Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Octrooicentrum Nederland

1. Begroting van baten en lasten

Tabel 1 Begroting van baten en lasten voor het jaar 2007 Octrooicentrum Nederland Bedragen in EUR1000
 2005 20062007 2008 2009 2010 2011
 Realisatie Geactualiseerd     
Baten       
opbrengst moederdepartement 13 56813 830 14 898 15 331 15 702 16 073 16 073
opbrengst overige departementen
opbrengst derden 323 255 250 250250 250 250
rentebaten 130 40 60 6060 60 60
buitengewone baten 11
exploitatiebijdrage
Totaal baten 14 03214 125 15 208 15 641 16 012 16 38316 383
        
Lasten       
apparaatskosten       
* personele kosten7 091 7 219 7 600 7 900 8 194 8 5208 520
* materiële kosten 5 612 5 7436 227 6 288 6 391 6 454 6 416
rentelasten15 7 42 99 74 49 27
afschrijvingskosten       
* materieel 636 663829 953 963 972 1 050
* immaterieel
dotaties voorzieningen 182 200 250 250250 250 250
buitengewone lasten
Totaal lasten 13 53613 832 14 948 15 490 15 872 16 24516 263
        
Saldo van baten en lasten 496293 260 151 140 138 120

Toelichting

Baten

Opbrengst moederdepartement

Octrooicentrum Nederland verkrijgt zijn opbrengsten voornamelijk uit de opdrachten van


Directoraat-Generaal Ondernemen en Innovatie. Deze opbrengst is als volgt over de productgroepen verdeeld.

Tabel 1a Opbrengst moederdepartement per productgroep van Octrooicentrum Nederland Bedragen in EUR1000
 2005 20062007 2008 2009 2010 2011
 Realisatie Geactualiseerd     
Kennisbescherming 7 075 6 6507 151 7 359 7 537 7 715 7 715
Kennisverspreiding 2 205 2 558 2 831 2 9132 983 3 054 3 054
Kennisontsluiting, beleidsinteractie en antennefunctie 2 177 3 047 3 2783 373 3 454 3 536 3 536
Beleidsinbreng en internationale vertegenwoordiging 579 681 745 767785 804 804
Projecten 1 532 894 893919 943 964 964
Totaal opbrengst moederdepartement 13 568 13 830 14 898 15 33115 702 16 073 16 073

De stijging van de omzet wordt voornamelijk verklaard door de verwachte gevolgen van het project nieuw octrooibeleid (waaronder de evaluatie van de Rijksoctrooiwet). De gevolgen hiervan zijn verwerkt in de omzet tot en met 2011.


De onderwerpen van het project nieuw octrooibeleid zijn voornamelijk het bestaansrecht van het zesjarig octrooi en de kosten van een octrooi. Door mogelijke afschaffing van het zesjarig octrooi nemen de aanvragen voor een twintigjarig octrooi toe, als gevolg hiervan zal het aantal nieuwheidsonderzoeken toenemen. Tevens zullen er meer onderzoeken worden uitgevoerd naar de stand der techniek.


In 2006 wordt een nieuw contract met het Europees Octrooibureau (EOB) getekend in verband met de invoering van een toelichting op het nieuwheidsonderzoek (de zogenaamde «Motivering»). Als gevolg hiervan zullen de prijzen voor het uitvoeren van zowel nationale als internationale nieuwheidsonderzoeken door het EOB met ingang van 2007 toenemen. Dit geldt ook voor de nieuwheidsonderzoeken die door Octrooicentrum Nederland zelf worden uitgevoerd.

Opbrengst derden

In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een opbrengst derden van EUR 0,25 mln. zonder mogelijk extra opbrengsten van andere opdrachtgevers.

Rentebaten

De renteopbrengst in 2005 heeft betrekking op de afgesloten deposito’s gedurende het jaar en de rentevergoeding over het positieve saldo bij de Rijkshoofdboekhouding en is gebaseerd op het rentepercentage per 1 april 2006 (1,37% rekening courant).

Lasten

Personele kosten

In 2006 telt Octrooicentrum Nederland gemiddeld 120 fte. Het personeelsbestand zal als gevolg van het nieuwe octrooibeleid vanaf 2007 geleidelijk stijgen, waardoor ook de kosten zullen stijgen.


Bij de berekening van de personele kosten is uitgegaan van het CPB-index voor de prijs van de overheidsconsumptie (lonen en salarissen) van 1,5%. De gemiddelde loonkosten per fte over 2006 zijn circa EUR 57 000.

