Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 41 Volksgezondheid

41.1 Algemene beleidsdoelstelling

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen gezond leven en zo min mogelijk bloot staan aan bedreigingen van hun gezondheid.


Belangrijkste beleidsonderwerpen 2007

• De acties uitvoeren van de in 2006 aan de Kamer aan te bieden Preventiebrief (41.3.1)

• Een Centrum Gezond Leven vormen bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), (41.3.1)

• Het Convenant Overgewicht uitvoeren (41.3.1)

• Zorg te dragen voor een goede structuur voor infectieziektebestrijding (41.3.4)

• De International Health Regulations implementeren in de Wet collectieve preventie gezondheidszorg (41.3.5)

• Een elektronisch kinddossier invoeren (41.3.5)

• Vervolg geven aan de evaluatie van de jeugdgezondheidszorg (41.3.5)

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

Wij zijn ervoor verantwoordelijk:

• de eigen verantwoordelijkheid van de burgers voor een gezonde leefstijl te bevorderen;

• randvoorwaarden te scheppen voor vernieuwingen in preventie en zorg om de volksgezondheid te borgen en te verbeteren;

• de gezondheid en veiligheid van de consument te borgen door de consument te beschermen tegen onveilige consumentenproducten en levensmiddelen;

• de burgers te beschermen tegen (de gevolgen van) infectieziekten en rampen;

• zorg te dragen voor een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan het borgen en verbeteren van de volksgezondheid.


Wij moeten deze taken zo doelgericht, effectief en doelmatig mogelijk uitvoeren. Of beleidsdoelen worden bereikt, hangt echter voor een groot deel af van inspanningen van derden, zoals producenten van goederen en levensmiddelen, sociale partners, scholen, gemeenten en zorgverzekeraars. Ook hangt het bereiken van de doelen af van de burgers zelf, omdat zij primair verantwoordelijk zijn voor een gezonde leefstijl. Andere ministeries dragen vanuit hun eigen expertise bij aan de preventie van gezondheidsschade, zoals het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (beschermen en bevorderen van de gezondheid van de werkende bevolking), het ministerie van Verkeer en Waterstaat (onder andere veiligheid wegennet) en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (voedselkwaliteit) en Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu (veilige en gezond geventileerde gebouwen).


Ook gemeenten spelen een belangrijke rol bij het behalen van de beleidsdoelen. De Wet collectieve preventie volksgezondheid (WCPV) verplicht gemeenten te bevorderen dat collectieve preventie tot stand komt, gecontinueerd wordt en samenhang krijgt. Ook moeten gemeenten bijdragen aan de opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s. Sinds 2003 zijn gemeenten verplicht iedere vier jaar een nota lokaal gezondheidsbeleid te maken, waarin zij hun ambities en keuzes op het gebied van volksgezondheid en preventie beschrijven. Gemeenten laten hun wettelijke preventietaken in de praktijk grotendeels uitvoeren door «hun» GGD.


De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) controleert de naleving van regels op het gebied van eet- en drinkwaren en consumentenproducten en moet bovendien mogelijke gezondheidsbedreigende situaties signaleren. Deze regels zijn hoofdzakelijk ingegeven vanuit Europese regelgeving op het terrein van voedsel en waren.


De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt toezicht op de volksgezondheid en de kwaliteit van de door zorginstellingen en individuele beroepsbeoefenaren geleverde zorg. Daarnaast inspecteert de IGZ de infectiepreventie door zorginstellingen.


Het nationale preventiebeleid is steeds meer afhankelijk van ontwikkelingen en afspraken op Europees of mondiaal niveau. De VWA is bijvoorbeeld onder andere opgericht als gevolg van de verordening voor de totstandkoming van een Algemene Europese Voedselwet (General Food Law). Op het terrein van infectieziektebestrijding is sprake van een groeiende internationale afstemming en samenwerking met het Europese Center for Disease Control and Prevention (eCDC) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Daarnaast vinden er vanwege de harmonisatie van EU-wetgeving met grote regelmaat aanpassingen in de nationale wet- en regelgeving plaats.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen in jaren:    
mannen 69,9 2003 ≥ 69,9 ≥ 69,9 (2010)
vrouwen 69,8 2003 ≥ 69,8 ≥ 69,8 (2010)
Bron: RIVM (VTV 2006) Zorg voor Gezondheid, De Hollander, et al, RIVM 2006).

Toelichting:

Wij streven ernaar Nederland terug te brengen naar de top vijf van Europese landen met de hoogste levensverwachting, door de burger gezonder te laten leven.

41.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2005 2006 2007 2008 20092010 2011
Verplichtingen 504 432526 209567 556766 831777 131810 047813 595
        
Uitgaven 553 021771 164785 045771 905780 310812 813816 342
        
Programma-uitgaven 545 848762 336776 731763 675772 080804 583808 112
Bevorderen van een gezonde leefstijl 36 94929 908 28 664 25 404 25 434 25 434 25 434
Waarvan juridisch verplicht in procenten   6560 58 58 58
Voedsel- en productveiligheid 89 397 87 225 79 64881 802 82 513 82 513 82 513
Waarvan juridisch verplicht in procenten   94 92 91 9191
Voorkomen gezondheidsschade door ongevallen 0 05 925 3 875 3 105 3 105 3 105
Waarvan juridisch verplicht in procenten   8999 99 99 99
Bescherming tegen infectie- en chronische ziekten 73 150271 596296 346291 473299 497336 061340 205
Waarvan juridisch verplicht in procenten   9088 87 89 88
Doelmatige lokale preventieve gezondheidszorg 346 352 373 607366 148 361 121 361 531 357 470 356 855
Waarvan juridisch verplicht in procenten   9997 96 94 94
        
Apparaatsuitgaven7 173 8 828 8 314 8 230 8 230 8 2308 230
        
Ontvangsten 13 1098 62313 12312 32316 72320 22315 623

De bijdragen aan de baten-lastendiensten (RIVM, VWA, NVI, CIBG), de bijdrage aan ZonMw, de Tijdelijke regeling specifieke uitkering jeugdgezondheidszorg, de specifieke uitkering voor de Centra voor Jeugd en gezin, de bijdragen aan de gemeenten voor de behandeling met heroïne en alle instellingssubsidies zijn als meerjarig verplicht opgenomen.

Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)

2006 2007 2008 20092010 2011
Preventieve zorg 53,051,4 51,4 51,5 51,4 51,4
Ouder- en kindzorg8,1      
Groeiruimte Volksgezondheid 0,8 0,80,8 0,8 0,8
Totaal 61,1 52,2 52,252,3 52,2 52,2
Procentuele mutatie – 14,60,00,2– 0,20,0

In de tabel hierboven zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van volksgezondheid. In deze beschikbare middelen zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming rond de 1e suppletore wet 2006 en de miljoenennota 2007 verwerkt. Voor 2006 is de loon- en prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2007 en latere jaren de loon- en prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd.

