Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

21 Inkomensbeleid

Zorgdragen voor een evenwichtige en activerende inkomensontwikkeling

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om een zo gelijkmatig mogelijk gespreide inkomensontwikkeling over de verschillende inkomensgroepen te bereiken.


Om de financiële prikkels voor werkaanvaarding in stand te houden en te verbeteren (beperken armoedeval).

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor:

• het volgen en beoordelen van de inkomensontwikkeling van burgers door middel van standaard koopkrachtcijfers en het zo mogelijk corrigerend optreden;

• het in kaart brengen en beoordelen van de gevolgen van het geheel aan beleidsvoorstellen voor het totale koopkrachtbeeld.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

• de spanning tussen een evenwichtiger inkomensontwikkeling en verkleining van de armoedeval. Verkleining van de werkloosheidsval impliceert bijvoorbeeld dat de koopkrachtontwikkeling van werkenden en uitkeringsgerechtigden uit elkaar gaat lopen;

• de financieel economische situatie en daarmee de mogelijkheden om negatieve effecten te compenseren;

• algemene factoren zoals loon- en prijsontwikkeling;

• doorwerking van het beleid van andere departementen en overheidsorganen.

Effectgegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effecten dat:

• voor de verschillende inkomensgroepen de koopkrachtmutatie zoveel mogelijk aan elkaar gelijk is en dat uitschieters worden voorkomen;

• de inkomensposities van zwakke groepen worden beschermd;

• de arbeidsparticipatie wordt gestimuleerd.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 21.1: Begrotingsuitgaven artikel 21 (x €1 000):
Artikelonderdeel2005200620072008200920102011
Verplichtingen7147057400000
Uitgaven7147057400000
        
Programmauitgaven0000000
        
Apparaatsuitgaven7147057400000
Apparaatsuitgaven7147057400000
        
Ontvangsten0000000

Operationele doelstelling 1: Het bereiken van een zo gelijkmatig mogelijk over de verschillende inkomensgroepen gespreide inkomensontwikkeling

Motivering

Om te komen tot een evenwichtige inkomensverdeling en bescherming van de inkomenspositie van de zwakste groepen

Instrumenten

• Generiek koopkrachtbeeld in de vorm van een standaard koopkrachtoverzicht

• Specifiek koopkrachtbeeld van afzonderlijke maatregelen die niet in het generieke koopkrachtbeeld tot uitdrukking komen

Activiteiten

• Beoordelen van en zo mogelijk corrigerend optreden ten aanzien van de inkomenseffecten van beleid. In 2007 spelen de volgende voor het inkomensbeeld relevante maatregelen:

– Verhoging arbeidskorting met € 20

– Verlaging AWF-premie werknemers met 1,35%-punt

– Verhoging tegemoetkoming AOW/ANW met € 48

– Verhoging aanvullende combinatiekorting met € 80

– Verhoging kinderbijslag met € 41,60 per kind van 12 tot 18 jaar, met € 35,36 per kind van 6 tot 12 jaar en met € 29,12 per kind van 0 tot 6 jaar.

– Verlaging tarief 1e schijf met 0,50%-punt en verlaging tarief 2e schijf met 0,05%-punt

– Verhogen algemene heffingskorting met € 21.

• Monitoren van de loonontwikkeling. De gemiddelde geraamde loonstijging bedraagt in 2007 2,00%.

• Monitoren van de prijsstijging (inflatie). De geraamde inflatie voor 2007 is 1½%.

Doelgroepen

• Verschillende inkomensgroepen

Indicatoren

• De inkomensontwikkeling van burgers wordt gevolgd door middel van standaard koopkrachtcijfers zoals gepresenteerd in tabel 21.2. Deze cijfers laten voor een aantal standaardhuishoudens de inkomensontwikkeling zien als gevolg van de gemiddelde loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van generieke maatregelen, zoals aanpassingen in belastingen, (ziektekosten-)premies en kinderbijslag. Tabel 21.2 is, evenals voorgaande jaren, opgesteld volgens de conclusies van het rapport «Opbouw en samenstelling inkomenskengetallen» (ministerie van SZW, augustus 2003).

• De cijfers houden geen rekening met veranderingen in de samenstelling van de bevolking of in persoonlijke omstandigheden van burgers zoals bijvoorbeeld werkaanvaarding of baanverlies, promotie of verandering van huishoudsamenstelling (scheiding, geboorte van een kind).

• Het standaard inkomensbeeld voor 2007 laat een positief en evenwichtig beeld zien, zie tabel 21.2. De standaardgroepen gaan er tussen de ¾% en 1¼% op vooruit.

