Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

23 Natuur

Algemene beleidsdoelstelling

Het Rijk streeft naar het zekerstellen van de biodiversiteit en het vergroten van de kwaliteit van de leefomgeving. De achteruitgang van de rijkdom aan planten, dieren en ecosystemen moet een halt worden toegeroepen, omdat anders deze functies verloren gaan. Biodiversiteit vervult vele functies, waaronder het voldoen aan recreatieve behoeften en het voorzien in een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat. Het behoud van biodiversiteit is een onderdeel van de internationale afspraken zoals vastgelegd in de Biodiversiteitsconventie 1992. Biodiversiteitsbehoud staat daarom centraal in het natuurbeleid dat gericht is op de 2010 doelstelling, het stoppen van de verdere achteruitgang van de soorten rijkdom.

Omschrijving

Natuur is een essentiële levensbehoefte voor de mens. Zij verbindt mensen en functies zoals economisch vestigingsklimaat, luchtkwaliteit, gezondheid en recreatie. Behoud en op termijn verbetering van de biodiversiteit zijn een belangrijke voorwaarde voor de natuur in ons land en daarmee voor een leefbare samenleving. Een sterke biodiversiteit is de levensverzekering voor huidige en toekomstige generaties.

Om de biodiversiteit te versterken worden wettelijke kaders (Natuurbeschermingswet en Flora- en Faunawet), subsidie-instrumenten (voor verwerving, inrichting en beheer van natuur) en voorlichting (in 2007 speciaal aan jongeren) ingezet. Op deze manier moet in 2018 in Nederland 728 500 ha Ecologische Hoofdstructuur EHS tot stand zijn gekomen met een natuurkwaliteit zoals die omschreven staat in het Rijksprogramma van de Agenda Vitaal Platteland (MJP2) voor de periode 2007–2013 en de Nota Ruimte.

Voor de natuur is het van essentieel belang dat mensen zich er mee verbonden voelen. Daarom wordt veel nadruk gelegd op het agrarisch en particulier natuurbeheer, juist ook bij de totstandbrenging van de EHS.

Daarnaast levert Nederland een bijdrage aan het Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Dit zijn verplichtingen die voortvloeien uit de Vogel- en Habitatrichtlijn.

Het realiseren van de gewenste milieu- en watercondities draagt bij aan het behoud en ontwikkeling van de biodiversiteit in de EHS en de Natura 2000-gebieden.

Het beschermen en behouden van de landschappelijke, cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden van de EHS vindt plaats via bestaande wettelijke en ruimtelijke kaders (bijvoorbeeld Monumentenzorg en Nota Ruimte) en beheer (zoals het beheer van landschapselementen in de Nationale Landschappen, zie 24.11.).

In het natuurbeleid wordt steeds meer ingezet op de ontwikkeling van een integrale benadering van soorten en gebieden. Soorten worden gekoppeld aan leefgebieden waardoor met maatregelen meerdere soorten tegelijk actief beschermd worden. Deze benadering betekent een versterking van de traditionele soortenbescherming.

Het natuurbeleid richt zich verder op het beheren van natuur buiten de EHS zoals het weidevogelbeheer en de opvang van wintergasten. Dit alles gebeurt in samenhang met het beheer en herstel van belangrijke (agrarische) cultuurlandschappen zoals geformuleerd in het beleid voor de Nationale Landschappen. In hoofdstuk 24 (Landschap en Recreatie) wordt hierop nader ingegaan.


Nederland levert een belangrijke bijdrage aan de internationale afspraken die tot doel hebben het verlies aan biodiversiteit in de wereld tegen te gaan en werkt mee aan een wereldwijde aanpak van duurzame ontwikkeling en behoud van biodiversiteit. Daartoe worden onder andere overeenkomsten gesloten met internationale organisaties en worden subsidies verstrekt aan internationale projecten.


De komende jaren ligt het accent op het versterken van de kwaliteit van de EHS. Zoals in de Nota Ruimte is vermeld, zullen met provincies en terreinbeheerders afspraken worden gemaakt over de kwaliteit van de natuur.