41.3 Operationele doelstellingen

Er zijn vijf operationele doelstellingen op het gebied van volksgezondheid:

1. meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl;

2. het voorkómen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten;

3. het voorkómen van gezondheidsschade door ongevallen;

4. de vermijdbare ziektelast neemt af door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten;

5. er is een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid.

41.3.1 Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl

Motivering

Motivering

Met deze operationele doelstelling willen we gezond leven bevorderen en de gezonde keuze gemakkelijk maken door verscheidene instrumenten in te zetten: voorlichting, hulpverlening, zelfregulering, wetgeving, accijnsheffing en handhaving. De burger is primair zélf verantwoordelijk voor zijn leefstijl, maar ook gemeenten, scholen, werkgevers, sportverenigingen en zorgverzekeraars en -aanbieders vervullen een belangrijke rol. Gezondheidsbevorderende instituten ondersteunen deze partijen in samenwerking met het Centrum Gezond Leven (CGL) bij het RIVM door informatie en voorlichting te geven en leefstijlinterventies te doen.


In 2006 wordt de Preventiebrief aan de Kamer aangeboden. De Preventiebrief bevat voorstellen die vooral op lokaal niveau meer mensen zullen helpen om te kiezen voor gezond leven. Hiervoor is een bedrag gereserveerd van € 4,6 miljoen. Afhankelijk van het actieprogramma kunnen we dit bedrag verdelen over meerdere operationele doelstellingen binnen dit artikel. De Preventiebrief is het beleidsantwoord op de rapportage Volksgezondheidstoekomstverkenningen (VTV) van het RIVM, die eind juni verschenen is. Daaruit blijkt duidelijk dat we veruit de meeste gezondheidswinst kunnen boeken door steviger in te zetten op gezond leven. Daarbij gaat het in termen van ziektelast vooral om de speerpunten roken, schadelijk alcoholgebruik, overgewicht, diabetes en depressie.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
1. Percentage Niet-rokers stijgt 72% 200575% 80% (2010)
Bron: TNS NIPO; Nota «Langer gezond leven» (kamerstukken 22 894, nr. 20); Nationaal Programma Tabaksontmoediging 2006–2010 (kamerstukken 22 894, nr. 78).     
2. Percentage mensen met voldoende beweging stijgt (zie art. 46 Sport). 60%2004 65% (2010)
3. Percentage mensen dat gezond eet neemt toe:     
a. Percentage borstgevoede kinderen:    
1e dag 79%200585% (2010)
1 mnd 54% 200560% (2010)
6 mnd 25% 200525% (2010)
b. Consumptie gemiddeld per dag van   
groente (2 ons) 2% 2003 10% (2010)
fruit (2 stuks) 7% 2003 10% (2010)
c. Consumptie in energieprocenten3 in de totale inname energie per dag van:     
verzadigde vetzuren 12,92003 10 (2010)
transvetzuren 1,12003 1 (2010)
Bron: TNO, Peiling melkvoeding van zuigelingen, 2005 TNO_peiling_2005.pdf; RIVM, Resultaten van de voedselconsumptiepeiling 2003 bij jongvolwassenen (19–30 jaar) in Nederland VCP 2003 Jongvolwassenen.pdf.    
4. Percentage volwassenen zonder overgewicht stabiliseert en het percentage kinderen zonder overgewicht stijgt.     
mannen:55% 1993–1997 55% (2010)
vrouwen:65% 1993–1997 65% (2010)
kinderen:87% 1993–1997 90% (2010)
Bron: Advies Gezondheidsraad «Overgewicht en Obesitas», 2003.     
5. Het percentage mensen in de algemene bevolking (16 tot 69 jaar) zonder problemen als gevolg 91% 1998 91% (2008)
van alcoholgebruik blijft stabiel.90,7% 2004  
Bron: De prevalentie van probleemdrinken in Nederland: een algemeen bevolkingsonderzoek, Universiteit Maastricht, februari 2005 Feb. 2005 – Rapport Prevalentie van probleemdrinken in Nederland.pdf.     
6. Aantal problematische verslaafden per 1 000 inwoners 3,120053,1  
Bron: Jaarbericht 2005, Nationale Drug Monitor Productbeschrijving.    

1 Aandeel dat de voedingsstof levert aan de totale energie inname per dag.


Toelichting

In de meeste gevallen hebben we geen streefwaardes voor 2007 opgenomen, maar hebben we gekozen voor een streefwaarde op langere termijn (2010). De reden hiervoor is dat de effecten van het beleid pas op langere termijn zichtbaar zullen zijn. Tussenwaardes voegen niet veel toe of rechtvaardigen niet de uitgaven voor het jaarlijks verzamelen van deze gegevens.


Voor gezond eten (indicator 3) is (nog) geen algemene indicator te geven. We hebben het RIVM gevraagd om een voedingsindex op te stellen die hier meer inzicht in geeft. De voedingsindex kan een goede basis zijn voor een uitgebreidere «leefstijlindex», waarin naast voeding ook andere leefstijlfactoren worden meegenomen. Denk bijvoorbeeld aan tabak en alcohol. Het beoogde ontwikkeltraject voor de voedingsindex is twee jaar, van medio 2006 tot medio 2008. Naar verwachting zullen we voor het eerst een indicator voor gezond eten kunnen opnemen in de begroting van 2009.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Roken ontmoedigen

• (B) Uitvoeren van het Nationaal Programma Tabaksontmoediging 2006–2010 ( kamerstuk 22 894, nr. 78)

We hebben dit programma in 2006 aan de Tweede Kamer aangeboden, mede namens de Nederlandse Hartstichting, het Astma Fonds en KWF Kankerbestrijding. De genoemde partijen maken jaarlijks een actieplan, met daarin de concrete activiteiten voor het daaropvolgende jaar.

Het actieplan voor 2007 is naar verwachting eind 2006 gereed.

2. Beweging bevorderen

• (B) Uitvoeren van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (zie Operationele doelstelling 46.3.1 Mensen sporten en bewegen meer voor hun gezondheid).

3. Bevorderen van gezonde voeding

• (B) Verbeteren van de regelgeving van etikettering en logo’s

Doel is te bevorderen dat de informatie over levensmiddelen helder is, zodat consumenten kunnen kiezen voor gezonde (en veilige, zie operationele doelstelling 41.3.2) levensmiddelen. Daarnaast willen we het gebruik van de beschikbare gegevens vanuit de Allergenendatabank (ALBA), het Nederlands Voedingsstoffenbestand (NEVO) (€ 0,3 miljoen) en de Voedselconsumptiepeiling (VCP, € 0,5 miljoen) verbeteren.

• (B) Monitoren van voedselconsumptie en voedingsstatus

Hiermee willen we inzicht krijgen in de voedselconsumptie en voedingsstatus van de bevolking.

