Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

5 Internationale Economische Betrekkingen

Algemene doelstelling

Verbeteren van klimaat voor internationale handel en investeringen om de concurrentiekracht van de Nederlandse economie te vergroten.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Wereldwijd is een versnelde internationalisering zichtbaar. Zeker voor een open economie als de Nederlandse (export is de kurk waarop onze economie de afgelopen jaren is blijven drijven) is het van belang dat Nederlandse bedrijven nu de kansen grijpen om hun producten en diensten over de grens te verkopen. Dat gaat niet allemaal vanzelf. Met name het MKB, maar ook grotere ondernemingen komen bij het internationaal ondernemen allerlei obstakels tegen: gebrek aan informatie, cultuurverschillen, handelsbarrières, gebrek aan financiering etc. Daardoor is de internationale prestatie van Nederland minder groot dan die potentieel zou kunnen zijn. EZ richt zich daarom op het verder vrij maken van het internationale handels- en investeringsverkeer en het versterken van de internationale rechtsorde, het bevorderen van internationaal ondernemen, het aantrekken van buitenlandse investeringen en het gericht ondersteunen van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren op buitenlandse markten.

Verantwoordelijkheid

De Minister van EZ is verantwoordelijk voor het onderhouden van goede economische betrekkingen met andere landen en voor het beleid ten aanzien van handelspolitiek, internationaal ondernemen en het aantrekken van buitenlandse bedrijven.

Succesfactoren

Succes wordt mede bepaald door het handels- en investeringsklimaat in binnen- en buitenland, en veranderingen daarin. Daarnaast is het hebben en versterken van een goed ondernemersklimaat eveneens van belang voor het handels- en investeringsklimaat.

Meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

Beschrijving Waarde 2004 Waarde 2005 (voorl. cijfers) Streefwaarde
De positie van Nederland op de wereldranglijst    
• Export van goederen 6 6 Top 10
• Import van goederen8 8 Top 10
• Export van diensten 8 8Top 10
• Import van diensten 8 7 Top 10
• Uitgaande stand directe buitenlandse investeringen 5Nb Top 10
• Inkomende stand directe buitenlandse investeringen 5 Nb Top 10
Bron: WTO database  Najaar 2006

Artikel 5: Internationale Economische Betrekkingen (in € mln)
 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011
Verplichtingen (totaal) 188,1 139,9 135,3133,9 127,4 127,4 125,9
Waarvan garantieverplichtingen 25,3 10,5 0,4 0,4 0,40,4  
Programma-uitgaven 178,2 130,5 126,2124,7 118,3 118,3 116,8
Markt en spelregels       
OD 1: Het internationale handels- en internationale investeringsverkeer verder vrijmaken en de economische rechtsorde versterken.        
– Bijdr.aan div. org. 4,1 4,2 4,2 4,2 4,2 4,2 4,0
Basispakket        
OD 2: Bevorderen internationaal ondernemen       
– Herverzekering SENO/GOM (garantieverplichting) 23,4 10,0     
– PESP 10,6 7,4 7,4 7,47,4 7,4 7,4
– PSB 9,2 9,9 9,99,9 9,9 9,9 8,5
– Instrumentele uitgaven EVD 8,9 5,5 5,5 5,5 5,5 5,5 5,5
– Exportfinanciering ODA (EFI)  1,4     
– TA-OM 0,5 0,4     
– (I)FOM (garantieverplichting) 1,90,5 0,4 0,4 0,4 0,4  
– Trustfunds1,0       
– Management training/assistentie 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,52,5
– Bijdrage DG BEB aan EVD voor deelopdrachten43,3 22,1 22,0 22,0 22,0 22,0 22,0
– Bijdrage DG BEB aan agentschappen voor       
financiele instrumenten 14,19,5 9,5 9,5 9,5 9,5 9,5
– Overig1,6       
OD 3: Het aantrekken van investeringen van buitenlandse bedrijven in Nederland       
– Uitgaven DBIN-netwerk (NFIA)5,5 6,7 6,7 6,7 6,7 6,7 6,7
– Acquisitie van buitenlandse bedrijven 2,4 2,62,4 7,4 7,4 7,4 7,4
Programmatisch pakket       
OD 4: Het gericht ondersteunen van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren op buitenlandse markten       
– PSO 47,2 44,1     
– PSOM   18,8 18,818,8 18,8 18,8
– Programmatisch Pakket  36,1 29,7 23,3 23,3 23,9
Algemeen       
– Beleidsondersteuning 2,03,8 1,0 1,0 1,0 1,0 0,8
        
