Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

10 Elektronische communicatie en post

Algemene doelstelling

Een hoogwaardig aanbod van netwerken en diensten voor elektronische communicatie en post.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om een voor economische groei noodzakelijke hoogwaardige communicatie-infrastructuur te creëren, treedt de overheid op als marktmeester, waarborgt zij publieke belangen (veiligheid, betrouwbaarheid, toegankelijkheid en transparantie) en neemt zij knelpunten weg die belemmeren dat marktinitiatieven voor de ontwikkeling en toepassing van netwerken en diensten voor elektronische communicatie tot stand komen.

Verantwoordelijkheid

De Minister van EZ is verantwoordelijk voor een efficiënt werkende communicatie- en postmarkt en het waarborgen van publieke belangen (veiligheid, betrouwbaarheid, toegankelijkheid en transparantie). Daarnaast faciliteert en stimuleert de minister waar nodig innovatie in de elektronische communicatie en postsector.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van de marktontwikkelingen in de elektronische communicatie en postsector, waaronder:

• De mate van concurrentie op de markten voor elektronische communicatie en post;

• De convergentie tussen netwerken en markten voor omroep, communicatie en informatie naar het internetprotocol; doordat alle media digitaal verstuurd kan worden via het interprotocol bewegen aanbieders van deze voorheen gescheiden markten zich op elkaars terrein. Dit vergroot het aanbod en versterkt de concurrentie, maar zorgt ook voor nieuwe kwetsbaarheden (o.a. virussen, cybercrime);

• De digitalisering van de ether (radio en televisie van analoog naar digitaal); dit vergroot de pluriformiteit en technische kwaliteit van het aanbod en de doelmatige benutting van de infrastructuur;

• Het maatschappelijke draagvlak voor de uitrol van draadloze netwerken (plaatsing van antennes); gebrek aan draagvlak leidt tot netwerken met slechte dekking en remt introductie van nieuwe toepassingen.

Tabel budgettaire gevolgen van het beleid

Artikel 10: Elektronische communicatie en post (in € mln)
 20052006 2007 2008 2009 2010 2011
Verplichtingen (totaal) 92,3 98,8 59,2 58,458,4 59,5 59,5
Waarvan garantieverplichtingen 9,0      
Programma-uitgaven 76,982,5 43,2 42,4 42,4 43,5 43,5
Markt en spelregels        
OD 1: efficiënt werkende communicatie- en postmarkt       
– Bijdrage aan internationale organisaties 1,4 5,5 1,3 1,2 1,2 2,3 2,3
– Bijdrage aan OPTA (in 2006 garantieverpl. 9,0 mln)2,6 12,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5
Programmatisch pakket        
OD 3: stimuleren nieuwe voorzieningen elektronische communicatie.       
– Nationaal Actieplan Electronische snelwegen 19,9 19,4 20,1 20,1 20,1 20,120,1
– ICT- flankerend beleid en administratieve lasten13,9 7,5 9,0 8,3 8,3 8,3 8,3
– Demonstraties/pilots (Kenniswijk) 3,9 9,6     
Algemeen       
– Beleidsvoorbereiding en evaluaties 35,2 28,0 9,3 9,3 9,3 9,3 9,3
        
Apparaatuitgaven 15,4 16,3 16,0 16,016,0 16,0 16,0
– Personeel DG ET 9,89,3 9,1 9,1 9,1 9,1 9,1
– Toezicht Agentschap Telecom (Secretaris Generaal)  1,9 1,9 1,91,9 1,9 1,9
– Bijdrage Agentschap Telecom (Inspectie) 5,7 5,1 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0
        
Uitgaven (totaal) 92,7 110,2 70,0 61,358,4 59,0 58,4
Waarvan programma-uitgaven 77,193,9 54,0 45,3 42,4 43,0 42,4
Waarvan juridisch verplicht*   34,1 18,5 10,2 8,6 5,8
OD 1 4,9 5,8 5,8 5,8 5,8 5,8 5,8
OD 2 0,1       
OD 3 39,9 61,9 35,329,2 27,3 27,8 27,3
Algemeen 32,2 26,212,9 10,3 9,3 9,3 9,3
        
