Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Niet-beleidsartikel 98: Algemeen

98.1 Algemene doelstelling

In dit niet-beleidsartikel ramen we de ministerie- en zorgbrede brede uitgaven die niet specifiek zijn toe te rekenen aan een van de doelstellingen in de voorgaande beleidsartikelen. De opzet van dit artikel is gelijk aan die in de Begroting 2006.

98.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2005 2006 2007 2008 20092010 2011
Verplichtingen 249 763214 272 272 472 271 964 281 923 279 205280 756
        
Uitgaven 239 377 218 003279 269 278 110 281 923 279 205 280 756
        
Programma-uitgaven 2 968 24 243 92 79193 060 94 091 91 591 89 091
Beheer en toezicht stelsel 151 16 337 80 470 80 74081 771 81 771 81 771
Waarvan juridisch verplicht in procenten  100100100100100
Internationale samenwerking 2 817 7 906 12 321 12 320 12 3209 820 7 320
Waarvan juridisch verplicht in procenten   0 0 0 0 0
        
Apparaatsuitgaven 236 409 193 760 186 478185 050 187 832 187 614 191 665
Inspectie Gezondheidszorg 40 276 38 73638 219 37 064 36 646 36 730 36 781
Sociaal en Cultureel Planbureau 9 152 6 181 5 516 5 4335 433 5 344 5 344
Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling 1 195 898 869 869 869 869869
Raad voor de Volksgezondheid en Zorg 3 1052 429 2 199 2 199 2 199 2 199 2 199
Gezondheidsraad 5 671 5 027 4 3764 376 4 276 4 276 4 276
Raad voor Gezondheidsonderzoek 651 361 348 348 348348 348
Personeel en materieel kernministerie 110 989113 982 109 719 109 530 108 852 108 639112 639
Strategisch onderzoek RIVM 42 598 20 78819 938 19 938 23 916 23 916 23 916
Strategisch onderzoek NVI 22 772 5 358 5 2945 293 5 293 5 293 5 293
        
Ontvangsten9 092 3 130 3 380 3 380 3 380 3 3803 380

De bijdragen aan de Zorg ZBO’s zijn als meerjarig verplicht opgenomen (beheer en toezicht stelsels).

98.3 Operationele doelstellingen

In deze paragraaf bespreken we wat VWS concreet doet in het kader van dit niet-beleidsartikel. Eerst gaan we in op de internationale samenwerking. Dan volgen zeven subparagrafen over respectievelijk het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), het strategisch onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Nederlands Vaccin Instituut (NVI), de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ), de Gezondheidsraad (GR), de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Zorg ZBO’s. Ten slotte volgen de apparaatsuitgaven van het kernministerie die niet aan de beleidsartikelen zijn toe te rekenen.

98.3.1 Internationale samenwerking bevorderen

Steeds meer beleidsterreinen bij VWS hebben een internationale dimensie. Wij vinden het om een aantal redenen belangrijk om een goede internationale samenwerking te bevorderen: de kwaliteit van het beleid wordt er hoger door, we kunnen internationale wet- en regelgeving beïnvloeden, en internationale afspraken nakomen.

Verantwoordelijkheid

Wij zijn verantwoordelijk voor de internationale samenwerking op de beleidsterreinen van VWS. Op specifieke gebieden zijn andere ministers verantwoordelijk. Zo valt de Commission on Narcotic Drugs van de VN onder de minister van Buitenlandse Zaken, en is de minister van Ontwikkelingssamenwerking verantwoordelijk voor de bilaterale ontwikkelingssamenwerking op het gebied van gezondheid.

Instrumenten en activiteiten

We bevorderen de internationale samenwerking met behulp van de volgende instrumenten en activiteiten:

• Samenwerken op Europees en mondiaal niveau

VWS werkt samen met veel internationale beleidsorganen en platforms zoals de EU, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Raad van Europa, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en met relevante onderdelen van de Verenigde Naties (VN). Daarbij geven we prioriteit aan de volgende dossiers: Ontwikkeling binnen zorgstelsels, Mobiliteit van patiënten en beroepsbeoefenaren, en Infectieziekten en voeding en beweging. Buiten Europa ligt het zwaartepunt van deze bilaterale samenwerking op China (via een actieplan), de Verenigde Staten (via een attaché) en Suriname (via samenwerking met het ministerie van Gezondheid). Daarnaast coördineert VWS de samenwerking van VWS-onderdelen met verschillende overheidsdiensten van de Nederlandse Antillen en Aruba.

