Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

FINANCIEEL BEELD ZORG

1. Inleiding

Op verschillende beleidsartikelen is sprake van premiegefinancierde uitgaven. Voor deze uitgaven geldt een ander uitgavenplafond dan voor de begrotingsuitgaven, namelijk het Budgettair Kader Zorg (BKZ). In deze bijlage bezien we de BKZ-uitgaven in samenhang en totaliteit.

Paragraaf 2 gaat in op het BKZ, de uitgavenbegrippen en de wijzigingen in de definitie ten opzichte van de begroting 2006. In paragraaf 3 komt de omvang van de uitgaven onder het BKZ die in deze begroting zijn opgenomen aan de orde. Deze wordt vergeleken met de uitgaventotalen in de begroting 2006 en met het Budgettair Kader Zorg. Ook de ontwikkeling van de zorguitgaven van jaar op jaar komt aan de orde.

Een bijzonder deel van de uitgaven wordt vervolgens afzonderlijk behandeld, de exploitatiegevolgen van bouw in de gezondheidszorg. Paragraaf 4 toont de financiering van de uitgaven en in paragraaf 5 wordt de ontwikkeling van de premies (AWBZ en Zvw) gepresenteerd en toegelicht.

2. BKZ, uitgavenbegrippen en definitiewijzigingen

2.1. BKZ en uitgavenbegrippen

Het kabinet heeft in het Hoofdlijnenakkoord afspraken vastgelegd over de budgettaire ruimte die in de jaren tot en met 2007 beschikbaar is voor de financiering van zorguitgaven. Deze afspraken hebben geleid tot het vaststellen van een uitgavenplafond voor deze kabinetsperiode, het Budgettair Kader Zorg (BKZ). Het uitgavenplafond dat in het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken is weergegeven in reële termen. Daarbij is de afspraak gemaakt dat het BKZ ieder jaar voor inflatie wordt aangepast op basis van de prijsontwikkeling Nationale Bestedingen (pNB). Ieder voorjaar wordt deze prijsaanpassing voor het dan lopende jaar definitief vastgesteld.

Voor de zorguitgaven worden verschillende uitgavenbegrippen gehanteerd. De zogenoemde bruto BKZ-uitgaven zijn de totale uitgaven die worden gefinancierd via opbrengsten uit premieheffing (AWBZ, Zvw), rijksbijdragen en eigen betalingen van patiënten. Daarnaast vallen vanaf 2007 ook de bedragen onder het BKZ die in het Gemeentefonds beschikbaar zijn voor de zorgkosten die gemeenten dragen in plaats van de AWBZ door de invoering van de Wmo, evenals het bedrag dat in 2007 in het opleidingsfonds beschikbaar is voor de opleidingskosten voor de erkende medische en tandheelkundige specialismen en de erkende bètaberoepen (ziekenhuisapotheker, klinisch fysicus en klinisch chemicus). Deze opleidingskosten maakten tot en met 2006 deel uit van de ziekenhuisbudgetten. In 2007 worden de instellingsbudgetten hiervoor geschoond en komen de bedragen beschikbaar via het opleidingsfonds op artikel 42 van de VWS-begroting.


De zorguitgaven die aan het bovengenoemde budgettaire kader getoetst worden, zijn de netto BKZ-uitgaven, dat wil zeggen de bruto BKZ-uitgaven verminderd met het gedeelte dat niet gefinancierd wordt uit collectieve lasten maar door eigen betalingen van patiënten/cliënten.

Figuur 1 geeft de relatie tussen deze twee uitgavenbegrippen en de bijbehorende (afgeronde) bedragen voor het jaar 2007.

Figuur 1 – De relatie tussen bruto en netto BKZ-uitgaven



kst99345_2_02.gif

Bron: VWS

2.2. Wijzigingen in de definitie van het BKZ

Zoals in de begroting 2006 al is aangegeven, heeft de definitie van het BKZ vanaf 2006 omvangrijke wijzigingen ondergaan. Deze hingen samen met de invoering van de Zorgverzekeringswet en de gevolgen daarvan voor de vaststelling van de zorguitgaven, het beperken van de subsidiestroom vanuit de zorgkassen en het verschuiven van de financiering van de beheerskosten van de ZBO’s naar de begroting.

Ook vanaf 2007 zijn er enkele wijzigingen in de definitie van het BKZ. De omvangrijkste wijziging is het verschuiven van de middelen voor forensische zorg naar de begroting van het ministerie van Justitie. Een belangrijke wijziging in het karakter van de BKZ-uitgaven is dat vanaf 2007 niet alleen de uitgaven die moeten worden opgebracht uit zorgpremies, rijksbijdragen en eigen betalingen zorg onder het BKZ vallen, maar ook de bedragen die in het Gemeentefonds beschikbaar zijn voor de zorgkosten die gemeenten dragen in plaats van de AWBZ door de invoering van de Wmo. Deze bedragen zijn overgeheveld vanuit de AWBZ, zodat deze wijziging alleen het karakter en niet de omvang van de BKZ-uitgaven verandert. Omdat het hier gaat om bedragen in het Gemeentefonds, zijn deze uitgaven ook niet op de beleidsartikelen in deze begroting opgenomen, maar op die van het Gemeentefonds. In deze bijlage worden deze uitgaven, als onderdeel van de BKZ-uitgaven, wel weergegeven. Daarnaast vallen ook de bedragen die voor het opleidingsfonds beschikbaar zijn onder de BKZ-uitgaven. Ook de uitgaven voor het opleidingsfonds worden in 2007 niet opgebracht uit zorgpremies, rijksbijdragen of eigen betalingen, maar zijn als begrotingsgefinancierde uitgaven op artikel 42 van de VWS-begroting opgenomen.

