Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1. LEESWIJZER


De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:

1. Vernieuwing Financieel Instrumentarium en de begrotingsstructuur

2. Overzichtsconstructie nota Ruimte: Zuidoost-Brabant/Noord-Limburg

3. Resultaatverantwoordelijkheid versus systeemverantwoordelijkheid

4. Toerekening van apparaatsuitgaven aan de beleidsartikelen

5. Afwijkingen van de rijksbegrotingsvoorschriften

1. Vernieuwing Financieel Instrumentarium en de begrotingsstructuur

EZ heeft een vernieuwing van haar financieel instrumentarium in gang gezet. Via de voortgangsrapportage herinrichting financieel instrumentarium ( Kamerstukken II, 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 83) is de Kamer op de hoogte gesteld van de vorderingen die EZ op dit vlak maakt.

De vernieuwing van het financieel instrumentarium heeft een grote invloed op de werkwijze van EZ en op de wijze waarop EZ haar doelstellingen realiseert. De vernieuwing van het financieel instrumentarium komt dan ook duidelijk zichtbaar terug in de opzet van deze EZ-begroting. Binnen de bestaande beleidsartikelen is een aantal wijzigingen doorgevoerd. De vernieuwing van het financieel instrumentarium komt tot uitdrukking door voor elk beleidsartikel te schetsen welke bijdrage het levert aan een drietal belangrijke pijlers in het EZ-beleid.

Markt en spelregels: het zorgen voor een stabiele macro-economische omgeving, goed werkende (internationale) markten, heldere wet- en regelgeving en een aantrekkelijk fiscaal klimaat. beleiden of de bijdrage van EZ aan het bereiken van deze operationele doelstellingen optimaal is vormg

Eén basispakket voor alle ondernemers: dit pakket betreft het breder georiënteerde instrumentarium en het instrumentarium dat zorgt voor goede toegang voor ondernemers tot informatie en kapitaal.

Programmatisch pakket voor topprestaties: dit pakket is gericht op het bereiken van topprestaties en excellentie op een aantal geselecteerde gebieden waar Nederland in de toekomst kan uitblinken.

In de EZ-begroting 2007 komen deze drie pijlers duidelijk herkenbaar in de beleidsartikelen terug. Elk artikel bevat, voor zover van toepassing, de onderverdeling markt en spelregels, basispakket voor alle ondernemers en programmatisch pakket voor topprestaties. Operationele doelstellingen en bijbehorende instrumenten zijn ingepast in en aangepast aan deze onderverdeling.

Door de nieuwe indeling is voor een ieder snel duidelijk wat EZ doet om de randvoorwaarden voor ondernemers op orde te krijgen (bijv. via het aanpassen van wetgeving), wat EZ doet om ondernemers een geschikt basispakket aan ondersteuning te leveren (bijvoorbeeld d.m.v. de BBMKB of de WBSO) en wat we doen om op bepaalde gebieden te excelleren (programmatisch pakket).

De begroting 2007 bevat, ondermeer als gevolg van de vernieuwing van het financieel instrumentarium, de volgende aanpassingen in de begrotingsstructuur.

• De eerste twee operationele doelstellingen van beleidsartikel 1 worden samengevoegd tot de operationele doelstelling «Bevorderen van structurele economische groei van Nederland en goed functioneren van de Interne Markt». Structurele economische groei in Nederland en het goed functioneren van de interne markt zijn dermate verweven datéén operationele doelstelling hiervoor volstaat.

• Binnen beleidsartikel 2 worden de doelstellingen «meer toepassing van kennis in het MKB», «meer ontwikkeling en benutting van technologische kennis door bedrijven» en «versterken kennisbasis door samenwerking van bedrijven en kennisinstellingen» samengevoegd. De nieuwe doelstelling luidt «topprestaties op innovatiethema’s». De nieuwe doelstelling bevat het EZ-innovatiebeleid (met name innovatieprogramma’s) dat gericht is op een aantal gebieden met een sterke uitstraling op de Nederlandse economie. Voor het realiseren van deze doelstelling speelt de samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen vanzelfsprekend een cruciale rol.

• Binnen beleidsartikel 3 wordt de operationele doelstelling «zorgen voor aantrekkelijke regio’s en steden om te kunnen ondernemen» anders geformuleerd, om zo de programmatische aanpak en keuzes voor gebiedsgerichte economische kansen beter tot uitdrukking te laten komen. De nieuwe operationele doelstelling luidt «benutten van gebiedsgerichte economische kansen».

• Binnen beleidsartikel 4 zijn de operationele doelen «voorzieningszekerheid» en «optimale werking energiemarkt» ondergebracht onder het thema «markt en spelregels». Verduurzaming van de energiehuishouding is ondergebracht onder het thema «basispakket» aangezien het onderzoek en informatie (bijvoorbeeld over energiebesparing) ten behoeve van de gehele energiesector betreft.

