Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

31 Integraal waterbeleid

Algemene doelstelling

Het op orde krijgen en houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om de vitale functies in het landelijk en stedelijke gebied zoals veiligheid, economie, wonen, landbouw, recreatie en natuur, te waarborgen, draagt VenW zorg voor een gezamenlijke aanpak van de nationale waterproblematiek door de verschillende publieke en private partijen.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving en deels ook de uitvoering van het integrale waterbeleid. Daarnaast houdt de Minister toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving. Dit toezicht bestaat uit toelating/continuering, inspectie/handhaving en kennis, advies en berichtgeving.

Succesfactoren

Het behalen van deze doelstelling hangt af van:

• De acceptatie en juiste implementatie van Europese regelgeving op het gebied van water door de lidstaten.

• De acceptatie en juiste implementatie van het waterbeleid door provincies, waterschappen en gemeenten.

• Structurele ontwikkelingen als klimaatontwikkeling, zeespiegelstijging, bodemdaling, verstedelijking en toename van economische waarden.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van de budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
31. Integraal Waterbeleid2005200620072008200920102011
Verplichtingen65 52863 82568 55268 96668 77369 38369 330
Uitgaven70 58470 48374 82074 11271 09269 25869 244
31.01 Bestuurlijke Organsatie en instrumentatie22 32328 64026 35624 99922 50820 37820 371
31.01.01 Algemene strategie en beleidsvorming7 52811 14610 77910 61210 70110 68410 677
31.01.02 HGIS Partners voor Water9 89111 50010 55710 55710 5579 6949 694
31.01.03 Leven met Water4 9045 9945 0203 8301 25000
31.02 Veiligheid3 47311 51311 22011 69711 54211 54311 535
31.02.01 Hoogwaterbescherming2 8659 3809 1959 6529 4959 5299 523
31.02.02 Kust6082 1332 0252 0452 0472 0142 012
31.03 Waterkwantiteit1 6883 1103 0963 1173 1243 1093 105
31.03.01 Waterbeleid 21e eeuw1 6883 1103 0963 1173 1243 1093 105
31.04 Waterkwaliteit16 63927 22034 14834 29933 91834 22834 233
31.04.01 Europese kaderrichtlijn water13 59523 19822 78023 14723 24723 44523 415
31.04.02 OSPAR/Europese mariene strategie3 0454 0224 2314 1024 1544 0964 092
31.04.03 Inspectie VenW  7 1377 0506 5176 6876 726
Van totale uitgaven       
– Apparaatsuitgaven 6 46913 44813 35912 82512 99113 030
– Baten-lastendiensten 22 15222 10722 54322 63819 84419 791
– Restant 41 86239 26538 21035 62936 42336 423
31.09 Ontvangsten454579538473472477477



kst99341_2_01.gif

Bestuurlijke organisatie en instrumentatie

Het juridisch verplichte deel heeft met name betrekking op de programma’s «Leven met Water» en «Partners voor Water». Deze zijn voor het grootste deel reeds in voorgaande jaren verplicht. Daarnaast is op dit onderdeel tevens sprake van een eeuwigdurende verplichting voor de compensatie kadastrale kosten aan de Waterschappen.

Veiligheid

De bestuurlijk gebonden en beleidsmatige verplichte uitgaven hebben vooral betrekking op de uitwerking van wettelijke taken op basis van de Wet op de waterkering. Ze zijn bedoeld als ondersteuning bij de uitvoering van de tweede toetsing en de voorbereiding op de derde toetsing. Daarnaast worden activiteiten ontplooid gericht op de aanpak van de zwakke schakels en het herijken van het waterveiligheidsbeleid.

Waterkwantiteit

De bestuurlijk gebonden en beleidsmatig verplichte uitgaven hebben voornamelijk betrekking op activiteiten zoals met de regio vastgelegd is in het Nationaal Bestuursakkoord Water. Dit houdt onder andere in het integreren van de verdrogingsbestrijding in de deelstroomgebiedsvisies en waterbeheersingsmaatregelen in reconstructiegebieden.

Waterkwaliteit

De bestuurlijk gebonden en beleidsmatig verplichte uitgaven hebben voornamelijk betrekking op het vervaardigen van de Decembernota 2007 ter voorbereiding van de stroomgebiedbeheersplannen in 2009, internationale activiteiten in het kader van OSPAR en de Europese marine strategie (EMS) en het vervaardigen van AmvB’s voor de uitvoering van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (Wet milieubeheer en Wet bodembescherming).

