Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

26 Kennis en Innovatie

Algemene beleidsdoelstelling

Hoogwaardige kennis voor het agrofoodcomplex en de groene ruimte en optimale benutting van deze kennis.

Omschrijving

Kennis en innovatie zijn belangrijk voor de realisatie van de beleidsdoelstellingen van LNV Veranderingen in concurrentiepositie en maatschappelijke randvoorwaarden binnen alle LNV-sectoren vragen om regelmatige herijking van kennisnetwerken, kennisvoorzieningen en instrumenten teneinde optimale kennisbenutting door actoren en beleid te bereiken.


LNV opteert voor een integraal kennis- en innovatiebeleid waarbij regionaal en (inter)nationaal wordt samengewerkt. De grotere rol van de EU komt specifiek voor kennisbeleid tot uitdrukking in onder andere de Lissabonafspraken (vermindering voortijdig schoolverlaten, verhoging van opleidingsniveau, deelname leven lang leren, het stimuleren van beta-studies). LNV zet er op in dat voor Nederland belangrijke thema’s op de EU-onderzoeksagenda (Zevende Kaderprogramma) komen. Bovendien werkt LNV mee aan de ontwikkeling van gezamenlijke onderzoeksagenda’s met andere landen, rond thema’s als voedselkwaliteit, plantgezondheid en biologische landbouw.


De beschikbare kennis kan sneller ontsloten en benut worden o.a. door meer samenwerking van universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven. Binnen de Groene Kennis Coöperatie wordt samengewerkt tussen groene kennisinstellingen. Voor het (beroeps)onderwijs is een belangrijke rol weggelegd, niet alleen voor de opleiding van toekomstige beroepsbeoefenaren, maar ook als partij bij regionale kenniscirculatie en innovatie. Leerlingen en docenten komen immers meer dan voorheen in contact met de beroepspraktijk en onderzoek via onder andere stages, leerbedrijven en kenniskringen.

Procentuele verdeling uitgaven 2007 over operationele doelstellingen en apparaat Kenis en innovatie



kst99343_2_11.gif

Verantwoordelijkheid LNV

LNV is verantwoordelijk voor het in stand houden van de kennisbasis voor de agrofoodsector en de groene ruimte. Daarnaast faciliteert LNV de benutting van kennis binnen LNV en bij stakeholders.


LNV wil vooroplopen met het groene kennissysteem door pro-actief in te spelen op kennisbehoeften vanuit stakeholders en het LNV-beleid. Ontwikkeling, verspreiding en toepassing van kennis en onderwijs moeten aansluiten op datgene wat voor innovaties nodig is en waar ondernemers en andere maatschappelijke partijen behoefte aan hebben. LNV is bezig de huidige infrastructuur die sterk kennisgedreven is om te buigen naar een meer innovatiegedreven structuur. Via een Beleidskader kennisbenutting wordt bewerkstelligd dat ontwikkelde kennis een maximaal maatschappelijk effect heeft. Het groene beroepsonderwijs moet meer benut worden voor kenniscirculatie ter ondersteuning van LNV-beleid. Vernieuwing en samenwerking van het initiële onderwijs zijn daarvoor een noodzakelijke voorwaarde. Hierover zijn met de gezamenlijke groene kennisinstellingen binnen de Groene Kennis Coöperatie meerjarenafspraken gemaakt (2006–2010) in het verlengde van gezamenlijke afspraken met OCW per geleding. Er is met de instellingen een toegesneden overleg- en uitvoeringsstructuur ingericht.


Samengevat zorgt LNV dat:

• het kennisstelsel wordt gewaarborgd en vernieuwd;

• de samenhang tussen instellingen wordt verbeterd en bestendigd;

• de ontwikkeling en benutting van kennis in het agrofoodcomplex en de groene ruimte wordt bevorderd in lijn met de beleidsdoelstellingen van LNV.

Succesfactoren

Samenwerking met bedrijven en andere overheden (op nationaal en internationaal niveau), onderwijs- en onderzoeksinstellingen is onontbeerlijk om kennis in de maatschappij te verankeren.