Ten slotte zijn er op enkele artikelen (over het algemeen minder omvangrijke) verschuivingen tussen premiegefinancierde zorguitgaven en begrotingsgefinancierde uitgaven. Deze laatste categorie wordt doorgaans aangeduid met de term ijklijnmutaties.

3. De premiegefinancierde uitgaven

3.1. Uitgavenontwikkeling na de begroting 2005

In tabel 1 is te zien hoe het Budgettair Kader Zorg voor het jaar 2007 sinds het Hoofdlijnenakkoord is aangepast. Tussen Hoofdlijnenakkoord en Begroting 2007 gaat het voor € 0,9 miljard om aanpassingen op de oorspronkelijk geraamde prijsontwikkeling Nationale Bestedingen (pNB) en voor € 0,3 miljard om overboekingen naar begrotingsgefinancierde uitgaven. Voor ruim € 0,2 miljard wordt de mutatie veroorzaakt door definitiewijzigingen van het BKZ vanaf 2006. Tussen Begroting 2006 en Voorjaarsnota 2006 is het BKZ door aanpassingen van de geraamde prijsontwikkeling Nationale Bestedingen (pNB) opnieuw met € 0,2 miljard gedaald, maar vervolgens weer met € 0,1 miljard gestegen. De ijklijnmutaties tussen Voorjaarsnota 2006 en Begroting 2007 (in totaal € 0,3 miljard) bestaan grotendeels uit het overboeken van de middelen voor forensische zorg naar het ministerie van Justitie.

Tabel 1 – Ontwikkeling Budgettair Kader Zorg 2007
bedragen in € miljoenBKZ Netto BKZ-uitgaven Overschrijding
Stand Hoofdlijnenakkoord 47 481 47 481 0
Stand Begroting 2006 46 030 46 336 306
Stand Voorjaarsnota 2006 45 855 46 155 300
Stand Begroting 200745 769 46 375 606

Tabel 2 laat de ontwikkeling van de netto BKZ-uitgaven zien vanaf de stand ontwerpbegroting 2006. Eerst worden de wijzigingen uit de 1e Suppletore Wet weergegeven. Dan volgen de wijzigingen die daarna hebben plaatsgevonden.


Tabel 2 – Ontwikkeling netto BKZ-uitgaven in de jaren 2006 t/m 2011
bedragen in € miljoen2006 2007 2008 2009 2010 2011
Stand ontwerpbegroting 2006 43 780,8 46 336,1 48 766,251 259,5 53 907,9  
Uitgaven (bruto BKZ) 47 637,7 50 221,5 52 716,1 55 315,758 072,1  
Ontvangsten 3 856,9 3 885,63 950,0 4 056,2 4 164,2  
       
Mutaties 1e Suppletore Wet 2006      
a. Doorwerking afrekening 20052,3 – 0,3 – 0,3 – 0,3 – 0,3 
b. Convenant Geneesmiddelen – 88,0– 88,0 – 88,0 – 88,0 – 88,0 
c. Experiment fysiotherapie 17,017,0 17,0 17,0 17,0 
d. Ombuigingsbijdrage 65,0     
e. Macro loon- en prijsbijstelling (CEP 2006)– 63,4 – 113,5 – 114,2 – 123,6 – 131,2 
f. Diversen 37,5 10,7 10,1 10,010,0  
g. IJklijnmutaties – 1,0 – 7,0– 26,8 – 30,2 – 30,6  
       
Stand 1e Suppletore Wet 2006 43 750,2 46 154,8 48 563,951 044,4 53 684,8  
wv uitgaven (bruto BKZ) 47 607,1 50 040,4 52 513,9 55 100,657 849,0  
wv ontvangsten 3 856,9 3 885,63 950,0 4 056,2 4 164,2 
       
Productieontwikkeling, mee- en tegenvallers      
h. Aanvullende doorwerking afrekening 2005 – 4,9 36,3 36,3 36,3 36,3 
       
Maatregelen en beleidsaanpassingen      
i. Ziekenhuizen192,0 291,0 291,0 291,0 291,0 
j. Uitgavenbeperking ziekenhuizen – 291,0 – 291,0 – 291,0 – 291,0 
k. Dure geneesmiddelen 112,0120,0 120,0 120,0 120,0  
l. Terugdraaien pakketmaatregelen  12,5 12,5 12,512,5  
m. Convenant geneesmiddelen – 128,0 – 128,0 – 128,0 – 128,0 
n. Doelmatigheidsimpuls Verpleeghuizen 63,0138,0138,063,0 
o. OVA 26,0 97,7 100,9 105,7 111,1 
       
Technische en macro-economische mutaties      
p. Macro loon- en prijsbijstelling (MEV 2007) – 15,9 299,2 609,3 657,6 680,9 
q. IJklijnmutaties – 32,7 – 280,4– 280,4 – 280,4 – 280,4 
r. Overig0,1 0,10,20,2 
       
Stand ontwerpbegroting 2007 44 058,6 46 375,0 49 172,751 706,1 54 300,3 57 085,2
wv uitgaven (bruto BKZ) 47 915,5 50 086,9 52 948,8 55 588,758 290,8 61 184,7
wv ontvangsten 3 856,93 711,9 3 776,1 3 882,6 3 990,54 099,5

Toelichting bij de mutaties in tabel 2:

a. Doorwerking afrekening 2005

Uit de voorlopige afrekening van de uitgaven 2005 bleken per saldo een structurele meevaller van € 0,3 miljoen en voor 2006 een (incidentele) financieringsmutatie van € 2,6 miljoen.

Meevallers deden zich voor bij de geneesmiddelen (€ 104,9 miljoen), hulpmiddelen (€ 96,9 miljoen) en kraamzorg (€ 35,6 miljoen). Tegenvallers deden zich onder andere voor bij de fysiotherapie (€ 28,6 miljoen), tandheelkundige specialistische zorg (€ 17,8 miljoen) en overig curatieve zorg (€ 16,3 miljoen), preventie (€ 3,6 miljoen) en ergotherapie (€ 0,8 miljoen).

