Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

33 Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico’s

Algemene doelstelling

Het verkleinen van veiligheidsrisico’s.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om de kans op letsel bij personen en schade aan goederen, infrastructuur en milieu als gevolg van ongevallen door goederenvervoer en luchtvaart te beperken. VenW stelt kaders voor de verbetering van de veiligheid en beveiliging door het voeren van beleid en het stellen van regels ter beheersing van veiligheidsrisico’s. VenW houdt toezicht op de naleving van de regels. VenW helpt en motiveert betrokken partijen hun verantwoordelijkheid voor veiligheid en beveiliging te nemen en hierin samen te werken.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor:

• Het stellen van voorwaarden via beleid, wet- en regelgeving aan de veiligheid van het goederenvervoer- en luchtvaartsysteem.

• Het houden van toezicht en het uitvoeren van inspecties op het nalevingsgedrag.

• Het bijdragen aan en implementeren van internationale afspraken op het gebied van veiligheid.

• Het leveren van een bijdrage aan de maatschappelijke aandacht voor streven naar het permanent verbeteren van de veiligheid en beveiliging.

• Het houden van toezicht op de uitvoering van wet- en regelgeving. Dit toezicht bestaat uit toelating/continuering, inspectie/handhaving en kennis, advies en berichtgeving.

Succesfactoren

Behalen van de doelstelling hangt af van de betrokkenheid van en samenwerking met andere overheden en het bedrijfsleven, de internationale ontwikkelingen en de verhouding met andere ruimtelijke behoeften en ontwikkelingen in Nederland.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
33. Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico’s2005200620072008200920102011
Verplichtingen20 72516 27967 01962 58158 37766 53261 405
Uitgaven19 92923 62967 96469 52362 95461 80959 989
33.01 Externe veiligheid8 7269 3087 2509 6198 1245 8353 758
33.01.01 Verbeteren veiligheid vervoer gevaarlijke stoffen2 7324 5904 3494 4613 8663 2903 288
33.01.02 Externe veiligheid luchthavens1 7471 698471470470470470
33.01.03 Aankoop LIB veiligheidssloopzones Schiphol4 2473 0202 4304 6883 7882 075 
33.02 Veiligheid goederenvervoer scheepvaart5 5156 19629 94629 64327 95028 51628 640
33.02.01 Verbeteren veiligheid zeevaart4 0454 3504 5234 5094 5824 5854 580
33.02.02 Verbeteren veiligheid zeehavens643924874874874874874
33.02.03 Verbeteren veiligheid binnenwateren411506478478478478478
33.02.04 IMO (HGIS)416416416416416416416
33.02.05 Inspectie VenW  23 65523 36621 60022 16322 292
33.03 Veiligheid luchtvaart4 5487 12029 76429 25725 87626 45426 587
33.03.01 Verbetering veiligheid luchtvaart3 1354 1073 1352 9281 3641 3641 364
33.03.02 ICAO en EASA (HGIS)9061 8151 2651 2651 2651 2651 265
33.03.03 Internationaal5071 1981 0611 0591 0561 0561 056
33.03.04 Inspectie VenW  24 30324 00522 19122 76922 902
33.04 Bescherming tegen moedwillige verstoring1 1401 0051 0041 0041 0041 0041 004
33.04.01 Beveiliging scheepvaart en zeehavens761498497497497497497
33.04.02 Beveiliging luchtvaart319447447447447447447
33.04.03 Beveiliging infrastructuur hoofdwegen60606060606060
33.04.04 Beveiliging infrastructuur spoorwegen     
Van totale uitgaven       
– Apparaatsuitgaven 5 54653 31352 72249 14050 28150 543
– Baten-lastendiensten 799784822831835828
– Restant19 92917 28461 82563 35056 77455 62553 812
Ontvangsten       
33.09.01 Ontvangsten13 16 69514 25813 71817 24017 240



kst99341_2_08.gif

Externe veiligheid

De beleidsmatig verplichte uitgaven hebben betrekking op het aankopen en slopen van woningen en woonboten binnen de LIB veiligheidssloopzones en op onderzoek stimulering ontwikkeling kwaliteitssystemen, diverse haalbaarheidsstudies en bijdragen aan verbetering en actualisering internationale regelgeving.

