Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. DE BELEIDSAGENDA

Samenvatting begroting 2007

Goede vooruitzichten

De Nederlandse economie herstelt zich na een lange periode van geringe economische groei. De Nederlandse concurrentiepositie is verbeterd, er zijn meer mensen aan het werk dan drie jaar geleden en het vertrouwen in de economie neemt toe. Voor 2007 wordt een economische groei voorzien van 3% (zie figuur 1). Nederland staat er bovendien structureel beter voor dan drie jaar geleden. Nederland heeft hiertoe de afgelopen jaren een ambitieuze hervormingsagenda uitgevoerd, zoals ook bevestigd door het IMF (juli ’06). Naar verwachting is Nederland hierdoor beter in staat de kansen te benutten die het economisch herstel met zich meebrengt.


Consequent gewerkt aan drie prioriteiten

Om het structurele groeivermogen van de Nederlandse economie te bevorderen, is door EZ consequent ingezet op drie prioriteiten:

1) Een sterke markt met een sterke overheid: Op de energiemarkt is zorgen voor zekerheid het uitgangspunt. Energievoorziening moet veilig, betrouwbaar en beschikbaar zijn voor burgers en bedrijven. Tastbaar resultaat is bereikt met bijvoorbeeld de scheiding van diensten en infrastructuur bij de Gasunie en – op telecomgebied – bij Nozema. Hierdoor houdt de overheid controle over de voor de samenleving vitale infrastructuur en netwerken, wat de werking van de markt bevordert en beter toezicht op de consumentenbelangen mogelijk maakt. De positie van de consument wordt bovendien versterkt met nieuwe wetgeving. Dit zal onder meer leiden tot het instellen van de Consumentenautoriteit, die bijvoorbeeld kan ingrijpen bij oneerlijke handelspraktijken. Met het bereikte politieke akkoord over de Dienstenrichtlijn is een essentiële stap gezet om de Europese interne markt beter te laten werken: dienstverleners, van kapper tot architect, zullen hierdoor minder obstakels tegenkomen bij het werken over de grens. Daardoor neemt naar verwachting het aanbod voor burgers toe.

2) Kiezen voor sterktes: We zijn afgestapt van het achterstandenbeleid en zetten bewust in op de economische sterktes van een regio (Pieken in de Delta), bijvoorbeeld op meer innovatieve bedrijvigheid rond de technische universiteiten. Bovendien is fors extra geïnvesteerd in kennis en innovatie. Zo is de fiscale faciliteit voor onderzoek (WBSO) uitgebreid en is een structurele regeling voor zijn 7000 kennisvouchers geïntroduceerd (6000 per jaar) voor met name het MKB. Met een selectief aantal innovatieprogramma’s wordt ingezet op die gebieden waar Nederland internationaal concurrerend kan zijn, waaronder waterzuiveringtechnologie, «food & flowers» en de creatieve industrie. Het eerste programma is inmiddels gestart op het terrein van nanotechnologie en «embedded systems». EZ zet in op nieuwe ICT-toepassingen op het snijvlak van Telecom, ICT en media, en op het slim toepassen van ICT bij knelpunten in onderwijs, mobiliteit, veiligheid en zorg. Bij programma’s voor internationaal ondernemen gaat speciale aandacht uit naar kansen voor het Nederlands bedrijfsleven op veelbelovende markten als Turkije,

India en Rusland. De Nederlandse positie op het terrein van energie wordt maximaal benut door bijvorbeeld het uitbouwen van onze rol als Europees gasknooppunt.

3) Ruimte om te ondernemen: Het ondernemingsklimaat heeft een belangrijke impuls gekregen door de forse verlaging van de Vennootschapsbelasting, de verruiming van financieringsinstrumenten voor het MKB en het TechnoPartner programma. Er wordt in het onderwijs weer meer aandacht besteed aan ondernemerschap. Belangrijke stappen zijn daarnaast gezet in de aanpak van de regeldruk door het terugdringen van administratieve lasten, het oplossen van strijdige regels en de reductie van vergunningen.


Acties in 2007

Het komende jaar staat in het teken van:

• structureel versterken van de Nederlandse economie door middel van verdere uitvoering van het nationale hervormingsprogramma (EU Lissabon-agenda).

• zeker stellen van de energievoorziening voor burgers en bedrijven. Tevens versterken van duurzaamheid en hogere energiebesparing om milieu en portemonnee te sparen.

• vlottrekken van de WTO-besprekingen, waardoor internationale handelsbarrières kunnen worden geslecht, voor Nederlandse bedrijven, maar ook voor ontwikkelingslanden.

• realiseren van een goed functionerende toezichthouder voor de consument, zodat deze zijn rechten kan afdwingen, ook bij grensoverschrijdende transacties.

• herziening van de telecomregelgeving, zodat concurrentie en innovatie wordt gestimuleerd en het toezicht op marktpartijen goed geregeld blijft.

• aandacht voor een gelijk speelveld in Europa voor de Nederlandse industrie, opdat oneerlijke concurrentie door staatsbemoeienis wordt voorkomen.

• doorgaan met het bestrijden van regeldruk: de ondernemer en de burger moeten het merken.

• betere dienstverlening aan bedrijven door het moderniseren van de Kamers van Koophandel en de handelsregisterwet en door uitbreiding van Bedrijvenloket.nl en de Ondernemerspleinen.

• aanpassen van het octrooisysteem om gebruik en rechtzekerheid te vergroten en daarmee het uitvinden, vernieuwen en innoveren te stimuleren.

• implementeren van de nieuwe programmatische werkwijze van EZ: Pieken in de Delta, Innovatieprogramma’s, internationaal ondernemen.

1. Inleiding

Waar de economie in 2003 op zijn dieptepunt stond, is de weg omhoog nu ingeslagen (zie figuur 1). We zijn er echter nog niet. Inzetten op structurele en duurzame economische groei is onverminderd urgent. Alleen dan ontstaan nieuwe kansen voor alle mensen om mee te doen. Daarnaast hebben de afgelopen jaren laten zien dat een grotere schokbestendigheid van de economie van belang is om een periode van laagconjunctuur goed te kunnen overbruggen.

