Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

4. DIENSTEN DIE EEN BATEN-LASTENSTELSEL VOEREN

Algemene Inspectie Dienst (AID)

Profiel

De Algemene Inspectiedienst (AID) is een handhavingorganisatie van het ministerie van LNV die, door middel van de instrumenten controle, verificatie en opsporing, de naleving van de LNV-regelgeving op programmatische wijze bevordert. Waar effectief uit oogpunt van naleving wordt de inzet van hiervoor bedoelde instrumenten begeleid door handhavingcommunicatie. Op basis van waarnemingen en ervaringen in de handhavingpraktijk adviseert de AID de minister en beleidsdirecties van LNV over voorgenomen of reeds vigerend beleid en regelgeving. Ten behoeve van de uitvoering van deze taak beschikken de ambtenaren AID over toezichthoudende en opsporingsbevoegdheden. Deze bevoegdheden worden in onderlinge samenhang ingezet. Opsporing vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Begroting van baten en lasten voor het jaar 2007

Bedragen x € 1 000
 2005 realisatie200620072008200920102011
Baten       
opbrengst moederdepartement60 19963 63759 24856 71556 51756 51756 496
opbrengst overige departementen       
opbrengst derden832300300300300300300
rentebaten91404040404040
buitengewone baten0000000
exploitatiebijdrage0000000
Totale baten61 12263 97759 58857 05556 85756 85756 836
        
Lasten       
apparaatskosten       
* personele kosten39 90542 65838 37236 54937 02637 02037 099
* materiele kosten16 16617 52816 82115 04513 71613 04512 769
rentelasten225412547628673689679
afschrijvingskosten       
* materieel2 2392 4382 9433 6814 0764 4474 542
* immaterieel7159419051 1521 3661 6561 747
dotaties voorzieningen0000000
buitengewone lasten0000000
Totale lasten59 25063 97759 58857 05556 85756 85756 836
        
Saldo van baten en lasten1 872000000

Baten

Opbrengst moederdepartement

Van het moederdepartement wordt jaarlijks een opdracht ontvangen, zoals afgesproken in het aansturingprotocol AID. De opbrengst van de AID wordt gevormd door te leveren diensten in aantallen productieve uren te vermenigvuldigen met de vastgestelde prijs. Voor de omzet van de AID is uitgegaan van de bedragen zoals opgenomen in de meerjarenbegroting LNV.


In onderstaande tabel is aangegeven hoe de totale omzet van de AID over vijf producten is verdeeld. Inmiddels is een traject gestart, waarin programmatisch handhaven centraal staat. De uitkomst hiervan zal invloed hebben op de toekomstige productencatalogus.

Producten en omzetaandeel (%)
 200520062007
Product   
Controle70,567,572
Verificatie131612,5
Opsporing131413
Beleidsadvisering322
Handhavingscommunicatie0,50,50,5
Totaal100100100

Opbrengst derden

De reguliere opbrengsten derden hebben betrekking op:

de ontvangen vergoeding voor het gebruik van dienstauto’s door medewerkers, subsidies voor investeringen in handhavinginstrumentarium door de Europese Cie en incidentele dienstverlening aan andere handhavingorganisaties.

Rentebaten

De rentebaten worden verkregen uit het positieve saldo op de rekening courant en het plaatsen van termijndeposito’s. Er is gerekend met de rentetarieven voor deposito’s welke, afhankelijk van de looptijd, variëren van 1,86 tot 1,89%.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten hebben betrekking op de salariskosten van zowel vast als tijdelijk personeel.

Voor 2007 is uitgegaan van een gemiddelde personele formatie van 725 fte. De gemiddelde personele kosten per fte bedragen in 2007 circa 53 duizend euro.

De gemiddelde personele bezetting zal zich ontwikkelen naar gelang de omvang van de opdracht die de komende jaren door de opdrachtgevers bij de AID wordt neergelegd. De meerjarenbegroting laat thans een dalende trend zien. Gezien de daling van het werkpakket is er in de begroting van uitgegaan dat vanaf het jaar 2007 geen externe krachten meer zullen worden ingehuurd. Bovendien is er rekening gehouden met een daling van het personeelsbestand door natuurlijk verloop.

Materiële kosten

De voor 2007 begrote materiële kosten bestaan uit beleidsondersteunende specifieke kosten (1,4 mln. euro), de directe kosten voor de operationele uitvoering (6,9 mln. euro) en indirecte kosten (8,5 mln. euro).

Specifieke kosten hebben betrekking op (veelal) constante kosten die een specifieke en eenduidige relatie hebben met één product. Een voorbeeld hiervan zijn de kosten die het gevolg zijn van externe ondersteuning bij visserijcontroles. Directe materiële kosten hebben een direct, ondersteunend verband met de uitvoering van een bepaalde controle- of opsporingsactiviteit. Hieronder vallen bijvoorbeeld de kosten van dienstauto’s, telefonie en dergelijke.

Rentelasten

De rentelasten zijn het gevolg van de leningen die de AID afsluit voor investeringen via de leen- en depositofaciliteit van het Ministerie van Financiën.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten volgen uit de geraamde boekwaarde van de activa per 1 januari van elk jaar. Bij de waarde van de activa wordt rekening gehouden met het meerjarig investeringsprogramma van de AID. Dit programma is gericht op continuïteit. Daarbij wordt ook rekening gehouden met noodzakelijke investeringen om nieuwe wetgevingscomplexen te kunnen handhaven.

De ambitie is om de jaarlijkse investeringen op termijn in de pas te laten lopen met de jaarlijkse afschrijvingen. De economische levensduur van de verschillende activaklassen zijn in overeenstemming met de richtlijnen van het Ministerie van Financiën.

Saldo van baten en lasten

Het begrote saldo van baten en lasten is nul.

Kasstroomoverzicht 2007

Bedragen x € 1 000
  2005 realisatie2006 prognose20072008200920102011
1.Rekeningcourant RHB 1 januari (incl. deposito)04 6923 5703 1662 9162 3071 140
2.Totaal operationele kasstroom8 2001 5522 7224 1074 4164 7454 870
3a. -/-totaal investeringen– 12 075– 6 818– 6 083– 5 985– 6 125– 6 125– 6 125
3b. +totaal boekwaarde desinvesteringen147250250250250250250
3.Totaal investeringskasstroom– 11 928– 6 568– 5 833– 5 735– 5 875– 5 875– 5 875
4a. -/-eenmalige uitkering aan moederdepartement0000000
4b. +eenmalige storting door moederdepartement0000000
4c. -/-aflossingen op leningen– 2 822– 2 924– 3 376– 4 607– 5 275– 6 162– 6 615
4d. +beroep op leenfaciliteit11 2426 8186 0835 9856 1256 1256 125
4.Totaal financieringskasstroom8 4203 8942 7071 378850– 37– 490
5.Rekeningcourant RHB 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4)4 6923 5703 1662 9162 3071 140– 355

Toelichting

Dit kasstroomoverzicht toont dat de AID meerjarig een positief saldo op de rekening courant bij het Ministerie van Financiën voorziet. De investeringen zijn gebaseerd op de meerjarige investeringsbegroting van de AID. De investeringen in immateriële vaste activa hebben hoofdzakelijk betrekking op de aanschaf van nieuwe beleidsondersteunende informatiesystemen en de update van bestaande systemen. De investeringen in materiële vaste activa hebben betrekking op de reguliere vervangingsinvesteringen voor ICT, vervoermiddelen en inventaris. De stijging van de investeringen leidt ook tot stijgingen van de jaarlijkse aflossingen bij het Ministerie van Financiën.