• Financieel bijdragen aan de WHO

VWS draagt bij aan de WHO (€ 6 miljoen). Deze bijdrage gebeurt in de vorm van een strategisch partnerschap dat in 2009 afloopt.

• Hiv/aids voorkomen onder druggebruikers in Oost-Europa

VWS werkt mee aan de preventie van hiv/aids in Rusland en andere landen in Oost-Europa. Dit doen we door subsidie te verstrekken aan programma’s van het Office on Drugs and Crime van de Verenigde Naties (€ 5 miljoen).

• Personeel uitzenden naar het buitenland

Om internationaal goed samen te kunnen werken is het soms nodig om mensen ter plekke te hebben. Daarom zendt VWS personeel uit naar de volgende bestemmingen:

– verschillende attachees in Brussel en één attaché in Washington, één in Parijs en één in Beijing;

– één detachering bij het United Nations Development Programme (UNDP);

– een aantal detacheringen bij de Europese Commissie en OECD; circa vijf detacheringen bij de WHO via het strategisch partnerschap.

• Stimuleren dat veldorganisaties internationaal samenwerken

VWS verstrekt subsidies (totaal ongeveer € 1,5 miljoen) om te stimuleren dat veldorganisaties internationaal samenwerken. Daartoe subsidieert VWS onder andere het International Centre/NIZW, om te stimuleren dat instellingen buiten het ministerie deelnemen aan Europese onderzoeksprogramma’s en om samen te werken met prioritaire landen.

98.3.2 Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft tot taak de maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland te beschrijven, en op basis hiervan – gevraagd en ongevraagd – adviezen uit te brengen over het overheidsbeleid. Om dit te kunnen doen, verricht het planbureau sociaalwetenschappelijk onderzoek. In dit onderzoek wordt gekeken naar de leefsituatie en de opvattingen van burgers. Daarnaast kijkt het SCP ook kritisch naar de initiatieven die de overheid neemt om iedere burger in Nederland een menswaardig bestaan te bieden. Zijn die initiatieven doelmatig en van goede kwaliteit?

In een werkprogramma geeft het SCP eens per twee jaar een overzicht van de voorgenomen activiteiten. De minister van VWS heeft het Werkprogramma 2006–2007 formeel vastgesteld. Dit werkprogramma is gepubliceerd op de website van het SCP ( www.scp.nl).

Tabel 98.1: Kengetallen 2007
OutputInput Kosten (x € 1000)
(uren wetenschappelijk onderzoek)   
a. Rapporten en adviezen (25 rapporten)44 472 uur 4 491
b. Surveys en modellen 4 282 uur432
c. Presentaties/artikelen 4 502 uur 455
d. Commissiewerkzaamheden 1 647 uur 166
Totaal54 904 uur 5 544

Voorgenomen beleidsprestaties

1. Het publiceren van onderzoeksrapporten en adviezen in de publicatiereeksen van het SCP.

2. Het uitvoeren van surveys en het ontwikkelen van (ramings)modellen.

3. Het schrijven van wetenschappelijke en algemene artikelen in vaktijdschriften en algemene media en het verzorgen van presentaties.

4. Het verrichten van commissiewerkzaamheden en het voeren van het secretariaat van de Commissie Zorg, Welzijn en Onderwijs.

Toelichting:

1. Het SCP zet een substantieel deel van zijn capaciteit in om te rapporteren over de leefsituatie van bevolkingsgroepen zoals minderheden en mensen met beperkingen. Daar is het SCP ook voor ingesteld. Verder rapporteert het SCP ook over sociale trends zoals mediagebruik, sport, de voortgang van de emancipatie, trends in tijdsbesteding, mobiliteitsgedrag, de sociale gevolgen van het gebruik van ICT, en de rol van religie in de samenleving. In 2007 verschijnt een nieuwe editie van de Sociale Staat van Nederland en van het rapport Integratie. Een vast onderwerp in het werkprogramma van het SCP is ook dat de productie in de publieke sector wordt beschreven en geanalyseerd. Thema’s daarbij zijn ontwikkelingen in de (arbeids)productiviteit en kwaliteit. Behalve deze periodieke rapporten gaat het SCP in 2007 ook een aantal beleidsgerichte en thematische studies uitvoeren die aansluiten op de prioriteiten van het kabinetsbeleid. Belangrijke onderwerpen zullen naar verwachting in 2007 zijn: sociale veiligheid, integratie van minderheden, opvoedingsmilieus, leefsituatie en maatschappelijke achterstand, en de leefsituatie van mensen met fysieke, verstandelijke of psychische beperkingen. Het kabinet heeft enkele grote stelselherzieningen doorgevoerd. Het SCP is van plan deze veranderingen op de terreinen van maatschappelijke ondersteuning, gezondheidszorg en arbeidsintegratie intensief te volgen en te evalueren vanuit het perspectief van de burger. Aandachtspunten daarbij zijn: kwaliteit en effectiviteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van publieke diensten.

2. Er worden nieuwe ramingsmodellen gemaakt voor de diverse onderdelen van de quartaire sector. Dit is noodzakelijk omdat systemen veranderd zijn en er inmiddels betere (registratie)gegevens beschikbaar zijn. Een knelpunt blijft de informatievoorziening. Het SCP verkrijgt de cijfers van het CBS, dat bezuinigt op sociale statistieken. In aanvulling daarop verwerft het SCP – met (financiële) steun van de departementen – daarom zelf data door enquêtes uit te besteden, te participeren in onderzoeken van andere (internationale) organisaties en door reeds beschikbare (registratie)gegevens te verkopen. De kosten van dataverzameling stijgen.

98.3.3 Strategisch onderzoek Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en Nederlands Vaccin Instituut (NVI)

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is een baten-lastendienst en doet projectmatig onderzoek voor zijn primaire opdrachtgevers: de ministeries van VWS, VROM en LNV. Daarnaast doet het RIVM ook zogenoemd strategisch onderzoek. Dit is onderzoek om de expertise te ontwikkelen die nodig is voor de continuïteit van het instituut. Zo kan het RIVM zijn toekomstige taken voor de opdrachtgevers adequaat uitvoeren, op zowel de middellange als de lange termijn. Dit strategisch onderzoek wordt daarom zo gepland dat enerzijds actuele lacunes in kennis worden gevuld en dat anderzijds wordt ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen op de werkterreinen van het instituut. Projectresultaten en projecten vanuit het strategisch onderzoek horen continu door te stromen in de activiteiten voor de opdrachtgevende departementen. Het strategisch onderzoek is ook bedoeld om de positie van het RIVM in het wetenschappelijke veld te behouden en te versterken.


Het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) is een baten-lastendienst die projecten uitvoert voor zijn primaire opdrachtgever VWS. Net als het RIVM verricht ook het NVI daarnaast strategisch onderzoek om wetenschappelijke kennis en expertise te verwerven. Met die kennis en expertise kan het NVI zijn kerntaken uitvoeren en kan de continuïteit van het NVI op de langere termijn worden bestendigd.

Instrumenten en activiteiten

De Wet op het RIVM vormt de wettelijke basis voor het strategisch onderzoek dat dit instituut uitvoert. Deze wet bepaalt dat de directeur-generaal RIVM jaarlijks een programma van onderzoek opstelt. Hierin beschrijft hij welke inzichten het instituut moet verwerven om zijn taken adequaat te kunnen uitvoeren. Dit programma is openbaar. Met deze wettelijke bepaling laat de wetgever zien dat het RIVM professioneel zelfstandig is. In het licht van de betekenis van het strategisch onderzoek voor de toekomstige kennispositie van het RIVM is het budget voor het strategisch onderzoek belegd bij de secretaris-generaal van VWS, als «eigenaar» van de baten-lastendienst RIVM.


Het strategisch onderzoek van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) kan niet direct gekoppeld worden aan een specifiek product (vaccin, onderzoeksopdracht). Het NVI ontwikkelt onder meer onderzoeksmethoden, analyses van en oplossingen voor vaccinatieproblematiek, en verbreedt vaccinkennis. De projecten binnen het strategisch onderzoeksprogramma zijn geen zelfstandige, externe producten, maar interne projecten die de continuïteit waarborgen op de langere termijn. Die projecten moeten dus ook vanuit het NVI worden aangestuurd. Daarom is het budget voor het strategisch onderzoek niet ondergebracht bij de opdrachtgever maar bij de secretaris-generaal van VWS, als «eigenaar» van de baten-lastendienst NVI.