Veiligheid goederenvervoer scheepvaart

De bestuurlijk gebonden en beleidsmatig verplichte uitgaven hebben voornamelijk betrekking op uitgaven in het kader van tuchtrecht, overdracht Noordzee, een subsidie aan de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) en een bijdrage aan de International Maritime Organization (IMO).

Veiligheid luchtvaart

De bestuurlijk gebonden en beleidsmatig verplichte uitgaven hebben voornamelijk betrekking op uitgaven in het kader van het verbeteren van de veiligheid van derde landen, de ontwikkeling van rekenmodellen voor de luchthavens en bijdragen aan de vorming van EASTO.

Bescherming tegen moedwillige verstoring

De complementair noodzakelijke uitgaven hebben betrekking op uitgaven gerelateerd aan diverse onderzoeken op het gebied van security zoals bijvoorbeeld interceptie van burgerluchtvaartuigen.

33.01 Externe Veiligheid

Motivering

Om vervoer van personen en goederen blijvend mogelijk te maken terwijl in de omgeving van dit vervoer ook op een maatschappelijk verantwoorde wijze veilig kan worden gewoond en gewerkt.

Producten

Verbeteren veiligheid vervoer gevaarlijke stoffen

Het treffen van maatregelen in nationaal en internationaal verband ter verbetering van de veiligheid van vervoer van gevaarlijke stoffen door het uitwerken van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen ( Kamerstuk 2005–2006, 30 373, nr. 2). Het hierin voorgestelde beleid managet de spanning tussen ruimte en het vervoer van gevaarlijke stoffen langs twee lijnen:

• een basisnet dat grenzen stelt aan de vervoersontwikkeling en ruimtelijke veiligheidszones rondom de infrastructuur vastlegt. Hiermee wordt tevens helderheid geboden over het externe veiligheidsbeleid en de acceptatie van restrisico’s.

Dit omvat:

• uitwerken van de Basisnet-gedachte voor vervoer gevaarlijke stoffen voor alle modaliteiten.

Ten tweede richt het beleid zich op permanente verbetering van de veiligheid van de bedrijfsprocessen van vervoerders, verladers en ontvangers en stimuleert het Rijk betrokken partijen hun verantwoordelijkheid te nemen.

Dit omvat met name:

• stimuleren veiligheidsmanagementsystemen;

• ontwikkelen meld-volgsystemen;

• verbeteren rampenbestrijding in relatie tot basisnet;

• verbeteren risicocommunicatie;

• deelname aan internationaal overleg over actualisering internationale veiligheidsregelgeving;

• subsidiëren Nederlandse Normalisatie-instituut (NEN) (€ 9 000).

Externe veiligheid luchthavens

Voor Schiphol is de externe veiligheid onderdeel van de Schiphol regelgeving. Deze regelgeving wordt geëvalueerd. Voor de overige luchthavens wordt een wetgevingsproces doorlopen.

• de voorbereiding en implementatie van wetgeving voor een nieuw groepsrisicobeleid voor Schiphol;

• implementeren van wetgeving externe veiligheid voor de regionale en kleine luchtvaartterreinen door middel van de nieuwe wet «Regeling Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens». In deze wet en onderliggende regelgeving staan minimale grenswaarden voor de externe veiligheid voorgeschreven;

• het ontwikkelen en verbeteren van rekenmodellen voor externe veiligheid luchtvaart, onder andere voor helicopters.

Aankoop LIB veiligheidssloopzones

Het aankopen en slopen van 67 woningen en 14 woonboten binnen de veiligheidssloopzone van het LIB2004. De uitvoeringsverantwoordelijkheid ligt bij de omringende (deel)gemeenten.

Meetbare gegevens

Externe veiligheid

Jaarlijkse TRG-score voor Schiphol in relatie tot de TRG-grenswaarde in het Luchthavenverkeerbesluit

Het streven is dat het totale risicogewicht (TRG) van het luchthavenluchtverkeer bij Schiphol per gebruiksjaar niet meer dan 9,724 ton bedraagt (de grenswaarde). Het TRG is het product van het aantal vliegbewegingen en de ongevalskans met het maximale startgewicht van deze vliegtuigen.

