Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

32 Het bereiken van optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit

Algemene doelstelling

De veiligheid van personen op de weg en op het spoor, alsmede de sociale veiligheid in het openbaar vervoer (OV), permanent verbeteren.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om risico’s voor verkeersdeelnemers te verminderen zodat het aantal verkeersslachtoffers op de weg en het aantal slachtoffers op het spoor permanent daalt en om de sociale veiligheid in het openbaar vervoer te verbeteren.

Verantwoordelijkheid

De Minister is samen met provincies, gemeenten en waterschappen verantwoordelijk voor de uitvoering van het verkeersveiligheidsbeleid. Dit betekent betrokkenheid bij (EU) wetgeving, vaststellen van nationale kaders voor de verkeersveiligheid en het vaststellen van de nationale doelstelling in goed overleg met decentrale overheden.

Ten aanzien van de veiligheid op het spoor is de systeemverantwoordelijkheid vastgelegd door middel van de concessies en de Kadernota railveiligheid.

Ten aanzien van de sociale veiligheid in het OV heeft de Minister een coördinerende en stimulerende functie. Uitvoering vindt plaats door OV-autoriteiten en OV-bedrijven voor het stads- en streekvervoer en voor het hoofdrailnet via de concessies. De Minister monitort.

Daarnaast houdt de minister toezicht op de uitvoering van de weten regelgeving. Dit toezicht bestaat uit toelating/continuering, inspectie/handhaving en kennis, advies en berichtgeving.

Succesfactoren

Om de doelstelling te behalen is het nodig dat:

• In de periode tot en met 2010 de toename van het absolute aantal slachtoffers, veroorzaakt door de toename van de mobiliteit, teniet wordt gedaan door autonome verbeteringen, met name: voertuigen worden veiliger en verkeersdeelnemers leren beter met verkeer om te gaan;

• De verschillende overheden hun bijdrage leveren aan de afgesproken doelstelling;

• De transportsector en spoorsector de eigen verantwoordelijkheid oppakken en daar invulling aan geven;

• In EU-verband een forse stap wordt gezet op het gebied van voertuigtechnologie.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
32. Optimale Veiligheid2005200620072008200920102011
Verplichtingen41 47620 97756 64654 20152 34853 91653 913
Uitgaven38 53736 61762 75561 39656 17553 47453 608
32.01 Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen34 65533 41054 94153 67148 99746 12246 216
32.01.01 Algemene strategie- en beleidsontwikkeling1 7121 7701 7681 7841 7871 7891 786
32.01.02 Vereisten aan voertuig en technologie4 9753 9544 2074 6204 6184 6184 618
32.01.03 Gedragsbeinvloeding27 96827 68631 18029 69826 35123 05123 051
32.01.04 Aanpassingen aan weginfra- structuur       
32.01.05 Inspectie Verkeer en Waterstaat  17 78617 56916 24116 66416 761
        
32.02 Aantal verkeersslachtoffers op het spoor verminderen4404447 7287 6397 0927 2667 306
32.02.01 Algemene strategie- en beleids- ontwikkeling233239192192192192192
32.02.02 Kadernota Railveiligheid «Veilig- heid op de rails»207205204204204204204
32.02.03 Inspectie Verkeer en Waterstaat  7 3327 2436 6966 8706 910
        
32.03 Sociale veiligheid OV verbeteren3 4422 7638686868686
32.03.01 Algemene strategie- en beleids- ontwikkeling44272727272727
32.03.02 Uitvoeren beleidskader Sociale Veiligheid OV3 3982 7365959595959
Van totale uitgaven       
– Apparaatsuitgaven 2 48327 54927 24225 36725 96426 101
– Agentschapsbijdrage 951951967970972969
– Restant 33 18334 25533 18729 83826 53826 538
32.09 Ontvangsten 1 1509 8808 9348 72510 09110 091



kst99341_2_06.gif

Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen

Onder bestuurlijk gebonden/complementair noodzakelijk zijn opgenomen de middelen voor de diverse verkeersveiligheidsorganisaties, het uitvoeren van verscheidene campagnes en het verstrekken van de doelsubsidie aan de SWOV. De middelen voor met name de ontwikkeling van voertuigtechnologie zijn ingedeeld onder beleidsmatig verplicht.