• (B) Subsidie verstrekken aan Stichting Voedingscentrum Nederland (€ 1,4 miljoen)

Deze subsidie is bedoeld voor voorlichtings- en preventieactiviteiten op het gebied van gezonde voeding en voedselveiligheid (zie operationele doelstelling 41.3.1) en belangrijke projecten zoals Verborgen vetten (€ 0,1 miljoen), Borstvoeding verdient tijd (€ 0,3 miljoen) en Groente en Fruit in achterstandswijken (€ 0,7 miljoen).

4. Het voorkomen van overgewicht

• (B) Uitvoeren en monitoren van acties uit het Convenant Overgewicht (Staatscourant nr. 53, 2005, € 0,4 miljoen).

In 2006 vinden gesprekken met de partners plaats over de prioriteiten voor 2007.

• (B) Uitvoeren van het actieplan Energie in Balans in het kader van het Convenant Overgewicht (€ 0,8 miljoen).

5. Tegengaan van schadelijk alcoholgebruik

• (B) Voorbereiden wijzigingsvoorstellen Drank- en Horecawet

Hiermee willen we de handhaving verbeteren en de administratieve lasten verminderen.

• (B) Subsidie verstrekken voor activiteiten die gericht zijn op ouders/opvoeders

Deze subsidie is bedoeld om het alcoholgebruik onder jongeren terug te dringen (€ 0,2 miljoen).

• (B) Subsidie aan Partnership Vroegsignalering Alcohol

Deze subsidie is bedoeld om implementatieactiviteiten die gericht zijn op vroegsignalering en vroege behandeling van probleemdrinkers te versterken (€ 0,2 miljoen).

• (B) Monitoren van drankverstrekking aan jongeren, van alcoholmarketing en van (probleem)gebruik alcohol en drugs

Doel is inzicht te krijgen in de naleving van de leeftijdsgrenzen en zelfreguleringsafspraken en in de omvang van het (probleem)gebruik (€ 0,1 miljoen, zie ook beleidsprioriteit 6).

6. Druggebruik wordt voorkómen en gezondheidsschade door druggebruik neemt af

• (B) Uitvoeren van het kwaliteits- en innovatieprogramma Resultaten Scoren via Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen (ZonMw)

Hiermee willen we bewezen effectieve behandeling en best practices doelmatig invoeren (€ 1,0 miljoen).

• (B) Uitvoeren van het programma Risicogedrag en Afhankelijkheid via ZonMw

Doel is om de komende jaren meer zicht te krijgen op de omvang en achterliggende factoren van risicogedrag en afhankelijkheid (€ 2,0 miljoen).

• (B) Subsidies verstrekken aan instellingen voor verslavingszorg (€ 1,8 miljoen) en het Trimbos-instituut (€ 3,7 miljoen)

Deze subsidies zijn bedoeld voor voorlichtings- en preventieactiviteiten, onderzoek en monitoring van de drugsproblematiek.

• (B) Proactief informatie verstrekken aan andere landen over het Nederlandse drugsbeleid

Hiermee willen we meer begrip kweken voor een benadering die op wetenschappelijke bewijzen gebaseerd is.

• (B) Versterken van internationale samenwerking

Doel is ervaringen uit te wisselen over onderzoek, monitoring, preventie, voorlichting en behandeling op het gebied van het voorkomen van druggebruik en het beperken van de gezondheidsrisico’s. De nadruk hierbij ligt op Frankrijk en de Verenigde Staten.

• (B) Subsidies verstrekken aan de gemeentes voor de behandeling met heroïne (€ 6,4 miljoen)

7. Gezond leven bevorderen

• (B) Een Centrum Gezond Leven bij het RIVM vormen

Dit centrum moet ondersteuning bieden om onderling afgestemde gezondlevenprogramma’s in gemeenten, op scholen, bij sportverenigingen, op de werkplek en in de zorg uit te doen voeren (€ 2,0 miljoen).

• (B) Subsidies verstrekken aan gezondheidsbevorderende instellingen

Deze subsidies zijn bedoeld voor voorlichting en gezondheidsbevordering door lokale en sectororganisaties. Dit kan gebeuren via intermediairs zoals GGD’en, koepelorganisaties van bepaalde sectoren en docenten (€ 6,9 miljoen).

• (B) Programma Landelijke Leefstijlcampagnes uitvoeren via ZonMw

Doel is om geïntegreerd, effectief en doelmatig voorlichting te geven (€ 9,5 miljoen).

• (B) Handhaven van wet- en regelgeving

Doel is erop toe te zien dat de regels en voorschriften worden nageleefd. De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) voert de handhaving uit. Aandachtspunten zijn onder meer het verbod om te roken op de werkplek en het handhaven van de leeftijdsgrenzen uit de Tabakswet en de Drank- en Horecawet. Doel is om de jeugd te beschermen. Het totale budget voor de VWA is verantwoord bij de operationele doelstelling «Het voorkomen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten» (zie operationele doelstelling 41.3.2).

• (B) Uitvoeren van onderzoek en toezicht door de IGZ (programma Gezondheidsbevordering)

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 20102011
Instellingssubsidies (totaal) 7 7487 498 7 498 7 498 7 498
Onder andere      
NIGZ 2 3692 369 2 369 2 369 2 369
Trimbos 3 6953 445 3 445 3 445 3 445
Stivoro 806 806806 806 806
Jellinek 778 778 778 778778
Stichting Informatie Voorziening Zorg (IVZ) 934 934934 934 934
      
Projectsubsidies(totaal) 7 664 838 388 350 310
Onder andere      
Schoolfruitproject730     
CCBH en cohortonderzoek 1 975    
      
Opdrachten (totaal) 954 515515 515 515
      
Specifieke uitkeringen (totaal) 6 370 5 070 5 070 5 070 5 070
Heroïnebehandeling 6 370 5 0705 070 5 070 5 070
      
Bijdragen aan baten-lastendiensten (totaal) 2000 2000 2000 20002000
RIVM: Centrum Gezond Leven 20002000 2000 2000 2000
      
Nader te bepalen (totaal) 3 928 9 483 9 963 10 001 10 041
Onder andere      
Actieplan Energie in Balans 750     
      
Totaal 28 66425 404 25 434 25 434 25 434

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

41.3.2 Het voorkómen van gezondheidsschade door onveilig voedsel en onveilige producten

Motivering

Motivering

Met deze operationele doelstelling willen we de consument beschermen tegen gezondheidsschade als gevolg van onveilig voedsel en onveilige producten. Dat willen we bereiken door gezondheidsrisico’s waarop burgers zelf weinig of geen invloed hebben, te voorzien en te voorkomen. Wij geven hier vooral vorm aan door wettelijke normstelling die vrijwel geheel van Europese origine is. Wij dragen bij aan de totstandkoming, aanpassing aan de stand van de wetenschap en waar nodig vereenvoudiging van deze wetgeving. Het gaat daarbij om Europese richtlijnen en (in toenemende mate) rechtstreeks werkende verordeningen. Europese richtlijnen worden na vaststelling vertaald in de nationale productwetgeving. Dit gebeurt voornamelijk op basis van de Warenwet. De Europese en de nationale productwetgeving bepalen dat producenten primair verantwoordelijk zijn voor het produceren en in de handel brengen van goede en veilige producten. Burgers hebben een eigen verantwoordelijkheid om zich te beschermen tegen risico’s die ze zelf kunnen beperken, en om zorg te dragen voor goede hygiëne en om producten op een veilige manier te gebruiken.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Aantal voedselinfecties gerelateerd aan Salmonella en Campylobacter neemt af.i.o.i.o.i.o i.o.