Kengetal: Jaarlijkse TRG-score voor Schiphol in relatie tot de TRG-grenswaarde in het Luchthavenverkeerbesluit
 200020012002200320042005grens
TRG score5,995,915,794,215,956,309,72

Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Aantal op basis van keuzevrijheid van bewoners aan de woonbestemming reeds onttrokken en nog te onttrekken woningen en woonboten in de veiligheidssloopzones rond Schiphol

Het streven is uiteindelijk alle woningen en woonboten aan te kopen en te slopen of te verwijderen.

Prestatie-indicator: Aantal aangekochte woningen en woonboten in de veiligheidssloopzone Schiphol
 Tot en met 2005Streef waarde 2006Streef waarde 2007Streef waarde 2008Streef waarde 2009Streef waarde 2010Totaal
Aantal aangekochte woningen3710475467
Aantal aangekochte woonboten140000014

Bron: Rijkswaterstaat Noord-Holland, april 2006

Aantal goederenemplacementen dat nog niet voldoet aan de risiconormen

Het streven is om in 2008 geen goederenemplacementen meer te hebben die niet voldoen aan de risiconormen.

Prestatie-indicator: Aantal goederenemplacementen dat nog niet voldoet aan de risiconormen
 Basiswaarde 1998Waarde 2005Streefwaarde 2007Streefwaarde 2008
Aantal goederenemplacementen dat nog niet voldoet aan de risiconormen14310

Bron: Rijkswaterstaat AVV

33.02 Veiligheid scheepvaart

Motivering

Om het aantal ongevallen met doden, gewonden en grote schade op zee en binnenwateren in 2010 door permanente verbetering van de veiligheid verder te verlagen tot beneden de 25 (Noordzee) resp. 275 (binnenwateren).

Producten

Verbeteren veiligheid zeevaart

Mede gezien de toenemende grootte van de schepen richt het beleid zich vooral op het terugdringen van het risico van het optreden van ongevallen. Ook vanuit de handhaving door de Inspectie VenW wordt ingezet op een verdere verbetering van de veiligheid van de zeevaart. De veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer op de Noordzee behoudt, mede naar aanleiding van rampen (Estonia, Erika, Prestige), zowel op nationaal als op Europees niveau, de nodige aandacht.

• voortgang boeken op IMO- en EU-veiligheidsdossiers, zoals herziening van de richtlijn erkenning klassebureaus, havenstaat controle (PSC) en harmonisatie van maritiem ongevallenonderzoek. Deze maken allemaal onderdeel uit van het Third Maritime Safety Package;

• uitvoeren van het vastgestelde gemeenschappelijke beleidskader voor het Integraal Beheersplan Noordzee 2015 ( Kamerstuk 2004–2005, 30 195, nr. 1), onder meer bij de beoordeling van de MER-procedures voor windturbineparken in relatie tot de veiligheid van de scheepvaart;

• aanpassen bestaande wetgeving als gevolg van wijzigingen in veiligheidsomstandigheden en internationale regels, tevens ter reductie van administratieve lasten;

• subsidiëren Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) (€ 23 000), om werkzaamheden uit te voeren waartoe Nederland verdragsrechtelijk verplicht is;

• bijdragen aan diverse internationale organisaties, waartoe Nederland verdragsrechtelijk verplicht is, zoals de Noord-Atlantische IJspatrouilledienst en de secretariaatskosten van Port State Control;

• waarborgen permanente beschikbaarheid van een bergingsvaartuig (inclusief bemanning) voor de veiligheid op zee en de bescherming van het milieu.

Verbeteren veiligheid zeehavens

De voor de veiligheid verantwoordelijke Rijkshavenmeester zoveel mogelijk zelfstandig laten opereren. Het doel hiervan is om binnen een pakket van verkeersmanagement maatregelen te komen tot een optimale mix van maatregelen, zoals vaarwegmarkering, verkeersbegeleiding, routering, beloodsing, verkeersmaatregelen en informatieverlening.