Maatschappelijk effect

Behalen van deze doelstelling heeft als effect dat:

• kennis in het agrofoodcomplex en de groene ruimte bijdraagt aan innovatief ondernemerschap, duurzaam ondernemen, veilig voedsel, levende natuur en vitaal platteland;

• er voldoende gekwalificeerde beroepsbeoefenaren zijn voor het agrofoodcomplex en de groene ruimte;

• er een internationaal hoogwaardig kenniscentrum is voor agrofoodcomplex en groene ruimte (in de vorm van Wageningen Universiteit en Researchcentrum).

IndicatorReferentiewaardePeildatumRaming 2007StreefwaardePlanningBron
Percentage kennisinstellingen (WUR, HBO-groen) dat voldoet aan visitatienormen1100%2005100%100% instellingen
Gediplomeerde uitstroom groen onderwijs     instellingen
• VMBO7 2002004/20057 200Stabiel  
• MBO6 5312004/20056 531Stabiel  
• HBO1 8082004/20051 808Stabiel  
• WO1 0382004/20051 038Stabiel  
Percentage gediplomeerden met een baan op minimaal eigen niveau     Stoas-onderzoek
• MBO-BBL45%200445%Stijging  
• MBO-BOL49%200449%Stijging  
• HBO66%200466%Stijging  
• WO60%200460%Stijging  
Percentage gediplomeerden met een baan in de eigen richting     Stoas-onderzoek
• MBO-BBL53%200453%Stabiel  
• MBO-BOL61%200461%Stabiel  
• HBO68%200468%Stabiel  
• WO74%200474%Stabiel  
       
Aantal promoties WU1922005192Stabiel WU
Benutting van afgerond onderzoek in beleidsproces LNV270%200570%80% LNV

1 De onderzoeksinstellingen van DLO worden afzonderlijk één maal per vier jaar gevisiteerd door een (internationaal) panel van deskundigen. De onderzoeksscholen van Wageningen Universiteit, waarbinnen alle onderzoek is georganiseerd, worden eenmaal per 6 jaar beoordeeld door de KNAW op thematische organisatie van onderzoek en de kwaliteit van opleiding van jonge onderzoekers. Opleidingen van universiteiten en hogescholen worden binnen een cyclus van 6 jaar gevisiteerd door een visiterende en beoordelende instantie die wordt erkend door de NVAO volgens de systematiek van de NVAO.

2 Voor deze indicator wordt gestreefd naar verbreding van de gemeten benutting naar maatschappelijke benutting.

Verwijzing

• Beleidsbrief groen onderwijs 2010 ( TK 2001–2002, 27 417, nr. 5).

• Plan van aanpak harmonisatie groen onderwijs ( TK 2003–2004, 27 417, nr. 7).

• Uitvoering plan van aanpak harmonisatie groen onderwijs ( TK 2005–2006 27 417 nr. 10).

• Meerjarenafspraak Groene Kennis Coöperatie (»Kennis voor kwaliteit van leven» Meerjarenafspraak 2006–2010. Groene kennisinstellingen, Groene Kennis Coöperatie en LNV. 20 juni 2006).

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000
26 Kennis en Innovatie2005200620072008200920102011
Verplichtingen882 992935 095893 722884 110890 076881 892877 495
– waarvan garanties0000000
Uitgaven864 588884 942900 204892 938896 424895 914890 658
Programma-uitgaven859 640871 310886 895879 617883 102882 592877 341
– waarvan juridisch verplicht859 640871 310803 694602 896600 796600 260599 950
        