Prestaties

De prestaties die de AID levert worden gevormd door het aantal directe uren per product/dienst waarvoor de AID een opdracht heeft gekregen en de daarmee bereikte resultaten. Deze resultaten worden onder meer gemeten door middel van een aantal doelmatigheidscriteria.

Doelmatigheidsgegevens

Meetplan doelmatigheid

De AID onderscheidt een mix van indicatoren en prikkels ten behoeve van het meten van de doelmatigheid. Deze kengetallen zijn opgenomen in een meetplan. De meeste normen hebben een relatief vast karakter. Met name de efficiencynormen zullen de komende jaren verder worden aangescherpt met gemiddeld 0,5 à 1% per jaar. De normering voor het ziekteverzuim is op de Verbaannorm afgestemd en zal derhalve meebewegen met onder andere de demografische samenstelling van het personeelsbestand.

Normering meetplan doelmatigheid AID
 200520062007
Gegronde klachten versus contacten met gecontroleerden (%)0,01960,01960,0196
Goedkeurende accountantsverklaringJaJaJa
Gemiddelde kostprijs (€/ uur)76,4773,9279,00
Gerealiseerde verkoopbare uren als percentage totale aanbod productieve formatie (%)100100100
Ziekteverzuim (%)5,24,34,3
Treffers bij selecte controles (%)151515
Tijdigheid uitgevoerde verificaties (%)607080
Kosten per controle (€/stuk)910900895
Kosten per verificatie (€/stuk)602600595
Kosten per onderzoek (€/stuk)324. 500320 000315 000

De mate van selectiviteit van controles bepaalt onder meer de effectiviteit van de AID: het gericht controleren daar waar de kans op overtreding (treffers) zo groot mogelijk is geeft een maximaal effect van het instrument handhaving. De kwaliteit van risicoanalyse beïnvloedt het percentage treffers. Het percentage treffers bij de selecte controles is een indicator voor de kwaliteit van het product controle.


Op basis van risicoanalyse is door de betaalorganen en/of de Europese Commissie bepaald dat verificaties binnen een bepaalde periode uitgevoerd moeten worden. Het percentage tijdig uitgevoerde verificaties is een indicator voor de kwaliteit van het product verificatie.


Met de opdrachtgevers is dan ook afgesproken dat met de indicatoren treffers bij de selecte controles en tijdig uitgevoerde verificaties de kwaliteit wordt gemeten en deze direct invloed heeft op de bekostiging van de output van de AID. Deze indicatoren omvatten ongeveer 80% van de output van de AID. De AID heeft over 2005 een genormeerde doelmatigheid met gemiddeld 18% overtroffen. De ervaringen met het doelmatigheidsmeetplan zijn positief. De AID zal in de aanloop naar 2007 bezien op welke wijze het meetplan op basis van voortschrijdend inzicht verder kan worden verbeterd.

De implementatie van het concept «programmatisch handhaven» zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot een aanpassing van de kwaliteitsindicatoren die van toepassing zijn op de primaire processen. Deze zullen in toenemende mate worden gericht op effectmeting (outcome) in plaats van output.

Met betrekking tot de kwaliteit van de AID worden – naast monitoring met behulp van de genoemde indicatoren – ook kwaliteitsaudits uitgevoerd door onder meer de interne auditafdeling, die nagaat of er conform de wet- en regelgeving en AO’s door de AID wordt gewerkt. Daarnaast voert de Europese Commissie ten aanzien van betaalorgaanactiviteiten inspecties uit op de werkwijze en uitvoering van de AID.

Dienst Landelijk Gebied (DLG)

Profiel

De Dienst Landelijk Gebied is een uitvoerende dienst van LNV die in opdracht van het Rijk, provincies en andere overheden beleid voor het inrichten van groene gebieden voor Natuur, Recreatie, Milieu en Landbouw, vertaalt naar uitvoering in concrete projecten. DLG verwerft hiervoor via het Bureau Beheer Landbouwgronden gronden, richt die gronden opnieuw in en draagt gebieden vervolgens over aan gebiedsbeherende instanties en agrariërs. Daarnaast worden geldstromen bij elkaar gebracht. DLG zoekt naar samenwerking en oplossingen die passen bij de (bestuurlijke) wensen en de eigenschappen van het gebied. Als EU-betaalorgaan is DLG verantwoordelijk voor het uitbetalen van een breed scala aan POP-regelingen.


De producten van DLG ten behoeve van LNV en provincies zijn gericht op uitvoeren van beleid dat is vastgelegd in de LNV-begroting in de artikelen 21, 22, 23, 24 en 27.

DLG werkt binnen één opdracht doorgaans voor meerdere overheden, gericht op het realiseren van publieke doelen. De kracht van DLG ligt in de combinatie van het kennen van het gebied, het kennen van de mensen in het gebied en het kennen van het beleid van verschillende overheden.


De invoering van het ILG betekent onder meer dat de provincies rechtstreeks opdrachtgever worden van DLG bij het inzetten van Rijksmiddelen. In het kader van het ILG worden hierover afspraken gemaakt met de provincies. De aansturing, werkprocessen en wijze van verantwoording van DLG veranderen hierdoor substantieel.


Het werkgebied van DLG is zeer divers. DLG werkt aan ruim 150 gebiedsgerichte projecten in het landelijk gebied. Waar voorheen projecten een lange looptijd hadden, zijn de landinrichtingsprojecten tegenwoordig opgeknipt in termijnen met kortere doorlooptijden. Daarbij worden steeds vaker nieuwe media als internet en GIS-visualisaties ingezet.

DLG stimuleert en begeleidt grondeigenaren zoveel mogelijk om gronden vrijwillig te ruilen. Eén derde van de groenprojecten van DLG ligt binnen een straal van 10 km van de grote steden. DLG helpt steden (zoals Rotterdam en Breda) met ontwikkelingsgericht werken, PPS-constructies en anticiperend aankopen, de groenprojecten in de stadsranden te realiseren. DLG/BBL koopt daarnaast grond aan voor de realisatie van de EHS.


De producten/diensten van DLG zijn weergegeven in onderstaande tabel.

BedrijfsprocesProduct/Dienst
1. Omzetten grond1.1 Verwerving grond
 1.2 Vervreemding grond
 1.3 Exploitatie grond
2. Inrichten landelijk gebied2.1 Planvorming
 2.2 Planuitvoering
3. Uitvoeren subsidieregelingen3.1 Adviezen aanvragen
 3.2 Uitvoering subsidieregelingen
4. Adviseren4.1 Advisering algemeen en beleid
 4.2 Informatieverstrekking

De grondverwervingtransacties die plaatsvinden in het bedrijfsproces Omzetten grond (1.) worden verricht door het ZBO Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL). De medewerkers van DLG voeren de werkzaamheden uit voor BBL.