Materiële kosten

Bij de berekening van de materiële kosten is uitgegaan van een indexatie van de prijzen van 1% (CPB-index voor de prijs van overheidsconsumptie: netto materieel) en een stijging als gevolg van een toename van het aantal fte. De materiële kosten bestaan voor ongeveer 2/3 deel uit directe kosten ten behoeve van de opdracht van DG Ondernemen & Innovatie.


Octrooicentrum Nederland is gehuisvest in het pand van het EOB. Bij het EOB bestaan plannen om het huidige pand te vervangen door nieuwbouw. Als gevolg hiervan zal Octrooicentrum Nederland waarschijnlijk vanaf 2008 geconfronteerd worden met hogere huisvestingskosten (inclusief inrichting). Hiervoor is een voorziening gevormd om de tariefschokken als gevolg van de stijging geleidelijk op te vangen. In 2006 bedragen de huur- & servicekosten EUR 1,1 mln.

Rentelasten

De rentelasten in 2005 betroffen de kosten die voortvloeien uit de in 2002 afgesloten leningen bij het Ministerie van Financiën. Deze leningen zijn begin 2006 volledig afgelost. Vanaf 2007 zullen de rentelasten stijgen als gevolg van het beroep op de leenfaciliteit ter financiering van de inrichting van de nieuwe kantoorruimte.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingstermijn van de materiële vaste activa is gelijk aan de geschatte economische levensduur van de betreffende activa. Voor hardware en software is de economische levensduur geschat op maximaal drie jaar. Inventaris en technische installaties worden afgeschreven in vijf jaar.

Dotaties voorzieningen

De post dotaties voorzieningen bestaat vanaf 2007 uit voorzieningen voor het doorbetalen van loonkosten aan medewerkers bij arbeidsongeschiktheid, voor automatiseringskosten en voor wachtgeldverplichtingen.

Saldo van baten en lasten

Het positieve saldo van baten en lasten wordt toegevoegd aan de exploitatiereserve rekeninghoudend met een maximum van 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen drie jaar. Het saldo boven het maximum wordt verplicht afgedragen aan het moederdepartement.

2. Kasstroomoverzicht

Tabel 2 Kasstroomoverzicht 2007 Octrooicentrum Nederland Bedragen in EUR1000
 2005 2006 2007 2008 2009 20102011
 Realisatie Geactualiseerd     
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito) 6 817 7 437 6 830 6 6876 275 5 536 4 910
        
2. Totaal operationele kasstroom 1 410 255 124 302 475521 688
        
3a. –/– totaal investeringen– 401 – 311 – 1 200 – 1 900 – 500– 500 – 500
3b. + totaal boekwaarde desinvesteringen 3
3. Totaal investeringskasstroom – 398 – 311– 1 200 – 1 900 – 500 – 500 – 500
        
4a. –/– eenmalige uitkering aan moederdepartement– 192 – 351
4b. + eenmalige storting door moederdepartement– 200 – 200
4c. –/– aflossing op leningen – 267 – 714 – 714 – 647 – 480
4d. + mogelijk beroep op leenfaciliteit 1 200 1 900
4. Totaal financieringskasstroom – 392 – 551 933 1 186– 714 – 647 – 480
        
5. Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito)(=1+2+3+4) (maximale roodstand EUR 0,5 mln) 7 437 6 830 6 687 6 2755 536 4 910 4 618

Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

Investeringskasstroom

De investeringen in 2005 hadden voornamelijk betrekking op de aankoop van hardware en software (EUR 0,33 mln) en de herinrichting van werkplekken (EUR 0,08 mln). De hogere investeringen in 2007 en 2008 hebben betrekking op de verbouwing en inrichting van mogelijk nieuwe huisvesting. Vanaf 2009 zullen de investeringen weer op het normale niveau liggen.

Financieringskasstroom

De uitkeringen aan het moederdepartement in 2005 en 2006 zijn resultaatuitkeringen. De eenmalige storting door moederdepartement is een toevoeging aan de opdrachtsom vanuit het resultaat over de vorige periode. Hiermee worden extra werkzaamheden uitgevoerd.


Voor de financiering van investeringen zal in 2006 geen beroep worden gedaan op de leenfaciliteit. In 2007 en 2008 is er een claim ingediend in verband met mogelijke nieuwbouw in Rijswijk. Een en ander is afhankelijk van de besluitvorming over de nieuwe huisvesting die op zijn vroegst ultimo 2006 plaatsvindt en de liquiditeitspositie op het moment van de daadwerkelijke bouw.