Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

22 Agrarische ruimte

Algemene beleidsdoelstelling

Een toekomstgerichte, concurrerende landbouw als economische drager in het landelijk gebied.

Omschrijving

Een vitale land- en tuinbouw is als producent van kwalitatief goede en veilige producten en als beheerder van het landelijk gebied van belangrijke economische betekenis voor Nederland. De bedrijven hebben een economisch duurzaam perspectief nodig om deze rol ook in de toekomst te kunnen blijven vervullen. Het Rijk wil daarom de positie van de primaire landbouw versterken door optimale condities te scheppen en ontwikkelingsmogelijkheden te bieden.

Procentuele verdeling uitgaven 2007 over operationele doelstellingen en apparaat Agrarische ruimte



kst99343_2_03.gif

Verantwoordelijkheid LNV

• LNV faciliteert via de provincies de agrarische sector bij de versterking van de ruimtelijke inrichting van de grondgebonden landbouwbedrijven. Primair zijn de landbouwsectoren verantwoordelijk voor het formuleren van de eigen inrichtingsbehoefte. Naar verwachting treedt de Wet Inrichting Landelijk Gebied (WILG) op 1 januari 2007 in werking. Hierdoor krijgen de provincies de regie op het realiseren van de Rijksdoelen die opgenomen zijn onder het ILG. De regie betreft dan zowel de programmering als de uitvoering van inrichtingsprojecten.

• Daarnaast ondersteunt LNV de ontwikkeling van de agrarische (infra)structuur bij de niet grondgebonden landbouw.

Succesfactoren

• De samenwerking en afspraken met provincies en andere overheden.

• De uitwerking en de uitvoering van het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP-2).

Maatschappelijk effect

Het behalen van deze doelstelling heeft als effect een betere, competitieve landbouwstructuur, zodat een bijdrage wordt geleverd aan de versterking van de (inter)nationale marktpositie van de land- en tuinbouw en daarmee ook aan een vitaal en aantrekkelijk agrarisch cultuurlandschap.

Op artikel 21 Duurzaam Ondernemen wordt de economische positie van de Nederlandse primaire sector uitgedrukt in toegevoegde waarde per fte (ten opzichte van het EU gemiddelde). Deze outcome-indicator is tevens van toepassing op dit beleidsartikel.

Verwijzing

• Nota Agenda Vitaal Platteland ( TK 2003–2004, 29 576, nr. 1).

• Nota LNV beleidsprogramma Vitaal & Samen 2004–2007 (LNV Rijksbegroting 2004).

• Meerjarenprogramma-2 ( TK 2005–2006, 29 576, nr. 19).

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000
 2005200620072008200920102011
Verplichtingen67 55424 01110 91311 34713 34311 0009 550
Uitgaven51 18556 26731 44444 57450 25634 33233 974
Programma-uitgaven42 26747 83620 97833 67439 62823 77924 424
– waarvan juridisch verplicht  20 97833 67439 62823 77924 424
        
22.11 Ruimte voor grondgebonden landbouw41 14542 83616 22821 05428 34816 37924 424
waarvan ILG:       
– Grondgebonden landbouw  16 22821 05428 34816 37924 424
waarvan niet ILG:       
– Landinrichtingsprojecten landbouw39 70141 182     
– Kavelruil1 4441 654     
22.12 Ruimte voor niet grondgebonden       
landbouw1 1225 0004 75012 62011 2807 400 
waarvan ILG:       
– Stidug-projecten  1 0009 0008 0007 400 
waarvan niet ILG       
– Infrastructuurregeling Glastuinbouw1 1225 0003 7503 6203 280  
        
Apparaatsuitgaven8 9188 43110 46610 90010 62810 553 9 550
U22.21 Apparaat193124123123123123123
U22.22 baten-lastendiensten8 7258 30710 34310 77710 50510 4309 427
Ontvangsten67 55376 10745 91142 16142 16142 16142 161

Toelichting op de programma-uitgaven

Ten opzichte van 2006 is sprake van structureel lagere uitgaven en ontvangsten landinrichting omdat de bijdragen van derden met ingang van 2007 als gevolg van het in werking treden van het Investeringsbudget Landelijk Gebied niet meer via LNV maar via de provincies lopen.

Het budget voor structuurverbetering is opgenomen onder OD22.11 Grondgebonden landbouw. Dit budget is samengesteld uit de onderdelen kavelruil en landinrichting.

In de periode 2007 t/m 2013 zetten het Ministerie van LNV (vanuit de Koopmansgelden) en de provincies ieder € 20 mln. aan kavelruilmiddelen in. Met Europese co-financiering (POP-2) kan dit bedrag oplopen tot € 80 mln. Daarnaast zet LNV voor iedere euro die de provincies extra inzetten eenzelfde bedrag in (met een maximum van € 20 mln.). Verder heeft LNV nog t/m 2013 betalingsverplichtingen ten aanzien van uitstaande projecten klassieke landinrichting en modulaire landinrichtingsprojecten.