Begroting van baten en lasten voor het jaar 2007

Bedragen x € 1 000
 2005200620072008200920102011
Baten       
Opbrengst moederdepartement79 02673 01192 46896 44593 34891 08887 041
Opbrengst overige departementen8711 9322 2342 2662 3372 5202 629
Opbrengst derden13 2399 0399 3499 4819 78110 54411 002
Rentebaten240292514514514514514
Buitengewone baten000000
Exploitatiebijdrage000000
Verborgen opbrengsten6 7186 8006 8006 8006 8006 8006 800
Totale baten100 09491 074111 365115 506112 780111 466107 986
        
Lasten       
Apparaatskosten       
* personeel69 06558 41275 74677 05074 92273 83771 083
* materieel17 22619 58519 74420 96220 67420 98220 915
Rentelasten239621823954758616539
Afschrijvingskosten       
* materieel2 5162 5084 0893 7255 1444 6684 370
* immaterieel8172 6984 0635 9154 3824 4634 179
Dotaties aan voorzieningen2 636450100100100100100
Buitengewone lasten39000000
Verborgen lasten6 7186 8006 8006 8006 8006 8006 800
Totale lasten99 25691 074111 365115 506112 780111 466107 986
        
Saldo van baten en lasten838000000

Baten

Het moederdepartement geeft jaarlijks een opdracht aan DLG, zoals afgesproken in het aansturingprotocol DLG. In die opdracht wordt vastgesteld welke werkzaamheden DLG verricht en welke bijdrage van het moederdepartement hiervoor wordt ontvangen.


De opbrengsten overige departementen hebben voornamelijk betrekking op het ministerie van Verkeer en Waterstaat en samenwerkingsverbanden tussen diverse departementen.


De opbrengsten derden hebben voornamelijk betrekking op provincies en samenwerkingsverbanden waarin ook gemeenten en waterschappen participeren.


Rentebaten: gerekend is met 1,49% rente.


De verborgen opbrengsten betreffen huisvestingskosten, voor zover deze kosten en opbrengsten niet via de rekening van DLG lopen.

Lasten

De personele kosten hebben betrekking op de salariskosten van zowel vast als tijdelijk personeel. De gemiddelde sterkte ambtelijk personeel is geraamd op 1232 fte tegen een gemiddelde prijs van € 52 191.

Daarnaast zijn er kosten geraamd voor de inhuur van derden om werk te kunnen uitvoeren. Het betreft o.a. kosten verband houdend met de DICTU.


De materiële kosten bestaan uit personeelsgerelateerde kosten (reis- en verblijfskosten, opleidingskosten) 27%, bureaukosten 16%, huisvestingskosten 32%, automatiseringsuitgaven 5% en overige kosten (waaronder diensten derden) 9%. Onder de materiële kosten vallen ook de (additionele) uitvoeringskosten voor opdrachten van het moederdepartement en voor opdrachten voor tweeden en derden, 11%.


De rentelasten vloeien voort uit de financiering van de investeringen van DLG via de leen- en depositofaciliteit van het Ministerie van Financiën. De gehanteerde rentepercentages zijn:

3 jaar: 2,52%

4 jaar: 2,64%

7 jaar: 3,00%


De afschrijvingskosten hebben betrekking op materiële en immateriële vaste activa. De afschrijvingskosten volgen uit de boekwaarde van de activa en uit het investeringsprogramma van DLG. De afschrijvingen vinden lineair plaats met een afschrijvingstermijn van 3 tot 7 jaar.

Onder de materiële activa vallen onder andere kantoorverbouwingen en kantoorinventaris, beide met een afschrijvingstermijn van 7 jaar, en computerhardware met een afschrijvingstermijn van 4 jaar. De immateriële vaste activa betreffen voor het grootste deel software uit eigen ontwikkeling met een afschrijvingstermijn van 4 jaar en daarnaast uit softwarelicenties die in 3 jaar worden afgeschreven. Deze software is door extern personeel ontwikkeld.


Dotaties aan voorzieningen: als dotaties aan voorzieningen zijn opgenomen: dubieuze debiteuren.


De verborgen lasten betreffen huisvestingskosten, voor zover deze kosten en opbrengsten niet via de rekening van DLG lopen.


Het saldo van baten en lasten is nul.

Kasstroomoverzicht 2007

Bedragen x € 1 000
  2005 realisatie2006 prognose20072008200920102011
1.Rekeningcourant RIC 1 januari7 98511 79111 79111 79111 79111 79111 791
2.Totaal operationele kasstroom3 6395 2068 1539 6409 5279 1318 549
3a. -/-totaal investeringen– 3 996– 16 475– 16 095– 5 800– 3 300– 9 163– 9 163
3b. +totaal boekwaarde desinvesteringen1 185000000
3.Totaal investeringskasstroom– 2 811– 16 475– 16 095– 5 800– 3 300– 9 163– 9 163
4a. -/-uitkering aan moederdepartement– 546000000
4b. +storting door moederdepartement0000000
4c. -/-aflossingen op leningen– 2 538– 5 206– 8 153– 9 640– 9 527– 9 131– 8 549
4d. +beroep op leenfaciliteit6 06216 47516 0955 8003 3009 1639 163
4.Totaal financieringskasstroom2 97811 2697 942– 3 840– 6 22732614
5.Rekeningcourant RIC 31 december (incl. deposito)11 79111 79111 79111 79111 79111 79111 791

Toelichting

De stijging van de operationele kasstroom (vanaf 2006) wordt met name veroorzaakt door stijging van de afschrijvingskosten als gevolg van investeringen.


De investeringen betreffen vervangingsinvesteringen van bestaande materiële en immateriële vaste activa. Het bedrag voor 2007 is als volgt opgebouwd:

– Verbouwingen € 4,58 mln

– Hard- en software, inventaris, overige materiële vaste activa € 3,52 mln

– Immateriële vaste activa (software uit eigen ontwikkeling) € 8,00 mln

Prestaties

De prestaties die DLG levert worden gevormd door het aantal directe uren per product/dienst waartoe DLG een opdracht heeft verkregen en de daarmee bereikte resultaten.

Uren en % van totaal uren
ProductenRealisatie 2005Raming 2006Raming 2007
Verwerving grond116 25912%117 07812%118 23011%
Vervreemding grond19 2452%19 5132%37 5743%
Exploitatie grond18 2172%19 5132%22 3582%
Planvorming111 60511%107 32111%119 27011%
Planuitvoering408 92442%370 74638%532 57548%
Adviezen aanvragen66 8697%48 7825%68 6616%
Uitvoering subsidieregelingen92 3399%78 0528%108 94510%
Advisering algemeen en beleid125 40513%146 34715%81 8127%
Informatieverstrekking25 8463%68 2957%17 2912%
Totaal984 709100%975 648100%1 106 716100%

Aantallen
ProductenPrestatieRealisatie 2005Raming 2006Raming 2007
Verwerving grondHa verworven8 8006 4146 500
Vervreemding grondHa vervreemd6 5005 5538 000
Exploitatie grondHa gemiddeld in bezit43 70041 74042000
PlanvormingHa onderhanden283 910348 469380 000
PlanuitvoeringHa onderhanden638 762562 059700 000
Adviezen aanvragenGeleverde adviezen aanvragen5 7506 7977 000
Advisering algemeen en beleidSchriftelijke Adviesopdrachten 1e, 2e en 3e232146100
InformatieverstrekkingN.v.t.   