Verder was voor het jaar 2005 al rekening gehouden met een volume-effect dat verwacht werd door de invoering van de no-claimteruggaveregeling in de zorgverzekeringswet (€ 170 miljoen). Bij de raming van dit bedrag is destijds uitgegaan van CPB-ramingen. Aangezien uit de afrekening forse meevallers zijn gebleken, is ervan uitgegaan dat het volume-effect van de no-claimteruggaveregeling is gerealiseerd.

b.Convenant geneesmiddelen

De besparing die in 2006 wordt gerealiseerd door het convenant geneesmiddelen is naar verwachting € 88 miljoen hoger dan eerder aangenomen.

c. Experiment fysiotherapie

De prijzen in de fysiotherapie zullen in 2006 naar verwachting zo’n 8,5% stijgen, hiervan is ongeveer 3% een reguliere loonprijsstijging. Dit zorgt voor een feitelijke extra prijsstijging van 5,5% en brengt € 17 miljoen aan meerkosten met zich mee.

d. Ombuigingsbijdrage

Naar aanleiding van de uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB), dat de (incidentele) extra korting voor de periode 1 juli 2003 tot en met 31 december 2003 in strijd is geweest met wet dan wel enig beginsel van behoorlijk bestuur, heeft NZAio besloten de incidentele korting terug te draaien. Voor de AWBZ-sectoren is dit reeds in 2005 gerealiseerd en voor de cure zal dit naar verwachting in 2006 gebeuren (€ 65 miljoen).

e. Macro loon- en prijsbijstelling (CEP 2006)

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van het Centraal Economisch Plan 2006 van het Centraal Planbureau (CPB).

f. Diversen

Dit betreft met name het terugdraaien van de eerder bij begroting 2006 voor de AWBZ-sectoren doorgevoerde intertemporele schuif van € 34 miljoen uit 2006 naar 2005.

g. IJklijnmutaties

Deze post is het saldo van mutaties, die samenhangen met overboekingen tussen het Budgettair Kader Zorg en de ijklijn Rijksbegroting eng.

h. Doorwerking herziene afrekening 2005 (excl. ziekenhuizen)

In juni zijn de zorguitgaven 2005 opnieuw afgerekend. Hiervoor is gebruik gemaakt van nieuwe (meer definitieve) cijfers van onder andere het NZAio. Uit deze herziene afrekening blijkt een structurele tegenvaller van per saldo € 36,3 miljoen. Deze wordt veroorzaakt door een tegenvaller bij de medisch specialisten (€ 41 miljoen). Per saldo is er verder sprake van een structurele meevaller van € 4,7 miljoen. In 2006 doet zich daarnaast nog een incidentele meevaller voor van€ 41,2 miljoen, omdat de beschikbare cijfers over budgetten en financiering aangeven dat de bedragen die over de jaren tot en met 2005 nog met de zorginstellingen moeten worden afgerekend (financieringsachterstand) lager uitvallen dan was aangenomen.

i. Ziekenhuizen

Uit nieuwe cijfers van het NZAio blijkt dat de volumeontwikkeling in 2005 bij de ziekenhuizen hoger is dan in het prestatiecontract Ziekenhuizen/convenant UMC’s is overeengekomen. Hierdoor ontstaat een structurele tegenvaller van € 192 miljoen in 2006, die naar verwachting in 2007 zal oplopen tot € 291 miljoen.


Zoals eerder bij de voortgangsrapportage over de DBC’s (TK 2005–2006, 29 248, nr. 27) is gemeld, zal daarnaast sprake zijn van een overdekking van de ziekenhuisbudgetten in 2005. Dat wil zeggen dat de omvang van de betaalde declaraties van in 2005 reeds afgesloten DBC-trajecten en de waarde van de reeds verrichte werkzaamheden aan op 31 december 2005 nog openstaande DBC’s, de omvang van de NZAio-budgetten overtreft.

Zoals ook in de rapportage is aangekondigd wordt thans door partijen gewerkt aan de oplossing. Die oplossing voorziet erin dat de omvang van de overdekking over 2005 nader wordt vastgesteld en de geconstateerde overdekking ongedaan wordt gemaakt, waardoor uiteindelijk de financiering over 2005, afgezien van de zogenaamde overloopschade, zal aansluiten met de budgetten van de ziekenhuizen.

Voor de raming van de omvang van de financiering over 2005 en de daaruit volgende veronderstelling over de vanaf 2006 in te halen bedragen is er dan ook vanuit gegaan dat de financiering van de budgetten en de lumpsummen in 2005 uiteindelijk gelijk zal zijn aan de omvang van de budgetten en de lump summen. De tabel laat dan ook geen effect voor het ongedaan maken van de overdekking in 2005 zien in 2006 of latere jaren.

j. Uitgavenbeperking ziekenhuizen

Om de bovenvermelde volumeoverschrijding te compenseren wordt vanaf 2007 een macrokorting van € 192 miljoen doorgevoerd. In 2007 wordt een aanvullende kortingsmaatregel genomen indien de restantproblematiek niet binnen het prestatiecontract Ziekenhuizen/convenant UMC’s wordt opgelost.

k. Dure intramurale geneesmiddelen

De budgettaire consequenties van de beleidsregel dure geneesmiddelen nemen in de periode 2005 tot en met 2007 naar verwachting toe met € 198 miljoen in 2007. De oorzaak hiervan is gelegen in de aanpassing van de beleidsregel dure geneesmiddelen. Het variabele vergoedingspercentage van maximaal 75% is vanaf 2006 gewijzigd in een voor ieder ziekenhuis gelijk vergoedingspercentage van 80% van de kosten van een geneesmiddel dat op grond van de beleidsregel voor vergoeding in aanmerking komt. Verder groeit het gebruik van bestaande dure geneesmiddelen en worden er jaarlijks op grond van de beleidsregel nieuwe middelen voor vergoeding in aanmerking genomen. Het laatste is met name in 2006 het geval.