Aantal verkeersslachtoffers op het spoor verminderen» en «Sociale veiligheid OV verbeteren»

Voor beide doelstellingen worden de middelen ingezet voor onderzoek (beleidsmatig verplicht).

32.01 Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen

Motivering

Om het aantal verkeersslachtoffers op de weg te verminderen. Het maatschappelijk leed als gevolg van verkeersongevallen is groot. Daarnaast zijn de maatschappelijke kosten (medische kosten, productieverlies, materiële kosten en afhandelingskosten) die daarmee gemoeid zijn hoog.

Producten

Algemene strategie- en beleidsontwikkeling

Algemene beleidsontwikkeling en -ondersteuning die productoverstijgend is, op het gebied van veiligheid op de weg:

• opstellen en doen uitvoeren van een jaarlijks onderzoeksprogramma;

• verstrekken van doelsubsidie aan de SWOV, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid;

• kennisdeling ten aanzien van maatregelen met decentrale overheden (KpVV, maatregelwijzer goederenvervoer)

• zorgen voor internationale afstemming;

• invulling geven aan de regiefunctie op het gebied van verkeersveiligheid; in de tweede fase Duurzaam Veilig wordt samengewerkt aan het gezamenlijk met decentrale overheden behalen van de nationale doelstelling inzake verkeersveiligheid;

• beschikbaar stellen van de rijksbijdrage voor regionaal en lokaal verkeersveiligheidsbeleid aan de decentrale overheden via de Brede Doeluitkering (BDU);

• toezicht houden op een aantal uitvoerende organisaties (RDW, CBR, Innovam);

• stimuleren dat maatschappelijke partijen en bedrijfsleven eigen verantwoordelijkheid nemen.

Vereisten aan voertuig en technologie

Verbeteringen aan de wegvoertuigen richten zich op het voorkomen van ongevallen (actieve veiligheid) en het verminderen van de ernst van het ongeval (passieve veiligheid). Ook de veiligheid voor de aangereden partij (botscompatibiliteit en voetgangerveiligheid) hoort daarbij. Daarnaast is er aandacht voor een veilige mens/machine-interface. Concrete acties op dit gebied zijn:

• stimuleren van ontwikkeling van veiliger voertuigen;

• actief participeren in het EU-wetgevingsproces omtrent voertuigen;

• deelnemen in (Europese) overleggen over de ontwikkelingen in de voertuigindustrie (Ertrac, eSafety);

• stimuleren van de verkoop van veilige voertuigen middels Euro-NCAP;

• heroverwegen APK frequentie op basis van Europees onderzoek;

• uitvoering geven aan het met de branche afgesloten convenant veilig bestelverkeer;

• maatregelen ter preventie van kantelongevallen;

• bevordering van camerasystemen en frontspiegels op vrachtwagens, ter voorkoming van ongevallen tussen rechtsafslaande vrachtauto’s en kwetsbare verkeersdeelnemers.

Gedragsbeïnvloeding

Een belangrijke sleutel tot meer verkeersveiligheid is een veilig verkeersgedrag van verkeersdeelnemers. Het overgrote deel van de ongevallen en slachtoffers is namelijk (mede) het gevolg van menselijk handelen, vaak onopzettelijk (inschattingsfouten, onvermogen), maar ook opzettelijk handelen.

Het gedragsbeleid richt zich zowel op preventieve als repressieve maatregelen. Verkeershandhaving is naast educatie en communicatie een belangrijk instrument om veilig verkeersgedrag te bevorderen. De middelen voor verkeershandhaving staan op de begroting van BZK en Justitie.

Volgens de SWOV kunnen verkeersongevallen met vracht- en bestelverkeer niet alleen bestreden worden met generieke maatregelen. Vanwege het unieke karakter van vracht- en bestelverkeer zijn specifieke maatregelen nodig.

Ook motorrijders hebben procentueel meer kans om bij een ongeval betrokken te raken. Vanuit de meerjarige campagnes wordt specifiek aan deze kwetsbare doelgroep aandacht besteed.