98.3.4 Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ): adviseren over volksgezondheid en zorg om een beleidsvisie te ontwikkelen en strategische beleidskeuzen te faciliteren

Met ingang van 2007 is het adviesdomein van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ): de curatieve zorg, de langdurende zorg, de publieke gezondheidszorg en de maatschappelijke ondersteuning. De RVZ adviseert ook over de intersectorale aspecten van deze beleidsterreinen.

Het kabinet stelt in de zomer van 2006 het definitieve Werkprogramma 2007 van de RVZ vast. Hierbij houdt het rekening met het feit dat de RMO wordt opgeheven, en dat RMO-taken gedeeltelijk worden overgeheveld naar de RVZ. Ten tijde van opstelling van de begroting waren de exacte budgettaire gevolgen van de opheffing van de RMO nog niet bekend. Daarom is deze als aparte regel in de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid» opgenomen.

Overige activiteiten

De RVZ adviseert niet alleen, maar verzorgt ook inbreng in debatten, workshops, expertmeetings en andere beleidsvoorbereidende en meningvormende activiteiten, ook voor de Staten-Generaal.

98.3.5 Gezondheidsraad (GR): adviseren over de stand van de wetenschap op het gebied van de volksgezondheid

Volgens de Gezondheidswet heeft de Gezondheidsraad (GR) de taak «onze ministers en de beide kamers der Staten-Generaal voor te lichten over de stand van de wetenschap ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid» ( Gezondheidswet, artikel 22). Specifieke taken zijn geregeld in de Wet op de orgaandonatie (WOD) en de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO). Het werkterrein van de GR omvat de volgende onderwerpen: preventie, voeding, genetica, ethiek, geestelijke volksgezondheid en health technology assessment. De raad brengt op deze terreinen gevraagd en ongevraagd adviezen uit.

In september 2006 stelt de minister van VWS het werkprogramma voor 2007 formeel vast. De raad verwacht 25 à 30 adviezen uit te brengen in 2007.

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

De Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) is een bij wet ( Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen/WMO) ingestelde commissie. Deze commissie is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) waarvan het budget is ondergebracht bij de GR. De wettelijke taken van de CCMO zijn in 2003 uitbreid met de uitvoering van de Embryowet. Sinds de gewijzigde WMO op 1 maart 2006 in werking getreden is, treedt de CCMO ook hiervoor op als bevoegde instantie.

98.3.6 Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO): adviseren over onderzoek op zorgthema’s en volksgezondheidsaspecten

De Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO) is een sectorraad en brengt adviezen uit aan de ministers van VWS, OCW en EZ. Die adviezen gaan over prioriteiten in het gezondheidsonderzoek, over de kennisinfrastructuur die daarbij hoort, en over de ontwikkeling van de technologie in de gezondheidssector. De RGO zal in 2007 naar verwachting onderdeel gaan uitmaken van de GR.

Werkprogramma

De RGO heeft een eigen onderdeel in het werkprogramma dat de raad gezamenlijk uitbrengt met de GR. In september 2006 stelt de minister van VWS het werkprogramma voor 2007 formeel vast. De raad verwacht in 2007 een à twee adviezen te kunnen uitbrengen. Daarnaast zal in 2007 het advies over universitaire responsiviteit verschijnen.

De RGO streeft er in 2007 naar een of meer signalementen te publiceren over specifieke aspecten van het gezondheidsonderzoek. Verder zal de RGO waar nodig bijdragen leveren aan de adviezen van de GR.

98.3.7 Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)

De IGZ beschermt en bevordert door middel van toezicht veilige, effectieve en patiëntgerichte zorg. De IGZ handelt vanuit het perspectief van de burger en richt zich op problemen die burgers zelf niet kunnen beoordelen of beïnvloeden. De IGZ bewaakt «de bodem» (ondergrens waar veilige zorg omslaat in onveilige zorg) door middel van het opsporen van risico’s. De IGZ wil het veld tevens nadrukkelijk stimuleren tot verbetering van de zorg.