31.01 Bestuurlijke organisatie en instrumentatie

Motivering

Om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de bestuurlijke organisatie en het instrumentarium van het waterbeleid te verbeteren.

Producten

Algemene strategie en beleidsvorming

Groepering van activiteiten ter realisatie van een heldere rol- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheden onderling en tussen publieke en private partijen, waarin tevens wordt aangegeven welke instrumenten worden ingezet om de wateropgave voor Nederland voor de 21e eeuw te realiseren.

Concrete activiteiten zijn:

• Implementatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Het merendeel van de afgesproken acties is in 2006 afgerond. In 2007 maken gemeenten en provincies een start met de ruimtelijke invulling van de wateropgave. Verder wordt het NBW in 2006 geëvalueerd en zal in 2007 worden besloten of een nieuw (vervolg) akkoord wordt gesloten. Zie ook: Nationaal Bestuursakkoord Water incl. voortgangsrapportages, Kamerstuk 2003–2005, 27 625, nrs. 28, 46 en 50.

• Voorbereiding van de Waterwet (invoering voorzien in 2008) ten behoeve van het watersysteembeheer. Alle bestaande waterbeheerswetten worden hiermee op termijn vervangen. Het ontwerp van de waterwet is of wordt in 2006 aan de Tweede Kamer aangeboden (Hoofdlijnennotitie Integratie Waterwetgeving, Kamerstuk 2004–2005, 29 694, nr. 1). In 2007 is de parlementaire behandeling voorzien.

• De vereenvoudiging van de financieringsstructuur van het regionale waterbeheer en de modernisering van het waterschapsbestuur. Dit leidt in 2006 tot wijziging van de Waterschapswet en de indiening van de Wet gemeentelijke watertaken (Kabinetsstandpunt IBO Bekostiging Regionaal Waterbeheer, Kamerstuk 2003–2004, 29 428, nr. 1). In 2007 is de parlementaire behandeling voorzien en de Waterschapswet zal op 01-01-2008 inwerking treden.

• Ontwikkeling en implementatie van het ruimtelijk waterbeleid gebaseerd op het principe «meebewegen met en anticiperen op water» zoals vastgelegd in de Nota Ruimte (Kabinetsstandpunt Nota Ruimte, Kamerstuk 2004–2005, 29 435, nr. 154). In het kader hiervan zullen in 2007 een visie op de kust en een visie op het IJsselmeer worden opgesteld.

• Participatie in het kennisprogramma «Ruimte voor water én economische ontwikkeling in Haaglanden» gericht op proeftuinen waarin innovatieve oplossingen voor de wateropgave in de regio Haaglanden ontwikkeld worden.

HGIS Partners voor Water

Interdepartementaal samenwerkingsverband van de ministeries van VenW, BuZa, EZ, LNV en VROM gericht op bevordering van de samenwerking binnen de Nederlandse watersector (overheid, bedrijfsleven, kennisinstituten en NGO’s) om de internationale positie van de sector te verbeteren.

Het samenwerkingsverband is voor de uitvoering van het interdepartementale programma Partners voor Water II. De uitgaven worden via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gefinancierd.

Zie ook: HGIS nota 2006 Kamerstuk 2005–2006, 30 302, nr. 2, HGIS nota 2005 Kamerstuk 2004–2005, 29 802, nr. 2, HGIS jaarverslag 2004 Kamerstuk 2004–2005, 29 233, nr. 4 en verslag van een algemeen overleg, Kamerstuk 2003–2004, 29 200 XII, nr. 111.

Leven met Water

Gezamenlijk programma van het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, kennisinstellingen en adviesbureau’s (co-financiering) gericht op het verkrijgen van strategische kennis ten behoeve van het waterbeleid, versterking van kennisinfrastructuur en het versterken van het innovatief vermogen op het gebied van het waterbeleid en het -beheer. Het programma «Leven met Water» valt onder de derde investeringsimpuls in de kennisinfrastructuur (ICES/KIS-3).

Zie ook de brief aan de Tweede Kamer over kabinetsbesluit derde investeringsimpuls in de kennisinfrastructuur (ICES/KIS-3), Kamerstuk 2003–2004, 25 017, nr. 45.