Op het gebied van gedragsbeïnvloeding worden de volgende concrete activiteiten ondernomen:

• bijdragen aan kosten van onderzoeken naar rijgeschiktheid door CBR;

• actief participeren in het EU-wetgevingstraject omtrent rijbewijzen;

• opstellen van regelgeving betreffende rijbevoegdheid en rijgeschiktheid, zoals ten aanzien van bromfietsexamens en rijbewijs voor landbouwvoertuigen;

• modernisering theorie en praktijkexamen;

• ontwikkelen bromfietsexamen (theorie en praktijk);

• uitvoering Meerjarenprogramma Campagnes Verkeersveiligheid en opzetten vervolgstrategie 2008–2012;

• bevordering van een veiligheidscultuur in transportbedrijven;

• voorlichting aan vrachtwagenchauffeurs en overige verkeersdeelnemers met als doel reductie van ongevallen ten gevolge van dode hoek-ongevallen en interactieproblemen;

• verstrekken van subsidies aan maatschappelijke organisaties (Veilig Verkeer Nederland, Team Alert) en wetenschappelijk onderzoek (SWOV);

• voorlichting over de gevaren van deelname aan het verkeer bij gebruik van bepaalde medicijnen;

• verkenning aanpak alcohol- en drugsbeleid.

Aanpassingen aan weginfrastructuur

VenW is verantwoordelijk voor een veilig hoofdwegennet; het onderliggend wegennet is in beheer bij provincies, gemeenten en waterschappen. Bij aanleg en de aanpak van specifieke knelpunten wordt rekening gehouden met alle weggebruikers, dus ook motorrijders. In samenwerking met verschillende belangengroepen worden gevaarlijke punten in kaart gebracht en voorzien van motorfiets vriendelijke vangrails. Bovendien wordt er uitvoering gegeven aan de motie verbod cablebarrier op het hoofdwegennet en overleg met koepels van decentrale wegbeheerders voor het onderliggend wegennet.

VenW werkt aan een veilig hoofdwegennet door:

• het aanleggen van veilige nieuwe wegen;

• het veilig maken en houden van bestaande wegen via beheer en onderhoud;

• het aanpakken van specifieke knelpunten.

Ombouw, uitbouw en beheer en onderhoud (B&O) vallen onder het Infrastructuurfonds (IF). Hiervoor wordt verwezen naar de begroting IF.

Inspectie Verkeer en Waterstaat

De Inspectie houdt toezicht op het goederenvervoer over de weg. Dit omvat ondernemingen, chauffeurs en overig personeel, voertuigen, gevaarlijke stoffen en overige lading.


Speerpunten van de Inspectie Verkeer en Waterstaat voor 2007 op het gebied van goederenvervoer zijn:

• het (mede) ontwikkelen en implementeren van de frontoffice wegvervoer in aansluiting op samenwerkende rijksinspecties;

• het streven naar inspectiedrukreductie door participatie in samenwerkende inspecties: «slimmer handhaven en interveniëren»;

• het inzetten van ICT-toepassingen voor verlaging van administratieve lastendruk;

• transformatie van object – naar systeemtoezicht en het waarderen van beheerssystemen bij bedrijven als bijdrage in het behalen van de doelstellingen van de Inspectie.

Deze activiteiten leveren ook een bijdrage aan de doelstellingen van het artikel 33.01.


De toezicht door de Inspectie bij het busvervoer richt zich op ondernemingen, chauffeurs en voertuigen en draagt bij aan het verhogen van de vervoerveiligheid en de externe veiligheid, de verbetering van concurrentievoorwaarden en duurzaamheid van de markt en de sociale omstandigheden in het vervoer over de weg.


Speerpunten van de Inspectie Verkeer en Waterstaat voor 2007 op het gebied van busvervoer zijn:

• invoering digitale tachograaf (ook in het OV);

• het opstellen van een risico-analyse van de onderkant van de markt;

• bestrijden fraude met snelheidsbegrenzer en tachograaf;

• controles op rij- en rusttijden;

• thema-acties in het internationaal vervoer;

• het aanpassen van de controlemethodiek Keurmerk Touringcarbedrijf;

• aandacht voor de relatie ongevallen en vermoeidheid in het busvervoer.

