Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 46 Sport

46.1 Algemene beleidsdoelstelling

Een sportieve samenleving waarin zowel veel aan sport wordt gedaan als van sport wordt genoten.


Belangrijkste beleidsonderwerpen 2007

De visie op het sportbeleid van de Rijksoverheid is neergelegd in de nota Tijd voor sport, kamerstukken 30 234, nr. 2. Dit beleid is uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma Samen voor sport kamerstukken 30 234, nr. 6, waarin we aangeven op welke wijze en met welke partners wij de uitvoering van het beleid in de periode 2006–2010 ter hand nemen.


De belangrijkste beleidsonderwerpen zijn:

• Stimuleren van beweging en tegengaan van inactiviteit via kleinschalige projecten (community sportactiviteiten) en interventieteams gericht op specifieke doelgroepen (46.3.1)

• Stimuleren van sport en bewegen op school (46.3.2)

• Stimuleren van de vernieuwing van het lokale sportaanbod door sportverenigingen in samenwerking met andere maatschappelijke organisaties (46.3.2)

• Bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid van allochtone jongeren door middel van sport (46.3.2)

• Introduceren van een keurmerk voor sportverenigingen (46.3.2)

• Vergroten van het bestand aan scheidsrechters en verbeteren van het imago van de scheidsrechter (46.3.2)

• Moderniseren van de sportopleidingen in Nederland (46.3.2)

• Verbeteren van talentherkenning en -ontwikkeling op regionaal en nationaal niveau (46.3.3)

• Versterken van de positie van topcoaches in Nederland (46.3.3)

• Ondersteunen van de organisatie van topsportevenementen in Nederland (46.3.3)

• Ontwikkelen van grensverleggende innovatieve toepassingen voor zowel topsport als breedtesport (46.3.3).

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

Wij zijn verantwoordelijk voor:

• het bevorderen van een gezonde en actieve leefstijl van de burger door voorlichting te geven en kennis te verspreiden;

• het aanzetten van partijen in verschillende sectoren van de maatschappij tot het ontwikkelen van activiteiten die ertoe moeten leiden dat mensen meer gaan sporten en bewegen en dat minder mensen inactief zijn;

• het ontwikkelen van programma’s en het stimuleren van activiteiten die ertoe leiden dat mensen door middel van sport meedoen aan maatschappelijke activiteiten en zich daarbij sportief gedragen;

• het scheppen van voorwaarden voor topsporters in Nederland waardoor zij op verantwoorde en professionele wijze aan topsport kunnen doen.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Percentage van de Nederlandse bevolking dat minimaal twaalf keer per jaar aan sport doet. 60% 2003 62% 65% (2010)

Toelichting

Deze indicator geeft aan hoe sportief de Nederlandse samenleving is.

De bron van deze indicator is het Algemeen Voorzieningengebruik Onderzoek, dat eens in de vier jaar door het Sociaal Cultureel Planbureau wordt uitgevoerd. De resultaten voor 2007 komen in de loop van 2008 beschikbaar en kunnen opgenomen worden in het Jaarverslag 2007 of de Ontwerpbegroting 2009. Dit is afhankelijk van het tijdstip van publicatie van het SCP.

46.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2005 2006 2007 2008 20092010 2011
Verplichtingen 79 532168 693 65 487 74 572 83 212 86 59496 209
        
Uitgaven 67 146 121 913100 816 98 364 105 988 108 344 98 109
        
Programma-uitgaven 64 621 119 337 98 27995 844 103 753 106 109 95 874
Gezond door sport 4 571 7 194 9 797 13 532 16 94118 709 18 974
Waarvan juridisch verplicht in procenten   69 21 11 10 5
Meedoen door sport 37 653 73 366 63 628 57 463 61 96362 551 55 051
Waarvan juridisch verplicht in procenten   89 82 71 67 58
Sport aan de top 22 397 38 777 24 854 24 849 24 84924 849 21 849
Waarvan juridisch verplicht in procenten   65 57 56 56 29
        
