Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

28 Pensioenbeleid

Bevorderen en beschermen van arbeidspensioenen.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om werkgevers en werknemers te stimuleren afspraken te maken over aanvullend pensioen en om een waarborg te scheppen dat een pensioentoezegging van de werkgever aan zijn werknemers na pensionering gestand wordt gedaan.


SZW schept het wettelijk kader waarbinnen sociale partners aan de inhoud en de uitvoering van pensioenregelingen vorm geven.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor:

• een adequaat wettelijk kader voor arbeidspensioenen;

• een op arbeidspensioenen toegesneden fiscaal kader, samen met de Minister van Financiën;

• de organisatie van het toezicht op de uitvoering van pensioenregelingen;

• het overleg met sociale partners over een betaalbaar en duurzaam pensioenstelsel dat rekening houdt met maatschappelijke ontwikkelingen en andere aspecten van sociaal-economisch beleid.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

• arbeidsvoorwaardenonderhandelingen;

• een transparant beheer en bestuur van pensioenuitvoerders;

• het pensioenbewustzijn in de samenleving;

• (macro-)economische ontwikkelingen;

• ruimte in EU-regelgeving voor handhaving van nationale kenmerken van pensioenstelsel.

Effectgegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effecten dat:

• ouderen na pensionering over een adequate inkomensvoorziening beschikken;

• maatschappelijk vertrouwen bestaat in het pensioenstelsel waardoor er een basis is voor een collectieve en solidaire financiering.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 28.1: Begrotingsuitgaven artikel 28 (x € 1 000):
Artikelonderdeel2005200620072008200920102011
Verplichtingen9831 4831 6000000
Uitgaven9831 4831 6000000
        
Programmauitgaven0000000
        
Apparaatsuitgaven9831 4831 6000000
Apparaatsuitgaven9831 4831 6000000
        
Ontvangsten0000000

Operationele doelstelling 1: Vergroten van het bereik van aanvullende pensioenen.

Motivering

Om zoveel mogelijk werknemers in de gelegenheid te stellen een aanvulling op de AOW te verkrijgen om na pensionering hun levensstandaard zo goed mogelijk te kunnen handhaven.

Instrumenten

• Pensioen en Spaarfondsenwet/Pensioenwet ( Kamerstukken II, 2005/06, 30 413);

• Wet verplichte Beroepspensioenregelingen;

• Wet verplichtstelling bedrijfstakpensioenfondsen 2000;

• Fiscale regelingen voor pensioenen.

Activiteiten

• Ondersteunen Stichting Pensioenkijker in de bevordering van het pensioenbewustzijn onder Nederlanders;

• Stimuleren van sociale partners tot een breder bereik van pensioentoezeggingen aan werknemers door de introductie van een minimumtoetredingsleeftijd van 21 jaar in de Pensioenwet ( Kamerstukken II, 2005/2006, 30 413, nr. 2);

• Bevorderen van gelijke behandeling: geen onrechtmatig onderscheid naar geslacht, leeftijd, aanstellingsduur en soort arbeidsovereenkomst.

Doelgroepen

• Werkgevers;

• Werknemers;

• Pensioenfondsbesturen.

Indicator

• Output/outcome zijn moeilijk objectief meetbaar. In 2006 wordt evaluatieonderzoek uitgevoerd op de omvang van de zogenoemde «witte vlek». Streven is een halvering t.o.v. 1996. Deze indicator is gebaseerd op omvangrijk (dus duur) steekproefonderzoek en wordt daarom niet jaarlijks gemeten. Een alternatieve indicator die aansluit bij de OD en die is gebaseerd op bestaande gegevensbronnen is niet voorhanden. Nagegaan zal worden of de huidige indicator op een alternatieve wijze kan worden ingevuld, door uit te gaan van kenmerken van pensioenregelingen en gegevens over het totale werknemersbestand.

Kengetallen

• Toetredingsleeftijd bij pensioenregelingen: de verwachting is dat steeds meer pensioenregelingen zullen afzien van een toetredingsleeftijd dan wel deze zullen stellen op 21 jaar of lager (voorstel voor minimumtoetredingsleeftijd in Pensioenwet).

 200320042005
Aandeel actieve deelnemers (%)   
< 25 jaar72%77%76%
XXX 25 jaar23%19%17%
Onbekend5%4%6%

Bron: De Nederlandsche Bank


• Mogelijkheid van vrijwillige voortzetting van deelname in de pensioenregeling naar percentage actieve deelnemers. Pensioenregelingen kunnen in meerdere situaties de mogelijkheid bieden tot vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. De percentages in onderstaande tabel tellen daarom op tot meer dan 100%.

 200320042005
Aandeel actieve deelnemers (%) met mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting:   
bij vrijwillig ontslag54%59%58%
bij zorgverlof22%22%23%
bij ouderschapsverlof23%23%24%
bij sabbatical leave20%20%20%
bij educatief verlof20%20%20%
bij langdurig verlof4%4%4%

Bron: De Nederlandsche Bank

Operationele doelstelling 2: Verbeteren van de houdbaarheid van het stelsel van aanvullende pensioenen.

Motivering

Om er voor te zorgen dat pensioenregelingen ook daadwerkelijk tot pensioenuitkeringen komen.