Ontvangsten (totaal) 22,3 42,6 2,5 1,4 0,4 0,2 0,2
– Personeel DG ET 0,0 0,2 0,2 0,2 0,20,2 0,2
– Diversen Telecom 1,2      
– Kenniswijk 11,2 24,3     
– Ontvangsten OPTA 1,0 17,20,2 0,2 0,2   
– HGIS DG ET0,1       
– Overige ontvangsten8,8       
– Cybercrime  0,92,1 1,0    

* Dit betreft uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2006 zijn aangegaan en de bijdragen aan instellingen en instituten.

Grafiek budgetflexibiliteit per operationeel doel



kst99342_2_07.gif

Markt en spelregels

Het zorgen voor een stabiele macro-economische omgeving, goed werkende (internationale) markten, heldere wet- en regelgeving en een aantrekkelijk fiscaal klimaat.

OD 1

Het scheppen van randvoorwaarden voor een efficiënt werkende communicatie- en postmarkt.

Motivatie

Om consumenten en bedrijven een zo groot mogelijke keuzevrijheid te bieden ten aanzien van aanbieders en producten.

Instrumenten

• Telecommunicatiewet: wet van 19 oktober 1998, houdende regels inzake de telecommunicatie.

• Postwet: wet van 26 oktober 1988, houdende herziening van de wetgeving met betrekking tot de uitvoering van de postdienst.

• Lidmaatschap van/bijdrage aan internationale organisaties. Het gaat om de volgende organisaties: International Telecommunication (ITU) en de Universal Postal Union (UPU).

• Toezicht en handhaving: bijdrage aan de OPTA en aan het Agentschap Telecom;

• Nummerplan. De nummerplannen hebben vooral betrekking op nummers die gebruikt worden voor openbare telecommunicatietoepassingen. In een nummerplan zijn de bestemmingen van nummers wettelijk vastgelegd.

• Het Nationaal Frequentieplan. Het Frequentieplan is een plan waarin per frequentieband wordt aangegeven voor welk type gebruik de band is bestemd en welk soort verdelingsmechanisme wordt gebruikt bij de verdeling van de frequenties over de verschillende gebruikers. Op basis van dit plan vindt de daadwerkelijke vergunningverlening, of vrijstelling daarvan, plaats.

• Regeling vrijstelling post; BTW-vrijstelling voor diensten, bestaande uit brieven tot een bepaald gewicht en de daarmee gepaard gaande leveringen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Postwet die worden verricht door TPG.


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• In het kader van de herziening van het EU-reguleringskader voor de elektronische communicatiesector zijn de vijf EU-richtlijnen die de basis vormen van dit kader beleidsmatig herzien. In 2007 wordt er onderhandeld over de nieuwe richtlijnteksten (New Regulatory Framework). Nederland zet hierbij onder andere in op een meer evenwichtige verhouding tussen de Europese Commissie en de nationale toezichthouders en op flexibilisering van het spectrumbeleid;

• KPN heeft aangegeven dat zij haar huidige netwerk, bestaande uit (deels) aparte netwerken voor telefonie, huurlijnen, datacomdiensten en breedbandinternet, zal vervangen door één breedbandig All-IP netwerk. Aan de realisatie van dit netwerk is een aantal concurrentiedilemma’s (m.n. toegangsvraagstukken) verbonden. De consequenties hiervan voor de consumentenbescherming en de marktordening zullen, in samenspraak met OPTA, nader worden uitgewerkt;

• Door de convergentie van telecommunicatie, media en ICT worden de keuzemogelijkheden voor de afname van (combinaties van) omroep-, telecommunicatie,- en informatiediensten (en apparatuur) voor de consument vele malen groter en ook ingewikkelder. Om ervoor te zorgen dat de consument optimaal van de keuzevrijheid kan profiteren worden o.a. maatregelen geïmplementeerd om de overstapdrempels te verlagen en de transparantie in de markt te verbeteren (Actieplan «Een slimme consument in een snelle markt», Kamerstukken II, 2004–2005, 27 879, nr. 12);