Figuur 1 Groeicijfers 2002–2007



kst99342_2_01.gif

Enkele jaren geleden nog stagneerde de groei, was er oplopende werkloosheid en stonden de overheidsfinanciën onder druk. Er zijn structurele hervormingen in gang gezet om de economische structuur te versterken (zie de Groeibrief, Kamerstuk 2003–2004, 29 696, nr.1). Deze zijn gericht op meer mensen aan het werk, meer ondernemerschap en slimmer werken. Regelingen in de sociale zekerheid (o.a. de WAO, de WW, de bijstandwet) zijn aangepast om mensen weer aan de slag te krijgen. Ook is de fiscale stimulering van VUT en prepensioen afgeschaft om meer en langer werken weer aantrekkelijk te maken. Daarnaast is in overleg met de sociale partners loonmatiging tot stand gekomen. Mede hierdoor is de stijging van de contractlonen teruggelopen van 4,2% in 2001 naar 0,8% in 2005, waardoor onze prijsconcurrentiepositie verbeterd is. Nederland is hierdoor beter in staat om economische kansen weer te benutten.


Voor het eerst sinds jaren groeit het vertrouwen in onze economie. Met de hervormingen is een belangrijke stap gezet om de welvaartsgroei en verzorgingsstaat te continueren, ook in een vergrijzende samenleving. Deze structurele aanpak is ook vastgelegd in het Nationaal Hervormingsprogramma ( Tweede Kamer 2005–2006, 21 501–20, nr. 290), de Nederlandse invulling van de Europese Lissabon strategie. De Europese Commissie, het IMF en de OESO zijn uitgesproken positief over de door Nederland in gang gezette hervormingen1. Deze maken onze instituties meer bestendig tegen de vergrijzing en dragen bij aan een beter groeivermogen van de Nederlandse economie. Maar de economie van morgen is nooit af. Zo benadrukken de genoemde internationale instellingen dat Nederland bijvoorbeeld de arbeidsparticipatie verder moet zien te verhogen en de concurrentiekracht nog verder moet stimuleren, conform de Lissabon doelen (zie box).


Box 1: Behalen van de Lissabon doelstellingen geeft hoog rendement

• Met het Nationaal Hervormingsprogramma heeft Nederland invulling gegeven aan de gewijzigde Lissabon strategie van de Europese Unie. De Lissabon strategie kan een forse stimulans geven aan de economie en aan de werkgelegenheid in Europa.

• Als Europa de doelstellingen haalt die in het kader van Lissabon zijn afgesproken, neemt het BBP van de EU met 12 tot 23% en de werkgelegenheid met ongeveer 11% toe.

• De extra uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling tot 3% van het BBP in 2010 dragen bijvoorbeeld aanzienlijk bij aan de economische groei. Het BBP zal toenemen met 3,5% tot 11,6% (als gevolg van kennis spillovers) indien deze uitgaven tot 2020 gehandhaafd blijven.

• De Europese Commissie complimenteert Nederland vanwege het brede pakket aan hervormingen. Wel kent de Nederlandse economische structuur drie belangrijke aandachtspunten: de achterblijvende investeringen in R&D van bedrijven, de participatie (in gewerkte uren) van vrouwen en van allochtonen.

Bron: CPB, 2006.


Globalisering biedt vele kansen. Bedrijven zetten hun producten af op nieuwe afzetmarkten, die eerder gesloten waren. Dat leidt tot nieuwe investeringen en nieuwe banen. Consumenten krijgen betere en goedkopere producten («value for money») aangeboden, er is meer variëteit en vernieuwing. Bovendien neemt de levensstandaard in tal van landen toe, waardoor betere arbeidsomstandigheden, hogere milieustandaarden en een stabiele middenklasse ontstaan. En daar profiteert Nederland op zijn beurt ook weer van. Door de globalisering komen echter ook de zwakheden in onze economie sneller bloot te liggen. De gevolgen van de internationale concurrentie kunnen ingrijpend zijn voor de mensen die door bedrijfs- of productieverplaatsing hun baan verliezen. Het is daarom des te belangrijker dat onze economie voldoende veerkracht en flexibiliteit heeft om de kansen te benutten (op binnenlandse en internationale markten), zodat mensen niet blijvend aan de kant komen te staan.


Door EZ is de afgelopen jaren consequent gewerkt aan drie prioriteiten. Ook in EU verband hebben we ons hier, onder meer tijdens het Nederlandse voorzitterschap, hard voor gemaakt. Het betreft:

• Een sterke markt met een sterke overheid

• Kiezen voor sterktes

• Ruimte om te ondernemen

2. Sterke markt met een sterke overheid

Goed werkende markten, met gezonde concurrentieverhoudingen tussen bedrijven, leiden tot meer en kwalitatief betere producten, lagere prijzen voor de consument en innovatieve en efficiëntere productiemethoden. Het economisch effect van het optreden van de Nma, bijvoorbeeld door het voorkomen van economische schade als gevolg van een economische machtspositie of kartelvorming, bedroeg in 2005 naar schatting zo’n € 600 miljoen [Jaarverslag NMa 2005]. Met het ordeningsbeleid is ook een belangrijke impuls gegeven aan de kwaliteit en efficiency op de elektriciteit- en de telecommarkt, met meer keuzemogelijkheden voor de consument als gevolg.


Box 2: ordeningsvraagstukken internationaal benaderen

We kunnen veel Nederlandse markten niet langer los zien van de situatie op de betreffende Europese of de wereldmarkt. Onderstaande voorbeelden geven een indruk van hoe Economische Zaken op internationaal niveau de ordening van markten tracht te verbeteren.

• Zo’n 20% van onze elektriciteit komt uit de ons omringende landen. Er bestaan echter in de praktijk nog hindernissen die een goede interconnectie tussen landen in de weg staan (bijvoorbeeld nationale wetgeving die verschilt, andere interpretatie van Europese richtlijnen, etc). Samen met onze directe buurlanden worden belemmeringen voor de grensoverschrijdende handel in elektriciteit en gas opgeruimd2. Internationaal bevordert Economische Zaken daarnaast eerlijke energiemarktwerking in multilaterale fora als het IEA, het IEF en het Energiehandvest.

• In Europees verband is, na 2,5 jaar onderhandelen, een politiek akkoord bereikt over de dienstenrichtlijn. Dienstverleners, en met name het MKB, zullen hierdoor minder obstakels tegenkomen bij het grensoverschrijdend verlenen van diensten. Met dit akkoord is een stap vooruit gezet ten opzichte van de huidige situatie en wordt de basis gelegd voor het verder verbeteren van de interne markt voor diensten.

• WTO; Open markten zijn goed voor economische groei en armoedebestrijding. Ook internationaal dient openheid gepaard te gaan met sterke spelregels en een gezaghebbende manier om naleving daarvan te verzekeren. Dat bepaalt onze inzet tijdens de WTO.


