Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

30 Inkomensbescherming met activering

Zorgdragen voor adequate bescherming met activerende voorwaarden tegen de financiële risico’s bij inkomensverlies.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om personen te beschermen tegen de financiële risico’s bij inkomensverlies en hen in beginsel een inspanningsverplichting om betaalde arbeid te verkrijgen op te leggen.


SZW creëert de voorwaarden voor het toekennen van de uitkeringen en zorgt voor de uitvoering door het laten verstrekken van uitkeringen door gemeenten en UWV. Zij verstrekt hiertoe financiële middelen.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor:

• een adequate bescherming van personen tegen inkomensverlies;

• de vormgeving en werking van het wettelijk stelsel;

• sturing en toezicht op een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van de sociale verzekeringen door het UWV;

• het toezicht op een rechtmatige uitvoering van de bijstandsregelingen door gemeenten;

• de bepaling van de hoogte van het sociaal minimum/algemene bijstandsniveaus;

• de vaststelling van het niveau van de individuele uitkeringen van de sociale verzekeringen;

• de coördinatie van het rijksbeleid op het terrein van armoede «sociale insluiting».

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

• een effectieve uitvoering van de wetten door gemeenten en het UWV;

• de hoogte van het nalevingsniveau van wet- en regelgeving door de uitkeringsgerechtigden;

• een positieve grondhouding in het verkrijgen van betaald werk door de uitkeringsgerechtigden;

• de conjunctuur.

Effectgegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effecten dat:

• er invulling is gegeven aan de grondwettelijke taak van de overheid om te zorgen voor de «bestaanszekerheid der bevolking» middels inkomensbescherming tot op tenminste het sociaal minimum;

• personen er weer in slagen zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 30.1: Begrotingsuitgaven artikel 30 (x € 1 000):
Artikelonderdeel2005200620072008200920102011
Verplichtingen4 803 9084 649 2014 335 1444 229 7784 218 6864 260 7944 327 017
Uitgaven5 018 3014 581 3174 390 9524 246 5454 220 3864 260 7944 327 017
        
Programmauitgaven5 014 5824 574 3704 384 1744 246 5454 220 3864 260 7944 327 017
Waarvan juridisch verplicht  100%100%100%100%100%
Operationele doelstelling 1       
WWB4 564 5704 190 0944 012 2323 874 4233 841 8483 872 1133 886 864
IOAW201 782163 161163 718178 173190 987220 579272 354
IOAZ34 54336 78934 83034 89334 97435 04135 131
Bijstandzelfstandigen88 10266 76466 69866 68666 68666 68666 687
Bijstandbuitenland2 1012 6002 6002 6002 6002 6002 600
Bijstandoverig27 73324 50022 75021 30017 300250250
Handhaving17 47716 59215 08915 39215 39215 39315 394
Subsidies347000000
Overig1101 2001 7001 7001 70000
Operationele doelstelling 3       
WWIK uitkeringslasten51 54739 73139 73539 74439 74839 76439 769
WWIK uitvoeringskosten5 4854 8394 8314 8314 8314 8314 831
Operationele doelstelling 4       
BIA uitkeringslasten5 9415 6185 2924 6403 8723 4103 058
BIA uitvoeringskosten67220017018914312779
Operationele doelstelling 5       
TRI uitkeringslasten11 40518 70014 0191 36510200
TRI uitvoeringskosten3 0803 51251060920300
        
Apparaatsuitgaven3 7196 9476 7780000
Apparaatsuitgaven3 7196 9476 7780000
        
Ontvangsten45 50425 00000000

Toelichting:

WWB

Dit betreft het inkomensdeel van de Wet Werk en Bijstand (WWB), inclusief de middelen voor de langdurigheidstoeslag. Het WWB Werkdeel is begroot op beleidsartikel 23 Re-integratie. Een vergoeding voor de uitvoeringskosten ontvangen gemeenten via de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het CPB heeft de effecten van de WWB onderzocht (CPB, Document 120, juni 2006 «Wet Werk en Bijstand: Een eerste kwantificering van effecten»). Zij concludeert dat het beleid effect heeft. Volgens de schattingen heeft het budgetteren gezorgd voor een circa 2 procent geringer bijstandsvolume in 2004. Ofwel: de groei is met ongeveer 8 000 uitkeringen verlaagd. Daarnaast constateert het CPB dat het effect van de conjunctuur op het bijstandsvolume geringer is dan tot voor kort werd aangenomen.

