Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3 Een concurrerend ondernemingsklimaat

Algemene doelstelling

Scheppen van een concurrerend ondernemingsklimaat voor bestaande bedrijven en nieuwe ondernemers

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Ondernemerschap is een onmisbare voorwaarde voor duurzame economische groei. Starters, snelle groeiers en gevestigde bedrijven scheppen nieuwe banen en brengen dynamiek en innovatie. Om het ondernemerschap te bevorderen pakt EZ knelpunten aan en voert gericht beleid om kansen voor ondernemers te benutten. Belangrijke knelpunten voor ondernemers liggen in de hoge administratieve lasten, het ontbreken van een goed level playing field (bijvoorbeeld in de scheepsbouwsector en de defensiegerelateerde industrie) en de werking van de kapitaalmarkt (bijvoorbeeld gebrekkige toegang voor starters en snelle groeiers). Verder werkt EZ samen met de regio’s aan het benutten van regionale kansen die van nationale betekenis zijn (bijvoorbeeld creatieve industrie in de Noordvleugel Randstad, tuinbouw in de Zuidvleugel Randstad, en procesindustrie in Zuidwest Nederland).

Verantwoordelijkheid

De Minister van EZ is verantwoordelijk voor het scheppen van goede omstandigheden voor bedrijven om te kunnen ondernemen, het wegnemen van knelpunten die het ondernemen belemmeren en het faciliteren van kansen om te kunnen ondernemen. Hiertoe kent EZ eigen instrumenten (bijvoorbeeld BBMKB, etc), maar wordt ook geïntervenieerd richting andere overheden op terreinen als ruimte, milieuregelgeving en de fiscaliteit.

Succesfactoren

Het behalen van deze doelstelling hangt af van:

• De mate van concurrentieverstoring door andere landen (bijvoorbeeld in de scheepsbouwsector) en ontwikkelingen in EU/WTO-kader.

• Ontwikkelingen in de marktsector ten aanzien van aanbod van kredieten en durfkapitaal.

• Bereidheid en vermogen van andere (bijvoorbeeld regionale) overheden om ruimte te scheppen voor een concurrerend ondernemingsklimaat.

Kengetallen Waarde 2003 Waarde 2004 Waarde 2005 Ambitie 2007
Growth Competitiveness Index (GCI) 12e12e 11e Top 5 positie in 2007
Bron: World Economic Forum
Business Competitiveness Index (BCI) 9e 9e9e Top 5 positie in 2007
Bron: World Economic Forum
Investeringsquote van bedrijven 14,314,6 14,5 15,4 in 2007 (conform raming CPB)
Bron: CPB (Centraal Economisch Plan 2006)

Toelichting

Bovenstaande indicatoren geven een indruk van de Nederlandse concurrentiekracht.


Het World Economic Forum publiceert jaarlijks twee ranglijsten waar landen op belangrijke deelaspecten van het vestigings- en investeringsklimaat worden vergeleken (Global Competitiveness Report). In 2000 bevond Nederland zich op beide ranglijsten nog in de top 5. In 2005 stond Nederland bij de Growth Competitiveness Index op een 11e plaats en bij de Business Competitiveness Index op een 9e plaats. De positie van Nederland bij de Growth Competitiveness Index is een plaats verbeterd ten opzichte van 2004. De ambitie is om in 2007 bij beide indices weer in de top 5 te staan.


Naast de scores van Nederland op de wereldranglijsten van het World Economic Forum is de investeringsquote van bedrijven als kengetal opgenomen voor het onderneming- en investeringsklimaat. Met een waarde van 14,5% in 2005 ligt de investeringsquote in historisch perspectief op een laag niveau, wat samenhangt met de laagconjunctuur van de afgelopen jaren. Voor 2007 wordt als streefwaarde uitgegaan van de raming van het CPB (Centraal Economisch Plan 2006) voor dat jaar: een toename naar 15,4%. Voor de langere termijn wordt een terugkeer nagestreefd naar het structureel hogere niveau van de jaren negentig: gemiddeld 17½%.

Verwijzingen beleidsstukken

• Industriebrief 2004 – Hart voor de industrie ( Kamerstukken II, 2004–2005, 29 826, nr.1)

• «Kiezen voor Groei» ( Kamerstukken II, 2003–2004, 29 696, nr. 1)

• In actie voor ondernemers ( Kamerstukken II, 2003–2004, 29 200 XIII, nr. 36)

• Pieken in de Delta ( Kamerstukken II, 2003–2004, 26 697, nr. 1)

• «De kenniseconomie in zicht» ( Kamerstukken II, 2005–2006, 27 406, nr. 57)

• «Sterke basis voor topprestaties» ( Kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 XIII, nr. 73)

• Vernieuwde Toeristische Agenda ( Kamerstukken II, 2004–2005, 26 419, nr. 21)