In de ramingen voor de periode 2005 tot en met 2007 is rekening gehouden met € 52 miljoen in 2006 en € 78 miljoen vanaf 2007. Dit leidt tot extra uitgaven van € 112 miljoen in 2006 en € 120 miljoen structureel vanaf 2007. De raming voor de ziekenhuizen wordt hiervoor opgehoogd zodat patiënten die deze dure geneesmiddelen nodig hebben, zoals sommige groepen kankerpatiënten, deze kunnen blijven krijgen.

l. Terugdraaien pakketmaatregelen

Per 1 januari 2004 is de pakketmaatregel ingevoerd om de eerste IVF-behandeling niet langer te vergoeden. Op verzoek van de Tweede Kamer is deze maatregel teruggedraaid per 1 januari 2007. Dit levert een tegenvaller op van € 18 miljoen. Hiervan wordt € 8 miljoen gedekt door een veronderstelde doelmatigheidswinst.

De Tweede Kamer heeft ook aangedrongen op versoepeling van de pakketmaatregel waardoor de buikwandcorrectie niet langer vergoed wordt. Hieraan willen wij onder strikte voorwaarden tegemoetkomen. Het zal hierbij moeten gaan om aantoonbare lichamelijke functiestoornissen bij een beperkt aantal indicaties, strak geprotocolleerd en objectief vast te stellen. Dit levert naar verwachting een tegenvaller op van € 2,5 miljoen.

m. Convenant geneesmiddelen

De besparing die in 2007 wordt gerealiseerd door het convenant geneesmiddelen is naar verwachting € 128 miljoen hoger dan eerder aangenomen. Deze komt bovenop de extra structurele opbrengst in 2006.

n. Doelmatigheidsimpuls verpleeghuizen

Naar aanleiding van het NZAio-rapport over verpleeghuizen zijn voor 5 jaar extra middelen toegekend ten behoeve van de verhoging van de doelmatigheid in verpleeghuizen.

o. OVA

De incidentele loonontwikkeling in de OVA is hoger vastgesteld dan waar eerder van was uitgegaan. Dit leidt tot een oplopende reeks.

p. Macro loon- en prijsbijstelling (MEV 2007)

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de Macro-Economische Verkenning 2007 van het Centraal Planbureau (CPB).

q. IJklijnmutaties

Deze post is het saldo van mutaties, die samenhangen met overboekingen tussen het Budgettair Kader Zorg en de ijklijn Rijksbegroting eng. Het betreft voornamelijk de verschuiving van de uitgaven forensische zorg naar de begroting van het ministerie van Justitie.

3.2. Bouw

Algemeen

Met ingang van 1januari 2006 is de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) in werking getreden. De Wet ziekenhuisvoorzieningen (WZV) en de Tijdelijke Verstrekkingenwet Maatschappelijke Dienstverlening (TVWMD) zijn tegelijkertijd ingetrokken. Met de WTZi komen er minder regels bij het toelaten, plannen en instandhouden van instellingen.

Zorginstellingen die zorg willen aanbieden die op grond van de Zorgverzekeringswet of AWBZ voor vergoeding in aanmerking komt, hebben een toelating nodig. Als een instelling gebouwd, uitgebreid of gerenoveerd moet worden, kan daarvoor een vergunning vereist zijn. Deze projecten vallen dan onder het bouwregime. De projecten die niet onder het bouwregime vallen kunnen de zorginstellingen realiseren uit hun opgebouwde trekkingsrechten voor instandhoudingsinvesteringen.

Het belangrijkste uitvoeringsorgaan van het beleid is het College bouw zorginstellingen (CBZ).

Instandhoudingsbouw

De instandhoudingsbouw bestaat uit twee groepen: vergunningsplichtige instandhoudingsbouw en meldingen. Binnen de meldingen maken we onderscheid tussen jaarlijkse instandhoudingsinvesteringen (onderhoud) en incidentele instandhoudingsinvesteringen (renovatie). Voor de jaarlijkse instandhoudingsinvesteringen ontvangen de instellingen elk jaar een vast bedrag in het budget. Voor de incidentele instandhoudinginvesteringen bouwen de instellingen trekkingsrechten op. Op het moment dat een instelling instandhoudingsinvesteringen daadwerkelijk realiseert, wordt het investeringsbedrag van de trekkingsrechten afgeboekt en worden de bijbehorende exploitatielasten aan het budget van de instelling toegevoegd.

Wij stellen eens in de twee jaar het bouwprogramma vast (bestuurlijke actualisatie). Daarbij wordt per project een raming gemaakt van de exploitatielasten. Ook wordt rekening gehouden met de trekkingsrechten die bij een instelling aanwezig zijn en die bij het vergunningsplichtige project dienen te worden ingebracht.

Tabel 3 geeft het huidige exploitatiekader weer per sector voor de vergunningsplichtige instandhoudingsbouw.

Tabel 3 Exploitatiekader vergunningsplichtige instandhoudingsbouw (enkelvoudig) prijspeil 31 december 2005bedragen in € miljoen
Sector2006 2007 2008 2009 2010
Ziekenhuizen 20,5 31,2 31,2 31,228,8
Verpleeghuizen 27,1 40,8 22,0 6,6 6,6
Verzorgingshuizen 37,0 72,1 57,0 25,87,2
Geestelijke gezondheidszorg 11,2 17,231,8 30,7 14,7
Gehandicaptenzorg10,7 16,6 9,2 9,2 9,2
Totaal 106,5177,8 151,2 103,4 66,5

Bron: VWS

De vergunningsplichtige instandhoudingsbouw

De raming exploitatielasten van het actuele bouwprogramma voor de vergunningsplichtige instandhoudingsbouw zijn per sector weergegeven in tabel 4. De bedragen voor de sectoren verpleeghuizen en verzorgingshuizen zijn nog voorlopig, omdat de werkzaamheden rondom de actualisering nog niet zijn afgerond.