Procentuele verdeling uitgaven 2007 over operationele doelstellingen en apparaat Realiseren natuur



kst99343_2_05.gif

Verantwoordelijkheid LNV

LNV draagt verantwoordelijkheid voor:

• Het nakomen van de internationale afspraken op het gebied van het behoud en de ontwikkeling van de biodiversiteit in de wereld;

• Het (doen) uitvoeren van wet- en regelgeving op het terrein van natuurbescherming en natuurontwikkeling, waaronder de Natuurbeschermingswet en de Flora- en Faunawet;

• De totstandkoming van de Ecologische Hoofdstructuur in 2018;

• Het vergroten van de deelname van agrariërs en andere particuliere grondeigenaren aan de realisatie van de EHS;

• Het beheer van natuur en landschap buiten de EHS;

• Via de Wet Inrichting Landelijk Gebied, die naar verwachting vanaf 1 januari 2007 in werking treedt, krijgen de provincies de regie op het realiseren van Rijksdoelen waarover het Rijk en de provincies afspraken maken in de eind 2006 af te sluiten ILG convenanten.

De Rijksdoelen die via het ILG worden gerealiseerd staan herkenbaar opgenomen onder de operationele doelen. LNV stelt hiertoe het Investeringsbudget Landelijk Gebied ter beschikking aan de provincies.

Succesfactoren

De verbinding tussen burger en natuur is van groot belang om het natuurbeleid te laten slagen. Daarnaast is het behalen van de doelstellingen afhankelijk van de medewerking van andere overheden, terreinbeherende organisaties, waterschappen, particuliere grondeigenaren en agrariërs. Ook is het realiseren van de gewenste milieu- en watercondities, de planologische veiligstelling en ruimtelijke bescherming van belang.

Maatschappelijk effect

Het behalen van de doelstellingen met betrekking tot de biodiversiteit en de EHS heeft als effect:

• dat in Nederland een leefklimaat wordt gecreëerd waarin het prettig is te wonen, te werken en te recreëren;

• dat goederen, grondstoffen en diensten geleverd kunnen worden die nodig zijn om te eten, te drinken, te wonen en te werken;

• dat planten en dieren in Nederland duurzaam kunnen voorbestaan.


De uitwerking van de indicatoren die samenhangen met het Meerjarenprogramma voor een Vitaal Platteland zal dit jaar plaatsvinden, zodat de indicatoren en bijbehorende streefwaarden in de begroting van 2008 volledig kunnen worden opgenomen.

Verwijzing

Nota Natuur voor mensen, mensen voor natuur (NvM) ( Aanbiedingsbrief TK 1999–2000, 27 235, nr. 1).

• Beleidsprogramma Biodiversiteit Internationaal ( TK 2001–2002, 28 450, nr. 1).

• Beleidsprogramma Programma Beheer.

• Nota Ruimte ( TK 2004–2005, 29 435, nr. 154).

Agenda voor een Vitaal Platteland Meerjarenprogramma 2007–2013.

• Meerjarenprogramma Uitvoering Soortenbeleid 2005–2010.

• Flora- en Faunawet ( TK 2004–2005, 29 446, nr. 26).

• Natuurbeschermingswet ( TK 2004–2005, 29 800 XIV, nr. 94).

• Meerjarenprogramma Ontsnippering (2004).

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 000)
23 Natuur2005200620072008200920102011
Verplichtingen474 938670 619401 969402 698399 060410 647460 045
Garanties (Leningen Natuurmon.)  74 16653 64249 02152 32333 497
Uitgaven365 890445 962448 760466 705461 874468 458442 017
Programma-uitgaven309 480388 276385 564399 973395 855402 712375 918
– waarvan juridisch verplicht  278 224294 843289 072296 993288 533
        
23.11 Verwerven Ecologische Hoofdstructuur81 04572 04680 07576 48386 12290 01877 703
waarvan ILG:       
– Verwerven EHS  36 30726 27628 06840 41633 353
– Verwerven en inrichten Westerschelde  9 38215 86220 68210 209 
waarvan niet ILG:       
– Verwerven droge EHS53 67528 814     
– Rente en aflossing18 35823 61830 55830 65833 65835 65840 620
– Grondwaardebepaling3 0003 001     
– Natte natuur6 01216 613     
– NURG en Maaswerken  3 8283 6873 7143 7353 730
        
23.12 Inrichten Ecologische Hoofdstructuur25 99866 14190 090105 35386 61783 73371 180
waarvan ILG:       
– Inrichten EHS  48 77467 91158 05555 52062 440
– Milieukwaliteit EHS en VHR  29 04523 05011 4007 2003 600
waarvan niet ILG:       
– Inrichten EHS19 43753 259     
– Natte Natuur6 56112 882     
– NURG en Maaswerken  7515 4125 4525 4835 140
– IJsselmeer en Rijkswateren  11 5208 98011 71015 530 
        