31.02 Veiligheid

Motivering

Om de bescherming door primaire waterkeringen langs het kust- en IJsselmeergebied en rivierengebied volgens het wettelijk niveau te waarborgen; alsmede de kustlijn op het niveau van 2001 (basiskustlijn) dynamisch te handhaven.

Producten

Hoogwaterbescherming

Programma ten behoeve van de bescherming door primaire waterkeringen, conform de in 1996 in de Wet op de waterkering vastgelegde normen, van de dijkringgebieden in Nederland die aan buitenwater grenzen (zee, rivieren, grote meren).

Concrete activiteiten zijn:

• Eind 2006 zullen de resultaten van de verkenning «Waterveiligheid 21ste eeuw» (nieuwe veiligheidsbenadering) die in 2006 is gehouden aan de Tweede Kamer worden gezonden. Naar aanleiding van deze verkenning is een discussie gestart over een mogelijke aanpassing van de huidige veiligheidsfilosofie en het afstemmen van het beschermingsniveau op de potentiële gevolgen van een overstroming. Ook wordt bekeken of het huidige systeem van vijfjaarlijkse toetsing en aanpassing achteraf wel het beste systeem is.

• Het studieproject Veiligheid Nederland in Kaart wordt voortgezet. De uitkomsten vormen belangrijke bouwstenen voor de nieuwe veiligheidsbenadering (brieven aan de TK over VNK en de verkenning Waterveiligheid 21e eeuw, Kamerstuk 2004–2005, 29 800, nr. 49 en Kamerstukken 2005–2006, 27 625, nrs. 57 en 60).

• Voortzetten van het hoogwaterbeschermingsbeleid met als uitgangspunt «ruimte voor water». Onder andere door het opstarten van de uitvoering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma naar aanleiding van de tweede ronde toetsing van de primaire waterkeringen. Deze toetsing laat een forse investeringsbehoefte zien onder meer om de Markermeerdijken, de Afsluitdijk en een aantal andere waterkeringen weer aan de Wet op de waterkering te laten voldoen. Dit kabinet heeft een programma opgesteld om voortvarend de meest urgente maatregelen tot en met 2011 uit te kunnen voeren. Daarvoor is in deze begroting 420 miljoen euro beschikbaar gesteld. De resultaten van deze tweede toetsing worden uiterlijk eind september 2006 aan de Tweede gestuurd (zie ook 1e toetsingsronde primaire waterkeringen, Kamerstuk 2002–2003, 18 106, nr. 124).

• Na de besluitvorming omtrent de Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier (PKB Kamerstukken 2004–2006, 30 080, nrs. 1–6. 7e Voortgangsrapportage, Kamerstuk 2005–2006, 18 106, nr. 171) zal in 2007 een start worden gemaakt met de uitvoering. Vooruitlopend hierop is een tiental koploperprojecten aangewezen waarvan de planstudie al kan starten. De intensieve samenwerking met de provincies zal worden voortgezet.

• Op basis van de uitkomsten van onderzoek gedaan naar de maatregelen voor een rampenbeheersingsstrategie bij overstromingen van de Rijn en de Maas is geconcludeerd dat zowel het treffen van organisatorische maatregelen (zandzakken, evacuatie) als het aanleggen van compartimenteringsdijken reële opties zijn. Welke maatregelen gewenst zijn wordt eind 2006 in een kabinetsstandpunt vastgelegd. Ook zal daarin worden aangegeven in hoeverre de rampenbeheersingsstrategie kan worden verbreed.

Kust

Programma ten behoeve van voorkoming van structurele kustachteruitgang langs de Nederlandse kust. Uiterlijk medio 2007 moeten de planstudies Zwakke Schakels Kust door de provincies worden opgeleverd (zie Procesplan Zwakke Schakels Kust Kamerstuk 2003–2004, 27 625, nr. 34 en de brief aan de Tweede Kamer, Kamerstuk 2004–2005, 27 625 nr. 49). In 2007 start de aanpak van de «zwakke schakels» in de kust. In deze begroting zijn de gereserveerde middelen (€ 742 mln.) meer in lijn gebracht met de planningen van de provincies. Tevens wordt jaarlijks een zandsuppletieprogramma op basis van de jaarlijkse toetsing van de basiskustlijn gerealiseerd.

