Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1 Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa

Algemene doelstelling

Het functioneren van economie en markten in Nederland en Europa bevorderen

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om het duurzame economische groeivermogen te versterken zodat de welvaart en de welvaartsstaat in Nederland ook in tijden van vergrijzing op een absoluut en relatief hoog niveau blijven. EZ richt zich op versterking van de economische structuur en verbetering van de werking van markten in Nederland en Europa. Hiervan profiteren burgers en bedrijven door betere keuzemogelijkheden en concurrerende prijzen.

Verantwoordelijkheid

De Minister van EZ is (mede)verantwoordelijk voor:

• de versterking van het groei- en concurrentievermogen in Nederland en de EU;

• de Nederlandse inbreng in de Raad voor Concurrentievermogen, onder meer gericht op versterking van de Interne Markt;

• het bevorderen van optimale marktordening en mededinging;

• toezicht op de mededinging door de NMa;

• het versterken van de positie van de consument;

• het functioneren van de NMa en de Consumentenautoriteit.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt onder andere af van:

• de economische samenwerking binnen de EU, o.a. uitvoering van de herziene Lissabonstrategie door middel van het Communautaire Lissabon-programma en de nationale hervormingsprogramma’s van de lidstaten;

• de implementatie van EU-regelgeving in Nederland;

• de operationele en bestuurlijke samenwerking met andere departementen en binnen de EU.


Voor de relatieve structurele groei t.o.v. andere landen is het ambitieniveau – op lange termijn – om Nederland tot de top van Europa te laten behoren. Voor deze kabinetsperiode is de ambitie aansluiting met deze Europese top. Voor de absolute structurele groei is het ambitieniveau – op lange termijn – 2,5%, gebaseerd op 2% BBP-groei per capita en een verwachte bevolkingsgroei van ½%. Om deze groei te kunnen bereiken zal EZ het economisch draagvlak verstevigen voor verdere welvaartsgroei en de financiering van de welvaartsstaat, de positie van de consument versterken en het concurrentievermogen binnen Nederland en in de EU bevorderen door middel van marktordening, mededingingsbeleid en het verder verwezenlijken van de interne markt.

Kengetallen Waarde 2005 Waarde 2006 Ambitie lange termijn
Relatieve structurele groei in Nederland 10e plaats 10e plaatsTop 5 EU-15
Bron: OESO    
Absolute structurele groei in Nederland* 2% 2¼%2½%
Bron: OESO    

* De structurele economische groeipotentie in Nederland is volgens het CPB afgenomen en bedraagt voor de periode 2008–2011 2% per jaar, gebaseerd op 1,7% arbeidsproductiviteit en 0,3% bevolkingsgroei.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 1: Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa (in € mln)
 2005 2006 2007 2008 20092010 2011
Verplichtingen (totaal) 66,0 75,479,2 71,3 71,1 70,8 70,8
Programma-uitgaven 18,8 26,4 30,5 26,025,9 25,5 25,5
Markt en spelregels       
OD 2:Optimale marktordening en mededinging bevorderen       
– Bijdrage Metrologie14,4 14,7 14,4 14,4 14,4 14,4 14,4
– Raad Deskundige Nationale Standaard 0,1 0,10,1 0,1 0,1 0,1 0,0
– Markt en Overheid   5,1 0,9 0,9 0,9 0,9
– Bijdrage diverse instituten 0,9 1,7 1,31,3 1,3 1,3 1,3
OD 3:Positie van de consument versterken        
– Toezichthouder consumenten 0,7 4,2 4,8 5,0 5,0 5,05,0
– Prijzenwet  1,5 1,0 0,5   
Algemeen       
– Onderzoek en Opdrachten DG Economische Politiek (DGEP) 2,6 4,3 3,8 3,84,2 3,9 3,9
– NL voorzitterschap EU 20040,1       
– Onderzoek en Opdrachten Kenniscentrum Ordeningsvraagstukken 0,1      
        
