Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Beleidsagenda 2007

Inleiding

De afgelopen drie jaar heeft het kabinet de voorwaarden geschapen voor een betere gezondheidszorg. Een gezondheidszorg die een goed evenwicht kent tussen voorkomen en genezen en tussen solidariteit en individuele verantwoordelijkheid. Die meer werk maakt van de kwaliteit van de zorg en van openheid daarover en waarin de aanbieders meer dan nu met elkaar concurreren.

Doel is dat het stelsel van gezondheidszorg is voorbereid op de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen in de komende decennia. Decennia waarin de 65-plussers een vijfde deel van de bevolking vormen, het aantal mensen dat verpleging en verzorging nodig heeft stijgt en een veel grotere groep mensen te maken krijgt met een chronische ziekte. En decennia waarin de consument gemiddeld hoger opgeleid is dan nu en meer eisen stelt aan de dienstverlening.


De zorgconsument speelt in dit stelsel een centrale rol.

Hij kan vrij kiezen in een doorzichtige markt van verzekeraars, die zich daardoor veel meer dan vroeger inzetten voor een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit van de geleverde zorg. De verzekeraars op hun beurt zorgen ervoor, dat de aanbieders voldoen aan de wensen van de consumenten.

De overheid zorgt in dit stelsel voor de sociale randvoorwaarden. Verzekeraars hebben een acceptatieplicht en er is een verbod op premiedifferentiatie. Dat betekent dat verzekeraars burgers niet mogen weigeren op grond van hun leeftijd of gezondheid; ook mogen zij van oudere of ongezonde verzekerden geen hogere premies vragen.


Tegelijkertijd moet de burger zich ervan bewust zijn, dat de verantwoordelijkheid voor zijn gezondheid in belangrijke mate bij hemzelf ligt. Zowel als het gaat om een gezonde manier van leven, als om snel herstel bij ziekte of het zorgvuldig omgaan met een chronische aandoening.

Dat is de kern van de gezondheidszorg in de komende decennia.


Voor zo’n systeem hebben wij de afgelopen jaren de randvoorwaarden geschapen.

We hebben gezorgd voor de financiële randvoorwaarden, door met een aantal maatregelen een rem te zetten op de steeds verder stijgende kosten. Daardoor is er financieel een solide basis gelegd voor vernieuwing.

En we hebben gezorgd voor de inhoudelijke randvoorwaarden, die structuur bieden aan een modern stelsel.


Een belangrijke randvoorwaarde is de invoering van de Zorgverzekeringswet. De concurrentie tussen verzekeraars die de basis vormt van die wet, moet leiden tot een gezondheidszorg waar de vraag van de patiënt centraal staat en die hoge kwaliteit levert tegen beperkte kosten. Met deze nieuwe wet kan de consument vrij kiezen tussen verzekeraars, die zich daardoor – net als de zorgaanbieders – meer voor hun cliënten inspannen.

De komende tijd zal de uitvoering van deze wet verder vorm krijgen.

Om te zorgen voor een goed evenwicht tussen voorkomen en genezen, komt er de komende tijd ook extra aandacht voor preventie. Het kabinet heeft hierover een aparte brief in voorbereiding, als vervolg op de Preventienota van 2003.


Het komende jaar zal verder in het teken staan van de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Deze wet, waarvoor eerder dit jaar parlementaire goedkeuring is gekregen, schrijft gemeenten voor een samenhangend beleid te voeren op het gebied van welzijn, wonen en gezondheid. Bij één loket kunnen burgers terecht voor de diensten, die zij op die drie gebieden nodig hebben om langer zelfstandig te kunnen blijven; één van die diensten is de huishoudelijke hulp die overgaat van de AWBZ naar de gemeenten. Langer zelfstandig functioneren stelt het beroep op zwaardere zorg naar onze overtuiging uit. Mede om die reden hebben we, samen met het ministerie van VROM, initiatieven genomen om meer ouderenbestendige woningen te laten bouwen.

De komende maanden zullen we besteden aan de implementatie van de wet en zullen we gemeenten helpen bij de voorbereiding van de invoering.

De verpleeghuiszorg, voor mensen die niet meer zelfstandig kunnen functioneren, kan de komende vijf jaar rekenen op een forse financiële impuls om de kwaliteit van de zorg te verbeteren.


Het kabinet wil de komende periode extra aandacht geven aan de jeugd. We maken een begin met het opzetten van Centra voor Jeugd en Gezin, waar niet alleen het kind, maar ook de andere gezinsleden zo nodig hulp wordt geboden. Voor de provincies is extra geld beschikbaar om de wachtlijsten in de jeugdzorg weg te werken; de gemeenten gaan zoveel als mogelijk de ambulante jeugdzorg voor hun rekening nemen. Meer hierover is te lezen in de Jeugdbrief die het kabinet apart aan de Tweede Kamer zal sturen.

Het eerder dit jaar gepresenteerde programma «Samen voor Sport» zal de komende periode verder worden uitgevoerd.

Beheersing van de kosten

Bij het aantreden van dit kabinet was het noodzakelijk om tot beheersing van de kosten te komen. Dat gold voor alle sectoren zowel in de kortdurende als in de langdurige zorg.

We hebben daartoe een aantal stevige maatregelen genomen.

* Het pakket is ingeperkt.

* De eigen bijdragen zijn verhoogd.

* We hebben een convenant gesloten met de ziekenhuizen over verhoging van de doelmatigheid.

* Ook hebben we afspraken gemaakt met de AWBZ-sector over verhoging van de doelmatigheid.

* Een overeenkomst met de geneesmiddelenindustrie heeft geleid tot substantiële daling van de kosten van merkloze geneesmiddelen.

* We hebben de no-claimkorting ingevoerd waarmee we het kostenbewustzijn van de consumenten hebben verhoogd.

Ontwikkeling BKZ-uitgaven



kst99345_2_01.gif

Bron: VWS


In de bovenstaande figuur wordt de ontwikkeling van de bruto BKZ-uitgaven weergegeven. De volumegroei is in de priode 2004–2007 teruggebracht tot 2,1% ten opzichte van 5,0% in de periode 1999–2003. Bij ongewijzigde groei waren de zorguitgaven per inwoner ruim € 300 per jaar hoger geweest in 2007.

De premiestijging voor de zorg (AWBZ en Zvw) bedraagt voor het komende jaar 3%. Dit is het gecombineerde effect van een premiedaling voor de AWBZ en een premiestijging voor de Zvw. De separate premiestijging voor de Zvw wordt geraamd op 10%, maar wordt deels opgevangen door een verhoging van de zorgtoeslag. De premiestijging wordt het komende jaar niet geheel opgevangen door de zorgtoeslag omdat de zorgtoeslag in het afgelopen voorjaar niet is verlaagd, hoewel de premie toen 4% lager uitkwam dan geraamd.


De forse inzet op kostenbeheersing van het begin van de kabinetsperiode heeft een stevig fundament gelegd voor een ander stelsel.

De sterk stijgende lijn van uitgaven is structureel omgebogen. De uitgaven stijgen nog wel – dat is in deze sector in tijden van vergrijzing en technologische ontwikkelingen onvermijdelijk. De stijging is echter aanzienlijk minder sterk dan de afgelopen jaren. Volgens het CBS (bericht van 30 mei 2006) was 2005 het derde jaar waarin de uitgaven minder stegen dan het jaar daarvoor. In 2002 bedroeg de toename nog 13% ten opzichte van het jaar ervoor; in 2005 waren de uitgaven nog maar 2,8% hoger dan het jaar ervoor.

