich gezamenlijk hard voor het aanscherpen van de internationale richtlijnen voor emissies van luchtvervuilende stoffen (NOx) van vliegtuigen en steunt VenW de voorstellen voor de invoering van een Europees en mondiaal emissiehandelssysteem. Voor de (zee)scheepvaart onderzoekt VenW in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam mogelijkheden om luchtvervuiling in havengebieden terug te dringen, bijvoorbeeld via het gebruik van walstroom. Daarnaast loopt een aantal testprojecten rond de toepassing van roetfilters in de binnenvaart. Conclusies daaruit volgen in 2007.


Een speciaal aandachtspunt is de ontwikkeling van de CO2-uitstoot in de sector verkeer en vervoer, op weg naar het halen van de Kyoto-doelstellingen in 2010. Zoals de Evaluatienota klimaatbeleid 2005 van VROM uitwees, zijn die normen voor heel Nederland haalbaar. De sector verkeer en vervoer is echter nog een zorgenkindje, omdat deze sector de enige is waarin nog een snelle groei optreedt terwijl de streefwaarde van 38,7 miljoen ton in 2010 ten tijde van de evaluatie al bijna werd gehaald. Er ligt inmiddels een breed pakket aan maatregelen, van het verplicht op de markt brengen van een aandeel biobrandstoffen in het wegverkeer tot een speciaal programma voor de grond-, weg- en waterbouw. Het doel daarvan is een CO2-reductie van 4,1 à 5,4 miljoen ton in 2010. Maar gezien de vele onzekerheden, is het zaak te blijven nadenken over verdere verbetering. Dat gebeurt in samenwerking met de ministeries van Economische Zaken en VROM in de Task Force Energietransitie en via het Beleidskader Energie en Klimaat dat, samen met een bijbehorend innovatieprogramma, eind 2006 klaar zal zijn. Het Kabinet streeft een nationale energiebesparing na, oplopend van 1,5% naar 2%. Ook de VenW-sectoren zullen hier op een nog nader in te vullen wijze een bijdrage aan leveren.

Mainportbeleid: PMR en toekomst Schiphol

Nu de economie nationaal en wereldwijd aantrekt, wordt eens temeer duidelijk hoe cruciaal de positie van de mainports Rotterdam en Schiphol is voor Nederland. Enerzijds hebben we sterke mainports nodig om optimaal van de (internationale) economische ontwikkelingen te kunnen profiteren. Anderzijds levert economische ontwikkeling meer verkeer op, dat zich op en rond de beide mainports concentreert, met alle maatschappelijke vraagstukken die daar bij horen.


Voor de mainport Rotterdam is 2007 al bij voorbaat een belangrijk jaar, omdat na jaren van besluitvorming, voorbereiding en bouw in januari 2007 de Betuweroute in gebruik wordt genomen. Daarmee is de haven naar de «achterkant» substantieel uitgebreid. Met de betrokken EU-lidstaten wordt – mede in het kader van de trans-Europese netwerken – gewerkt aan de verdere ontwikkeling van de spoorgoederencorridors Rotterdam–Genua en Rotterdam–Lyon. De voorbereidingen voor een verdere ontwikkeling van de «voorkant» – PMR – gaan in 2007 een beslissende fase in. De inzet van VenW is dat in 2008 de aanleg van de Tweede Maasvlakte kan starten. De herstelprocedure voor de PKB, nodig geworden na uitspraken van de Raad van State, is in volle gang. Direct na parlementaire besluitvorming starten de eerste uitvoeringshandelingen voor de deelprojecten 750 hectare natuurgebied en Bestaand Rotterdams Gebied. De voorbereidingen voor de landaanwinning door het Havenbedrijf Rotterdam en verschillende natuurcompensatieprojecten door het Rijk, waaronder een zeereservaat, zijn in volle gang. Ook komt er in 2007 een luchtkwaliteitconvenant, met daarin compensatiemaatregelen die een positieve bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit in de regio Rijnmond.