De cijfers geven het resultaat van de realisatie over 2005 alsmede een raming van de indicatoren over 2006 en 2007. De prestatie-indicatoren geven een beeld van wat DLG realiseert met de inzet van uren op de verschillende producten van DLG. Daar de inzet van aantallen uren per product niet geheel door DLG is te beïnvloeden maar deze wel een directe relatie hebben met de daar tegenover staande prestaties, is DLG niet af te rekenen op verschuivingen in prestaties.


De cijfers m.b.t. grond hebben betrekking op opdrachten eersten, tweeden en derden en zijn excl. toedeling en inbreng van het Bureau Beheer Landbouwgronden in landinrichtingsprojecten.


Projecten die DLG uitvoert dragen veelal bij aan realisatie van meerdere beleidsartikelen. Producten zijn daarom niet rechtstreeks aan één artikel te koppelen.

Doelmatigheidsgegevens

Doelmatigheidsindicatorenrealisatie 2005raming 2006raming 2007
Gem. aantal direct productieve uren per fte werkzaam in de projecten1 1501 1601 170
Verhouding tussen directe en indirecte uren67%/33%65,4%/34,6%66%/34%
Verhouding tussen directe en indirecte uren waarbij fin toeslag is toegerekend aan dir uren70%/30%69%/31%69%/31%
Gemiddelde prijs per uur (LNV tarief)€ 86,33€ 89,2988,84

Plantenziektenkundige Dienst (PD)

Profiel

De Plantenziektenkundige Dienst (PD) ondergaat in 2007 een verandering. De dienst draagt het grootste deel van de uitvoeringsinspecties op het gebied van weren en vrijwaren over aan de keuringsdiensten. Het hoofdaccent van de PD komt daarmee te liggen bij toezicht-op-toezicht.


In deze hoedanigheid draagt de dienst bij aan de volgende beleidsdoelen:

• Het voorkomen dat ziekten en plagen en ongewenste planten binnen Nederland en over de wereld worden verspreid (weren en vrijwaren);

• De bevordering van een duurzame beheersing van ziekten en plagen (monitoren, beheersen en bestrijden);

• Borgen van de kwaliteit van uitbestede taken (operationele sturing en operationeel toezicht);

• Het behoud en ontwikkeling van kennis op het gebied van plantgezondheid.


De PD realiseert deze beleidsdoelen door:

• Advisering, vertegenwoordiging en beleidsimplementatie op gebied van fytosanitair en natuur beleid in opdracht van LNV;

• Kennis- en methodenontwikkeling binnen het werkveld plantgezondheid;

• Uitvoering van wettelijke taken (o.a. inspecties, certificaten, operationeel toezicht, diagnoses en beschikkingen);

• Kaderstellend referentielaboratorium op het gebied van fytosanitaire diagnostiek.

Begroting van baten en lasten voor het jaar 2007

Bedragen x € 1 000
 2005200620072008200920102011
Baten       
opbrengst moederdepartement14 40015 85014 78714 71314 71514 71414 710
opbrengst overige departementen       
opbrengst derden15 18314 7002 1502 1502 1502 1502 150
rentebaten44505050505050
buitengewone baten381
Bijzondere baten4
exploitatiebijdrage       
Totale baten30 01230 60016 98716 91316 91516 91416 910
        
Lasten       
apparaatskosten       
* personele kosten18 28419 3898 8778 7288 7308 7298 725
* materiele kosten11 4579 9006 8006 8756 8756 8756 875
rentelasten202150280280280280280
afschrijvingskosten       
* materieel650570600600600600600
* immaterieel444450400400400400400
dotaties voorzieningen134303030303030
Bijzondere lasten39
Totale lasten31 21030 48916 98716 91316 91516 91416 910
        
Saldo van baten en lasten– 1 19811100000

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst van het moederdepartement bedraagt € 14,8 mln. Dit betreft een vergoeding voor de uitvoering van wettelijke taken, advies, vertegenwoordiging, beleidsimplementatie en kennis en methodenontwikkeling.

Omschrijvingen (x € 1 000)Bedragen
Inspecties2 641
Audits654
Diagnoses en adviezen2 196
Adviezen derden en overige overheden2 585
Beschikkingen101
Implementatie4 063
Kennis2 547
Totaal14 787

Opbrengst derden

De opbrengsten derden hebben betrekking op uitvoering van wettelijke taken en opdrachten derden.

OmschrijvingenBedragen
Inspecties200
Audits200
Diagnoses en adviezen500
Adviezen derden en overige overheden1 000
Beschikkingen250
Totaal2 150

Lasten

Personele kosten

De personeelkosten van € 8,9 mln. zijn gebaseerd op een formatie van 169 fte in 2007 en 168 fte in de jaren daarna. De gemiddelde kosten per fte (ambtelijk personeel) bedragen € 49 000.

Materiële kosten

De materiële kosten bedragen € 6,8 mln. Deze kosten bestaan onder andere uit de huisvestingskosten (huur RGD, onderhoud, gas, water en licht, circa 42%) en het onderhoud aan ICT-systemen (circa 23%).

Rentelasten

De rentelasten hebben met name betrekking op leningen, waarbij van de Regeling Leen- en depositofaciliteit is gebruik gemaakt. De rentepercentages zijn afhankelijk van de looptijd van de leningen en varieert van 2,52% tot 5,55%.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten bedragen € 1,0 mln. De afschrijvingskosten zijn uitgeplitst naar materiële en immateriële afschrijvingen. De gehanteerde afschrijvingstermijn voor automatiseringsapparatuur en datacommunicatie bedraagt 3 jaar. De gebruikte afschrijvingstermijn voor investeringen in inventaris, installaties laboratorium en telecommunicatie is 5 jaar en afschrijvingen op inventaris is 10 jaar.

Dotaties aan voorzieningen

De dotatie voorzieningen betreffen dotaties assurantie eigen risico en dubieuze debiteuren.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten is nihil.

Kasstroomoverzicht 2007

Bedragen x € 1 000
  2005200620072008200920102011
1.Rekeningcourant RHB 1 januari (incl. deposito)1 989892973793613433253
2.Totaal operationele kasstroom6231 1511 0201 0201 0201 0201 020
3a. -/-totaal investeringen– 951– 2 000– 2 000– 2 000– 2 000– 2 000– 2 000
3b. +/+totaal boekwaarde desinvesteringen     
         
3.Totaal investeringskasstroom– 951– 2 000– 2 000– 2 000– 2 000– 2 000– 2 000
4a. -/-eenmalige uitkering aan moederdepartement
4b. +/+eenmalige storting door moederdepartement130
4c. -/-aflossingen op leningen– 1 069– 1 200– 1 200– 1 200– 1 200– 1 200– 1 200
4d. +beroep op leenfaciliteit3002 0002 0002 0002 0002 0002 000
4.Totaal financieringskasstroom– 769930800800800800800
5.Rekeningcourant RHB 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4)89297379361343325373

Toelichting

De investeringen hebben betrekking op het ontwikkelen en aanpassen van hardware, zodat onder andere wordt voldaan aan de uitkomsten van de instellingseisen baten-lastendiensten.