In de Zorgbalans, die het RIVM in 2006 voor het eerst heeft uitgebracht, is de situatie beschreven zoals die in 2004 was, zodat we over enkele jaren de vergelijking kunnen maken.

Overigens is het van belang te constateren dat de maatregelen ter beheersing van de kosten hand in hand zijn gegaan met een verbetering van de toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg. De gemiddelde wachttijden in poliklinieken en bij dagopnames zijn met 17% gedaald. Zij passen nu binnen de normen.

Nieuwe structuren

De bovengenoemde ingrepen hebben een solide financiële basis gelegd voor vernieuwing.

Daarnaast hebben we de inhoudelijke randvoorwaarden geschapen voor een modern, flexibel en toekomstbestendig stelsel.


Een belangrijke randvoorwaarde is de invoering van één stelsel van ziektekostenverzekering voor iedereen. Dat stelsel heeft, door de invoering van concurrentie tussen verzekeraars, een basis gelegd voor de «gereguleerde marktwerking». De consument kan nu vrij kiezen in een doorzichtige markt van verzekeraars, die zich daardoor veel meer dan vroeger inzetten voor een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit van de geleverde zorg.

De verzekeraars op hun beurt zorgen ervoor, dat de aanbieders voldoen aan de wensen van de consumenten. Die aanbieders krijgen meer ruimte voor creativiteit door een vermindering van de van bovenaf opgelegde beperkingen. In hun onderhandelingen met de verzekeraars kunnen zij ook worden beloond voor die creativiteit.

Prestatiebekostiging

Een tweede belangrijke structuurwijziging is de invoering in alle sectoren van de zorg van bekostiging op basis van prestaties.

In de op genezing gerichte zorg vindt die prestatiebekostiging plaats op basis van de Diagnose Behandelingcombinaties (DBC’s).

Na de ervaring die is opgedaan met het werken met DBC’s is de conclusie getrokken dat het systeem van de DBC’s eenvoudiger moet. In samenwerking met de betrokken brancheorganisaties1 bezien we op dit moment welke stappen we verder kunnen zetten.

Op dit moment gelden de vrije prijzen voor medische behandelingen, die de basis zijn van deze marktwerking, voor slechts 10% van de behandelingen. Maar nu al zijn op die gebieden veel voorbeelden te noemen waaruit de gevolgen van deze liberalisatie blijken.


De introductie van DBC’s waarbij vrij over de prijzen mag worden onderhandeld heeft geleid tot een grote spreiding in de prijsniveau’s per regio, zorgaanbieder, specialisme en diagnose. Het prijsniveau per zorgaanbieder varieert bijvoorbeeld van 23% boven het gemiddelde tot 12% eronder. Het loont daarom zowel voor verzekeraars als voor patiënten absoluut de moeite om te «shoppen» tussen de verschillende aanbieders.

Bron: CTG/ ZAIO, monitor ziekenhuiszorg.


Daarom bekijken we op welke manier we een verdere stap kunnen zetten op het gebied van prijsliberalisering in de ziekenhuissector.

Het is de bedoeling om met ingang van 2008 het systeem van ziekenhuisbekostiging zo aan te passen dat het de ruimte voor initiatief en verantwoordelijkheid voor zorgverzekeraars en zorgaanbieders verder vergroot. De uitwerking van deze ideeën is te lezen in de brief «Ruimte voor betere zorg» van september 2006. Die brief bevat het voornemen om te komen tot een verhoging van het percentage van de ziekenhuiszorg waarover aanbieders en verzekeraars vrij kunnen onderhandelen. Daarbij moet dan wel sprake zijn van een integrale prijs. Dat betekent dat in ieder geval ook de investeringskosten (kapitaallasten) integraal deel moeten uitmaken van de DBC-tarieven.


Ook voor de geneeskundige Geestelijke Gezondheidszorg werken we aan financiering op basis van DBC’s. Op deze manier sluit de geneeskundige GGZ goed aan bij de rest van de geneeskundige zorg.

Zorgzwaartepakketten

In de verpleeg- en verzorgingshuizen, instellingen voor gehandicaptenzorg en langdurige geestelijke gezondheidszorg wordt komend jaar prestatiebekostiging ingevoerd op basis van de zogenoemde «zorgzwaartepakketten». Dat betekent dat de instelling niet langer gefinancierd wordt naar het aantal bedden, maar dat de budgetten specifieker worden afgestemd op de hoeveelheid zorg die cliënten nodig hebben.

Voor de instellingen heeft de invoering van zorgzwaartepakketten in 2007 nog geen financiële gevolgen. In het invoeringsjaar 2007 moeten zorgkantoren en aanbieders afspraken maken over pakketten, prijzen en kwaliteit. Vanaf 2008 zullen de financiële effecten van de prestatiebekostiging voor instellingen merkbaar worden.

Toekomst AWBZ

Over de toekomst van de AWBZ zijn het afgelopen jaar rapporten verschenen van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) en de Raad voor de volksgezondheid & zorg (RVZ) evenals het IBO-rapport «Toekomst AWBZ, Eindrapportage van de Werkgroep Organisatie romp-AWBZ».

Het kabinet deelt de analyse van de rapporten dat de huidige (risicoloze) organisatie van de AWBZ niet de beste is uit het oogpunt van doelmatigheid. Verdere overheveling van delen van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet en de Wmo kan bijdragen aan een doelmatiger stelsel van langdurige zorg en ondersteuning, met name door de introductie van financiële prikkels in de invoering.

Het kabinet is echter van mening dat we eerst voldoende ervaring moeten hebben opgedaan met de Zorgverzekeringswet en de Wmo, voordat we nadere stappen zetten. Ook willen wij er zeker van zijn dat pas tot overheveling van onderdelen van de AWBZ naar de zorgverzekering wordt besloten, als zeker is dat het de burger iets oplevert in de vorm van betere zorg tegen lagere kosten en met minder bureaucratische rompslomp.

Bovendien mag overheveling uiteraard niet ten koste gaan van toegankelijkheid en kwaliteit. Daarom hebben wij besloten deze bouwstenen uit te werken, zodat het volgende kabinet een weloverwogen besluit kan nemen over de toekomst van de AWBZ.

Openheid en kwaliteit

De financiële maatregelen en de modernisering van de structuren zijn geen doel op zichzelf.

Het zijn beide randvoorwaarden voor een betere gezondheidszorg, waarin de keuzevrijheid van de consument de belangrijkste motor tot verandering is.

Uiteraard begint keuzevrijheid met openheid over prestaties. De vraag is niet meer óf die prestaties openbaar moeten zijn, maar op welke manier die openbaarheid geregeld wordt. Want er zíjn verschillen tussen het ene ziekenhuis en het andere, tussen het ene verpleeghuis en het andere en tussen de ene arts en de andere. Veel zorgaanbieders zelf weten dat al lang, maar het wordt tijd dat die verschillen ook voor de consumenten zichtbaar zijn.

Openbare gegevens over prestaties prikkelen zorgaanbieders om het beter te doen – niemand wil immers onderaan de ranglijst staan. En openbare gegevens over prestaties prikkelen de consument om kritisch te kijken naar wat hij krijgt voor zijn premiegeld. Hij zal zich sterker bewust worden van het feit dat er écht verschillen zijn.