Toelichting

Momenteel zijn we bezig om bestaande monitoractiviteiten zo veel mogelijk te integreren. Op basis hiervan kunnen we in 2007 de (streef)waarde vaststellen. Naar verwachting nemen we deze indicator voor het eerst op in de begroting van 2008.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Voedselveiligheid bevorderen

• (B) Het voorkomen van de aanwezigheid van salmonella- en campylobacterbacteriën in rauw pluimveevlees

Hiermee willen we besmetting met deze bacteriën bij consumenten voorkomen. Hiertoe bereiden wij nationale en internationale regelgeving voor.

• (B) Vaststellen van maximum toelaatbare gehaltes verontreinigingen

Hiermee willen we voorkomen dat consumenten via voedsel te veel agrarische en industriële verontreinigingen en milieu- en procesverontreinigingen innemen. De inname door kwetsbare groepen, zoals kinderen, krijgt speciale aandacht. In 2007 besteden we met name aandacht aan de Europese harmonisatie van regelgeving voor dioxinen. Ook werken we aan verdere harmonisatie van regelgeving voor maximaal toelaatbare residugehaltes van bestrijdingsmiddelen op groente en fruit.

• (B) Onderzoek laten doen naar veroorzakers van voedselinfecties

Doel is inzicht te krijgen in de belangrijkste veroorzakers, langdurende gezondheidseffecten en kostenaspecten van voedselinfecties en effectieve interventiemaatregelen. In 2007 inventariseren we mogelijke maatregelen (€ 0,2 miljoen).

• (B) Handhaven wet- en regelgeving

Doel is erop toe te zien dat de regels en voorschriften op het terrein van eet- en drinkwaren en veterinaire zaken worden nageleefd. Dit toezicht berust bij de VWA.

2. Tekorten en overschotten aan vitamines en mineralen in het voedingspatroon van de Nederlandse bevolking voorkomen

• (B) Communautair instrument ontwikkelen om gezondheidsclaims vanuit voedselveiligheidsperspectief te beoordelen

Ook willen we met dit instrument een gezamenlijk EU-beleid voor de verrijking van voedingsmiddelen ontwikkelen. We moeten daarnaast bekijken of nationaal beleid noodzakelijk is en op welke manier dat uitgevoerd moet worden.

3. Bevorderen van heldere informatievoorziening over levensmiddelen

• (B) Verbeteren van de etiketteringregelgeving

Doel is consumenten adequater te informeren en de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te beperken (brief aan TK: 2005–2006 kamerstuk 29 515 nr. 150 en Administratieve lasten in de voedselketen).

• (B) Een deel van de controlegegevens van de VWA openbaar maken

Doel is transparantie hierover voor consumenten en ketenpartners te bevorderen.

4. Veiligheid van consumentenproducten en producten waaraan consumenten in het kader van dienstverlening worden blootgesteld handhaven en waar nodig bevorderen

• (B) Voorlichting invoeren en organiseren over de nieuwe Europese verordening voor chemische stoffen (REACH: Registration, Evaluation and Authorisation of Chemicals)

Doel is consumenten beter te beschermen tegen risico’s van chemische stoffen in producten.

• (B) Bijdragen aan de totstandkoming van een Europese richtlijn

Doel is een mondiaal uniform indeling- en etiketteringsysteem Global Harmonisation System (GHS) te introduceren en voorlichting hierover te organiseren. Het systeem is gebaseerd op de gevaarseigenschappen van stoffen en preparaten die bestemd zijn voor consumenten in de EU.

• (B) Een bijdrage leveren aan het vaststellen van nieuwe Europese productveiligheidsrichtlijnen en -verordeningen en bestaande Europese productveiligheidsrichtlijnen en -verordeningen aanpassen aan de stand van de wetenschap of waar mogelijk vereenvoudigen

Doel is het veiligheidsniveau van producten waar nodig verder te verhogen en consumenten te beschermen tegen fysisch mechanische, chemische, elektrische en microbiële risico’s van producten waaraan zij kunnen worden blootgesteld.

• Voortzetten van het programma Dierproeven begrensd via ZonMw

Met dit programma willen we dierproeven verminderen, vervangen en verfijnen. Dierproeven leveren een niet weg te denken bijdrage aan de veiligheid van consumentenproducten en levensmiddelen (€ 0,9 miljoen).

• (B) Handhaven van wet- en regelgeving

Doel is erop toe te zien dat regels en voorschriften worden nageleefd. Dit toezicht berust bij de VWA.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 20102011
Instellingssubsidies (totaal) 1 408 1 4051 405 1 405 1 405
Stichting Voedingscentrum Nederland 1 408 1 405 1 405 1 405 1 405
      
Projectsubsidies (totaal) 913 256250 250 250
      
Opdrachten (totaal)2 829 2 084 1 965 1 900 1 900
      
Bijdragen aan baten-lastendiensten (totaal) 73 80673 806 73 798 73 798 73 798
Onder andere      
Voedsel en Waren Autoriteit (VWA)73 356 73 356 73 348 73 348 73 348
      
Nader te bepalen (totaal) 692 4 2515 095 5 160 5 160
Totaal 79 64881 802 82 513 82 513 82 513

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

41.3.3 Het voorkómen van gezondheidsschade door ongevallen

Motivering

Motivering

Met deze operationele doelstelling willen we de consument beschermen tegen gezondheidsschade als gevolg van ongevallen. Burgers hebben een eigen verantwoordelijkheid om zich te beschermen tegen risico’s die ze zelf kunnen beperken. Dat neemt niet weg dat we door gerichte voorlichting en gedragsbeïnvloeding onnodig letsel kunnen beperken.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde Lange termijn
Aantal spoedeisende hulpbehande-700 000 2001 640 000 (2008)
lingen in ziekenhuizen door privé- 600 0002004   
ongevallen en sportblessures daalt.660 0002006   
Bron: Letsel Informatie Systeem2001–2004 (Consument en Veiligheid) Consument en Veiligheid Bevolkingsstatistieken en -prognoses 2001, 2006, 2008(CBS) CBS -Home    

Toelichting

De genoemde indicator omvat in deze begroting ook ongevallen in het bewegingsonderwijs. De opgegeven aantallen wijken hierdoor af van eerdergenoemde aantallen waarin bewegingsonderwijs niet was meegenomen. De doelstelling van 10 procent reductie in de periode van 2001 tot 2008, na correctie voor bevolkingsgroei, is echter ongewijzigd. We hebben gekozen voor een tweejaarlijkse meting, namelijk in 2006 en 2008.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Letsel door ongevallen voorkomen

• (B) Subsidie verstrekken aan de Stichting Consument en Veiligheid (C&V)

Doel is veilig gedrag van consumenten te bevorderen. Om dit te realiseren ontwikkelt C&V maatregelen die ongevallen in de privésfeer moeten voorkomen. Het gaat onder andere om het voorkomen van valongevallen van ouderen of het voorkomen van verbrandingsongevallen bij jonge kinderen. Daarnaast onderzoekt de stichting het effect van deze maatregelen. Het gaat daarbij om monitoring, analyse van verzamelde data, ontwikkelen van interventiemaatregelen, (laten) uitvoeren van interventies en evaluaties van genomen maatregelen (€ 3,1 miljoen).