Tabel 4 Raming exploitatielasten vergunningsplichtige instandhoudingsbouw (enkelvoudig) prijspeil 31 december 2005 bedragen in € miljoen
Sector 20062007 2008 2009 2010
Ziekenhuizen20,5 30,7 28,7 37,1 39,4
Verpleeghuizen27,4 42,9 53,7 14,8 0,0
Verzorgingshuizen 37,3 72,1 82,7 8,30,0
Geestelijke gezondheidszorg 11,1 13,523,7 9,5 1,8
Gehandicaptenzorg 10,316,5 25,3 13,4 14,1
Totaal 106,5175,6 214,1 83,0 55,3

Bron: VWS

Meldingsregeling: Incidentele instandhoudinginvesteringen (niet-vergunningsplichtig)

Bij invoering van de WTZi is de uitvoering door het CBZ van de meldingsregeling komen te vervallen. Het systeem van trekkingsrechtenopbouw (WTG beleidsregel «Instandhoudingsinvesteringen») is vooralsnog gehandhaafd. Dit betekent dat de instellingen zelf beslissen over het moment van verzilveren van hun opgebouwde trekkingsrechten.

De raming van de exploitatielasten van de benutting van de trekkingsrechten is in tabel 5 opgenomen.

Tabel 5 Raming exploitatielasten benutting trekkingsrechten (enkelvoudig) prijspeil 31 december 2005 bedragen in € miljoen
 2006 2007 2008 2009 2010
Trekkingsrechten91 117 126 89 81

Bron: VWS

Uitbreidingsbouw

De vergunningsplichtige uitbreidingsbouw maakt deel uit van de totale groeiruimte van een sector en vindt plaats om extra productie te kunnen realiseren.

In tabel 6 zijn de exploitatielasten van het actuele bouwprogramma voor de uitbreidingsbouw weergegeven. De bedragen voor de sectoren verpleeghuizen en verzorgingshuizen zijn nog voorlopig, omdat de werkzaamheden rondom de actualisering nog niet zijn afgerond.

Tabel 6 Raming exploitatielasten vergunningsplichtige uitbreidingsbouw (enkelvoudig) prijspeil 31 december 2005 bedragen in € miljoen
Sector 2006 2007 2008 20092010
Ziekenhuizen 9,5 12,3 2,00,4 0,0
Verpleeghuizen 144,6 213,6 127,43,0 0,0
Verzorgingshuizen – 1,8– 66,8 – 52,9 – 6,0 0,0
Geestelijke gezondheidszorg 25,9 43,3 37,2 9,8 0,0
Gehandicaptenzorg 39,8 21,3 23,34,9 0,0
Totaal 217,9 223,6 137,0 12,00,0

Bron: VWS

3.3. Zorguitgaven per artikel

Tabel 7 geeft een overzicht van de (bruto) zorguitgaven per artikel, zoals ook gepresenteerd in de toelichting op de beleidsartikelen. De bruto zorguitgaven, die hier en in de beleidsartikelen zijn opgenomen, kunnen verschillen van de bruto BKZ-uitgaven. De zorguitgaven sluiten voor de instellingen aan bij de budgetten, terwijl bij de BKZ-uitgaven ook vertragingen en versnellingen in de financiering van de budgetten (de zogeheten mutaties financieringsachterstanden) meetellen. De verhouding tussen de verschillende sectoren wordt duidelijk in figuur 2.

Tabel 7 Verdeling van de zorguitgaven per artikel
(bedragen in € miljoen) 2007
Volksgezondheid 52,2
Gezondheidszorg 25 447,6
Langdurige Zorg 21 563,1
Maatschappelijke Ondersteuning156,5
Nominaal en onvoorzien 951,5
WMO(Gemeentefonds)1 1 279,3
Opleidingsfonds (Begroting VWS)636,7
Totaal bruto zorguitgaven50 086,9

1 Met de VNG is overeengekomen om voor de overheveling van de middelen voor de Wmo uit te gaan van 2005 als ijkjaar. Dit brengt met zich mee dat deze middelen bij overheveling zowel voor 2006 als 2007 geïndexeerd moeten worden. De indexering voor 2006 en 2007 is in de tabel nog niet meegenomen.Het gevolg hiervan is wel dat de septembercirculaire niet exact aansluit bij de stand van de gemeentefondsbegroting.

Figuur 2 – Procentuele verdeling bruto zorguitgaven 2006 per artikel



kst99345_2_03.gif

Tabel 8 geeft de ontwikkeling aan van de zorguitgaven op de beleidsartikelen. De ontwikkeling tussen 2005 en 2006 en tussen 2006 en 2007 is daarbij onderverdeeld naar de oorzaak van de ontwikkeling: volume, nominaal of technisch.

Tabel 8 Horizontale uitgavenontwikkeling zorgsectoren
Artikel uitgaven 2005volume nominaal technisch uitgaven 2006volume nominaal technisch uitgaven 2007
Volksgezondheid 200,9 6,2 0,5 – 146,561,1 0,8 – 1,6 – 8,1 52,2
Gezondheidszorg 23 350,2 842,6 544,0641,1 25 377,9 556,2 120,8 – 607,325 447,6
Langdurige Zorg 22 530,7570,4 391,8 – 1 197,6 22 295,3 790,3154,2 1 676,8 21 563,1
Maatschappelijke ondersteuning 159,6– 4,9 1,8 0,0 156,5 0,0 0,00,0 156,5

4. Financiering

De financiering van de bruto BKZ-uitgaven laat zich in een aantal categorieën uitsplitsen. Tabel 9 geeft deze verdeling voor het jaar 2007 in cijfers weer. Figuur 3 laat de verhouding tussen de verschillende financieringsbronnen zien.