Apparaatuitgaven 47,2 49,048,6 45,2 45,2 45,2 45,3
– Personeel DG EP 8,2 8,4 8,1 8,18,1 8,1 8,1
– Apparaatuitgaven NMa/Dte39,0 40,6 40,6 37,2 37,2 37,2 37,2
        
Uitgaven (totaal) 64,0 75,5 75,9 72,571,6 70,6 70,8
Waarvan programma-uitgaven 20,226,0 27,3 27,2 26,3 25,4 25,6
Waarvan juridisch verplicht*   25,7 23,9 22,5 21,621,7
OD 2 17,1 15,6 18,2 18,3 17,5 16,716,8
OD 3 0,1 5,2 5,3 5,3 4,9 4,94,9
Algemeen 2,9 5,2 3,7 3,7 3,9 3,83,9
        
Ontvangsten (totaal) 107,6 69,7 59,764,7 55,7 35,7 4,7
– Ontvangsten NMa 104,9 65,0 55,0 60,0 51,0 31,0 
– Ontvangsten Dte 2,7 4,7 4,7 4,74,7 4,7 4,7

* Dit betreft uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2006 zijn aangegaan en de bijdragen aan instellingen en instituten.

Grafiek budgetflexibilitieit per operationeel doel



kst99342_2_02.gif

De kasuitgaven op OD 2 en OD 3 bestaan volledig uit bijdragen aan instellingen en instituten.

Markt en spelregels

het zorgen voor een stabiele macro-economische omgeving, goed werkende (internationale) markten, heldere wet- en regelgeving en een aantrekkelijk fiscaal klimaat.

OD 1

Bevorderen van structurele economische groei van Nederland en goed functioneren van de Interne Markt

Motivatie

Om het economische draagvlak voor verdere welvaartsgroei en financiering van de welvaartsstaat te vergroten. Om het groei- en concurrentievermogen van de EU te vergroten.

Instrumenten

• Centraal Economische Commissie (CEC): coördinatie interdepartementale visievorming en beleidsontwikkeling.

• Nationale Hervormingsprogramma (NHP) 2005–2008: bewaken voortgang en opstellen implementatierapport.

• Monitoren uitvoering beleidsmaatregelen uit kabinetsnota «Kiezen voor Groei».

• Bestuurlijke en inhoudelijke contacten met het CBS en CPB.

• Raad voor het Concurrentievermogen (RvC): deze raad waarin de Minister van EZ participeert, neemt beslissingen over maatregelen die de concurrentiekracht van de Europese economie versterken.

• Klachtenloket SOLVIT: dit loket behandelt klachten van burgers en bedrijven uit de ene lidstaat over een andere lidstaat t.a.v. marktverstoringen.

• Coördinatiecentrum staatssteun: coördinatie van en advisering over staatssteunzaken op EZ. Verder wordt via het voorzitterschap van het Interdepartementaal Steunoverleg de Nederlandse input voor het multilaterale steunoverleg in Brussel gecoördineerd en uitgedragen.

• Interdepartementale coördinatiestructuren: voor optimale EZ-inbreng bij het totstandkomen van Nederlandse positiebepaling in de EU.


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• Coördineren interdepartementale visie- en strategievorming economisch beleid en oriëntatie op lange termijn beleidsdiscussies. In samenwerking met andere departementen wordt gewerkt aan de voorbereiding van de activiteiten van de CEC ten behoeve van de formatie van een nieuw kabinet in 2007.

• Bewaken voortgang nationale hervormingsprogramma ter bevordering van duurzame en structurele economische groei, gericht op maatregelen die de arbeidsparticipatie en de arbeidsproductiviteit bevorderen over de volle breedte van het sociaal-economische terrein. In 2007 zal een volgende voortgangsrapportage NHP verschijnen.

• Implementatie van het Communautaire Lissabon-programma. Een groot deel van deze acties ligt op het terrein van de Raad voor Concurrentievermogen. Voorbeelden zijn de dienstenrichtlijn en het 7e Kaderprogramma R&D.