• De public health-aanpak toepassen

Doel is het aantal ongevallen verder terug te dringen. Dat geldt ook bij andere domeinen zoals verkeer, arbeid en geweld. De public health-aanpak kenmerkt zich door beleid en strategie op basis van feiten (epidemiologie) en op basis van inzichten in effectieve maatregelen. Daarnaast kenmerkt deze aanpak zich door uitvoering van preventie in intersectorale samenwerking. Dat is in lijn met de aanbevelingen van de WHO en de Europese Commissie.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 20102011
Instellingssubsidies (totaal) 3 102 3 1023 105 3 105 3 105
Stichting Consument en Veiligheid (C&V) 3 102 3 102 3 102 3 1023 102
      
Projectsubsidies (totaal)2 687 671 0 0 0
Onder andere     
C&V: intensivering letselpreventie1 958 642    
      
Opdrachten (totaal)136 102 0 0 0
Totaal 5 9253 875 3 105 3 105 3 105

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

41.3.4 Minder vermijdbare ziektelast door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten

Motivering

Motivering

Met deze operationele doelstelling willen we de gevolgen van ziekten vermijden door ziekten te voorkomen, tijdig op te sporen en complicaties tegen te gaan. De aandacht ligt hierbij op (toekomstige) grote gezondheidsproblemen die veel lijden en kosten met zich meebrengen en voor zover die vermeden kunnen worden. Er is op basis van rapporten zoals de vierjaarlijkse Volksgezondheidtoekomstverkenning (VTV) zicht op (toekomstige) grote gezondheidsrisico’s en benoemt de speerpunten eens per vier jaar in de nota Preventiebeleid.


Wij zijn ervoor verantwoordelijk gezondheidsrisico’s te beperken waarop burgers zelf geen invloed kunnen uitoefenen. Burgers hebben een eigen verantwoordelijkheid om zich te beschermen tegen risico’s die ze wel zelf kunnen beperken, bijvoorbeeld door zich te vaccineren bij verre reizen, veilig te vrijen, gezond te leven en, in geval van ziekte, therapie te (blijven) volgen. Zorgverzekeraars en zorgverleners zijn ervoor verantwoordelijk kwalitatief goede zorg te leveren om onnodige ziektelast en complicaties bij mensen die ziek zijn te voorkomen.


Op het gebied van infectieziekten neemt de overheid haar verantwoordelijkheid door landelijke vaccinatieprogramma’s aan te bieden, diverse activiteiten te financieren en te zorgen voor voorbereiding op grote uitbraken van ziekten. Ook zorgt de overheid voor een goede landelijke structuur ter bestrijding van infectieziekten. Mede daarom is het Centrum Infectieziektebestrijding bij het RIVM opgezet. In dit centrum is kennis en ervaring over infectieziektebestrijding gebundeld. Het centrum vervult een grote rol in de coördinatie van de uitvoering van infectieziektebestrijding. Het centrum is begin 2005 gestart en in 2006 officieel geopend. Op lokaal/regionaal niveau zijn de gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD) belast met de infectieziektebestrijding. De internationale afspraken over infectieziektebestrijding conform de International Health Regulations (IHR), die door de WHO zijn vastgesteld, zullen in de nationale wetgeving moeten worden opgenomen. In 2007 zullen wij dat afronden.


Op het gebied van de vroege opsporing van ziekten heeft de minister van VWS een richtinggevende rol in het landelijk laten ontwikkelen, uitvoeren en financieren van kosteneffectieve interventies. De coördinatie van de uitvoering van de bevolkingsonderzoeken verloopt vanaf 2006 via het Centrum voor Bevolkingsonderzoeken bij het RIVM.


De Inspectie voor de Volksgezondheid (IGZ) houdt toezicht op de uitvoering van de infectieziektebestrijding op basis van haar programma Gezondheidsbescherming.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
1 Aantal opgespoorde seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) 23 500 2003 >23 500
Bron: RIVM     
2 Percentage deelname aan    
a. griepvaccinatieprogramma en 75%2004 ≥75% 
b. rijksvaccinatieprogramma (RVP)95% 2004 95%  
Bron:     
a College voor Zorgverzekeringen: Rapportage Nationaal Programma Grieppreventie CVZ-Themasite / cvzprofessional     
b RIVM: rapport Vaccinatietoestand Nederland per 1 januari 2005    
3 Prevalentie van:    
a. 30-dagensterfte acuut myocard infarct 11% 2001 <11%
b. relatieve vijfjaarsoverleving bij borstkanker 82% 1993–1997 >82%
c. relatieve vijfjaarsoverleving bij darmkanker     
dikke darm60% 1993–1997 >60%
endeldarm56% 1993–1997 >56%
d. relatieve vijfjaarsoverleving bij baarmoederhalskanker   
onder de 60 jaar 76%1993–1997 >76%
boven de 60 jaar55% 1993–1997 >55%
e. aantal diabetes gerelateerd grote amputaties per 100 000 diabetici tussen de 18 en 75 jaar 352000 <35
f. COPD (chronische obstructieve longaandoeningen) 316 000 2003<316 000
Bron: Zorgbalans 2006 (RIVM rapportnr.260 602001, Westert GP en Verkleij H (red), RIVM 2006)    
4 Percentage deelname aan bevolkingsonderzoeken en screeningen:    
a. bevolkingsonderzoek borstkanker 80% 2005 >80%
b. bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker65,6% 2003 >65,6%  
c. hielprik: PKU. CHT, AGS 99% 2003 99%  
Bron:     
a Nationaal Kompas Volksgezondheid (RIVM) Homepage – Nationaal Kompas Volksgezondheid     
b College voor Zorgverzekeringen CVZ-Themasite cvz/professional     
c Nationaal Kompas Volksgezondheid (RIVM), Zorgbalans 2006 (RIVM rapportnr.260 602001, Westert GP en Verkleij H (red), RIVM 2006)    

Toelichting

Het aantal opgespoorde seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s, indicator 1) zal voorlopig toenemen. De reden hiervoor is dat we meer testen uitvoeren en daardoor dus meer vinden respectievelijk meer gerapporteerd gaat worden. Er is (nog) geen exacte opgave te geven door onderrapportage over de omvang van het aantal geslachtsziekten ( Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa): Soa samengevat – Nationaal Kompas Volksgezondheid).