23.13 Beheren Ecologische Hoofdstructuur139 491164 134150 938156 424162 201166 540163 090
waarvan ILG:       
– Programma Beheer  91 00196 244101 654105 591101 785
waarvan niet ILG:       
– Beheer door Staatsbosbeheer52 83148 89947 19747 64547 92148 26548 610
– Beheer door particuliere natuurbeschermingsorganisaties (SN)25 14533 304     
– Particulier natuurbeheer (SN-functiewijziging)4 8189 500     
– Agrarisch natuurbeheer (SAN)54 14470 066     
– Behoud en herstel historische buitenplaatsen2 5532 3653 0753 0753 0753 0753 075
– Overig beheer  9 6659 4609 5519 6099 620
        
23.14 Beheer natuur buiten EHS en beschermen van de internationale biodiversiteit62 94685 95564 46161 71360 91562 42163 945
waarvan ILG:       
– Bijdrage nationale parken  3 9223 9223 9233 9233 850
– Soortenbescherming  1 2001 2001 2001 2001 200
– Beheer van natuur buiten EHS  8 1988 1988 9509 71110 649
waarvan niet ILG:       
– Gegevensautoriteit natuur 20 000     
– Beheer door Staatsbosbeheer9 89410 79610 91211 28011 82412 44413 064
– Beheer door particuliere natuurbeschermingsorganisaties (SN)6 1327 000     
– Bijdrage nationale parken5 4655 8401 9071 9071 9071 9071 974
– Faunafonds10 2579 2008 7008 7008 7008 7008 700
– Overige nationale bijdragen29 27731 19217 70216 01115 94115 94115 914
– Internationale subsidies en contributies1 9211 9272 4882 0882 0882 0882 087
– Natuurbeschermingswet  8 8127 7875 7625 8875 887
– Soortenbescherming  620620620620620
        
Apparaatsuitgaven56 41057 68663 19666 73266 01965 74666 099
23.21 apparaat7 5686 5346 4596 4616 4626 4626 459
23.22 agentschappen48 84251 15256 73760 27159 55759 28459 640
Ontvangsten33 69637 6447 8899 8899 88910 8892 889

Toelichting op de programma-uitgaven

In 2006 worden voor ca. € 180 mln. extra verplichtingen aangegaan in het kader van de Subsidieregeling Natuurbeheer en de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer, waartoe verplichtingenbudget uit latere jaren naar 2006 is geschoven.

Grafiek budgetflexibiliteit



kst99343_2_06.gif

Toelichting op de apparaatuitgaven

Raming 2007
Ambtelijk personeel Directie Natuur5 573
Materieel886
Overig apparaat
Bijdrage aan DLG35 210
Bijdrage aan DR17 951
Bijdrage aan AID3 576
Totaal apparaatsuitgaven63 196

Toelichting op de ontvangsten

Raming 2007
EU-bijdragen verwerving en inrichting1 296
EU-bijdragen beheer
EU-bijdragen Stimulering bos op landbouwgronden 
Opbrengst jachtakten1 031
Bijdragen van derden5 000
Overige562
Totaal7 889

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. start B. afgerondVindplaats
Beleidsdoorlichting 23A: 2008 
     
Effectenonderzoek– Realisatie EHS23.11/12B: 2006 
 – Natuurbalans23.11 t/m 14A: 2006 B: 2009 
 – Kosteneffectiviteit van het natuurbeleid23.11 t/m 14B: 2006 
 – Effectiviteit Programma Beheer23.13/14B: 2007 
 – Flora- en Faunawet23.14B: 2007 
 – Nederlandse voorbereiding op de EU-evalutie Vogel- en Habitatrichtlijn 200723.14B: 2006 
     
Overig evaluatieonderzoek– Overgangscontract ILG2005–200623.11 t/m 23.14B: 2006 

23.11 Verwerven Ecologische Hoofdstructuur

Motivatie

Voor het realiseren van de EHS stelt het ministerie van LNV financiële middelen beschikbaar om grond te verwerven ten behoeve van de terreinbeherende organisaties.

Instrumenten

• Investeringsbudget Landelijk Gebied.