• Samenwerken aan de krachtige stad, uitwerking stelsel Grotestedenbeleid GSB III ( Kamerstukken II, 2003–2004, 21 062, nr. 116)

• Prestatie convenanten Grotestedenbeleid 2005–2009 ( Kamerstukken II, 2004–2005, 30 128, nr. 1)

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 3: Een concurrerend Ondernemingsklimaat (in € mln)
 20052006 2007 2008 2009 2010 2011
Verplichtingen (totaal) 849,0 1 890,1 1 748,11 753,7 1 767,0 1 748,4 1 748,4
Waarvan garantieverplichtingen 488,5 1 687,5 1 503,5 1 537,51 554,5 1 554,5 1 554,8
Programma-uitgaven831,8 1 875,0 1 733,6 1 739,3 1 752,51 733,9 1 734,0
Markt en spelregels       
OD 1: Bevorderen level playing field       
– Bijdrage Scheepsbouwindustrie (TROS) 20,2      
– Borgstellingsregeling Scheepsnieuwbouw (garantieverplichting) 10,0 1 000,01 000,0 1 000,0 1 000,0 1 000,0 1 000,0
– Innovatieregeling Scheepsbouw   20,020,0 20,0   
Basispakket       
OD 2: Stimuleren meer en beter ondernemerschap        
– BBMKB (garantieverplichting) 478,5 602,5 384,5 384,5384,5 384,5 384,8
– Groeifinancieringsfaciliteit (garantieverplichting) 85,0 119,0 153,0 170,0 170,0 170,0
– Actieplan veilig ondernemen 2,6 2,7 2,01,7    
– Bijdragen aan instituten 6,46,7 5,1 6,4 4,4 3,1 2,8
– Bevorderen Ondernemerschap 5,2 3,9 2,53,0 3,0 3,0 3,0
– Beroepsonderwijs in bedrijf  32,5    
– Onderwijs & Ondernemerschap  18,02,0   
– Projectdirectie Vergunningen  1,3 0,5     
Programmatisch pakket        
OD 3: Benutten van gebiedsgerichte economische kansen       
– Bedrijventerreinen 17,626,7 21,0 20,4 20,5 22,0 24,1
– Gebiedsgerichte economische programma’s 51,889,3 53,6 74,0 75,5 77,1 75,0
– Centraal deel IPR 44,0 21,5     
– Cofinanciering EZ in EFRO-programma’s 1,2 42,9 42,90 42,9 42,9 42,9
– Bijdrage NBTC 20,3 19,1 17,8 16,716,7 16,7 16,7
– Bijdrage UNWTO0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2
– Overig Toerisme 1,1 1,0 1,0 1,0 1,01,0 1,0
– Bijdrage aan ROM’s 7,4 7,37,1 7,1 7,1 7,1 7,1
– Stadseconomie152,1 2,2 2,2 2,2 2,3 0,2  
Algemeen       
– Onderzoek en vernieuwingsprogramma’s Ondernemen 14,3 3,3 2,3 3,54,2 5,9 6,1
– Algemene crisisbeheersing 0,10,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2
– Eerste lijn bedrijven  0,8 1,2 0,5   
        
Apparaatuitgaven 17,2 15,1 14,514,5 14,5 14,5 14,4
– Personeel DG OI12,8 12,6 12,3 12,3 12,3 12,3 12,3
– Bijdrage DG OI aan Agentschappen 4,5 2,5 2,12,1 2,1 2,1 2,1
        
Uitgaven (totaal)261,0 268,0 272,9 325,5 336,6 290,0271,6
Waarvan programma-uitgaven 245,1 251,4258,2 311,1 322,2 275,5 260,1
Waarvan juridisch verplicht*   174,9 185,5 163,1 80,4 52,2
OD 1 44,7 45,3 26,4 29,429,0 25,2 15,2
OD 2 35,4 37,7 54,7 61,3 53,9 52,7 44,1
OD 3 157,2 156,0 167,5 214,1 232,6 195,8197,0
Algemeen 7,8 12,4 9,6 6,3 6,7 1,83,8
        
Ontvangsten (totaal) 32,1 65,8 49,459,0 56,3 57,3 51,0
– Ontvangsten ruimtelijk economisch beleid 0,3 24,0     
– Provisie kredieten 13,9 15,810,8 10,8 10,8 10,8 10,8
– Terugbetalingen verlies declaraties 9,3 4,24,5 4,7 4,3 4,1 4,1
– Rente BBMKB0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
– Groeifinancieringsfaciliteit  2,0 6,0 10,014,0 16,0 16,0
– Garantieregeling scheepsbouw 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0
– Ontvangsten uit het Fes 7,9 7,414,817,811,58,5 
– Diverse ontvangsten0,6 2,4 3,3 5,7 5,7 7,9 10,1

* Dit betreft uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2006 zijn aangegaan en de bijdragen aan instellingen en instituten.