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Een goede structuur voor infectieziektebestrijding

• (B) Opdracht verlenen aan het Centrum Infectieziektebestrijding bij het RIVM

Doel is nieuwe en bestaande taken op het gebied van infectieziektebestrijding en -onderzoek te bundelen (€ 25,7 miljoen).

• (B) Financieren van (gezondheidsbevorderende) instellingen die op dit terrein werken, onder andere voor het Preventieplan soa en hiv

Doel is soa en hiv in Nederland met een combinatie van preventiemaatregelen aan te pakken (€ 7,3 miljoen).

• (B) Financieren van soa-centra

Hiermee willen we laagdrempelig onderzoek naar en behandeling van soa mogelijk maken (€ 9,0 miljoen).

• (B) Voorbereiden op een eventuele grieppandemie

Om goed voorbereid te zijn op een mogelijk grootschalige uitbraak van griep kopen we onder meer middelen aan en bereiden we een communicatieplan voor (€ 3,9 miljoen).

2. Een goede organisatie van en deelname aan vaccinatieprogramma’s

• (B) Nationaal Programma Grieppreventie (€ 39,0 miljoen) en (P) Rijksvaccinatieprogramma (RVP) (€ 51,4 miljoen) uitvoeren

Doel is kwetsbare groepen te beschermen tegen (de gevolgen van) verschillende infectieziekten.

• (B) Uitvoeren van een onderzoeksprogramma naar infectieziekten, en de preventie ervan, via ZonMw (€ 2,0 miljoen)

• (B) Opdracht verlenen aan het Nederlands Vaccin Instituut

Hiermee willen we vaccins laten leveren voor de nationale vaccinatieprogramma’s en de beschikbaarheid borgen van vaccins en antivirale middelen in het geval van calamiteiten (€ 30,8 miljoen).

NVI is bezig met de ontwikkeling van een vaccin tegen RSV (Respiratoir Cyncytieel Virus). In de volgende ontwikkelingsfase zal NVI gaan samenwerken met een contractpartner. Voor de periode 2007–2010 zullen de ontwikkelingskosten voor de NVI € 27,9 miljoen bedragen (2007: € 4,5 miljoen; 2008: € 3,7 miljoen; 2009: € 8,1 miljoen en 2010: € 11,6 miljoen). Deze bedragen worden vanuit het Fonds Economische structuurversterking voorgefinancierd.

De voorfinanciering moet nog nader worden uitgewerkt. Voor deze begroting is ervan uitgegaan dat de bijdrage aan het NVI via het moederdepartement wordt verstrekt en dat succesvolle ontwikkeling van het vaccin terugbetaling vanaf 2011 mogelijk maakt.

3. Een goede structuur rondom de preventie van chronische ziekten

• (P) Kansbepalende prenatale screening structureren

Om goede prenatale zorg te kunnen bieden, wordt een landelijke organisatiestructuur opgezet voor kansbepalende prenatale screening op downsyndroom en neurale-buisdefecten binnen de reguliere zorg.

• (B) Participeren in het Nationaal Programma Kankerbestrijding 2005–2010 (NPK)

Hiermee willen we de bestrijding van kanker op integrale wijze aanpakken door een combinatie van maatregelen, samen met veldorganisaties. (CVZ-themasite | cvzprofessional)

• (B) Uitvoeren van het programma Diabeteszorg Beter (2005–2009)

Het doel is goede diabeteszorg te leveren. In de toekomst verwachten we dat het aantal mensen met diabetes flink stijgt. Om goede zorg te kunnen leveren is het nodig dat de organisatie van diabeteszorg verandert ( kamerstukken 22 894, nr. 50).

4. Een goede organisatie van en bevorderen van deelname aan bevolkingsonderzoeken

• (B) Uitvoeren van bevolkingsonderzoeken en screeningsprogramma’s

Het financieren en bewaken van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borst- en baarmoederhalskanker, screening op familiaire hypercholesterolemie en pre- en postnatale screening bij zwangeren en pasgeborenen (€ 90,1 miljoen).

• (B) Verkennen van mogelijkheden voor grootschalig bevolkingsonderzoek darmkanker

Het doel is darmkanker in een vroeg stadium op te sporen ( kamerstukken 22 894, nr. 85).

• (B) Herijken van de Wet op het bevolkingsonderzoek

Hiermee willen we een goed kader beschikbaar hebben waaraan toekomstige onderwerpen voor bevolkingsonderzoeken kunnen worden getoetst.

• (B) Het aanpassen van de Wet Infectieziektebestrijding onder andere aan de IHR van de WHO.

5. Onderzoek naar nieuwe (kosten)effectieve preventie-interventies

• (B) Preventieprogramma uitvoeren via ZonMw

Hiermee willen we kennis over (kosten)effectieve preventie en de toepassing ervan vergroten en vernieuwende en kansrijke (kosten)effectieve preventiemogelijkheden ontwikkelen (€ 13,4 miljoen).

6. Toezicht door IGZ

• (B) Uitvoeren van onderzoek en toezicht door de IGZ (programma Gezondheidsbescherming)

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 20102011
Instellingssubsidies (totaal) 2 293 2 2932 293 2 293 2 293
Onder andere     
Instellingen op het terrein van de preventie van chronische ziekten 1 4251 425 1 425 1 425 1 425
WHOCopenhagen: Contributie IARC 868 868 868 868 868
      
Projectsubsidies (totaal) 513 2420 0 0
      
Bijdragen aan agentschappen (totaal)259 383247 496254 020291 184293 528
Onder andere      
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) 190 387 193 556 195 881199 440 206 384
Nederlands Vaccin Instituut (NVI)68 996 53 940 58 139 91 744 87 144
      
Bijdragen aan zbo’s (totaal) 4 518 5 3185 318 5 318 5 318
Onder andere     
ZonMw-programmering 4 5184 518 4 518 4 518 4 518
      
Nader te bepalen (totaal) 29 639 36 124 37 866 37 26639 066
Totaal296 346291 473299 497336 061340 205

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

41.3.5 Een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid

Motivering

Motivering

Met deze operationele doelstelling willen we bijdragen aan een goede volksgezondheid en anticiperen op (dreigende) volksgezondheidsproblemen, door een goed systeem voor openbare gezondheidszorg (ogz) te creëren en in stand te houden, evenals een keten van preventie en zorg die goed op elkaar aansluit. De minister van VWS is verantwoordelijk voor de wetgeving en het scheppen van de randvoorwaarden, zodat de openbare gezondheidszorg goed kan worden uitgevoerd. In de uitvoering is een grote rol toebedeeld aan gemeenten en hun GGD’en, die handelen op basis van de lokale gezondheidssituatie en landelijke trends en speerpunten. De Inspectie voor de Gezondheidszorg ziet erop toe dat zorgaanbieders verantwoorde zorg leveren en signaleert eventuele omissies in de ketenzorg.