Een sterke markt vraagt om een sterke overheid. Een aspect dat in het ordeningsbeleid soms onderbelicht is gebleven, is het borgen van publieke belangen, zoals voorzieningszekerheid en de positie van de consument. Daarom hebben wij tal van acties in gang gezet, zoals de scheiding tussen infrastructuur en diensten bij de Gasunie en bij Nozema. Door een dergelijke scheiding ontstaat een betere werking van de markt en is de overheid beter in staat toezicht te houden op de belangen van zowel bedrijven als consumenten. De overheid houdt tevens controle over de voor de samenleving zo belangrijke infrastructuur en netwerken.

Ook heel direct komt EZ in actie voor de consument. Deze moet als volwaardige marktpartij kunnen optreden en kunnen beschikken over juiste, betrouwbare informatie. Het moet duidelijk zijn waar de consument terecht kan met klachten. Met de consumentenautoriteit in oprichting en nieuwe wetgeving zijn tastbare stappen gezet om de positie van de consument te versterken. De autoriteit zal zich bezig houden met het toezicht op de naleving door bedrijven van regels ter bescherming van de consument. Daarbij gaat het onder meer om bepaalde oneerlijke handelspraktijken en onredelijke algemene voorwaarden.


De uitdagingen voor de komende periode op het terrein van ordening bestaan uit:

1. Praktische werking Interne Markt; De Europese Commissie brengt voorjaar 2007 verslag uit van de in 2006 gehouden consultatieronde onder de lidstaten. EZ zal in dat kader zelf onderzoek verrichten naar de werking van de Interne Markt in Nederland. De screening van Nederlandse wetgeving op de verplichtingen uit de dienstenrichtlijn is reeds van start gegaan. In 2010 dient de richtlijn volledig te zijn geïmplementeerd.

2. Goed functionerende consumententoezichthouder; In 2007 is de start van de werkzaamheden van de consumentenautoriteit voorzien.

3. Wijziging Mededingingswet; De NMa krijgt meer bevoegdheden om de effectiviteit en de doelmatigheid van de handhaving te vergroten, in lijn met de actuele Europese mededingingsregels.

4. Afronden Aanbestedingswet; Heldere regels dragen bij aan een beter resultaat van de aanbestedingsprocedures. De Wet regelt o.a. de relatie met EU-regelgeving, het toezicht, de administratieve lastendruk en de mogelijkheden voor innovatie en MKB.

5. Voorzieningszekerheid van energie; Een hoog niveau van voorzieningszekerheid van fossiele brandstoffen is voor onze moderne economie cruciaal. Dat bepaalt onze inzet voor de EU-Rusland en de EU-OPEC dialoog en is tevens onderwerp tijdens bilaterale bezoeken aan producerende landen en grote consumerende landen. Daarnaast werkt het Kabinet aan efficiënt beheer van de Nederlandse bodemschatten (bijvoorbeeld door middel van het kleineveldenbeleid en het maximeren van de productie uit het Groningenveld), aan diversificatie van brandstoffen (o.a. door investeringen in nieuwe productiecapaciteit te bevorderen) en een betrouwbaar en veilig transportsysteem.

6. Duurzame energievoorziening; De ambitie is te komen tot een stabilisatie en daarna een daling van het fossiele energieverbruik vanaf 2015. Op basis van aanbevelingen van de Taskforce Energietransitie worden projecten uitgewerkt om te komen tot een duurzame energiemarkt die voldoet aan eisen van milieubescherming, voorzieningszekerheid en economische efficiency. Het betreft projecten op bijvoorbeeld het gebied van schone fossiele brandstoffen (waaronder biogas en waterstof) en duurzame energie (zoals biomassa, wind- en zonne-energie). Hiervoor worden ondermeer de nieuwe Fes-midddelen (€ 150 mln) en de Borssele-middelen (€ 250 mln) voor energie innovatie aangewend. Beoogde doelen zijn verder de realisatie van de twee windparken voor de Nederlandse kust en het verhogen van het tempo van energiebesparing3. Aan dit laatste wordt in nauw overleg met onder meer de departementen van VROM, LNV en V&W vormgegeven.

7. Herziening van telecomregelgeving; Door de razendsnelle ontwikkelingen op de telecommarkt is de Europese Commissie gestart met het uitwerken van een nieuw regulerend kader. Voor de Nederlandse markt zijn deze nieuwe spelregels belangrijk. EZ zet in Europees verband in op o.a. meer bewegingsvrijheid voor de nationale toezichthouder OPTA en flexibilisering van het gebruik van frequenties, zodat de markt zich, ook voor de eindgebruiker, optimaal ontwikkelt4.

8. ICT en veiligheid; Steeds meer mensen zijn online en maken gebruik van een groeiend aantal internetdiensten. Veilig internet is daarom van steeds groter belang. EZ zet in het publiek-private samenwerkingsverband NIBC (Nationale Infrastructuur Bestrijding Cybercrime) in op het voorkomen van cybercrime, onder meer door het versterken van internationale samenwerking.

3. Kiezen voor sterktes

Met nieuwe producten en diensten kunnen Nederlandse bedrijven zich onderscheiden op de Europese of wereldmarkt. Gunstige omstandigheden in Nederland voor innovatieve bedrijven en kenniswerkers zijn daarom noodzaak.


Het Kabinet kiest bovendien voor een gerichte aanpak op innovatiethema’s en gebieden waar Nederland (ook) in de toekomst concurrerend kan zijn. Een relatief klein land als Nederland kan immers niet overal goed in zijn. Voorbeelden zijn het programma «Point One» voor nano-elektronica en embedded systems, «de Food en Nutrition Delta» voor de voedingssector met regionale sterktes rond Wageningen en Maastricht, «Energy-valley» in Noord-Nederland en de creatieve industrie in de noordelijke Randstad. Publieke en private middelen worden op programmatische wijze ingezet. Het draait daarbij niet alleen om geld, maar ook om het gericht aanpakken van knelpunten in wet- en regelgeving, betere voorlichting en het bij elkaar brengen van bedrijven, kennisinstellingen en overheden.