Meetbare gegevens

Hoogwaterbescherming

De prestatie-indicator voor Hoogwaterbescherming is het percentage waterkeringen ten opzichte van het totaal aan primaire waterkeringen (in kilometers) in Nederland, waarvan de gemiddelde kans per jaar op een overstroming door bezwijken kleiner of gelijk is aan de voor deze waterkering geldende wettelijke norm.



kst99341_2_02.gif

Toelichting

Elke vijf jaar worden de primaire waterkeringen getoetst op grond van de Wet op de waterkering. De 1e toetsing heeft plaatsgevonden in 2001, de 2e toetsing in 2006.

In 2007 zal het streefpercentage voor de 3e toetsing in 2011 worden vastgesteld. De hoogte hiervan is mede afhankelijk van het uitvoeringstempo van de maatregelen op grond van de toetsing uit 2001, de toetsingsrandvoorwaarden die voor 2011 gelden en de resultaten van de 2e toetsing.

Met de huidige systematiek worden er pas maatregelen getroffen als uit de toetsing blijkt dat een waterkering niet meer volledig voldoet aan de norm. De streefwaarde zal daarom altijd kleiner dan 100 zijn.

Basiskustlijn

De prestatie-indicator voor kust is het percentage raaien (gedeelte van de Nederlandse kust) waar op het moment van toetsing de zee (de kustlijn) structureel verder landwaarts ligt dan de te handhaven norm (Basiskustlijn 2001). De streefwaarde is dat ten minste 85% van de raaien aan de norm voldoet.

De methodiek wordt samengevat in het jaarlijks door Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) uitgegeven Kustlijnkaartenboek (ook beschikbaar op http://www.rikz.nl/projecten/kustlijnkaart). Zie ook: Nieuwe inzichten in de golfbelasting langs de kust (bijlage bij Procesplan zwakke schakels in de Nederlandse kust, Kamerstuk 2003–2004, 27 625, nr. 34).

BKL-overschrijdingen



kst99341_2_03.gif

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven veiligheid waterbeleid op het Infrastructuurfonds (x € 1 000)
Art. Omschrijving200620072008200920102011
11.02.01 Basispakket B&O Waterkeren148 19195 888101 61793 507103 26188 576
11.03.01 Realisatie Waterkeren200 68196 962177 743211 153277 554192 675
11.05.02 Planstudies waterkeren6 09455 13595 508175 502171 428156 762
16.02 Ruimte voor de Rivier37 75169 573114 977213 319258 234317 862
16.03 Maaswerken66 20649 11034 39037 69416 21932 895

31.03 Waterkwantiteitsbeheer

Motivering

Om de juiste hoeveelheid water te hebben op het juiste moment, op de juiste plaats voor de vereiste gebruiksfuncties.

Producten

Waterbeleid 21e eeuw

Een programma gericht op het op orde brengen van het hoofd- en regionale watersysteem, met als basisstrategie: anticiperen in plaats van reageren, meer ruimte vrijmaken voor water naast technische maatregelen, en hantering van de volgorde vasthouden, bergen, afvoeren bij wateroverlast. (Kabinetsstandpunt Waterbeleid in de 21e eeuw, Kamerstuk 2000–2001, 27 625, nr. 1).

Concrete activiteiten binnen het programma zijn:

• Voorkomen en bestrijden van wateroverlast en watertekort in rijkswateren en regionale wateren door het nemen van anticiperende maatregelen, het maken van ruimte voor water en het vasthouden van het water op de plaats van ontstaan van de problematiek.

• Integreren van verdrogingsbestrijding in onder andere de deelstroomgebiedsvisies uit de Nota Waterbeleid 21e eeuw.

• Implementatie van de Kaderrichtlijn Water en waterbeheersingsmaatregelen in reconstructiegebieden.

• Kennisontwikkeling ten behoeve van de adaptatie aan de klimaatontwikkeling.

Meetbare gegevens

Voorkomen van (regionale) wateroverlast (buitengewone omstandigheden)

Een prestatie-indicator is het aantal hectaren van het door waterschappen beschermde Nederlandse grondgebied, ten opzichte van het totaal aantal hectaren Nederlands grondgebied dat door waterschappen wordt beschermd waarbij de vastgestelde kans op wateroverlast kleiner of gelijk is aan de vastgestelde regionale norm voor wateroverlast (zie ook Nationaal Bestuursakkoord Water, niet-dossier-stuk 2002–2003, vw03000480 en Voortgangsrapportage NBW 2004–2005, Kamerstuk 2004–2005, 27 625, nr. 50).