Grafiek budgetflexibiliteit per operationeel doel



kst99342_2_04.gif
Budgettair belang fiscale maatregelen (in € mln)
 2005 (raming MN 2006)2005 (realisatie/ aangepaste raming) 2006 2007 20082009 2010 2011
Zelfstandigenaftrek 1 1771 177 1 201 1 101 1 206 1 228 1 2501 272
Extra zelfstandigenaftrek starters 69 69 7165 66 67 69 70
Meewerkaftrek 14 1414 13 13 13 14 14
FOR, niet omgezet in lijfrente 229 229 232 213 217 221 225229
Stakingsaftrek 32 33 20 18 18 1818 18
Doorschuiving stakingswinst 102 102 106105 107 109 111 113
Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in successiewet 90 90 93120 123 127 130 134
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 246 245 213 185191 196 202 208
Willekeurige afschrijving starters8 8 10 10 10 10 11 11
Vrijstelling durfkapitaal forfaitair rendement 10 11 10 9 99 9 9
Heffingskorting durfkapitaal 3 9 99 9 10 10 10
Persoonsgebonden aftrekpost durfkapitaal 3 5 5 5 5 5 5 6
Logiesverstrekking (incl. kamperen) 180 192 198 204210 215 221 227
Voedingsmiddelen horeca 1 0031 006 1 038 1 068 1 097 1 126 1 1561 187
Kleine ondernemersregeling 73 77 79 8284 86 89 91
Verlaagd tarief kleine brouwerijen1 1 1 1 1 1 1 1
Raffinaderijvrijstelling 41 41 41 42 44 4648 50

Markt en spelregels

Het zorgen voor een stabiele macro-economische omgeving, goed werkende (internationale) markten, heldere wet- en regelgeving en een aantrekkelijk fiscaal klimaat.

OD 1:

Bevorderen level playing field

Motivatie

Oneerlijke concurrentie tegen Nederlandse bedrijven tegengaan. Bedrijven en branches lopen soms tegen marktverstoringen aan die veroorzaakt zijn door overheidsoptreden. Om hieraan tegemoet te komen en te zorgen voor een eerlijker speelveld (level playing field) werkt EZ aan het verhelpen van deze marktverstoringen. In eerste instantie doet EZ dit bij voorkeur via o.a. de EU en de WTO (zie tevens artikel 1 en 5). Soms echter is het noodzakelijk om de verstoring op nationaal niveau te repareren via gerichte maatregelen zoals in de scheepsbouw, de luchtvaartindustrie en de defensiegerelateerde industrie. Tot slot worden de EU-staatssteunkaders vernieuwd. Hierdoor kunnen de bestaande verhoudingen binnen specifieke sectoren beïnvloed worden. De inzet zal daarom niet langer alleen gericht zijn op actuele verstoringen van het level playing field, maar in toenemende mate is het ook van belang te anticiperen op potentiële verstoringen en het voorkomen hiervan.

Instrumenten

Algemeen:

EZ draagt via o.a. de WTO en het Crashteam (zie artikel 5); het EU steunkader en SOLVIT (artikel 1) en het luchtvaartbeleid (zie artikel 2) bij aan een level playing field voor bedrijven.


Daarnaast bestaat een aantal specifieke instrumenten:

Borgstellingsregeling Scheepsbouw; het krediet dat de scheepsbouwer betrekt bij de bank wordt voor maximaal 80% gegarandeerd door het Rijk gedurende de periode van de bouw. Het garantieplafond bedraagt voor 2007 € 1 miljard. Hiermee worden de nadelen van de acties van andere landen op dit terrein weggenomen.

Subsidieregeling Innovatieve Zeescheepsnieuwbouw; andere lidstaten van de Europese Unie stimuleren met specifieke regelingen R&D in de scheepsbouw. Deze regeling herstelt het level playing field voor de innovatieve Nederlandse zeescheepsbouw.

Compensatiebeleid defensie gerelateerde industrie;bij aanschaf van defensiematerieel in het buitenland wordt vaak een tegenlevering bedongen bij de Nederlandse industrie. Door middel van het compensatiebeleid werkt EZ aan een goede positie van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen op de internationale markt voor defensiematerieel.


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• De Strategische Visie op de defensiegerelateerde industrie die de Ministeries van Defensie en EZ in 2006 opstellen wordt geïmplementeerd.

• Binnen het compensatiebeleid blijft een zo hoog mogelijk percentage invulling binnen de defensiegerelateerde industrie de eerste prioriteit en wordt met civiele projecten speciale aandacht gegeven aan kansen voor jonge en innovatieve bedrijven.

• De eerste afdrachten van Nederlandse bedrijven over de gerealiseerde omzet voor de JSF worden verwacht.