Kwaliteit is primair de verantwoordelijkheid van de zorgverleners, maar voor versterking van de openheid is een onafhankelijke toeziende partij nodig. Dat is de rol van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

Zo heeft de IGZ voor de ziekenhuizen een set indicatoren ontwikkeld waarmee zij hun prestaties zichtbaar kunnen maken. In de verpleging en verzorging heeft de sector die normen zelf ontwikkeld, in samenspraak met de IGZ.

Voor de IGZ heeft dat geleid tot een andere werkwijze. In tegenstelling tot vroeger, toen de inspecteurs elke instelling periodiek bezochten, gaat de inspectie nu af op de gegevens die de instellingen leveren. Inspecteurs bezoeken die instellingen waarvan de gegevens er aanleiding toe geven. De anderen worden steekproefsgewijs bezocht.


De website KiesBeter.nl is en blijft een belangrijk instrument in de transparantie.

Op deze website kan de consument uitgebreide informatie vinden over ziekenhuizen en verpleeg- en verzorgingshuizen. De site wordt maandelijks door bijna 100 000 mensen bezocht – rond de invoering van de nieuwe zorgverzekering zelfs door bijna een miljoen. Sneller dan gedacht leert de consument dat er ook in de gezondheidszorg, net als in de rest van de samenleving, veel te kiezen valt.

Ook op het terrein van preventie willen we meer gebruik maken van KiesBeter.nl. De website moet consumenten niet alleen inzicht geven in de kwaliteit van zorgaanbieders en verzekeraars, maar hen ook een steun in de rug geven bij de keuzes voor een gezonde leefstijl.

Kwaliteit

Kwaliteit is primair de verantwoordelijkheid van de zorgverleners. Zij hebben op dat gebied de afgelopen jaren succesrijke initiatieven ontplooid. In de verpleging en verzorging kennen we het programma Zorg voor Beter en in de ziekenhuiszorg Sneller Beter. Voor de publieke gezondheidszorg kennen we sinds 2005 het programma Beter Voorkomen.


Kwaliteitsverbetering in de langdurige zorg krijgt vorm in het programma «Zorg voor Beter». In de verpleging, verzorging en thuiszorg worden in het komend jaar normen voor verantwoorde zorg ingevoerd, die samen met de sector zijn ontwikkeld. De GGZ en gehandicaptensector volgen later.

Daarnaast kent het programma Zorg voor Beter nog drie specifieke projecten. Het eerste richt zich op het bestrijden van doorligwonden, op medicatieveiligheid en op zeggenschap van patiënten; het tweede is het Landelijk Dementieprogramma en het derde richt zich op innovatie van de zorg. De resultaten van de bestrijding van doorligwonden worden komend jaar zichtbaar.


Naar aanleiding van het NZio-onderzoek naar de doelmatigheid van verpleeghuizen is besloten om de sector gedurende vijf jaar een financiële impuls te geven. De sector moet dat geld gebruiken om te zorgen voor meer handen aan het bed.


In de ziekenhuissector heeft het programma Sneller Beter, dat intussen ruim drie jaar bestaat, een belangrijke rol gespeeld bij het op gang brengen van de discussie over kwaliteitsverbetering en transparantie. Het programma is begonnen als een gezamenlijk initiatief van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, de Orde van Medisch Specialisten en VWS, waarna zich vorig jaar ook de verpleegkundigen hebben aangesloten.

In het kader van dit programma heeft een grote groep ziekenhuizen de afgelopen drie jaar laten zien dat ze bereid zijn tot vernieuwing en zich inspannen voor verbetering van de kwaliteit. De eerste evaluatie heeft plaats gevonden en de resultaten spreken voor zich.


Sneller Beter werkt!

De eerste acht ziekenhuizen die in 2003 begonnen zijn met Sneller Beter projecten konden na drie jaar de volgende resultaten melden:

58% minder doorligwonden;

21% minder pijn na operatie;

42% kortere wachttijden in de poliklinieken;

25% kortere opnametijd;

32% snellere behandeltijd.


De vier partners van het programma zijn nu in gesprek over de toekomst ervan. De inzet van VWS is daarbij, dat kwaliteitszorg geen vrijblijvende kwestie mag zijn. Zoals verwoord in de brief «Kwaliteit van de zorg: hoog op de agenda» van februari 2006 staan de volgende vijf punten centraal:


• kwaliteit moet meetbaar zijn;

• gegevens over kwaliteit moeten worden gepubliceerd;

• voor de veiligheid van de zorg moeten er bindende normen zijn: zorg die daaraan niet voldoet, mag niet worden geleverd;

• partijen in de zorg moeten elkaar scherp houden en met elkaar afspraken maken over kwaliteitsprogramma’s;

• de Inspectie voor de Gezondheidszorg toetst de resultaten en treedt zonodig op.


Op het gebied van de publieke gezondheid kennen we het programma Beter Voorkomen. Dat programma heeft tot doel te komen tot een meer doelmatige en transparante collectieve preventieve zorg voor de burger. Het programma levert hulpmiddelen om de doelen die gemeenten en instellingen zich stellen op het gebied van kwaliteit en het leveren van goede, verantwoorde zorg te kunnen verwezenlijken.


Om de ontwikkeling van de kwaliteit van de gezondheidszorg te kunnen meten, heeft het RIVM op ons verzoek de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg in kaart gebracht. Het is een beschrijving van de uitgangssituatie in 2004, zodat we over enkele jaren de vergelijking kunnen maken.

Jeugd

Het kabinet geeft speciale aandacht aan verbetering van de kwaliteit van het jeugdbeleid, in het bijzonder voor kinderen die op weg naar volwassenheid problemen ondervinden. In lijn met de uitkomsten van Operatie JONG wil het kabinet de rol van gemeenten binnen het preventieve jeugdbeleid versterken. Vanaf 2007 geven we een extra impuls aan gezinsondersteuning via op te richten Centra voor Jeugd en gezin.


Om de informatie-uitwisseling tussen instellingen te verbeteren, ontwikkelen en introduceren we een «Verwijsindex»; daarnaast werken we aan invoering van het elektronisch kinddossier Jeugdgezondheidszorg.


De wachttijden in de jeugdzorg worden voortvarend aangepakt. Wij hebben prestatie-afspraken gemaakt met alle provincies en grootstedelijke regio’s, waardoor eind dit jaar kinderen niet langer dan negen weken na de indicatie op zorg hoeven te wachten. Met GGZ-Nederland en Zorgverzekeraars Nederland zijn eveneens prestatie-afspraken gemaakt, zodat ook kinderen in de jeugd-GGZ sneller zorg kunnen krijgen.


De jeugdketen moet meer gebruik maken van bewezen effectieve methoden voor zowel signalering als hulpverlening. Via ZonMw start in 2007 een programma dat kennis over bewezen effectieve methoden gaat opleveren. De jeugdzorgbrigade heeft goede suggesties gedaan om de bureaucratie in de sector te verlichten, die we samen met provincies en veld zullen uitvoeren.

De positie van de burger: sterker én meer verantwoordelijk

Met de invoering van de Zorgverzekeringswet en de komende invoering van de Wmo verandert er nogal wat aan de positie van de burger. Om zijn rol waar te maken moet hij zich ontwikkelen tot een gelijkwaardige partner in relatie tot de zorgaanbieder en de verzekeraar.

De eerste ervaringen, bij de invoering van de nieuwe zorgverzekering, zijn positief. Velen hebben de moeite genomen kritisch naar het aanbod te kijken en ruim een kwart van de verzekerden heeft een andere verzekering gekozen. Het is een signaal dat de consument zich wil verdiepen in verschillen tussen aanbieders.