Prestaties

 2007
Inspecties28 490
Audits8 418
Diagnoses23 958
Beschikkingen6 475
Implementatie39 886
Advies34 059
Kennis24 994

Alle prestaties zijn vermeld in uren. In het kader van de implementatie van PlantKeur kunnen in de bovenstaande categorieën nog wijzigingen optreden.

Doelmatigheidsgegevens

Beheersingsindicatoren

 200520062007
1a. Bezetting (fte)339389168
2a. Productiviteit PD48%52%60%
3a. Facturabiliteit PDpm92%90%
4. Verhouding vast-inhuur88,4% 80%
5. Verzuimpercentage5,59%< 4,7%< 4,7%
6. Meldingsfrequentie1,75< 1,5< 1,5
7. Verzuimduur8,06< 15,04< 15,04
8. % P4 gesprekken68%100%100%

Doeltreffendheidsgegevens

Fytosanitaire indicatoren

 200520062007
1a Weren1,46%0,88%0,88%
2b Monitoren0,57%1%1%
3c Vrijwaren0,04%1%1%
4d Notificaties (inkomend)0,47%1%1%
5 Aantal Quick scans557676
6f Aantal PRA’s355
7 Tijdigheid opgelegde maatregel8,8 dgnpm8 dgn

Kennis

 200520062007
1 Expertbijdragen207150150
2 Publicaties252525
3 Eliminatiescenario’s3434
4 Diagnostische protocollen2323

Kwaliteit

Klanttevredenheid

 200520062007
1 Bezwaar201616
2 Klachten1788
3 Klanttevredenheid/Klachten product advies4>3,5>3,5
4 Doorlooptijd   
Doorlooptijd inspecties58 minpmpm
Doorlooptijd diagnoses94%nvtnvt

Dienst Regelingen (DR)

Profiel

De Dienst Regelingen (DR) is sedert 1 januari 2006 een baten-lastendienst van het Ministerie van LNV. DR heeft als ambitie om overheidsregelingen uit te voeren op een servicegerichte, transparante en toegankelijke wijze voor zowel de opdrachtgevers als de doelgroepen. Daartoe wordt hard gewerkt aan het transparanter maken van uitvoeringsprocessen en aan de communicatie met de sector.


Op termijn is het streven door middel van actieve acquisitie te komen tot 15 à 20% overheids-opdrachtgevers buiten LNV. DR streeft er naar partner in beleid voor opdrachtgevers te zijn, onder meer door het werken met uitvoeringsscenario’s waardoor kennis van de uitvoering wordt ingebracht in het beleidstraject.


Een belangrijke ambitie van DR is om uit te groeien tot het Europese Betaalorgaan van de overheid. DR is benoemd tot Certificerende Autoriteit voor de Structuurfondsen ESF en EFRO (de financiële gevolgen hiervan zijn nog niet verwerkt in deze begroting). Daarnaast wordt de Europese betaalfunctie overgenomen van de productschappen. De belangrijkste opdrachtgever van DR blijft het Ministerie van LNV. Naast enkele andere uitvoerende organisaties van LNV, zoals DLG en de AID, is de DR «huisuitvoerder» van LNV regelingen. De werkvelden waarop DR in opdracht van LNV werkzaam is, zijn onder meer:

• De uitvoering van EU-regelingen, verordeningen en verplichtingen;

• Identificatie en Registratie van dieren, relaties en bedrijven;

• Vergunningen en ontheffingen voor het landelijk gebied;

• Subsidieregelingen en financieringsregelingen;

• Het plattelandsontwikkelingsbeleid;

• Het mestbeleid;

• Facilitaire ondersteuning bij crisisbestrijding.


Het gaat hierbij enerzijds om het uitvoeren van subsidieregelingen (bijvoorbeeld: Bedrijfstoeslagregeling), waarbij de subsidieverkrijger «voordeel» heeft bij de uitvoering. Anderzijds gaat het om het uitvoeren van «regulerende regelingen» (bijvoorbeeld het mestbeleid, dat gericht is op het bereiken van milieudoelstellingen). Doelgroepen zijn enerzijds agrarische ondernemers, anderzijds organisaties als bijvoorbeeld natuurbeschermingsorganisaties.


Het takenpakket van DR is aan aanzienlijke wijzigingen onderhevig. Dit wordt niet alleen veroorzaakt door de genoemde ontwikkelingen op het gebied van Europees Betaalorgaan. Het in 2006 in exploitatie genomen Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en het Nieuw Mestbeleid (NMB) heeft met name in 2007 gevolgen voor de omvang van het productenpakket. Een groot aantal oude regelingen komt met de invoering van deze twee belangrijke nieuwe regelingen te vervallen. Dit leidt per saldo tot een geleidelijke afbouw van het totale productenpakket.

Begroting van baten en lasten voor het jaar 2007

Bedragen x € 1 000
 2005200620072008200920102011
Baten       
opbrengst moederdepartement118 248147 179127 233108 292105 014105  513106 881
opbrengst overige departementen1 17420005871 6591 6591 6591 659
opbrengst derden21 61515 75010 78410 04810 04810 04810 048
rentebaten868600600600600600600
buitengewone baten0000000
exploitatiebijdrage0000000
Totale baten141 905165 529139 204120 599117 321117 820119 188
        
Lasten       
apparaatskosten       
* personele kosten67 81386 06373 09561 23058 35760 25162 018
* materiële kosten62 09163 27648 73040 82138 90440 16741 346
rentelasten6599341 1371 1371 1371 1371 137
afschrijvingskosten       
* materieel3 9132 459934681643532539
* immaterieel4 96612 79715 30816 73018 28015 73314 148
dotaties voorzieningen965000000
buitengewone lasten0000000
Totale lasten140 407165 529139 204120 599117 321117 820119 188
        
Saldo van baten en lasten1 498000000

Toelichting

Baten

De opbrengst moederdepartement betreft het budget ter uitvoering van LNV-opdrachten. In 2006 was sprake van een piek waarin zowel oude regelingen (Mac Sharry regelingen en oud Mestbeleid) nog werden uitgevoerd, maar tegelijkertijd nieuwe producten (GLB en NMB) in exploitatie zijn genomen. Vanaf 2007 is de opbrengst moederdepartement lager als gevolg van een afname in uitvoeringskosten voor GLB en NMB en de afbouw van de oude regelingen. In deze reeks zijn nog niet de gevolgen van de ontwikkelingen op het gebied van Europees Betaalorgaan verwerkt.