Voor Schiphol staat 2007 in het teken van de uitwerking van het kabinetsstandpunt uit april 2006. In het kort komt dat standpunt hierop neer: het Schipholbeleid richt zich op een duurzame balans tussen de ontwikkeling van de luchthaven, en de veiligheid, leefbaarheid en de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden rond de luchthaven. Dit beleid werkt over het algemeen goed, maar het kan beter. Het kabinet vindt groeiruimte voor Schiphol belangrijk. De Nederlandse economie kan niet zonder een sterk luchtvaartknoopppunt, als bedrijvenmagneet en werkgelegenheidsmotor. Tegelijkertijd wil het kabinet de overlast voor omwonenden zoveel mogelijk terugdringen, met name in het gebied verder van de luchthaven waar de meeste mensen wonen die last hebben van het vliegverkeer; het zogeheten «buitengebied». Het kabinet heeft voor de beleidsaanpassingen een actieprogramma opgesteld, met daarin een groot aantal acties voor de korte en middellange termijn. Twee acties die nu reeds in gang gezet zijn betreffen het onderzoek naar de effecten van saldering tussen handhavingspunten en het opstellen van een convenant met de luchtvaartpartijen met afspraken over hinderbeperkende maatregelen.

Veiligheid en terrorismebestrijding

Een veiliger Nederland is een zaak van permanente verbetering. Veiligheid is daarom in de Nota Mobiliteit één van de belangrijkste randvoorwaarden bij de bereikbaarheidsdoelstellingen. Dat begrip «veiligheid» heeft voor VenW van oudsher verschillende gezichten. Behalve waterveiligheid (zie paragraaf 3, «Duurzaam waterbeheer») zijn in 2007 ontwikkelingen op vier terreinen van belang: bescherming van de vitale infrastructuur tegen terroristische aanslagen, het vervoer van gevaarlijke stoffen, verkeersveiligheid en luchtvaartveiligheid.


VenW is verantwoordelijk voor de bescherming van sectoren als zeevaart en zeehavens, binnenvaart, wegvervoer, spoorvervoer en stad- en streekvervoer tegen terroristische aanslagen. Op het gebied van luchtvaart is het ministerie van Justitie primair verantwoordelijk voor de beveiliging van de luchthavens en VenW voor de veiligheid aan boord. Op al deze tereinen werkt VenW nauw samen met internationale organisaties, de hulp- en veiligheidsdiensten, de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie en Defensie, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en het bedrijfsleven. In 2006 heeft VenW bijvoorbeeld dreigingsanalyses opgesteld en afspraken gemaakt over beveiligingsniveaus. In 2007 ligt de nadruk op regelmatige oefeningen en op de afronding van het voorstel voor een EU-verordening voor de beveiliging van de bevoorradingsketen. Binnen VenW wordt verder systematisch gewerkt aan veiligheidsmanagement binnen de verschillende sectoren. Veiligheidsmanagement omvat de gehele beleidscyclus van het formuleren van veiligheidsdoelen en risico’s en het nemen van preventieve maatregelen tot een systematische incidentenregistratie met terugkoppeling naar de beleidsmakers.


Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is in de Nota Mobiliteit een nota aangekondigd. Eén van de onderdelen daarvan is het «basisnet» vervoer gevaarlijke stoffen dat burgers, bedrijven en decentrale overheden niet alleen duidelijkheid geeft over welke stoffen waar vervoerd mogen worden, maar ook wat dat betekent voor de ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse. Na het overleg met de Tweede Kamer over de nota vervoer gevaarlijke stoffen in januari 2006 is de betrokkenheid van provincies en gemeenten – via IPO en VNG – op alle niveaus geïntensiveerd. De inzet van VenW is om de bijbehorende kaarten voor het basisnet in 2007 in de Tweede Kamer vast te stellen. Die kaarten geven duidelijkheid over de maximale risico’s bij het vervoer en de wettelijk in acht te nemen veiligheidszones.