Apparaatuitgaven 10,0 9,4 9,1 9,1 9,19,1 9,1
– Personeel BEB 10,0 9,49,1 9,1 9,1 9,1 9,1
        
Uitgaven (totaal)146,3 141,9 131,0 122,7 113,3 112,7112,4
Waarvan programma-uitgaven 136,3 132,4121,9 113,5 104,1 103,6 103,3
Waarvan juridisch verplicht*   70,3 44,7 29,1 13,6 11,0
OD 1 4,3 4,2 4,2 4,2 4,2 4,2 4,0
OD 284,8 68,9 51,4 51,1 51,6 50,4 54,1
OD 36,6 15,2 10,5 11,2 7,7 8,9 9,7
OD 439,141,754,0 45,7 39,8 39,2 34,5
Algemeen 1,6 2,4 1,8 1,4 0,8 0,8 0,9
        
Ontvangsten (totaal) 12,4 1,8 1,8 1,81,8 1,8 1,8
– Terugontvangsten bijdrage Senternovem 0,3       
– Ontvangsten gemengde kredieten 0,2 0,7 0,7 0,7 0,7 0,70,7
– Ontvangsten uit garanties 10,8      
– Ontvangsten EVD 0,6      
– Diverse ontvangsten DG BEB0,5 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1

* Dit betreft uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2006 zijn aangegaan en de bijdragen aan instellingen en instituten.

Grafiek budgetflexibiliteit per operationeel doel



kst99342_2_06.gif

Markt en spelregels

Het zorgen voor een stabiele macro-economische omgeving, goed werkende (internationale) markten, heldere wet- en regelgeving en een aantrekkelijk fiscaal klimaat.

OD 1

Het internationale handels- en investeringsverkeer verder vrijmaken en de internationale economische rechtsorde versterken.

Motivatie

Verbetering van de internationale marktwerking opdat Nederlandse ondernemers en consumenten wereldwijd het economisch groeipotentieel kunnen benutten. EZ is primair verantwoordelijk voor het buitenlands economisch beleid en als zodanig verantwoordelijk voor de Nederlandse inbreng in het handelsbeleid in de EU en het vertegenwoordigen van het Nederlandse economisch belang in WTO en OESO kader.

Instrumenten

• Onderhandelen in kader EU, OESO en WTO

• Voorlichten van bedrijfsleven en, indien nodig, opstellen en uitonderhandelen nieuwe investeringsbeschermingsovereenkomsten ( IBO’s) met voor Nederland interessante markten

• Uitgangspunten formuleren van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in internationaal verband

• Controle op handelsstromen strategische goederen

• Contributies aan diverse organisaties (o.a. WTO)


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• Bijdragen aan de afronding van de Doha Development Agenda met gebalanceerd resultaat op diensten, landbouw en niet-agrarische markttoegang

• Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen verder integreren in de hele handelsketen

• Versterken voorlichting OESO richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen en het Nationaal Contactpunt voor Nederlandse multinationale ondernemingen

• Verbeteren uitvoering vergunningverlening voor strategische goederen

• Afronden herziening in- en uitvoerwet

Meetbare gegevens bij Operationeel doel A (het internationale handels- en investeringsverkeer verder vrijmaken en de internationale economische rechtsorde versterken)

De effectieve inbreng van EZ op het internationale handelsverkeer en de internationale economische rechtsorde is afhankelijk van het internationale politieke en economische krachtenveld. Prestatie-indicatoren zullen in dit kader dan ook weinig tot geen output/effectrelatie hebben met de inzet van EZ. Wel is het mogelijk om te bekijken of de bijdrage van EZ aan het bereiken van deze operationele doelstelling optimaal is vormgegeven. Hiervoor zullen een driejaarlijkse beleidsdoorlichting van de operationele doelstelling en beleidsevaluaties van onderliggende instrumenten worden gebruikt.

Basispakket

Informatie, advies en het breder georiënteerde instrumentarium.

OD 2

Bevorderen internationaal ondernemen

Motivatie

Internationaal opererende bedrijven worden geconfronteerd met meer beperkingen en hogere risico’s dan in Nederland het geval is. Een internationaal actief bedrijfsleven levert een belangrijke bijdrage aan de concurrentiekracht van Nederland. Daarom biedt de Nederlandse overheid ondersteuning in de vorm van voorlichting, advies en kapitaalmarktinstrumenten voor bedrijven die internationaal (willen) ondernemen. Vooral bedrijven uit het MKB moeten een stimulans krijgen om de grens over te gaan.