Apparaatsuitgaven 2 525 2 576 2 5372 520 2 235 2 235 2 235
        
Ontvangsten654 0 0 0 0 0 0

Alle instellingssubsidies en de verleende projectsubsidies aan de landelijke sportbonden zijn als meerjarig verplicht opgenomen, evenals de compensatie van de Ecotaks aan sportverenigingen en de bijdrage ten behoeve van de Stipendiumregeling aan het Fonds voor de topsporter. Van de breedtesportimpuls en de BOS-regeling zijn alleen de werkelijk aangegane verplichtingen opgenomen.

46.3 Operationele doelstellingen

Er zijn drie operationele doelstellingen voor sport:

1. mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid;

2. via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om;

3. de topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland.

46.3.1 Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid

Motivering

Motivering

In het gewone dagelijkse leven zijn flinke lichamelijke inspanningen vrijwel verdwenen. Bewegingsarmoede en verkeerde voedingspatronen leiden tot gezondheidsproblemen. Sport en beweging dragen bij aan een actieve en gezonde leefstijl van het individu en zijn daardoor in het belang van een gezonde samenleving waaraan mensen zo lang mogelijk actief blijven meedoen.


Om burgers op grote schaal tot een actieve leefstijl te verleiden, is een omslag nodig: dagelijks bewegen wordt de norm! Het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen geeft een grote impuls aan sport en beweging in Nederland. Partijen in verschillende sectoren van de maatschappij worden ertoe aangezet activiteiten te ontwikkelen waardoor mensen meer gaan sporten en bewegen en minder mensen inactief zijn.


Het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen past naadloos in het kabinetsbeleid op het gebied van preventieve gezondheidszorg: het vormt het onderdeel «bewegen» uit het Convenant Overgewicht, dat in januari 2005 tussen overheid en bedrijfsleven is afgesloten, en van de Preventiebrief, die in het najaar van 2006 verschijnt.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Percentage van de Nederlandse bevolking (vanaf 18 jaar) dat voldoet aan de beweegnorm of de fitnorm 60% 2004 62% 65% (2010)

Toelichting

Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders voldoende bewegen voor hun gezondheid. Dit geeft een indicatie van de behaalde gezondheidswinst door sport. De gegevens maken onderdeel uit van het standaardonderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN), uitgevoerd door onder meer TNO.

De «beweegnorm» (officieel de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, NNGB) is: op minstens vijf dagen per week minstens dertig minuten matig intensief bewegen. De «fitnorm» is: op minstens drie dagen per week minstens twintig minuten intensief bewegen.

De realisatie van deze indicator wordt jaarlijks gemeten. De resultaten voor 2007 komen in de loop van 2008 beschikbaar en kunnen opgenomen worden in de Ontwerpbegroting 2009.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Algemeen

• Laten uitvoeren van onderzoek om de kennis van en informatie over sport en bewegen te vergroten (€ 2,2 miljoen)

2. Mensen sporten en bewegen meer en minder mensen zijn inactief

• Samenwerking om sport en bewegingsbevordering op de agenda te zetten en om de ontwikkeling van programma’s voor sport en bewegingsbevordering te stimuleren.

Deze samenwerking geschiedt bij voorkeur in de vorm van convenanten en allianties met alle betrokken sectoren.

• Massamediale voorlichtingscampagnes subsidiëren

Hiermee willen we de kennis van mensen over gezondheid en beweging vergroten (€ 1,2 miljoen)

• Subsidies en bijdragen verlenen aan (sport)organisaties en instellingen

Deze subsidies en bijdragen zijn bedoeld om gezonde lichaamsbeweging te stimuleren en inactiviteit tegen te gaan. Wij richten ons met deze subsidies en bijdragen op alle relevante aandachtsgebieden van het Nationaal Actieplan Sport & Bewegen: wijk, school, werk, zorg en sport (€ 4,6 miljoen).