• Start van de subsidieregeling innovatieve zeescheepsnieuwbouw. Met de regeling wordt naast reparatie van het level playing field tevens de samenwerking tussen maritieme bedrijven en kennisinstellingen verbeterd. De regeling maakt een subsidie mogelijk van 20% op de kosten van een innovatieproject bij de bouw van een schip.

Prestatie-indicator Waarde 2004Waarde 2005 Ambitie 2007
Gerealiseerde invulling compensatieverplichtingen* 322 mln (412 mln) 573 mln (443 mln) Minimaal 450 mln per jaar.
Bron: Compensatie administratiesysteem ministerie van EZ, tussen haakjes het 5-jaars voorschrijdend gemiddelde.

* Het bedrag dat door buitenlandse overheden bij Nederlandse bedrijven wordt besteed als compensatie voor bestedingen van het Ministerie van Defensie in buitenlands materieel.


Toelichting: Op basis van ervaringen uit het verleden geeft dit bedrag de minimum inspanning aan die jaarlijks moet worden verricht om de compensatieverplichtingen tijdig in te vullen. De realisatie 2004 en 2005 verschilt ten opzichte van eerder gerapporteerde cijfers die niet juist bleken te zijn.

Basispakket

Informatie, advies en het breder georiënteerde instrumentarium

OD 2:

Stimuleren meer en beter ondernemerschap

Motivatie

Duurzaam ondernemerschap is essentieel voor het groeivermogen van de economie. EZ stimuleert ondernemerschap in algemene zin door verbetering van de omstandigheden voor ondernemers, zoals het verbeteren van de werking van de kapitaalmarkt, het scheppen van een gunstig fiscaal klimaat, het verminderen van de administratieve lasten en strijdige regels, een goede toegang tot advies en kennis voor (startende) ondernemers via o.a. dienstverlening van de Kamers van Koophandel. Daarnaast wordt ondernemerschap gestimuleerd in het onderwijs en voor specifieke doelgroepen in de samenleving. Tot slot wordt maatschappelijk verantwoord ondernemerschap (MVO) bevorderd vanwege de positieve externe effecten.

Instrumenten

Betere regelgeving; EZ werkt via verschillende lijnen aan het verminderen van de administratieve lasten die bedrijven hinderen:

Administratieve lasten; «minder regels» voor de ondernemer is één van de hoofdthema’s voor de kabinetten-Balkenende. EZ is medeverantwoordelijk voor de totale reductie van administratieve lasten (AL) en verantwoordelijk voor een aantal trajecten, zoals vermindering en stroomlijning van vergunningen, intensivering Meldpunt Voorgenomen Regelgeving en de aanpak van tegenstrijdige regels.

Project vereenvoudiging vergunningen; doelstelling van het rijsksbrede Project Vereenvoudiging Vergunningen is het realiseren van een aanzienlijke reductie van de vergunningenlast en de verbetering van het vergunningverleningsproces. De aanpak is gericht op alle vergunningenstelsels bij het rijk en lagere overheden.

Project Aanpak Strijdige Regels; het project streeft naar de verbetering van de gemeentelijk dienstverlening aan ondernemers, en daardoor het gemeentelijke ondernemingsklimaat. Hierbij wordt intensief samengewerkt met de projecten Vereenvoudiging Vergunningen en het Bedrijvenloket.

Kapitaalmarktinstrumenten; EZ kent verschillende instrumenten om knelpunten op de kapitaalmarkt weg te nemen:

BBMKB; de borgstellingsregeling MKB vergroot de toegang van het midden- en kleinbedrijf tot bankkrediet, vooral voor starters, bij bedrijfsoverdrachten en in toenemende mate voor innovatieve bedrijven.

Groeifaciliteit; er is een nieuwe garantiefaciliteit van start gegaan voor risicodragend vermogen voor MKB-bedrijven. Deze faciliteit zal vooral de financieringsmogelijkheden van snelle groeiers, bedrijfsoverdrachten en starters verbeteren. Zij wordt uitgevoerd door banken en participatiemaatschappijen.

Overig; naast de voornoemde instrumenten draagt EZ via o.a. TechnoPartner SEED programma en de uitdagersfaciliteit (zie artikel 2) bij aan een beter werkende markt voor durfkapitaal voor technostarters en snelle groeiers.

Voorlichting aan bedrijven; EZ kent verschillende instrumenten voor advies aan ondernemers:

Eerstelijns voorlichting voor bedrijven door de overheid; de dienstverlening waar een onderneming zich in eerste instantie toe kan richten voor alle overheidsgerelateerde problemen en vragen is het bedrijvenloket. Het bedrijvenloket is per mail, internet en telefoon te bereiken. Daarnaast werkt EZ aan fysieke loketten in de regio (de zogenaamde ondernemerspleinen) in samenwerking met Syntens en de kamers van koophandel.