De Kabinetten Balkenende hebben ingezet op verbetering van het innovatieklimaat en op een structurele hervorming van de kennisinfrastructuur en het onderwijs (zie de verschillende EZen OCW begrotingen). Niet zonder resultaat. Zo is de fiscale behandeling van R&D-activiteiten verruimd (€100 mln extra voor de WBSO), komt er een separate octrooibox in de Vennootschapsbelasting (Vpb), is het voor bedrijven aanzienlijk eenvoudiger gemaakt om kennismigranten naar Nederland te halen en zijn Innovatievouchers en Innovatieprestatiecontracten (IPC’s) ingevoerd. Daarnaast is vanuit het Fes een forse impuls gegeven aan een aantal innovatie- en onderwijsprojecten. In de recente Fes-besluitvorming zijn middelen aan de EZ-begroting toegevoegd voor de volgende projecten: Technologisch Topinstituut Water, het Centre for Translational Molecular Medicine (CTMM), Beroepsonderwijs in bedrijf en Onderwijs & ondernemerschap. Binnen de EU is EZ er verder in geslaagd om de mogelijkheden voor het bedrijfsleven binnen het zevende Kaderprogramma 2007–2013 (wetenschappelijke en technologische samenwerking, budget € 55 mld) aanzienlijk te verbeteren. Het Concurrentievermogen en Innovatieprogramma 2007–2013 (budget € 3,6 mld) bundelt een aantal bestaande Europese programma’s op het gebied van productiviteitsgroei, innovatie en duurzaamheid. Extra aandacht hierbij gaat uit naar verbeterde toegang tot risicokapitaal voor het innovatieve, grensoverschrijdende MKB.


De uitdagingen voor de komende periode bestaan uit:

1. Verbeteren kennispositie Nederland; Onder meer het Innovatieplatform heeft bruikbare adviezen opgeleverd om de kennispositie van Nederland te verbeteren zodat Nederland binnen afzienbare termijn weer tot de Europese top gaat behoren op kennisterrein. Dat geldt bijvoorbeeld voor toekomstige investeringen in kennis en innovatie en het aanpassen van de geldstromen voor het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (dynamisering). Door toekomstige investeringen in kennis in te bedden in een meerjarige agenda en minder afhankelijk te maken van incidentele financieringsbronnen, kunnen deze investeringen beter afgewogen worden in de context van andere uitgaven. Voor het bedrijfsleven baart verder onder meer de grote voortijdige schooluitval in het beroepsonderwijs zorgen. OCW zal samen met EZ en SZW komend jaar de samenwerking tussen (beroeps)onderwijs en het bedrijfsleven verder ondersteunen, onder meer door het stimuleren van meer en kwalitatief betere stageplekken en leerpraktijktrajecten.

2. Uitwerken van de innovatieprogramma’s; In juni 2006 is het innovatieprogramma «Point-One» gelanceerd, een cluster van samenwerkende bedrijven en kennisinstellingen voor nanotechnologie en «embedded systems»5. Naast de reeds beschikbare middelen investeert EZ € 50 mln in dit programma voor de periode 2006 -2009. Andere innovatieprogramma’s waaraan uitwerking wordt gegeven, zijn«Food & Nutrition Delta», Creatieve Industrie, Watertechnologie & Maritiem, Life sciences & Gezondheid en «Automotive». De innovatieprogramma’s zullen onder andere gefinancierd worden uit de Smart Mix, een instrument waarmee toponderzoek en de wisselwerking tussen onderzoek en maatschappij wordt versterkt en het Fes (TTI Water bijvoorbeeld). Met de Smart Mix zetten EZ & OCW vanaf 2007 gezamenlijk €100 mln per jaar in.

3. Uitwerken van gebiedsgerichte programma’s (Pieken in de Delta); Regionale programma’s zijn ontwikkeld om de concurrentiekracht van de regio’s te versterken en regionale knelpunten aan te pakken. Sinds de zomer van 2006 kunnen projectvoorstellen door ondernemers en instellingen worden ingediend. Er is een bedrag van € 271 miljoen beschikbaar voor de periode 2007–2010. Deze aanpak is in samenhang met de programma-aanpak in de Nota Ruimte. EZ is in dit kader coördinerend departement voor het programma Zuidoost Brabant/Noord Limburg (versterking Brainport Eindhoven en knooppunt Venlo).

4. Uitwerken programma’s Internationaal ondernemen; Zomer 2006 zijn, in overleg met het bedrijfsleven, gebieden aangewezen waar Nederlandse ondernemers kansen beter kunnen benutten door krachtenbundeling en een sterke inzet van het Nederlandse postennetwerk. Het gaat dan onder meer om landen als Turkije, India, Rusland en China en thema’s als infrastructurele werken en de creatieve industrie.

5. Uitbouwen van Nederlands sterke energiepositie; Door in te zetten op infrastructuur voor export en import van energie wordt een nieuwe invulling gegeven aan onze van oudsher sterke (kennis)positie op het gebied van energie. Bijvoorbeeld door het ontwikkelen van Nederland tot gasrotonde, het aantrekken van investeringen in LNG-terminals en door deelname in de Noord-Europese gaspijpleiding.

6. Een beter, transparanter en goedkoper octrooisysteem; In het nationale octrooisysteem is sprake van een aantal barrières voor het MKB. Daarom werkt het Kabinet aan een wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995. Dit zal leiden tot lagere taksen, betere kwaliteit en lagere administratieve lasten. Daarnaast wordt de voorlichting aan het MKB geïntensiveerd.

7. Ruimtevaart; Met het nationale Actieplan Ruimtevaart ( Tweede Kamer 2004–2005, 24 446 nr. 27) zijn industrie, kennisinstellingen en overheid er in geslaagd om de middelen voor ruimtevaart beter in te zetten en meer synergie te creëren. Bij Voorjaarsnota 2006 is besloten tot een structurele verhoging van de middelen voor ruimtevaart op de begroting van EZ. Deze verhoging dient ter versterking van de participatie van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen in programma’s van het Europese Ruimtevaart Agentschap (ESA).

8. ICT-vaardigheden en -benutting; De kwaliteit van de infrastructuur scoort goed, maar het economisch en maatschappelijk rendement van ICT kan worden vergroot. Daarom wordt in vervolg op het programma «Nederland Gaat Digitaal» specifiek ingegaan op het benutten van ICT, bijvoorbeeld door het MKB. EZ neemt verder de regie op zich bij het doorbreken van knelpunten bij toepassen van succesvolle ICT-toepassingen en -diensten in maatschappelijke sectoren als zorg en onderwijs. Hierdoor ontstaan nieuwe producten en verbetert de dienstverlening aan de burger. Ook zet EZ in op benutting van nieuwe toepassingen doordat de Telecom-, ICT- en mediasector steeds meer convergeren. Een voorbeeld van convergentie is TV over internet (IP TV).

4. Ruimte om te ondernemen

Ondernemers moeten zo min mogelijk door regeldruk, administratieve rompslomp en toezichtlast worden gehinderd. Meer ondernemerschap is gewenst voor een dynamische kenniseconomie. Bedrijven zorgen voor vernieuwing en leggen het fundament voor onze toekomstige welvaart. Dat geldt in het bijzonder voor starters en snelle groeiers. Door een sterk ondernemingsklimaat zijn we ook in staat nieuwe investeringen aan te trekken uit het buitenland.