• Voor de implementatie van de beleidsvoornemens uit de nota Frequentiebeleid ( Kamerstukken II, 2005–2006, 24 095, nr. 188) dient in 2007 onder meer de wet- en regelgeving te worden gewijzigd om flexibilisering van het frequentiebeleid te realiseren (o.a. door het vereenvoudigen van regelgeving en procedures). Door flexibilisering kan sneller aangesloten worden bij ontwikkelingen in de markt en techniek, bij het ICT-beleid van het Kabinet en bij Europese ontwikkelingen op dit gebied. Tevens worden zo de administratieve lasten verlaagd;

• Verdeling van schaarse frequenties:

1. Uitgifte van frequenties in de 2,6 GHz-band voor mobiele communicatiediensten (IMT2000);

2. Heruitgifte van frequenties in de 900 MHz-band voor mobiele communicatiediensten (GSM);

• Het actualiseren van nummerplannen, zodat wordt voorzien in de behoefte aan nieuwe nummers (o.a. uitbreiding 06-reeks);

• Het actualiseren van het Nationaal Frequentieplan, zodat wordt voorzien in nieuwe behoeften aan frequenties (o.m. ten behoeve van de implementatie Nota Frequentiebeleid);

• Het versterken van het maatschappelijk draagvlak voor de uitrol van draadloze netwerken o.a. door voorlichting;

• Het afronden van de behandeling van de Postwet in het parlement ten behoeve van liberalisering van de postmarkt door het vaststellen van de inwerkingtredingdatum in het kabinet ( Kamerstukken II, 2005–2006, 30 536, nr. 2). De volledige liberalisering moet leiden tot meer keuze mogelijkheden, lagere prijzen en betere kwaliteit van de postdiensten;

• Het Nederlandse voorzitterschap van de Conférence Européenne des Administrations des Postes et des Telécommunications (CEPT) van oktober 2006 – september 2007. In de CEPT wordt de regelgeving van de PTT-diensten uit de verschillende deelnemende landen gestandaardiseerd;

• Het voorbereiden van en deelnemen aan de Wereld Radio Conferentie (WRC). De WRC vindt eens in de vier jaar plaats en verzorgt de internationale kaderstelling voor het nationale frequentiebeleid.

Meetbare gegevens bij het scheppen van randvoorwaarden voor een efficiënt werkende communicatie- en postmarkt.

Indicatoren
Indicator Waarde 2005 Basiswaarde peildatum Streefwaarde peildatum 1 Streefwaarde peildatum 2
Mate van vergunningvrij gebruik van frequenties Nieuwe PI in begroting 2006 60  54
Agentschap Telecom  2004 2008
Meer gedeeld gebruik frequenties Nieuwe PI in begroting 2006 92  83
Agentschap Telecom  2004 2008

Toelichting indicator:

1. De prestatie-indicator geeft de gestelde doelen weer van het streven naar meer vrij gebruik van frequentieruimte, dus zonder dat daarvoor een vergunning nodig is. De streefwaarde is dat in 2008 10% van de huidige bekende (sub)vergunningcategorieën omgezet is in een registratieverplichting of in vergunningvrij gebruik. Dat betekent dat het relevante aantal banden met een verplichte vergunning moet naar 54 (van 60). Om dit te kunnen realiseren wordt de nota Frequentiebeleid geïmplementeerd (w.o. aanpassing van wetgeving/regelgeving).

2. De prestatie-indicator geeft de gestelde doelen weer van het streven naar gedeeld gebruik van frequentieruimte (een frequentieband wordt dan voor meerdere gebruikers of toepassingen bestemd). De streefwaarde is dat in 2008 10% van de frequentiebanden met een primaire vergunninggebonden toepassingen is omgezet naar banden voor gedeeld gebruik. Dat betekent dat het relevante aantal banden met primaire vergunninggebonden toepassing moet dalen naar 83 (van 92). Om dit te kunnen realiseren wordt de nota Frequentiebeleid geïmplementeerd (w.o. aanpassing van wetgeving/regelgeving).