2. Overzichtsconstructie nota Ruimte: Zuidoost-Brabant/Noord-Limburg

In de nota Ruimte is geconcludeerd dat in met name vier regio’s in Nederland het beleid van de ministeries van V&W, VROM, LNV en EZ zeer nauw met elkaar verbonden is. Het kabinet heeft daarom besloten voor elk van deze gebieden een coördinerend bewindspersoon aan te stellen. Dit komt de integrale besluitvorming en effectiviteit van beleid ten goede. Om de reikwijdte van die coördinerende verantwoordelijkheid aan te geven, wordt in de respectievelijke begrotingen van deze vier ministeries een overzichtsconstructie opgenomen met daarin de voor de betreffende regio te nemen besluiten, de primaire verantwoordelijkheidsverdeling en de relatie met de verschillende begrotingen. Bijlage 7 bevat het overzicht van de coördinerende verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Economische Zaken voor de regio Zuidoost-Brabant/Noord-Limburg.

3. Resultaatverantwoordelijkheid versus systeemverantwoordelijkheid

De Minister van Economische Zaken is verantwoordelijk voor het scheppen van voorwaarden voor het realiseren van duurzame economische groei. Voor een goede werking van de economie is het nodig dat private partijen binnen bepaalde randvoorwaarden hun gang kunnen gaan. EZ tracht deze randvoorwaarden te borgen als een katalysator die de (potentiële) economische groei een impuls moet geven. Op het gebied van marktwerking, kennis- en innovatiebeleid, ondernemingsklimaat, ICT en telecom en het economische buitenlandbeleid is EZ echter één van de relevante partijen. Ook worden ontwikkelingen op die gebieden voortdurend door externe factoren beïnvloed. De eigen sturing op de mate van doelbereik wordt hierdoor beperkt. Gelet op het voorwaardenscheppende karakter van het beleid, is sprake van een systeemverantwoordelijkheid voor de Minister van EZ.


In de zomer van 2006 is EZ gestart met een project om te komen tot nieuwe indicatoren en kengetallen voor sommige artikelen in de begroting. Dit naar aanleiding van signalen uit de Kamer en eigen behoefte aan nieuwe sturingsinformatie. Deze exercitie kon nog niet worden meegenomen in voorliggende begroting. Waar mogelijk zijn indicatoren al verbeterd.

4. Toerekening van apparaatsuitgaven aan de beleidsartikelen

De personele uitgaven van het kernministerie EZ die direct verband houden met beleidsuitgaven worden verbijzonderd naar de betreffende artikelen. De personele uitgaven voor de Directoraten-Generaal die onder het kernministerie vallen, zijn geraamd bij de beleidsartikelen 1 tot en met 5, alsmede beleidsartikel 10. De in dit opzicht als indirect te beschouwen personele uitgaven van het kernministerie (algemene leiding, stafdirecties) worden geraamd op artikel 21 Algemeen. De materiële uitgaven van het kernministerie en de overige apparaatsuitgaven worden eveneens geraamd op artikel 21 Algemeen. Er vindt geen toerekening van deze uitgaven aan de beleidsartikelen plaats.

Voor de diensten van EZ (SodM en CPB) geldt dat de integrale apparaatsuitgaven geraamd zijn op de betreffende beleidsartikelen (respectievelijk de artikelen 4 en 8). De apparaatsuitgaven voor het ZBO NMa zijn geraamd op artikel 1. De bijdragen aan de (EZ-) ZBO’s CBS en OPTA zijn geraamd op respectievelijk artikel 9 en artikel 10.

De paragrafen over de diensten die een baten-lasten stelsel voeren (SenterNovem, EVD, Octrooicentrum Nederland en Agentschap Telecom) geven inzicht in de begroting van baten en lasten en de kasstroom van deze diensten. De opdrachtbudgetten worden geraamd op de beleidsmatig daarvoor in aanmerking komende artikelen.

5. Afwijkingen van de rijksbegrotingsvoorschriften

In afwijking van de voorschriften specificeert EZ bij de beleidsartikelen de verplichtingenramingen in plaats van de uitgavenramingen, omdat de verplichtingenramingen het meeste inzicht geven in het actuele beleid. Beleidsbeslissingen, zoals het introduceren of het beëindigen van subsidieregelingen, zijn in de verplichtingenramingen immers direct traceerbaar. Vanwege de doorlooptijden en betalingsschema’s van subsidies, bieden de uitgavenramingen in dat opzicht minder informatie. Overigens bevat de verdiepingsbijlage wel een specificatie van de uitgavenramingen naar operationeel doel.

Daarnaast zijn de bedragen in de budgettaire paragraaf van de beleidsartikelen uit oogpunt van presentatie uitgedrukt in miljoenen, in plaats van in duizenden.