De Wet maatschappelijke ondersteuning gaat per 1 januari 2007 in. Deze wet heeft tot doel de kwetsbare burgers, autochtoon en allochtoon te ondersteunen bij de participatie in de samenleving. Dat reikt van opvoedingondersteuning tot een leefbare buurt, van het oplossen van overlast tot het ondersteunen van vrijwilligerswerk.

Burgers worden nadrukkelijk bij de uitvoering van de wet betrokken; de Wmo wordt een wet van en voor álle burgers. Vooraf én achteraf zal het gemeentebestuur zich over zijn beleid moeten verantwoorden in de lokale gemeenschap.

De wet regelt dat burgers recht hebben op compensatie als zij beperkingen ondervinden op de in de wet genoemde gebieden. Het evenwicht tussen algemene en individuele voorzieningen zal op het lokale niveau worden bewaakt. De oplossing kan ook algemeen van aard zijn, als ze maar tot het gewenste resultaat leidt.

De uitvoering van de Wmo gaan we nauwkeurig volgen. We richten ons daarbij op de overgang van de huishoudelijke verzorging, de aanbesteding daarvan, de ondersteuning van de invoering van de wet door gemeenten en de beschikbare middelen voor een goede uitvoering van de wet.


Van belang is te bekijken hoe we de positie van de consument de komende tijd verder kunnen versterken. Mede op verzoek van de patiëntenorganisaties heeft het kabinet in dit kader advies gevraagd naar de wenselijkheid van een zorgconsumentenwet. Na het advies zullen wij ons standpunt bepalen. De bestaande wettelijke regels zijn immers verspreid over een groot aantal wetten en de rechten van zorgconsumenten zijn vaak ingewikkeld geformuleerd. Eén wet zou daar wat meer helderheid in kunnen brengen. De daadwerkelijke besluitvorming over zo’n wet zullen we overlaten aan een nieuw kabinet.

Preventie

Aan de sterkere rol van een steeds kieskeuriger consument is tegelijkertijd de eis verbonden dat hij een grotere verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen gezondheid. Verantwoordelijkheid in de vorm van gezond gedrag (niet roken, matig alcoholgebruik, gewichtscontrole en voldoende bewegen), voorkomen van ziekte (deelname aan screenings- en vaccinatieprogramma’s) en in geval van ziekte actief meewerken aan herstel (therapietrouw).


De noodzaak van en rechtvaardiging voor het toekennen van die grotere verantwoordelijkheid aan de burger hangt samen met de toegenomen kennis van de samenhang tussen leefstijl en gezondheid.

De Volksgezondheid Toekomst Verkenningen 2006 van het RIVM laat zien dat er nog veel gezondheidswinst te behalen is door een betere leefstijl.

– 13% van de totale ziektelast, vooral longkanker, aandoeningen aan de luchtwegen en coronaire hartziekten, is direct herleidbaar naar tabaksgebruik.

– overmatig gebruik van alcohol veroorzaakt 5% van de ziektelast.

– 10% van de ziektelast is het gevolg van overgewicht.


De komende jaren zal preventie door gezond leven daardoor een prominentere rol gaan spelen in het beleid. In oktober verschijnt een brief over Preventie, waarin de nadruk zal liggen op de bevordering van een gezonde leefstijl. Uitgangspunt is dat de overheid (zowel landelijk als lokaal) mensen ondersteunt bij het maken van gezonde keuzes. De lokale overheid is bij uitstek in staat de leefomgeving zo in te richten dat het mensen stimuleert tot gezonder leven.

Ook de rol van de gezondheidszorg zelf is hierbij van belang. Zorgaanbieders moeten het als hun taak zien de patiënt te wijzen op de gevolgen van zijn gedrag. Zij moeten dat stelselmatiger doen en vooral ook niet vrijblijvend. Zorgverzekeraars kunnen eveneens een belangrijker rol spelen bij preventie dan tot nu toe.

Collectieve preventie

Wat de collectieve preventie betreft stonden de afgelopen jaren in het teken van de voorbereiding op een mogelijke grieppandemie. De in 2005 vastgestelde International Health Regulations (IHR), bedoeld om de internationale verspreiding van ziekten te voorkomen en na uitbraak deze zoveel mogelijk te beheersen, krijgen ook in Nederland vorm. Zo is bij het RIVM een Centrum Infectieziektebestrijding opgericht. Komend jaar zullen we de wetgeving waarop de infectieziektebestrijding is gebaseerd2 aanpassen en de kennis en bestuurlijke infrastructuur versterken.

Verder nemen de ministeries van VWS en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties initiatieven voor een intensievere samenwerking tussen het openbaar bestuur en de openbare gezondheidszorg, waaronder de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen. In dit kader bestaat het voornemen in 2007 de regio’s van de GGD’en en de veiligheidsrisico’s meer met elkaar in overeenstemming te brengen.

Slimmer gebruik van mensen en middelen

Eén van de grote opgaven voor de komende jaren is om ICT in de gezondheidszorg op brede schaal te gebruiken voor innovatie van zorgprocessen. Op dit moment richt het gebruik zich nog te veel alleen op de administratieve processen.

Centraal in de ontwikkeling van ICT als factor in de verbetering van kwaliteit en veiligheid in de gezondheidszorg staat de landelijke invoering van het Elektronisch Patiëntendossier (EPD). In de afgelopen jaren zijn de fundamenten daarvoor gelegd. Zo zijn er voorzieningen getroffen voor het gebruik van het Burgerservicenummer als unieke code voor de patiënten. De wet die dit gebruik regelt zal naar verwachting op 1 januari 2007 van kracht worden.

Daarmee is er nu een landelijke infrastructuur voor de invoering in 2007 van de eerste twee hoofdstukken van het EPD: het Waarneemdossier Huisartsen en het Elektronisch Medicatie Dossier. Tegelijkertijd ontwikkelen en introduceren we met het veld nieuwe toepassingen zoals de verwijsindex en het elektronisch kind dossier (EKD).


Maar innovatie in de gezondheidszorg is niet alleen een zaak van hard- en software.

Innovatie is ook de organisatie van een ziekenhuis zó veranderen, dat de patiënt en zijn aandoening centraal staan. Dat de indeling in afdelingen niet meer gebaseerd is op een medisch specialisme, zoals cardiologie of inwendige geneeskunde, maar op een aandoening – waardoor de organisatie de zorgaanbieders stimuleert samen te werken aan betere zorg voor de patiënten die lijden aan die aandoening. Dergelijke vernieuwingen vinden nu al plaats in het kader van het programma Sneller Beter.


Innovatie is ook: samenwerken over de scheidslijnen van eerste en tweede lijn. Stimuleren dat we patiënten zo veel mogelijk dichtbij huis behandelen en hen minder dan nu verwijzen naar duurdere specialistische of intramurale voorzieningen. Stimuleren dat de zorgaanbieders samenwerken over de grenzen van instellingen heen en zo vorm geven aan een hoge kwaliteit van de hele keten van de zorg. Daarvoor is professioneler en doelmatiger organisatie van de eerste lijn noodzakelijk, met schaalvergroting en meer multidisciplinaire samenwerking.


Een goed voorbeeld van innovatie door andere organisatie zijn de diabetescentra, die gekenmerkt worden door een brede multidisciplinaire aanpak. Binnen deze centra werken de verschillende professionals intensief samen. Maar er is ook sprake van een verschuiving van verantwoordelijkheden van de arts naar de gespecialiseerde verpleegkundige. Bovendien wordt een stevig beroep gedaan op de inzet van de patiënt zelf. De diabetesverpleegkundige biedt de patiënt professionele begeleiding bij alles wat hij zelf kan en moet doen: aanpassing van de leefstijl, medicijngebruik, therapietrouw.