• Verwerven EHS: Voor Staatsbosbeheer door middel van Rijksfinanciering van grondaankopen door de Dienst Landelijk Gebied/Bureau Beheer Landbouwgronden (DLG/BBL.) Vanwege de geplande afronding van de EHS in 2018 worden de laatste grondaankopen in 2015 uitgevoerd. Alleen voor de tweede tranche robuuste verbindingen wordt ook na 2015 nog grond aangekocht.

• Rente en aflossing: Voor de aankopen voor de particuliere natuurbeschermingsorganisaties (de Vereniging Natuurmonumenten en de 12 provinciale Landschappen) wordt het Rijksaandeel in de grondverwerving gefinancierd door middel van jaarlijkse leningen van de Staat aan de Vereniging Natuurmonumenten waarbij het Rijk de kosten van de rente en aflossing voor zijn rekening neemt. Voor de grondaankopen ontvangen de particuliere terreinbeherende organisaties een subsidie van LNV in de kosten van de grondverwerving. Het aandeel van de provincies in de aankopen voor de particuliere natuurbeschermingsorganisaties wordt gefinancierd via provinciale regelingen.

• Om de maatschappelijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor de natuur te vergroten zal de komende jaren de EHS een groter aandeel natuur door agrariërs en andere particuliere grondeigenaren worden gerealiseerd (Beleidskader omslag.) Hierdoor zal minder worden gerealiseerd door terreinbeherende organisaties.

• In 2010 is de voor Nederland karakteristieke natte natuur met 6500 hectare uitgebreid.

Hiervan wordt 3000 hectare verworven in de Zuid-Hollandse Delta. Het resterende areaal is reeds in overheidsbezit. In 2008 worden de laatste grondaankopen uitgevoerd om in 2010 de natte natuurdoelstelling te kunnen realiseren. In de Nota Ruimte is de afspraak opgenomen dat de natte natuur als onderdeel van de netto begrensde EHS in 2008 in de bestemmingsplannen opgenomen moet zijn.

• In de Ontwikkelingsschets Westerschelde 2010 staan de maatregelen beschreven die worden genomen om de Westerschelde wederom te verdiepen, veiligheidsvoorzieningen te treffen (ophogen dijken langsde Westerschelde in Vlaanderen) en de kwaliteit van de natuur een impuls te geven door het realiseren van 600 hectare nieuwe estuariene natuur door middel van ontpolderingen. Het ministerie van LNV is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de natuur, de overige activiteiten vallen onder het ministerie van V&W. De uitvoering loopt via het ILG (provincie Zeeland.)

Verwijzing

Nota Natuur voor Mensen, mensen voor natuur( Aanbiedingsbrief TK 1999–2000, 27 235, nr. 1).

Agenda voor een Vitaal Platteland Meerjarenprogramma 2007–2013.

• Nota Ruimte ( TK 2004–2005, 29 435, nr. 154).

Meetbare gegevens bij de Operationele doelstelling

23.11 Verwerving EHSOorspronkelijke taakstellingPrognose restant taakstelling 1-1-2007Prognose taakstelling 2007–2013Prognose taakstelling 2007 (niet ILG-onderdelen)
NIEUWE EHS130 904 ha38 649 ha23 611 ha 
Nieuwe natuur111 741 ha23 619 ha16 032 ha 
– waarvan NURG7 000 ha1 394 ha 207 ha
– waarvan Maaswerken1 320 ha903 ha 36 ha
– waarvan overige nieuwe natuur2 827 ha710 ha14 640 ha 
Robuuste verbindingen16 303 ha13 481 ha5 722 ha 
Natte Natuur2 860 ha1 745 ha1 857 ha 
     
Westerschelde600 ha600 ha600 ha 

Toelichting op de verwervingstabel

De prestaties voor de periode 2007–2013 zijn berekend op basis van het LNV-budget en de bijdragen van derden (V&W, VROM, Provincies)

23.12 Inrichten Ecologische Hoofdstructuur

Motivatie

Gronden in de EHS worden ingericht om de juiste fysieke condities te verkrijgen die nodig zijn om de gewenste natuurdoelen en de gewenste kwaliteit te kunnen realiseren. Het aanwezig zijn van de juiste fysieke condities maakt vervolgens een effectief beheer mogelijk. De inrichting betreft zowel gronden die LNV verwerft en doorlevert aan de terreinbeherende organisaties als gronden die in bezit zijn van particulieren.