IOAW/IOAZ/Bijstand zelfstandigen

Dit betreffen optellingen per regeling van het budgetdeel (25%) en het declaratiedeel (75%). Een vergoeding voor de uitvoeringskosten ontvangen gemeenten via de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

IOAW/IOW

Volume en lasten dalen in 2006 vanwege overheveling naar Toeslagenwet van het deel dat tevens arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt. Daarna wordt een stijging verwacht vanwege de weglek van de afschaffing van de vervolguitkering WW. Vanaf 2009 gaat de stijgende lijn verder vanwege de gevolgen van de duurverkorting WW en de ruimere mogelijkheden voor 60-plussers in de door het kabinet voorgenomen IOW (SER-pakket).

IOAZ

In de IOAZ zijn weinig ontwikkelingen te verwachten. Geen instroom meer vanuit de WAZ, maar wel van oudere gewezen zelfstandigen.

Bbz

In 2005 was er een stijging van de uitgaven vanwege nabetalingen over 2004; hier staan overigens ook terugontvangsten tegenover. Een betere conjunctuur doet het aantal ondernemers dat door financiële problemen een beroep doet op het Bbz verminderen, anderzijds ontstaat er ook meer belangstelling voor ondernemerschap. Bezien wordt of kredietverlening aan starters via borgstelling kan worden overgelaten aan banken. Dit leidt op termijn tot verlaging van de uitgaven Bbz.

Bijstand overig (waaronder armoede en «sociale insluiting»)

Uit dit budget worden onder meer beleidsactiviteiten op het gebied van armoede en problematische schulden (preventie, budgetbegeleiding, nazorg) voor rijk en gemeenten gefinancierd.

Handhaving

Uit dit budget worden onder meer de uitvoeringskosten van het Inlichtingenbureau voor gemeenten gefinancierd.

WWIK

Dit betreffen de uitkeringslasten en uitvoeringskosten van de WWIK die voor 100% door 20 uitvoerende centrumgemeenten en «Kunstenaars & Co» worden gedeclareerd.

BIA

Dit betreffen de uitgaven voor deze tijdelijke overgangsregeling op grond waarvan naar verwachting ultimo 2016 het uitkeringsrecht vervalt.

TRI

Deze regeling is in het leven geroepen om de inkomensgevolgen tengevolge van de herbeoordelingen in het kader van de Wet wijziging systematiek herbeoordelingen te beperken. De verwachting is dat het recht op deze regeling per 2010 komt te vervallen.

Tabel 30.2: Premie-uitgaven artikel 30 (x € 1 000)
Artikelonderdeel2005200620072008200920102011
Totaal uitgaven5 199 0004 116 7063 642 4913 814 7373 700 9103 596 6713 569 398
        
Programmauitgaven5 199 0004 116 7063 642 4913 814 7373 700 9103 596 6713 569 398
Operationele doelstelling 2       
WWuitkeringslasten4 511 0003 637 8463 167 0573 281 8823 133 3802 982 4952 913 492
WWuitvoeringskosten688 000478 860394 015385 954364 649359 566346 640
Nominaal0081 419146 901202 881254 610309 266
        
Ontvangsten521 000525 188521 248541 375562 423580 393602 932

Toelichting:

WW uitkeringslasten

In 2007 wordt de dalende lijn in de uitkeringslasten WW die in 2006 is ingezet verder doorgetrokken. Goede economische vooruitzichten en verschillende WW-maatregelen, zoals de aanscherping van de wekeneis en de duurverkorting in de WW die in 2006 respectievelijk is en wordt ingevoerd, zorgen voor een gunstige volume-ontwikkeling in de WW.

PM Overboeking re-integratie WW

WW uitvoeringskosten

Als gevolg van het dalende WW-volume, vertonen de uitvoeringskosten eveneens een dalende lijn. De daling in het WW-volume wordt veroorzaakt door economische groei en beleidsmaatregelen, zoals de wijziging in de referte-eis en de herbeoordelingsoperatie.

Grafiek Budgetflexibiliteit per Operationele doelstelling 2007



kst99344_2_10.gif

Operationele doelstelling 1: Zorgdragen dat voldoende middelen worden verstrekt aan gemeenten voor inkomensaanvulling tot minimumniveau aan mensen die niet zelf (volledig) kunnen voorzien in hun levensonderhoud.