Meetbare gegevens

Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen1

Prestatie-indicatoren: verkeersslachtoffers
IndicatorWaarde 2005Basiswaarde 2002Streefwaarde 2007Streefwaarde 2010Streefwaarde 2020
Aantal verkeersdoden8171 066960pm580
Aantal ziekenhuisgewonden 18 42017 50017 00012 250

Prestatie-indicator: ontwikkeling aantal verkeersdoden



kst99341_2_07.gif

Kengetallen: naleving busvervoer2004200520062007
Aantal busvervoerders982987pmpm
Aantal ingetrokken vergunningen Collectief vervoer180pmpm
     
Aantal bedrijfsinspecties141222480480
Aantal overtredingen586586pmpm
Aantal staandehoudingen besloten en ongeregeld vervoer9001 095pmpm
Overtredingspercentage besloten en ongeregeld vervoer18%19%pmpm
Aantal staandehoudingen internationale lijndiensten100169pmpm
Overtredingspercentage internationale lijndiensten22%22%pmpm
Aantal staandehoudingen pendelvervoer460526pmpm
Overtredingspercentage pendelvervoer14%33%pmpm

Kengetallen en prestatie-indicatoren: naleving goederenvervoer2004200520062007
Aantal bedrijfsinspecties268593589589
Overtredingspercentage38%68%pmpm
Aantal transportinspecties23 71227 96520 25020 250
Overtredingspercentage algemeen19,5%18,7%pmpm
Aantal transportinspecties gevaarlijke stoffen1 6201 857pmpm
Overtredingspercentage gevaarlijke stoffen31,7%28%pmpm
Aantal gewogen voertuigen849566465460
Overtredingspercentage overbelading45%42%pmpm

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Brede Doeluitkering (BDU)

De Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer (BDU) op artikel 39.02 draagt deels bij aan de doelbereiking op dit terrein. Omdat het grootste deel van de BDU middelen betrekking heeft op artikel 34.04 Netwerk decentraal/regionaal vervoer is de extracomptabele verwijzing geheel bij dat operationele doel opgenomen. De systematiek van de BDU brengt met zich mee dat de bijdrage niet afzonderlijk kan worden toegerekend.

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

De veiligheidscomponent is geïntegreerd in de reguliere aanleg en beheer en onderhoud budgetten.

32.02 Aantal verkeersslachtoffers op het spoor verminderen

Motivering

De veiligheid op het spoor permanent verbeteren, conform de uitwerking in de Kadernota «Veiligheid op de Rails», zijnde de tweede kadernota voor de veiligheid van het railvervoer in Nederland (2004) ( Tweede Kamer 2004–2005, 29 893, nrs. 1 en 2). Hierbij moet altijd de afweging worden gemaakt van de effectiviteit en de haalbaarheid van de maatregelen in relatie tot de kosten.

Producten

Algemene strategie- en beleidsontwikkeling

Algemene beleidsontwikkeling en -ondersteuning die productoverstijgend is, op het gebied van veiligheid op het spoor en het borgen van veiligheidsaanpak binnen ProRail enerzijds via het beheerplan en anderzijds via veiligheidsjaarplannen van vervoerders.

Kadernota railveiligheid «veiligheid op rails»

Uitvoering van het railveiligheidsbeleid dat erop gericht is het hoge veiligheidsniveau duurzaam te bestendigen door te streven naar permanente verbetering van de veiligheidssituatie van het railvervoer

De onderstaande activiteiten worden in dit kader uitgevoerd:

• uitvoering van het overwegenbeleid in de periode 2006–2010, rekening houdend met de motie Hofstra;

• ProRail zal in 2007 een aantal scenario’s uitwerken voor de periode 2010–2020 om de veiligheid op overwegen te borgen. Dit wordt ter besluitvorming aan VenW voorgelegd;

• ProRail past (innovatie) maatregelen toe, zoals Automatische Dubbele OverwegBomen Nieuw Concept (ADOB-NC);

• toepassing door de spoorsector van het Normenkader Veilig werken aan Infrastructuur;

• implementatie door de spoorsector van het plan van aanpak STS: Rijden door Stoptonend Sein, o.a. door maatregelen aan de infrastructuur (ATB++) en het materieel;

• toepassen van beproefde maatregelen (hekwerken) door ProRail om aantal zelfdodingen te verminderen;