De verkeersveiligheidsdoelstellingen zijn met het bekend worden van de verkeersveiligheidscijfers 2005 in een stroomversnelling geraakt. Met 817 verkeersdoden was er voor het tweede jaar op rij een spectaculaire daling te melden die aanpassing van de huidige doelstellingen voor 2010 (maximaal 900 doden) en 2020 (maximaal 580 doden) mogelijk maakt. VenW is in overleg met de decentrale overheden over een aangescherpte doelstelling, waarbij de inzet van VenW is om op maximaal 750 verkeersdoden in 2010 uit te komen. Deze doelstelling is medebepalend voor de nieuwe doelstellingen voor 2007 en 2020 (beleidshorizon Nota Mobiliteit).

In 2007 staan de volgende concrete verkeersveiligheidsmaatregelen op de rol:

• vaststelling streefwaarden snelheidsbeperking bestelverkeer;

• vaststelling vervolgstrategie (2008–2012) van het Meerjarenprogramma Campagnes Verkeersveiligheid;

• vaststelling van het meest optimale zichtveldsysteem op vrachtauto’s (camerasystemen of voorzichtspiegels);

• invoering van het praktijkexamen voor het bromfietsrijbewijs en nieuw rijexamen, beide met bijzondere aandacht voor gevaarherkenning;

• formulering van een beleidsplan voor de aanpak van agressie in het verkeer;

• de UN/WHO zal een road safety week organiseren, gericht op het creëren van bewustwording van jonge bestuurders;

• de Europese Commissie zal samen met de lidstaten vóór de zomervakantie periode een Europese campagne houden over vermoeidheid;

• uitvoeren campagne «rij met je hart» (vervolg op de «I love» campagne) die in september 2006 is gestart en waarbij respectvol verkeersgedrag centraal staat.


Op het gebied van luchtvaartveiligheid gaat in 2007 de aandacht vooral uit naar de uitwerking en invoering van de aanbevelingen uit het Veiligheidsonderzoek Nederland. Een belangrijk element daarin is de verdere ontwikkeling en invoering van veiligheidsmanagement. In 2008 vindt verder een uitgebreide internationale audit plaats op de luchtvaartveiligheid in Nederland. Die bereidt VenW in 2006 en 2007 voor, ook voor de Nederlandse Antillen.

3. Duurzaam waterbeleid

Met de afronding in 2007 van de Wet Modernisering Waterschapsbestel en de Waterwet, waarmee alle acht waterbeheerswetten worden vervangen, zijn de waterbeheerders beter in staat om de complexe wateropgaven te realiseren waar ze voor staan. In de nieuwe institutionele structuur krijgen burgers en lokale overheden meer invloed en worden veel zaken doorzichtiger en eenvoudiger, met als hoogtepunt dat er nog maar één watervergunning overblijft. Deze vernieuwing is absoluut noodzakelijk, niet alleen om de uitgangspunten van beleid juridisch weer bij de tijd te brengen, maar vooral ook omdat het waterbeheer steeds verder ingrijpt in de woon- en leefsituatie van alle Nederlanders. Dat was al zo onder de vlag van Waterbeleid 21e eeuw (WB21) en het «ruimte voor water-principe». De lopende discussies over waterveiligheid, de EU-Hoogwaterrichtlijn en de Europese Kaderichtlijn Water (KRW) voegen daar nog een Europese dimensie aan toe.

Waterveiligheid

Stand van zaken uitvoeringsprojecten (kabinetsprioriteiten)

Nog in 2006 vindt in de Eerste Kamer definitieve parlementaire besluitvorming plaats over de PKB Ruimte voor de Rivier, waarna de uitvoering in 2007 kan beginnen. Samen met de Maaswerken, die al in uitvoering zijn, is hiermee vastgelegd hoe we ervoor zorgen dat we in 2015 de wettelijk voorgeschreven veiligheidsniveaus voor de Rijn en de Maas gaan halen en welke ruimte we moeten reserveren voor de periode daarna. Vooruitlopend op de vaststelling van de PKB Ruimte voor de Rivier is een tiental koploperprojecten aangewezen waarvan de planstudie al kan starten. In 2007 wordt bijvoorbeeld gewerkt aan de dijkverlegging Westenholte (Zwolle), de uiterwaardvergraving Meinerswijk (Arnhem) en de Overdiepse Polder. Bij de uitvoering van de Maaswerken ligt de nadruk in 2007 op kadeversterkingen in stedelijk gebied (Roermond, Venlo, Gennep) en de realisatie van de hoogwatergeulen en verdiepingsmaatregelen.