Kengetallen Waarde 2004 Waarde 2005 Waarde peildatum
Concentratie deelmarktenMobiele telefonie: 2480 Breedband Internettoegang: 1264Mobiele telefonie: 3393 Breedband Internettoegang: 1104Daling richting 1800
TNO (markt-rapportage elektronische communicatie)   2008
Maandtarieven breedband toegang per 100 kbit/s als % van het maandelijks inkomen 0,18% < 0,17%< 0,18%
TNO (markt-rapportage elektronische communicatie)  2007

1. De Herfindahl Hirschmann Index (HHI) geeft de mate van concentratie aan binnen (een deelmarkt van) de telecommunicatiesector. De HHI wordt uitgedrukt in een getal tussen de 0 en 10 000. Uit marktwerkingsoogpunt is de voorkeur te geven aan een situatie waarin er geen partijen zijn met een dominante marktpositie. Volgens de HHI is de kans hierop beneden een waarde van 1800 beperkt. De Telecommunicatiewet geeft de randvoorwaarden voor een gezonde, competitieve markt, maar de overheid dicteert uiteraard niet hoeveel marktpartijen er moeten zijn. Voor mobiele telefonie: door de overname van Telfort door KPN (waardoor het marktaandeel van KPN is toegenomen en er 1 aanbieder minder is) is de marktconcentratie in 2005 gestegen.

2. De markt voor breedbandtoegang is de laatste tijd enorm in beweging. Het maandtarief per 100 kbit/s uitgedrukt als percentage van het maandelijks inkomen geeft de relatieve prijs van een breedbandaansluiting. Nederland behoort met 0,18% tot de landen met de laagste breedbandtarieven. De gestelde streefwaarde houdt in dat Nederland deze goede uitgangspositie moet behouden en de relatieve prijs van breedband in 2007 moet zijn gedaald ten opzichte van 2003.

OD 2

Een veilig en betrouwbaar elektronisch- en postnetwerk garanderen

Motivatie

Om publieke belangen (veiligheid, betrouwbaarheid, toegankelijkheid en transparantie) te waarborgen en vertrouwen in elektronische en postnetwerkdiensten en -toepassingen te bevorderen.

Instrumenten

• Telecommunicatiewet: Wet van 19 oktober 1998, houdende regels inzake de telecommunicatie.

• Lidmaatschap van/bijdrage aan internationale organisaties.

• Wettelijke verankering antenneregister. Het Antenneregister geeft een overzicht van de antenne-installaties voor mobiele telefonie en landelijke omroep die in Nederland in werking zijn. Door de wettelijke verankering worden de eigenaren van de antennes verplicht de gegevens door te geven aan het Antenneregister, waar ze vervolgens zichtbaar gemaakt worden door het Antennebureau.

• Programma Veilige Elektronische Communicatie (VEC)/Digibewust (o.a. voorlichting).

• Nationale Infrastructuur Bestrijding Cybercrime (NIBC).


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• Uitvoering geven aan het programma Veilige Elektronische Communicatie (VEC)/Digibewust (Kamerstukken II, 2005–2006, 26 643. In 2006 is via de campagne Surf op Safe, het programma KWINT en de Waarschuwingsdienst gewerkt aan bewustwording over het veilig gebruik van internet bij burgers en bedrijven. Om de effectiviteit van deze inspanningen te vergroten zijn deze activiteiten gebundeld in het programma VEC/Digibewust en is de samenwerking met het bedrijfsleven versterkt.

• Uitvoering geven aan het project Nationale Infrastructuur Bestrijding Cybercrime (NIBC). Het kabinet wil de aanpak van computercriminaliteit verbeteren door samen met het bedrijfsleven de bestrijding van cybercrime onder te brengen in de NIBC. Dit moet ervoor zorgen dat er meer samenhang komt in de governance rond informatie-uitwisseling, kennisopbouw en opsporing en vervolging van cybercrime ( Kamerstukken II, 2005–2006, 26 671, nr. 24).