26.11 Waarborgen van het kennisstelsel605 666620 407634 683635 772637 028638 426642 295
– Bekostiging WU140 717140 966140 364140 597141 623142 200142 094
– Bekostiging DLO32 58137 41242 14942 06942 09742 12446 457
– Bekostiging groen onderwijs HBO/MBO/VMBO431 504440 747450 890451 826452 027452 821452 464
– Afrika Studiecentrum/ Akademie- hoogleraren8641 2821 2801 2801 2811 2811 280
26.12 Benutten van samenhang tussen instellingen34 39032 89233 41933 45533 46033 46033 433
– Bijdrage InnovatieNetwerk3 2203 7613 7983 7983 7993 7993 797
– Bijdrage IPC’s17 77914 90215 03015 06215 06415 06415 052
– AEQUOR4 2454 2704 2614 2624 2624 2624 259
– Coöperatie incl. ICT4 0534 6844 0484 0504 0514 0514 046
– Overige subsidies ondersteuningsstructuur5 0935 2756 2826 2836 2846 2846 279
26.13 Vernieuwen van het kennisstelsel33 38252 29861 16754 62456 17554 26745 178
– Onderzoeksvernieuwing2 2048 7509 55010  75011 2079 298250
– Praktijkleren12 50012 75018 01818 01918 02118 02118 009
– onderwijskundige innovatieprojecten3 3424 0624 0704 0704 0714 0714 067
– Subsidies onderwijsvernieuwing15 33626 73629 52921 78522 87622 87722 852
26.14 Ondersteunen van LNV-beleid met kennis186 202165 713157 626155 766156 439156 439156 435
– DLOonderzoeksprogramma’s106 41283 88271 79969 32469 82469 82469 824
– Open programmering onderzoek2 2755 4128 6018 8519 2019 2019 201
– Stimuleringsprogramma’s5 96611 3638 5008 5408 1408 1408 140
– DLO wettelijke onderzoekstaken63 32154 42753 94253 86353 86353 86353 863
– Regionale innovatieprojecten2 7694 6054 0774 0774 0784 0784 074
– Voorlichtingsprojecten5 4596 0249 4079 81110 03310 03310 033
– Kenniskringen/lerende netwerken  1 3001 3001 3001 3001 300
        
Apparaatsuitgaven4 94813 63213 30913 32113 32213 32213 317
26.21 apparaat4 18412 84512 69912 70112 70212 70212 697
26.22 baten- lastendiensten764787610620620620620
Ontvangsten13 04834 68827 66220 54521 03019 14814 433

Grafiek budgetflexibiliteit



kst99343_2_12.gif

Toelichting op de apparaatsuitgaven

Bedragen x € 1 000
 Raming 2007
Ambtelijk Personeel Directie Kennis10 519
Ambtelijk Personeel InnovatieNetwerk860
Materieel1 220
Overig apparaat100
Bijdrage aan DR610
Totaal apparaatsuitgaven13 309

Toelichting op de ontvangsten

Bedragen x € 1 000
 Raming 2007
Rente en aflossing over de verstrekte lening aan de Stichting DLO inzake aankoop van grond en gebouwen8 802
FES-ontvangsten18 690
Overige ontvangsten170
Totaal ontvangsten27 662

Voor een aantal projecten zijn ten laste van het Fonds Economische Structuurversterking (FES) middelen aan de LNV-begroting toegevoegd.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. start B. afgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingEffectiviteit van het kennis- en innovatie beleid26.11/26.14A. 2005 B. 2006 
Effectenonderzoek ex post    
     
Overig evaluatieonderzoek– Kennisbasis DLO26.11A. 2007 
 – InnovatieNetwerk26.12A. 2010 
 – Praktijkleren in het groene onderwijs26.12/26.13A. 2009 
 – Regeling innovatie groen onderwijs26.13/26.14A. 2009 
 – Beleidsondersteunend onderzoek26.14A. 2007 
 – Open programmering onderzoek26.14A. 2008 
 – Wettelijke onderzoekstaken26.14A. 2009 
 – Voorlichting26.14A. 2009 

26.11 Waarborgen van het kennisstelsel

Motivatie

Een kwalitatief hoogwaardig en doelmatig functionerend en innovatief stelsel van groen onderzoek en onderwijs garanderen.


LNV hecht aan een solide kennisbasis op het terrein van voedsel en groen. LNV financiert in dit kader structureel een belangrijk deel van het fundamenteel onderzoek voor voedsel en groen via de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) als onderdeel van Wageningen UR. LNV oefent op de invulling van de kennisbasis invloed uit door op hoofdlijnen gewenste accenten aan te geven (strategische agenda). Een prioriteit is het Phytophtora-onderzoek waarvoor in 2006 € 9,9 mln. (FES-middelen voor meerdere jaren) beschikbaar is gesteld.