De Nederlandse normen voor waterveiligheid zijn hoog, zeker in internationaal perspectief gezien. Dat is logisch omdat 60% van onze economie zich onder zeeniveau bevindt en daar ook de meeste Nederlanders wonen. Het veiligheidsniveau is vastgelegd in de Wet op de Waterkering. VenW bewaakt dit hoge veiligheidsniveau door de primaire waterkeringen periodiek te toetsen. De aanpak van de zogeheten zwakke schakels langs de kust – waar op termijn een probleem zou kunnen ontstaan – start in 2007. Daarvoor is in totaal 742 miljoen euro beschikbaar. Inmiddels heeft in 2006 een tweede toetsing plaatsgevonden, die opnieuw een forse investeringsbehoefte laat zien onder meer om de Markermeerdijken, de Afsluitdijk en een aantal andere waterkeringen weer aan de Wet op de waterkeringen te laten voldoen. Dit kabinet heeft een programma opgesteld om voortvarend de meest urgente maatregelen tot en met 2011 uit te kunnen voeren. Daarvoor is in deze begroting 420 miljoen euro beschikbaar gesteld.


Onder meer vanwege de gevolgen van de klimaatverandering – en zeker na de dramatische gebeurtenissen in New Orleans – dringt zich de vraag op of het huidige wettelijke systeem van toetsing nog wel voldoet. Daarom startte VenW in 2006 met de verkenning Waterveiligheid 21ste eeuw, onder andere via breed opgezette «dijkringgesprekken». Het doel daarvan is om de waterveiligheidsdiscussie te verbreden. De hoofdvraag is op welk niveau, op welke manier en tegen welke prijs we onze veiligheid willen waarborgen. Belangrijke onderwerpen zijn de faalfactoren van dijken en waterwerken, de overstromingsgevolgen, de veiligheidsketen (van ruimtelijke ordening tot rampenplannen) en de maatschappelijke kosten-batenafweging van mogelijke alternatieven voor het huidige systeem. Ook wordt bekeken of het huidige systeem van vijfjaarlijkse toetsing en aanpassing achteraf wel het beste systeem is. VenW stuurt de hoofdlijnen van deze verkenning eind 2006 naar de Tweede Kamer en geeft dan aan hoe de verdere aanpak is.

Integraal waterbeheer, waterkwaliteit en waterkwantiteit

Voor het regionale watersysteem nadert het maatregelenprogramma 2003–2007 uit het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) zijn einde. De «tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast» (beter bekend als «de 100-miljoen-regeling») werkt goed. Met deze bijdrage ondersteunt VenW 307 projecten van 43 gemeenten en 24 waterschappen. Conform de afspraken in het NBW is het leeuwendeel van die projecten overigens gefinancierd door de waterschappen (in totaal 692 miljoen euro).


Het maatregelenpakket 2007–2015 is in 2007 klaar. VenW zoekt daarbij nadrukkelijk naar een combinatie met de waterkwaliteitsdoelstellingen uit de KRW. De afgelopen jaren hebben laten zien dat het op projectniveau heel vaak mogelijk is om doelstellingen (kwantiteit en kwaliteit) te combineren. Gezien de forse opgave – ruimtelijk én financieel – die met de KRW op ons afkomt, is het zaak de komende jaren structureel aan de uitwerking hiervan te werken. In de jaarlijkse decembernota’s komt VenW daar op terug. De decembernota 2006 geeft meer duidelijkheid over het maatregelenpakket dat voortvloeit uit de KRW en WB21 en de daaraan verbonden kosten tot 2015. Bij de verdeling van taken en financiën komen niet alleen de waterbeheerders in beeld, maar bijvoorbeeld ook de huishoudens, de industrie en de sectoren verkeer en vervoer en landbouw.