• Implementeren kabinetsbesluit loodsen, waarbij met name het toezicht op het Loodswezen door de NMa wordt geregeld. Het doel hiervan is dat de efficiency binnen het loodswezen transparant wordt en dat de NMa hierop toezicht houdt.

• Implementeren van de recent gesloten verdragen inzake het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer (GNB) en de beëindiging van de koppeling van loodsgeldtarieven (OLT) dat o.a. moet resulteren in een breed samengesteld pakket nautische (veiligheids)maatregelen voor de Westerschelde.

Een deel van de middelen voor de uitvoering van deze activiteiten wordt verantwoord op het Infrastructuurfonds artikel 15.

Verbeteren veiligheid binnenwateren

Het voorkomen van onveiligheid door de toename van het verkeer, snellere en grotere schepen, schepen met gevaarlijke stoffen en bouwwerken op de oever.

• realiseren van Rivier Informatie Systeem («intelligente vaarweg»; RIS) ter verbetering van de verkeersbegeleiding op knooppunten, ter verkorting van reactietijden bij calamiteiten en vermindering van wachttijden bij sluizen;

• formuleren van gebruik van ruimte langs de vaarweg met het oog op een veilige transportfunctie van de binnenvaart wordt geïntegreerd in het project basisnet (relatie met 33.01);

• bijdrage leveren aan het project incidentmanagement op binnenwateren van het ministerie van BZK;

• toekomstvisie voor verkeersbegeleiding scheepvaart.

IMO (HGIS)

Deelname aan de International Maritime Organization (IMO), die vanwege zijn bijzondere status als het mondiale (VN)forum voor een veilige zeescheepvaart, inclusief milieuveiligheid en security, als een afzonderlijk begrotingsproduct is gepositioneerd. Deze uitgaven worden via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gefinancierd.

• Betalen jaarlijkse contributie aan IMO.

Inspectie Verkeer en Waterstaat

De Inspectie Verkeer en Waterstaat houdt op basis van wet- en regelgeving toezicht op de Nederlandse rederijen. Het gaat daarbij om de kwaliteit en kwantiteit van de bemanning, de technische staat van schepen, de bedrijfsvoering, gevaarlijke stoffen en classificatiebureaus. Daarnaast wordt toezicht gehouden op vissersschepen, reders en bemanning.


Speerpunten in 2007 bij de zeevaart:

• uitwerking regelgeving voor non-SOLAS schepen;

• het verder invulling geven aan toezicht op klassenbureaus;

• invoering van het Schepenbesluit voor non-conventieschepen;

• inspectie en certificering van non-SOLAS schepen;

• onderzoek naar onderbrenging non-SOLAS schepen bij klassenbureaus;

• toelating en continuering van politiek gevoelige high-risk schepen;

• inspectie en certificering van visserijschepen;

• inspectie en Handhaving Vlaggenstaat en Handhaving Havenstaat (Port State Control);

• voor toezicht op Gevaarlijke stoffen wordt aandacht besteed aan het ketentoezicht in de zeehavens.

Deze activiteiten leveren ook een bijdrage aan de doelstellingen van de artikelonderdelen 33.04, 35.04 en 36.04.


Speerpunten in 2007 bij de binnenvaart:

• vaststellen van het nieuwe toezichtarrangement voor de binnenvaart;

• voorbereiding van de taakoverdracht van certificering/meting naar de markt;

• bijdrage leveren aan harmonisatie en implementatie EU- en internationale wet- en regelgeving;

• intensivering van samenwerking met andere betrokkenen bij overheden en bedrijfsleven.

Deze activiteiten leveren ook een bijdrage aan de doelstellingen van artikelonderdeel 33.04.

Meetbare gegevens

Veiligheid scheepvaart

Het streven is het aantal ongevallen op de binnenwateren door permanente verbetering verder af te laten nemen beneden de 275, ondanks een toename van het verkeer en vervoer op de binnenwateren. Voor het Nederlandse deel van de Noordzee is het streven een verdere afname beneden de 25.