Het onderwijs (VMBO, MBO, HAO en Wageningen Universiteit), onder beleidsmatige verantwoordelijkheid van LNV, is een uiting van de sterke historische banden in de LNV-sectoren tussen onderwijs, onderzoek, voorlichting en bedrijfsleven. In het kader van de harmonisatie groen onderwijs volgt LNV het algemeen onderwijsbeleid. Als vakministerie stuurt LNV met name op de inzet en functies van het groen onderwijs voor de sector. Gelijke ontwikkelingsmogelijkheden voor groen en overig onderwijs zijn daarbij cruciaal. In 2007 wordt verder uitvoering gegeven aan de in januari 2006 vastgestelde brief Uitvoering plan van aanpak harmonisatie groen onderwijs.

Instrumenten

Onderzoek

• Regeling subsidie Stichting DLO voor subsidie van het Kennisbasisonderzoek.

Onderwijs

• Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) op basis waarvan het hoger en wetenschappelijk onderwijs en onderzoek worden bekostigd, alsmede het hierop gebaseerde bekostigingsbesluit.

• Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) op basis waarvan AOC’s (VBO en MBO) worden bekostigd.

• Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) op basis waarvan categoriale scholen VBO, mavo’s, scholengemeenschappen, en afdelingen praktijkonderwijs worden bekostigd.

• Wet op het Onderwijs Toezicht op basis waarvan het toezicht wordt uitgevoerd.

• Afspraken met betrekking tot (gelijke) bekostiging van onderwijs LNV t.o.v. OCW. Het betreft overeenkomstige behandeling bij mutaties in onderwijsvraag en als gevolg van beleidsintensiveringen of ombuigingen.

• Subsidies (Afrika Studie Centrum en Akademie Hoogleraren KNAW).

• Maatregelen ter verbetering van verantwoording, toezicht en controle.

• Kaders van KNAW en NVAO voor visitatie en beoordeling.

Verwijzing

• Beleidsbrief groen onderwijs 2010 ( TK 2001–2002, 27 417, nr. 5).

• Plan van aanpak harmonisatie groen onderwijs ( TK 2003–2004, 27 417, nr. 7).

• Uitvoering plan van aanpak harmonisatie groen onderwijs ( TK 2005–2006, 27 417, nr. 10).

Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

IndicatorReferentiewaardePeildatumRaming 2007StreefwaardePlanningBron
Positieve beoordeling van de kwaliteit      
• DLO100%2005100%100% visitatierapporten
• WO/HBO100%2005100%100% NVAO
• MBO/VMBO183%200583%100% onderwijsinspectie
Financiële indicatoren onderwijsinstellingen op orde      
• WU100%2004100%100% Jaarverslag WU
• HBO17%2004100%100% jaarverslagen
• MBO/VMBO85%2004100%100% jaarverslagen
Diplomering      
• WU (percentage van de uitstroom)81%2004/2005≤81%stabiel WU
• HBO (percentage van de uitstroom)65%2004/2005≤65%stabiel HAO-instellingen
• MBO (percentage van de uitstroom)65%2004/2005≤65%stabiel AOC’s
• VMBO (percentage van de uitstroom in klas 4)95%2004/2005≤95%stabiel AOC’s
Acceptabele tijdsduur waarin de kwalificatie wordt behaald2      
• WO/HBO/VMBO100%2004/2005100%100% OCW/HAO’s/AOC’s
• MBO61%2004/2005100%100% AOC’s

1 De wet op het onderwijstoezicht bepaalt dat de onderwijsinspectie de kwaliteitszorg bij de instellingen periodiek beoordeelt. Weergegeven is het percentage van de instellingen dat aan de norm voldoet.

2 De gemiddelde verblijfsduur van ingeschreven deelnemers waarin het einddiploma wordt behaald moet volgens de norm minder dan 15% boven het landelijk gemiddelde liggen. Het percentage geeft het aantal instellingen aan waar dit het geval is.

26.12 Benutten van de samenhang tussen instellingen

Motivatie

Kennis en faciliteiten delen tussen groene kennisinstellingen, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, LNV en overige departementen.


LNV wil samen met de instellingen investeren in een functionele, efficiënte en samenhangende ondersteuningsstructuur. Deze structuur is gericht op het delen van faciliteiten en kennis tussen (groene) kennisinstellingen, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en LNV zowel bij structurele activiteiten (zie 26.11) als bij vernieuwingen (zie 26.13 en 26.14).