Ten slotte. Nieuwe concepten van ziekenhuiszorg, taakverschuivingen tussen artsen en gespecialiseerde verpleegkundigen en verschuivingen naar teamwork en ketenzorg zijn niet alleen belangrijk voor verbetering van de kwaliteit van de zorg. Het zijn ook ontwikkelingen die onontbeerlijk zijn met het oog op de arbeidsmarkt in deze sector in de komende decennia. Door de vergrijzing dreigt bij ongewijzigd beleid een fors tekort aan arbeidskrachten. Als de huidige trend zou doorzetten, dan zou straks een kwart van de beroepsbevolking in de gezondheidszorg werkzaam moeten zijn. De druk die dat op de samenleving zou leggen is veel te groot. Ook om die reden is vergaande innovatie van de sector, zowel op het gebied van ICT als in de organisatie van de zorg, noodzakelijk.


Mede daarom is de komende jaren een ingrijpende verandering van de opleidingsstructuur in deze sector nodig. We moeten meer jongeren opleiden voor de gezondheidszorg – meer ook dan strikt nodig is voor de vervanging van de ouderen.

Vorm en duur van de opleidingen moeten worden gemoderniseerd: ze moeten anders, beter, korter en sneller.

We hebben een breder scala aan beroepen nodig, met name om het gat tussen HBO-opgeleide verpleegkundigen en universitair geschoolde artsen te dichten. Voorbeelden daarvan zijn de nurse practitioner en de physician assistent. Het College voor Beroepen en Opleidingen in de Gezondheidszorg is ingesteld om daar de komende jaren tot de noodzakelijke vernieuwingen te komen.

Sport

Voor de jaren 2006–2010 heeft het kabinet in het programma «Samen voor Sport» plannen gemaakt die moeten leiden tot meer sporttalenten en een stijging van het aantal mensen dat voldoet aan de norm gezond bewegen.


«Samen voor Sport» heeft de ambitie dat de Nederlandse topsport de komende jaren de sprong maakt naar de mondiale top tien. Wij willen die ambitie onder meer gaan waarmaken door 75 topcoaches in te zetten bij geselecteerde topsportonderdelen. Ook zullen topsportonderdelen subsidie kunnen krijgen voor hun talentprogramma. De inzet van «talentcoaches» zou moeten leiden tot tien procent meer sporttalenten, en dus meer topsporters.


De ambitie voor de breedtesport is dat in 2010 800 000 mensen meer dan nu voldoen aan de norm gezond bewegen, terwijl het aantal mensen dat inactief is fors daalt. Dat willen we bereiken via zogeheten community sportactiviteiten; mensen die in de wijk door buurtgenoten over de streep worden getrokken om te gaan sporten. Ook de Alliantie School en Sport die VWS en OCW met NOC*NSF hebben gesloten is hierop gericht.


Ook zijn er plannen voor speciale doelgroepen.

Zo komen er dit en volgend jaar proefprojecten, in samenwerking met zorginstellingen, om inactieve mensen met een handicap of chronische aandoening aan het bewegen te krijgen. De beste methoden zullen vervolgens landelijk worden ingevoerd.

Om allochtone jongeren voor sport te interesseren heeft VWS samen met het ministerie van Justitie overeenkomsten gesloten met elf grote gemeenten en negen sportbonden, waaronder de KNVB. De financiering voor gemeenten loopt via het Grotestedenbeleid. De afspraken moeten ertoe leiden dat in 2010 allochtone jongeren net zo veel sporten als de autochtone jongeren.

De sportbonden gaan ervoor zorgen dat in de betrokken gemeenten sportverenigingen zich speciaal gaan richten op allochtone jongeren. De gemeenten zullen er samen met jeugdinstellingen voor zorgen dat de jeugd bij verenigingen terecht komt, en goed begeleid wordt.


Verder streven we naar de introductie van een keurmerk voor sportverenigingen. Zo’n keurmerk geeft aan dat een vereniging voldoet aan eisen op gebied van de accommodatie, kader, gezondheid, hygiëne, maar ook sportiviteit. De invoering van een keurmerk heeft mede tot doel uitwassen zoals geweld op en rond het veld en overmatig alcoholgebruik in sportkantines terug te dringen.

Tenslotte willen we ook de kwaliteit en het imago van de scheidsrechters bij diverse teamsporten verbeteren. Het Masterplan Arbitrage moet ertoe leiden dat in 2010 bij negen sportbonden bijna alle (90%) van de competitiewedstrijden geleid worden door een gekwalificeerde scheidsrechter. Daarnaast wordt gewerkt aan een meer divers scheidsrechterscorps: meer jeugd, meer allochtonen en meer vrouwen.

Financieel beleid op hoofdlijnen

Deze paragraaf beschrijft het financiële beleid op hoofdlijnen. Allereerst wordt een totaaloverzicht gepresenteerd van de totale zorguitgaven en de begrotingsuitgaven in 2007. Vervolgens zijn twee tabellen opgenomen waarin de belangrijkste mutaties zijn opgenomen: één voor de uitgaven die uit premiegelden betaald worden en één voor de uitgaven die uit begrotingsgelden betaald worden.

Tabel 1: Totale zorguitgaven onder het Budgettair Kader Zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 2007 2007
41 – Volksgezondheid5243 – Langdurige zorg21 563
Preventieve zorg51Geestelijke gezondheidszorg3 588
Groeiruimte Volksgezondheid1Vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten87
42 – Gezondheidszorg25 448Gehandicaptenzorg4 859
Huisartsen1 726Verpleging & Verzorging10 619
Tandheelkunde en tandheelkundige specialistische zorg651Persoonsgebondenbudgetten893
Paramedische hulp446Subsidies langdurige zorg88
Verloskunde en kraamzorg398Beheerskosten/diversen AWBZ219
Dieetadvisering28Groeiruimte langdurige zorg1 211
Groeiruimte extramurale zorg71  
Algemene en categorale ziekenhuizen9 84044 – Maatschappelijke ondersteuning157
Academische ziekenhuizen2 799 MEE-instellingen157
Medisch specialisten 1 714   
Overig curatieve zorg 43599 – Nominaal en onvoorzien 952
Groeiruimte overig curatieve zorg4Nominaal en onvoorzien 952
Ambulancevervoer 341   
Overig ziekenvervoer139Overig 1 916
Groeiruimte ziekenvervoer4 Wmo (Gemeentefonds) 1 279
Farmaceutische hulp 4 990 Opleidingsfonds (Begroting VWS)637
Hulpmiddelen 1 319   
Grensoverschrijdende zorg 493Totaal Zorguitgaven 50 087
Subsidies Gezondheidszorg 49   