• Ten opzichte van de in tabel 21.2 opgenomen effecten kan er sprake zijn van spreiding. Dit zijn de zogenaamde niet-standaardeffecten. Dit wordt onder andere veroorzaakt door:

– Intensivering van de kinderopvangtoeslag en introductie van een verplichte werkgeversbijdrage kinderopvang

– Taakstelling in de huurtoeslag en modernisering van het huurbeleid

– De afbouw van de correctie op het verzamelinkomen voor de studiefinanciering en de bijdrage voor onderhoudskosten en scholing van kinderen

– Nieuwe eigen bijdrage systematiek Wet maatschappelijke ondersteuning

• In bijlage 11 wordt nader ingegaan op de omvang en spreiding van de niet in het generieke beeld opgenomen effecten van maatregelen.

Tabel 21.2 Standaard koopkrachteffecten
Standaard koopkrachteffectenPrognose 2007
Actieven: 
Alleenverdiener mk 
modaal1
2*modaal¾
Tweeverdiener 
modaal + ½*modaal mk
2*modaal + ½*modaal mk1
modaal + modaal zk1
2*modaal + modaal zk1
Alleenstaande 
WML1
modaal1
2*modaal1
Alleenstaande ouder 
WML¾
Modaal
  
Inactieven 
Sociale minima 
paar mk1
alleenstaande1
alleenstaande ouder
AOW(alleenstaand) 
sociaal minimum
AOW +5 0001
AOW (paar zk) 
sociaal minimum1
AOW+10 0001

Bron: berekening SZW

Operationele doelstelling 2: In stand houden en verbeteren van financiële prikkels voor werkaanvaarding (beperken armoedeval)

Motivering

Om bij te dragen aan een activerend inkomensbeleid

Instrumenten & activiteiten

• Hetzelfde als die geschetst bij OD1, met name de arbeids- en de combinatiekorting.

• Hoogte van WW- en bijstandsuitkeringen

Doelgroepen

• Huishoudens die door een grotere arbeidsparticipatie hun inkomen kunnen verbeteren.

Indicatoren

• De onderstaande tabel presenteert indicatoren voor de ontwikkeling van de werkloosheidsval en de marginale druk.

• De berekeningswijze van de marginale druk cijfers houdt rekening met de doorwerking van effecten over het hele inkomenstraject van minimumloon tot en met twee maal modaal. Dit traject is in drie delen gesplitst.

• De werkloosheidsval verbetert in 2007 als gevolg van de hierboven genoemde verhoging van de arbeidskorting. De werkloosheidsval blijft negatief voor groepen met een verzilveringsprobleem, namelijk: alleenstaande ouders en alleenverdieners met kinderen. Bij omzetting van de kinderkorting in een kindertoeslag in 2008 wordt dit laatste verholpen.

• De herintredersval verbetert met name door de verhoging van de aanvullende combinatiekorting.

• De marginale druk daalt voor alle gepresenteerde groepen. De marginale druk neemt af door de verlaging van de Awf-werknemerspremie en de lagere tarieven in de 1e en 2e schijf. Tweeverdieners met kinderen profiteren bovendien van de extra middelen in de kinderopvang.

ArmoedevalcijfersNiveau 2006MutatieNiveau 2007
Werkloosheidsval*   
alleenverdiener mk– 4¼– 3¾
alleenstaande1
alleenstaande ouder– 7¼0– 7¼
    
Herintredersval**   
partner minimumloon16½117¾
    
Marginale druk***   
Alleenverdiener mk   
Minimumloon – minimumplus64½– ¾63¾
Minimumplus – Modaal71– 268¾
Modaal – 2*modaal53½– 152¼
Tweeverdiener****   
Hoofdverdiener   
minimumloon29½– 2¾26¾
minimumplus30¼– 327¼
modaal49½– 247½

Bron: CPB/MEV

* Deze cijfers tonen de procentuele mutatie in het besteedbaar inkomen bij het aanvaarden van een baan op het niveau van het minimumloon vanuit een uitkering op het niveau van het sociaal minimum. De cijfers zijn berekend inclusief het effect van gemeentelijke regelingen en huursubsidie.

** Dit cijfer laat de procentuele toename zien in het huishoudinkomen van een gezin waarbij één partner werkt tegen het minimumloon en de niet-verdienende partner een baan aanvaardt met een inkomen van ½ * minimumloon.

*** Deze cijfers tonen de marginale druk op de genoemde inkomenstrajecten.

**** De marginale druk voor tweeverdieners is berekend onder de veronderstelling van een gelijkblijvend inkomen van de meestverdienende partner. De marginale druk wordt berekend voor de bij de partner genoemde inkomenstrajecten.

Overzicht beleidsdoorlichtingen en effectonderzoeken

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid:
Soort onderzoekOnderwerp onderzoekAD/ODA. StartB. AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingGeen   
Effecten onderzoek ex postGeen   
Overig evaluatieonderzoekGeen