Toelichting

De opgave voor wateroverlast en -tekort is een nationaal belang waarin alle bestuurslagen een rol vervullen. Het Rijk is als wetgever verantwoordelijk voor het stellen van regels voor het waterbeheer, alsmede voor het voeren van de regie op nationaal niveau. De operationele verantwoordelijkheid ligt bij de waterschappen en gemeenten met veelal een regierol voor de provincies. Informatie ten aanzien van deze prestatie-indicatoren inclusief streefwaarden en planning dient derhalve in de periode 2006–2010 in overleg met de andere overheden te worden vastgesteld.

Handhaven van juiste grond- en oppervlaktepeil (normale omstandigheden)

Een prestatie-indicator is het aantal hectaren ten opzichte van het totaal aantal hectaren Nederlands beheergebied van waterschappen, waarbij het actuele grond- en oppervlaktewaterregiem (AGOR) zich tenminste x% per jaar heeft bevonden binnen de marges van het gewenste grond- en oppervlaktewaterregiem (GGOR) (zie ook Evaluatienota Waterbeheer Aanhoudende Droogte 2003, Kamerstuk 2003–2004, 27 625, nr. 38 en Voortgangsbericht Droogtestudie, Kamerstuk 2003–2004, 27 625, nr. 42).

Toelichting

De rol van het Rijk is hier dezelfde als bij het voorkomen van wateroverlast. De indicator Handhaven van het juiste grond- en oppervlaktewaterpeil is nog in ontwikkeling. De provincies hebben de kaders voor het gewenste grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR) vastgesteld. De waterschappen stellen het GGOR op in de periode 2005–2010, in nauwe samenwerking met gemeenten, grondwaterbeheerders en belanghebbenden. De provincies coördineren en bewaken de procesgang voor het opstellen van het GGOR. In 2007 worden concept GGOR’s voor gebieden waarvoor waterkwantiteit sterk bepalend is voor behalen van de KRW/VHR doelen opgesteld. De GGOR’s worden door de waterschappen uiterlijk in 2010 uitgewerkt in hun waterbeheerplan.

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

De hoofdproducten van het IF hebben soms betrekking op meerdere hoofdproducten van Hoofdstuk XII. In dit geval ligt het zwaartepunt van de uitgaven bij Waterkwantiteitsbeheer, maar een deel van deze uitgaven betreft het hoofdproduct Veiligheid.

Overzicht uitgaven waterkwantiteit op het Infrastructuurfonds (x € 1 000)
Art. Omschrijving200620072008200920102011
11.01 Basispakket watermanagement61 45669 28181 03584 39884 26897 515

31.04 Waterkwaliteit

Motivering

Om een goede ecologische en chemische kwaliteit te bereiken in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde, Eems en de Noordzee.

Producten

Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)

Bescherming van oppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater conform de KRW moet ertoe leiden dat:

• aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed;

• door onder meer een forse vermindering van lozingen en emissies het aquatisch milieu verbetert;

• duurzaam gebruik van water wordt bevorderd (bescherming van beschikbare waterbronnen op lange termijn); en

• de verontreiniging van grondwater aanzienlijk vermindert.


De KRW (Europese Kaderrichtlijn Water, richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327)) wordt onder meer geïmplementeerd door het opstellen van de zogenoemde Decembernota’s 2006 en 2007 (Pragmatische implementatienota KRW, Kamerstuk 2003–2004, 28 808, nr. 12 en Implementatiewet Kaderrichtlijn Water,Kamerstuk 2002–2003/2003–2004/2004–2005, 28 808, nrs. 1 t/m 38).

Deze nota’s dienen tevens als basis voor de Nota Waterhuishouding en de stroomgebiedbeheersplannen voor Rijn, Maas, Schelde en Eems die in 2009 gereed moeten zijn. In een stroomgebiedsbeheersplan staat welke concrete waterdoelen we gaan bereiken in 2015 (schoon, niet te veel en niet te weinig) en wie wat doet.

Verder gaan in maart 2007 de monitoringsplannen KRW naar de Europese commissie. De KRW kent een stapsgewijze invoering met strikt vastgelegde opleveringsmomenten van producten, waaronder de monitoringsplannen in 2007. De monitoringsplannen zijn door de waterbeheerders (waterschappen en rijkswaterstaat) opgesteld in 2006. Zij gaan ze ook uitvoeren.