3. Mensen doen op een gezonde en verantwoorde manier aan sport

• Samenwerking met betrokken partijen

Het doel is een gezonde sportbeoefening te bevorderen. Dat willen we bereiken met goede sportgeneeskunde, goede sportmedische begeleiding en blessurepreventie.

• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties

Deze subsidies zijn bedoeld om sportmedisch beleid te ontwikkelen en uit te voeren (€ 1,5 miljoen), projecten uit te voeren die gericht zijn op blessurepreventie (€ 0,8 miljoen), en om de kwaliteit van de sportgeneeskunde te verbeteren (€ 0,5 miljoen).

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 20082009 2010 2011
Instellingssubsidies (totaal)978 308 308 308 308
      
Projectsubsidies (totaal) 6 17810 684 12 838 14 606 14 871
Onder andere      
Diverse landelijke sportorganisatie1 550 2 050 2 550 3 550 3 550
Diverse sportmedische en geneeskundige instellingen1 000 2000 2000 2000 2000
      
Opdrachten (totaal) 2 641 2 540 3 795 3 795 3 795
Onder andere      
Diverse onderzoeksbureaus 2006 2 205 2 266 2 129 2 129
Totaal 9 797 13 532 16 941 18 70918 974

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

46.3.2 Via de sport ontmoeten mensen elkaar, doen mensen mee aan maatschappelijke activiteiten en gaan mensen respectvol met elkaar om

Motivering

Motivering

Sport is meer dan alleen een middel voor voldoende bewegen. Het is ook een ontmoetingsplaats bij uitstek. Niet alleen voor de sporters zelf, maar ook voor talloze vrijwilligers in de sport. Door sport ontstaan kansen op binding, integratie en sociale cohesie. Vanwege de educatieve waarden van sport biedt sport ook uitgelezen mogelijkheden voor opvoeding en onderwijs. Het onderwerp «waarden en normen» verdient daarbij bijzondere aandacht.


In algemene zin is het sportbeleid van de rijksoverheid erop gericht om de deelname aan de (georganiseerde) sport te bevorderen, in het bijzonder van achterblijvende groeperingen. Niet alle groeperingen in de maatschappij nemen immers even vanzelfsprekend deel aan sport. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen die te maken krijgen met fysieke beperkingen en voor mensen die onbekend zijn met het verenigingsleven of zich daarbij niet thuis voelen. Maar ook voor mensen die door alle drukte geen tijd meer hebben om met de regelmaat van de klok op het sportveld te verschijnen of die wel graag zouden willen sporten, maar niet (meer) in competitief verband. Ook al deze groeperingen zouden veel van sport kunnen genieten, als het aanbod beter zou zijn aangesloten op de vraag. Speciale aandacht is er voor de jeugd, omdat daar de basis wordt gelegd voor een leven lang sporten.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
1. Percentage van de Nederlandse bevolking dat lid is van een sportvereniging 36% 2003 37%38% (2010)
2. Percentage van de Nederlandse bevolking dat als vrijwilliger in de sport actief is 11% 2003 12% 13% (2010)

Toelichting

Ad 1. Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders lid zijn van een sportvereniging. Dat is een indicatie van «meedoen in de maatschappij».

Ad 2. Deze indicator geeft aan hoeveel Nederlanders als vrijwilliger actief zijn binnen de sport. Dat is een indicatie van «meedoen in de maatschappij».

De bron van deze beide indicatoren is het Algemeen Voorzieningengebruik Onderzoek, dat eens in de vier jaar door het Sociaal Cultureel Planbureau wordt uitgevoerd. De resultaten voor 2007 komen in de loop van 2008 beschikbaar en kunnen opgenomen worden in het Jaarverslag 2007 of de Ontwerpbegroting 2009. Dit is afhankelijk van het tijdstip van publicatie van het SCP.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Algemeen

• Onderzoek om de kennis van en informatie over sportbeoefening te vergroten (€ 0,9 miljoen)

• Subsidies om de kennis van, informatie over en samenwerking in de sport te vergroten (€ 3,8 miljoen)

2. Scholieren sporten en bewegen op school

• Samenwerking met betrokken partijen op het gebied van sport en school

Het doel is sport en beweging op school te bevorderen.