Motivering

Om inkomensverlies tot onder het niveau van het sociaal minimum te voorkomen en om personen zo spoedig mogelijk zelfstandig in het eigen levensonderhoud te laten voorzien.

Instrumenten

• De Wet werk en bijstand (WW);

• Het inkomensdeel van de WWB (v.w.b. het re-integratiebudget wordt verwezen naar art. 23);

• Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);

• Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

• Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) 2004;

• Inlichtingenbureau gemeenten;

• Subsidies (o.a. ter voorkoming/bestrijding problematische schulden, voor subsidies op terrein van innovatie wordt ook verwezen naar subsidies art. 23);

• Handhavingsprogramma 2007–2010.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

• onderhouden van de wet- en regelgeving;

• ramen macrobudget WWB inkomensdeel en onderhouden verdelingssystematiek;

• toezien op een rechtmatige wetsuitvoering;

• uitvoeren nationaal actieplan armoede en «sociale insluiting» 2006;

• uitvoeren SZW-actiepunten vervolg bestuurlijke conferentie armoede en schulden (juni 2006).

Activiteiten gemeenten:

• beoordelen van recht op een uitkering;

• verstrekken van uitkeringen.

Doelgroepen

• Mensen tot 65 jaar die niet zelf (volledig) kunnen voorzien in hun levensonderhoud (bijstand als aanvulling op een onvolledige AOW-uitkering komt aan de orde in artikel 32);

• Mensen met een langdurig minimuminkomen en/of grote afstand tot de arbeidsmarkt;

• Gemeenten.

Indicatoren

• De regering verwacht dat de WWB leidt tot een bijstandslastenreductie van 5% in 2007, ten opzichte van een situatie zonder WWB, rekening houdende met de conjunctuur en effecten van Rijksbeleid. In het kader van de evaluatie WWB is voor dit laatste een analyse voorzien.2

• Toereikendheid inkomensdeel macrobudget WWB3

 Realisatie 2005Streven 2006Streven 2007
Bijstandslastenreductie Wwbzie noot 1 boven5%5%
Toereikendheid macrobudget WWBToereikendToereikendToereikend

Bron: bestuurlijk overleg met de VNG.


Kengetallen
 Realisatie 2005Raming2006Raming 2007
Volume ontwikkelingen   
Volume WWB thuiswonenden, periodiek < 65 (x 1000)1335321311
Volume WWB thuiswonenden, periodiek = 65 (x 1000)1262729
Volume IOAW (x 1000)1121112
Volume IOAZ (x 1000)1222
Volume bijstandbuitenland (x 1000)21,2922
Volume Bbz (x 1000)1222
Handhaving   
Bekendheid met regels354%  
Aantal geconstateerde fraudegevallen435 000  
Totaal fraudebedrag (€ mln)4120  
% afdoening4   
Incassoratio414%  
Nalevingsniveau van de opgaven van inkomsten3 71% (64%–77%)  

Bronnen:

1 CBS bijstandsuitkeringsstatistiek

2 SZW-administratie

3 SZW POROSZ, betreft realisatie over 2004

4 CBS fraude-en debiteurenstatistiek


Opmerking: de volumina betreffen hier jaargemiddelden, met uitzondering van 2006 e.v. Hier betreft het ramingen daarvan.

Operationele doelstelling 2: Zorgdragen dat werknemers bij werkloosheid een tijdelijk loonvervangend inkomen ontvangen én tot werkhervatting worden gestimuleerd.

Motivering

Om de tijdelijke inkomensbescherming van werknemers bij werkloosheid te waarborgen en hen te activeren tot werkhervatting.

Instrumenten

• Werkloosheidswet (WW);

• Bijdrage uitvoeringskosten aan het UWV.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

• Instandhouden en onderhouden van een toekomstbestendige en activerende wettelijke verzekering tegen werkloosheid;

• Toezien op een doelmatige en rechtmatige wetsuitvoering;

• Voorlichting.

Activiteiten van UWV:

• uitvoering van de wettelijke verzekering;

• bevorderen werkhervatting door activering en ondersteuning bij re-integratie.

Doelgroepen

• Verzekerden (werknemers);

• Premiebetalers (werkgevers en werknemers).