Instrumenten

• Investeringsbudget Landelijk Gebied

• Landinrichting.

• Natuur buiten landinrichting (projectsubsidies).

• Inrichtingsmaatregelen via Programma Beheer.

• Inrichting op grond van de Nota Nadere Uitwerking Rivierengebied (NURG) en Maaswerken via V&W.


Inrichting van gronden vindt plaats wanneer de planologische functie wijzigt van bijvoorbeeld de bestemming «landbouw» in de bestemming «natuur». Het inrichtingsinstrumentarium wordt afgestemd op de verschuiving van minder grondaankopen naar meer agrarisch en particulier natuurbeheer. De inrichting is mede gericht op de ter plaatse voorkomende bedreigde soorten met name de doelsoorten in het Meerjarenprogramma Uitvoering Soortenbeleid.


In de periode 2007–2013 wordt 1064 hectare natte natuur in oppervlakte en kwaliteit versterkt en is duurzaam gebruik gewaarborgd. Dit omvat het versterken van natte natuur in combinatie met maatregelen die onderdeel zijn van de Samenwerkingsovereenkomst Veiligheid en Natte Natuur (2000), waarbij zowel natuur als veiligheid doestelling zijn. Hiermee worden de recreatiemogelijkheden vergroot en wordt de identiteit van Nederland als waterland versterkt.


De inrichting betreft:

• grootschalige, kenmerkende natte natuur in en langs de grote wateren van zowel de Zuid Hollandse Delta als het IJsselmeergebied met mogelijkheden voor recreatief medegebruik;

• realisatie van beekherstel en natte oeverlanden in de drie noordelijke provincies (herstel van reeds bestaande natuur);

• het reguliere programma Herstel en Inrichting Rijkswateren van Verkeer en Waterstaat. Dit programma betreft herstel- en inrichtingsmaatregelen ter verbetering van de ecologische kwaliteit van de Rijkswateren;

• Zandmaas pakket II (460 ha): grootschalige kenmerkende natte natuur in de Zandmaas, waarbij waar mogelijk de natuurontwikkeling gecombineerd wordt met hoogwaterbescherming.


Het tegengaan van versnippering en het slechten van barrières die de natuur doorkruisen, is belangrijk voor het succesvol realiseren van de EHS. Het Rijksbeleid ter zake vormt het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO), dat in maart 2005 met de Tweede Kamer is besproken. Het LNV-gedeelte uit het MJPO bestaat uit het, onder regie van provincies en in samenwerking met alle betrokken partijen, zo veel mogelijk oplossen van knelpunten tussen natuur en Rijksinfrastructuur (weg, spoor, water) in de robuuste verbindingen. Hiervoor is tot en met 2018 € 160 miljoen beschikbaar. In de bestuursovereenkomsten in het kader van het ILG zijn afspraken gemaakt met provincies over de aan te pakken knelpunten tot en met 2013.


Het Rijk heeft voor de EHS inmiddels veel grond gekocht. Een groot deel hiervan is nog niet ingericht. In veel gevallen gaat het hierbij om zogenaamde ruilgronden die bij de verwerving reeds aan de EHS worden toegerekend. Deze ruilgronden worden gebruikt in landinrichtingsprojecten. Het systeem van landinrichting brengt echter met zich mee dat het enkele jaren duurt voordat een project wordt afgerond. Gedurende die jaren worden er wel inrichtingskosten gemaakt (het «onderhanden werk».) Deze hectares worden «natuur» als het gehele project gereed is en de ruilgronden worden doorgeleverd aan een particuliere natuurbeschermingsorganisatie of Staatsbosbeheer. Dit leidt er toe dat er pas sprake is van afgeronde inrichting ten behoeve van de EHS als het landinrichtingsproject in zijn geheel wordt opgeleverd. Onder hieronder vermelde prestaties zijn de afgeronde hectares weergegeven.

Verwijzing

Nota Natuur voor Mensen, mensen voor natuur. ( Aanbiedingsbrief TK 1999–2000, 27 235, nr. 1).

• Agenda voor een Vitaal Platteland ( TK 2003–2004, 29 576, nr. 1).

• Nota Ruimte ( TK 2004–2005, 29 435, nr. 154).