Er zijn de afgelopen vier jaar belangrijke stappen gezet om Nederland meer ondernemingsgezind te maken. Onder meer met de forse verlaging van de het tarief van de Vennootschapsbelasting (Vpb). Maar ook heel praktisch: het aantal verleende vergunningen gaat de komende jaren met 42% omlaag, oplossingen voor 800 strijdige regels worden nu per gemeente uitgewerkt, de administratieve lasten zullen in 2007 25% zijn gedaald ten opzichte van 2002 en er worden ondernemers uitgenodigd voor de klas. Ook zijn belangrijke knelpunten op de kapitaalmarkt aangepakt via onder meer de TechnoPartner fondsen, de verhoging van de kredietregeling voor het MKB (de BBMKB met € 150 miljoen in 2006) en de introductie van de uitdagerfaciliteit.


De uitdagingen voor 2007 bestaan uit:

1. Ondernemerschap; Ondernemen moet leuk en lonend zijn. Tijdens de EU voorjaarstop van maart 2006 is stimuleren van ondernemerschap uitgeroepen tot een prioriteit binnen de Lissabon-strategie. Integraal onderdeel daarvan is het verbeteren van de werking van de kapitaalmarkt. In 2007 wordt uitwerking gegeven aan het verschaffen van garanties voor kleine starters (via zogenaamde microkredieten en de BBMKB) en aan snelle groeiers (via de Groeifaciliteit). Overheidsinformatie en advies worden toegankelijker gemaakt voor ondernemers. In 2006 is gestart met een landelijke digitaal loket voor ondernemers, www.bedrijvenloket.nl. In 2007 worden ondernemingspleinen gevormd, waar alle relevante fysieke loketten voor ondernemers in de regio worden gecombineerd6.

2. Kamers van Koophandel; Er komt voor alle vestigingen een uniform pakket van informatie en advies voor ondernemers en duidelijkheid over de heffingen. De wet op de Kamers van Koophandel wordt hiertoe aangepast, evenals de Handelsregisterwet. Het aantal bestuurders gaat omlaag en er komen minder Kamers. Zo ontstaat meer bestuurlijke slagkracht en kunnen de kamers de ondernemer beter bedienen.

3. De aanpak van vergunningen op gemeentelijk niveau; Het aantal vergunningen en vergunningenstelsels wordt op de schop genomen. Naast Rijksvergunningen wordt ook gekeken naar het opschonen van gemeente- en provincievergunningen.

4. Het landelijk toepassen van oplossingen voor strijdige regels; na de succesvolle inventarisatie van strijdige regels is de uitdaging om de oplossingen toe te passen op gemeentelijk, provinciaal en sectoraal niveau. Dit gebeurt door het sluiten van convenanten (o.a. met 32 grote gemeenten), het organiseren van kennismarkten op lokaal niveau en het maken van branchegerichte actieplannen.

5. Benutten van ICT voor AL reductie; Er zijn ICT-voorzieningen ontwikkeld die het berichtenverkeer tussen overheid en bedrijfsleven vereenvoudigen en de elektronische dienstverlening een flinke impuls geven. EZ coördineert het rijksbrede ICT-beleid en het domein overheid en bedrijfsleven van de «elektronische overheid». Aan grootschalig gebruik van de ICT-voorzieningen draagt het recente opgerichte College en Forum Standaardisatie in belangrijke mate bij.

6. Gelijk speelveld voor de industrie; het Kabinet onderkent het belang van de industrie als motor voor de export en innovatie (zie ook de tweede voortgangsrapportage Industriebrief, Tweede Kamer 2005 – 2006, 29 826, nr 17). In nauw overleg met sociale partners wordt een leidraad ontwikkeld voor het afhandelen van gevallen van oneerlijke concurrentie. Dat maakt ook beter anticiperen op het ontstaan van een ongelijk speelveld mogelijk. Een voorbeeld van het streven naar een gelijk speelveld is de innovatieregeling voor de scheepsbouw. Een ander voorbeeld is REACH. Deze milieurichtlijn treedt in 2007 in werking, waardoor binnen de EU een level playing field voor chemische stoffen ontstaat. Via voorlichtingscampagnes wordt het bedrijfsleven in Nederland gestimuleerd actief in te spelen op de nieuwe regelgeving.

7. Een sterk acquisitiebeleid; Economische Zaken is er in 2005 in geslaagd om een recordaantal buitenlandse bedrijven aan te trekken (112 projecten met totale directe investeringen van 506 mln. Euro en 3 121 directe arbeidsplaatsen). Om meer investeringen aan te trekken uit opkomende markten wordt het buitenlandse acquisitienetwerk in 2006 versterkt met een additioneel kantoor in China (Guangzhou) en een kantoor in India. Extra aandacht wordt besteed aan de reeds in Nederland gevestigde buitenlandse bedrijven met het oog op verankering en uitbreidingsinvesteringen. De acquisitie zal scherper worden toegespitst op de sterke kanten van Nederland (sleuteltechnologieën en – gebieden) en op die investeringen die het meest (duurzaam) bijdragen aan de Nederlandse economie.

5. Highlights vanaf 2003

In onderstaand kader zijn concrete voorbeelden opgenomen hoe EZ de drie prioriteiten – sterke markt met een sterke overheid, kiezen voor sterktes en ruimte voor ondernemerschap – de afgelopen jaren heeft ingevuld om duurzame economische groei te bevorderen. Bovendien is gewerkt aan veilige, zekere en nieuwe vormen van energievoorzieningen. Kabinetsbreed zorgen structurele hervormingen voor meer werkgelegenheid, een hogere participatie, een groter draagvlak voor de vergrijzing en gezonde overheidsfinanciën.


Box 3: Highlights economisch beleid sinds 2003

Structurele hervormingen

1. Uitbrengen Groeibrief, met daarin o.a. aandacht voor productiviteitsgroei, langer en meer werken en belang hervormingen arbeidsmarkt (WAO, WW, etc.).

2. Nationaal Hervormingsprogramma Lissabon 2005–2008. Vat alle hervormingen van het Kabinet samen en zet uiteen wat Nederland doet om de Lissabon doelen te halen.


Sterke markt/sterke overheid

1. Aanpassing aanbestedingsregels om te voorkomen dat onredelijk zware eisen worden gesteld aan inschrijvende bedrijven, en te voorkomen dat de overheid zaken doet met niet-bonafide bedrijven.