• Implementatie van de wetgeving voor de uitbreiding van het spamverbod naar rechtspersonen (invulling motie van Dam/Atsma).

• Het bewerkstelligen van adequate informatievoorziening van telecommunicatie-inrichtingen, zoals de locaties van antennes, door middel van het Antenneregister ( Kamerstukken II, 2005–2006, 27 561, nr. 24).

• In het Nationaal Continuïteit Overleg-Telecommunicatie (NCO-T), waaraan aanbieders van vitale telecommunicatienetwerken en -diensten deelnemen, worden beschermingsmaatregelen ontwikkeld ter vermindering van de kwetsbaarheid van de vitale infrastructuren en diensten. Ook worden afspraken gemaakt om in geval van een ernstige verstoring, indien nodig en waar passend gezamenlijk, schade voor de maatschappij zo veel mogelijk te beperken.

• Het implementeren van wetgeving rondom aftappen en dataretentie. Op 13 april 2006 is de Europese richtlijn dataretentie (richtlijn 2006/24/EG) gepubliceerd, welke uiterlijk op 15 september 2007 in Nederlandse wetgeving geïmplementeerd moet zijn. De richtlijn verplicht aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten verkeersgegevens te bewaren ten behoeve van bevraging door bevoegde autoriteiten op het gebied van opsporing- en Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten.

• Om de kwaliteitsontwikkeling (en vereiste minimumkwaliteit) van het vaste/VoIP netwerk te monitoren zal EZ een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren, zoals aan de Tweede Kamer toegezegd ( Kamerstukken II, 2003–2004, 21 693, nr. 63).

• De follow-up van de World Summit on the Information Society: Nederland zal actief participeren in de vormgeving van de «enhanced cooperation» voor het bestuur van internet en in het ingestelde Internet Governance Forum (IGF). In het eerste IGF staan vrijheid van meningsuiting en informatie, veiligheid (o.a. spam), diversiteit (o.a. meertaligheid) en toegang op de agenda.

Meetbare gegevens bij een veilig en betrouwbaar elektronisch- en postnetwerk garanderen.

Indicatoren
Indicator Basiswaarde peildatumWaarde 2005 Streefwaarde peildatum 1 Streefwaarde peildatum 2
Het aantal basisscholen dat via de campagne Digibewust is bereikt  N.v.t. 1 000 basisscholen 2 250 basisscholen
ECP.NL (Electronic Commerce Platform)   20072008

Toelichting: Digibewust is gericht op het vergroten van bewustwording van veilige elektronische communicatie bij burgers en bedrijven. Het programma is gestart op 1 januari 2006 en loopt tot en met 2008 en wordt uitgevoerd door ECP.NL. In 2007 krijgen alle basisscholen in Nederland (ruim 8000) voorlichtings- en lesmateriaal over (on)veiligheid en elektronische communicatie. Het streven is dat in 2007 ten minste 1000 en in 2008 ten minste 2250 scholen gebruik maken van 1 of meerdere onderdelen van de verstuurde informatie. Dit zal door middel van een enquête worden geëvalueerd.

Kengetallen
Kengetallen Waarde 2004 Waarde 2005 Waarde 2006 Waarde 2007
Digibewust: Awareness Level  45% 55%
Europese Commissie    
Overkomst duur brieven Er wordt voldaan aan de wettelijke norm Er wordt voldaan aan wettelijke norm  95% binnen 24 uur
OPTA    2007

1. Digibewust is een publiek-private samenwerking gericht op het vergroten van bewustwording van veilig elektronische communicatie bij burgers en bedrijven. Het programma is 1 januari 2006 gestart, loopt tot en met 2008 en wordt uitgevoerd door ECP.NL. In 2006 richt Digibewust zich specifiek op kinderen en ouders. Het Awareness Level (opgenomen in Safer Internet Eurobarometer van de Europese Commissie 2005) meet in hoeverre burgers van 15 jaar en ouder weten waar of bij wie zij ongewenste/illegale content die zij tegenkomen op het internet, kunnen melden.