Kengetal: Aantal ongevallen met uitgebreide registratie op de Noordzee (Nederlands deel continentaal plat) en op de binnenwateren
 1999200020012002200320042005
Aantal ongevallen Noordzee1921232081513
Aantal ongevallen binnenwateren163185191172pm*pm*pm*

Bron: Kustwachtcentrum (Noordzee) en Rijkswaterstaat/AVV (binnenwateren)

* Vanaf 2003 is een nieuwe registratiemethode gehanteerd. De gegevens hiervan moeten nog geanalyseerd worden. Hierover wordt u te zijner tijd geïnformeerd. Reden van aanpassen registratiemethode is het streven naar een betere dekking van de registratie.


Prestatie-indicator: Naleving door Nederlandse reders
 20032004200520062007
Percentages aanhoudingen/inspecties2,20%2,80%2,75%<3%<3%
Positie Nederlandse vloot op internationale ranglijst677<10<10

Bron: Paris MOU

Gegevens zijn gebaseerd op inspecties aan boord van schepen onder Nederlandse vlag door buitenlandse autoriteiten in het kader van Paris Memorandum of Understanding on Port State Control.


Prestatie-indicator: Naleving door buitenlandse reders
 20032004200520062007
Percentages inspecties t.o.v. aantal buitenlandse schepen23%26%25%25%25%
Percentages inspecties t.o.v. aantal buitenlandse schepen in risicocategorie92%97%95%95%95%
Percentage aanhoudingen/inspecties6,30%5,90%5,60%<6%<6%

Bron: Jaarbericht IVW 2005


De gepresenteerde percentages inspecties t.o.v. aantal buitenlandse schepen zijn gebaseerd op een internationale norm (Paris MOU) die stelt dat minimaal 25% gecontroleerd moet zijn.

Kengetal: Naleving wet- en regelgeving Binnenvaart
 20042005
Integrale inspecties1 267740
– waarvan vervoer gevaarlijke stoffen421550
– overtredingspercentage bij gevaarlijke stoffen25%29%
– overtredingspercentage overige wettelijke voorschriften14%14%

Bron: Jaarbericht IVW 2005

33.03 Veiligheid luchtvaart

Motivering

Om de veiligheid in de luchtvaartsector verder te verbeteren en voortdurend aandacht te vragen voor deze verbetering.

Producten

Verbetering veiligheid luchtvaart

Gestreefd wordt naar een permanente verbetering van de veiligheid van de Nederlandse luchtvaart en van de luchtvaart in Nederland. Hieronder wordt verstaan zowel de nationale als de internationale luchtvaartoperaties op de Nederlandse luchthavens en in het Nederlandse luchtruim, alsmede alle onder Nederlands toezicht staande luchtvaarttuigen en luchtvaartoperaties.

• het (jaarlijks) actualiseren van de Beleidsagenda Luchtvaartveiligheid ( Kamerstuk 2004–2005, 24 804, nr. 28) en het uitvoeren van het bijbehorende actieprogramma tot 2010;

• implementeren en borgen van veiligheidsmanagement bij overheden en luchtvaartsector op basis van het Veiligheidsonderzoek Nederland;

• het samen met alle bij de luchtvaart betrokken departementen invulling geven een meer gestroomlijnd overheidsoptreden ten aanzien van de Nederlandse luchtvaart en het beperken administratieve lastendruk (het Project Stroomlijning Overheidsinterventies Luchtvaart (SOL));

• het uitvoeren van diverse beleidsondersteunende onderzoeken waaronder het gate to gate-onderzoek;

• ontwikkelen van een causaal model voor luchtvaartveiligheid in samenwerking met een aantal landen (VS, UK, Dld, Fr) en met de luchtvaartsector. De oplevering van dit model is voorzien in 2008;

• het ontwikkelen van een communicatiebeleid over de diverse aspecten van de luchtvaartveiligheid en het periodiek uitvoeren van een veiligheidsbelevingsonderzoek;

• het uitvoeren van een pre-audit binnen het Koninkrijk der Nederlanden (i.s.m. de Nederlandse Antillen) volgens ICAO-eisen ter voorbereiding op de ICAO-audit in 2008.