Tabel 2: Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 miljoen)
 2007 2007
41 – Volksgezondheid 785 46 – Sport 102
Bescherming tegen infectie- en chronische ziekten296 Gezond door sport 10
Bevorderen van een gezonde leefstijl 29 Meedoen door sport 64
Doelmatige lokale preventieve gezondheidszorg 366Personeel en materieel kernministerie 3
Personeel en materieel kernministerie 8 Sport aan de top 25
Voedsel- en productveiligheid 80   
Voorkomen gezondheidsschade door ongevallen 6 47 Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II404
  Herinnering en bewustzijn WO II9
42 – Gezondheidszorg 5 635 Personeel en materieel kernministerie 1
Betaalbaar verzekerd pakket voor noodzakelijk zorg 4 705 Wetten, regelingen en rechtsherstel WO II 394
Consument kiest zorgverzekeraar en zorgaanbieder 2   
Personeel en materieel kernministerie 8 98 – Algemeen 277
Realisatie kwalitatief hoogwaardig zorgaanbod 73 Beheer en toezicht stelsel 80
Realisatie toegankelijk zorgaanbod 847Gezondheidsraad 4
  InspectieGezondheidszorg 37
43 – Langdurige zorg 4 827Internationale samenwerking 12
Keuze kwalitatief voldoende zorgaanbod 21 Personeel en materieel kernministerie 110
Keuze voldoende en gevarieerd zorgaanbod 5 Raad voor de Volksgezondheid en Zorg 2
LZ is collectief en voor client betaalbaar 4 609 Raad voor Gezondheidsonderzoek 0
Personeel en materieel kernministerie 5 Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling 1
Tijdige en goede indicatie 136Sociaal en Cultureel Planbureau 6
Toegang vergelijkbare informatie zorgaanbod 51 Strategisch onderzoek NVI 5
  Strategisch onderzoek RIVM 20
44 – Maatschappelijke ondersteuning 485  
Actieve participatie in maatschappelijke verbanden 24 99 Nominaal en onvoorzien – 17
Beschikbaarheid vrijwillige ondersteuning 89Loonbijstelling 4
Personeel en materieel kernministerie4 Onvoorzien 0
Prof. ondersteuning voor burgers met beperkingen 63 Prijsbijstelling 8
Tijdelijke ondersteuning van burgers met beperking 305 Taakstelling– 29
    
45 – Jeugdbeleid 1 091Totaal begrotingsuitgaven 13 589
Betaalbare jeugdzorg 1   
Inspectie jeugdzorg4  
Kwalitatief goede jeugdzorg 8   
Personeel en materieel kernministerie 3   
Tijdig juiste hulp voor geindiceerde kinderen 874   
Tijdige indicatie ernstig bedreigde kinderen156   
Tijdige ondersteuning bij opvoeden en verzorgen 45  

Tabel 3: Ontwikkeling netto BKZ-uitgaven in de jaren 2006 t/m 2011
bedragen in € miljoen 2006 20072008 2009 2010 2011
Stand ontwerpbegroting 2006 43 780,8 46 336,1 48 766,251 259,5 53 907,9  
Uitgaven (bruto BKZ) 47 637,7 50 221,5 52 716,1 55 315,758 072,1  
Ontvangsten 3 856,9 3 885,63 950,0 4 056,2 4 164,2  
       
Mutaties 1e Suppletore Wet 2006      
a. Doorwerking afrekening 20052,3 – 0,3 – 0,3 – 0,3 – 0,3 
b. Convenant Geneesmiddelen – 88,0– 88,0 – 88,0 – 88,0 – 88,0 
c. Experiment fysiotherapie 17,017,0 17,0 17,0 17,0 
d. Ombuigingsbijdrage 65,0     
e. Macro loon- en prijsbijstelling (CEP 2006)– 63,4 – 113,5 – 114,2 – 123,6 – 131,2 
f. Diversen 37,5 10,7 10,1 10,010,0  
g. IJklijnmutaties – 1,0 – 7,0– 26,8 – 30,2 – 30,6  
       
Stand 1e Suppletore Wet 2006 43 750,2 46 154,8 48 563,951 044,4 53 684,8  
wv uitgaven (bruto BKZ) 47 607,1 50 040,4 52 513,9 55 100,657 849,0  
wv ontvangsten 3 856,93 885,6 3 950,0 4 056,2 4 164,2 
       
Productieontwikkeling, mee- en tegenvallers      
h. Aanvullende doorwerking afrekening 2005 – 4,9 36,3 36,3 36,3 36,3 
       
Maatregelen en beleidsaanpassingen      
i. Ziekenhuizen192,0 291,0 291,0 291,0 291,0 
j. Uitgavenbeperking ziekenhuizen – 291,0 – 291,0 – 291,0 – 291,0 
k. Dure geneesmiddelen 112,0120,0 120,0 120,0 120,0  
l. Terugdraaien pakketmaatregelen  12,5 12,5 12,512,5  
m. Convenant geneesmiddelen – 128,0 – 128,0 – 128,0 – 128,0 
n. Doelmatigheidsimpuls Verpleeghuizen 63,0138,0138,063,0 
o. OVA 26,0 97,7 100,9 105,7 111,1 
       
Technische en macro-economische mutaties      
p. Macro loon- en prijsbijstelling (MEV 2007) 15,9 299,6 609,3 657,6 680,9 
q. IJklijnmutaties – 32,7 – 280,4– 280,4 – 280,4 – 280,4 
r. Overig0,1 0,10,20,2 
       
Stand ontwerpbegroting 2007 44 058,6 46 375,0 49 172,751 706,1 54 300,3 57 085,2
wv uitgaven (bruto BKZ) 47 915,5 50 086,9 52 948,8 55 588,758 290,8 61 184,7
wv ontvangsten 3 856,93 711,9 3 776,1 3 882,6 3 990,54 099,5

Tabel 3 laat de ontwikkeling van de netto BKZ-uitgaven zien vanaf de stand ontwerpbegroting 2006. Eerst worden de wijzigingen uit de 1e Suppletore Wet weergegeven. Dan volgen de wijzigingen die daarna hebben plaatsgevonden.

Toelichting bij de mutaties uit de tabel:

a. Doorwerking afrekening 2005

Uit de voorlopige afrekening van de uitgaven 2005 bleken per saldo een structurele meevaller van € 0,3 miljoen en voor 2006 een (incidentele) financieringsmutatie van € 2,6 miljoen.

Meevallers deden zich voor bij de geneesmiddelen (€ 104,9 miljoen), hulpmiddelen (€ 96,9 miljoen) en kraamzorg (€ 35,6 miljoen). Tegenvallers deden zich onder andere voor bij de fysiotherapie (€ 28,6 miljoen), tandheelkundige specialistische zorg (€ 17,8 miljoen) en overig curatieve zorg (€ 16,3 miljoen), preventie (€ 3,6 miljoen) en ergotherapie (€ 0,8 miljoen).