• Laten uitvoeren van onderzoek naar sport en bewegen op school

We willen inzicht krijgen in de voorwaarden die nodig zijn om in het onderwijs meer ruimte te geven aan sport en beweging.

• Bijdrage verstrekken aan de Alliantie School & Sport Samen Sterker

Deze bijdrage is bedoeld om activiteiten uit te voeren om sporten en beweging door de jeugd te stimuleren (€ 1,5 miljoen).

3. Verenigingen zijn aantrekkelijk voor grote groepen sporters en vrijwilligers

• Samenwerking met betrokken partijen op het gebied van vernieuwing van lokaal sportaanbod

Het doel is bewerkstelligen dat de sportvereniging de functie van een brede ontmoetingsplaats kan blijven waarmaken en dat de sportdeelname toeneemt.

• Subsidies aan sportorganisaties

– Ten eerste zijn er subsidies voor activiteiten om het sportaanbod en de sportverenigingen te vernieuwen. Dat moet gebeuren via een gericht programma met proefprojecten (€ 3,8 miljoen).

– Ten tweede zijn er subsidies om sportdeelname van mensen met een beperking te bevorderen, onder meer door organisatorische integratie bij reguliere sportbonden (€ 2,5 miljoen)

• Bijdragen verstrekken aan sportorganisaties om de kosten van sportverenigingen als gevolg van de regulerende energieheffing, de «ecotax», gedeeltelijk te compenseren (€ 7,6 miljoen)

4. Allochtone jongeren doen mee in de samenleving door middel van sport

• Samenwerking met betrokken partijen in de sport

Het doel is bewerkstelligen dat allochtone jongeren meer deelnemen aan sport en meer participeren in de samenleving. Ook willen we uitval van risicogroepen voorkomen door middel van sport.

• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties (€ 9 miljoen) en bijdragen verstrekken aan gemeenten via het Grote steden beleid (€ 2,1 miljoen)

Deze subsidies en bijdragen zijn bedoeld om de sportdeelname van allochtone jongeren te bevorderen en om met sport extra begeleiding en zorgtrajecten voor allochtone jongeren uit te voeren.

5. Mensen gedragen zich sportief en respecteren (spel)regels

• Samenwerking met betrokken partijen

Het doel is om te komen tot een gedragscode voor sportiviteit en respect, de inzet van vrijwilligers, de opleiding van trainers en coaches, een betere houding ten opzichte van scheidsrechters, de inzet van topsporters als ambassadeurs en het terugdringen van vandalisme dat aan de sport gerelateerd is en supportersgeweld.

• Subsidies aan landelijke (sport)organisaties

– Er zijn subsidies om het bestand aan goed opgeleide trainers en coaches uit te breiden, om opleidingstrajecten te moderniseren en om innovatie en ontwikkeling van opleidingen, bijscholingen en kennisuitwisseling mogelijk te maken (€ 2,9 miljoen).

– Er zijn subsidies om een «masterplan arbitrage» op te stellen en uit te voeren om het tekort aan gekwalificeerde scheidsrechters terug te dringen, om projecten uit te voeren die verruwing, geweld, discriminatie en onheus gedrag naar scheidsrechters op de velden en langs de lijn aanpakken (€ 0,5 miljoen).

– Er zijn subsidies om sociaalpreventieve projecten uit te voeren die erop gericht zijn het voetbalvandalisme, agressie en geweld terug te dringen (€ 0,5 miljoen).

– Er zijn subsidies om de Koninkrijksband en de internationale samenwerking en kennisuitwisseling te versterken (€ 1,3 miljoen).