Grafiek budgetflexibiliteit



kst99343_2_04.gif

Toelichting op de apparaatuitgaven

Bedragen x € 1 000
 Raming 2007
Ambtelijk Personeel DP109
Materieel14
Overig apparaat 
Bijdrage aan DLG10 343
Totaal apparaatsuitgaven10 466

Toelichting op de ontvangsten

Ten opzichte van 2006 is sprake van een structureel lagere ontvangstenraming omdat de bijdragen van derden inzake landinrichting met ingang van 2007 als gevolg van het in werking treden van het Investeringsbudget Landelijk Gebied niet meer via LNV maar via de provincies lopen.

Bedragen x € 1 000
 Raming 2007
Landinrichtingsrente42 161
O&S-fonds IRG3 750
Totaal ontvangsten45 911

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. start B. afgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingAgrarische ruimte22A 2010 
     
Overig evaluatieonderzoekMidterm review ILG22.11A. 2010

Bij de ILG afspraken is voorzien in een midtermevaluatie (MTE) in 2010. Hierbij zullen Rijk en provincies bestaande afspraken herijken.

22.11 Ruimte voor grondgebonden landbouw

Motivatie

Een economisch vitale grondgebonden landbouw is van essentiële betekenis voor het bereiken en in stand houden van een vitaal platteland. De beleidsopgave voor de grondgebonden landbouw richt zich in het algemeen op de verbetering van de functionele en fysieke inrichting van landbouwbedrijven, waarbij door een optimale bedrijfsinrichting een efficiëntere en een op duurzaamheid gerichte bedrijfsvoering mogelijk wordt gemaakt.


Voor de grondgebonden landbouw is het uitgangspunt van het Rijk vergroting en verbetering van de landbouwkavels waardoor landbouwbedrijven meer concurrerend (efficiënter) kunnen produceren.


Het Rijk wil daarnaast het duurzaam gebruik en beheer van natuurlijke hulpbronnen door de landbouw stimuleren. Om de kennis op dit gebied te vergroten zullen Rijk, provincies en landbouwsector gezamenlijk een aantal pilots agrobiodiversiteit en duurzaam bodemgebruik opzetten en uitvoeren. De resultaten van de pilots duurzame productie zullen worden gebruikt voor visievorming op de duurzame landbouw.

Instrumenten

• In 2005 heeft LNV met de gedeputeerden van de provincies een convenant afgesloten om met elkaar en met behulp van Europese POP-gelden vanaf 2007 optimaal in te zetten op de verbetering van de fysieke structuur van de grondgebonden landbouw.

• In de ILG-convenanten met de 12 provincies worden deze afspraken per provincie vastgelegd: hierin worden 7-jarige afspraken gemaakt over structuurverbetering van de grondgebonden landbouw.

• De provincies zetten als gebiedsregisseur de plannen om in de uitvoering van gebiedsprojecten waarin voor de landbouw kavelruil en bijbehorende kavelaanvaardingswerken worden ingezet.

• Het Rijk stelt financiële bijdragen beschikbaar voor de uitfinanciering van lopende inrichtingsprojecten onder regie van de provincies (via het landinrichtingsinstrumentarium).

Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

IndicatorReferentiewaardePeildatumRaming 2007StreefwaardePlanningBron
1. Oppervlakte in te richten conform kwaliteitseis (voorheen kavelruil)0 ha20050 ha129 000 ha2013MJP-2

22.12 Ruimte voor niet grondgebonden landbouw

Motivatie

Het realiseren van een goede ruimtelijke structuur voor een perspectiefvolle en duurzame ontwikkeling van de niet grondgebonden en/of kapitaalintensieve landbouw.

Voor de niet-grondgebonden en/of kapitaalintensieve landbouw (tuinbouw onder glas) wordt gestreefd naar vormen van ruimtelijke concentratie, waarbij de ontwikkeling van bedrijvigheid vooral binnen begrensde ontwikkelingsgebieden wordt gestimuleerd.

In samenwerking met de gemeenten zal daarnaast in en rond het Westland en Aalsmeer een herinrichting van de wegen en sloten plaatsvinden. Dit levert een bijdrage aan de verbetering van de agrologistiek in deze economisch vitale glastuinbouwgebieden.

Instrumenten

• De Infrastructuurregeling Glastuinbouw (IRG) levert een financiële bijdrage aan de verbetering van de infrastructuur in de glastuinbouwgebieden Westland en Aalsmeer.

• Met de Stimuleringsregeling Duurzame Glastuinbouwgebieden (STIDUG) wordt de inrichting van duurzame glastuinbouwgebieden ondersteund. De financiering loopt via het ILG.

Verwijzing

• Brief over de nadere uitwerking van het ruimtelijk beleid in de glastuinbouw ( TK 2004–5005, 29 800 XIV, nr. 111).

Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

IndicatorReferentiewaardePeildatumRaming 2007StreefwaardePlanningBron
Aantal Infrastructurele projecten Westland/Aalsmeer0200512212009DLG
Aantal ha Stidug-projecten (ILG)02006 7002 013DLG