2. Een kwaliteitseis die aan de universele dienst wordt gesteld is dat 95% van de brieven binnen 24 uur wordt bezorgd. De OPTA controleert jaarlijkse of TNT zich aan de wettelijke normen houdt.

Programmatisch pakket

Het bereiken van topprestaties en excellentie op een aantal geselecteerde gebieden waar Nederland in de toekomst kan uitblinken.

OD 3

Waar nodig stimuleren dat de markt voorzieningen, producten en diensten voor elektronische communicatie ontwikkelt en dat deze worden benut.

Motivatie

Om meer economisch en maatschappelijk rendement te behalen met ICT. Nederland heeft een uitstekende infrastructuur voor elektronische communicatie, maar de benutting ervan door burgers, bedrijven en de (semi-)publieke sector blijft achter ten opzichte van andere landen.

Instrumenten

• Coördinatie van het Rijksbrede ICT-beleid;

• Actieprogramma Maatschappelijke Sectoren & ICT;

• Programma Nederland Digitaal, baanbrekend met ICT;

• Het stimuleren van digitalisering van omroepinfrastructuren door aanpassing Nationaal Frequentieplan en uitgifte van vergunningen;

• Subsidies in het kader van het Programma Implementatie Agenda ICT beleid (PRIMA), opvolger van het Nationaal Actieplan Elektronische Snelweg.

• Deelname in en subsidie geven aan ECP.NL (het onafhankelijk platform voor de ontwikkeling van eNederland) voor specifieke projecten op het gebied van vertrouwen, randvoorwaarden en interoperabiliteit.


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• Voortgangsrapportage «Rijksbrede ICT-agenda» met een concrete vertaling van het Beleidskader Elektronische Communicatie in het voorjaar 2007.

• Uitvoering geven aan het actieprogramma Maatschappelijke Sectoren & ICT ( Kamerstukken II, 2004–2005, 26 643, nr. 76). Met dit actieprogramma neemt de overheid de regie op zich bij het doorbreken van knelpunten bij het opschalen van kleinschalige, succesvolle ICT-toepassingen en -diensten, zowel in als tussen de sectoren mobiliteit, onderwijs, veiligheid en zorg, zodat de kwaliteit en dienstverlening voor de gebruiker wordt verbeterd. In 2007 zullen twee innovatieve aanbestedingsrondes plaatsvinden waaruit nieuwe opschalingsprojecten worden geselecteerd.

• Digitalisering van radio-omroep via de ether: in de Nota Omschakelbeleid 2006–2015 ( Kamerstukken II, 2005–2006, 24 095, nr.195) is aangegeven hoe het Kabinet de transitie van analoge naar digitale radio via de ether wenst vorm te geven. De uitgifte van frequenties voor digitale radio en het stimuleren van digitaal gebruik van bestaande radio-omroepbanden geeft hieraan invulling.

• Afronding van de proef locatiegebonden publieke dienstverlening: dit betreft de interdepartementale proef die in 2005 op initiatief van EZ is gestart. Deze proef, opgezet als een publiek-privaat samenwerkingsverband, is gericht op het mogelijk maken van snelle overheidsberichtgeving (bijvoorbeeld alarmering) die via innovatieve toepassingen kan worden ontvangen op de mobiele telefoon (cell broadcasting). De overheid treedt op als «launching customer». Bij positieve besluitvorming (laatste kwartaal 2006) zullen in 2007 de verdere toepassingsmogelijkheden door de overheid worden uitgewerkt.

• Voorlichting aan gemeenten, provincies en woningcorporaties hoe breedband te stimuleren, zodat deze partijen op een verantwoorde manier bijdragen aan de ontwikkeling van breedband in Nederland (Voortgangsrapportage breedband, Kamerstukken II, 2005–2006, 26 643, nr. 78):

1. Samenwerken met bedrijven in Nederland Breedbandland om slim ICT-gebruik te bevorderen;

2. Opschalen van diensten tussen regionale breedbandinitiatieven in het project Connecting the Dots;

3. Zorgen voor een model dat als referentiekader kan worden gehanteerd bij de ontwikkeling en aanleg van breedbandinfrastructuren in Nederland via de werkgroep E-Norm. Met dit model moet worden voorkomen dat versnippering en kennislacunes ontstaan bij lokale initiatieven voor breedbandontwikkeling.