De IGZ hanteert de methodiek van het gelaagd en gefaseerd toezicht (GGT). Met deze systematiek krijgt de inspectie onder andere aan de hand van prestatie-indicatoren informatie over de kwaliteit van geleverde zorg. De IGZ maakt op basis daarvan een risico-inschatting en prioriteert haar toezicht.

De IGZ hanteert acht programma’s voor onderzoek en toezicht:

1. Gezondheidsbevordering

2. Gezondheidsbescherming

3. Eerstelijnszorg

4. Specialistische somatische en psychiatrische zorg

5. Gehandicaptenzorg

6. Ouderenzorg

7. Zorg thuis

8. Veilige medische producten


In de beleidsartikelen is opgenomen welk van de programma’s van de IGZ relevant zijn voor het beleidsdomein van dat artikel.


Voorts kent de IGZ een aantal programmaoverstijgende dossiers: toepassingsveiligheid, ketenzorg, derde fase toezicht, patiëntveiligheid, zorg ICT, gehandicaptenzorg, patiënten/consumenten, BOPZ en patiëntenrechten, commerciële zorg, forensische zorg, certificering en accreditering, beroepsontwikkeling en capaciteitsplanning.

Ook brengt de IGZ evenals voorgaande jaren «De staat van de volksgezondheid en de gezondheidszorg» uit. Centraal thema in 2007 is de in ontwikkeling zijnde taakverschuiving bij beroepsbeoefenaren en instellingen in de (gezondheids)zorg. Een aantal indicatoren uit deze rapportage is opgenomen bij de beleidsartikelen.


Daarnaast zet de IGZ in 2007 het project samenwerkende rijksinspecties op het domein ziekenhuizen voort. Het betreft een intensieve samenwerking tussen vijf betrokken toezichthouders met één loket voor de ziekenhuizen waarbij de IGZ als coördinator optreedt. Doel van de samenwerking is toezichtlasten voor ziekenhuizen te verminderen en de effectiviteit en efficiëntie van toezicht te vergroten.


Ten slotte ontplooit de IGZ diverse internationale activiteiten op het gebied van beleid, samenwerking en ondersteuning van de Nederlandse Antillen en Aruba.


In het kader van «IGZ op Orde» is er – naast de middelen die extra beschikbaar zijn gesteld bij Voorjaarsnota 2006 – met ingang van 2007 structureel € 750 000 toegevoegd aan het budget van de IGZ. Deze middelen zullen aangewend worden ten behoeve van het primiare proces.


De IGZ zal zijn voornemens nader toelichten in het werkprogramma dat in september 2006 verschijnt. Het werkprogramma wordt goedgekeurd door de Minister van VWS.

98.3.8 Zorg-ZBO’s

De Zorg-ZBO’s worden sinds begin 2006 bekostigd uit begrotingsmiddelen. De beheerskosten van de Zorg-ZBO’s worden verantwoord op dit artikel.


De kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid worden mede gewaarborgd door het sectorspecifieke markttoezicht dat uitgevoerd wordt door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZAio). Eerder zond ik u twee brieven over de Wet marktordening gezondheidszorg en de oprichting van de NZAio (EK 2005–2006, 30 186, Aen TK 2003–2004, 29 324, nr. 3). De keuze voor een nieuw zorgstelsel heeft ook direct gevolgen voor de taken en werkzaamheden van de overige ZBO’s die zich bezig houden met de uitvoering en het beheer van het nieuwe zorgstelsel. Het gaat om de volgende Colleges: het College voor zorgverzekeringen (CVZ), het College bouw zorginstellingen (CBZ) en het College sanering zorginstellingen (CSZ). Kort samengevat zal het CVZ in de komende jaren worden omgevormd tot pakketbeheerder. Het CBZ en het CSZ zullen op (langere) termijn als zelfstandig bestuursorgaan verdwijnen. Hierover heb ik u medio 2005 geïnformeerd (TK 2004/05, 29 689, nr. 7).


Op 1 oktober dienen de Zorg-ZBO’s een werkplan en begroting voor het daaropvolgende jaar bij VWS in. Deze stukken behoeven de goedkeuring van de minister van VWS.

98.3.9 Personeel en materieel kernministerie

Op dit artikel worden ten slotte de personele en materiële uitgaven voor de stafdiensten, de facilitaire diensten en de zorgbrede directies verantwoord. De geraamde uitgaven zijn opgenomen in de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid».