Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

24 Landschap en Recreatie

Algemene beleidsdoelstelling

Behoud en ontwikkeling van landschap en een recreatief aantrekkelijk Nederland.

Omschrijving

Het landschap heeft belangrijke waarden voor de samenleving. De verschillende landschappen hebben een eigen identiteit en kwaliteit en vertegenwoordigen belangrijke cultuurhistorische, architectonische en ecologische waarden. Het Rijk wil het Nederlands landschap in al zijn diversiteit voor de toekomst behouden en ontwikkelen.


Alle Nederlanders willen zich in hun vrije tijd ontspannen. Het aanbod en de diversiteit van gebieden en plaatsen voor dagrecreatie is niet toereikend om tegemoet te komen aan maatschappelijke behoefte. De toegankelijkheid van het landelijk gebied voor recreatief gebruik is nog onvoldoende en staat bovendien onder grote druk. Daarom wil het Rijk het landelijk gebied aantrekkelijk en toegankelijk maken voor dagrecreatie. Het huidige accent in het beleid ligt op het realiseren van grootschalige recreatiegebieden in en om steden en op landelijke routenetwerken. Tevens is ruimte voor recreatief ondernemerschap noodzakelijk met name ter vergroting van het aanbod van recreatieve voorzieningen.

Procentuele verdeling uitgaven 2007 over operationele doelstellingen en apparaat Landschap en recreatie



kst99343_2_07.gif

Verantwoordelijkheid LNV

LNV is verantwoordelijk voor:

• Vier nationale beleidsprioriteiten: nationale landschappen, recreatie om de stad (RodS), landelijke routenetwerken en beheer recreatieve voorzieningen. De minister van VROM is mede verantwoordelijk voor de ruimtelijke aspecten bij de uitvoering van nationale landschapsbeleid.

• De Rijksdoelen die via het ILG worden gerealiseerd. Deze staan herkenbaar opgenomen onder de operationele doelen. LNV stelt hiertoe het budget ter beschikking aan de provincies.

• Faciliteren en stimuleren van activiteiten gericht op het generieke landschapsbeleid, de genoemde beleidsdoelstellingen en van overige zaken, zoals projectfinanciering en landschapsplanning.

• Versterking recreatiesector, onder andere door het leveren van kennis en deskundigheid.

Succesfactoren

Behalen van deze beleidsdoelstelling hangt vooral af van de

• Samenwerking met regionale en lokale overheden en de participatiebereidheid van particuliere organisaties.

Maatschappelijk effect

Het behalen van de beide algemene beleidsdoelstellingen heeft als effecten:

• Behoud van de landschappelijk kwaliteiten van de nationale landschappen;

• Verbeterde kernkwaliteiten (natuurwaarde, culturele waarde, gebruikerswaarde en belevingswaarde) van nationale en overige landschappen;

• Toegankelijke recreatiegebieden op zowel het platteland als in en om de stad;

• Toegenomen gebruikerswaarde van recreatiegebieden.


De uitwerking van de indicatoren die samenhangen met het Meerjarenprogramma voor een Vitaal Platteland zal dit jaar plaatsvinden, zodat de indicatoren en bijbehorende streefwaarden in de begroting van 2008 volledig kunnen worden opgenomen.

Verwijzing

• Agenda Vitaal Platteland ( TK 2004–2005, 29 576, nr. 1).

• Nota Ruimte ( TK 2004–2005, 29 435, nr. 154).

• Nota Belvedere ( TK 1998–1999, 26 663, nr. 2).

• Meerjarenprogramma-2 ( TK 2005–2006, 29 576, nr. 19).

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000)
 2005200620072008200920102011
Verplichtingen160 115133 803143 518126 062126 644125 673113 477
Uitgaven140 562151 125162 237144 781145 363144 392130 926
Programma-uitgaven110 381123 740130 715112 650113 634113 025100 430
– Waarvan juridisch verplicht  114 18098 82399 78599 60089 749
        
24.11 Nationale Landschappen19 02018 93125 84222 98625 87226 53625 203
waarvan ILG       
– Nationale landschappen  20 42917 47320 35921 46320 130
waarvan niet ILG       
– Versterking, beheer en behoud landschapskwaliteiten6 6038 9031 9291 9291 9291 9291 929
– Cultuurhistorie/Belvedere 2 722440440440  
– Monitoring en onderzoek9521 2123 0443 1443 1443 1443 144
– Landinrichting11 4656 094     
        
24.12 LandschapAlgemeen6 0556 0408 1004 8463 0812 1412 141
waarvan ILG       
– Landschapgeneriek  2 8742 7199531313
waarvan niet ILG       
– Projectfinanciering3 1553 1265 2262 1272 1282 1282 128
– Inrichting, verbeteren ruimtelijke natuur2 9002 914     
        
24.13 Recreatie om de stad45 52450 65557 31448 05248 41248 67939 596
waarvan ILG       
– Recreatie om de stad (grootschalig groen)  54 58045 33345 67345 92439 582
waarvan niet ILG       
– Verwerving recreatie in en om de stad36 49827 004     
– Inrichting recreatie in en om de stad6 12620 737     
– Kaderwet LNV projectbijdrage2 9002 9142 7342 7192 7392 75514
        
24.14 Recreatie algemeen39 78248 11439 45936 76636 26935 66933 490
waarvan ILG       
– Groene Hart Impuls  10 3217 3216 8216 2214 051
– Routenetwerken  5 4375 4375 4375 4375 437
waarvan niet ILG       
– Inrichting voor toegankelijkheid buiten nationale landschappen4 5103 454     
– Routenetwerken4 8565 631225225225225225
– Groene Hart Impuls1 79314 889     
– Kennis en deskundigheid voor recreatie2 3662 5142 2302 1362 1372 1372 134
– Staatsbosbeheer voor recreatieve voorzieningen22 00320 91920 53920 54020 54220 54220 536
– Midden-Delfland en Grevelingen4 2547077071 1071 1071 1071 107
        
Apparaatsuitgaven30 18127 38531 52232 13131 72931 36730 496
U24.21 Apparaat5 1354 2544 1384 1384 1394 1394 138
U24.22 baten-lastendiensten25 04623 13127 38427 99327 59027 22826 358
Ontvangsten3 727800750750750750750

Grafiek budgetflexibiliteit



kst99343_2_08.gif

Toelichting op de apparaatuitgaven

Bedragen x € 1 000
 Raming 2007
Ambtelijk Personeel Directie Platteland3 474
Ambtelijk Personeel Directie Natuur260
Materieel404
Overig apparaat0
Bijdrage aan DLG26 577
Bijdrage aan DR717
Bijdrage aan AID90
Totaal apparaatuitgaven31 522

Toelichting op de ontvangsten

Bedragen x € 1 000
 Raming 2007
Overige750
Totaal ontvangsten750

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. start B. afgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingLandschap en recreatie24A. 2010
     
Overig evaluatieonderzoekRegeling BOL (Landschapsontwikkelingsplan)24.12B. 2006 
 Mid term evaluatie ILG24.11 en 24.13A. 2010 

Bij de ILG afspraken is voorzien in een midtermevaluatie (MTE) in 2010. Hierbij zullen Rijk en provincies bestaande afspraken herijken.

24.11 Nationale Landschappen

Motivering

Behouden, beheren en versterken van de unieke landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van 20 Nationale Landschappen.

Instrumenten

• De Wet Inrichting Landelijk gebied; via het ILG worden subsidies verleend ten behoeve van: investeringsprojecten; agrariërs en terreinbeherende organisaties t.b.v. landschapsbeheer (Programma beheer, Groene Diensten, Landschapsbeheer Nederland); Landschapsbeheer Nederland t.b.v. Meetnet Kleine Landschapselementen.

• De Nationale Landschappen zullen door de provincies exact worden begrensd op basis van door het Rijk aangegeven globale gebiedsaanduiding in de Nota Ruimte. De planologische bescherming conform de voorwaarden die hierover gesteld zijn in de Nota Ruimte wordt gerealiseerd in de provinciale streekplannen. Met de provincies zullen op basis van de provinciale uitvoeringsprogramma’s in ILG-verband prestatieafspraken over Nationale Landschappen worden gemaakt over investerings- en beheersmaatregelen.

• Het Rijk concentreert zijn verantwoordelijkheid en middelen voor het landschapsbeheer en investeringen in landschap in de Nationale Landschappen.

• Het Rijk heeft een specifieke verantwoordelijkheid voor het behoud en de ontwikkeling van de cultuurhistorie in de Nationale Landschappen. Een deel van het Belvedere-budget is daarom ingebracht in het ILG.

• Ook buiten de reikwijdte van het ILG zet het Rijk zich in om het Belvédère doel «behoud door ontwikkeling» te realiseren (Nota Belvedere). Dit gebeurt onder andere door de subsidieregeling Belvédère en door het activiteitenprogramma van het projectbureau Nieuwe Hollandse Waterlinie. In 2005 is het actieprogramma ruimte & cultuur (ARC) van start gegaan. Hierin zijn de activiteiten van het Belvedere-beleid gestroomlijnd met activiteiten van het architectuurbeleid.

• Monitoring en evaluatie: Het Rijksbeleid voor Nationale Landschappen zal grotendeels door de provincies worden uitgevoerd. Ter evaluatie van dit beleid heeft het Rijk wel een taak om de beschreven kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen te monitoren.

Daarvoor wordt in overleg met het ministerie van VROM en het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) een meetsysteem opgezet en per landschap metingen uitgevoerd.

• Voorlichting: Voor de ontwikkeling en instandhouding van de 20 Nationale Landschappen is draagvlak bij burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties noodzakelijk. LNV heeft daartoe in 2006 in overleg met provincies een communicatieplan opgesteld voor voorlichtings- en communicatieactiviteiten voor het brede publiek en landelijke organisaties. Daaraan zal in 2007 uitvoering worden gegeven.

Verwijzing

• Actieprogramma Ruimte & Cultuur ( TK 2004–2005, 30 081, nr. 1).

Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

ILG
IndicatorRestant taakstelling per 1 januari 2005Raming 2005–2006 (obv UC)Planning 2007–2013 (obv ILG)TabelBron
Aantal hectares verworven bos en landschap66416649823Rapport nulmeting
Aantal hectares ingericht bos & landschap2 9462 94640Rapport nulmeting
Aantal hectares ingericht landschap in km22 4032 40340Rapport nulmeting

Niet ILG
IndicatorRealisatiewaardePeildatumRaming 2007StreefwaardePlanningBron
Nulmeting kwaliteit Nationale landschappen0-metingen200610202008LNV
Communicatie-acties Nationale landschappen0-acties20062142013LNV

24.12 Landschap algemeen

Motivatie

Het Rijk heeft de provincies de verantwoordelijkheid gegeven voor de basiskwaliteit van het landschap. Deze is omschreven als behoud en versterking van de natuurlijke, culturele, gebruiks- en belevingskwaliteit van het landschap. Het Rijk heeft hierbij een faciliterende en stimulerende rol. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de rol van de rijksadviseur voor het landschap. Om provincies en gemeenten verder te ondersteunen en te stimuleren ontwikkelt het Rijk in 2006 de Handreiking Kwaliteitsagenda Landschap.

Instrumenten

• Voorlichting en communicatie.

• Wet Inrichting Landelijk Gebied.

• Investeringsbudget Landelijk Gebied.

• Projectfinanciering. Hieronder vallen o.a. Programmering Groeneveld; financiering architectuurinstellingen, ontwerpateliers e.d.

• Monitoring en evaluatie.

Verwijzing

• Actieprogramma Ruimte & Cultuur ( TK 2004–2005, 30 081, nr. 1).

Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Subsidiering van landschapsontwikkelingsplannen (LOP’s) vond plaats met behulp van de Regeling Besluit Ontwikkeling Landschappen (BOL). De BOL regeling heeft een tijdelijk karakter en is in 2006 geëvalueerd. Besloten is om de regeling niet opnieuw te verlengen. Het Rijk verwacht van provincies en gemeenten dat zij de landschapsontwikkeling integraal meenemen in de plannen voor gebiedsontwikkeling. De prestatie «aantal LOP’s bij gemeentes» is derhalve komen te vervallen.

24.13 Recreatie om de stad

Motivatie

Het Rijk wil 16 000 ha Recreatie om de Stad (RodS), grootschalig groen, realiseren. Hiervan zullen delen specifiek in rijksbufferzones worden gerealiseerd. Van belang is dat het grootschalig groen intensief gebruikt wordt, goed bereikbaar is vanuit de woonomgeving – met name via voetpaden en fietspaden – en volledig opengesteld en gratis toegankelijk is. Ook wil het Rijk meer groen in de stad. Het realiseren van dit zogenaamde openbaar grootschalig groen loopt via de convenanten die in het kader van GSB zijn afgesloten met de 31 grote steden.

Instrumenten

• Wet- en regelgeving, waaronder de Wet Inrichting Landelijk Gebied (WILG).