LNV zorgt dat de ondersteuningsstructuur, die deels specifiek groen is en deels onderdeel uitmaakt van de algemene infrastructuur (onderwijsbeleid OCW/innovatiebeleid EZ), in stand kan worden gehouden en zich kan ontwikkelen. De ontwikkelingen moeten aansluiten bij de veranderingen in de LNV-sectoren en bij algemene en «groene» onderwijsveranderingen. De doelstellingen en activiteiten voor vernieuwing van de initiële groene opleidingen (zie 26.13) en kenniscirculatie voor het LNV-beleid (zie 26.14) zijn daarbij richtinggevend. De uitwerking is vastgelegd in de meerjarenafspraak Groene Kennis Coöperatie.

Instrumenten

• Subsidie aan het InnovatieNetwerk voor het bij elkaar brengen van kennis uit praktijk- en onderzoekswereld ten behoeve van het ontwikkelen van innovaties.

• Afspraken over flankerende maatregelen met IPC’s. Voornemen is dat bij wetsvoorstel per 1 januari 2007 de bekostigingsrelatie met IPC’s wordt verbroken. De middelen voor het simuleren van praktijksituaties met specifieke en dure apparatuur en faciliteiten zullen dan vraaggestuurd worden ingezet.

• Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) op basis waarvan Aequor wordt bekostigd en het convenant betreffende toezicht op Aequor. Aequor zorgt in overleg met het bedrijfsleven voor selectie/begeleiding van leerbedrijven en een landelijke kwalificatiestructuur voor MBO (ontwikkeling naar een competentiegerichte kwalificering).

• Groene Kennis Coöperatie voor het benutten van gemeenschappelijke (ICT) voorzieningen (Groen Kennisnet).

• Subsidies aan overige ondersteunende instellingen. Ontwikkelen van leermiddelen (Ontwikkelcentrum). Het verzorgen van onderwijskundige begeleiding (LPC’s).

Kwaliteitsverbetering examens MBO (KCE). Vernieuwing van de examens VMBO in aansluiting op competentiegericht MBO en toetsing (CITO). Dienstverlening vernieuwing groen onderwijs (WU Vakgroep ECS).

Verwijzing

• Beleidsbrief groen onderwijs 2010 ( TK 2001–2002, 27 417, nr. 5).

• Plan van aanpak Harmonisatie groen onderwijs ( TK 2003–2004, 27 417, nr. 7).

• Uitvoering plan van aanpak harmonisatie groen onderwijs ( TK 2005–2006, 27 417, nr. 10).

• Meerjarenafspraak Groene Kennis Coöperatie («Kennis voor kwaliteit van leven» Meerjarenafspraak 2006–2010. Groene kennisinstellingen, Groene Kennis Coöperatie en LNV. 20 juni 2006).

• Convenant toezicht op Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (Staatscourant 25-4, nr. 80).

Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

IndicatorReferentiewaardePeil datumRaming 2007StreefwaardePlanningBron
Aantal leerlingcursistweken Innovatiepraktijkcentra (IPC’s)117 8862004/200517 886stabiel IPC’s
Aantal leerbedrijven223 800200621 500stabiel Aequor
Aantal gedefinieerde profielen competentiegerichte kwalificatiestructuur op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving17200430stabiel Aequor
Aantal beleidsthema’s vastgelegd in virtueel kennisplatform.3200520stabiel LNV
Aantal aansluitingen Groen Kennisnet45 145200565 000stabiel LNV
Aantal ondersteunende projecten groen onderwijs27200527stabiel LNV

1 Ingaande 2007 is bij wetsvoorstel de bekostigingsrelatie met de IPC’s verbroken.

Er wordt met het oog op efficiency gestreefd naar een afname van het aantal leerbedrijven.

26.13 Vernieuwen van kennisstelsel

Motivatie

Stimuleren van vernieuwing van onderzoek en onderwijs in de groene onderzoek- en onderwijsinstellingen, in lijn met algemeen beleid van de overheid, maar rekening houdend met de specifieke situatie van het groene onderwijs en onderzoek.