Meetbare gegevens bij de Operationele doelstelling

23.12 Inrichten EHSOorspronkelijke taakstellingPrognose restant taakstelling 1-1-2007Prognose taakstelling 2007–2013Prognose taakstelling 2007 (niet ILG-onderdelen)
NIEUWE EHS173 675 ha108 428 ha56 699 ha 
Nieuwe natuur146 450 ha85 095 ha45 714 ha 
– waarvan NURG7 000 ha4 366 ha 443 ha
– waarvan Maaswerken1 320 ha1 080 ha 52 ha
– waarvan overige nieuwe natuur100 594 ha79 446 ha39 527 ha 
Robuuste verbindingen24 365 ha21 319 ha7 230 ha 
Natte Natuur6 500 ha4 110 ha3 755 ha 
Aanpak verdroging, ver-    
zuring en vermesting300 projecten300 projecten300 projecten 

Toelichting op inrichtingtabel

De prestaties voor de periode 2007–2013 zijn berekend op basis van het LNV-budget en de bijdragen van derden (V&W en Provincies).

23.13 Beheren Ecologische Hoofdstructuur

Motivatie

Het in een samenhangend netwerk beheren van bestaande natuur, de aangewezen Natuurbeschermingsgebieden en 18 Nationale Parken. Een belangrijke nevendoelstelling van beheer is het voldoen aan recreatieve behoeften en de openstelling van natuur die beheerd wordt door particulieren en particuliere natuurbeschermingsorganisaties, tenzij bijzondere soorten of ecosystemen daardoor niet goed kunnen voortbestaan.

Het beheer biedt voldoende mogelijkheden en garanties voor de bescherming van de bedreigde soorten die van de beheerde gebieden afhankelijk zijn (met name de doelsoorten van het Meerjarenprogramma Uitvoering Soortenbeleid).

De budgetten Beheer binnen en buiten de EHS maken voor een groot deel onderdeel uit van het ILG en omvatten het natuurbeheer, agrarisch natuurbeheer en landschapsbeheer, zowel binnen als buiten de EHS. Onder de OD’s 23.13 en 23.14 is aangegeven welke onderdelen niet via het ILG lopen (bijv. beheer door Staatsbosbeheer).

Instrumenten

• Wet- en regelgeving (Internationale afspraken Wetlands-conventie, Vogel- en Habitatrichtlijn; Natuurbeschermingswet.

• Subsidies en het Investeringsbudget Landelijk Gebied.

• De voorlopige Landelijke Natuurdoelenkaart.

• Soortenbeschermingsprogramma’s.

• Behoud en herstel historische buitenplaatsen.

• Convenanten met terreinbeherende organisaties.


• Het beheer omvat in 2019 453 500 hectare bestaande natuur, de aangewezen Natuurbeschermingswetgebieden en het beheer van 18 Nationale Parken. Voor 2/3 van de bestaande natuur wordt door LNV budget ter beschikking gesteld. Het overige gedeelte valt onder de verantwoordelijkheid van andere overheden of wordt beheerd en gefinancierd door derden.


• In 2018 worden 151 500 hectare nieuwe natuurgebieden en 27 000 hectare robuuste verbindingen beheerd. De EHS bestaat voor 90 000 ha uit beheersgebieden. In beheersgebieden wordt natuur gerealiseerd via agrarisch natuurbeheer met behoud van de agrarische functie. Het beheer van natte natuur betreft 6500 hectare Zuid-Hollandse delta, IJsselmeergebied en Noord-Nederland. In 2018 worden 80 000 ha ganzenfoerageergebieden beheerd, waarvan 65 000 met inzet van agrarisch natuurbeheer.


• De omslag van minder verwerving naar meer agrarisch en particulier natuurbeheer in de nieuwe natuurgebieden en de robuuste verbindingen heeft geleid tot een wijziging van de taakstellingen voor agrarisch en particulier natuurbeheer. Na verwerving en inrichting komen circa 120 000 hectares nieuwe natuurgebieden en robuuste verbindingen in beheer bij Staatsbosbeheer of een particuliere natuurbeschermingsorganisatie (PNB.) Het overige gedeelte wordt gerealiseerd via particulier en agrarisch natuurbeheer.

Verwijzing

Nota Natuur voor Mensen, mensen voor natuur (aanbiedingsbrief TK 1999–2000, 27 235, nr. 1).

Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

23.13 Beheren EHSOorspronkelijke taakstellingPrognose restant taakstelling 1–1-2007Taakstelling 2007–2013
NIEUWE EHS275 000 ha125 846 ha73 410 ha
Paticulier beheer110 043 ha57 924 ha33 789 ha
– door PNB ’s67 272 ha25 283 ha14 749 ha
– door functiewijziging42 771 ha32 641 ha19 041 ha
Agrarisch natuur beheer97 685 ha38 067 ha22 206 ha
Staatsbosbeheer 67 272 ha12 275 ha7 160 ha
BESTAANDE EHS453 500 ha  
– door PNB’s182 174 ha  
– door Staatsbosbeheer130 168 ha  
Behoud en herstel historische buitenplaatsen200 plaatsen200 plaatsen200 plaatsen

23.14 Beheer natuur buiten EHS en beschermen van de internationale biodiversiteit

Motivatie

Nationaal

• Natuurbeheer, agrarisch natuurbeheer en landschapsbeheer.

• Voldoen aan de internationale verplichting om een of meer nationaal of internationaal belangrijke ecosystemen als nationaal park aan te wijzen.

• Het bieden van duurzame bescherming aan alle doelsoorten van het soortenbeleid.

• Subsidiëring van het LNV-aandeel in de kosten van verwerving van bestaande en nieuwe natuur (de subsidieregeling particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties).

Internationaal

• Voldoen aan de internationale verplichtingen die tot doel hebben het verlies aan biodiversiteit in de wereld een halt toe te roepen.

• Bijdragen aan een wereldwijde aanpak van een duurzame ontwikkeling en behoud van biodiversiteit.

• Identificeren van het PAN-Europees-Ecologische Netwerk.

Instrumenten

• Investeringsbudget Landelijk Gebied.

• Wet- en regelgeving zoals Flora- en faunawet, Vogel- en habitatrichtlijn, Internationale verdragen en richtlijnen binnen de EU, Subsidies.

• Overeenkomsten met internationale organisaties.

• Soortenbeschermingsprogramma ’s, mogelijk geïntegreerd via de leefgebieden.

• Het beheer buiten de EHS heeft betrekking op bestaande natuur (door SBB en anderen) en agrarisch natuurbeheer (ganzenfoerageergebieden, wintergasten, weidevogels en natuurbraak.)

• Het soortenbeleid heeft als doelstelling om voor de belangrijkste doelsoorten tijdig duurzame bescherming te bieden. Voor alle doelsoorten wordt getracht een gunstige staat van instandhouding te realiseren.

• Nederland heeft zich in internationaal verband verplicht om grootschalige gebieden die één of meer nationaal of internationaal belangrijke ecosystemen vertegenwoordigen, als Nationaal Park aan te wijzen. Het voorgenomen stelsel van 18 nationale parken is met de instelling van het 18e park De Alde Feanen in 2006 afgerond. De aandacht gaat nu uit naar de kwaliteitsverbetering van de parken door uitbreiding, bevorderen van (ook internationale) samenwerking tussen de parken en uitvoering van een investeringsprogramma.

• De doelstelling van het internationale natuurbeleid wordt gerealiseerd door:

1. het nakomen door Nederland van internationale verplichtingen;

2. het actief bijdragen van Nederland in internationaal verband aan de wereldwijde aanpak van een duurzame ontwikkeling en behoud van de biodiversiteit. Dit vindt plaats door het versterken van beschermde gebieden, bufferzones en andere elementen van ecologische netwerken, het verduurzamen van het gebruik van biodiversiteit, met speciale aandacht voor agrobiodiversiteit en het verminderen van negatieve effecten van Nederlands handelen op de biodiversiteit in het buitenland.

3. Het organiseren van de 14e bijeenkomst van partijen van het CITES-verdrag

Verwijzing

Beleidsprogramma Biodiversiteit Internationaal ( TK 2001–2002, 28 450, nr. 1)

Meetbare gegevens bij de Operationele Doelstelling

23.14 Beheer buiten EHS en beschermen interntionale biodiversiteitTaakstellingPrognose restant taakstelling 1–1-2005Prognose realisatie 2007
Agrarisch natuurbeheer buiten EHS51 000 ha23 763 ha12 876 ha
– waarvan Ganzenfoerageergebied buiten EHS30 000 ha12 333 ha12 333 ha
Bestaand bos, natuur en landschap96 500 ha  
– door PNB’s48 628 ha  
– door Staatsbosbeheer32 542 ha  
Internationale natuurprojecten en contributies75 projecten75 projecten75 projecten