• toepassen door ProRail van maatregelen om vandalisme te voorkomen;

• communicatie en voorlichting door ProRail aan andere overheden, omwonenden en belanghebbenden;

• veiligheid bij in- en uitstappen reizigers, (her)scholing personeel en veiligheidsmanagement vervoerbedrijven door vervoerders;

• toepassen door ProRail van het in 2005 ontwikkelde normenkader lightrail in voorkomende gevallen (decentralisatie van treindiensten);

• toepassing van de in de kadernota gestelde risiconormen voor risicodragers door ProRail en decentrale overheden;

• bij de eisen aan de veiligheid in railtunnels wordt aangesloten bij de Europese ontwikkelingen. In de loop van 2006 zijn de inhoudelijke discussies over de eisen ten aanzien van tunnelveiligheid voor het railverkeer afgerond. Daarna vindt vertaling van de tekst in alle talen van de Unie plaats. Besluitvorming door de Europese Commissie wordt begin 2007 verwacht. Zes maanden na besluitvorming door de EC hebben deze Europees geharmoniseerde veiligheidseisen in Nederland kracht van wet;

• implementatie van ERTMS (European Rail Traffic Management System) op de Betuweroute en de HSL-Zuid;

• opstellen van een ERTMS implementatieplan in combinatie met een vervangingsplan voor de huidige beveiligingssystemen (cf. beheerplan ProRail);

• locaties op het landelijke spoornetwerk waar relatief veel zelfdoding voorkomen zijn geselecteerd voor deelname aan een gezamenlijk project van ProRail, NS en de Ivonne van der Ven Stichting. Dit gebeurt op basis van gegevens van de afgelopen jaren.

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Het toezicht door de Inspectie richt zich op de Nederlandse Spoorwegen en overige personen- en goederenvervoerders, machinisten en overig personeel, railvoertuigen, reizigers en goederen, ProRail en «notified bodies».

Het toezicht bij tram/metro richt zich op de veiligheid van nieuwe tram- en metrolijnen voordat deze in gebruik worden genomen, railvoertuigen, personeel en reizigers. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het voorkomen en beperken van letsel en schade in en door het railverkeer.


Speerpunten Inspectie Verkeer en Waterstaat voor 2007 op het gebied van spoor zijn:

• veiligheidsbeoordeling van nieuwe systemen en wijzigingen (HSL-Zuid, Betuweroute, lightrails) alsmede beoordelingen risicoanalyse weg/spoorwegbeheer bij overgangen;

• terugdringen van het aantal roodseinpassages;

• doorontwikkelen van veiligheidsmonitor voor infrastructuur.


Speerpunten Inspectie Verkeer en Waterstaat op het gebied van tram en metro zijn:

• er wordt een nieuw toezichtarrangement uitgewerkt. Dit moet aansluiten bij de nieuwe wet- en regelgeving die voor tram en metro in voorbereiding is;

• de Inspectie houdt zich bezig met de veiligheidsbeoordeling van de Noord/Zuidlijn te Amsterdam, waar de nieuwe metro naar verwachting in 2012 gaat rijden.


De activiteiten van de Inspectie Verkeer en Waterstaat op het gebied van veiligheid spoor leveren tevens een bijdrage aan artikel 33.

Meetbare gegevens

Aantal verkeersslachtoffers op het spoor verminderen

Prestatie-indicatoren dodelijke slachtoffers Spoor
 20012002200320042005Risiconorm
Reizigers210001,5 dodelijk slachtoffer per 10 mld. reizigerskilometers
Personeel (baanwerkers, rangeerders)112201 dodelijk slachtoffer op 10 000 werknemers per jaar
Overweggebruikers2017281718maximaal 24 dodelijke slachtoffers in 2010
Onbevoegden op het spoor34737maximaal 1,5 dodelijke slachtoffers per jaar

BRON: Trendanalyse IVW

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Infrastructuurfonds

Het AKI-programma op artikel 13 Spoorwegen van IF wordt ingezet voor de verbetering van de beveiliging van overwegen.