Nederland moet voortgang blijven boeken bij het terugdringen van verontreiniging in het water door chemische stoffen. In een aantal gevallen zal het baggeren van de waterbodems een belangrijke bijdrage leveren. Die maatregel is belangrijk voor de scheepvaart, én voor het verwijderen van verontreinigd slib.

Een belangrijk aspect van het nieuwe integrale waterbeheer is de communicatie. Het beleid voor WB21 en KRW wordt steeds concreter en de uitvoering komt op gang. Mensen zullen daarom steeds vaker met watermaatregelen geconfronteerd worden in hun eigen woon- en leefomgeving. Dat kan positief zijn, maar ook negatieve ervaringen opleveren. Het is belangrijk om uit te leggen waarom soms ingrijpende maatregelen nodig zijn voor een duurzaam waterbeheer in de toekomst.

De kosten voor waterbeheer worden steeds hoger. Innovatie is nodig om duurzaam waterbeheer tegen maatschappelijk acceptabele kosten te kunnen realiseren. Het is belangrijk tijdig ervaring op te doen met vernieuwende maatregelen. Innovatieve oplossingen kunnen ook worden geëxporteerd, omdat de KRW voor alle landen in de EU geldt. Daarom wordt een innovatieprogramma KRW opgesteld. Met het KRW-innovatieprogramma in de hand zal getracht worden middelen beschikbaar te krijgen uit het EU Kaderprogramma 7.

VN(ICP)/OSPAR/Europese Kaderrichtlijn Mariene milieu (KRM, voorheen EMS)

Om de Noordzee duurzaam te beschermen ten einde duurzaam gebruik ervan veilig te stellen, zijn internationale afspraken noodzakelijk. In een drietal fora levert VenW een actieve bijdrage om dit te realiseren. In mondiaal VN kader(ICP) vinden kennisontwikkeling, kennisuitwisseling en beleidsontwikkeling plaats. In regionaal verband is Nederland verdragspartij bij OSPAR; een overkoepelend juridisch kader voor de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijke deel van de Atlantische oceaan (incl. de Noordzee). In EU kader is VenW verantwoordelijk voor de onderhandelingen die nu gevoerd worden in het kader van de nieuwe Europese Kaderrichtlijn voor het Mariene milieu (voorheen EMS).


De activiteiten gericht op de verwezenlijking van de doelstellingen ter bescherming van het mariene milieu omvatten de volgende elementen/werkzaamheden;

• Uitwerking integraal beleid voor de zee door geleidelijke invoering van een ecosysteembenadering.

• Verbetering van de tenuitvoerlegging en geïntegreerde toepassing van bestaande en in ontwikkeling zijnde wetgeving.

• Kennisontwikkeling vergroten inzake de afgelopen en (verwachte) toekomstige evolutie van de kwaliteit van de Europese zeeën (o.a. klimaatverandering) en het aansturen van kennisinstituten die op dit terrein werkzaam zijn.

• Zorgdragen voor uitvoering van verdragsverplichtingen (implementatie en monitoring activiteiten).

• Versterking en verbetering van de coördinatie tussen de verschillende financieringsinstrumenten ter bevordering van de bescherming van het mariene milieu.

• Inbreng Nederlands standpunt in internationaal overleg (uitkomst van interdepartementaal overleg), V&W als coördinerend ministerie voor de Noordzee is in bovenstaande gremia «trekkend» departement.

Inspectie Verkeer en Waterstaat

De Inspectie Verkeer en Waterstaat onderscheidt bij het toezicht op waterbeheer de volgende toezichtrelaties:

• Intrabestuurlijk toezicht door de Inspectie op Rijkswaterstaat.

Uitvoering en toepassing van wet- en regelgeving richting derden. De Inspectie VenW houdt toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving op het gebied van water door Rijkswaterstaat.

Vergunningverlening en handhaving eigen dienst Rijkswaterstaat. Het toezicht op de eigen dienst van Rijkswaterstaat wordt uitgevoerd om te borgen dat Rijkswaterstaat bij de uitvoering van eigen werken de wet- en regelgeving en beleid in acht neemt.

• Interbestuurlijk toezicht door de Inspectie op medeoverheden.