• Arbeidsmigratie: in 2007 en 2008 worden de hoofdlijnen uit de notitie «Naar een modern migratiebeleid» – na behandeling in de Tweede Kamer – door een interdepartementaal gremium nader uitgewerkt in wet- en regelgeving en nieuwe toelatingsprocedures. In 2007 zal ook een vervolg worden gegeven aan het Witboek van de Europese Commissie over arbeidsmigratie en de vraag in hoeverre op dit terrein gezamenlijke EU-acties gewenst zijn. EZ acht het van belang dat het thema op de agenda staat aangezien er aanzienlijke economische winst valt te boeken met het meer toegankelijk maken van de EU voor hoogopgeleiden uit derde landen.

• Een goed werkende Interne Markt is essentieel voor de Nederlandse economie (bedrijven) en het maatschappelijk draagvlak voor de EU (burgers). In het voorjaar van 2007 komt de Europese Commissie met een evaluatierapport over de werking van de Interne Markt. EZ doet zelf onderzoek naar de werking van de Interne Markt in Nederland om te komen tot Nederlandse standpuntbepaling.

• Vrij Verkeer van Werknemers: EZ ziet het vrij verkeer van werknemers als belangrijk onderdeel van een effectieve Interne Markt. Nederlandse ondernemingen hebben baat bij beschikbaarheid van gekwalificeerd en gemotiveerd personeel uit de gehele EU.

• Financiële Perspectieven: in 2007 zal de Nederlandse inzet ten aanzien van de herziening van de Europese begroting in 2008/2009 worden voorbereid. Deze herziening omvat zowel de uitgaven- als de inkomstenkant. Voor EZ is van belang dat de toekomstige Europese begroting aansluit op de uitdagingen waarvoor de EU zich gesteld ziet zoals verbeteren van de concurrentiekracht.

• EZ is daarnaast bezig met de agenda van «Concreet Europa» (energie, innovatie) zoals met de regeringsleiders is besproken tijdens de eerste Hampton Court bijeenkomst en vervolgens bekrachtigd in de Europese Raad van december 2005.


Concrete indicatoren die – rekening houdend met de grote diversiteit aan actoren en invloeden – een goede indicatie geven van de directe bijdrage van EZ aan de realisatie van deze operationele doelstelling zijn niet beschikbaar7. Wel is het mogelijk om te bekijken of de bijdrage van EZ aan het bereiken van deze operationele doelstelling optimaal is vormgegeven. Hiervoor zullen periodieke beleidsdoorlichting van de operationele doelstelling en beleidsevaluaties van onderliggende instrumenten worden gebruikt.

Verwijzingen beleidsstukken:

• Tweede voortgangsrapportage «Kiezen voor groei» ( Kamerstukken II, 2005–2006, 29 696, nr. 4)

• Nederlands Nationaal Hervormingsprogramma Lissabonstrategie 2005–2008 ( Kamerstukken II, 2005–2006, 21 501–20, nr. 290)

• Kabinetsreactie op het Communautair Lissabon programma 2005 ( Kamerstukken II, 2005–2006, 21 501–20, nr. 291)

• Kabinetsstandpunt Nederlandse Voorjaarsraad ( Kamerstukken II, 2005–2006, 21 501–20, nr. 308)

• Kamerbrief met eerste appreciatie van het nieuwe Commissievoorstel over de Dienstenrichtlijn ( Kamerstukken II, 2005–2006, 21 501–30, nr. 135)

• Kamerbrief met nadere appreciatie van het nieuwe Commissievoorstel over de Dienstenrichtlijn ( Kamerstukken II, 2005–2006, 21 501–30, nr. 141)

OD 2

Optimale marktordening en mededinging bevorderen

Motivatie

Door middel van het versterken van concurrentie de structurele economische groei in Nederland vergroten. Het startpunt is altijd het publieke belang (zoals kwaliteit, toegankelijkheid) en de vraag hoe dat optimaal geborgd kan worden. In deze sectoren kan een sterke markt niet worden gerealiseerd zonder ook een sterke overheid, die regels stelt, toezicht houdt en handhaaft.