Art. Omschrijving200620072008200920102011
Art. 13.03.01 Automatische Knipperlicht Installatie (AKI)303341303012
Art. 13.02.02 Stoptonend Sein (STS)221313000

32.03 Sociale veiligheid openbaar vervoer verbeteren

Motivering

Sociale veiligheid is onderdeel van het kabinetsbeleid «naar een veiliger samenleving» en voor reizigers en personeel belangrijk. Gestreefd wordt naar een verbetering van het veiligheidsgevoel en naar een vermindering van het aantal incidenten in en rond het openbaar vervoer.

Producten

Algemene strategie- en beleidsontwikkeling

Algemene beleidsontwikkeling en -ondersteuning die productoverstijgend is, op het gebied van sociale veiligheid.

Uitvoeren beleidskader Sociale Veiligheid OV

De Minister van VenW heeft, op verzoek van de Tweede Kamer, een regie- en stimuleringsfunctie voor de sociale veiligheid in het OV. Voor het spoorvervoer zijn afspraken over sociale veiligheid in de vervoerconcessie en beheerconcessie gemaakt en voor het stads- en streekvervoer worden streefwaardes voor de sociale veiligheid opgesteld door de OV-autoriteiten, die op hun beurt afspraken maken met de vervoerders. Uitgangspunt voor deze streefcijfers is in de Nota Mobiliteit vastgelegd. Via monitoring worden de ontwikkelingen gevolgd en kunnen partijen zonodig worden aangesproken. Het Aanvalsplan SVOV ( Kamerstuk 2002–2003, 28 642, nr. 1), dat in 2002 samen met BZK en Justitie, is opgezet, is nagenoeg geheel gerealiseerd. De uitkomsten van de evaluatie van dit plan zijn in de tweede helft van 2006 bekend. Vooral op basis van de evaluatie zal de wenselijkheid van aanvullend beleid worden bezien.


Onderstaande activiteiten worden in dit kader uitgevoerd:

• monitoren van en rapporteren over het gevoel van sociale veiligheid van reizigers en personeel en het meten van en rapporteren over het aantal incidenten. Meten van en rapporteren over zwartrijdpercentages in concessies van stad- en streekvervoer waar het percentage in recente metingen hoger lag dan 3%;

• afronding van een beperkt aantal acties die aanvullend op het Aanvalsplan zijn geformuleerd;

• toezicht houden op naleving van de zorgplicht ten aanzien van sociale veiligheid door NS respectievelijk ProRail, zoals belegd in de verstrekte vervoer- en beheerconcessie, en nader uitgewerkt in het jaarlijks vast te stellen vervoer- en beheerplan;

• aan de decentrale overheden via de Brede Doeluitkering (BDU) middelen beschikbaar stellen voor sociale veiligheid in het OV.

Meetbare gegevens

Sociale veiligheid openbaar vervoer verbeteren

Overzicht van prestatie- en effectindicatoren verbeteren sociale veiligheid in het stads- en streekvervoer1
Indicatoren200120022003200422005doel 2008
Waardering veiligheidsgevoel in het voertuig als rapportcijfer      
– Reizigers7,37,27,37,97,97,5
– Personeel36,06,26,16,56,5 
Onveiligheidsincidenten in en rond het OV in %      
– Reizigers42827222725 
– Personeel56166625956 

Bron reizigersgegevens: Onderweg naar een veiliger openbaar vervoer, reizigersmonitor AVV

Bron personeelsgegevens: de sociale veiligheid van het personeel in het stads- en streekvervoer

1 Alle gegevens in de tabel hebben alleen betrekking op het stads- en streekvervoer. Voor de reizigersgegevens zijn dat in 2001 t/m 2003 alleen de bus-, tram- en metroreizigers, in 2004 zijn de regionale treinreizigers (gedecentraliseerde treintrajecten) toegevoegd. Voor het personeel zijn dat alle jaren de medewerkers van de bus, tram, metro en regionale trein.

2 Voor de gegevens m.b.t. de reiziger is de vergelijkbaarheid tussen 2004/2005 en voorgaande jaren beperkt. Dit vanwege aanpassingen in de onderzoeksmethodiek en in het aantal vragen dat gesteld wordt over sociale veiligheid. Hierdoor wordt echter een betere weergave van de werkelijkheid bereikt. De cijfers 2001 tot en met 2003 zijn wel onderling vergelijkbaar. De gegevens m.b.t. het personeel zijn ook vergelijkbaar in de tijd.