• Het Investeringsbudget Landelijk Gebied.

• Het Plattelands Ontwikkelings Programma (POP-2).

• Het uitvoering geven aan rijksconvenanten en -samenwerkingsverbanden, zoals het Bufferzoneconvenant.

• Convenant Grote Steden Beleid (GSB). Op 1 januari 2005 is het tweede Investeringsregeling Stedelijke Vernieuwing ingegaan. Deze loopt tot 31 december 2009.

Verwijzing

• Agenda Vitaal Platteland ( TK 2004–2005, 29 576, nr. 1).

• Nota Ruimte ( TK 2004–2005, 29 435, nr. 154).

• Meerjarenprogramma-2 ( TK 2005–2006, 29 576, nr. 19).

Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

ILG
IndicatorTaakstellingRestant taak-stelling per 1 januari 2005Raming 2005–2006 (obv UC)Planning 2007–2013 (obv ILG)TabelBron
1. Verwerven RodS15 942 ha6 413 ha1 522 ha4 096 ha20Rapport nulmeting
2a. Inrichten RodS (nieuw)15 942 ha9 630 ha1 533 ha1 739 ha39Rapport nulmeting
2b. Inrichten RodS (lopend)2 380 haMJP2
2c. Inrichten RodS (km’s)n.v.t.23 km23 km40Rapport nulmeting

Niet ILG
IndicatorRealisatiewaardePeildatumStreefwaardePlanningBron
1. Regionaal groen0 ha2005492 ha2010MJP2

24.14 Recreatie algemeen

Motivatie

Het Rijk wil een hoogwaardig voorzieningenniveau in recreatiegebieden en financiert hiertoe de recreatieve beheeropgave van Staatsbosbeheer en het recreatieschap Midden Delfland. Daarnaast schept het Rijk ruimte voor recreatief ondernemerschap. Bovendien wil het Rijk 492 ha regionaal groen gekoppeld aan grote woningbouwlocaties realiseren in 2010. Daarbij is van belang dat deze gebieden volledig opengesteld en gratis toegankelijk zijn.


De toegankelijkheid van het landelijk gebied voor recreatief medegebruik wordt onder andere versterkt door het realiseren en instandhouden van landelijke, aaneengesloten routenetwerken voor wandelen (4750 km), fietsen (4500 km) en varen (4400 km) in 2013 en hier bekendheid aan te geven. Concreet gaat het om het kwalitatief verbeteren van de reeds bestaande Landelijke Routenetwerken (LR) voor wandelen, fietsen en varen door knelpunten in de routes op te lossen.

Instrumenten

• Wet Verzelfstandiging Staatsbosbeheer.

• Wet Inrichting Landelijk Gebied

• Investeringsbudget Landelijk Gebied.

• Regeling Rijksrecreatieschappen. Hierin is uitsluitend nog de bijdrage voor Midden Delfland opgenomen. De bijdrage aan Grevelingen wordt in termijnen afgekocht en de reguliere rijksbijdrage via de LNV begroting is hierdoor vervallen.

• Het uitvoering geven aan rijksconvenanten en -samenwerkingsverbanden, het Meerjarenprogramma Ontsnippering, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het convenant over de uitvoering beleidsvisie recreatietoervaart.

Verwijzing

• Agenda Vitaal Platteland ( TK 2004–2005, 29 576, nr. 1).

• Nota Ruimte ( TK 2004–2005, 29 435, nr. 154).

• Meerjarenprogramma-2 ( TK 2005–2006, 29 576, nr. 19).

Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

ILG
IndicatorTaakstellingRestant taak-stelling per 1 januari 2005Raming 2005–2006 (obv UC)Planning 2007–2013 (obv ILG)TabelBron
1a. LR: varen4 400 km2 306 km512 km1 794 km29Rapport nulmeting
1b. LR: fietsen4 500 kmp.m.p.m.p.m.28Rapport nulmeting
1c. LR: wandelen4 750 kmp.m.p.m.p.m.27
2a. Toegankelijkheid (ha)n.v.t. 295 ha295 ha40Rapport nulmeting
2b. Toegankelijkheid (km’s)n.v.t.445 km445 km40Rapport nulmeting

Niet ILG
Recreatieterreinen (excl. rijksrecreatieschappen)Realisatie ha in beheer 2005Begroting 2006Begroting 2007
Staatsbosbeheer216 901 ha218 702 ha220 500 ha