Instrumenten

Nietfinancieel instrumentarium:

• Economische diplomatie;

• Bedrijvenmissies van en naar het buitenland;

• Bilaterale bezoeken op politiek en hoogambtelijk niveau van en naar het buitenland;

• Algemene voorlichting, kennisoverdracht en promotie via de EVD;

• Economische dienstverlening aan ondernemers in het buitenland via het Nederlandse internationale postennetwerk (ambassades, consulaten, Netherlands Business Support Offices);

• Advies op maat t.b.v. internationale strategievorming en haalbaarheidsstudies;

• Dutch Trade Board t.b.v. een gezamenlijke focus voor specifieke markten en thema’s en het beter op elkaar afstemmen van publieke en private activiteiten.

Financieel instrumentarium:

• Programma Economische Samenwerking Projecten (PESP): bevordering samenwerking met opkomende markten door financiële bijdrage aan haalbaarheidsstudies;

• Programma Starters Buitenland (PSB): biedt begeleiding en advies bij opstellen internationaliseringsplan en financiële ondersteuning voor bijv. marktverkenning of deelname vakbeurs;

• Faciliteit Opkomende Markten (FOM): via o.a. achtergestelde leningen wordt financiering van projecten in opkomende markten mogelijk gemaakt;

• Trustfunds: financieren projecten gericht op het leveren van consultancy diensten t.b.v. leningen- en investeringsprogramma’s van EBRD (European Bank for Research and Development) en IFC (International Finance Corporation, onderdeel van de Wereldbank);

• Programma Uitzending Managers (PUM): managementadviesdiensten op aanvraag van ondernemingen en instellingen in Opkomende Markten die behoefte hebben aan kennis en ervaring die ter plaatse onvoldoende voorhanden is;

• Verzekering van exporttransacties naar Midden- en Oost-Europa (SENO) en Garantiefaciliteit Opkomende Markten (GOM): in beide gevallen wordt fabricatie- en kredietrisico bij de Staat herverzekerd.


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• Aanpakken van knelpunten waar Nederlandse bedrijven op buitenlandse markten tegen aan lopen door middel van het «Crash Team Oneerlijke Concurrentie»;

• Internationale component binnen de nieuw te ontwikkelen kapitaalmarktregeling.

Meetbare gegevens bij Operationeel doel 2 (het bevorderen van internationaal ondernemen)

Indicatoren BuitenlandinstrumentenWaarde 2004 Streefwaarde
EVD  
Bereik 33% 34%
Bron: EVD-rapportages  maart 2007
PSB:  
Aantal bedrijven dat o.b.v. PSB- internationaliseringsplan is gaan internationaal ondernemen 98 500 per jaar*
Bron: rapportage PSB  Jaar na uitvoering internationaliseringsplannen
PESP:  
gerealiseerde export (in €) door €1 PESP bijdrage26 25
Bron: Rapportage PESP Maart 2007
PUM:  
percentage aanvragen dat heeft geleid tot bedrijfscontacten met Nederlandse onderneming 20 31%
Bron: PUMPeildatum Tweejaarlijks (2006)

* Nieuw meerjarig streefcijfer dat binnen een paar jaar zal worden bereikt

OD 3

Het aantrekken van investeringen van buitenlandse bedrijven in Nederland.

Motivatie

Om zo een bijdrage te leveren aan de werkgelegenheid, groei, innovatiekracht en arbeidsproductiviteit van de Nederlandse economie. Bij het aantrekken van buitenlandse investeringen speelt de overheid in de meeste landen een actieve rol.

Instrumenten

• Posten in de VS (New York, Chicago, San Mateo, Boston en Atlanta), China (Hong Kong, Sjanghai, Guangzhou), India, Japan (Tokio en Osaka), Korea (Seoul), Taiwan (Taipei) en Europa (Londen en Den Haag).