Uitvoering en toepassing van wet- en regelgeving. De Inspectie houdt toezicht op de uitvoering en toepassing door medeoverheden van de VenW wet- en regelgeving op het gebied van water.


Speerpunten Inspectie Verkeer en Waterstaat voor het jaar 2007 zijn:

• De uitwerking van de toekomstvisie «Toezicht in beweging» en samenwerking (rijks)inspecties.

• Inspecteren op de regeling Kwalibo die voortvloeit uit de wijziging van de Wet Milieubeheer.

• Inspectieonderzoeken eigen werken en evaluatie Wet op de waterkering.

De activiteiten van de Inspectie VenW op het gebied van waterkwaliteit leveren tevens een bijdrage aan de artikelonderdelen 31.01, 31.02 en 31.03.

Meetbare gegevens

Realiseren goede waterkwaliteit

De prestatie-indicator voor een goede waterkwaliteit is het oppervlak waterlichamen (in hectaren) ten opzichte van het totaal oppervlak waterlichamen waarvan de gemeten waarden (chemische en ecologische parameters) voldoen aan de geldende normen van KRW en Mariene Strategie. Deze normen zijn nog niet vastgesteld. Ook zijn nog niet alle gegevens bekend over het totaal oppervlak waterlichamen. Tot die tijd wordt getoetst aan de MTR-waarde (maximaal toelaatbaar risico) uit de Regeling milieukwaliteitseisen gevaarlijke stoffen en oppervlaktewateren (zie ook Integraal Beheerplan Noordzee 2015, Kamerstuk 2004–2005, 30 195, nr. 1).

Realiseren goede waterkwaliteit



kst99341_2_04.gif

Toelichting op de grafiek

De waterkwaliteitsmetingen in de territoriale zee (binnen de 12-miles-zone) zijn meegenomen bij de desbetreffende KRW-stroomgebieden.

Prestatie-indicatorBasiswaarde 1990PeildatumStreefwaardePlanningPeriodeStreefwaarde
Realiseren goede waterkwaliteitEems: ca 70%JaarlijksPM (de KRW 2015100%
 Maas: ca 60% normen voor  
 Noordzee: nvt 2015 worden in  
 Rijn: ca 80% 2008 vastge-  
 Schelde: ca 80% steld)  

Ongehinderd gebruik waterfuncties

De prestatie-indicator voor het ongehinderd gebruik van waterfuncties is het oppervlak waterlichamen (in hectaren) t.o.v. het totaal oppervlak waterlichamen waarvan de actuele waterkwaliteit voldoet aan de geldende normen die zijn gesteld aan de bestemde gebruiksfuncties (Saneringsprogramma waterbodem rijkswateren 2005–2010, Kamerstuk 2003–2004, 27 625, nrs. 27, 39 en 44).

Ongehinderd gebruik waterfuncties



kst99341_2_05.gif

Toelichting op de grafiek

De kwaliteit van oppervlaktewateren waaraan specifieke gebruiksfuncties zijn gekoppeld, vertoont de laatste jaren een stijgende lijn. De locaties met de functie zwemwater of viswater voldoen bijna allemaal aan de Europese gebruiksnormen. De zwemwaterkwaliteit is beoordeeld op basis van een geactualiseerde lijst en de normen uit de zwemwater-richtlijn 1976. De reden dat de locaties met de functie viswater in 2005 bijna allemaal aan de gebruiksnormen voldoen, is dat de temperatuur of daar aan gerelateerde parameters gunstiger waren dan voorgaande jaren. In combinatie met afnemende nutriënten-concentraties in de grote rivieren zorgt dit voor de hoge score in 2005. De reden dat de schelpdierwater locaties soms niet voldoen aan de gebruiksnormen is te wijten aan een lichte onderschrijding van de ondergrens van het zuurstofgehalte.

Prestatie-indicatorBasiswaarde 1990PeildatumStreefwaardePlanningPeriodeStreefwaarde
Ongehinderd gebruik waterfunctiesZwemwater: nbjaarlijksPM (de KRW normen voor 2015 worden in 2008 vastgesteld)2015100%
Opp.water: ca 100%
Viswater: ca 75%
Schelpdierwater: nb

Kengetallen Instectie VenW domein Waterbeheer
 2005200620072008200920102011
Toelating/continuering (aantal vergunningen)85807575757575
Aantal inspecties6151515151515
Percentage gebaseerd op risicoanalyse70%70%70%70%70%70%70%
Uitvoering conform jaarplan90%90%90%90%90%90%90%

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

De hoofdproducten van het IF hebben soms betrekking op meerdere hoofdproducten van Hoofdstuk XII. In dit geval ligt het zwaartepunt van de uitgaven bij waterkwaliteit, maar een deel van deze uitgaven betreft het onderwerp waterkwantiteitsbeheer.

