Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1. LEESWIJZER

Het LNV-beleidsprogramma 2004–2007, dat u met de begroting 2004 is aangeboden, heeft als titel «Vitaal en samen». De meeste concrete beleidsvoornemens uit «Vitaal en samen» zijn de afgelopen jaren uitgevoerd. Nu ligt vooral de nadruk op de begrippen «vertrouwen» en «verbinden».

De Beleidsagenda is ingedeeld in de vier hoofdthema’s die ik ook in «Vitaal en samen» heb gebruikt. Het zoeken naar verbinding zal daarin vaak terugkomen.

In de Beleidsartikelen wordt verder toegespitst aangegeven wat LNV wil bereiken, wat daarvoor gedaan wordt en wat dat mag kosten.

Maatschappelijke effecten in de begroting

In het Algemeen Overleg met de Commissie voor de Rijksuitgaven van 26 april 2006 is afgesproken dat de Tweede Kamer op de hoogte zal worden gesteld van de stand van zaken omtrent het presenteren van de maatschappelijke effecten en de prestaties in de Rijksbegrotingen. Daarbij is aan ieder departement gevraagd om het «comply-or-explain» principe toe te passen en de Kamer daarover in juni te informeren.


Met brief (TRCFEZ/2006/1067, 21-6-2006) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de wijze waarop de verschillende outcome- en outputindicatoren in de LNV-begroting 2007 worden weergegeven.

In deze brief is naar voren gebracht dat in de LNV-begroting van 2006 de doelstellingen reeds zoveel mogelijk waren voorzien van outcome- en outputindicatoren. Die positieve ontwikkeling is mede onderkend door de Algemene Rekenkamer (zie rapport bij Jaarverslag 2005).

Bij het opstellen van de LNV begroting 2007 is ingezet op het verder verbeteren van de indicatoren. Zo is op artikel 21 de «maatschappelijke appreciatiescore» nader uitgewerkt, wordt voor artikel 22 als outcome-indicator de «toegevoegde waarde primaire sector» gehanteerd en wordt op artikel 25 de indicator «basisscholen met smaaklessen» geïntroduceerd.


Nagenoeg alle algemene en operationele beleidsdoelstellingen in de LNV begroting 2007 zijn daarmee voorzien van een indicator «comply». De laatste open eindjes liggen vooral op de beleidsterreinen die gelieerd zijn aan doelstellingen van het Rijksmeerjarenprogramma van de Agenda Vitaal Platteland (MJP2). De Tweede Kamer heeft begin 2006 weliswaar al met de doelstellingen ingestemd, maar de vertaling naar outcome- en output indicatoren is nog niet op alle punten afgerond. Dit heeft met name betrekking op onderdelen van artikel 24 Landschap & Recreatie en artikel 27 Reconstructie.

De verwachting is dat als de streefwaarden en het bijbehorende meetinstrumentarium voor de artikelen 24 en 27 in de loop van 2007 zijn vastgesteld, in de LNV begroting 2008 alle beleidsdoelstellingen zijn voorzien van outcome- en outputindicatoren.

Meerjarenprogrammering beleidsdoorlichting

Naar aanleiding van aanbevelingen uit de VBTB-evaluatie zijn in de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften 2006 van de minister van Financiën voorschriften opgenomen voor de programmering van beleidsdoorlichtingen per beleidsartikel. Het nieuwe aan beleidsdoorlichting is dat dit een evaluatie is op het niveau van de algemene (of operationele) doelstelling, waar reguliere evaluaties zich veelal richten op een deel van het beleid of een beleidsinstrument. Beleidsterreinen dienen eens in de 5 à 7 jaar doorgelicht te worden, afhankelijk van de beleidscyclus. De totale programmering voor LNV ziet er als volgt uit:

2007: Voedselkwaliteit/Diergezondheid (artikel 25)

2008: Realiseren Natuur (artikel 23)

2009: Duurzaam ondernemen (artikel 21)

2010: Agrarische Ruimte, Landschap en recreatie en Reconstructie (artikelen 22, 24 en 27)

In 2006 vindt de beleidsdoorlichting Kennis en Innovatie (artikel 26) plaats.

De programmering van de beleidsdoorlichtingen zijn bij de desbetreffende beleidsartikelen opgenomen in het overzicht «Onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid».