Ondernemersklankbord; het Ondernemersklankbord (Okb) levert coaching en advies aan ondernemers uit het MKB met speciale aandacht voor de doelgroepen «onderneming in moeilijkheden», «starter» en «etnisch ondernemerschap».

Instrumenten ter bevordering van het (duurzaam) ondernemerschap;

Fiscale faciliteiten; er bestaat een aantal fiscale faciliteiten om ondernemerschap te bevorderen. Dit betreft bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek, de FOR en de durfkapitaal faciliteit (voorheen Tante Agaath).

Wet op de Kamers van Koophandel; de herziene Wet op de Kamers van Koophandel zal per 1 januari 2008 in werking treden.

Het partnership Leren Ondernemen; dit partnership is door EZ en OCW opgericht en heeft tot doel het ondernemerschap een vaste plaats te geven in het onderwijs (van primair tot hoger onderwijs). Voor het realiseren van dit doel worden in de periode 2007–2010 projecten uitgevoerd via de ministeriële regeling «Onderwijs en Ondernemerschap». Dit is gefinancierd uit de Fes-meevaller 2006.

Corporate Governance Code/Code Tabaksblat (Budget Bevorderen Ondernemerschap); de Monitoring Commissie Corporate Governance Code (de zgn. Commissie Frijns) heeft als taak de actualiteit en bruikbaarheid van de Nederlandse Corporate Governance Code (Code Tabaksblat) te bevorderen en de naleving ervan door de Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen te bewaken. EZ ondersteunt de Monitoring Commissie door financiering en participatie in het secretariaat.

Kenniscentrum Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (Bijdrage aan instituten); MVO Nederland richt zich via diverse programma’s op het operationaliseren en concreet maken van MVO voor bedrijven.

Actieplan veilig ondernemen; samen met de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en met het bedrijfsleven wordt gewerkt aan de aanpak van criminaliteit door uitvoering van de Actieplannen Veilig Ondernemen. Het ministerie van Economische Zaken is verantwoordelijk voor de projecten «Business Improvement District», «Aanpak Urgente Bedrijvenlocaties»,«Cybercrime» en «Deelname detailhandel aan lokale veiligheidsprojecten».

Bèta-techniek; het Deltaplan Bèta-techniek richt zich op stimuleren van de instroom in beta/techniek studies. 2007 is het vierde uitvoeringsjaar van het deltaplan Bèta-techniek. Het Deltaplan wordt uitgevoerd door het Platform Beta/techniek in opdracht van EZ en OCW.

Sociale Innovatie (budget Bevorderen Ondernemerschap); het actiecentrum sociale innovatie vertaalt de lopende en voorgenomen activiteiten van werkgevers, werknemers, wetenschap e.a. naar een praktisch meerjarenprogramma ter ondersteuning van acties die binnen ondernemingen van de grond moeten komen. De nadruk van de activiteiten ligt op bewustwording en de uitwisseling van kennis van effectieve en succesvolle aanpakken en best practices.


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• Het gebruik van de BBMKB is in 2005 en 2006 zodanig fors gestegen dat het budget voor 2006 met € 150 mln is verhoogd. Vanaf 2006 kunnen de toegekende quota per bank tussentijds in het jaar worden aangepast op basis van de actuele benutting in dat jaar, waardoor extra benutting en onderbenutting kunnen worden gematched. De verdeling van de quota binnen de BBMKB over de deelnemende banken wordt meer afgestemd op het feitelijk gebruik. Het overleg met de banken is hierover gaande.

• Aanpak administratieve lasten, strijdige regels en hinderlijke vergunningen;

– Implementatie en verder uitwerken van de rijksbrede reductiedoelstelling van 25% minder administratieve lasten. De verwachte cumulatieve reductie voor EZ bedraagt voor de periode 2003–2007 8,8%.

– Verder reduceren van de enquêtedruk door het CBS door o.a. het verder ontsluiten van bestaande registraties, dit om dubbele uitvraag van gegevens te voorkomen. Verder vervalt met de introductie van de XBRL-taxonomie, een open standaard voor het samenstellen en elektronisch uitwisselen van bedrijfsrapportages en gegevens via het internet, deels de afzonderlijke gegevensuitvraag voor de productiestatistieken. De «enquêtevakantie» voor het MKB wordt daarnaast doorgevoerd. Dit betekent dat een ondernemer tijdelijk geen formulieren ontvangt als hij goed heeft meegewerkt. Ook wordt extreme stapeling van enquêtes zoveel mogelijk voorkomen. Om irritatie over enquêtes te minimaliseren zet het CBS in op betere communicatie met berichtgevers over nut en noodzaak van statistieken.

– Implementatie van reductie- en vereenvoudigingsvoorstellen, digitalisering vergunningaanvraag en -verlening en het versterken van de gemeentelijke dienstverlening via vorming van een shared service organisaties. Het project vereenvoudiging vergunningen zal zomer 2007 worden afgerond.