Indicatoren

• Het kabinet wil de arbeidsparticipatie van ouderen verhogen, onder meer door de instroom van oudere werknemers in de WW terug te dringen en de gemiddelde uitkeringsduur te bekorten. De eerste twee indicatoren bieden zicht op de uitwerking van het kabinetsbeleid op werknemers in de leeftijdscategorie 57½ jaar en ouder, afgezet tegen respectievelijk de leeftijdscategorie 55–57½ jaar en het gemiddelde voor de totale WW-populatie;

• Het beoogde maatschappelijke effect van handhaving is dat onnodig gebruik van WW-uitkeringen wordt tegengegaan en misbruik wordt voorkomen. De nalevingsindicatoren maken inzichtelijk in hoeverre de belangrijkste verplichtingen worden nagekomen;

• Het totaal geconstateerde fraudebedrag en de afdoening worden als kengetal in beeld gebracht. Dat geldt ook voor de mate waarin kennis van regelgeving aanwezig is. Dit is van invloed op de mate waarin de uitkeringsgerechtigden zich aan de wet houden.

 Realisatie 2005Streven 2006Streven 2007Streven 2011
Instroomkans in de WW van de leeftijdscategorie 57½ jaar en ouder t.o.v. de leeftijdscategorie 55–57½ jaar11,021–1,051–1,051–1,05
Duur WW-uitkering in maanden1    
– totale WW-populatie111099
– leeftijdscategorie 57½ jaar en ouder29292928
Nalevingsniveau van verplichtingen om (weer) werk te vinden266% (60%–71%) (realisatie 2004)>66%
Nalevingsniveau van opgave en inkomsten uit arbeid275% (68%–81%) (realisatie 2004)>75%

Bronnen:

1 UWV Jaarverslag

2 SZW POROSZ. Dit onderzoek kent een tweejaarlijkse cyclus, waarbij de laatst beschikbare cijfers het jaar 2004 betreffen. Voor het jaar 2005 zijn geen cijfers beschikbaar.


KengetallenRealisatie 2005Raming 2006Raming 2007
Volume ontslagwerkloosheid met aanvullend beleid (x 1000 uitkeringsjaren)1277219172
Aantal nieuwe uitkeringen (x 1000)2376324265
Aantal beëindigde uitkeringen (x 1000)2391364316
Gemiddelde WW-duur bij werkhervatting (maanden werkuitkering)766
    
Handhaving   
Bekendheid met regels354% (2004  
Aantal signalen (alle wetten)431 469  
Totaal fraudebedrag (x € mln)410,4  
% afdoening497%  

Bronnen:

1 SZW-administratie

2 UWV fondsennota’s

3 SZW POROSZ. Dit onderzoek kent een tweejaarlijkse cyclus, waarbij de laatst beschikbare cijfers het jaar 2004 betreffen. Voor het jaar 2005 zijn geen cijfers beschikbaar.

4 UWV Jaarverslag

Operationele doelstelling 3: Verstrekken van een tijdelijke financiële ondersteuning aan kunstenaars.

Motivering

Om kunstenaars in de gelegenheid te stellen een renderende beroepspraktijk op te bouwen, al dan niet in combinatie met inkomsten buiten de kunst.

Instrumenten

• Wet werk en inkomen kunstenaars(WWIK);

• Re-integratiebudget WWB (art. 23).

Activiteiten

Activiteiten SZW:

• onderhouden van de wet- en regelgeving;

• toezien op een rechtmatige wetsuitvoering.

Activiteiten centrumgemeenten:

• beoordelen van recht op een uitkering;

• verstrekken van uitkeringen aan kunstenaars.

Doelgroepen

• Beroepsmatig actieve kunstenaars die niet over voldoende middelen kunnen beschikken om te voorzien in hun levensonderhoud;

• Academieverlaters kunstvakopleidingen.

Indicatoren

• Output/outcome zijn moeilijk objectief meetbaar. De WWIK kent geen uitstroomdoelstelling, wel is de uitkeringsduur gebonden aan een maximum van 4 jaar, waarbij een progressieve inkomenseis van kracht is.

Operationele doelstelling 4: Zorgdragen dat een aanvulling tot inkomen op minimumniveau wordt verstrekt aan oudere herkeurde arbeidsongeschikten

Motivering

Om oudere herkeurde arbeidsongeschikten die op grond van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (TBA) hun arbeidsongeschiktheidsuitkering geheel of gedeeltelijk hebben verloren, een inkomen op minimumniveau te bieden en ze te motiveren (zo snel mogelijk) te gaan werken.

Instrumenten

• De tijdelijke Wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria (BIA);

• Bijdrage uitvoeringskosten UWV.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

• toezien op een rechtmatige wetsuitvoering;

• onderhouden van de wet- en regelgeving.