Overzichtsconstructies

Er zijn in de LNV-begroting twee overzichtsconstructies opgenomen, nl. de overzichtsconstructies ILG en Groene Hart. Daarnaast zijn in de begrotingen van Buiza en VROM respectievelijk de overzichtsconstructies HGIS en Milieu opgenomen, waar ook LNV-middelen deel van uitmaken.


De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is een aparte budgettaire constructie binnen de Rijksbegroting. In de HGIS worden de buitenlanduitgaven van de verschillende departementen gebundeld. Zo wordt inzicht verschaft in de belangrijkste uitgaven die Nederland jaarlijks doet in het kader van internationale samenwerking. De coördinatie van deze overzichtsconstructie ligt bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor wat betreft LNV maken deel uit van de HGIS de uitgaven uit hoofde van de Agrarische Vertegenwoordiging Buitenland, de contributie aan de Food and Agricultural Organisation (FAO), de bijdrage aan het Afrika Studie Centrum en een deel van de bekostiging van de niet-EU studenten bij de Wageningen Universiteit en het groene HBO.

LNV draagt tevens de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor internationale natuurprojecten die voortvloeien uit internationale verdragen. Het betreft projecten die worden gefinancierd uit middelen die op de begroting van LNV staan en die deel uitmaken van de HGIS. De desbetreffende uitgaven worden nader toegelicht in beleidsartikel 23 onder de operationele doelstelling «beheer van de natuur en beschermen van de internationale biodiversiteit».


De overzichtsconstructie «Milieu» geeft inzicht in de beleidsvoornemens en de daarbij behorende uitgaven voor de jaren 2007 tot en met 2011 voor het onderwerp Milieu. De coördinatie van deze overzichtsconstructie ligt bij het ministerie van VROM. De hiermee gemoeide LNV-uitgaven hebben betrekking op diverse artikelen van de LNV-begroting.


De in deze LNV-begroting opgenomen overzichtsconstructie Groene Hart biedt inzicht in de Rijksmiddelen die in het Groene Hart neerslaan.

Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) en overzichtsconstructie ILG

Met ingang van 1 januari 2007 treedt naar verwachting de Wet inrichting Landelijk Gebied (WILG) in werking. Deze wet vormt de basis voor het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) dat aan de provincies ter beschikking wordt gesteld ter realisering van de Rijksdoelen uit het tweede Meerjarenprogramma van de Agenda Vitaal Platteland (MJP2). In december 2006 worden hiertoe tussen Rijk en provincies bestuursovereenkomsten gesloten waarin de prestaties en de bijbehorende budgetten worden vastgelegd. In deze begroting zijn de budgettaire consequenties van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) van LNV op een consistente en transparante wijze verwerkt.


Op vier beleidsartikelen van de LNV-begroting staan budgetten die per 1 januari 2007 opgaan in het ILG (artikel 22, 23, 24 en 27). Per beleidsartikel is op instrumentniveau aangegeven welke budgetten van de LNV-begroting in het ILG opgaan.

Tevens zijn in deze begroting op basis van het Rijksbod de ILG-prestaties opgenomen voor de totale ILG-periode (2007–2013). In de begroting 2008 zullen de prestaties worden opgenomen, die definitief in de bestuursovereenkomsten tussen Rijk en provincies zullen worden vastgelegd. De provincies verantwoorden zich hierover na zeven jaar. In de tussenliggende jaren zal de voortgang in de realisatie van de prestaties niet in de LNV-jaarverslagen worden gepresenteerd. Wel zullen de jaarlijkse voortgangsrapportages van de provincies u ter informatie worden toegezonden. In 2010 vindt een midterm review van het ILG plaats.


Om een goed inzicht te bieden in de totale omvang van het totaal beschikbare ILG-budget en de herkomst ervan is de overzichtsconstructie opgesteld over de totale ILG-periode van 2007–2013. In deze overzichtsconstructie zijn ook de bijdragen van andere departementen aan het ILG opgenomen. In het kader van het ILG is afgesproken dat de andere betrokken departementen (VROM, V&W en OCW) hun bijdragen overboeken naar de LNV-begroting en dat de minister van LNV zorgdraagt voor de jaarlijkse stortingen ten behoeve van de provincies. De bijdragen van andere departementen dienen in een aantal gevallen nog naar LNV te worden overgeheveld.

Hoewel in de begroting 2007 de budgetten meerjarig tot en met 2011 worden vastgelegd, is er in de overzichtsconstructie voor gekozen de budgetten tot en met 2013 (dus voor de gehele ILG-periode) weer te geven. Voor de jaren 2012 en 2013 zijn de budgetten opgenomen onder het voorbehoud van definitieve extrapolatie van deze budgetten in de begrotingen van 2008 en 2009.

Budgetflexibiliteit

De Regeling Rijksbegrotingvoorschriften 2006 van de minister van Financiën vermeldt voorschriften voor het opnemen van de juridisch verplichte uitgavenbudgetten in de ontwerpbegroting. Deze budgetten zijn per beleidsartikel opgenomen in de tabel «budgettaire gevolgen van beleid». Net zoals in de begroting 2006 is als toelichting op de tabel «budgettaire gevolgen van beleid» grafisch per doelstelling een overzicht gegeven van de budgetten die gelden als juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden of beleidsmatig gereserveerd voor het begrotingsjaar 2007.

Fiscale instrumenten

Het beleidsinstrumentarium dat LNV inzet om zijn doelstellingen te realiseren bestaat naast de instrumenten die de LNV-begroting belasten, ook uit fiscale instrumenten. Deze fiscale instrumenten worden, voor zover ze direct betrekking hebben op een beleidsartikel, benoemd onder de beleidsinstrumenten bij de operationele doelstellingen van dat beleidsartikel. Er zijn ook fiscale instrumenten die niet direct aan een beleidsartikel zijn te koppelen, omdat ze worden ingezet ter realisering van een breder scala aan doelstellingen. Dit kunnen maatregelen zijn die specifiek op LNV zijn gericht dan wel algemene maatregelen.

DoelgroepDirecte belastingenIndirecte belastingen
LNV-specifiekLandbouwvrijstellingLandbouwregeling
AlgemeenO.m. zelfstandigenaftrek, doorschuiving stakingswinst, bedrijfsopvolgingsfacili- teit uit successiewet, aftrek speur-/ontwikkelingswerk, vervroegde afschrij- ving milieu-investeringen, energie- en milieu-investeringsaftrek.O.m. tariefdifferentiatie accijnzen tractoren en mobiele werktuigen, vrijstelling overdrachtsbelasting bij overdracht aan de volgende generatie

De budgettaire gevolgen van de fiscale instrumenten zijn onder de noemer belastinguitgaven te vinden in de bijlage bij de Miljoenennota 2007.

Plattelandsbeleid, gemeenschappelijk visserijbeleid en structuurbeleid

In 2005 heeft de Raad van Ministers een nieuwe verordening inzake steun voor plattelandsontwikkeling vastgesteld. Deze verordening vormt de basis van het Europese plattelandsbeleid voor de periode 2007–2013. De EU-bijdrage voor plattelandsontwikkeling aan de lidstaten moet nog definitief worden vastgesteld. Naar verwachting kan Nederland in de hele programma-periode rekenen op een EU bijdrage van € 490 mln. voor plattelandsontwikkeling, inclusief de modulatiegelden (middelen uit de eerste pijler GLB die worden toegevoegd aan het plattelandsbudget).


In de periode 2007–2013 vervangt het Europees Visserijfonds (EVF) het huidige Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV). De Europese Commissie wil de komende periode haar middelen inzetten op verduurzaming van het visserijbeleid. Op basis van een voorlopig verdelingsvoorstel kan Nederland rekenen op een EU-bijdrage van € 48 mln. in de hele programma-periode.


Daarnaast zal Nederland voor de periode 2007–2013 een bedrag ontvangen uit de structuurfondsen. Het grootste deel hiervan heeft betrekking op Doelstelling 2 Regionale Concurrentiekracht en Werkgelegenheid waaruit Nederland bijna € 1,5 miljard ontvangt.


De EU-bijdragen voor plattelandsbeleid, gemeenschappelijk visserijbeleid en structuurbeleid aan de lidstaten zijn nog niet definitief vastgesteld en nog niet meerjarig in de LNV-begroting verwerkt. Een nadere toelichting is opgenomen in de bijlage Europese geldstromen.