3 Dit cijfer betreft het veiligheidsgevoel zowel in als rond het voertuig.

4 Dit is het ongewogen gemiddelde van de bus-, tram-, metro- en (per 2004) regionale treinreizigers, die ooggetuige en/of slachtoffer zijn geweest van één of meerdere incidenten. Percentage per modaliteit is in 2004: bus 19%, tram 32%, metro 33% en regionale trein 22%.

5 Dit is het percentage van het personeel dat één of meerdere keren slachtoffer is geweest van een incident.

Kengetallen: sociale veiligheid NS1
 20012002200320042005
Waardering veiligheidsgevoel reiziger in het voertuig als rapportcijfer16,86,86,97,07,1
Het percentage reizigers dat de sociale veiligheid met een 7 of hoger beoordeelt68%66%69%73%75%
Reizigers die slachtoffer/ooggetuige zijn geweest van tenminste één incident30%31%27%32%29%
Het percentage NSR-medewerkers dat zijn of haar gevoel van veiligheid overdag in de werkomgeving met een 7 of hoger beoordeelt   84%89%
Het percentage NSR-medewerkers dat zijn of haar gevoel van veiligheid ’s avonds in de werkomgeving met een 7 of hoger beoordeelt   46%56%
Het percentage NSR-medewerkers dat 1 of meerdere incidenten meegemaakt heeft2   65%40%

Bron reizigersgegevens: Onderweg naar een veiliger openbaar vervoer, reizigersmonitor AVV.

Bron NSR-medewerkersgegevens: NS monitor veiligheidsbeleving 2005, februari 2006.

1 Deze cijfers en percentages wijken af van de cijfers uit het Vervoerplan 2005, omdat in deze cijfers ook de contractsectorlijnen zijn meegenomen terwijl het Vervoerplan alleen betrekking heeft op hoofdrailnet. De cijfers zijn niet vergelijkbaar met de cijfers voor het stads- en streekvervoer, wegens verschillen in onderzoeksmethodiek.Het cijfer (7,1) over het jaar 2005 is opgebouwd door het gewogen gemiddelde te nemen van de waardering van het veiligheidsgevoel overdag (7,5) en de waardering van het veiligheidsgevoel ’s avonds (6,6).

2 Dit cijfer wijkt af van het cijfer uit het Vervoerplan 2005 (63%), omdat dit cijfer betrekking heeft op het rijdend personeel van NS (NSR). Het cijfer uit het Vervoerplan 2005 heeft betrekking op het gehele personeel van NS.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 OnderzoekOnderwerpODA. StartB. AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingOverall Evaluatie Sociale Veiligheid beleid32.03 A. juli 2005B. juli 2006 
Effectenonderzoek ex postEvaluatie beleidsonderzoek32.01A. mrt 2005B. juni 2006 
 Invoering GAIK32.01A. mrt 2006B. juni 2006 
 Verkeersveiligheid goederenvervoer32.01A. juli 2008 
 Kentekening aanhangwagens32.01A. april 2006B. juni 2006 
 Meerjarenvoorlichtingscampagne verkeersveiligheid32.01A. jan 2006B. okt 2006 
 Meerjarenvoorlichtingscampagne verkeersveiligheid32.01A. juli 2008 
 APK (art. 71 t/m 91 WVW 1994)32.01A. juli 2008B. juli 2009 
 Aanpak benzinediefstal32.01A. febr 2006B. mrt 2006 
 Kentekening brom- en snorfietsen32.01A. juli 2010 
Overig evaluatieonderzoekKlantenbarometer CVOV; Personeelsmonitor SVOV; Incidentenregistratiemethode SV en OV bedrijven32.03 jaarlijkse monitoring 
 Spoorveiligheid personen32.02jaarlijkse monitoring 

1  In de loop van 2006 worden mogelijk nieuwe afspraken gemaakt met de decentrale overheden over een nieuwe doelstelling voor 2010 (en 2020). De streefwaarden voor 2020 zijn onder de aanname van invoering van Anders betalen voor mobiliteit volgens het volledige scenario Nouwen. De discussie hierover wordt nog gevoerd.