Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

PARAGRAAF VOOR DE DIENSTEN DIE EEN BATEN-LASTEN ADMINISTRATIE VOEREN

1. Baten-lastendienst College ter beoordeling van Geneesmiddelen (CBG)

Inleiding

De baten-lastendienst College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG) voert werkzaamheden uit voor een drietal opdrachtgevers:

• College ter Beoordeling van Geneesmiddelen: Het aCBG ondersteunt de taken van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, een zelfstandig bestuursorgaan. Het aCBG is de uitvoeringsorganisatie van het college en functioneert als zijn secretariaat. De taken van het college zijn neergelegd in artikel 29, lid 1, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (wordt artikel 9, lid 1, van de Geneesmiddelenwet). Deze taken bestaan uit de beoordeling, de registratie en de bewaking van humane geneesmiddelen in zowel nationaal als internationaal verband. Bij het inzetten van de expertise staat het belang van de geneesmiddelengebruiker centraal. Het College dient geneesmiddelen te beoordelen op louter wetenschappelijke gronden, zonder rekening te houden met politieke en economische gronden. Bij de beoordeling staan de kwaliteit en de werkzaamheid van het geneesmiddel – en de mogelijke schadelijkheid – voor de gezondheid van de gebruiker van geneesmiddelen centraal. De baten-lastendienst verricht zijn werkzaamheden in nauw overleg met zijn wettelijke opdrachtgever.

• Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen maakt formeel per 1 januari 2005 deel uit van het aCBG. Het BNV ondersteunt de minister van VWS bij de beoordeling van voedingsmiddelen met een gezondheidsclaim. Een nieuw voedingsmiddel is een voedingsmiddel of voedselingrediënt dat vóór 15 mei 1997 niet in significante mate in Europa werd geconsumeerd. Een aanvraag moet worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van één van de Europese lidstaten en moet tegelijkertijd worden aangemeld bij de Europese Commissie. In Nederland is de bevoegde autoriteit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De minister vraagt het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen van het CBG om een wetenschappelijke beoordeling van de veiligheid voor de consument. Bij zijn werkzaamheden maakt het bureau gebruik van de expertise van een onafhankelijke commissie van deskundigen: de commissie Veiligheidsbeoordeling Nieuwe Voedingsmiddelen (VNV).

• Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: Het Bureau Diergeneesmiddelen maakt formeel per 1 maart 2005 onderdeel uit van het aCBG. Het BD ondersteunt de Minister van LNV bij de beoordeling, registratie en bewaking van diergeneesmiddelen in nationaal en internationaal verband.

Begroting van baten en lasten

Tabel 1.1: Begroting van baten en lasten (bedragen x € 1000)
 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011
BATEN        
opbrengst moederdepartement 0 225225 225 225 225 225
opbrengst overige departementen 0 300 300 300 300 300 300
opbrengst derden 22 152 28 185 30 335 30 95231 582 32 220 32 879
Rentebaten 109 8080 80 80 80 80
buitengewone baten 11 00 0 0 0 0
exploitatiebijdrage 0 0 00 0 0 0
Totaal baten 22 272 28 79030 940 31 557 32 187 32 825 33 484
        
LASTEN        
apparaatskosten        
* personele kosten 11 536 13 724 14 253 14 538 14 83015 127 15 427
* materiële kosten10 903 14 290 15 973 16 298 16 629 16 96217 312
ZBO College 326 340 360 367 374382 391
Rentelasten 0 0 0 0 0 00
afschrijvingskosten        
* materieel 311354 354 354 354 354 354
* immaterieel 0 0 0 0 0 0 0
dotaties voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0
buitengewone lasten 0 0 0 0 0 0 0
Totaal lasten 23 076 28 708 30 940 31 55732 187 32 825 33 484
        
Saldo van baten en lasten – 804 82 0 0 0 0 0

Baten

Opbrengst moederdepartement

Het aCBG verwacht voor het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen een opbrengst ad € 0,2 miljoen.

Opbrengst overige departementen

Betreft verwachte bijdrage van het ministerie van LNV voor beleidsondersteuning in het kader van diergeneesmiddelen.

Opbrengst derden

Het aCBG verwacht voor 2007 in navolging van de productiegroei van voorgaande jaren een substantiële groei. Deze groei zal blijven doorgaan naar 2010, zij het in mindere mate. In algemene termen wordt de groei in productie veroorzaakt door de uitbreiding van de EU en wijzigingen in de Europese wet-en regelgeving.


Voor het op de markt brengen van een geneesmiddel moet door de registratiehouder jaarlijks een vergoeding worden betaald. Voor 2007 is € 11,3 miljoen begroot voor allopatisch geregistreerde geneesmiddelen. Daarnaast zijn jaarvergoedingen van de EMEA (European Medicines Agency) voor Europees geregistreerde geneesmiddelen die het aCBG voor EMEA heeft beoordeeld, begroot ad € 0,5 miljoen. Naast de jaarvergoedingen verwacht het aCBG voor 2007 een vergoeding voor de beoordeling van Nationale aanvragen ad € 4,9 miljoen, een vergoeding voor de beoordeling van de Europese aanvragen ad € 4,5 miljoen en een vergoeding voor de beoordeling van EMEA-aanvragen ad € 6,8 miljoen.


Voor de beoordeling van Diergeneesmiddelen is een vergoeding van € 2,3 miljoen begroot.


De tarieven zijn gebaseerd op het Besluit registratie geneesmiddelen (BRG) en het Besluit vergoedingen wet op de geneesmiddelenvoorziening. Gezien de wettelijke regel dat het CBG geen winst mag behalen, zijn deze kostendekkend vastgesteld.

Rentebaten

Het doorlopend positieve saldo op de rekening-courant genereert de rentebaten.

Lasten

Apparaatskosten

Personeel

Om de verwachte productiegroei te realiseren is extra personeel nodig. Het CBG wil deze uitbreiding voorzichtig realiseren door de komende jaren geleidelijk het directe personeel uit te breiden met 8–9%. Het CBG gaat er namelijk vanuit dat ondanks forse productiegroei ook een efficiency-slag gemaakt kan worden.

Als gevolg van de toegenomen hoeveelheid werk is uitgegaan van 173 fte bezetting en inhuur werkzaam bij het aCBG. Daarnaast betreft het de kosten van scholing, reiskosten, wachtgelden en overige personeelskosten. In totaal gaat het om een bedrag van ad € 14,3 miljoen.

Materiële kosten

Een productiegroei betekent eveneens een stijging van de kosten van inzet van externen zoals het RIVM, het Centraal Instituut voor DierziekteControle (CIDC), RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid en de stichting Landelijke Registratie en Evaluatie Bijwerkingen (Lareb).

In het kader van de registratie van humane geneesmiddelen verricht het RIVM beoordelingswerkzaamheden op chemisch-farmaceutisch en farmacologisch-toxicologisch gebied (€ 6 miljoen). De stichting Lareb registreert meldingen van bijwerkingen in het kader van geneesmiddelenbewaking (€ 1,8 miljoen). Daarnaast heeft het aCBG bij diverse ziekenhuizen specialisten in dienst, die specifieke kennis hebben op bepaalde terreinen. De kosten hiervan bedragen op dit moment ad € 0,7 miljoen.

In het kader van de registratie van diergeneesmiddelen verrichten het RIVM, CIDC en Rikilt beoordelingswerkzaamheden. De kosten hiervan bedragen op dit moment € 1,0 miljoen.


Het aCBG zal in 2007 haar logistieke processen vergaand digitaliseren. Hierdoor zal een reorganisatie noodzakelijk zijn. Aangezien de consequenties van de reorganisatie nog niet goed zijn in te schatten is hiervoor vooralsnog geen last opgenomen in deze begroting.

Daarnaast heeft het aCBG dringend behoefte aan nieuwe huisvesting. Deze zal naar verwachting in 2007 worden gerealiseerd. Hiervoor is een bedrag begroot van € 2,4 miljoen.


De totale kosten bedragen € 16,0 miljoen. Hierin zijn tevens inbegrepen de kosten van huisvesting ad € 1,6 miljoen, automatisering ad € 0,7 miljoen en diverse overige kosten ad € 1,8 miljoen.

ZBO College

De kosten van het ZBO College ter Beoordeling van Geneesmiddelen bedragen € 0,4 miljoen.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten bedragen € 0,4 miljoen. De afschrijvingskosten bedragen voor meubilair en kantoorapparatuur € 0,1 miljoen en hard- en software € 0,3 miljoen. De afschrijvingstermijnen bedragen voor software 3 jaar, automatiseringsapparatuur 3 jaar, kantoorapparatuur 7 jaar en meubilair 5 – 10 jaar.

Tabel 1.2: Kasstroomoverzicht 2007 (bedragen x € 1000)
 20052006 2007 2008 2009 2010 2011
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito) 8 138 10 694 4 948 5 102 5 2565 410 5 564
        
2. Totaal operationele kasstroom 3 197 – 3 164 354 354 354354 354
        
3. Totaal investeringskasstroom– 641 – 200 – 200 – 200 – 200 – 200– 200
3a. –/– totaal investeringen – 641– 200 – 200 – 200 – 200 – 200 – 200
3b. +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen   
        
4. Totaal financieringskasstroom  – 2 382 0 0 0 00
4a. –/– eenmalige uitkering aan moederdepartement – 5 982
4b. +/+ eenmalige storting door moederdepartement 3 600
4c. –/– aflossingen op leningen
4d. +/+ beroep op leenfaciliteit
        
5. Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4) (maximale roodstand 0,5 miljoen euro)10 694 4 948 5 102 5 256 5 410 5 5645 718

Eigen vermogen

Het excessief eigen vermogen over 2002 ad € 0,3 miljoen en over 2003 ad € 1,1 miljoen is in 2005 teruggevorderd en wordt in 2006 terugbetaald. Het onverdeeld resultaat 2004 wordt in overleg met de SG in 2006 aangewend om een document-management en workflowmanagementsysteem te implementeren.

2. Baten-lastendienst Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG)

Inleiding

Het CIBG is opgericht in 2000 en is sinds 1 januari 2003 een baten-lastendienst. De organisatie bestaat uit een centrale organisatie en tien uitvoerende eenheden. Met ingang van 2007 zullen nog twee eenheden aansluiten.

Het CIBG bedient zorgaanbieders, burgers en bedrijven.

De kerntaak van het CIBG is het registreren, beheren, genereren, beoordelen en verstrekken van vertrouwelijke (zorg)informatie, zoals:

• Registratie, erkenning en informatie voor beroepsbeoefenaren in de Nederlandse Gezondheidszorg;

• Registratie en bedrijfsvoering tuchtcolleges;

• Ambtelijke ondersteuning en bedrijfsvoering toetsingscommissies euthanasie;

• Verwerking van aanvraag, productie en uitgifte UZI-passen;

• Registratie en informatie wilsbeschikkingen met betrekking tot orgaan- en weefseldonatie;

• Vaststellen vergoedingslimieten en maximumprijzen van geneesmiddelen;

• Verlenen van vergunningen en ontheffingen voor farmacie en opiumwet.

Begroting van baten en lasten

Tabel 2.1: Begroting van baten en lasten (bedragen x € 1000)
 2005 20062007 2008 2009 2010 2011
Baten       
opbrengst moederdepartement 7 746 11 259 13 57613 276 13 276 13 276 13 276
opbrengst exploitatiebijdrage VWS 7 863      
opbrengst derden 2 565 1 9452 431 2 431 2 431 2 431 2 431
rentebaten35 10 10 10 10 10 10
buitengewone baten634 0 0 0 0 0 0
exploitatiebijdrage       
Totaal baten 18 843 13 214 16 017 15 71715 717 15 717 15 717
        
Lasten       
apparaatskosten 17 426 12 719 14 907 14 50714 507 14 507 14 507
– personele kosten7 773 6 107 7 907 7 907 7 907 7 9077 907
– materiële kosten 8 727 6 612 7 0006 600 6 600 6 600 6 600
– huisvestingskosten926       
rentelasten 13 30113 76 59 43 44
afschrijvingskosten 159465 907 1 180 1 180 1 140 1 140
– materieel 159 285 367 400 400 400400
– immaterieel 0 180 540 780 780740 740
dotaties voorzieningen 0 0 0 00 0 0
buitengewone lasten 846 0 0 00 0 0
Totaal lasten 18 444 13 21415 927 15 763 15 746 15 690 15 691
        
Saldo van baten en lasten 399 0 90 – 46– 29 27 26

Baten

Opbrengst moederdepartement

De baten worden grotendeels gevormd door de opdrachten voor het RIBIZ (BIG-register, Vakbekwaamheidverklaringen, Verwijspunt), Regionale Toetsingcommissies Euthanasie, Tuchtcolleges, UZI-register, Farmatec en Donorregister. Daarnaast verricht het CIBG activiteiten in het kader van het project SBVz (Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg).


In 2007 zal het CIBG mogelijk worden uitgebreid met een aantal nieuwe taken. Omdat de financiële omvang van deze taken nog onvoldoende bekend is zijn zij nog niet als zodanig in de begroting 2007 opgenomen, maar worden onderstaand als PM vermeld.

• Uitvoering van de Wet toelating Zorginstellingen (WTZi);

• De registratie van Donoren kunstmatige bevruchting;

• De databank Maatschappelijke Verantwoording;

• Toetsingscommissie levensbeëindiging vroeggeborenen;

• Uitvoering subsidieverlening palliatieve zorg;

• Assessment artsen met buitenlands diploma.

Tabel 2.2: Overzicht opbrengst moederdepartement (bedragen x € 1000)
 20052006 2007 2008 2009 2010 2011
BIG-register 786 887     
Verwijspunt 361 340     
Vakbekwaamheidverklaringen 1205 920     
RIBIZ 2 352 2 147 2 4862 486 2 486 2 486 2 486
Regionale toetsingscie Euthanasie 762 772 772 772 772 772 772
Donorregister 3 937 3 199 3 157 3 1573 157 3 157 3 157
Farmatec 695 641 636636 636 636 636
Tuchtcolleges   2 9252 925 2 925 2 925 2 925
UZI-register 4 500 3 600 3 300 3 300 3 300 3 300
Exploitatiebijdrage 7 863      
Overige  
Totaal15 609 11 259 13 576 13 276 13 276 13 27613 276

Opbrengst derden

Het CIBG krijgt ook opbrengsten (baten) van burgers en bedrijven voor het verrichten van verschillende (wettelijke) registratieactiviteiten en verleende vergunningen en ontheffingen tegen door het departement vastgestelde tarieven:

• registratieheffing bij inschrijving in het BIG-register;

• verleende vergunningen en verloven (Farmatec);

• registratieheffing bij inschrijving Stichting Kwaliteitsregister Paramedici;

• verkoop van medicinale cannabis.

Tabel 2.3: Overzicht opbrengst derden (bedragen x € 1000)
 2005 2006 20072008 2009 2010 2011
BIG-register (RIBIZ)626 619 880 880 880 880 880
Farmatec1 348 1 033 1 250 1 250 1 250 1 2501 250
Kwaliteitsregister 38 27 35 35 3535 35
BMC 553 266 266 266 266266 266
Totaal 2 565 1 945 2 4312 431 2 431 2 431 2 431

Lasten

Personele kosten

De opdrachtenportefeuille van het CIBG wordt vooral beïnvloed door toe- of afname van opdrachten van de opdrachtgevers (VWS).

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan uit algemene materiële kosten en huisvestingskosten. De algemene materiële kosten bestaan onder andere uit: bureaukosten, inhuur van derden (geen uitzendkrachten), exploitatie automatisering, drukwerk en voorlichting, porto- en telefoonkosten, vacatiegelden, reiskosten. Het aandeel inhuur derden in de materiële lasten is bij het CIBG relatief hoog in verband met de uitbesteding van het delen van het onderhoud op ICT-systemen en ten behoeve van de voor VWS uit te voeren grootschalige ICT-opdrachten zoals het UZI-register en het project SBVz. Het gemiddelde uurtarief ligt rond de € 130,00 incl. BTW.


Het CIBG is gehuisvest in huurpanden op meerdere locaties: Den Haag (hoofdlocatie), Kerkrade (donorregister), en uitvoeringsunits in Groningen, Zwolle, Eindhoven, Arnhem, Den Haag en Amsterdam. Het aandeel van de totale huisvestingskosten in de materiële lasten bedraagt in 2007 ruim € 1,2 miljoen.

Rentelasten

De rentelasten bestaan uit de verschuldigde rente (3,6%) op de initiële en investeringsleningen bij het ministerie van Financiën.

Afschrijvingskosten

In het jaar van investeren wordt met ingang van de maand van ingebruikname afgeschreven. De specificatie van de verwachte afschrijvingen en investeringen en daarmee van het verloop van de boekwaarde in het jaar 2006 en 2007 is weergegeven in onderstaande tabel. De afschrijving van de investering in de immateriële activa in 2006 start pas in 2007.

Tabel 2.4: Verloopoverzicht activa (bedragen x € 1000)
 Afschrijvingstermijn Boekwaarde 1–1–2006 Investering 2006 Afschrijvingen 2006 Boekwaarde 31–12–2006 Investering 2007 Afschrijvingen 2007Boekwaarde 31–12–2007
Inventaris 10 354 300122 532 100 100 532
Automatisering 3273 100 139 234 825 242 817
Overige5 51 20 24 47 20 25 42
Immaterieel 5 1 093 *2 170 180 3 083*600 540 3 143
Totaal  1 771 2 590465 3 896 1 545 907 4 534

* Afschrijving investering immaterieel in 2006 start in 2007


Tabel 2.5: Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1000)
 2005 2006 20072008 2009 2010 2011
1. Rekening-courant RIC 1 januari (incl. deposito) 2 648 3 632 2 924 3 047 3 0943 158 2 530
        
2. Totaal operationele kasstroom 2 641 465 997 1 134 1 1511 167 1 166
        
3. Totaal investeringskasstroom – 657 – 2 590 – 1 545– 225 – 225 – 975 – 225
3a –/– Totaal investeringen – 657– 2 590 – 1 545 – 225 – 225 – 975– 225
3b + Totaal boekwaarde desinvesteringen0 0 0 0 0 0 0
        
4 Totaal financieringskasstroom – 1 000 1 417 671– 862 – 862 – 820 – 820
4a –/– Eenmalige uitkering aan moederdepartement– 1 000 – 777 0 0 0 0 0
4b + Eenmalige storting door moederdepartement 00 0 0 0 0 0
4c –/– Aflossing op leningen 0 – 306 – 654 – 862 – 862– 820 – 820
4d + Beroep op leenfaciliteit0 2 500 1 325 0 0 0 0
        
5 Rekening-courant RIC 31 december 3 6322 924 3 047 3 094 3 158 2 5302 651

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De eenmalige storting aan het moederdepartement in 2006 heeft betrekking op de afroming van het eigen vermogen. In overleg met de eigenaar wordt een vordering op het moederdepartement afgeboekt ten laste van het onverdeelde resultaat.

3. Baten-lastendienst Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Inleiding

Sinds 1 januari 2004 is het RIVM een baten-lastendienst van het ministerie van VWS. De primaire opdrachtgevers van het RIVM zijn de ministeries van VWS, VROM en LNV. Daarnaast voert het RIVM projecten uit die opgedragen en bekostigd worden door andere opdrachtgevers, m.n. andere ministeries, provincies en internationale organisaties.

Met ingang van 2006 is het RIVM tevens belast met de uitvoering van taken op het gebied van programmatische preventie (screeningsprogramma’s). Vanaf 1 januari 2007 of zo snel als na die datum mogelijk is, voert het RIVM ook de regie over het Rijksvaccinatieprogramma. In dat kader worden de landelijke en regionale eenheden (entadministraties) ondergebracht in het RIVM. Baten en lasten van het RIVM zullen als gevolg hiervan naar verwachting met ca. € 120 miljoen stijgen. De lasten betreffen voor ongeveer de helft aankopen van vaccins bij de baten-lastendienst NVI. De definitieve cijfers zullen te gelegener tijd in de begrotingsstuken worden verwerkt. Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) behoorde tot 1 januari 2006 tot de RIVM-organisatie. Per genoemde datum is het MNP overgegaan naar het ministerie van VROM.

Begroting van baten en lasten

Tabel 3.1: Begroting van baten en lasten (bedragen x € 1000)
 2005 20062007 2008 2009 2010 2011
Baten       
Opbrengst VWS eigenaar 36 484 16 328 15 68315 683 19 888 19 888 19 888
Opbrengst VWS opdrachtgevers 61 783 68 138 62 784 62 76762 767 62 767 62 767
Opbrengst VROM 61 00539 841 34 647 34 647 34 647 34 647 34 647
Opbrengst LNV 2 686 500 500 500 500 500500
Opbrengst overige ministeries 3 929 2 7272 727 2 727 2 727 2 727 2 727
Opbrengst derden 36 228 42 135 41 135 40 135 40 13540 135 40 135
Rentebaten 664 218 194 197209 209 209
Vrijval voorzieningen 2 797 2 6672 233 1 841 1 606 1 522 1 315
Buitengewone baten 0 0 0 0 0 0 0
        
Totaal baten 205 576 172 555 159 903 158 498 162 478162 395 162 188
        
Lasten        
Apparaatskosten       
– personele kosten 87 639 78 390 77 97577 359 76 947 76 947 76 947
– materiële kosten 106 746 89 333 77 096 76 308 80 70080 616 80 409
Rentelasten 309 196 196 196196 196 196
Afschrijvingskosten        
– materieel4 085 4 172 4 172 4 172 4 172 4 1724 172
– immaterieel 283 464 464 463 463464 464
Dotaties voorzieningen 1 793 0 0 00 0 0
Buitengewone lasten 0 0 0 0 00 0
        
Totaal lasten 200 855 172 555159 903 158 498 162 478 162 395 162 188
        
Saldo van baten en lasten 4 721 0 0 00 0 0

Toelichting

De bedragen 2005 betreffen de gerealiseerde baten en lasten conform het jaarverslag 2005. De bedragen 2006 betreffen het vermoedelijk beloop op basis van zesmaandscijfers. De bedragen voor 2007 en verder zijn gebaseerd op de budgetverdeling bij de agentschapsvorming en gecorrigeerd voor overeengekomen aanvullende opdrachten. Op basis van ervaringsgegevens houdt het RIVM rekening met € 10 miljoen aanvullende opdrachten vanuit de primaire opdrachtgevers VWS en VROM. De overige omzet-bedragen zijn gebaseerd op lopende en naar verwachting nog aan te gane contracten met overige opdrachtgevers.

Baten

Opbrengst VWS-eigenaar

De geraamde baten van VWS – eigenaar zijn hoofdzakelijk bestemd voor het strategisch onderzoek en zijn overeenkomstig het bedrag dat wordt begroot op beleidsartikel 98 van de begroting van VWS.

Een bedrag van € 3,6 miljoen is beschikbaar als aanvullend huisvestingsbudget. Bij de stelselwijziging rijkshuisvesting is het RIVM een structurele compensatie toegekend. Deze compensatie is naar analogie van de stelselwijziging vastgesteld op een bedrag van in totaal € 11,7 miljoen structureel vanaf het jaar 2014. Dit bedrag is in de meerjarenramingen als volgt opgenomen:

• vanaf 2004 structureel € 3,619 miljoen per jaar;

• vanaf 2009 nogmaals structureel € 4,019 miljoen per jaar;

• vanaf 2014 nogmaals structureel € 4,019 miljoen per jaar.

Opbrengst VWS-opdrachtgevers

De geraamde baten van VWS-opdrachtgevers betreffen inkomsten die het RIVM op grond van de opdrachtbrief 2007 verwacht te verkrijgen door opdrachtverlening door beleidsdirecties VWS, IGZ en VWA. De hoogte van de inkomsten is afhankelijk van overeenstemming tussen opdrachtgevers en RIVM over aard en omvang van de te verrichten activiteiten en – daarmee samenhangend – de in rekening te brengen kosten (zijnde uren x tarief plus projectgebonden kosten). De budgetten van de VWS-opdrachtgevers worden geraamd op de beleidsartikelen 41 en 98 van de begroting van VWS.

Opbrengst VROM

De geraamde baten van VROM volgen uit werkzaamheden die op het taakveld milieu worden uitgevoerd. De budgetten van de VROM-opdrachtgevers worden geraamd in de begroting van het ministerie van VROM.

Opbrengst LNV

De geraamde baten van LNV volgen uit werkzaamheden die door het ministerie van LNV worden opgedragen en betaald.

Opbrengst overige ministeries

De geraamde baten van overige ministeries hangen samen met werkzaamheden die diverse ministeries aan het RIVM ter uitvoering opdragen.

Opbrengst derden

De baten van derden verkrijgt het RIVM door het uitvoeren van werkzaamheden voor derden (waaronder de Europese Commissie, de WHO en provincies).

Rentebaten

Het doorlopend positieve saldo op de rekening-courant genereert de rentebaten.

Lasten

Personele kosten

De personeelskosten bestaan uit kosten van eigen medewerkers (€ 74,3 miljoen) en kosten voor inhuur van vervangende en extra capaciteit (€ 3,7 miljoen). De kosten van eigen medewerkers zijn opgebouwd uit salariskosten en overige personeelskosten.

Tabel 3.2: Personeelskosten (bedragen x € 1000)
 Raming 2007
Salarissen 72 256
Overige personeelskosten1 983
Totaal 74 239
  
Aantal fte’s o.b.v. verwachte gemiddelde bezetting 1 275
Gemiddelde kosten per fte (in €) 58 227

In de personeelskosten is een bedrag van € 3,7 miljoen opgenomen voor inhuur van vervangende en extra capaciteit.

Materiële kosten

Het bedrag voor de materiële lasten ad € 77,1 miljoen kan als volgt worden onderverdeeld:

laboratorium- en facilitaire kosten € 32,8 miljoen
uitbesteed en ingekocht onderzoek en advies € 28,4 miljoen
huurkosten huisvesting€ 15,9 miljoen

Rentelasten

De rentelasten worden veroorzaakt door de investeringen in activa.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingen zijn bepaald op basis van de in tabel 3 vermelde afschrijvingstermijnen.

Tabel 3.3: Afschrijvingen (bedragen x € 1000)
 Afschrijvingstermijn in jaren2007
Software en licenties 3 464
Gebouwinstallaties en infrastructuur 5 643
Laboratoriumapparatuur 5 2 091
Vervoermiddelen 4253
IT + audiovisuele apparatuur 3 1 133
Facilitaire apparatuur 3 52
Totaal 4 636

De afschrijvingskosten voor 2007 omvatten de kosten van afschrijvingen op de per balansdatum 31 december 2005 aanwezige activa, vermeerderd met de kosten van afschrijvingen op de in 2006 en 2007 aan te schaffen activa.

Tabel 3.4: Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1000)
 20052006 2007 2008 2009 2010 2011
1. Rekening-courant 1 januari 28 49449 864 35 224 29 912 28 046 27 62126 284
        
2. Totaal operationele kasstroom23 677 – 8 180 25 3 122 4 211 3 2993 786
        
3. Totaal investeringskasstroom– 2 948 – 4 636 – 4 636 – 4 636– 4 636 – 4 636 – 4 636
3a –/– Totaal investeringen 2 978 4 6364 636 4 636 4 636 4 636 4 636
3b + Totaal boekwaarde desinvesteringen 30 00 0 0 0 0
        
4 Totaal financieringskasstroom 640 – 1 825 – 701– 352 0 0 0
4a –/– Eenmalige uitkering aan moederdepartement 0 0 0 0 0 0 0
4b + Eenmalige storting door moederdepartement3 500 0 0 0 0 0 0
4c –/– Aflossing op leningen – 2 860– 1 825 – 701 – 352 0 0 0
4d + Beroep op leenfaciliteit 0 0 0 00 0 0
        
5. Rekening-courant 31 december 49 864 35 224 29 912 28 04627 621 26 284 25 434

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De totale operationele kasstroom ad € -8,1 miljoen bestaat uit het exploitatieresultaat, de afschrijvingen en de mutaties van het bedrijfskapitaal. Omvang en niveau van deze kasstroom hangen samen met het betaalgedrag van opdrachtgevers en met een geïntensiveerde aandacht voor het beheer van openstaande posten (zowel aan de kosten- als aan de omzetkant).

De investeringskasstroom bestaat uit de investeringen die zijn begroot op een bedrag van € 4,6 miljoen.

Daartegenover staat, als onderdeel van de financieringskasstroom, de aflossingen op de conversielening voor vaste activa. Het aflossingsschema van de lening is gerelateerd aan de gehanteerde afschrijvingstermijnen en de daarmee samenhangende afschrijvingskosten.

Tabel 3.5 Aflossingsschema (bedragen x € 1000)
 2006 2007 2008 20092010 2011
4c –/– Aflossing op leningen 1 825 701 352 0 0 0
Waarvan uhv overdracht vermogensbestanddelen1 825 701 352 0 0 0
Waarvan uhv investeringen 0 0 0 0 0 0

4. Baten-lastendienst Nederlands Vaccin Instituut (NVI)

Inleiding

Sinds 1 januari 2003 ressorteert het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) als baten-lastendienst onder onze verantwoordelijkheid. Per 1 januari 2006 is het NVI definitief baten-lastendienst geworden.


Het NVI heeft als missie: de Nederlandse bevolking beschermen tegen infectieziekten door vaccins te leveren voor vaccinatie onder normale en bijzondere omstandigheden.


Het NVI heeft een drietal kerntaken, te weten:

1. Levering van vaccins voor de NVV (Nederlandse Vaccin Voorziening)

2. Onderzoek en ontwikkeling op het terrein van vaccins voor de NVV.

3. Het voorhanden hebben van actuele kennis over vaccins en vaccinatie voor de professionele ondersteuning van het moederdepartement.


Het NVI kent een aantal aan de kerntaken gerelateerde activiteiten, te weten:

1. Het beschikbaar hebben van dieren ten behoeve van dierproeven binnen NVI/RIVM.

2. Dienstverlening aan het RIVM op het terrein van mediabereiding, sterilisatie en afvalverwerking.

3. Activiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.

4. Activiteiten die voortvloeien uit benutting van de restcapaciteit die deel uitmaakt van de minimumcapaciteit.

Begroting van baten en lasten

Tabel 4.1: Begroting van baten en lasten (bedragen x € 1 000)
 2005 20062007 2008 2009 2010 2011
Baten       
opbrengst moederdepartement 42 706 79 73253 57033 670 33 670 33 670 33 670
opbrengst derden55 386 81 52599 647 102 653 106 562109 949 111 982
rentebaten 183 30023 3230 41 67
Totaal baten 98 275161 557153 240 136 355 140 262 143 660145 719
        
Lasten        
apparaatskosten       
– personele kosten 20 584 20 54424 295 24 29524 295 24 295 24 295
– materiële kosten66 858 137 384122 760 103 912 105 280106 466 107 177
rentelasten 419 6689601 633 2 108 2 158 2 074
Afschrijvingskosten       
– materieel 3 979 3 9545 135 7 283 8 6059 914 10 147
– immaterieel        
dotaties voorzieningen2 625       
buitengewone lasten 802 0 0 0 0 0
Totaal lasten 95 267162 550153 150 137 123 140 288 142 833143 693
        
Saldo van baten en lasten 3 008– 99390 – 768 – 26 8272 026

De bedragen 2005 betreffen de realisatiecijfers conform het jaarverslag 2005. De bedragen 2006 betreffen de cijfers uit de ontwerpbegroting 2006. De begroting voor het jaar 2007 geeft een overzicht van de baten en lasten NVI op het prijspeil van het jaar 2006. Deze begroting is doorgezet tot en met 2011, waarbij rekening is gehouden met de te verwachten mutatie in investeringen, bijbehorende rentekosten en opbrengst derden. In 2008 stijgen de afschrijvingskosten en rentekosten harder dan de opbrengst derden waardoor een verlies ontstaat ten laste van het eigen vermogen. Vanaf 2009 stijgt de opbrengst harder dan de kosten waardoor het verlies wordt gecompenseerd ten gunste van het eigen vermogen.


De opbrengst moederdepartement bevat in 2006 en 2007 een incidentele vergoeding in verband met de aanschaf van antivirale middelen. De opbrengst derden stijgt vanaf 2006 door de invoering per 1 maart 2006 van een Pneumokokkenvaccin in het RVP en door een stijging van de exportomzet. Een en ander heeft tot gevolg dat de materiële kosten stijgen.


NVI is bezig met de ontwikkeling van een vaccin tegen RSV (Respiratoir Syncytieel Virus). In de volgende ontwikkelingsfase zal NVI gaan samenwerken met een contractpartner. Voor de periode 2007 – 2010 zullen de ontwikkelingskosten voor NVI € 27,9 miljoen bedragen (2007: € 4,5 miljoen; 2008: € 3,7 miljoen; 2009: € 8,1 miljoen en 2010: € 11,6 miljoen). Deze bedragen worden vanuit het Fonds economische structuurversterking voorgefinancierd. De voorfinanciering moet nog nader worden uitgewerkt en is nog niet cijfermatig in deze begroting verwerkt.


Inzet is om het eerder in het kader van het instellingstraject baten-lastendienst overeengekomen kostprijsmodel per 1 januari 2007 te implementeren. Daaraan voorafgaand zal nog een nacalculatie over 2004/2005 plaatsvinden en een doorrekening met de cijfers uit de begroting 2006. Op basis van de uitkomsten daarvan en eerdere bevindingen van de Auditdienst zal eind 2006 definitieve besluitvorming hierover plaatsvinden. De (budgetneutrale) doorwerking hiervan in de begrotingspresentatie voor 2007 zal alsdan bij eerste suppletore wet kunnen worden verwerkt.

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst van het moederdepartement wordt geraamd op artikel 41. In 2007 beloopt de opbrengst van het moederdepartement € 53,6 miljoen. Er is rekening gehouden met volume- en efficiencykortingen.

Tabel 4.2: Opbrengst moederdepartement (bedragen x € 1 000)
VWS opdrachtgever 12 627
VWS eigenaar 6 159
Bijdrage DKTP(HibHep) 9 685
Bijdrage GMP structureel1 993
Antivirale middelen 19 900
Overig 3 206
Totale bijdrage moederdepartement 53 570

Opbrengst derden

Onder de opbrengst derden is € 59,5 miljoen opgenomen als inkomsten AWBZ. Dat zijn de vergoedingen die de provinciale entadministraties aan het NVI betalen voor de vaccins. In 2006 is het vaccinatieprogramma uitgebreid met het Pneumokokkenvaccin (€ 33,4 miljoen in 2007). Onder de opbrengsten derden is € 12,0 miljoen opgenomen voor het uitvoeren van de griepcampagne.


De post opbrengst derden omvat in 2007 verder € 20,1 miljoen aan exportomzet (Duitsland, Spanje, Oekraïne, Korea en India) en omzet voor het verkopen van technologie, het uitvoeren van kwaliteitstesten en (projectmatige) werkzaamheden voor bedrijven en instellingen. De exportomzet is gebaseerd op de verwachte realisatie 2006 plus de geplande additionele omzet voor latere jaren. Aan GGD’s, huisartsen, apotheken, groothandels, bedrijven etc. levert NVI zelf geproduceerde producten (€ 3,0 miljoen) en aangekochte producten (€ 2,0 miljoen). Onder de opbrengst derden is € 1,5 miljoen als opbrengst opgenomen van vooruitontvangen gelden voor projecten en € 0,3 miljoen aan omzet van de afdelingen Sterilisatie en Mediabereiding voor leveringen aan het RIVM. In verband met een wijziging in de doorbelasting van de kosten van het Facilitair Bedrijf wordt van het RIVM een bedrag van € 1,2 miljoen ontvangen.

Rentebaten

Rentebaten ontstaan door positieve saldi op de rekening-courant.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten bestaan voor € 23,4 miljoen uit loonkosten. Daarnaast is € 1,1 miljoen opgenomen voor inhuur, € 0,4 miljoen voor dienstreizen, € 0,4 miljoen voor opleidingen en € 0,2 miljoen voor overige personele kosten. Met de Auditdienst is afgesproken de installatiekosten van investeringen (uitvoeren van validaties en kwalificaties) te activeren. Een deel van de loonkosten van de betrokken afdelingen wordt doorbelast aan investeringsprojecten, dit betreft een bedrag van € 1,2 miljoen. De totale formatiebegroting bevat 418 FTE’s.

Loonkosten (in € 1 000)23 394
Aantal FTE’s o.b.v. gemiddelde bezetting 418
Gemiddelde kosten per FTE (in €) 55 965

Materiële kosten

Het bedrag voor de materiële lasten ad € 122,8 miljoen kan als volgt worden onderverdeeld:

Tabel 4.3: Materiële kosten (bedragen x € 1 000)
 2007
Onderhoudskosten 6 368
Huurkosten 6 778
Energiekosten 5 684
Productiekosten 6 546
Algemene kosten 3 407
Advieskosten/uitbestedingen6 620
Kosten inhuur RIVM 1 266
Aangekocht product 86 091
Totaal 122 760

De energiekosten zijn ten opzichte van de begroting 2006 met € 1,5 miljoen gestegen door een stijging van de energieprijs.


De advieskosten/uitbestedingen zijn met € 1,1 miljoen gestegen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat op een groot aantal terreinen derden in worden geschakeld. Dit heeft enerzijds te maken met regelgeving (bijvoorbeeld Europese Aanbestedingen) en anderzijds met het behouden van het GMP kwaliteitsniveau.


De kosten van «aangekocht product» bestaan voor € 19,9 miljoen uit de aanschafkosten antivirale middelen en voor € 63,2 miljoen uit de aangekochte producten voor het RVP (DKTPHib, MenC, HepB, aK en Pneumokokken) en de griepcampagne (inclusief de uitbreiding doelgroep). De overige € 2,2 miljoen betreft aangekochte producten ten behoeve van de groothandelsfunctie.

Rentelasten

De rentelasten stijgen door het aangaan van leningen voor de financiering van vaste activa. Vanaf 2006 valt hier ook de rente van de conversielening van de activa van NVI onder.

Afschrijvingskosten

Tabel 4.4: Investeringen en afschrijvingskosten (bedragen x € 1 000)
 2005 2006 2007 2008 20092010 2011
Inventaris/installaties 5 47111 09013 500 12 000 6 400 5 000 5 000
Overig 962 4606 600 5 800 3 1002 500 2 500
Totaal 6 433 11 55020 10017 800 9 500 7 500 7 500
Afschrijvingskosten3 979 3 9545 135 7 283 8 605 9 91410 147

In 2007 wordt een investeringsniveau verwacht van € 20,1 miljoen. Een aantal grote posten worden toegelicht. Het plegen van gecombineerde nieuwbouw voor zowel de Centrale Sterilisatie Afdeling (CSA) als de afdeling Steriele Farmaceutische Productie (SFP) start in 2006, de verwachte ingebruikname is in 2010. Deze investering is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de sterk gestegen eisen ten aanzien van GMP. Het aanpassen van een productiefaciliteit voor het in ontwikkeling zijnde MenB-vaccin leidt tot een geschatte investering van € 2,8 miljoen. Deze investering is nodig om het gecombineerde MenB-Pneumokokkenvaccin beschikbaar te krijgen voor het RVP.

Tabel 4.5: Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1 000)
 2005 2006 20072008 2009 2010 2011
1 Rekening courant RHB 1 januari (incl. Deposito) 29 00544 3931 452 1 927 1 804 2 362 3 690
        
2 Totaal operationele kasstroom – 3 355– 41 4134 075 5 765 8 579 10 741 12 173
        
3 Totaal investeringskasstroom 6 43311 55020 100 17 800 9 500 7 500 7 500
3a –/– Totaal investeringen 6 43311 55020 100 17 800 9 500 7 500 7 500
3b + Totaal boekwaarde desinvesteringen 000 0 0 0 0
        
4 Totaal financieringskasstroom 25 176 10 02216 50011 912 1 479 – 1 913 – 2 989
4a –/– Eenmalige uitkering aan moederdepartement0 00 0 0 0 0
4b + Eenmalige storting door moederdepartement 21 343 00 0 00 0
4c –/– Aflossing op leningen 2601 5283 600 5 888 8 021 9 413 10 489
4d + Beroep op leningsfaciliteit 4 09311 55020 100 17 800 9 500 7 500 7 500
        
5 Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito) 44 393 1 4521 927 1 804 2 3623 690 5 374

De operationele kasstroom wordt in 2005 en 2006 beïnvloed door de aanschaf van antivirale middelen. Eind 2005 is een eenmalige opbrengst van het moederdepartement ontvangen voor de betaling in 2006, dit verklaart het hoge saldo op de rekening courant ultimo 2005.