De Europese dimensie van water

Europa krijgt steeds meer invloed op het Nederlandse waterbeheer. Op zichzelf is dat een positieve ontwikkeling die VenW actief steunt, omdat voor de meeste waterdoelen een grensoverschrijdende stroomgebiedsaanpak noodzakelijk is. Maar het is wel zaak om op de uitvoerbaarheid van de diverse richtlijnen te letten voor de Nederlandse situatie. Daarvoor stuurt VenW zoveel mogelijk proactief aan de bron, dus in Brussel zelf. Zo is bijvoorbeeld met succes geïntervenieerd om in de nieuwe Grondwaterrichtlijn de verplaatsing van baggerslib mogelijk te maken bij rivierverruimingsactiviteiten. Ook de zwemwaterrichtlijn is aangepast om recht te doen aan de specifieke Nederlandse situatie. Voor de invoering van de Hoogwaterrichtlijn (vanaf 2007) heeft VenW zich juist hard gemaakt voor een verdere versterking van het internationaal overleg, dit met het oog op de ligging van Nederland in de delta van een aantal grote Europese rivieren.


In 2007 zal VenW dezelfde proactieve en kritisch-opbouwende houding aan de dag leggen bij de nieuwe Kaderrichtlijn Mariene Milieu. Deze opvolger van de Europese Mariene Strategie kan hoge kosten met zich mee brengen. VenW zal aansturen op een ambitieuze, maar realistische insteek. Tot slot zal VenW ook inzetten op een bijdrage uit het 7e EU Kaderprogramma voor de ontwikkeling van het innovatieprogramma KRW, dat nodig is om vernieuwende maatregelen tegen maatschappelijk acceptabele kosten te kunnen realiseren.

4. Anders werken

VenW verandert. Op alle fronten is een beweging zichtbaar naar meer interactie met de maatschappelijke omgeving en de spelers in het (internationale) krachtenveld, meer openheid, minder zelf doen en een verbreding van het palet aan beleidsinstrumenten. In dat proces verdwijnt de traditionele focus op afzonderlijke projecten naar de achtergrond. Natuurlijk monden veel beleidsvoornemens – ook in de toekomst – nog steeds uit in concrete projecten, maar het gaat om de manier waarop uiteindelijk tot die projecten besloten wordt. Samenhang, samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid zijn daarin kernbegrippen. Deze ontwikkeling klinkt door in nagenoeg alle inhoudelijke onderwerpen waar VenW zich mee bezig houdt, zoals ook hierboven al bleek. Van de programma-aanpak in de Noordvleugel en de brede samenwerking bij de totstandkoming van de netwerkanalyses, tot de uitwerking van het kabinetsstandpunt over Schiphol en de open dijkringgesprekken met regionale partijen over Waterveiligheid in de 21e eeuw. Een ander goed voorbeeld is de nieuwe Nederlandse kustwachtorganisatie die per 1 januari 2007 van start gaat. Het bestaande samenwerkingsverband tussen zeven betrokken departementen maakt plaats voor één gezamenlijke organisatie. VenW voert de regie over de totstandkoming van geïntegreerde beleidsplannen, activiteitenplannen en de (meerjarige) begroting. Het beheer van de middelen komt in één hand te liggen bij het ministerie van Defensie. Al deze onderwerpen maken duidelijk dat VenW verandert en wil leren van het verleden.

Organisatieontwikkelingen

Onder de veranderingen binnen VenW liggen een paar cruciale aanpassingen van de organisatie. Het feit dat RWS sinds 2006 een agentschap is, stelt de organisatie bijvoorbeeld in staat om zakelijker en resultaat- en publiekgerichter te opereren. Ook de Inspectie VenW streeft ernaar om het voorbeeld van RWS te volgen. Hoofddoelen zijn het ontwikkelen van een transparante, kostendekkende tariefstructuur en publiekgericht werken. De eerder ingezette verschuiving van verantwoordelijkheden naar de sectoren (zelfregulering), een actievere positionering in internationale fora en een verdere digitalisering van het toezicht zijn daarbij belangrijke ontwikkelingen. Nieuwe toezichtsarrangementen maken het in 2007 bijvoorbeeld mogelijk dat het toezicht op de luchtverkeersleiding in de Benelux en Duitsland vergaand gestandaardiseerd kan worden, wat goed is voor de veiligheid én voor de kosten die de sector moet maken.