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
1. Percentage gemeenten met een nota gezondheidsbeleid niet ouder dan 4 jaar87% 2005 100%  
Bron: Zorgatlas 2005     
2. Percentage GHOR-bureaus dat ten minste 90% van de wettelijke taken uitvoert 8% 2004100%  
Bron: Inspectie Gezondheidszorg (IGZ)     
3. Percentage gecertificeerde GGD’en/aantoonbare kwaliteitsborging 8%2006  100% (2008)
Bron: InspectieGezondheidszorg (IGZ)    
4. Percentage GGD Regio’s die een functionerend EKD JGZ hebben 10% 2006  100% (2008)
Bron: NICTIZ/Centrum Jeugdgezondheidszorg RIVM     

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Effectieve landelijke, lokale en regionale voorzieningen van OGZ

• (B) Toezicht door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)

Op basis van indicatoren over de risico’s in de volksgezondheid gaat de IGZ na of de kwaliteit van de openbare gezondheidszorg voldoende is. De IGZ doet dat in eerste instantie in relatie tot de prioriteiten in de Preventiebrief en vervolgens ook in relatie tot lokaal vastgestelde volksgezondheidsproblemen. De inspectie besteedt bij haar toezicht op gemeenten bijzondere aandacht aan de wijze waarop gemeenten uitvoering geven aan de nota’s gezondheidsbeleid met nadruk op het realiseren van een integrale aanpak om de gezondheid van de burgers te bevorderen. De IGZ levert samen met de inspectie Jeugdzorg een extra inspanning om de effectiviteit van de jeugdzorg te verbeteren. In het IGZ-programma gezondheidsbescherming vormen voorbereiding op epidemieën, zorg voor kwetsbare groepen en toezicht op de Wet Bevolkingsonderzoek belangrijke thema’s in 2007.

• (B) Herijken van de Wet collectieve preventie volksgezondheid (WCPV)

Het doel is de wetgeving te actualiseren en aan te passen aan de veranderingen die worden doorgevoerd in de structuur van de ogz. Concreet gaat het om de implementatie van de International Health Regulations (IHR) van de WHO.

• (B) Programma Academische Werkplaatsen Publieke Gezondheid uitvoeren, via ZonMw

Het doel is de samenhang en samenwerking tussen wetenschap, onderwijs en praktijk te versterken. Daarvoor hebben de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en het ministerie van VWS ZonMw opdracht gegeven om op verschillende plaatsen in Nederland academische werkplaatsen in te richten (€ 1,6 miljoen).

2. Bevorderen van goede preventie en zorg voor specifieke bevolkingsgroepen

• (B) Uitvoeren van het Convenant Beleidskader Grotestedenbeleid

Hiermee willen we via activiteiten in grote steden onder meer gezondheidsachterstanden bij mensen met een lage opleiding en een laag inkomen verminderen. Het gaat om de uitvoering van de derde convenantperiode die loopt van 2005 tot en met 2009 ( kamerstukken 21 062, nr. 116) (€ 5,0 miljoen). Zie ook artikel Maatschappelijke ondersteuning onder operationele doelstelling 44.3.1).

• (B) Financieren van tolk- en vertaalcentrum voor gezondheidszorg

Hiermee willen we tolken en vertalers beschikbaar kunnen stellen wanneer dat nodig is (€ 8,6 miljoen).

• (B) Financieren van de Stichting Koppeling

Hiermee willen we knelpunten in de gezondheidszorg aan onverzekerde vreemdelingen oplossen en voorkomen (€ 3,6 miljoen).

• (B) Financieren Pharos

Hiermee willen we de kwaliteit van zorg voor vluchtelingen optimaliseren waaronder preventie van vrouwlijke genitale verminking (€ 2,8 miljoen).

• (B) Verder gaan met het eenmalig inrichten en implementeren van het Elektronisch kinddossier Jeugdgezondheidszorg (JGZ)

Dit heeft betrekking op het Elektronisch kinddossier (EKD) voor kinderen van 0–19 jaar in de Jeugd Gezondheids Zorg (JGZ). Door het EKD krijgen zowel zorgverleners als beleidsmakers een beter inzicht in de lichamelijke en sociaal-emotionele ontwikkeling van jongeren. Hierdoor kunnen hulpverleners in de gezondheidszorg makkelijker kinderen met problemen volgen. Verder kunnen JGZ-organisaties met het integrale EKD snel, effectief en betrouwbaar gegevens uitwisselen met anderen.

• (B) Tijdelijke regeling specifieke uitkering Jeugdgezondheidszorg uitvoeren

Hiermee willen we de uitvoering van het uniforme deel van het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg financieren. Daarvoor verstrekken we een uitkering aan gemeenten, en voeren we de motie-Verhagen, Van Aartsen en Ditrich uit met betrekking tot opvoedingsondersteuning ( kamerstukken 30 300, nr. 9, € 198,5 miljoen).

In 2006 wordt de integrale jeugdgezondheidszorg geëvalueerd. In 2007 zal hier een standpunt over ontwikkeld worden en gestart worden met de implementatie van dit standpunt.

• (B) Kennisprogramma Jeugd uitvoeren, via ZonMw

Hiermee willen we bewerkstelligen dat de zorg voor kinderen bewezen effectief wordt uitgevoerd en dat de zorg voor en begeleiding van het kind aansluiten bij de behoeften van het kind en zijn verzorgers (zie ook artikel 45 Jeugdbeleid).

• (B) Centrum Jeugdgezondheid bij het RIVM verder uitbouwen

Hiermee willen we de kwaliteit van het uniforme gedeelte van de jeugdgezondheidszorg evalueren en actueel houden (€ 0,7 miljoen).

• (B) Medische en seksuologische hulpverlening financieren

De subsidieregeling van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) met betrekking tot medische en seksuologische hulpverlening (aanvullende eerstelijnsvoorziening) in zeven steden in Nederland eindigt in 2006 (€ 0,7 miljoen). In 2007 zal de minister de zeven klinieken eenmalig via de begroting financieren. Vanaf 2008 treedt een nieuw systeem voor deze hulpverlening in werking.

• (B) Subsidie verstrekken aan diverse organisaties

Om de seksuele gezondheid te bevorderen verlenen we subsidie aan de Rutgers Nisso Groep (RNG), het Kenniscentrum Seksualiteit, de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK) en de Stichting Ambulante Fiom (€ 6,9 miljoen).

• (B) Uitvoeren van het programma Seks onder je 25e

Hiermee willen we de preventie van de seksuele gezondheid van jongeren op peil houden en bevorderen. Om dit te bereiken, wordt in 2007 een programma gestart.

• (B) Rijksbijdrage leveren aan het CVZ

Hiermee leveren we een bijdrage aan de financiering van abortusklinieken (€ 10,6 miljoen).