• De afgelopen jaren heeft EZ een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de Elektronische Overheid (ELO). Het resultaat is dat bedrijven inmiddels met de overheid steeds meer zaken elektronisch kunnen afhandelen. In 2007 en verder ligt het accent op verbreding (meer gebruik door overheidsorganisaties en uitvoeringsinstellingen) en verdieping (doorontwikkeling van de voorzieningen). Hierdoor wordt de dienstverlening van de overheid verder verbeterd en worden de administratieve lasten verder verlaagd:

1. Opzetten van een programma voor de herinrichting en verdere automatisering van de informatiestromen tussen het bedrijfsleven en de overheid. De focus daarbij ligt op het standaardiseren en interoperabel maken van de onderliggende informatieuitwisselingsprocessen. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor het Standaardisatiecollege en -forum;

2. Overdracht van Bedrijvenloket en eFormulieren naar een structurele beheeromgeving;

3. Verdere ontwikkeling van het beleid rond elektronische identificatie en authenticatie tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheid.

• Programma Nederland Digitaal, baanbrekend met ICT: het organiseren van o.m. seminars en workshops door Syntens, SenterNovem en MediaPlaza om koplopers uit het MKB te informeren over strategische toekomstvisies en toepassingsmogelijkheden van relatief geavanceerde ICT-oplossingen. Een beperkt aantal bedrijven dat vervolgens stappen wil zetten om strategisch in ICT te investeren kan maatwerkadvies krijgen. Met het vervolg op het programma «Nederland Gaat Digitaal» wordt ingezet op het benutten van kansen met ICT door het MKB.

• Implementatie van het satellietbeleid 2006, waarin de ambitie van het kabinet ten aanzien van de satellietsector is neergelegd;

• Zorgen voor de totstandkoming van kwaliteitsinformatie van RTV-netwerken, zodat consumenten een keuze kunnen maken op basis van transparante gegevens.

Meetbare gegevens bij stimuleren dat de markt voorzieningen, producten en diensten ontwikkelt en dat deze worden benut.

Indicatoren
IndicatorStreefwaarde
Aantal gestarte opschalingsprojecten10 opschalingsprojecten gestart
Ministerie van Economische Zaken 2007

De prestatie-indicator «aantal gestarte opschalingsprojecten» geeft het aantal concrete initiatieven van (semi-)publieke instellingen en marktpartijen aan, die leiden tot het verbreden van het gebruik van innovatieve ICT-toepassingen en diensten in de sectoren mobiliteit, onderwijs, zorg en veiligheid. Aard en aantal van de opschalingsprojecten is afhankelijk van prioriteitstelling door de betrokken departementen.

Kengetallen
Kengetallen Waarde 2004 Waarde 2005 Waarde 2006
Positie NL tov andere OESO-landen mbt aantal breedbandaansluitingen per 100 inwoners Tweede positieTweede positie Nog niet bekend
De digitale economie, CBS   
Totaal aanbod elektronische overheidsdiensten aan bedrijven en aan burgers Bedrijven: 50%Burgers:49%Bedrijven: 56% Burgers: 54% Nog niet bekend
Advies Overheid.nl    

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerp AD of OD AfgerondVindplaats
Beleidsdoorlichting Efficiënt werkende communicatie – en postmarkt 10.1 2007 
Effectenonderzoek ex post OPTA 10.1 2005 Kamerstukken II, 2005–2006, 29 800 XIII, nr.85
 Nationaal Antenne Beleid10.2 2005 PM
 Aftapbeleid 10.2 2005 Kamerstukken II, 2005–2006, 30 517, nr.1
 Kenniswijk 10.3 2007 
     
Overig evaluatieonderzoek Post (in EU-verband) 10.1 2007  
 New Regulatory Framework (herziening 5 richtlijnen Elektronische Communicatie in EU-verband)10.1 2006