Verder was voor het jaar 2005 al rekening gehouden met een volume-effect dat verwacht werd door de invoering van de no-claimteruggaveregeling in de zorgverzekeringswet (€ 170 miljoen). Bij de raming van dit bedrag is destijds uitgegaan van CPB-ramingen. Aangezien uit de afrekening forse meevallers zijn gebleken, is ervan uitgegaan dat het volume-effect van de no-claimteruggaveregeling is gerealiseerd.

b. Convenant geneesmiddelen

De besparing die in 2006 wordt gerealiseerd door het convenant geneesmiddelen is naar verwachting € 88 miljoen hoger dan eerder aangenomen.

c. Experiment fysiotherapie

De prijzen in de fysiotherapie zullen in 2006 naar verwachting zo’n 8,5% stijgen, hiervan is ongeveer 3% een reguliere loonprijsstijging. Dit zorgt voor een feitelijke extra prijsstijging van 5,5% en brengt € 17 miljoen aan meerkosten met zich mee.

d. Ombuigingsbijdrage

Naar aanleiding van de uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB), dat de (incidentele) extra korting voor de periode 1 juli 2003 tot en met 31 december 2003 in strijd is geweest met wet dan wel enig beginsel van behoorlijk bestuur, heeft NZAio besloten de incidentele korting terug te draaien. Voor de AWBZ-sectoren is dit reeds in 2005 gerealiseerd en voor de cure zal dit naar verwachting in 2006 gebeuren (€ 65 miljoen).

e. Macro loon- en prijsbijstelling (CEP 2006)

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van het Centraal Economisch Plan 2006 van het Centraal Planbureau (CPB).

f. Diversen

Dit betreft met name het terugdraaien van de eerder bij begroting 2006 voor de AWBZ-sectoren doorgevoerde intertemporele schuif van € 34 miljoen uit 2006 naar 2005.

g. IJklijnmutaties

Deze post is het saldo van mutaties, die samenhangen met overboekingen tussen het Budgettair Kader Zorg en de ijklijn Rijksbegroting eng.

h. Doorwerking herziene afrekening 2005 (excl. ziekenhuizen)

In juni zijn de zorguitgaven 2005 opnieuw afgerekend. Hiervoor is gebruik gemaakt van nieuwe (meer definitieve) cijfers van onder andere het NZAio. Uit deze herziene afrekening blijkt een structurele tegenvaller van per saldo € 36,3 miljoen. Deze wordt veroorzaakt door een tegenvaller bij de medisch specialisten (€ 41 miljoen). Per saldo is er verder sprake van een structurele meevaller van € 4,7 miljoen. In 2006 doet zich daarnaast nog een incidentele meevaller voor van € 41,2 miljoen, omdat de beschikbare cijfers over budgetten en financiering aangeven dat de bedragen die over de jaren tot en met 2005 nog met de zorginstellingen moeten worden afgerekend (financieringsachterstand) lager uitvallen dan was aangenomen.

i. Ziekenhuizen

Uit nieuwe cijfers van het NZAio blijkt dat de volumeontwikkeling in 2005 bij de ziekenhuizen hoger is dan in het prestatiecontract Ziekenhuizen/convenant UMC’s is overeengekomen. Hierdoor ontstaat een structurele tegenvaller van € 192 miljoen in 2006, die naar verwachting in 2007 zal oplopen tot € 291 miljoen.


Zoals eerder bij de voortgangsrapportage over de DBC’s (TK 2005–2006, 29 248, nr. 27) is gemeld, zal daarnaast sprake zijn van een overdekking van de ziekenhuisbudgetten in 2005. Dat wil zeggen dat de omvang van de betaalde declaraties van in 2005 reeds afgesloten DBC-trajecten en de waarde van de reeds verrichte werkzaamheden aan op 31 december 2005 nog openstaande DBC’s, de omvang van de NZAio-budgetten overtreft.

Zoals ook in de rapportage is aangekondigd wordt thans door partijen gewerkt aan de oplossing. Die oplossing voorziet erin dat de omvang van de overdekking over 2005 nader wordt vastgesteld en de geconstateerde overdekking ongedaan wordt gemaakt, waardoor uiteindelijk de financiering over 2005, afgezien van de zogenaamde overloopschade, zal aansluiten met de budgetten van de ziekenhuizen.

Voor de raming van de omvang van de financiering over 2005 en de daaruit volgende veronderstelling over de vanaf 2006 in te halen bedragen is er dan ook vanuit gegaan dat de financiering van de budgetten en de lumpsummen in 2005 uiteindelijk gelijk zal zijn aan de omvang van de budgetten en de lump summen. De tabel laat dan ook geen effect voor het ongedaan maken van de overdekking in 2005 zien in 2006 of latere jaren.

j. Uitgavenbeperking ziekenhuizen

Om de bovenvermelde volumeoverschrijding te compenseren wordt vanaf 2007 een macrokorting van € 192 miljoen doorgevoerd. In 2007 wordt een aanvullende kortingsmaatregel genomen indien de restantproblematiek niet binnen het prestatiecontract Ziekenhuizen/convenant UMC’s wordt opgelost.

k. Dure intramurale geneesmiddelen

De budgettaire consequenties van de beleidsregel dure geneesmiddelen nemen in de periode 2005 tot en met 2007 naar verwachting toe met € 198 miljoen in 2007. De oorzaak hiervan is gelegen in de aanpassing van de beleidsregel dure geneesmiddelen. Het variabele vergoedingspercentage van maximaal 75% is vanaf 2006 gewijzigd in een voor ieder ziekenhuis gelijk vergoedingspercentage van 80% van de kosten van een geneesmiddel dat op grond van de beleidsregel voor vergoeding in aanmerking komt. Verder groeit het gebruik van bestaande dure geneesmiddelen en worden er jaarlijks op grond van de beleidsregel nieuwe middelen voor vergoeding in aanmerking genomen. Het laatste is met name in 2006 het geval.

In de ramingen voor de periode 2005 tot en met 2007 is rekening gehouden met € 52 miljoen in 2006 en € 78 miljoen vanaf 2007. Dit leidt tot extra uitgaven van € 112 miljoen in 2006 en € 120 miljoen structureel vanaf 2007. De raming voor de ziekenhuizen wordt hiervoor opgehoogd zodat patiënten die deze dure geneesmiddelen nodig hebben, zoals sommige groepen kankerpatiënten, deze kunnen blijven krijgen.

l. Terugdraaien pakketmaatregelen

Per 1 januari 2004 is de pakketmaatregel ingevoerd om de eerste IVF-behandeling niet langer te vergoeden. Op verzoek van de Tweede Kamer is deze maatregel teruggedraaid per 1 januari 2007. Dit levert een tegenvaller op van € 18 miljoen. Hiervan wordt € 8 miljoen gedekt door een veronderstelde doelmatigheidswinst.

De Tweede Kamer heeft ook aangedrongen op versoepeling van de pakketmaatregel waardoor de buikwandcorrectie niet langer vergoed wordt. Hieraan willen wij onder strikte voorwaarden tegemoetkomen. Het zal hierbij moeten gaan om aantoonbare lichamelijke functiestoornissen bij een beperkt aantal indicaties, strak geprotocolleerd en objectief vast te stellen. Dit levert naar verwachting een tegenvaller op van € 2,5 miljoen.

m. Convenant geneesmiddelen

De besparing die in 2007 wordt gerealiseerd door het convenant geneesmiddelen is naar verwachting € 128 miljoen hoger dan eerder aangenomen. Deze komt bovenop de extra structurele opbrengst in 2006.

n. Doelmatigheidsimpuls verpleeghuizen

Naar aanleiding van het NZAio-rapport over verpleeghuizen zijn voor 5 jaar extra middelen toegekend ten behoeve van de verhoging van de doelmatigheid in verpleeghuizen.

o. OVA

De incidentele loonontwikkeling in de OVA is hoger vastgesteld dan waar eerder van was uitgegaan. Dit leidt tot een oplopende reeks.

p. Macro loon- en prijsbijstelling (MEV 2007)

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de Macro-Economische Verkenning 2007 van het Centraal Planbureau (CPB).

q. IJklijnmutaties

Deze post is het saldo van mutaties, die samenhangen met overboekingen tussen het Budgettair Kader Zorg en de ijklijn Rijksbegroting eng. Het betreft voornamelijk de verschuiving van de uitgaven forensische zorg naar de begroting van het ministerie van Justitie.