Voor het onderzoek worden – in lijn met het kabinetsbeleid – drie strategische speerpuntprogramma’s bij onderzoekinstellingen en samenwerkingsverbanden gefinancierd. LNV zet hierbij steeds in op een zo effectief mogelijke benutting van de beschikbare middelen voor de LNV-terreinen. Het project Transitie Duurzame Landbouw beoogt het inbedden van alle relevante partijen in een kennisketen om zodoende een duurzame, pluriforme en meerwaardige landbouw te bereiken. Voor de projecten TTI Groene Genetica en Potato Genome Sequencing werd in 2006 respectievelijk € 20 mln. en € 3 mln. (FES-middelen) beschikbaar gesteld.


Voor de onderwijsvernieuwing zijn Vitaal & Samen en het OCW-beleid richtinggevend c.q. kaderstellend. Het curriculum van de groene opleidingen zal steeds meer de vorm krijgen van een competentiegerichte leeromgeving met doorlopende leerlijnen. Deze richt zich op de individuele wensen en mogelijkheden van de leerling/student en op leren in een praktische context in aansluiting op de eisen vanuit de beroepspraktijk (bedrijfsleven). Onderwijsinstellingen kunnen zich op deze wijze ontwikkelen tot kenniscentra met een schakelfunctie tussen enerzijds (praktijk)onderzoek en LNV en anderzijds bedrijfsleven en maatschappij als geheel.

Instrumenten

Onderzoek

• Subsidie voor het stimuleren van samenwerkingsverbanden en strategische speerpuntprogramma’s bij onderzoeksinstellingen gericht op verbeteren kennisinfrasructuur (Transitie duurzame landbouw, TTI Groene Genetica en Potato Genome Sequencing).

Onderwijs

• Subsidie aan AOC’s voor het stimuleren van praktijkleren (vraagsturing).

• Subsidie aan groene onderwijsinstellingen voor OCW-conforme vernieuwingsprojecten en/of vakdepartementale vernieuwing waaronder competentiegericht toetsen en examineren, leren op maat, leren in/uit de praktijk, nieuwe leertrajecten en instellen lectoren en kenniskringen binnen het hoger onderwijs. Door clustering in drie categorieën van de maatregelen naar aard (basisstrategie m.n. bekostiging, breedtestrategie indien OCW-conform bijv. innovatiebox en dieptestrategie voor specifieke projecten) wordt gestreefd naar efficiënte subsidieverstrekking.

De wijze van subsidieverstrekking zal in 2007 worden heroverwogen in relatie tot de meerjarenafspraak met de Groene Kennis Coöperatie. De huidige regeling Innovatie groen onderwijs wordt aangepast.

Verwijzing

• Beleidsbrief Groen Onderwijs 2010 ( TK 2001–2002, 27 417, nr. 5).

Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

IndicatorReferentiewaardePeil datumRaming 2007StreefwaardePlanningBron
• Aantal onderwijskundige innovatieprojecten groen onderwijs55200580stabiel LNV
• Aantal OCW-conforme projecten gericht op realiseren competentie-gerichte kwalificatiestructuur, doorlopende leerlijnen en verbetering kenniscirculatie140200535lager LNV
• Doorstroom leerlingen2       
– van VMBO- naar MBO-groen33%32005≤33%hoger LNV
– van MBO-groen naar HBO-groen13%42005≤13%hoger  
Aantal kenniskringen/lectoren HBO-groen11200511stabiel HBO-raad

1 Het betreft de projecten in het kader van de (OCW-conforme) breedtestrategie. Door clustering binnen de zogenaamde innovatiebox neemt het aantal afzonderlijke projecten af

2 Het groene onderwijs is betrokken bij het onderzoek van de onderwijsinspectie naar de doorstroming in de beroepskolom

3 Daarnaast stroomt ca. 46% door naar het niet groen MBO

4 Betreft de doorstroom gediplomeerden MBO-groen niveau 3 en 4. Daarnaast stroomt ca. 5% door naar het niet groen HBO

26.14 Ondersteunen LNV-beleid met kennis

Motivatie

Kennisvragen uit het beleidsproces in relatie tot vraagstellingen van overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven beantwoorden, wettelijke onderzoekstaken uitvoeren en kennisdoorstroming realiseren over beleidsmatige ontwikkelingen met betrekking tot de thema’s van LNV-beleid.