2. Aanpassing Mededingingswet om oneerlijke concurrentie door overheden te voorkomen.

3. Met de door Nederland gesteunde dienstenrichtlijn van de Europese Commissie krijgt het grensoverschrijdende dienstenverkeer een impuls.

4. Naast de acties van de NMa om de bouwfraude aan te pakken is door de Regieraad Bouw een vernieuwingsproces in de bouw in gang gezet.

5. De nieuwe wet consumentenbescherming regelt onder meer een betere bescherming van de consument tegen oneerlijke handelspraktijken.

6. Liberalisering van de elektriciteitsmarkt voor kleinverbruikers per 1 juli 2004 zorgt voor keuzevrijheid voor de burger en een efficiëntere markt.

7. De splitsing van Nozema en Gasunie zorgt voor een scheiding van netwerken en handelsbedrijven. Dit bevordert eerlijker concurrentie en beter toezicht wordt mogelijk.

8. Om te komen tot één daadwerkelijke Noordwest Europese elektriciteits- en gasmarkt is op Nederlands initiatief een samenwerkingsverband opgezet tussen Nederland, Duitsland, Frankrijk en België en Luxemburg. Praktische problemen, zoals de gebrekkige interconnectie, worden aangepakt.

9. De Telecomwet is in 2004 ingrijpend aangepast. Doel is het bevorderen van concurrentie in de telecommunicatiesector en het veiligstellen en verbeteren van consumentenbelangen. Met aanvullende beleidsregels is ook de beleidsruimte voor OPTA beter gedefinieerd.

10. Om graafschade (jaarlijkse schade €175 mln) terug te dringen heeft EZ de rechten en plichten van alle betrokken partijen in het graafproces beter en transparanter geregeld in nieuwe wetgeving (de zgn. grondroerdersregeling).

11. Er is twee keer een allocatieplan voor CO2 emissiehandel opgesteld. Met deze plannen halen we de Kyoto doelen en wordt met behulp van een economisch instrument de uitstoot van CO2 beperkt.

12. Het doel van 9% duurzame elektriciteit in 2010 wordt behaald met de MEP.

13. De Nota Frequentiebeleid regelt dat er minder vergunningen nodig zijn voor frequentiegebruik en laat meer ruimte voor innovatie en vernieuwing.

14. Door vaker gebruik te maken van de Rijksprojectenprocedure is EZ er in geslaagd belangrijke energieprojecten (zoals de gaswinning in de Waddenzee) sneller en efficiënter te laten plaatsvinden.

15. Met REACH zijn de regels voor de gevaarlijke stoffen goed geregeld. Dankzij EZ zijn de lasten voor bedrijfsleven beperkt gebleven (met name het MKB).

16. Het wetsvoorstel Post is in april 2006 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het voornemen van het Kabinet is de postmarkt in

2008 volledig te liberaliseren. Belangrijk ijkpunt daarbij is de stand van zaken op de Engelse en Duitse postmarkt.


Kiezen voor sterktes

1. EZ heeft omvangrijke extra investeringen in innovatieprojecten gerealiseerd via middelen uit ondermeer de BSIK-impuls in 2004 (€ 309 mln) en de aanvullende FES-impulsen in 2005 (€ 249 mln) en 2006 (€ 238 mln).

2. Daarnaast is de WBSO (fiscale faciliteit voor R&D) structureel verhoogd met €100 mln.; zijn er structurele middelen beschikbaar gesteld voor het TechnoPartner programma voor innovatieve starters en voor het deltaplan Bèta-techniek. Voor de Innovatievouchers (6 000 per jaar) en voor de Innovatieprestatiecontracten (IPC’s) is eenmalig €60 mln beschikbaar. Tot slot is het ruimtevaart budget verhoogd met structureel €20 mln.

3. Het 6e EU-kaderprogramma (2002–2006) richtte zich op het integreren van onderzoeksactiviteiten en nationale onderzoeksprogramma’s. Procedures zijn hiertoe vereenvoudigd en lasten verlaagd.

4. Invoering van de kennismigrantenregeling per 1 jan 2005, een eerste stap om kenniswerkers makkelijk tot Nederland toe te laten.

5. Launching customer en SBIR: EZ streeft ernaar dat de overheid innovatie stimuleert door meer op te treden als Launching Customer en door verankering van het Small Business Innovation Research (SBIR) programma bij departementen en kennisinstellingen.

6. Met het Actieprogramma cultuur en economie en de invoering van de creative challenge call is € 8 mln vrijgemaakt voor creatieve projecten.

7. Het Actieprogramma Maatschappelijke Sectoren & ICT richt zich op het oplossen van knelpunten met behulp van ICT in o.a. onderwijs, zorg, veiligheid en mobiliteit (€ 80 mln).

8. Met drie kansenzones (Delft, Eindhoven, Twente) is geëxperimenteerd om op plekken waar veel innovatieve ondernemers zitten te komen tot betere dienstverlening aan innovatieve bedrijven.

9. In nauwe samenwerking met het bedrijfsleven wordt gewerkt aan innovatieprogramma’s op de gebieden «Hightech systems», «Food&Flowers», Water, Chemie en «Creative Industry».

10. Met het programma Pieken in de Delta (PID) wordt ingezet op het benutten van sterktes in de regio’s.

11. Via het project Nationale Infrastructuur Bestrijding Cybercrime wordt ingezet op het voorkomen van cybercrime. Lessen worden daarbij onder meer getrokken uit de ervaringen van andere private en publieke partijen zoals onder meer het ministerie van Defensie. Om veiligheid en vertrouwen op internet te verhogen, is het programma Digibewust gestart.

12. Met o.a. de oprichting van de Dutch Trade board en het Crash team heeft het beleid gericht op internationaal ondernemen in NL een impuls gekregen. Daarnaast werden buitenlandse missies ondernomen naar onder meer China, Rusland, Noord-Afrika (Algerije en Libië) en Indonesië.

13. Door een actief acquisitiebeleid is in 2005 het hoogste aantal buitenlandse bedrijven ooit aangetrokken.


Ruimte om te ondernemen

1. Verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting met in totaal ongeveer 9%.

2. Aanpak administratieve lasten, zodat de lasten per 2007 zijn gedaald met 25%.

3. In 2004 zijn 800 strijdige regels opgelost die voortkwamen uit het meldpunt strijdige regels. In 2005 en 2006 is gewerkt aan het landelijk uitrollen van deze oplossingen.

4. EZ heeft het project vergunningen in gang gezet om het aantal vergunningen voor ondernemers drastisch te reduceren (met 42%).