Tabel 9 Financiering bruto BKZ-uitgaven
(bedragen x € 1 000 000)2007
AWBZ20 865
Zvw23 592
Particuliere verzekering2
Eigen betaling AWBZ1 665
Eigen betalingen Zvw2 047
Overheid (Opleidingsfonds)637
Overheid (Gemeentefonds)1 279
Totaal begroting 200750 087

Figuur 3 - Financiering zorguitgaven 2007 in percentages



kst99345_2_04.gif

Zorgverzekeringswet

De belangrijkste uitgavenpost die resulteert uit de Zorgverzekeringswet (Zvw) is natuurlijk het betalen van zorgkosten voor verzekerden door zorgverzekeraars (zie tabel 10). Daarnaast maken verzekeraars beheerskosten om de wet uit te voeren. Ook zijn er uitgaven in het kader van internationale verdragen. In 2006 en 2007 is er tot slot ook een bedrag betaald aan het Algemeen Fonds Bijzonder Ziektekosten ter dekking van de kosten van kortdurende geestelijke gezondheidszorg.

Ter dekking van deze uitgaven worden er inkomensafhankelijke bijdrage geïnd, wordt er een nominale premie geheven, wordt er een rijksbijdrage verstrekt ter dekking van de fictieve premielast van kinderen en wordt er door burgers zelf bijgedragen aan de zorgkosten via de no-claimteruggaveregeling en het eigen risico.


Tabel 10 Uitgaven en inkomsten Zvw (bedragen x € 1 miljard)
 20062007
Uitgaven ten laste van de macropremielast1  
– Zorguitgaven verzekeraars25,025,4
– Bijdrage voor GGZ aan AWBZ2,52,8
– Uitgaven internationale verdragen0,20,2
– Beheerskosten/saldi verzekeraars0,91,2
– Totaal28,629,7
Inkomsten   
– Inkomensafhankelijke bijdrage14,514,9
– Nominale premie9,811,1
– Rijksbijdrage kinderen1,91,9
– Eigen betalingen2,12,1
– Totaal28,229,9

1 BKZ relevant zijn hiervan de zorguitgaven van de verzekeraars plus de uitgaven in verband met internationale verdragen (afgerond samen € 25,6 miljard in 2007). Dit bedrag komt overeen met de optelling van de posten Zvw en eigen betaling Zvw uit tabel 9.


De Zvw wordt uitgevoerd door verzekeraars. Naast de individuele verzekeraars is er een zorgverzekeringsfonds (ZVF). Dit fonds ontvangt de inkomensafhankelijke bijdrage en de rijksbijdrage voor kinderen. Uit het ZVF ontvangt elke verzekeraar een bedrag ter gedeeltelijke dekking van hun zorguitgaven. Dit bedrag houdt rekening met het risicoprofiel van de verzekerden bij die verzekeraar. Daarnaast ontvangen ze uit het ZVF een vergoeding voor de beheerskosten van kinderen. Uit het ZVF wordt verder de bijdrage aan de AWBZ ten behoeve van de GGZ voldaan en vinden rechtstreekse betalingen plaats op grond van internationale verdragen en subsidies.

De uitgaven voor zorg komen geheel ten laste van de verzekeraars. Omdat verzekeraars deze uitgaven niet geheel kunnen dekken uit het bedrag dat zij uit het ZVF ontvangen en de eigen betalingen, zullen zij een nominale premie moeten heffen. Die nominale premie stijgt in de raming van 2006 op 2007 met ruim € 100 (van € 1 030 tot € 1 134). De nominale premie wordt vastgesteld door de verzekeraars en kan dus ook anders uitkomen dan op de nu geraamde € 1 134. De inkomensafhankelijke bijdrage blijft op hetzelfde niveau als in 2006. Deze geraamde ontwikkeling is het gevolg van een aantal zaken.

Allereerst stijgen de zorguitgaven van 2006 op 2007. Die stijging van de zorguitgaven leidt tot een stijging van de nominale premie met circa € 45 en een stijging van de inkomensafhankelijke bijdrage met circa 0,15%-punt.

In de Zvw is vastgelegd dat de inkomensafhankelijke bijdrage 50% bedraagt van de macropremielast. De andere helft daarvan bestaat uit de nominale premies, de rijksbijdrage ter vervanging van kinderpremies en de eigen betalingen. Dit laatste betreft de bijdrage die burgers via de no claimregeling dragen in de zorgkosten plus de eigen betalingen in verband met het eigen risico.


In 2006 hebben de verzekeraars hun nominale premie duidelijk lager vastgesteld dan verwacht in de begroting 2006. Hierdoor maken de inkomensafhankelijke bijdragen in 2006 51% van de macropremielast uit. Voor 2007 wordt in eerste instantie de inkomensafhankelijke bijdrage zo vastgesteld dat deze naar verwachting weer 50% van de macropremielast van 2007 dekt. Dit leidt tot een daling van het aandeel van de inkomensafhankelijke bijdrage en tot een stijging van het aandeel van de nominale premie. De stijging van het aandeel van de nominale premie leidt tot een premiestijging van circa € 30. De daling van het aandeel van de inkomensafhankelijke bijdrage leidt tot een daling daarvan met 0,15%-punt.

In de wet is ook vastgelegd dat indien de verhouding achteraf niet gelijkelijk is verdeeld, er een in een volgend jaar een correctie plaatsvindt.

Gegeven de omvang van de afwijking en het jojo-effect wat zou resulteren uit correctie in één jaar, is besloten om de correctie over vier jaar met ingang van 2007 te verwerken. Die correctie bestaat er uit dat via de inkomensafhankelijke bijdrage gedurende de jaren 2007–2010 iets minder dan 50% van de macropremielast zal worden opgebracht. Dit heeft een opwaarts effect op de nominale premie (van een kleine € 20) een neerwaarts effect op de inkomensafhankelijke bijdrage (van 0,05%-punt).