Activiteiten UWV:

• beoordelen van recht op een uitkering;

• verstrekken van uitkeringen.

Doelgroepen

• Personen die op 1 augustus 1993 reeds recht hadden op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op die dag 45 jaar of ouder waren (na afloop van WW-periode);

• Personen die op 31 december 1986 in de leeftijd van 35 jaar of ouder waren en zowel op die datum als ook op 31 juli 1993 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvingen (na afloop van WW-periode).

Indicatoren

• Output/outcome zijn in beginsel wel meetbaar maar in verhouding tot de uitgaven en/of administratieve lasten relatief kostbaar en tijdrovend. Het relevante instrument, de BIA, is een overgangsregeling voor een steeds kleiner wordende groep uitkeringsgerechtigden. Ultimo 2016 zal het uitkeringsrecht op grond van de BIA vervallen.

Kengetallen
 Realisatie 2005Raming 2006Raming 2007
Aantal uitkeringsjaren BIA1699648610
Gemiddelde uitkering BIA (€ 1)28 4998 6708 670

Bronnen:

1 UWV jaarverslag;

2 SZW-administratie.

Operationele doelstelling 5: Zorgdragen dat een tijdelijke tegemoetkoming wordt verstrekt aan bepaalde arbeidsongeschikten die herbeoordeeld zijn in de zogenaamde herbeoordelingsoperatie.

Motivering

Om te voorkomen dat herbeoordeelde arbeidsongeschikten die een lagere uitkering of geen uitkering meer ontvangen, en die nog niet (meer) werk hebben gevonden in financiële problemen komen, ontvangen zij als zij geen WW krijgen, een tijdelijke tegemoetkoming.

Instrumenten

• De Tijdelijke Regeling Inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten (TRI);

• Bijdrage uitvoeringskosten UWV.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

• toezien op een rechtmatige wetsuitvoering;

• onderhouden van de wet- en regelgeving.

Activiteiten UWV:

• beoordelen van recht op een uitkering;

• verstrekken van uitkeringen.

Doelgroepen

• Herbeoordeelde arbeidsongeschikten, die een lager arbeidsongeschiktheidspercentage hebben gekregen, die niet meer zijn gaan werken en die geen recht op WW hebben.

Indicatoren

Output/outcome zijn in beginsel wel meetbaar maar in verhouding tot de uitgaven en/of administratieve lasten relatief kostbaar en tijdrovend. Gezien het geringe aantal gerechtigden, het geringe uitkeringsbedrag en de korte looptijd van de regeling zijn geen indicatoren geformuleerd.

Overzicht beleidsdoorlichtingen en effectonderzoeken

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid:
Soort onderzoekOnderwerp onderzoekAD/ODA. StartB. AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingWWB InkomensdeelOD 1A. 2007B. 2007 
Effecten onderzoek ex postGeen   
Overig evaluatieonderzoekEvaluatie WWB:– Kwalitatief onderzoek gemeenten II– WWB in cijfers II– Causale analyse– Cliënten en de WWB– Cliëntenparticipatie in de WWB– Eindrapport evaluatie WWB A. 2006 B. 2007A. 2006 B. 2007A. 2006 B. 2007A. 2006 B. 2007A. 2006 B. 2007A. 2007 B. 2007Plan van aanpak evaluatie WWB 2004–2007 nader uitgewerkt ( Kamerstukken II, 29 674, nr. 6)

n.b.: De eindrapportage evaluatie WWB is de beleidsdoorlichting WWB inkomensdeel.

2  Voorzien is dat in januari 2007 een onderzoek wordt aanbesteed naar de causale relatie tussen conjuctuur en effecten van Rijksbeleid op de in 2007 te realiseren bijstandslastenreductie van 5%. Oplevering van deze resultaten van dit onderzoek is voorzien in september 2007. De bevindingen zullen worden betrokken bij de eindrapportage Evaluatie van de WWB in 2007.

3  Uitgangspunt is dat het macrobudget toereikend is. De minister van SZW is verantwoordelijk voor de uiteindelijke raming en vaststelling van het inkomensdeel macrobudget WWB, en monitort zodoende continu de systematiek. Mochten aanzienlijke en structurele discrepanties worden geconstateerd tussen het definitieve budget en de macrorealisatie, dan kan dit in het bestuurlijke, politiek overleg aan de orde komen.