6. Mensen doen mee aan sportactiviteiten op lokaal niveau

• BOS-impuls

Specifieke uitkeringen verstrekken aan gemeenten

Deze uitkeringen zijn bedoeld voor het stimuleren van samenwerking op lokaal niveau tussen buurt, onderwijs en sport (BOS) om door middel van sport achterstanden van jeugdigen op het gebied van gezondheid, sport en participatie tegen te gaan (€ 18,6 miljoen). In 2007 zal voorts inzicht worden gegenereerd in de effecten van de BOS-projecten op deze achterstanden bij jeugdigen.

• Breedtesport-impuls

Specifieke uitkeringen verstrekken aan gemeenten en provincies, en subsidies verlenen aan sportbonden, in het kader van de Breedtesportimpuls. Het doel is het lokale sportaanbod structureel te verbeteren (€ 7,9 miljoen).

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 20102011
Instellingssubsidies (totaal) 4 742 4 7424 742 4 742 4 742
Onder andere     
Nederlands Instituut Sport en Bewegen3 324 3 324 3 324 3 324 3 324
Nederlandse Bond Aangepast Sporten 938 938 938 938 938
      
Projectsubsidies (totaal) 28 24030 242 38 337 43 305 45 825
Onder andere      
Diverse landelijke sportbonden26 000 26 000 26 000 26 000 26 000
      
Opdrachten (totaal) 3 900 2 400 2 4002 400 2 400
Onder andere     
Diverse onderzoeksbureaus 1 5001 500 1 500 1 500 1 500
Alliantie School en Sport 1 500     
      
Specifieke uitkeringen (totaal) 24 676 15 039 13 964 12 1042 084
Onder andere     
Breedtesportimpuls 6 0923 475 880   
BOS-regeling 18 58411 564 13 084 12 104 2 084
      
Bijdragen aan Grotestedenbeleid 2 0705 040 2 520   
      
Totaal 63 62857 463 61 963 62 551 55 051

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

46.3.3 De topsport in Nederland staat symbool voor ambitie, is een bron van ontspanning en draagt bij aan ons nationale imago in binnen- en buitenland

Motivering

Motivering

Medailles, finaleplaatsen en bijzondere prestaties van excellerende topsporters stralen het beeld uit van de Nederlandse sportieve samenleving: een sportief land dat presteert, een land waar je trots op mag zijn! Topsport op hoog niveau heeft mede door de grote media-aandacht een enorm bereik; niet alleen in Nederland maar over de hele wereld. Daarmee is het een element bij uitstek van Hollandpromotie.


Het kabinet ondersteunt de ambitie van de sport om Nederland een plaats te laten verwerven in de internationale top tien landenklassering. Daarvoor moeten Nederlandse sporters goed presteren op wereldkampioenschappen en de Olympische en Paralympische Spelen. Om in de top tien te komen, maakt de overheid duidelijke keuzes. De rijksoverheid investeert niet langer in alle topsportprogramma’s, maar concentreert de beschikbare middelen op die topsportonderdelen waarbij Nederlandse sporters nu of in de (nabije) toekomst goed presteren.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Positie van Nederland in de topsport landenklasseringi.o.i.o.i.o.Positie bij de eerste tien (2010)

Toelichting

Deze prestatie-indicator geeft aan in hoeverre Nederland erin slaagt om zich te scharen bij de top tien van topsportlanden. Deze indicator wordt nog ontwikkeld door NOC*NSF en wordt opgenomen in de Ontwerpbegroting 2008. Deze indicator kan jaarlijks gemeten worden.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Algemeen

• Samenwerking met betrokken partijen op alle onderdelen van het topsportbeleid

Het doel is de topsport in Nederland verder te professionaliseren.

2. Topsporters worden in staat gesteld zich volledig te richten op hun sportieve loopbaan

• Bijdrage verstrekken aan het Fonds voor de Topsporter

Deze bijdrage is bedoeld voor het uitkeren van een stipendium aan A-topsporters en nationale toptalenten met een inkomen dat lager is dan het minimumloon, zodat zij zich vrij kunnen maken voor hun sportcarrière (€ 5,3 miljoen).