Instrumenten

• Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) voor het uitvoeren van de Mededingingswet.

• Wet- en regelgeving (Mededingingswet, Prijzenwet, Waarborgwet, Aanbestedingswet, Winkeltijdenwet, Metrologiewet) voor het bevorderen van de ordening en werking van en het toezicht op markten.

• Interdepartementale Commissie Marktordening (ICM) voor versterken van interdepartementale samenwerking en afstemming op het vlak van marktordening en economische regulering.

• Kenniscentrum voor Ordeningsvraagstukken (KCOV) voor het delen van kennis en voor projecten die knelpunten ten aanzien van de marktordening signaleren.

• ENCORE (Economics Network for Competition and Regulation) voor bevorderen van de interactie tussen economische wetenschap en beleid.

• Ondersteunen infrastructuur voor markttransparantie:

– Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) voor het maken en bevorderen van de toepassing van (inter)nationale (product)normen;

– Raad van Accreditatie (RvA) voor het erkennen van de daarvoor in aanmerking komende organisaties en instituten;

– NMi Van Swindenlaboratorium voor het beheren, onderhouden en ontwikkelen van Nederlandse meetstandaarden.

• Kenniscentrum PIANOo (Professioneel & Innovatief Aanbesteden, Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers) voor het stimuleren en faciliteren van expertise over aanbestedingen bij alle publieke opdrachtgevers.


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• Zorgen voor invoering van (aanpassingen in) wetgevingstrajecten voor het bevorderen van de ordening en werking van, alsmede het toezicht op markten, met name Mededingingswet, Aanbestedingswet, Metrologiewet en Markt & Overheid-regelgeving.

• Bevorderen van meer concurrentie en betere dienstverlening in (semi) publieke en hybride sectoren zoals zorg, hoger onderwijs, wonen en infrastructuur.

• Specifiek in de zorgsector is het doel van EZ dat zorginstellingen kunnen functioneren als een «gewone» onderneming die concurreert om de gunst van de consument en verantwoordelijkheid draagt voor de consequenties. Hiertoe levert EZ een bijdrage aan de desbetreffende interdepartementale trajecten. Liberalisering in deze markten is complex. EZ zal kennis en ervaring die in andere markten is opgedaan toepassen op de zorg. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een sterke markt (ondernemerschap, keuzevrijheid) alleen mogelijk is indien het samengaat met een sterke overheid. Naast de mededingingswet (NMa) en kwaliteitsregels (IGZ), kunnen sectorspecifieke regels, inclusief een krachtige regulator (NZa) nodig zijn om publieke belangen te borgen.

• In het hoger onderwijs richt EZ zich op een verbetering van het rendement van het hoger onderwijs en meer excellentie van hoger onderwijs, omdat een toename van het aandeel hoog opgeleiden in de beroepsbevolking van belang is voor de Nederlandse (kennis)economie. Om dit te realiseren zal EZ zich, samen met onder andere OCW in 2007 inzetten voor het creëren van meer ruimte voor ondernemerschap en prestatiegerichte financiering in het hoger onderwijs.

• Uit het Fes wordt € 50 mln beschikbaar gesteld waarmee vanaf collegejaar 2007–2008 voor een periode van vier jaar kansrijke projecten worden gesubsidieerd die tot doel hebben meer rendement en/of excellentie in het hoger onderwijs te realiseren. Indienende partijen kunnen in hun projecten o.a. gebruik maken van intensievere begeleiding, kleinere (werk)groepen en mogelijkheden als selectie aan de poort en collegegelddifferentiatie. De additionele publieke middelen worden verdeeld over de beste projecten, die ingediend kunnen worden door bekostigde instellingen en/of vormen van (publiekprivate) samenwerking, ook internationaal. De middelen worden bijgeschreven op de begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

• Bevorderen van meer concurrentie en betere service in dienstensectoren (vrije beroepen en financiële markten).