Internationaal

Luchtvaart is een mondiale aangelegenheid. Nederland levert een belangrijke bijdrage in de totstandkoming van beleid, regelgeving, harmonisatie en uniformering op het gebied van safety en security. Daarnaast tracht Nederland via internationale organisaties haar eigen beleid te versterken. Participatie bij de totstandkoming van regelgeving, de implementatie en uitvoering dient ondermeer ook om een level playing field met de buitenlandse concurrenten te waarborgen.

• betalen van de contributie van Nederland aan de International Civil Aviation Organization (ICAO).

• verlenen van technische ondersteuning op het gebied van luchtvaartveiligheid aan andere landen (AVIASSIST);

• ontwikkelen en opzetten van een publiek informatiesysteem van veiligheidsprestaties van luchtvaartmaatschappijen;

• het ontwikkelen en implementeren van beleid en regelgeving ten aanzien van het vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht;

• bevorderen van uniformering van internationale regelgeving op het terrein van de luchtvaart, inbrengen van het Nederlandse standpunt in de diverse overleggen (in EASA-, JAA-, ICAO-, EU-verband), zorgdragen voor een goede (en vroegtijdige) afstemming met andere departementen en met de luchtvaartsector.

• Bijdrage aan het trainingscentrum EASTO (in 2006 maximaal € 800 000 en in 2007 maximaal € 250 000).

Inspectie Verkeer en Waterstaat

De Inspectie VenW houdt toezicht op en draagt zorg voor een maatschappelijk verantwoorde uitvoering van het luchtvaartbeleid en de luchtvaartregelgeving. De speerpunten voor 2007 zijn:

• standaardisering van inspectiemethoden en eenduidige beoordeling van de geïnspecteerde bedrijven en personen;

• het opzetten van een safety managementsysteem en het ontwikkelen van een luchtvaartkenniscentrum;

• versteviging van de Nederlandse betrokkenheid en versterking van de internationale positie bij ICAO en EU/EASA regelgeving;

• (Internationale) beleidsvorming en samenwerking in EASA (European Aviation Safety Agency) en EU-kader;

• investeren in (inter)nationale samenwerking inzake veiligheid luchtvaart;

• doorontwikkeling toezicht in kader van «Toezicht in beweging»;

• certificering van en toezicht op luchtvaartnavigatiedienstverleners;

• spin-off evaluatie Schipholbeleid;

• Samenwerking Toezicht Schiphol (STS-project);

• tweedelijns toezicht op provincies;

• vormgeven sturingsmodel voor toezicht op luchthavens en luchtruim;

• aandacht voor voorvallen op het terrein van Air Traffic Management (ATM) en gevaarlijke stoffen.

Deze activiteiten leveren ook een bijdrage aan de doelstellingen van artikelonderdelen 35.01, 35.03 en 36.03.

Meetbare gegevens

Veiligheid luchtvaart

Wereldwijde ongevalsratio (ongevallen per miljoen vlieguren)

De Europese ongevalsratio is representatief voor de situatie in Nederland, omdat het veiligheidssysteem in Nederland in hoge mate gelijk is aan dat in de andere Europese landen. De wereldwijde ongevalsratio is relevant omdat ook niet-Europese luchtvaart gebruik maakt van het Nederlandse luchtruim en van Nederlandse luchthavens. Uit onderstaande tabel blijkt dat de veiligheid van de luchtvaart nog steeds toeneemt. Nederland heeft geen directe invloed op het wereldwijde ongevalsratio. Derhalve is er geen specifieke streefwaarde voor Nederland te benoemen. De doelstelling die westerse landen met elkaar zijn overeengekomen is niet meer dan 0,5 ongevallen per miljoen vliegbewegingen.

Kengetal: Aantal fatale ongevallen per miljoen vluchten
 199419951996199719981999200020012002200320042005
Ongevalsratio wereldwijd1,141,161,150,950,871,060,970,770,790,670,670,92
Ongevalsratio EASA operators0,610,370,340,150,430,810,380,620,380,250,250,24

Bron: Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR), 2006

Het aantal ernstige incidenten en ongevallen dat gemeld wordt bij de Onderzoeksraad voor veiligheid

Om permanente verbetering in de veiligheid zichtbaar te maken is het streven dat het aantal ernstige incidenten en ongevallen (en daarmee het aantal meldingen) niet toeneemt.