De opbrengst overige departementen hebben betrekking op de uitvoering van regelingen in opdracht van de Ministeries van VROM en BZK. Met name de crisisregelingen bij BZK zijn wat teruggelopen.

De opbrengst derden betreffen onder meer de opbrengsten uit hoofde van I&R activiteiten, Grondkamers, opdrachten voor gemeenten en overige opdrachtgevers.

De rentebaten hebben betrekking op de rentevergoeding over het saldo van de rekening-courant en deposito’s bij het Ministerie van Financiën.

Lasten

De personele kosten hebben betrekking op de salariskosten van zowel de vaste als tijdelijke formatie. Het aantal ambtelijk personeel komt uit op ca. 1 300 fte’s.

De materiële kosten hebben betrekking op huisvestingskosten (huurkosten, schoonmaak onderhoud installaties, energiekosten etc.), automatiseringskosten, logistieke kosten, diensten derden en overig personeelsgebonden kosten (opleiding, reis- en verblijfkosten e.d.).

De rentelasten hebben betrekking op de financiering van de vaste activa d.m.v. leningen bij het Ministerie van Financiën.

De afschrijvingskosten bedragen € 16,2 mln. en hebben betrekking op de materiële en immateriële vaste activa. De afschrijvingen vinden lineair plaats en zijn gebaseerd op de historische aanschafwaarde met de volgende afschrijvingstermijnen:


Verbouwingen 10 jaar

Kantoorinventaris 7 jaar

Hardware en software 4 jaar

(Kantoor)machines en installaties 7 jaar

Transportmiddelen 5 jaar


Verbouwingen, kantoorinvantaris, (kantoor)machines en installaties, hardware en transportmiddelen vallen onder de materiële vaste activa. De immateriële vaste activa betreft met name de ICT-systemen die voor de uitvoering van de regelingen benodigd is. De afschrijvingen op materiële vaste activa lopen terug, omdat de ICT niet meer zelf door DR wordt aangeschaft, maar door de Dienst ICT-Uitvoering binnen LNV. De afschrijvingen op immateriële vaste activa nemen sterk toe als gevolg van de grote investeringen voor de uitvoering van het GLB en het NMB.

Saldo van baten en lasten

Het begrote saldo van baten en lasten is nul.

Kasstroomoverzicht 2007

Bedragen x € 1 000
  2005 realisatie2006 prognose20072008200920102011
1.Rekeningcourant RHB 1 januari (incl. deposito)26 84636 97533 22632 63333 48134 45933 240
2.Totaal operationele kasstroom17 4917 25614 24215 41116 92314 26512 687
3a. -/-totaal investeringen– 20 690– 20 000– 12 400– 11 900– 17 651– 15 000– 15 000
3b. +totaal boekwaarde desinvesteringen180000000
3.Totaal investeringskasstroom– 20 510– 20 000– 12 400– 11 900– 17 651– 15 000– 15 000
4a. -/-eenmalige uitkering aan moederdepartement0000000
4b. +eenmalige storting door moederdepartement0000000
4c. -/-aflossingen op leningen– 6 267– 11 005– 14 835– 14 563– 15 945– 15 484– 14 257
4d. +beroep op leenfaciliteit19 41520 00012 40011 90017 65115 00015 000
4.Totaal financieringskasstroom13 1488 995– 2 435– 2 6631 706– 484743
5.Rekeningcourant RHB 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4) (maximale roodstand 0,5 mln.euro)36 97533 22632 63333 48134 45933 24031 670

Toelichting

De operationele kasstroom bestaat uit het saldo baten en lasten, de afschrijvingen en de mutaties werkkapitaal.

Prestaties

Artikel Beleidsartikel (aantal regelingen)Aantal prestaties (uitvoering)Integrale kosten(in € x mln.)
  200620072008200620072008200620072008
Art. 21 Duurzaam ondernemenInputgestuurd381010   9,011,67,7
 Outputgestuurd617266619 772401 956384 227117,494,879,2
 Subtotaal art. 21998276619 772401 956384 227126,4106,486,9
           
Art. 23 NatuurInputgestuurd311   – 0,20,0– 0,7
 Outputgestuurd12232347 09948 67248 67217,817,919,2
 Subtotaal art. 2315242447 09948 67248 67217,718,018,6
           
Art. 24 Landschap en recreatieInputgestuurd544   – 0,2– 0,0
 Outputgestuurd18333312 73811 29811 2980,70,90,7
 Subtotaal art. 2423373712 73811 29811 2980,70,70,7
           
Art. 25 Voedselkwaliteit en diergezondheidInputgestuurd121010   0,60,50,8
 Outputgestuurd514142 5459579571,01,00,8
 Subtotaal art. 251724242 5459579571,61,61,6
           
Art. 26 Kennis en InnovatieInputgestuurd1222   0,3– 0,0– 0,0
 Outputgestuurd512121 1251 4581 4580,40,60,6
 Subtotaal art. 261714141 1251 4581 4580,70,60,6
           
Eindtotaal 171181175683 279464 341446 612147,1127,2108,3

DR maakt in het prestatieoverzicht onderscheid tussen regelingen die inputgestuurd en outputgestuurd zijn, om zo de relatie tussen uitvoeringskosten en prestaties inzichtelijk te houden. Onder outputgestuurde regelingen wordt verstaan regelingen waaraan prestaties kunnen worden gekoppeld (bijv. aantal aanvragen of aantal vergunningen). Bij inputgestuurde regelingen (zoals het in stand houden van een virtuele crisisorganisatie) is dat niet het geval.

Het aantal prestaties neemt, in lijn met de uitvoeringskosten, in 2007 af. Vooral de afbouw van de regelingen die worden vervangen door de Bedrijfstoeslagregeling (BTR), en de afbouw van het Oud Mestbeleid, dragen hieraan bij.

Kwaliteitsindicatoren

In het agentschapstraject zijn formeel een aantal doelmatigheidsindicatoren vastgesteld voor begroting en verantwoording. Hieronder worden deze weergegeven.

In de nulmeting kwaliteitsindicatoren is een aantal normen voor 2006 voorgesteld richting de Tweede Kamer. Deze normen worden overgenomen in de doelmatigheidsindicatoren 2007.

Percentage gegronde bezwaren

DR besteedt aandacht aan het verbeteren van het bezwaar- en beroeptraject. Tegelijkertijd wordt hiermee energie gestoken in het terugdringen van het aantal gegrondverklaringen. DR verwacht in 2007 35% van de bezwaren gegrond te zullen verklaren, waarvan slechts 3% als gevolg van onjuist handelen van DR mag zijn.

Een risico dat zich in 2007 voordoet is dat vanuit de vaststelling van de initiële rechten (GLB/BTR) het aantal bezwaren toeneemt en hierdoor ook het aantal bezwaren dat gegrond wordt verklaard kan toenemen.

Omschrijving/jaar200520062007
Percentage gegrond53%35%35%

Uurtarief

In voorgaande jaren heeft DR het tarief constant weten te houden, ondanks de inflatie. In het tarief voor 2007 is een stijging in verband met gestegen kosten noodzakelijk.