– Gemeenten en regionale partijen worden middels verschillende projecten en workshops ondersteund bij het wegnemen van hinderlijke (regionale) regelgeving voor ondernemers. Hiertoe zijn o.a. (regionale) convenanten gesloten met de G31 gemeenten. Daarnaast worden de instrumenten voor ondernemers, zoals het meldpunt, de branchewijzers en de sectorale kompassen, voortgezet en uitgebreid.

• Bevorderen (duurzaam) ondernemerschap:

– De herziene wet op de kamers van koophandel. De herziene wet zal aansluiten bij de nieuwe kaderwet ZBO’s. Deze nieuwe wet moet nog door de Eerste Kamer worden aangenomen. Verder zal er in de wet op Kamers van Koophandel de mogelijkheid worden gecreëerd om met alle kamers van koophandel gezamenlijk acties te ondernemen om zo het ondernemersbeleid effectiever te voeren.

– Het vergemakkelijken van het starten van een onderneming vanuit een uitkeringssituatie en de overgang van het werknemerschap naar ondernemerschap en vice versa door o.a het verankeren van Ondernemerschap als mogelijkheid tot integratie.

– Samen met brancheverenigingen wordt in 2007 gekeken hoe de kwaliteit van ondernemerschap gewaarborgd kan blijven nu de Vestigingswet in 2006 is afgeschaft.

– In het voorjaar van 2007 wordt een congres georganiseerd waarin de uitkomsten van het actieplan Nieuw Ondernemerschap worden besproken. Daarnaast worden de coachingstrajecten voor nieuwe ondernemers voortgezet en zal ook in 2007 de zogenaamde New Horizons Award worden uitgereikt.

– De mogelijkheden van een microkredietfaciliteit, inclusief beoordelingstraject en coaching, ter vermindering van het knelpunt van de kredietverlening tot € 25 000,= aan (startende) ondernemers, met speciale aandacht voor de doelgroep allochtonen, wordt verkend.

– Mastering Growth; richt zich op de organisatie van masterclasses voor snel groeiende ondernemers. Het wordt georganiseerd in samenwerking met De Baak, Port4growth en Syntens.

– Daarnaast wordt in samenwerking met de projectdirectie Leren&Werken ook in 2007 een aantal Roadshows LevenLangLeren georganiseerd. Hiermee worden ondernemers gestimuleerd te investeren in de scholing van hun werknemers.

– Onderwijs en Ondernemerschap; Uit het Fes wordt in totaal € 20 mln beschikbaar gesteld waarmee vanaf 2007 lokale projecten op het vlak van ondernemerschapsonderwijs financieel worden ondersteund (€ 8 mln). Daarnaast wordt voor de oprichting van een aantal centres of entrepeneurship naar Amerikaans voorbeeld bij universiteiten en hogescholen uit het Fes € 12 mln beschikbaar gesteld.

– Beroepsonderwijs in bedrijf; Om het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven beter op elkaar aan te sluiten heeft EZ samen met OCW en SZW het initiatief genomen voor dit actieprogramma. De hiermee gepaard gaande financiële impuls van € 229,5 mln wordt gefinancierd uit de Fes-meevaller 2006. Een onderdeel is de inrichting van een fonds van € 32,5 mln in 2007 op de EZ-begroting. Met dit geld worden bijvoorbeeld leer/werktrajecten gefinancierd, waarbij een deel van het curriculum in het bedrijfsleven wordt ingevuld.

Kengetal Waarde 2004 Waarde 2005Ambitie 2007
Ondernemersquote 11,4%11,7% Minimaal 10%
Bron: EIM (obv CBS en KvK). Betreft aantal ondernemers excl. Landbouw (2005 betreft een inschatting)
BBMKB – Benuttingsgraad 80% 90%80% (ondergrens)
Bron: SenterNovem
Groeifaciliteit – Benuttingsgraad 80% (ondergrens)
Bron: SenterNovem

Prestatie-indicator Peildatum (start)Waarde 2005 Waarde 2006 Ambitie 2007
Administratieve Lasten vermindering 31–12–2002– 4,2% – 6,4 % 8,8%
Bron: Interne rapportage

Toelichting

Ondernemersquote; deze quote geeft een indruk van het ondernemerschap in een land. Het betreft het aantal ondernemers gerelateerd aan de beroepsbevolking. De voor een internationale vergelijking benodigde OESO-data komen pas in september beschikbaar. Het cijfer voor Nederland (2005) is voorlopig. Het aantal ondernemers is exclusief landbouw.