Kengetal: Aantal ernstige incidenten en ongevallen in Nederland en met Nederlandse luchtvaarttuigen in het buitenland
VliegtuigtypeAantal ongevallenErnstige incidentenDodelijke slachtoffers(Zwaar) gewonden
 20042005200420052004200520042005
Commerciële verkeersvluchten411080050
Helikopters02020000
Privé/zakenluchtvaart93517250
Zweefvliegtuigen35010102
Hete luchtballonnen01110001

Bron: Onderzoeksraad voor veiligheid, 2006


Kengetal: Safety assessment national aircraft: bevindingen op basis van veiligheidsinspecties specifiek gericht op Nederlandse maatschappijen
JaarAantal inspecties Percentages inspecties met bevindingen  
  Geen bevindingenCategorie 1Categorie 2Categorie 3
2005862%50%12%12%
20045559%19%12%10%

Bron: Jaarbericht IVW 2005

Categorie 1: kleine opmerkingen

Categorie 2: grotere opmerkingen; maatschappij en nationale autoriteit worden ingelicht

Categorie 3: het vliegtuig wordt voor kortere of langere tijd aan de grond gehouden


Kengetal: Safety assessment foreign aircraft: bevindingen op basis van veiligheidsinspecties specifiek gericht op buitenlandse bezoekende maatschappijen
JaarAantal inspecties Percentages inspecties met bevindingen  
  Geen bevindingenCategorie 1Categorie 2Categorie 3
200524315%41%39%21%
200417918%22%35%25%

Bron: Jaarbericht IVW 2005


Kengetal: Safety assessment General Aviation: bevindingen op basis van veiligheidsinspecties specifiek gericht op de privé en zakenluchtvaart
JaarAantal inspectiesGeen bijzonderhedenAanbeveling aan gezagvoerderInfo aan eigenaarVliegen met restrictieCorrectie voor vertrek
2005771%29%14%0%0%
20044455%39%11%2%5%

Bron: Jaarbericht IVW 2005


Nalevingskengetallen luchtvaarttechnische bedrijven
 2002200320042005
Niveau 1 bevinding4303
Niveau 2 bevinding1 0061 2701 0951 127
Niveau 3 bevinding184236158175

Bron: Jaarbericht IVW 2005

Niveau 1: indien niet onmiddellijk opgelost, volgt stillegging

Niveau 2: oplossing binnen drie maanden

Niveau 3: verzoeken om nadere info; geen termijn

33.04 Bescherming tegen moedwillige verstoring

Motivering

Om de beveiliging van het verkeers- en vervoersysteem te optimaliseren teneinde de maatschappelijke en economische aspecten van de logistieke functie van Nederland in Europa blijvend te waarborgen en te versterken. De internationale dreiging van het terrorisme neemt toe en Nederland staat daar als open en internationaal gerichte samenleving nadrukkelijk aan bloot.

Producten

Beveiliging scheepvaart en zeehavens

• uitvoeren Focal Point functie: Het Focal Point vervult de functie (verplicht) van beleidsmatig/inhoudelijk aanspreekpunt voor de Europese Commissie, EU lidstaten en IMO voor maritieme security aangelegenheden. Taken zijn o.a. het periodiek rapporteren aan de EU Commissie en IMO over de implementatie (beleidsmatig, juridisch) en handhaving van EU Verordening 725/2004 en de Richtlijn 65/2005, deelname aan het periodieke maritieme security overleg (Marsec) tussen de EU Commissie en de lidstaten en faciliteren van Europese security inspecties; input leveren voor EU onderzoek naar de beveiligingskosten en implementatie van Richtlijn 65/2005;

• afsluiten van bilaterale alternatieve beveiligingsovereenkomsten voor o.a. short sea shipping en veerdiensten;

• implementeren EU Richtlijn beveiliging hele haven in Nederland, aanpassing havenbeveiligingswet, uitvoeren met betrokken partijen van havenveiligheidsbeoordelingen en goedkeuring van havenbeveiligingsplannen;

• overleg in EU raadswerkgroepen inzake een voorstel voor een Verordening voor de verbetering van de beveiliging van de bevoorradingsketen.