Instrumenten

• Pensioen- en Spaarfondsenwet; te vervangen door de Pensioenwet per 1 januari 2007 met daarin verankerd het Financieel toetsingskader pensioenen;

• Toezicht op de uitvoering van pensioenregelingen door De Nederlandsche Bank en (na de inwerkingtreding van de Pensioenwet) de Autoriteit Financiële Markten.

Activiteiten

• Invoeren van de Pensioenwet en aanvullende regelgeving ( Kamerstukken II, 2005/2006, 30 413);

• Overleggen met pensioenuitvoerders over verbeteringen in de praktijk van de uitvoering van pensioenregelingen;

• Overleggen in EU-verband om op Europees niveau de voorwaarden te creëren, waarbinnen het Nederlandse pensioenstelsel goed kan functioneren.

Doelgroepen

• Werkgevers;

• Werknemers;

• Pensioenuitvoerders.

Indicatoren

• Aantal fondsen met onderdekking: het aantal fondsen met een eigen vermogen dat kleiner is dan het minimaal vereist eigen vermogen;

• Aantal fondsen met een reservetekort: het aantal fondsen met een eigen vermogen kleiner dan het vereist eigen vermogen.


In de dekkingsgraad wordt de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen van het pensioenfonds tot uitdrukking gebracht. Bij een dekkingsgraad kleiner dan 105% is bij een gemiddeld fonds sprake van onderdekking. Bij een dekkingsgraad kleiner dan 130% is bij een gemiddeld fonds sprake van een reservetekort. Of er daadwerkelijk sprake is van onderdekking of een reservetekort wordt door de toezichthouder (DNB) voor ieder fonds individueel bepaald op basis van de specifieke kenmerken van dat fonds.

 Realisatie 2005Streven 2006Streven 2007Streven 2011
Aantal fondsen met onderdekking1000
Aantal fondsen met een reservetekort171160150115

Bron: kwartaalbericht DNB, juni 2006

Kengetallen

• Type regeling bij pensioenregelingen

 200320042005
Aandeel actieve deelnemers (%)   
Defined Benefit op basis van eindloon49%12%11%
Defined Benefit op basis van middelloon35%73%74%
Beschikbare premieregeling2%2%3%
Overig9%11%12%

Bron: De Nederlandsche Bank

Operationele doelstelling 3: Verbeteren van de betrokkenheid van deelnemers bij hun pensioenvoorziening.

Motivering

Om deelnemers te stimuleren kennis te nemen van hun pensioenregelingen en hun verantwoordelijkheid voor aanvullend pensioen te nemen.

Instrumenten

• Pensioenwet, met name de bepalingen over voorlichting aan deelnemers en de bepalingen over medezeggenschap en de governance van pensioenuitvoerders.

Activiteiten

• Ondersteunen Stichting Pensioenkijker in de bevordering van het pensioenbewustzijn onder Nederlanders;

• Overleggen met sociale partners, gepensioneerden en pensioenuitvoerders over verbetering van de kwaliteit van het besturen van pensioenuitvoerders.

Doelgroepen

• Deelnemers en gepensioneerden in pensioenregelingen.

Indicatoren

• Kennis van pensioenregeling.

 Realisatie 2005Streven 2006Streven 2007Streven 2011
Percentage werkenden in de leeftijd van 20 tot 65 jaar dat inzicht heeft in de hoogte van het eigen aanvullend pensioen49%50%52%60%

Bron: SZW Monitor «Kennis van ouderdomspensioen» op basis van panelonderzoek door Research voor Beleid

Kengetallen

• Opvattingen van werknemers tussen 20 en 65 jaar over de verantwoordelijkheid voor het regelen van een aanvullend pensioen.

De verantwoordelijkheid voor het regelen van een ouderdomspensioen ligt2005
Bij mijzelf52%
Bij mijn werkgever25%
Bij de overheid17%
Overige/weet niet6%

Bron: SZW Monitor «Kennis van ouderdomspensioen» op basis van panelonderzoek door Research voor Beleid


• Verwachtingen van werkenden met inzicht in de hoogte van het eigen aanvullend pensioen over het kunnen rondkomen van hun pensioen.

 2005
Verwacht goed te kunnen rondkomen49%
Verwacht redelijk te kunnen rondkomen37%
Verwacht nauwelijks tot niet te kunnen rondkomen12%
Weet niet2%

Bron: SZW Monitor «Kennis van ouderdomspensioen» op basis van panelonderzoek door Research voor Beleid

Overzicht beleidsdoorlichtingen en effectonderzoeken

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid:
Soort onderzoekOnderwerp onderzoekAD/ODA. StartB. AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingGeen   
Effectenonderzoek ex postGeen   
Overig evaluatieonderzoekEvaluatie vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2001OD1A: 2005B: 2006Kamerstukken II, 2005/2006, 27 071, nr. 23
 Witte vlekken op pensioengebiedOD1A: 2007B: 2007Kamerstukken II, 2003/2004, 28 294, nr. 2
 Evaluatie Wet van 21 december 2000 (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen)OD2A: 2007B: 2007Kamerstukken I, 1999/2000, 26 711, nr. 271
 Evaluatie Wet verevening pensioenrechtenOD2A: 2006B: 2007Kamerstukken II, 2004/2005, 29 481, nr. 13, p. 1

De evaluatie van de Wet verevening pensioenrechten vindt plaats onder gezamenlijke verantwoordelijkheid met de minister van Justitie.