• Belangrijke activiteiten in 2007 voor het kennisnetwerk PIANOo zijn onder andere de landelijke uitrol van TenderNed, een netwerkcongres voor overheidsopdrachtgevers en het verder promoten van PIANOo-desk (een digitaal forum waarop overheidsopdrachtgevers kennis en ervaring uitwisselen).

Indicatoren
Indicator Waarde 2005 Waarde 2006Streefwaarde 2007
Concurrentie en de mate waarin overheidsbeleid dit versterkt of beperkt 6e positie 6e positie Top 5 positie (in selectie van 13 landen)
Bron: Benchmark-indicator marktwerking.

Toelichting prestatie-indicator: Versterking van de concurrentie kan, via een versterking van de productiviteitsgroei, een belangrijke bijdrage leveren aan vergroting van de structurele groei in Nederland. De indicator «concurrentie» is een samengestelde indicator, opgebouwd uit twaalf variabelen. De indicator geeft een rangorde aan van de prestatie van Nederland ten opzichte van 12 landen (België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Japan, Nieuw Zeeland, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Zweden). Deze indicator zegt iets over de mate van effectiviteit van het mededingingsbeleid en de mate van concurrentie tussen bedrijven, de aanwezigheid van verstorende overheidssubsidies en beleid met betrekking tot het aanbesteden door de overheid. Bronnen voor de indicator zijn het «World Competitiveness Yearbook» van het IMD en het «Global Competitiveness Report» van het World Economic Forum. De rankings op veel verschillende variabelen in deze rapporten zijn gebaseerd op breed uitgezette enquêtes onder bedrijven.

Verwijzingen beleidstukken:

• Wet van 2 februari 2006, houdende regels omtrent meeteenheden en omtrent het in de handel brengen en het gebruik van meetinstrumenten (Metrologiewet) (Kamerstukken II, 2005–2006, 30 208)

• Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 oktober 2005, nr. MW 5 062 111, tot instelling van het kenniscentrum Professioneel & Innovatief aanbesteden, Netwerk voor Overheidsorganisaties (instellingsbesluit PIANOo)

• Wijziging van de Mededingingswet als gevolg van de evaluatie van die wet ( Kamerstukken II, 2004–2005, 30 071, nr. 2)

• Kabinetsstandpunt heroverweging wetsvoorstel Markt & Overheid ( Kamerstukken II, 2003–2004, 28 050, nr. 7)

• Visiedocument aanbestedingsbeleid ( Kamerstukken II, 2003–2004, 29 709, nr. 1)

OD 3

Positie van de consument versterken

Motivatie

Om consumenten als volwaardige spelers op de markt hun rol te kunnen laten spelen is het van groot belang dat zij voldoende geïnformeerd zijn over hun rechten en plichten bij de aankoop van producten en diensten. Goed geïnformeerde consumenten kunnen zich zelfstandig en vol vertrouwen bewegen op de markt. Dat komt de marktwerking ten goede en draagt bij aan de welvaart van consumenten. Het vertrouwen van consumenten in de markt neemt ook toe als zij er zeker van kunnen zijn dat zij bij zowel individuele als collectieve geschillen kunnen terugvallen op instanties die onafhankelijk van marktpartijen kunnen arbitreren.


Cruciaal in het verbeteren van de positie van de consument zijn vier zaken:

• Vergroten van kennis bij consumenten en bedrijven van de rechten en plichten van consumenten;

• Verbeteren van de mogelijkheden van consumenten om individuele klachten af te handelen;

• Vermindering van het aantal collectieve inbreuken op het consumentenrecht;

• Terugdringing van overstapbelemmeringen voor consumenten in met name netwerksectoren als energie en telecommunicatie.

Instrumenten

• Consumentenautoriteit: Werkplan Consumentenautoriteit, inclusief Handhavingsplan 2007.

• Informatieloket voor consumenten (inclusief website met informatie over rechten en plichten van consumenten). Het informatieloket maakt onderdeel uit van de Consumentenautoriteit, de NMa-DTe en de OPTA.

• Wet Oneerlijke Handelspraktijken.