Beveiliging luchtvaart

• internationale en nationale beleidsbepaling en wet- en regelgeving op het gebied van de inflight security, nationale implementatie van internationale regelgeving, afstemmen met andere departementen en met de sector;

• in samenwerking met het Ministerie van Justitie goedkeuren van (jaarlijkse) beveiligingsplannen van exploitanten van luchthavens en luchtvaartmaatschappijen;

• internationale en nationale afstemming op het terrein van de openbare orde en veiligheid luchtvaart, oa. luchtvaart en drugssmokkel, NATO-activiteiten, vitale luchtvaartinfrastructuur (contincencymanagement) ed.

• bevorderen harmonisatie en financiële transparantie van de securitykosten in de luchtvaart.

Beveiliging infrastructuur hoofdwegen

• lijst kwetsbare objecten (Vitaal) door AIVD laten toetsen op dreiging;

• vaststellen gewenst beveiligingsniveau van prioritaire vitale en kwetsbare objecten;

• implementeren maatregelen voor prioritaire vitale en kwetsbare objecten.

Beveiliging infrastructuur spoorwegen

De spoorsector neemt zelf haar verantwoordelijkheid. De sector is inmiddels aangesloten bij het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding en organiseert en neemt daartoe de nodige maatregelen in geval van dreiging.

• de AIVD heeft op verzoek van VenW het door de spoorsector uitgevoerde Risk Assessment getoetst op dreiging. Dit traject zal jaarlijks worden herhaald;

• het door de Minister vastgestelde spoor securityplan met visie op de bescherming van het spoorsysteem wordt in 2007 geïmplementeerd;

• in de jaarlijkse subsidiebeschikking met ProRail is voor de jaren 2006, 2007 en 2008 per jaar voorzien in € 2 mln. voor het programma «security op het spoor» dat uitwerking geeft aan de projecten «Bescherming Vitale Infrastructuur» en het «Nationaal Alerterings Systeem».

Meetbare gegevens

Bescherming tegen moedwillige verstoring

Aantal verrichte security analyses, aantal opgestelde beveiligingsplannen en aantal goedgekeurde beveiligingsplannen.

De Europese security Richtlijn 65/2005 bepaalt dat alle zeehavens die al onder Verordening 725/2004 vallen per 15 juni 2007 moeten beschikken over een op een havenveiligheidsbeoordeling (analyse) gebaseerd goedgekeurd havenveiligheidsplan. In Nederland betreft dit 17 zeehavens. Op basis van het aantal goedgekeurde plannen kan beoordeeld worden welke havens al dan niet aan de betreffende EU Richtlijn voldoen.

Prestatie-indicatoren
 Basiswaarde 1-1-2006Streefwaarde 1-1-2007Streefwaarde 15-6-2007
Aantal verrichte security analyses01017
  peildatum november 2006peildatum februari 2007
Aantal opgestelde beveiligingsplannen0717
  peildatum februari 2007peildatum maart 2007
Aantal goedgekeurde beveiligingsplannen01017
  peildatum maart 2007peildatum mei 2007

Bron: VenW 2006

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 OnderzoekOnderwerpAD of ODA. StartB. AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingNota vervoer gevaarlijke stoffenArtikel 33.01A. 2013B. 2013
Effectenonderzoek ex postVeiligheidsonderzoek NederlandArtikel 33.03A. September 2006B. December 2006
 Scheepvaartverkeer binnenwaterenArtikel 33.02A. 2006B. 2006
 Flexibilisering loodsplichtArtikel 33.02Jaarlijks Kamerstuk 2004–2005, 24 036, nr. 318
 Voortgang beleidsagenda LuchtvaartveiligheidArtikel 33.03A. 2010B. 2010 Kamerstuk 2004–2005, 24 804, nr. 28
     
Overig evaluatieonderzoekOnderzoek naar interfaces in de luchtvaart (gate to gate)Artikel 33.03A. 2004B. 2006
 Nota vervoer gevaarlijke stoffenArtikel 33.01A. 2006B. 2007