Rijksbreed streven de gezamenlijke inspecties ernaar om door samenwerking de effectiviteit en efficiency van het toezicht te verhogen en de toezichtlast te verminderen. Het bijbehorende werkplan wordt in 2007 uitgevoerd. Eén van de meest in het oog springende acties is het vormen van front offices in (sub-)domeinen, waardoor burgers/bedrijven binnen dat (sub-)domein met slechts één «gezicht» te maken hebben. Deze één-loketgedachte wordt bijvoorbeeld concreet ingevuld op Schiphol, waar de gezamenlijke inspecties in 2007 één service desk inrichten voor de afhandeling van alle vracht en passagiers. Daarmee werkt VenW in de geest van de motie-Aptroot aan vernieuwing van de inspectie.

Professionalisering van de kennisorganisatie

Eén van de belangrijkste middelen die VenW inzet om te vernieuwen, is professionalisering van de kennisorganisatie. Op watergebied zijn de voorbereidingen van de vorming van het Delta-instituut gestart. Op mobiliteitsgebied versterkt het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) de strategische kennisbasis voor de middellange en lange termijn. Vanuit een onafhankelijke positie levert het KiM:

• vanaf 2007 een jaarlijkse «Mobiliteitsbalans» met daarin de stand van zaken rond de vraag naar mobiliteit en het aanbod van infrastructuur en vervoerdiensten, met inbegrip van effecten op bereikbaarheid, economie, veiligheid, milieu en ruimte,

• ex ante evaluaties van belangrijke beleidsprogramma’s en grote projecten,

• diepgaande analyses, bijvoorbeeld over de effecten van trends en ontwikkelingen op de mobiliteitsmarkt.


Een andere nieuwe loot aan de stam van de VenW kennisorganisatie per medio 2007 is de «kennispool PPS». Dat is een eenheid van waaruit specifieke contractjuridische en financieel-economische expertise wordt ingezet in verschillende PPS-projecten. Voor diverse projecten loopt al een PPS-aanbesteding (bijvoorbeeld de Tweede Coentunnel) of is die onderweg (bijvoorbeeld de A2 Maastricht). Binnen andere projecten worden de mogelijkheden van PPS serieus in beeld gebracht (bijvoorbeeld de A4 Delft–Schiedam, corridor Schiphol–Almere, A4/mainportcorridor-Zuid). Het streven is dat PPS in de toekomst steeds vaker in praktijk zal worden gebracht. Tegen die achtergrond moet de kennispool PPS aan de behoefte gaan voldoen om de kritische kennis over PPS intern beter te organiseren.

Minder administratieve lasten, betere regels en vereenvoudigde vergunningen

Anders werken is ook: zorgen voor minder administratieve lasten en eenvoudiger regels, zodat bedrijfsleven en burgers meer ruimte krijgen voor eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid. Conform de lijn die het kabinet daarvoor in 2003 heeft uitgezet, werkt VenW daar hard aan. Begin 2007 is alle VenW-regelgeving doorgelicht op overbodige of te ingewikkelde regels en vergunningen. Op een flink aantal terreinen is de aanpassing van de regelgeving al gestart. Belangrijke vernieuwingen vinden plaats in de Wet Wegvervoer Goederen, de Wet Luchtvaart en de Waterwet. 2007 mag in dit verband gerust een oogstjaar genoemd worden. Een paar cijfers maken duidelijk waarom:

• VenW is verantwoordelijk voor 360 vergunningenstelsels en wil in 2007 bereiken dat er daarvan 90 zijn afgeschaft. Zo worden de acht bestaande vergunningstelsels op het gebied van water in één integrale Waterwet gebundeld. Alle bestaande vergunningen komen samen in één watervergunning. De aanvraag en verlening van de watervergunning zal vanaf 2008 ook via één loket verlopen, samen met de omgevingsvergunning van VROM. In 2007 wordt deze samenwerking uitgewerkt, onder leiding van VenW en VROM en in samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen en bedrijfsleven.

• De jaarlijkse afgifte van vergunningen neemt met 22% (203 000 vergunningen) af. Hierdoor dalen de administratieve lasten voor vergunningen met 166 miljoen euro ten opzichte van het peiljaar 2002.

• Tenzij de resultaten van het lopende Europese APK-onderzoek zich daar om redenen van verkeersveiligheid of milieu tegen verzetten, wil VenW in 2007 de APK-frequentie van personenauto’s van één naar twee jaar brengen. De definitieve invulling hiervan zal met de betrokken partijen nader worden uitgewerkt.

• Voor bedrijven reduceert VenW de administratieve lasten in 2007 met in totaal 273 miljoen euro ten opzichte van 2002 (een vermindering van 30%). De administratieve lasten voor burgers gaan ook verder omlaag. Los van de APK gaat het in totaal om een verlaging van circa 50 miljoen euro ten opzichte van 2002 (een vermindering van 28,5%). Zo hoeven vanaf volgend jaar vervoerders minder vrachtbrieven in te vullen en wordt het invullen daarvan vergemakkelijkt met behulp van digitale hulpmiddelen. Voor burgers vervalt met ingang van 2007 bijvoorbeeld de verplichting om een uittreksel uit het personenregister te overleggen bij het aanvragen van een rijexamen of kentekenbewijs.

Begroting op hoofdlijnen

De onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de ontwerpbegroting 2006 (mutaties > € 15 mln).

Een uitgebreid overzicht van de mutaties is terug te vinden in het Verdiepingshoofdstuk.

Uitgaven (x € 1 000)
 Art.200620072008200920102011
Stand ontwerp-begroting 2006 7 099 1366 996 3746 986 3627 100 1847 297 1847 338 360
Amendementen       
Mutaties 1e suppletore wet 2006 – 432 954203 227203 083387 437229 310– 19 229
I Belangrijkste mutaties begroting V&W 58 753321 159623 758465 645626 428546 908
1. Overheveling IVW-gelden38 – 99 397– 101 738– 93 504– 96 833– 96 833
Overheveling IVW-geldendiv. 99 397101 73893 50496 83396 833
2a Extra bijdrage Chipkaart34 40 000    
2b Voorfinanciering Chipkaart39 76 000    
3. Vrijval contractsector34– 6 000– 5 800– 10 226– 16 449– 23 762– 32 338
4. Vrijval stimulering marktwerking OV34  – 19 733– 19 298– 19 298– 19 298
5. Vrijval kapitaallasten34 – 31 530    
6. Programma Filevermindering342 15525 65516 020   
7. Toegankelijkheid haltes stad/streek39 12 00025 00025 00025 000 
8. Project Mediapark Hilversum39 25 000    
9. Diverse overboekingen/kasschuivenIF-H1239– 32 57860 281492 958355 876519 741477 843
10. BTW-compensatie (BDU)39 25 90026 90026 90027 90027 900
11. Verdeling loonbijstellingDiv.33 75530 37430 84331 25932 42331 101
12. Verdeling prijsbijstellingDiv.61 42163 27961 99662 35764 42461 700
II Overige mutaties – 77 092– 63 276– 47 581– 50 527– 69 82467 792
Totale mutaties – 18 339257 883576 177415 118556 604479 116
Stand ontwerpbegroting 2007 6 647 8437 457 4847 765 6227 902 7398 083 0987 836 705

ad 1 Met ingang van 2007 zullen de activiteiten (producten en diensten) van de Inspectie VenW een plaats krijgen in de (beleids)artikelen op hoofdstuk XII. Artikel 38 «Inspectie VenW» komt hiermee te vervallen (zie ook de leeswijzer).