Omschrijving/jaar200520062007
Uurtarief57,3857,3858,35

Score vanuit omgeving

DR blijft veel waarde hechten aan de tevredenheid van de doelgroep en stelt zichzelf als doel in 2007 opnieuw een verbetering in de relatie met de klant te bewerkstelligen. Dit wordt gemeten door een klanttevredenheidsonderzoek.

Omschrijving/jaar200520062007
Score6,27,07,0

Gerealiseerde productiviteit

De productiviteit van de ambtelijke medewerkers zegt iets over de doelmatigheid van bedrijfsvoering: hoe efficiënt is de dienst, gegeven de inzet van ambtelijk personeel, in het realiseren van haar doelstellingen en de uitvoering van haar productenpakket? Directe uren buiten jaarplan en indirecte (productieve) uren worden meegenomen. Uren voor ziekte en verlof worden buiten beschouwing gelaten. Hoe hoger dit percentage, hoe efficiënter het omzettingsproces beschikbare uren naar productieve uren. Dit heeft een kostenverlagend effect.

Omschrijving/jaar200520062007
Percentage79,2%76,5%76,5%

Telefonische bereikbaarheid

Een van de indicatoren die een groot effect heeft op de tevredenheid van de doelgroepen is de telefonische bereikbaarheid. De doelstelling voor 2007 is om 70% van de gesprekken binnen 20 seconden te beantwoorden.

Omschrijving/jaar200520062007
Telefonische bereikbaarheid88%70% binnen 20 seconden70% binnen 20 seconden

Aantal klachten

De ontvangen klachten zijn divers en variëren van te lange doorlooptijden en onjuiste registraties tot regelgeving en het beleid van LNV. De afwijking ten opzichte van 2005 komt doordat DR in 2006 volgens een nieuwe klachtenprocedure werkt waarbij klachten beter worden geregistreerd. Daarnaast worden brieven uit klantvriendelijke overwegingen eerder als formele klachtbrief aangemerkt en met de daarbij behorende procedure afgehandeld. DR stelt zichzelf als doel in 2007 minder dan 50 formele klachten te ontvangen.

Omschrijving/jaar200520062007
Aantal ontvangen formele klachtenbrieven1950< 50

Aantal incidenten met betrekking tot DR

Door middel van kwartaalrapportages en overige communicatie richting bijvoorbeeld de Tweede Kamer wil DR het aantal incidenten met betrekking tot de uitvoeringsaspecten van de diverse regelingen zo veel mogelijk beperken.

Omschrijving/jaar200520062007
Aantal incidenten waarover gesproken wordt dat te maken heeft met DRbeperktbeperktbeperkt

Doelgroep

Uit een evaluatie van de praktijkpanels, waarbij ook een enquête onder deelnemers is gehouden, blijkt dat het voor 82% van de deelnemers goed duidelijk is wat er met de uitkomsten wordt gedaan. De oorspronkelijke indicator betrof het aantal regelingen waarbij praktijkpanels werden ingezet. Deze iets gewijzigde indicator geeft beter het effect weer van de praktijkpanels.

Omschrijving/jaar200520062007
Tevredenheid praktijkpanels over opvolging adviezenvoldoendevoldoendevoldoende

Voedsel en Waren Autoriteit (VWA)

Profiel

De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) werkt aan veilig en gezond voedsel, veilige producten en gezonde dieren. Daartoe brengt de VWA risico’s in beeld, beoordeelt ze, communiceert erover met, en maakt ze beheersbaar in de samenleving.


De VWA draagt bij aan het beheersen en verminderen van gezondheids- en veiligheidsrisico’s. Hiertoe bewaakt de VWA de veiligheid van voedsel, consumentenartikelen en diergezondheid in de hele productie- en handelsketen.


De VWA wil haar missie realiseren door het uitoefenen van drie kerntaken, die samen de strategische driehoek vormen:

• Toezicht op naleving van wet- en regelgeving op het gebied van voedsel, waren, diergezondheid en dierenwelzijn;

• Risicobeoordeling en onderzoek: het signaleren en analyseren van (mogelijke) bedreigingen en het uitvoeren van wetenschappelijke risicobeoordeling;

• Risicocommunicatie: het communiceren over risico’s en het beheersen en verminderen daarvan op basis van betrouwbare informatie.


De VWA ontvangt een bijdrage van het moederdepartement LNV(beleidsartikel 21 en 25) en van VWS (beleidsartikel 41).

Begroting van baten en lasten voor het jaar 2007

Bedragen x € 1 000
 2005 realisatie200620072008200920102011
Baten       
opbrengst moederdepartement33 37225 36122 05718 28818 23718 23717 321
opbrengst overige departementen80 70076 71873 35673 35673 34873 34873 348
opbrengst DGF300000000
opbrengst derden73 38156 49055 75055 25054 75054 25053 750
rentebaten217100100100100100100
overige baten956000000
buitengewone baten1 508000000
exploitatiebijdrage3 175000000
Totale baten193 609158 669151 263146 994146 435145 935144 519
        
Lasten       
apparaatskosten187 776151 816140 309134 825133 602132 837132 416
* personele kosten114 587104 43795 12291 05590 76490 48490 210
* materiele kosten73 18947 37945 18743 77042 83842 35342 206
rentelasten1 5061 0721 2351 2591 2191 145888
afschrijvingskosten6 1576 2188 3119 87710 48810 30210 134
* materieel5 4845 5866 3286 9027 1637 1947 134
* immaterieel6746321 9832 9753 3253 1083 000
dotaties voorzieningen1 074500408404400396392
buitengewone lasten6101 000500000
Totale lasten196 574159 606151 263146 865145 709144 680143 830
        
Saldo van baten en lasten– 2 965– 93701297261 255689

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement bestaat uit de middelen die LNV beschikbaar stelt voor de uitvoering van specifieke werkzaamheden zoals inspecties van diervoeder- en vleesverwerkende bedrijven, monsteronderzoeken, keuringen, de ontwikkeling van toezichtarrangementen en risicocommunicatie. Ook wordt in 2007 een éénmalige bijdrage ontvangen voor de kosten in verband met de overdracht van de roodvleeskeuring (€ 3,7 mln.).

Opbrengst overige departementen

De post opbrengsten overige departementen heeft volledig betrekking op de bijdragen van het ministerie van VWS voor de uitvoering van keuringen, monsters, inspecties, bestuurlijke boeten, productmanagement en risicocommunicatie. De bijdrage is inclusief de middelen voor RIVM-onderzoek.

Opbrengst derden

De opbrengst derden bestaat vooral uit de retributie-inkomsten die bij het bedrijfsleven voor keuringen en inspecties in rekening worden gebracht (ruim € 54 mln.). Vanaf 2007 is rekening gehouden met een jaarlijkse opbrengstendaling van 1% als gevolg van een verwachte marktkrimp voor deze activiteiten.

Tevens worden vergoedingen ontvangen voor de uitvoering van ringonderzoeken, die in onderling overleg met binnenlandse en buitenlandse laboratoria worden uitgevoerd ter validatie van de gehanteerde analysemethoden van de diverse laboratoria, en het afgeven van export-certificaten (€ 1 mln.). Ten slotte is rekening gehouden met € 0,5 mln. opbrengsten uit het Diergezondheidsfonds (DGF) die verband houden met taken op het gebied van dierziektebestrijding.