LNV verstrekt onderzoeksopdrachten aan publieke en private instellingen. Opdrachten komen tot stand door het formuleren van kennisvragen uit het beleidsproces. Dit gebeurt bijna altijd in interactie met de vragende partijen en op basis van beleidsambities, verkenningen en maatschappelijke signalen. De onderzoekopdrachten worden langs twee lijnen uitgezet. Er wordt gewerkt met programmering van DLO-activiteiten op basis van de regeling subsidie Stichting DLO. Om de scope van het beleidsondersteunende onderzoek te verbreden en onderzoek daar uit te zetten waar de meeste kennis aanwezig is worden ook opdrachten aanbesteed in een open kennismarkt. Een voorbeeld daarvan is het SBIR-programma. SBIR staat voor Small Business Innovation Research. De kern van het programma bestaat er uit dat de overheid een deel van haar O&O budget rechtstreeks bij het midden- en kleinbedrijf (MKB) aanbesteedt in verschillende, opeenvolgende fasen. Het doel daarbij is het ontwikkelen van innovaties door het MKB op het gebied van maatschappelijk relevante thema’s. In dat kader heeft LNV (in samenwerking met EZ) twee pilots gestart: «biobased economy» en«stimulering bio-innovatie».


Wettelijke onderzoekstaken zijn gebaseerd op wettelijke verplichtingen en internationale verdragen. Het betreft onderzoek naar diergezondheid, voedselveiligheid, visserij, natuur en milieu, genetische bronnen en economische informatievoorziening. LNV stelt deze taken veilig door structurele financiering van faciliteiten en de uitvoering van dit onderzoek. Deze taken worden met de financiering vastgelegd in uitvoeringsovereenkomsten.


LNV ziet een belangrijke rol voor het onderwijs weggelegd in de beantwoording van beleidsgerelateerde kennisvragen, met name in regionale netwerken met het midden- en kleinbedrijf. LNV wil het onderwijs meer benutten als schakel tussen enerzijds (praktijk)onderzoek en LNV en anderzijds de regionale ontwikkelingen (bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, e.d.). LNV stimuleert genoemde regionale ontwikkelingen via de eerder bij 26.13 aangeduide herziene innovatie-systematiek in relatie tot de Groene Kennis Coöperatie.


Betrokkenen moeten de juiste maatregelen kunnen treffen om aan doelstellingen van LNV-beleid te voldoen. Voor het communiceren met diverse doelgroepen worden voorlichtingsopdrachten verstrekt die aansluiten bij de LNV-hoofdthema’s duurzaam ondernemen, veilig voedsel, levende natuur, vitaal platteland.


Via kenniskringen van belanghebbenden (lerende netwerken) wordt uitwisseling van kennis gestimuleerd.

Instrumenten

• Subsidie (Regeling subsidie Stichting DLO) voor onderzoeksprogrammering en wettelijke onderzoekstaken.

• Subsidie aan instellingen voor onderzoeksprojecten.

• Subsidie aan groene onderwijsinstellingen voor het in samenwerking met bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen, bevorderen van kennisdoorstroming, kennisbenutting en professionaliseren van het groen onderwijs als kenniscentrum.

• Subsidies voor voorlichtingsprojecten.

• Subsidies aan kenniskringen/lerende netwerken: weidevogels en Overlevingsplan Bos en Natuur (OBN).

Verwijzing

• Meerjarenafspraak Groene Kennis Coöperatie («Kennis voor kwaliteit van leven» Meerjarenafspraak 2006–2010. Groene kennisinstellingen, Groene Kennis Coöperatie en LNV. 20 juni 2006).

Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

IndicatorReferentiewaardePeildatumRaming 2007StreefwaardePlanningBron
• Percentage positief beoordeelde onderzoeksprogramma’s DLO100%2004100%100% LNV
• Aantal onderzoeken open programmering30200530stabiel LNV
• Aantal stimuleringsprogramma’s70200570stabiel LNV
• Percentage jaarprogramma’s WOT met positieve beoordeling100%2005100%100% DLO
• Aantal regionale groene innovatieprojecten77200580stabiel LNV
• Aantal voorlichtingsprojecten44200545stabiel LNV
• Aantal lerende netwerken onderzoek220062stabiel LNV