ad 2a Dit betreft een extra bijdrage van € 40 mln aan het project OV-Chipkaart. Hiervan komt € 34 mln ten goede aan de reiziger. VenW trekt namelijk € 14 mln extra uit zodat de aanschafprijs van de OV-Chipkaart ongeveer kan worden gehalveerd. Daarnaast wordt het distributienetwerk uitgebreid, zodat reizigers in dunbevolkte gebieden makkelijk aan een kaart en saldo kunnen komen (€ 20 mln). Voorts wordt er naast de nog beschikbare middelen binnen het Chipkaartbudget nog extra middelen (€ 6 mln) uitgetrokken om regionale businesscases gezond te houden.


ad 2b Dit betreft een voorfinanciering aan de lagere overheden via de BDU ten behoeve van de invoering van de chipkaart. Deze middelen komen na 2011 weer terug naar de begroting van VenW.


ad 3 Op basis van de meest actuele inzichten (o.a. tarieven gebruiksvergoeding) blijkt dat op het contractsectorbudget ruimte is ontstaan, die onder andere wordt ingezet voor de extra bijdrage OV-Chipkaart en de impuls BDU voor toegankelijkheid OV (zie ook verdiepingshoofdstuk artikel 39).


ad 4 Dit betreffen middelen ten behoeve van stimulering marktwerking OV die nu onder andere worden ingezet voor de extra bijdrage OV-Chipkaart en de impuls BDU voor toegankelijkheid OV (zie ook verdiepingshoofdstuk artikel 39).


ad 5 Deze mutatie houdt verband met de vervroegde aflossing in 2005 van de annuïteit voor afkoop kapitaallasten metro. Hierdoor vallen in 2007 middelen vrij, die VenW-breed worden ingezet.


ad 6 Het «Programma Filevermindering» is in 2006 gestart om de landelijke werkzaamheden en specifieke projecten op het gebied van filebestrijding te ondersteunen met andere maatregelen die snel realiseerbaar zijn. Daarvoor zijn in korte tijd duizenden ideeën gegenereerd, waaruit een selectie voortkwam van de meest kansrijke en meest effectieve maatregelen (zie ook bijlage 11 Programma Filevermindering).


ad 7 Met het oog op een verbeterde toegankelijkheid van de haltes in het stads en streekvervoer wordt gestreefd naar het aanpassen van de voor de doelgroep belangrijkste haltes t/m 2010. Dit betreft met name haltes bij vitale bestemmingen en voorzieningen zoals zieken- en verzorgingstehuizen en OV-knooppunthaltes. Leidende gedachte is de doelgroep «mensen met een mobiliteitsbeperking» te bereiken. Van de totale geraamde kosten van € 224 mln, bedraagt de VenW bijdrage € 87 mln. Dit bedrag wordt via de BDU aan de decentrale overheden beschikt. De regio’s dragen zelf € 137 mln bij.


ad 8 Dit betreft de overboeking van het project Mediapark Hilversum vanuit IF art 14 regionaal lokaal.


ad 9 Dit betreft een technische mutatie en is het saldo van overboekingen tussen het Infrastructuurfonds en Hoofdstuk XII en kasschuiven op het Infrastructuurfonds. De toelichtingen zijn terug te vinden bij de diverse artikelen op het Infrastructuurfonds en Hoofdstuk XII.


ad 10 Tussen Financiën en VenW is afgesproken om voor de onderdelen exploitatie spoorvervoer, capaciteitsmanagement, exploitatie stad/streek vervoer en aanleg en onderhoud spoorinfra met ingang van 2007 af te stappen van verrekening van BTW door Financiën (declaratiebasis). In plaats daarvan zal de te compenseren BTW aan de begroting van VenW worden toegevoegd. Dit geschiedt door een overheveling van de middelen vanuit de BTW-compensatieregeling van Financiën naar de begrotingen van VenW. Voor de HSL en Betuweroute blijft het oude compensatieregime gelden. Dit omdat deze projecten op korte termijn aflopen. Met name bij de BDU kan de nieuwe werkwijze leiden tot een forse administratieve lastenbesparing voor de regio en voor VenW. In plaats van aanvraag en verantwoorden kan de BTW nu immers via de verdeelsleutel worden verdeeld.


ad 11 Dit betreft de loonbijstelling, tranche 2006.


ad 12 Dit betreft de prijsbijstelling, tranche 2006.