• Colportagewet.

• Prijzenwet.

• Bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot consumentenbescherming (o.a. algemene voorwaarden en garanties).


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• Vaststelling werkplan Consumentenautoriteit, inclusief Handhavingsplan en de werkzaamheden van de autoriteit die beogen het aantal collectieve inbreuken op het consumentenrecht terug te dringen.

• Bevorderen van de kennis van consumenten en ondernemers met betrekking tot de consumentenrechten. Het Gezamenlijk Informatieloket van de NMa, OPTa en Consumentenautoriteit zal zowel per telefoon als per email en website consumenten en bedrijven informeren over hun rechten en plichten.

• Verbeteren werking geschillencommissies (uitbreiden aantal geschillencommissies en versnellen afhandeling geschillen).

• Invoeren Wet Oneerlijke Handelspraktijken zodat dergelijke praktijken in de Nederlandse economie worden voorkomen en waar nodig beëindigd. Dat zal leiden tot meer vertrouwen bij consumenten, maar ook bij eerlijk opererende bedrijven. Het betreft een gedeeltelijke implementatie van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (resterend deel van de richtlijn wordt in het Burgerlijk Wetboek geïmplementeerd door de Minister van Justitie). Voorziene inwerkingtreding begin 2007.

Indicatoren
Indicator Waarde 2005 Waarde 2006Streefwaarde 2007
Aantal contactmomenten Informatie-loket nvt 40 000 110 000
Bron: Consumenten-autoriteit/Infoloket    
    
Aantal geschillencommissies nvt 33 43
Bron: www.geschillencommissie.nl    

Toelichting prestatie-indicatoren:

De indicator «Aantal contactmomenten Informatieloket» geeft aan hoeveel contactmomenten het gezamenlijk Informatieloket van CA, NMa-Dte en Opta met consumenten zal hebben. Deze contacten zijn er in de eerste plaats op gericht de kennis bij consumenten (en bedrijven) te vergroten ten aanzien van de rechten en plichten voortvloeiend uit het consumentenrecht. Het loket zal medio 2006 van start gaan. De Consumentenbond zal in de 2e helft van 2006 zijn individuele juridische adviesdienst afbouwen. Naar verwachting zal dit leiden tot een verschuiving van vragen richting het gezamenlijk Informatieloket.


De indicator «Aantal geschillencommissies» meet hoeveel nieuwe geschillencommissies, werkend onder de vlag van de Stichting Geschillencommissies, in 2006 en 2007 operationeel zijn en worden. Het Ministerie van Economische Zaken faciliteert daarbij zowel brancheorganisaties, door bestaande algemene voorwaarden via een quick scan te onderzoeken op onredelijk bezwarende bepalingen, als de Consumentenbond. Op die manier wordt de weg geëffend voor ondernemers en consumentenorganisaties om tot oprichting van nieuwe commissies te komen.

Verwijzingen beleidstukken

• Wet Handhaving Consumentenbescherming ( Kamerstukken II, 2005–2006, 30 411 nr’s. 1 e.v.)

• Strategisch actieprogramma: een versterkte consumentaliteit ( Kamerstukken II, 2003–2004, 27 879, nr. 9)

• Brief oprichting Consumentenautoriteit ( Kamerstukken II, 2004–2005, 27 879, nr. 11)

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerp Algemene doelstelling/operationele doelstellingAfgerond
Beleidsdoorlichting Structurele economische groei van Nederland bevorderen 1.1 2007
 Optimale marktordening en mededinging bevorderen 1.22007
 Positie van de consument versterken 1.3 2007
 Goed functioneren interne markt 1.1 2008
Effectenonderzoek ex post Economics Network for Competition and Regulation 1.2 2006
Overig evaluatieonderzoek Waarborgwet 1.2 2007
 NMi1.2 2008
 Winkeltijdenwet 1.2 2006

7  Zie voor een uitgebreidere toelichting hierop de «comply or explain»-brief (Kamerstukken II 2005–2006, 29 949, nr. 47).