Lasten

Personele kosten

De personele lasten bestaan uit salarissen, sociale lasten en overige direct aan het personeel gerelateerde kosten van 1769 fte. Voor 2007 is uitgegaan van € 53 750 per fte.

Materiële kosten

Voor de materiële kosten is uitgegaan van ca. € 21 000 per fte. Dit is inclusief reis-, verblijf- en bureaukosten, ict- en analysekosten e.d.. Voor de gebruikersvergoeding RGD is een bedrag geraamd van € 8,5 mln. De overige huisvestingskosten bedragen ruim € 4 mln. De meerjarige daling van de materiële kosten is het gevolg van de daling van het aantal fte. en van lagere kosten voor huisvesting.

Rentelasten

Er wordt rente betaald voor de leningen en voor roodstand op de rekening courant. De rente op leningen 2007 varieert van ca. 3,47% tot 3,73%.

Afschrijvingskosten

De materiële- en immateriële afschrijvingen zijn het gevolg van investeringen in vaste activa. Laboratoriumapparatuur, verbouwingen en inventaris worden afgeschreven in 7 jaar, auto’s in 5 jaar en soft-/hardware en immateriële activa in 3 jaar. De afschrijvingskosten stijgen door hogere investeringen in dienstauto’s en labapparatuur en vanwege het grotere aandeel van investeringen met een korte afschrijvingstermijn (ICT).

Dotaties aan voorzieningen

De dotatie aan de voorzieningen heeft betrekking op het debiteurenrisico. Uitgegaan wordt van 0,75% van de opbrengsten keuringen.

Reorganisatiekosten

De reorganisatiekosten hebben betrekking op tijdelijke formatieplaatsen voor vaktechnische administratie.

Saldo van baten en lasten

Het begrote saldo van baten en lasten is nul.

Kasstroomoverzicht 2007

Bedragen x € 1 000
  2005 realisatie2006 prognose20072008200920102011
1.Rekeningcourant RHB 1 januari (incl. deposito)10 5261372 0683 8825 8847 4269 188
2.Totaal operationele kasstroom– 6 3875 2808 31110 00611 21311 55710 823
3a. -/-totaal investeringen– 3 960– 6 170– 10 380– 7 730– 7 730– 7 730– 7 730
3b. +totaal boekwaarde desinvesteringen71000001
3.Totaal investeringskasstroom– 3 889– 6 170– 10 380– 7 730– 7 730– 7 730– 7 729
4a. -/-eenmalige uitkering aan moederdepartement0000000
4b. +eenmalige storting door moederdepartement02 21700000
4c. -/-aflossingen op leningen– 3 307– 5 566– 6 497– 8 004– 9 671– 9 795– 8 832
4d. +beroep op leenfaciliteit3 1956 17010 3807 7307 7307 7307 730
4.Totaal financieringskasstroom– 1122 8213 883– 274– 1 941– 2 065– 1 102
5.Rekeningcourant RHB 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4) (maximale roodstand 0,5 mln.euro)1372 0683 8825 8847 4269 18811 180

Toelichting

De operationele kasstroom bestaat uit het saldo baten en lasten, de afschrijvingen en de mutaties werkkapitaal.

De investeringen bestaan uit labapparatuur (€ 2,5 mln.), dienstauto’s (€ 2 mln.), ICT-gerelateerde uitgaven (€ 5,6 mln.) en inventaris (€ 0,2 mln.). Voor de financiering van de investeringen zal een beroep worden gedaan op de leenfaciliteit.


De stijging van de investeringskasstroom in 2007 (en het beroep op de leenfaciliteit) ten opzichte van 2006 houdt verband met het activeren van ICT-kosten en de aanschaf van dienstauto’s en laboratoriumapparatuur.

Extern gerichte indicatoren

Telefonische bereikbaarheid van de VWA

Ten aanzien van de bereikbaarheid van het melden van klachten in het kader van product- en voedselveiligheid (meldkamer) is het beleid van de VWA een bereikbaarheid van 24 uur per dag 7 dagen per week. Voor de bereikbaarheid van de regiokantoren ten behoeve van het aanvragen van keuringen is het beleid om bereikbaar te zijn tijdens kantooruren. De kantooruren voor de VWA zijn van 8.00 uur tot 17.00 uur van maandag tot en met vrijdag behalve op nationale feestdagen.

Klachten over handelen VWA

Deze indicator heeft betrekking op de uitvoering van het beleid door VWA medewerkers (inclusief facturering). Het beleid zelf is vastgesteld door de beide opdrachtgevers, de ministeries van LNV en VWS. In de onderstaande tabel staat behalve het absolute aantal klachten ook het relatieve belang ervan weergegeven in de kolom %. Dit percentage is berekend door het aantal klachten te delen door het aantal inspecties respectievelijk monsteranalyses en -voor de keuringen- door het aantal uren.

werkzaamhedenstreefwaarde 2007raming 2006realisatie 2005
 %%aantal%
inspecties0.070.071020.07
monsteranalyses0.060.06800.06
keuringen0.020.022150.02

Afhandelsnelheid informatieverzoeken en klachten/incidentmeldingen

Het streven is dat de informatieverzoeken en klachten/incidentmeldingen die bij de meldkamer van de VWA binnenkomen binnen 6 weken worden afgehandeld. Voor een deel van deze verzoeken kan de behandeltermijn van 6 weken vaak niet worden gehaald, omdat het handhavingstraject langer is.

streefwaarde 2007
totale hoeveelheid verzoeken en klachten/meldingen40 000
waarvan klachten over voedsel, producten en dieren6 500
percentage behandeling verzoeken, klachten/meldingen < 6 weken90%

Bekendheid

Met betrekking tot de naamsbekendheid van de VWA wordt een onderscheid gemaakt tussen spontane en geholpen naamsbekendheid. Op middellange termijn wordt gestreefd naar een spontane naamsbekendheid van 25% en van een geholpen naamsbekendheid van 50%.

 streefwaarde 2007raming 2006realisatie 2005
spontaan10%5%3.4%
geholpen50%35%28.9%
totaal60%40%32.3%

Gevoel van product- en voedselveiligheid

Algemene doelstelling is dat het gevoel van veiligheid niet achteruit gaat.

De indicator voedselveiligheid heeft betrekking op het vertrouwen van de consument in de veiligheid van voedingsmiddelen (consumentenmonitor). De indicator heeft een schaal van 1 (helemaal niet mee eens) tot 5 (helemaal mee eens). De VWA meet de onderstaande drie stellingen.

M.b.t. productveiligheid zal in 2007 worden gestart met de meting van het consumentenvertrouwen.

voedselveiligheidstreefwaarde 2007raming 2006realisatie 2005
Voedingsmiddelen worden steeds veiliger3.43.43.41
Ik maak me zorgen over de veiligheid van voedingsmiddelen2.72.72.72
Ik voel me onbehaaglijk over de veiligheid van voedingsmiddelen2.52.52.55