5. Met het programma ICTAL zijn voorzieningen ontwikkeld die het berichtenverkeer tussen overheid en bedrijfsleven vereenvoudigen en wordt de elektronische dienstverlening door de overheid verbetert.

6. Met het «partnership» Leren Ondernemen geven EZ en OCW een impuls aan ondernemerschap in het onderwijs. Bijvoorbeeld door het organiseren van «roadshows» langs scholen.

7. Het medio 2006 opgerichte Centrum Sociale Innovatie zal goede voorbeelden verspreiden op het gebied van slimme organisatievormen.

8. Met een nieuwe Wet op de kamers van koophandel wordt het aantal Kamers ingeperkt en vindt centralisatie van de register taken plaats.

9. Vanwege het ongelijke speelveld in de scheepsbouw heeft EZ twee regelingen voor de scheepsbouw in het leven geroepen.

10. Met het actieplan «nieuwe ondernemers» zijn onder meer 300 coachingstrajecten voor etnische ondernemers in gang gezet.

11. De BBMKB is verruimd (€ 150 mln in 2006) om te zorgen dat MKB-bedrijven makkelijker een lening krijgen van de bank. De evaluatie in 2005 liet zien dat de regeling veel MKB bedrijven een zetje in de rug geeft.

12. Om bedrijventerreinen van nationaal belang beter te ondersteunen is de regeling Topper gelanceerd.

Slotparagraaf

Onderstaand is een selectie opgenomen van de belangrijkste wijzigingen (kasuitgaven en ontvangsten) ten opzichte van de begroting 2006. Een volledig overzicht van de majeure beleidsmatige verplichtingenmutaties is opgenomen in de verdiepingsbijlage.

Uitgaven (in € mln) 20062007 2008 2009 2010 2011
Stand ontwerpbegroting 2006 1 631,0 1 674,9 1 639,51 666,0 1 568,1  
Artikel 1 Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa      
1. NMa Bouwsancties (VJN) 3,22,7     
2. Consumentenautoriteit (VJN)2,6 3,2 3,4 3,4 3,4  
       
Artikel 2 Een sterk innovatievermogen      
3. Luchtvaartkredieten (VJN)11,2 10,4 7,8 2,8   
4. Ruimtevaart (VJN) 10,0 3,0 25,0 27,0 20,0 
5. Innovatieprojecten Fes  13,413,4 13,4 13,4  
6. WBSO (VJN) 2,8 2,32,4 2,4 2,5  
7. CTMM (Fes) 15,030,030,0  
8. TTI Water (Fes) 7,07,03,5  
       
Artikel 3 Een concurrerend Ondernemingsklimaat       
9. Grote Steden Beleid (VJN) 11,8 – 11,8    
10. Structuurfondsprogramma’s 8,0 21,9 29,9 31,9  
11. Pieken in de Delta  5,0    
12. Innovatieregeling Scheepsbouw  5,0 15,0 20,0 15,0 
13. Beroepsonderwijs (Fes) 9,89,86,56,5 
14. Onderwijs & Ondernemerschap (Fes) 5,08,05,02,0 
       
Artikel 4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding      
15. Overgangswet elektriciteitproductiesector (OEPS) (VJN) – 10,0– 10,0 – 10,0 – 10,0 – 10,0 
16. Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP) (deels VJN, deels Fes) 685,0 538,0 628,0 670,0 640,0 
       
Artikel 5 Internationale Economische betrekkingen      
17. Eindejaarsmarge non-ODA (VJN) 6,4 12,8 6,4    
       
Artikel 9 Voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken      
18. Statistieken (VJN) 2,03,0 2,2 2,2 1,9  
       
Artikel 10 Elektronische communicatie en post      
19. E-formulieren  4,04,0 4,0 4,0  
20. Zero Base (VJN) 8,3     
       
Diverse artikelen      
21. Loon- en prijsbijstelling (VJN) 18,0 18,3 19,3 19,9 20,7 
22. Taakstelling CBS (VJN) 7,4 7,4 7,47,4 7,4  
23. VPB taakstelling (VJN) 17,8     
24. Bijstelling kasraming– 55,0 – 40,0 – 12,0 – 13,0  
Overige mutaties (deels VJN) 37,9 – 3,832,9 5,9 13,4  
Stand ontwerpbegroting 20072 390,4 2 282,6 2 461,4 2 496,3 2 340,22 254,4

Ontvangsten (in € mln)2006 2007 2008 2009 2010 2011
Stand ontwerpbegroting 2006 4 139,4 3 404,42 466,5 2 183,0 2 143,0  
Artikel 1 Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa      
25. Nma  5,0 5,0 5,0  
       
Artikel 2 Een sterk innovatievermogen      
5. FESbijdrage Innovatieprojecten  8,3 8,3 8,3 8,3 
7. CTMM (Fes) 15,030,030,0  
8. TTI Water (Fes) 7,07,03,5  
       
Artikel 3 Een concurrerend Ondernemingsklimaat      
11. Dividend ROM’s 5,0     
13. Beroepsonderwijs (Fes) 9,89,86,56,5 
14. Onderwijs & Ondernemerschap (Fes) 5,08,05,02,0 
26. BBMKB 5,0     
27. Kompas (VJN) 19,0     
       
Artikel 4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding      
28. Afrekening OEPS (VJN)35,0      
29. Stadsverwarming (VJN)14,0      
30. Aardgasbaten (deels VJN) 1 010,8 3 945,0 3 419,8 727,8 138,2 
31. Bijdrage MEP uit FES (VJN) 2,7 35,973,2 100,9 165,9  
32. CO2-rechten  90,0 90,0 90,0  
       
Artikel 10 Elektronische communicatie en post      
33. Boeteraming (VJN) 17,0     
       
Overige mutaties 10,3 19,348,8 7,4 – 13,8  
Stand ontwerpbegroting 20075 258,2 7 432,7 6 151,4 3 170,9 2 573,62 493,1

Onderstaand worden de belangrijkste mutaties kort toegelicht.

1. In verband met het afwikkelen van bouwfraudezaken is tijdelijk extra capaciteit nodig om de sanctiebesluiten binnen de verjaringstermijn af te kunnen ronden.

2. De consumentenautoriteit is een uitvloeisel van een EU verordening. Structureel is hiervoor een extra bedrag oplopend tot € 3,4 mln per jaar nodig.