• Het suppletie-instrument Kennis en infrastructuur. Dit instrument maakt gebruik van bestaande regelingen. Zo stellen sommige investeringsprojecten bijzondere eisen aan de infrastructuur. Zonder specifieke aanpassingen dan wel voorzieningen zou Nederland kansloos zijn voor de vestiging van dergelijke projecten. In voorkomende gevallen wordt gebruik gemaakt van het instrumentarium van V&W, waarbij vanuit EZ aanvullend budget ter beschikking wordt gesteld. Aansluiten op de Besluit Subsidies Regionale Investeringsprojecten, in het geval zich plotseling buitenlandse investeringsprojecten aandienen met een onevenredig groot budgettair beslag op deze faciliteit.

• Bijdragen in de kosten van onderzoeken naar specifieke belemmeringen voor buitenlandse investeerders ten aanzien van het Nederlandse vestigingsklimaat.

• Bijdragen aan Nederland DistributieLand en additionele (verankerings) activiteiten door Regionale Ontwikkeling Maatschappijen.


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• Nederland promoten als vestigingsland voor buitenlandse investeringen.

• Voorlichting, bedrijfsbezoeken, matchmaking, bemiddeling, etc.

• Coördinatie van promotie- en acquisitie-inspanningen door ROM’s en lagere overheden.

• De signalen t.a.v. de relatieve positie van het Nederlandse investeringsklimaat die in het acquisitieproces worden opgedaan, worden actief ingebracht in de beleidsagendering en -ontwikkeling van de betrokken beleidsdepartementen.

• Follow up/implementatie Acquisitiebrief die in 2006 verschijnt.

Meetbare gegevens bij Operationeel doel 3 (het aantrekken van investeringen van buitenlandse bedrijven in Nederland)

Indicator Waarde 2004 Waarde 2005Streefwaarde
Aantal getekende verzoeken tot ondersteuning door DBIN 327 360 300
Bron: eigen systeem DBIN   1e week januari over vooraf-gaande jaar
Omvang aangetrokken investeringen/aantal projecten€ 265 mln./102 € 506 mln/112. € 250 mln./100
Bron: eigen systeem DBIN   1e week januari over vooraf-gaande jaar
werkgelegenheid aangetrokken investeringen buitenlandse bedrijven 2 475 arbeidsplaatsen3 121 arbeidsplaatsen 2 500 arbeidsplaatsen
Bron: Confirmation letters zoals opgenomen binnen de Project Administratie van het Extranet (Achilles)   1e week januari over vooraf-gaande jaar
Percentage investeringen in High Tech sectoren 57 % 56 % 50 %
Bron: Confirmation letters zoals opgenomen binnen de Project Administratie van het Extranet (Achilles)   1e week januari over vooraf-gaande jaar

Programmatisch pakket

Het bereiken van topprestaties en excellentie op een aantal geselecteerde gebieden waar Nederland in de toekomst kan uitblinken.

Operationeel doel 4

Het gericht ondersteunen van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren op buitenlandse markten

Motivatie

Kansen verzilveren voor Nederlandse bedrijven in kansrijke sectoren in het buitenland want daar zit de grootste groei en de meeste kennis. Door samen met bedrijven en andere overheden de krachten te bundelen, door kennisoverdracht te bevorderen en door het benutten van het groeipotentieel draagt het Ministerie van Economische Zaken bij aan de verdere structurele groei van de Nederlandse economie.

Instrumenten

• Programma’s i.h.k.v. een bilaterale samenwerkingsrelatie, waarbij de ontwikkelings- en transitiedoelstelling leidend is en waarvoor in eerste instantie het instrument PSOM (zowel de business-to-business variant, als de business-to-government en government-to-government varianten) zal worden ingezet.


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• In samenwerking met het bedrijfsleven worden op bepaalde marktsectorcombinaties programma’s ontwikkeld. Voor de uitvoering van de programma’s kan het gehele (financiële en nietfinanciële) buitenlandinstrumentarium gericht worden ingezet.

Meetbare gegevens bij Operationeel doel 4 (Het gericht ondersteunen van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren op buitenlandse markten)

Indicatoren BuitenlandinstrumentenWaarde 2004 Streefwaarde Maart 2007
PSOM:   
succesvolle projecten als percentage van budget 80% 80%
Bron: Rapportage PSOM B2B   

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerp Operationele doelstelling Afgerond
Beleidsdoorlichting Verdere vrijmaken v/h internationale handelsen investeringsverkeer en versterking van de internationale economische rechtsorde 5.22007
 Bevorderen internationaal ondernemen5.32007
Effectenonderzoek ex postPUM 5.3 2007
 PSB 5.3 2007
 SENO-GOM5.3 2007