Tabel 4: Ontwikkeling begrotingsuitgaven 2007
Bedragen x € 1 000 2006 2007 2008 2009 2010 2011
Stand ontwerpbegroting 2006 12 658 137 13 306 70013 708 635 14 093 975 14 207 39814 207 398
       
a. Motie: preventief jeugdbeleid 10 000 10 000 10 00010 000 10 000 10 000
b. Motie: sportaccommodaties 10 000 0 0 0 0 0
c. Motie: topsportfaciliteiten 10 0000 0 0 0 0
d. Amendement: heroïnebehandelplaatsen 650 00 0 0 0
       
Mutaties 1e Suppletore Wet 2006 262 547 197 568 155 466 146 604132 729 343 246
       
Waarvan belangrijkste beleidsmatige mutaties:      
e. Elektronisch kinddossier en verwijsindex 25 000 0 0 0 0 0
f. Voorkomen infectieziekten 10 66210 662 10 662 10 662 10 662 10 662
g. Wet maatschappelijke ondersteuning30 000 0 0 0 0 0
h. Wachtlijsten jeugdzorg 67 000 92000 44 000 40 00040 000 40 000
i. Ramingbijstelling– 25 000 – 25 000 – 25 000 – 25 000– 25 000 – 25 000
       
Stand 1e Suppletore Wet 2006 12 951 334 13 514 268 13 874 10114 250 579 14 350 127 14 560 644
       
Mutaties sinds de 1e Suppletore Wet 2006– 115 316 75 206 – 141 672 – 267 23848 914 186 478
       
Waarvan belangrijkste beleidsmatige mutaties:      
j. Infectieziektebestrijding0 16 790 20 025 21 525 20 925 22 725
k. Elektronisch Medicatie Dossier 1 37019 270 37 370 38 000 38 000 38 000
l. Geneesmiddelenvoorziening 3 00010 000 10 000 10 000 10 000 10 000
m. Valys-regeling 0 0 10 000 10 00010 000 9 000
n. Wet maatschappelijke ondersteuning – 30 000 – 42 000– 42 000 – 42 000 – 42 000 – 42 000
o. Gesloten jeugdvoorzieningen 012 000 12 000 12 000 12 00012 000
p. Opleidingenfonds 636 700    
q. Mantelzorgondersteuning 65 00065 00065 00065 00065 000
       
Stand ontwerpbegroting 2007 12 836 01813 589 474 13 732 429 13 983 341 14 399 04114 747 122

Tabel 4 laat de ontwikkeling van de uitgaven van de VWS-begroting zien vanaf de stand ontwerpbegroting 2006 tot de stand ontwerpbegroting 2007. Eerst worden de wijzigingen als gevolg van de moties en amendementen weergegeven. Vervolgens worden de belangrijkste mutaties uit de 1e suppletore wet 2006 gepresenteerd. Tot slot volgen de mutaties die sinds de 1e suppletore wet 2006 hebben plaatsgevonden. De belangrijkste mutaties worden afzonderlijk genoemd en worden hieronder kort toegelicht.


Toelichting op de posten uit de tabel:

a. Als gevolg van de motie Verhagen ( kamerstuk 30 300, nr. 9) worden middelen beschikbaar gesteld voor preventief jeugdbeleid.

b. Er worden eenmalig extra middelen beschikbaar gesteld voor een kwaliteitsimpuls van sportaccommodaties rond scholen en buurten (motie Verhagen: kamerstuk 30 300, nr. 9).

c. Er worden eenmalig extra middelen beschikbaar gesteld voor topsportfaciliteiten (motie Van Aartsen: kamerstuk 30 300, nr. 16).

d. Overheveling van het ministerie van Justitie als gevolg van een amendement van de Tweede Kamerleden Van Miltenburg en Van der Laan ( kamerstuk 30 300 XVI, nr. 97). Dit amendement heeft tot doel om voor de jaren 2006 en 2007 honderd behandelplaatsen voor chronische heroïneverslaafden te financieren onder medefinanciering van de betreffende gemeenten.

e. Er wordt eenmalig € 20 mln in de jeugdgezondheidszorg ingezet voor het elektronisch kinddossier en € 5 mln voor de verwijsindex.

f. Er worden middelen ingezet voor het voorkomen van infectieziekten. Het gaat hier om drie clusters, te weten de voorbereiding op de grieppandemie, «gewone» infectieziekten en SOA-bestrijding.

g. Er worden generaal middelen beschikbaar gesteld in verband met de invoeringskosten van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

h. Er worden structureel middelen ingezet voor de terugdringing van wachtlijsten in de jeugdzorg.

i. Bij 1e suppletore wet 2006 is een structurele ramingsbijstelling opgelegd. Gelet de ervaringen uit voorgaande jaren dat er jaarlijks sprake is van onderuitputting, wordt de begroting van VWS structureel met een bedrag van € 25 miljoen naar beneden bijgesteld. Het bedrag van € 25 miljoen is «geparkeerd» op dit artikel omdat van te voren niet bekend is waar de onderuitputting zich zal voordoen.

j. Er worden middelen ingezet voor het voorkomen van infectieziekten. Het gaat hier om drie clusters, te weten de voorbereiding op de grieppandemie, «gewone» infectieziekten en SOA-bestrijding.

k. Er worden middelen overgeheveld vanuit de premie ter bevordering van ICT in de zorg (invoering Elektronisch Medicatie Dossier en Waarneem Dossier Huisartsen (EMD/WDH) en de activiteiten van VWS in het kader van het Programma Administratieve Lasten).

l. Om een kwalitatief goede en doelmatige geneesmiddelenvoorziening tegen aanvaardbare kosten te handhaven na afloop van de convenantsafspraken zijn flankerende maatregelen nodig in de geneesmiddelenketen. Hieraan zal uitvoering worden gegeven door onder meer het uitvoeren van meer onderzoeken naar de doelmatigheid en het bevorderen van innovaties in de keten.

m. Overheveling uit de generale middelen voor het ongedaan maken van de limitering van het aantal te bereizen kilometers in de Valys-regeling. De overheveling vloeit voort uit een op de begroting 2005 door de Tweede Kamerleden Dijksma en Van der Ham ingediend amendement.

n. Met ingang van 1 januari 2007 zal de Wmo in werking treden. Met deze wet wordt de verantwoordelijkheid voor een aantal voorzieningen uit de AWBZ overgedragen aan gemeenten. Om dit te realiseren worden onder andere deze middelen overgeboekt naar het Gemeentefonds.

o. Er worden middelen ingezet voor het creëren van extra capaciteit bij gesloten jeugdvoorzieningen.

p. De opleidingskosten voor de erkende medische en tandheelkundige specialismen en de erkende bètaberoepen (ziekenhuisapotheker, klinisch fysicus en klinisch chemicus) worden vanaf 2007 uit het opleidingsfonds betaald. Met deze zogeheten eerste tranche opleidingen is een bedrag van € 636,7 miljoen gemoeid. De eerste tranche opleidingen wordt in 2007 vanuit de VWS-begroting gefinancierd.

q. Naar aanleiding van het amendement van kamerlid Van der Vlies (aangenomen bij de behandeling van het belastingplan 2006), wordt vanaf 2007 65 mln. structureel extra uitgegeven voor de ondersteuning van mantelzorgers. De te ontwerpen regeling komt in de plaats van een fiscale stimulans voor mantelzorgers.

1  De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, Nederlandse Federatie van Universitaire centra, Orde van Medisch Specialisten, Zorgverzekeraars Nederland en de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie.

2  De Infectieziektenwet (1997), de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid (1990) en de Quarantainewet (1960).