3. Zoals aangekondigd in de luchtvaartbrief aan de Tweede Kamer januari 2006 ( Kamerstukken II, 2005–2006, 25 820 nr. 13), wordt de CVO-regeling opnieuw opengesteld. Hiermee worden kredieten verstrekt die het voor het luchtvaartcluster mogelijk maken om deel te nemen in internationale vliegtuigontwikkelingsprogramma’s.

4. Dit betreft een verhoging van de jaarlijkse inschrijvingen voor ESA ruimtevaartprogramma’s. De Nederlandse bijdrage aan ESA was substantieel lager dan de referentienorm die in ESA-verband is afgesproken.

5. Vanuit het Fes worden middelen ter beschikking gesteld voor de uitbreiding van het Wageningen Center for Food Sciences (WCFS) tot WCFS+, een onderzoeksprogramma voor scheidingstechnologie en voor starters in de creatieve industrie.

6. Dit betreft de overheveling van de uitvoering WBSO van de Belastingdienst naar SenterNovem.

7. Dit betreft het opzetten van het Centre for Translational Molecular Medicine (CTMM) waarvoor middelen vanuit het Fes ter beschikking worden gesteld. Het CTMM heeft als doel om (inter)nationaal een leidende rol te spelen in de ontwikkeling van molecular diagnostics en molecular imaging technologieën.

8. Vanuit het Fes worden middelen ter beschikking gesteld voor de oprichting van een technologisch topinstituut Water met als doel uitvoering van onderzoek naar drink- en industriewater, afvalwaterzuivering, interactie in natuurlijke systemen en sensortechnologie van water.

9. Betreft een aanpassing van de kasraming om een evenwichtiger spreiding van betalingen over de GSB periode te krijgen.

10. Voor de cofinanciering vanuit het Rijk op de structuurfondsprogramma’s 2007–2013 heeft het kabinet in totaal € 222 mln vrijgemaakt. Het betreft een extra inzet van de gezamelijke ministeries. Omdat EZ het coördinerende ministerie is voor structuurfondsen lopen de middelen via de EZ-begroting. Hiermee wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie Snijder-Hazelhoff (Kamerstukken II, 2005–2006, 27 813, nr. 21).

11. De mutatie betreft een extra storting van dividend door het LIOF; de middelen worden opnieuw ingezet in het PID-programma in het zuiden.

12. Om het level playing field voor de Nederlandse innovatieve scheepsbouwindustrie in belangrijke mate te herstellen, wordt in de komende jaren in totaal € 60 mln ter beschikking gesteld voor een innovatieregeling in de scheepsbouw (zie ook motie Slob c.s., Kamerstukken II, 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 37).

13. Om het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven beter op elkaar aan te sluiten worden Fes-middelen ter beschikking gesteld voor het actieprogramma Beroepsonderwijs in bedrijf.

14. Vanuit het Fes worden middelen beschikbaar gesteld waarmee vanaf 2007 lokale projecten op het vlak van ondernemerschapsonderwijs financieel worden ondersteund. Ook wordt een aantal centres of entrepeneurship bij universiteiten en hogescholen opgericht.

15. Mede naar aanleiding van de vermoedelijke realisatie over 2001 t/m 2004 is het budget voor de OEPS neerwaarts bijgesteld met € 10 mln per jaar.

16. Betreft de middelen voor de regeling MEP die met ingang van 2006 op de Rijksbegroting worden geraamd. De regeling Milieukwaliteit elektriciteitsproductie (MEP) is succesvol, waardoor met de huidige ingediende projecten de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit in 2010 wordt gerealiseerd. Dit leidt tot verhoging van de uitgaven.

17. Deze mutatie heeft betrekking op de eindejaarsmarge 2005 (non-ODA) van het HGIS-deel van de EZ-begroting.

18. Nieuwe EU-verordeningen die in 2006 en later van kracht worden, leiden tot noodzakelijke uitbreiding van de werkzaamheden bij het CBS.

19. Via deze verhoging wordt in 2007 en verder de e-formulierenvoorziening en de daaraan gekoppelde, verder uit te breiden «formulierenbank», in beheer genomen door de Gemeenschappelijke Beheer Organisatie (GBO). Doel hiervan is het verder verlagen van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven.

20. Betreft de afwikkeling van schadeclaims zero base.

21. Deze mutatie betreft de bij Voorjaarsnota uitgedeelde loon- en prijsbijstelling.

22. Om nadelige gevolgen van de eerder opgelegde CBS-apparaattaakstellingen voor de statistiekvoorziening te voorkomen, worden extra middelen toegevoegd.

23. Betreft de invulling van de resterende Vpb-kastaakstelling voor 2006.

24. Ter dekking van hogere MEP-uitgaven dient EZ een kastaakstelling in te vullen. Deze taakstelling zal gedurende de begrotingsuitvoering worden ingevuld binnen de kasbegroting van EZ.

25. Betreft aanpassing van de raming van de boeteontvangsten van de NMa (reeds opgelegde boetes).

26. Als gevolg van de ophoging van het BBMKB-plafond zullen de ontvangsten voor provisies borgstellingen in 2006 naar verwachting € 5 mln hoger uitvallen.

27. Betreft de terugontvangst van het niet-bestede deel van de middelen voor het Noorden t/m 1999 (ISP-V/IPR), welke naar verwachting in 2006 zal worden gerealiseerd.

28. Op basis van ramingen van SenterNovem wordt een terugbetaling geraamd van € 35 mln in verband met de afrekening van de jaartranches 2001–2004 met betrekking tot de Overgangswet elektriciteitproductiesector (OEPS).

29. Dit betreft de ontvangen aflossingen op stadsverwarmingsleningen, die niet in 2005 zijn gerealiseerd.

30. Dit betreft een aanpassing van de raming van de aardgasbaten n.a.v. de K-MEV.

31. Deze mutatie betreft een bijdrage vanuit het Fes voor de MEP-regeling (€ 2,7 mln in 2006).

32. Dit betreft de verwachte opbrengst van de verkoop van CO2-rechten.

33. Deze mutatie is het gevolg van een aan KPN opgelegde boete door OPTA.

1  IMF, artikel IV consultatie, 2006; OECD, Economic Surveys Netherlands, 2006.

2  Brief over voortgang Noordwest Europese elektriciteitsmarkt.

3  Zie de brief over energiebesparing d.d. 24 mei 2006.

4  Zie ook het Beleidskader Elektronische Communicatie van augustus 2006.

5  Onder meer ASML, Philips en tal van toeleveranciers en innovatieve MKB-bedrijven werken samen in Point-One.

6  De ondernemerspleinen worden vormgegeven door EZ in samenwerking met Kamers van Koophandel, Syntens en enkele andere regionale partijen.