In 2006 ontstaat naar huidige verwachting een negatief saldo in het zorgverzekeringsfonds. Dit is in belangrijke mate het gevolg van bijstellingen van de ramingen van de zorguitgaven en de inkomensafhankelijke bijdrage over 2006. Die ramingen zijn echter nog zo voorlopig dat het kabinet er voor gekozen heeft om pas na afloop van het jaar 2006, als er ook realisaties bekend zijn van de uitgaven en de inkomsten, het ontstane tekort in het zorgverzekeringsfonds aan te zuiveren. Voor € 0,25 miljard is het negatieve saldo het gevolg van betalingen aan verzekeraars uit het Zorgverzekeringsfonds die vaststaan en samenhangen met het corrigeren van een fout die geslopen is in de bedragen die zijn toegezegd aan de verzekeraars. Omdat het hier een zekere tegenvaller betreft, wordt in 2007 via het heffen van hogere inkomensafhankelijke bijdragen en lagere bijdragen aan verzekeraars (die leiden tot hogere nominale premies) dit deel van het tekort in het zorgverzekeringsfonds weggewerkt. Dit leidt tot een opwaarts effect op de nominale premie (van een kleine € 10) en een opwaarts effect op de inkomensafhankelijke bijdrage (van 0,05%-punt).


Verzekeraars ontvangen uit het ZVF een bijdrage ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten die zij moeten betalen. Het andere deel dienen zij bij verzekerden te heffen via de rekenpremie. Deze rekenpremie bedraagt in 2007 (afgerond) € 1 051. Daarin zit € 255 in verband met de no claim (die verzekerden geheel of gedeeltelijk terugkrijgen afhankelijk van hun zorgkosten). Verzekeraars dienen echter ook hun beheerskosten en exploitatiesaldi4 te dekken. Dit kunnen zij alleen door een opslag te leggen op de rekenpremie. In die opslag kunnen verzekeraars ook winsten en verliezen uit het verleden, afwijkende inschattingen ten aanzien van de zorguitgaven of risico-opslagen verwerken. Deze opslagpremie, die wordt vastgesteld door de verzekeraars, wordt voor 2007 geraamd op € 83. De totale premie komt daarmee op grond van de huidige raming uit op € 1134 (€ 1134+€ 83).

De inkomensafhankelijke bijdrage wordt geheven bij burgers. Burgers met een werkgever betalen een bijdrage van 6,5% en krijgen die bijdrage van hun werkgever vergoed. Uitkeringsgerechtigden ontvangen een bijdrage van hun uitkeringsinstantie5. Burgers die geen vergoeding van hun werkgever ontvangen, betalen een lagere bijdrage van 4,4%.

De micropremies staan weergegeven in tabel 13 aan het eind van deze paragraaf.

Tabel 11 Exploitatie en premiestelling ZVW (bedragen x € 1 000 000)
 2006 2007
ZORGVERZEKERINGSFONDS  
Uitgaven16 979,616 465,4
– Uitkering aan verzekeraars voor zorg14 141,413 296,6
– Uitkering voor beheerskosten kinderen178,7178,1
– Bijdrage aan AWBZ voor GGZ2 500,02 800,0
– Rechtstreeks uitgaven ZVW159,6190,7
   
Inkomsten16 334,016 744,2
– Inkomensafhankelijke bijdrage14 470,114 886,4
– Rijksbijdrage kinderen1 863,91 857,5
– Rentebaten0,00,3
   
Exploitatiesaldo– 645,8278,9
   
Vermogen Zorgverzekeringsfonds– 645,8– 366,9
   
INDIVIDUELE VERZEKERAARS   
Uitgaven26 152,026 666,0
– Zorg24 975,725 448,6
– Beheerskosten/exploitatiesaldi1 176,31 217,4
   
Inkomsten26 152,026 666,0
– Uitkering van ZVF voor zorg14 141,413 296,6
– Uitkering voor beheerskosten kinderen178,7178,1
– Nominale rekenpremie (excl no claim)9 018,910 077,1
– Nominale opslagpremie746,51 039,0
– Nominale no claim premie3 213,13 226,2
– No claim teruggave– 1 146,6– 1 151,3
   
Inkomensafhankelijke bijdrage normaal (%)6,5%6,5%
Inkomensafhankelijke bijdrage verlaagd (%)4,4%4,4%

De zorgtoeslag

Een van de instrumenten die wordt ingezet om de introductie van de Zorgverzekeringswet gepaard te laten gaan met aanvaardbare inkomenseffecten is de zorgtoeslag. De zorgtoeslag waarborgt dat niemand een groter deel van zijn inkomen aan ziektekostenpremie hoeft te betalen dan wat aan de hand van deze wet als aanvaardbaar wordt berekend. De lasten die daar boven uit stijgen komen in aanmerking voor compensatie via de zorgtoeslag.

Maatgevend voor de premielasten zijn in het kader van de zorgtoeslag niet de feitelijke, door de burger betaalde premies, maar de standaardpremie. Deze is bepaald als het gemiddelde van de premies die worden betaald in de markt, verminderd met het geraamde gemiddelde bedrag dat een verzekerde naar verwachting aan no-claim vergoeding terugontvangt. Voor de zorgtoeslag 2006 wordt uitgegaan van de raming van de standaardpremie zoals opgesteld door het CPB in de MEV 2007. Deze raming voor 2007 bedraagt € 1 075. Dit is de raming van de gemiddelde nominale premie van individuele polissen (€ 1 166)6, minus de geraamde gemiddelde no-claimteruggave van€ 91.