Overzicht uitgaven waterkwaliteit op het Infrastructuurfonds (x € 1 000)
Art. Omschrijving200620072008200920102011
11.02.05 Basispakket B&O waterbeheer74 90454 49353 48855 42667 394122 845
11.02.08 Groot variabel onderhoud waterbeheer8 08123 60033 02831 81723 2523
11.03.02 Realisatie Waterbeheer167 697128 925125 61686 59763 31858 121
11.05.03 Planstudies waterbeheer3 4185 5076 1225 4385 4382 878

Overzicht onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

OnderzoekOnderwerpODA. StartB AfgerondVindplaats
Effectenonderzoek ex post    
Kustvisie (vervolg 3e kustnota)Evaluatie 3e Kustnota31.02A: 2006B: 2007 
2e toetsing primaire waterkeringenNagaan of de primaire waterkeringen aan de norm voldoen.31.02A: 2003B: 2006/2007 
Evaluatie WatertoetsEvaluatie van de doorwerking van de water- toets.31.03A: 2006B: 2006 
Evaluatie NBWEvalueren van de afspraken uit het NBW. Naar aanleiding hiervan besluiten partijen over bijstelling en/of aanpassing van het huidige akkoord, dan wel het sluiten van een vervolgakkoord.31.01A: 2006B: 2006 
Verspreidingsbeleid zoute baggerHet huidige verspreidingsbeleid voor zoute bagger evalueren met het oog op de ontwikkeling van een duurzame toekomstvisie.31.04A: 2004B: 2006 
Overig evaluatieonderzoek    
Beleid benodigde versterkingen primaire waterkeringenBeleidsaanpak voor de benodigde versterkingen.31.02A: 2005B: 2006//2007 
RampenbeheersingsstrategieOnderzoeksprogramma naar opties voor rampenbeheersingsstrategie bij overstromingen.31.02A: 2006B: 2007 
Evaluatie toetsprocesEvaluatie van de 5-jaarlijkse toetscyclus.31.02A: 2006B: 2007 
Tijdelijke stimuleringsregeling verwerking baggerspecie (SVB)De effectiviteit van de regeling wordt jaarlijks geëvalueerd (start 1 jaar na inwerkingtreding)31.04A: 2003B: 2006 
Integrale Verkenning Maas (IVM)In de IVM worden de kosten en baten van een aantal alternatieve strategieën voor rivierverruiming en dijkversterking geanalyseerd.Uitgangspunt is de situatie na realisatie van de Maaswerken (2015).31.02A: 2000B: 2006 
Veiligheid Nederland in KaartVerkenning van de veiligheid in Nederland.31.02A: 2004B: 2007 
Proef Grootschalige Verwerking Baggerspecie (GVB)Deze grootschalige proef heeft tot doel op praktijkschaal aan te tonen wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn en tegen welke prijs grootschalige verwerking gerealiseerd kan worden. Er vindt na de aanbesteding een tussentijdse evaluatie plaats (medio 2004). Vervolgens zal de proef aan het eind van de looptijd worden geëvalueerd (2009).31.04A: 2004B: 2009 
Beleidsregels ABR/ABMVaststellen of beleidsregels Actief Bodem-beheer Rijntakken (ABR) en Actief Bodem-beheer Maas (ABM) functioneren, goed worden benut, lacunes of achterhaaldheden bevatten.31.04A: 2004B: 2007 
Kaderrichtlijn mariene milieu (KRM, voorheen EMS)MKBA maatregelen en kosten voor de uitvoering van de KRM.31.04A: 2004B: 2007 
KRWMKBA/multicriterium afweging van maatregelen en kosten voor de uitvoering van de KRW.31.04A: 2004B: 2008 
Project MER’s ScheldeToetsing van milieueffecten van geselecteerde projecten binnen het Schelde estuarium.31.04A: 2005B: 2006