3. Topcoaches worden ondersteund tijdens hun loopbaan in de sport

• Bijdrage verstrekken aan het programma Coaches aan de top van de sportsector

Het doel is topcoaches vrij te maken voor hun trainerscarrière en te kunnen behouden voor de Nederlandse topsport (€ 4,5 miljoen).

4. Sportbonden worden in staat gesteld topsportevenementen naar Nederland te halen

• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties en specifieke uitkeringen verstrekken aan andere overheden

Deze subsidies en specifieke uitkeringen zijn bedoeld om topsportevenementen in Nederland te organiseren (€ 4,7 miljoen).

5. Talenten krijgen een goede sporttechnische en maatschappelijke begeleiding op weg naar de top

• Subsidies verlenen aan (sport)organisaties

Het doel van deze subsidies is om het herkennen en ontwikkelen van talenten te verbeteren. Dat gebeurt door projectplannen door de sportbonden uit te laten voeren, door specifieke talentcoaches in te zetten, door Olympische netwerken regionaal te begeleiden en door er aandacht aan te besteden in het onderwijs (€ 4,8 miljoen).

6. Dopinggebruik wordt tegengegaan

• Subsidies verlenen aan (inter)nationale antidopingorganisaties

Hiermee willen we het gebruik van doping in de topsport (en enkele specifieke onderdelen van de breedtesport) bestrijden (€ 1,6 miljoen).

7. Innosport

• Bijdrage verstrekken aan de Stichting Innosport (€ 3 miljoen) om innovatieve toepassing voor de (top)sport te ontwikkelen

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 20102011
Instellingssubsidies (totaal) 1 075 1 0751 075 1 075 1 075
Nationale dopingorganisatie 1 075 1 075 1 0751 075 1 075
      
Projectsubsidies(totaal) 14 802 15 493 15 493 15 49315 493
Onder andere     
Landelijke sportbonden 7 600 7 6007 700 7 700 7 700
Bijzondere landelijke sportorganisaties 5 034 5 034 5 034 5 034500
      
Opdrachten (totaal) 8 281 8 2818 281 8 281 5 281
Fonds voor de topsporter 5 281 5 281 5 281 5 2815 281
Stichting Innosport 3 000 3 000 3 0003 000  
      
Specifieke uitkeringen (totaal)696     
Onder andere     
Gemeente Apeldoorn 600    
Totaal 24 854 24 849 24 84924 849 21 849

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

46.4 Overzicht beleidsonderzoeken

 Onderzoek onderwerp Nummer AD of OD A Start B AfgerondVindplaats
Beleidsdoorlichting Uitvoering sportprogramma 46.1 A 03–2011 B 09–2011 
 Onderzoek naschoolse opvang en sport 46.3.2 A 08–2006 B 12–2006  
Effectonderzoek ex postEvaluatieonderzoek Breedtesportimpuls 46.3.2 A 01–2009 B 12–2009  
 Organisatorische integratie 46.3.2 A 09–2005 B 09–2006 www.nebasnsg.nl
Overig evaluatieonderzoek RIVM/TNO onderzoek voor onderbouwing Nationaal Actieplan Sport en Bewegen 46.3.1 A 01–2005 B 07–2005 www.rivm.nl
 Brede analyse school en sport (i.s.m. OC&W) 46.3.2 A 01–2006 B 12–2006  
 Onderzoek naar de sportparticipatie van mensen met een beperking 46.3.2A 09–2006 B 03–2007  
 Onderzoek naschoolse opvang en sport 46.3.2 A 08–2006 B 12–2006 
 BOS-monitor (DMO) 46.3.2 A 08–2006 B 06–2007  
 Onderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN) 46.3.1 Doorlopend www.tno.nl
 Topsportklimaat onderzoek 46.3.3 Doorlopend