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

Tabel 12 Exploitatie en premiestelling AWBZ (bedragen x € 11 000 000)
 20062007
ALGEMEEN FONDS  
Uitgaven122 777,422 529,7
– Zorgaanspraken en subsidies22 579,922 327,6
– Beheerskosten197,5202,1
   
Inkomsten23 526,622 841,2
– Procentuele premie14 465,113 606,0
– Eigen bijdragen1 806,61 804,2
– Bijdrage van het ZVF voor GGZ2 500,02 800,0
– Rijksbijdrage10,710,9
– BIKK4 749,74 621,4
– Overige baten– 5,5– 1,3
   
Exploitatiesaldo749,2311,6
   
Vermogen Algemeen Fonds1 036,81 348,4
Vermogensnorm1 040,61 083,0
Vermogenssaldo– 3,8265,4
   
Premieplichtig inkomen (miljoen)223 705,2231 021,2
Procentuele premie (%)12,5512,00

1 De uitgaven van € 19,5 miljard in 2006 in deze tabel betreft de optelling van de posten AWBZ plus Eigen betaling AWBZ uit tabel 9.


De uitgaven in het kader van de AWBZ worden gefinancierd uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ). Deze uitgaven worden gedekt door premie-inkomsten, eigen bijdragen, de «BIKK» en in 2006 en 2007 de bijdrage uit het zorgverzekeringsfonds voor GGZ. Een positief of negatief saldo beïnvloedt de hoogte van het vermogen van het AFBZ, dat wordt aangehouden in Rijks schatkist. Het exploitatiesaldo van het AFBZ telt mee in het EMU-saldo en vermogenssaldi beïnvloeden de hoogte van de overheidsschuld.


Onder uitgaven worden in tabel 13 verstaan de zorgaanspraken, de AWBZ-subsidies en de beheerskosten die worden gefinancierd uit het AFBZ. Het betreft dus ook uitgaven die gefinancierd worden uit eigen bijdragen.

In 2006 wordt thans een positief exploitatiesaldo voorzien van € 0,7 miljard. Dat is duidelijk lager dan voorzien in de Ontwerpbegroting 2006. Dit is vooral het gevolg van lagere premieontvangsten.


In het regeerakkoord is besloten de AWBZ-premie in 2007 te verhogen met 0,1%-punt. In verband met de overheveling van de financiering van de WMO naar de gemeenten daalt de premie met 0,55%. Daarnaast daalt de AWBZ-premie met 0,1% in verband met de grotere overheveling van geestelijke gezondheidszorg van AWBZ naar Zvw. Per saldo daalt de AWBZ-premie hierdoor met 0,55%-punt van 12,55% naar 12,00%.

Via de Bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK) worden de volksverzekeringsfondsen gecompenseerd voor een premiederving die resulteerde uit de herziening van het belastingstelsel in 2001. De BIKK volgt de ontwikkeling van de heffingskortingen en het aandeel van de AWBZ-premie in de eerste schijf. Door de relatieve afname van het AFBZ-deel in de eerste schijf daalt de BIKK.

Per saldo wordt voor 2007 een exploitatiesaldo geraamd van € 311 miljoen, waarmee het vermogen van het AFBZ verder kan worden vergroot. In tabel 13 is het vermogen van het AFBZ groter dan het normvermogen. Voor de bepaling van het normvermogen in 2006 en 2007 aangesloten bij cijfers van het normvermogen van voor 2005. In 2005 heeft het CVZ een andere wijze van waarderen van de nog te ontvangen premies gekozen. Hierdoor is het niet eenvoudig mogelijk om een inschatting te maken van het normvermogen (dat afhankelijk is van vorderingen en verplichtingen). Het is dus mogelijk dat dit cijfer nog meer dan te doen gebruikelijk moet worden bijgesteld.


De bovenbeschreven ontwikkelingen leiden tot het volgende beeld van de premies in de periode 2006-2007.

Tabel 13 Premieoverzicht
 20062007
AWBZ   
   
Procentuele premie (in %)12,5512,00
ZVW  
Inkomensafhankelijke bijdrage normaal (in %)6,506,50
Inkomensafhankelijke bijdrage verlaagd (in %)4,404,40
Nominale rekenpremie (excl no claim)1715796
Nominale opslagpremie (gemiddeld)26083
Nominale premie no claim1255255
Nominale premie totaal (gemiddeld)21 0301 134
No claim teruggave (gemiddeld)39191
Nominale premie incl. no claim teruggave (gemiddeld)9391 043
Nominale premie totaal 18-00

1 Jaarbedragen in Euro

2 Jaarbedragen in Euro; dit betreft een raming.

3 Jaarbedragen in Euro; dit betreft een raming. Dit bedrag wordt kasmatig in het volgende jaar uitbetaald.


Bron: VWS

4  Het CBS rekent de zorgverzekeringswet op grond van Europese statistische regels gedeeltelijk tot de collectieve en gedeeltelijk tot de private sector. De in tabel a genoemde inkomsten vallen onder de collectieve sector net als de zorguitgaven, de uitgaven in verband met verdragen en de bijdrage aan de AWBZ. De beheerskosten en het exploitatiesaldo rekent men tot de private sector. Daarnaast kent het CBS een administratiekostenvergoeding van de collectieve sector aan de private sector. Deze wordt statistisch bepaald als het saldo van de nominale premie en de bijdragen uit het ZVF enerzijds en de zorguitgaven anderzijds. De post beheerskosten/saldi verzekeraars bevat de raming van deze administratiekostenvergoeding.

5  Ook uitkeringsgerechtigden ontvangen een bijdrage van hun uitkeringsinstantie. AOW’ers worden geacht de bijdrage van 6,5% uit hun bruto AOW te betalen, omdat bij de bepaling van de hoogte van de bruto AOW rekening is gehouden met het betalen van de bijdrage.

6  De raming van deze premie ligt 32 euro hoger dan de raming van gemiddelde premie van alle polissen omdat de collectieve polissen gemiddeld een lagere premie kennen dan individuele polissen.