BBMKB en Groeifaciliteit; als graadmeter voor benutting van het jaarbudget van BBMKB en Groeifaciliteit wordt 80% gehanteerd. De feitelijke benutting hangt af van investerings- en overnameplannen van het bedrijfsleven en de start van nieuwe bedrijven en hangt daarmee nauw samen met de ontwikkeling van de conjunctuur. De afgelopen jaren laten een uitputting zien van de BBMKB van 80% of meer. Indien de benutting onder de 80% blijft, zal nagegaan worden wat de oorzaak daarvan is. Het kan aanleiding geven tot bijstelling van het jaarbudget om te voorkomen dat onnodig budget wordt gereserveerd. De Groeifaciliteit betreft een nieuwe faciliteit, waarmee nog geen ervaring is opgedaan. Afgewacht moet worden hoe de markt deze faciliteit gaat oppakken.

Adminstratieve Lasten vermindering; De oorspronkelijke reductiedoelstelling van 18% in 2007 wordt niet gehaald. Belangrijkste redenen zijn tegenvallende reducties bij de Prijzenwet (€ 30 mln besparingsverlies), en de toename in verband met de grondroerdersregeling (€ 32 mln). Doel van het beleid is nu om 50% van de oorspronkelijke reducties te realiseren. Overigens heeft EZ in het verleden al zeer veel aandacht besteed aan het reduceren van de AL van de EZ wetgeving. Dit maakt verdere reductie moeilijk en verklaart de achterstand van EZ t.o.v. andere departementen die nu een inhaalslag maken.

MVO; De indicator «Aantal bedrijven dat verantwoording aflegt over MVO» is in deze begroting niet meer opgenomen. Deze indicator vormt een onderdeel van de Benchmark MVO. Deze rapportage wordt jaarlijks in november aan de Tweede Kamer aangeboden.

Programmatisch pakket

het bereiken van topprestaties en excellentie op een aantal geselecteerde gebieden waar Nederland in de toekomst kan uitblinken.

OD 3:

Benutten van gebiedsgerichte economische kansen

Motivatie

Om duurzame economische groei in regio’s en steden te bevorderen, zet EZ zich samen met andere overheden, bedrijven en kennisinstellingen in om gebiedsgerichte kansen met een nationaal belang tot ontwikkeling te brengen. Hierbij moet dus worden gedacht aan projecten met een nationale uitstraling, zoals het Haven industrieel complex in Rotterdam, High Tech Systemen rondom Eindhoven en de procesindustrie in Zuidwest-Nederland.

Instrumenten

Gebiedsgericht economisch beleid; het gericht stimuleren van regionaal-economische kansen van nationaal belang («de pieken in de delta») gebeurt met zes gebiedsgerichte economische programma’s. Deze programma’s omvatten ook de doelstellingen van de vijftig bedrijventerreinen met een nationale uitstraling (Topprojecten).

Structuurfondsen/EFRO-cofinanciering (periode 2007–2013);

de Europese structuurfondsen hebben als doel de economische concurrentiekracht en economische en sociale cohesie binnen Europa te vergroten.

Aanpak urgente bedrijventerreinen; de Subsidieregeling aanpak urgente bedrijvenlocaties loopt van 2004 tot en met 2007.

De doelstelling van deze subsidieregeling is om vijftig zeer onveilige werklocaties via publiek-private samenwerking veiliger te maken. De aanpak moet per locatie leiden tot een reductie van de criminaliteit met minimaal 25% binnen drie jaar.

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs); EZ draagt bij aan de apparaatskosten van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). De ROM’s initiëren, ondersteunen en versterken activiteiten van succesvolle bedrijven en sectoren, die tot een structurele versterking van de regionale economie moeten leiden.

Toerisme (incl. NBTC); activiteiten ter bevordering van het inkomend toerisme worden gestimuleerd via een bijdrage aan het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC). Eind 2006 zal het contract met de NBTC (incl. nieuwe prestatieafspraken) vernieuwd worden.

Grotestedenbeleid/Stadseconomie; de doelstelling van het onderdeel van het Grotestedenbeleid is het vergroten van de economische kracht van de 31 GSB-steden. Voor de nieuwe convenantperiode 2005–2009 zijn op basis van ouputdoelstellingen afspraken gemaakt met de GSB-gemeenten over bijvoorbeeld het vergroten van het aantal breedbandaansluitingen, het verbeteren van de dienstverlening aan ondernemers en het verminderen van het aantal verouderde bedrijventerreinen. Het budget bedraagt € 162 mln (voor de periode 2005–2009).


In 2007 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• De uitvoering van Pieken in de Delta; in 2006 is EZ gestart met de uitvoering van Pieken in de Delta. In 2007 gaan alle programma’s (inclusief het Noorden) volop draaien. In 2006 hebben programmacommissies met daarin bestuurders van gemeentelijke en provinciale overheden, het bedrijfsleven en kennisinstellingen programma’s per gebied opgesteld. In het budget is een 40% – 60% verdeling gemaakt. 60% van de gelden wordt indicatief verdeeld over 5 programma’s, de overige 40% gaat naar projecten met het hoogste nationale economische rendement. Voor het transitieprogramma van Noord-Nederland stelt het Rijk € 80 mln beschikbaar. De resultaten van de 6 programma’s worden regelmatig gemonitord. In onderstaande tabel staan indicatieve budgetten en voorbeelden van projecten.

Programma Aandeel regionaal stuwende bedrijvigheid Indicatief beschikbaar voor 2007–2010 (in mln.)Kern programmadocumenten
Noord-Nederland transitieprogramma € 80Het programma komt eind 2006 gereed
Oost-Nederland 18 %€ 18,5 Kennisconcentraties benutten rond Food-, Health- Technology- Valley
Noordvleugel Randstad 32 % € 34Creatieve industrie & ICT; life sciences en medisch cluster; innovatieve logistiek en handel ; toerisme en congressen; interactie kennisinfrastructuur en bedrijfsleven
Zuidvleugel Randstad 23 % € 24,25 Haven-industrieel complex; toeleveranciers glastuinbouw,life sciences, Den Haag internationaal
Zuidwest-Nederland 6 % € 6,5Procesindustrie, Logistiek, Kusttoerisme
Zuidoost-Nederland21 % € 21,75 High tech systemen en materialen, Life science en medische technologie, Food & nutrition

Toelichting stuwende bedrijvigheid: het aandeel van het gebied in de nationale werkgelegenheid in de stuwende sectoren, d.w.z. sectoren die meer dan de helft van hun producten buiten de eigen regio afzetten.

• De uitvoering van structuurfondsen/EFRO-cofinanciering (periode 2007–2013). Op 16 december 2005 is er op de Europese Raad een akkoord gesloten over de meerjarenbegroting van de Europese Unie. Eén van de uitkomsten daarvan is dat Nederland in de periode 2007–2013 € 1 685 miljoen zal ontvangen uit de structuurfondsen. In 2006 stelt het kabinet in het Nationaal Strategisch Referentiekader vast hoe de middelen op hoofdlijnen besteed gaan worden. Het versterken van de concurrentiekracht van alle Nederlandse regio’s staat centraal, waarbij de focus ligt op het behalen van de Lissabondoelstelling. De programma’s gefinancierd uit de structuurfondsen gaan in 2007 van start. Vanaf 2008 zal EZ de voortgang aan de Tweede Kamer rapporteren.

• Grotestedenbeleid: In het jaar 2007 vindt de zogenaamde «Mid Term» evaluatie van de derde convenantsperiode plaats. Dan wordt bepaald hoe ver de steden zijn opgeschoten met de voor eind 2009 afgesproken prestaties. Naar aanleiding van de uitkomsten vindt zo nodig overleg plaats tussen de convenantpartijen. De Mid Term Review biedt de mogelijkheid om de afspraken aan te passen en verschaft zo de mogelijkheid om flexibel in te spelen op onverwachte ontwikkelingen.

• Het actief betrekken van de ROMs bij de uitvoering van Pieken in de Delta.

Prestatie-indicator Basiswaarde 1–1–2004 Streefwaarde 2012
Voldoende herstructurering in topprojecten 0 3500 ha
Voldoende nieuwe bedrijventerreinen in topprojecten 0 7000 ha.

Kengetal Basiswaarde 1–1-2004Waarde 2005  
Marktaandeel inkomend Toerisme 13,7% 01–01–2004 13,3%. 14%

Toelichting prestatieindicatoren topprojecten. Op basis van het beschikbare budget bedrijventerreinen (€ 100 mln 2004–2008) en uitgaande van de gemiddelde bijdrage van EZ aan projecten in het verleden wordt naar verwachting 3500 ha. geherstructureerd en 7000 ha nieuwe bedrijventerreinengrond ontwikkeld.


Toelichting kengetal marktaandeel inkomend toerisme. Gekeken naar de internationale aankomsten in Nederland en de 4 concurrerende landen (UK, Duitsland, België en Denemarken) heeft Nederland in 2005, ondanks een groei van 4% in aankomsten, marktaandeel verloren. Het marktaandeel is gedaald van 13,5% (2004) naar 13,3%.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerp Algemene doelstelling/operationele doelstellingAfgerond Vindplaats
Effectenonderzoek ex post BBMKB 3.22005 Kamerstukken II, 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 74
 Investors in People 3.2 2005 Kamerstukken II, 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 56
 Fiscale regelingen ondernemingen (durfkapitaal) 3.2 2005 Kamerstukken II, 2005–2006, 30 300 XIII, nr. 57
 Fiscale regelingen ondernemingen 3.2 2005–2006 Kamerstukken II, 2005–2006, 29 949, nr. 56
 Kansenzones Rotterdam 3.22007  
 Kompas/Reonn 3.3 2007 
 Subsidieregeling bestrijding winkelcriminaliteit G303.3 2007  
 GSB 3.3 2007