• (B) Subsidiëren van activiteiten ter voorkoming van vrouwelijke genitale verminking

Het doel is signalering te versterken en de preventieve rol van de jeugdgezondheidszorg, voorlichtingsactiviteiten en deskundigheid te bevorderen met gebruikmaking van de kennis die bij de stichting Pharos hierover is opgebouwd (€ 1,0 miljoen).

3. Verbeterde paraatheid van zorgvoorzieningen voor grootschalig optreden bij crises en rampen

• (B) Opleiden, trainen en oefenen van de gezondheidszorgsector

Hiermee willen we de sector goed voorbereiden op rampen en ongevallen, onder meer via een tijdelijk stimuleringsprogramma bij ZonMw. Van belang zijn daarnaast oefeningen op het gebied van (inter)departementale crisisbeheersingsorganisatie en grootschalige uitbraken van infectieziekten, zowel nationaal als regionaal (€ 3,4 miljoen).

• (B) Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR) organiseren

De GHOR is een instrument van het bestuur van de veiligheidsregio op het gebied van veiligheid teneinde een doelmatige en gecoördineerde geneeskundige hulpverlening bij zware ongevallen, rampen en crises te bewerkstelligen. De GHOR slaat de brug tussen de veiligheidsorganisaties en de zorgketen. In de uitvoering is de GHOR onderdeel van de openbare gezondheidszorg.

• (B) Opzetten van een Centrum Gezondheid, Milieu en Veiligheid bij het RIVM

Hiermee willen we de vereiste kennis voor de volksgezondheid bij medische milieukundige aangelegenheden, gezondheidszorgonderzoek en -advisering bij crises en rampen borgen en ontsluiten. Verschillende kenniscentra en projectorganisaties ontwikkelden in de nazorgtrajecten van de Bijlmerramp, de Vuurwerkramp in Enschede en de Nieuwjaarsbrand in Volendam veel kennis. Het RIVM-centrum, dat in samenwerking met het ministerie van VROM wordt opgezet, borgt deze kennis en stelt die beschikbaar voor de ondersteuning van zorgverleners en bestuurders. Het centrum omvat de gezondheidsonderzoeken, psychosociale nazorg, geneeskundige advisering bij gevaarlijke stoffen en medische milieukunde. De medische milieukunde wordt versterkt met bovenregionale ondersteuning vanuit dit centrum en faciliteert de regionale uitvoering door GGD’s (€ 4,2 miljoen).

• (B) Verbeteren van de voorbereiding op een grieppandemie

Hiermee willen we de volksgezondheid en de sociale en economische stabiliteit van Nederland beschermen. Specifieke voorbereiding op een dreigende grieppandemie is noodzakelijk vanwege de impact van zo’n pandemie op de continuïteit van de Nederlandse samenleving.

4. Ethisch verantwoord handelen in de gezondheidszorg en medisch-wetenschappelijk onderzoek bevorderen

• (B) Een standpunt formuleren over de evaluatie op de Wet afbreking zwangerschap, en dit implementeren.

• (B) Een standpunt formuleren over de evaluatie op de Wet levensbeëindiging op verzoek (euthanasiepraktijk), en dit implementeren.

• (B) Bijdragen aan de baten-lastendienst Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG) (€ 0,8 miljoen)

Deze bijdrage is nodig voor het beheer van regionale toetsingscommissies euthanasie, die meldingen van artsen beoordelen. Het CIBG fungeert verder als aanspreekpunt voor k.i.d.-kinderen, ouders en artsen die vragen hebben over het register donorgegevens kunstmatige bevruchting. Daarnaast is de bijdrage bestemd voor het beheer van de centrale deskundigencommissie Late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen om meldingen van artsen te beoordelen.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 2010 2011
Instellingssubsidies (totaal) 18 377 18 37718 377 18 377 18 377
Onder andere     
Instellingen die de seksuele gezondheid bevorderen 6 909 6 909 6 909 6 909 6 909
Stichting Koppeling 7 200 7 200 7 200 7 2007 200
Stichting Pharos 2 800 2 800 2 8002 800 2 800
      
Projectsubsidies(totaal) 5 290 2 233 630 333 0
Onder andere      
Vrouwelijke genitale verminking 1 100 800 400   
Beleid Medische Ethiek 564 342 31 25 
Algemeen en stategisch gezondheidsbeleid 2 370 881129 308  
      
Opdrachten (totaal) 8 6008 600 8 600 0 0
Financiering tolk- en vertaalcentrum gezondheidszorg 8 600 8 600 8 600  
      
Specifieke uitkeringen (totaal) 211 458211 788 211 788 211 788 211 788
Tijdelijke Regeling Specifieke Uitkering Jeugdgezondheidszorg inclusief de uitvoering van de motie Verhagen 198 458 198 788198 788 198 788 198 788
Centra voor Jeugden gezin (zie artikel 45 Jeugdbeleid) 13 00013 000 13 000 13 000 13 000
      
Bijdragen aan agentschappen (totaal) 13 494 13 391 13 37613 376 13 376
RIVM: Opdrachtverlening programma’s volksgezondheid 12 729 12 626 12 611 12 61112 611
CIBG: Regionale toetsingscommissies 765765 765 765 765
      
Bijdragen aan zbo’s (totaal) 103 655 95 570 95 717 91 72691 111
CIBG: Rijksbijdrage financiering abortusklinieken 10 663 10 663 10 663 10 66310 663
ZonMw: Programmering 92 99284 907 85 054 81 063 80 448
      
Nader te bepalen (totaal) 5 274 11 16213 043 21 870 22 203
Totaal 366 148361 121 361 531 357 470 356 855

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

41.4 Overzicht beleidsonderzoeken

ODEffectenonderzoek Start Einde
1 Meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl Evaluatie uitvoering nota samenspannen tegen XTC Juni 2006 Eind 2007
 Evaluatie Forensische verslavingskliniek Juli 2002 Juni 2007
 Evaluatie stappenplan rookvrije horeca Okt. 2005 Medio 2009
    
2 Het voorkomen van gezondheidsschade door onveilig voedsel of onveilige producten Evaluatie project versterking eigen verantwoordelijkheid bedrijfsleven chemische stoffen. Medio 2007 Eind 2007
    
 Evaluatie naar effect van campagnes voor gebruik van foliumzuur 2006 2008
    
 Effectmetingen van interventies m.b.t. overgewicht 2006 2010
    
3 Het voorkomen van gezondheidsschade als gevolg van ongevallen Evaluatie letselpreventiebeleid als onderdeel van RIVM themarapport Letselpreventie. feb. 2006 Eind 2007
    
4 Minder vermijdbare ziektelast door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten Internationale evaluatie (review door eCDC) van Nederlandse preparatie grieppandemie 20072007
    
5 Een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid Evaluatieonderzoek naar de effecten van de versterking geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (in samenwerking met ministerie van BZK) 20062008