Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 42 Gezondheidszorg

42.1 Algemene beleidsdoelstelling

Een goed werkend zorgstelsel, gericht op een optimale combinatie van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de gezondheidszorg.

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2007

• Benchmark huisartsen (42.3.1)

• Jaardocument maatschappelijke verantwoording (42.3.1)

• Opleidingsfonds (42.3.3)

• Invoering DBC’s in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en verdere voorbereiding voor uitvoering ggz onder de Zorgverzekeringswet (42.3.4)

• DBC’s doorontwikkelen (42.3.4)

• Moderniseren prijs- en vergoedingssystemen geneesmiddelen (42.3.4)

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

• Wij scheppen randvoorwaarden om de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de gezondheidszorg te waarborgen. We zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de geleverde kwaliteit.

• Wij zijn ervoor verantwoordelijk de randvoorwaarden te scheppen voor een goed werkend zorgverzekeringsstelsel. Zo is in de Zorgverzekeringswet (ZVW) bepaald dat verzekeraars een acceptatieplicht hebben, geen premies mogen differentiëren en een zorgplicht hebben. Binnen deze randvoorwaarden – waarop de Nederlandse Zorgautoriteit in oprichting (NZAio) ook goed zal toezien – moet onderlinge concurrentie tussen zorgverzekeraars leiden tot een kwalitatief hoogwaardig, toegankelijk en betaalbaar zorgstelsel.


Voor het beoogde stelsel moet er sprake zijn van een goede taakvervulling door overheid, zorgconsument, zorgaanbieder en zorgverzekeraar. Dit vereist een heldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen de betrokken actoren.


Een kwalitatief hoogwaardig zorgstelsel is een stelsel dat veilig, effectief en klantgericht is. We maken het stelsel toegankelijk door de kring van verzekerden en het pakket van de basisverzekering centraal vast te stellen. Daarnaast stimuleren we het geven van transparante en onafhankelijke informatie over het zorgstelsel. Ten slotte creëren we een gelijk speelveld voor zorgconsumenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. We spreken van een betaalbaar stelsel als het beslag op de collectieve lasten past binnen de kaders die daarvoor gesteld zijn. Door een goed werkend stelsel te bieden, streven we naar een vermeerdering van het aantal levensjaren van de Nederlandse bevolking zonder lichamelijke beperkingen.


We hebben vooralsnog geen algemene indicator voor dit artikel geformuleerd omdat in de Zorgbalans ook verantwoording over het presteren van het stelsel wordt afgelegd. Voor de begroting van 2008 zullen we bezien of het mogelijk is om mede in relatie tot de Zorgbalans een of meer prestatie-indicatoren voor dit artikel te formuleren.

42.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2005 2006 2007 2008 20092010 2011
Verplichtingen534 5394 690 1205 625 4755 798 0035 9731266 296 5966 582 249
        
Uitgaven520 3974 701 6545 634 7725 798 4065 971 2776 293 8496 579 502
        
Programma-uitgaven512 6444 692 7005 626 5745 790 4545 963 4026 285 9796 571 632
Consument kiest zorgverzekeraar en zorgaanbieder26 886 3 673 1 865 173 173 173 173
Waarvan juridisch verplicht in procenten   8886 0 0 0
Realisatie kwalitatief hoogwaardig zorgaanbod 55 949 74 128 72 503 78 298 78 46078 459 78 459
Waarvan juridisch verplicht in procenten   74 57 43 36 36
Realisatie toegankelijk zorgaanbod 194 571 207 541846 813 205 396 198 319 195 433 197 136
Waarvan juridisch verplicht in procenten   9692 92 90 88
Betaalbaar verzekerd pakket voor noodzakelijk zorg 235 238 4 407 358 4 705 3935 506 587 5 686 450 6 011 914 6 295 864
Waarvan juridisch verplicht in procenten   100100 100 100 100
        
Apparaatsuitgaven7 735 8 954 8 198 7 952 7 875 7 8707 870
        
Ontvangsten 15 967 13 46010 954 11 033 5 566 2 945 4 648

De bijdrage aan het CIBG, de Rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds voor jeugdigen (18-), de Zorgtoeslag en alle instellingssubsidies zijn als meerjarig verplicht opgenomen.

Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)

2006 2007 2008 20092010 2011
Extramurale Zorg3 295,6 3 320,4 3 322,8 3 324,2 3 325,83 325,8
Huisartsen 1 738,4 1 726,01 727,4 1 728,8 1 730,2 1 730,2
Tandheelkunde en tandheelkundige specialistische zorg 650,6 650,6 650,6650,6 650,6 650,6
Paramedische hulp 445,4 446,4446,4 446,4 446,4 446,4
Verloskunde en kraamzorg397,2 398,1 398,3 398,3 398,5 398,5
Dieetadvisering 28,2 28,2 28,2 28,2 28,228,2
Groeiruimte extramurale zorg 35,8 71,1 71,971,9 71,9 71,9
       
Ziekenhuizen en medisch specialisten 15 216,4 14 792,215 512,2 15 581,7 15 677,615 677,8
Algemene en categorale ziekenhuizen 9 950,99 840,2 10 267,8 10 337,0 10 432,4 10 432,4
Academische ziekenhuizen 3119,5 2 799,43 091,2 3 091,2 3 091,2 3 091,2
Medisch specialisten 1 712,5 1 714,0 1 714,3 1 714,61 714,9 1 715,0
Overig curatieve zorg 433,5 434,7434,9 434,9 435,2 435,2
Groeiruimte overig curatieve zorg  3,9 4,0 4,0 4,0 4,0
       
Ziekenvervoer 480,2 484,8 485,0 485,1485,1 485,1
Ambulancevervoer 341,0341,3 341,4 341,5 341,5 341,5
Overig ziekenvervoer 139,2 139,2 139,2 139,2 139,2139,2
Groeiruimte ziekenvervoer  4,3 4,4 4,44,4 4,4
       
Genees- en hulpmiddelen 5 889,66 308,3 6 327,9 6 327,5 6 327,4 6 327,4
Farmaceutische hulp 4 669,7 4 989,5 5 005,55 005,1 5 005,0 5 005,0
Hulpmiddelen 1 219,91 318,8 1 322,4 1 322,4 1 322,4 1 322,4
       
Grensoverschrijdende zorg 446,0 492,5 505,0518,2 530,8 531,0
Subsidies Gezondheidszorg 50,1 49,4 49,4 49,4 49,449,4
Totaal 25 377,9 25 447,626 202,3 26 286,1 26 396,2 26 396,5
Procentuele mutatie 0,33,00,30,40,0

In de tabel hierboven zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van gezondheidszorg. In deze beschikbare middelen zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming rond de 1e suppletore wet 2006 en de miljoenennota 2007 verwerkt. Voor 2006 is de loon- en prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2007 en latere jaren de loon- en prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd.

42.3 Operationele doelstellingen

Er zijn vier operationele doelstellingen voor gezondheidszorg:

1. de consument is in staat de gewenste zorgverzekeraar en zorgaanbieder te kiezen;

2. zorgaanbieders zijn in staat voor de consument een kwalitatief hoogwaardig zorgaanbod te realiseren;

3. zorgaanbieders zijn in staat voor de consument een toegankelijk zorgaanbod te realiseren;

4. zorgverzekeraars zijn in staat de consument een voor iedereen betaalbaar verzekerd pakket te bieden van noodzakelijke zorg.

42.3.1 De consument is in staat de gewenste zorgverzekeraar en zorgaanbieder te kiezen

Motivering

Motivering

De consument door transparante informatievoorziening, wetgeving en ondersteuningsstructuren in staat stellen te kiezen op de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar. Dit prikkelt de zorgaanbieders en de zorgverzekeraars veilige, effectieve en klantgerichte zorg te leveren/in te kopen.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Percentage consumenten dat in staat is om een zorgverzekeraar te kiezeni.o.i.o.i.o.i.o.
Bron: Nivel    
Percentage consumenten dat in staat is om een zorgaanbieder te kiezeni.o.i.o.i.o.i.o.
Bron: Nivel    

Toelichting:

De indicatoren zijn in ontwikkeling. Er zijn nog geen data en/of streefwaarden beschikbaar voor de begroting 2007. In de begroting 2008 wordt een indicator opgenomen.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

Hieronder beschrijven we de instrumenten per beleidsprioriteit. Bij elke beleidsprioriteit geven we aan of het instrumenten betreft voor de eerste lijn, of voor het gehele zorgaanbod.

1. Bevorderen van de uitwisseling van gegevens tussen de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar

Eerste lijn

• (B) Benchmark huisartsen ontwikkelen

Er wordt een experimentele benchmark voor huisartsen ontwikkeld om de toegankelijkheid van de informatievoorziening over de prestaties van huisartsen te verbeteren. In 2007 wordt het experiment afgerond en geëvalueerd. Voor het experiment is in 2007 in totaal een begrotingssubsidie beschikbaar van € 0,41 miljoen.

2. Bevorderen van actuele, betrouwbare en complete gegevens, die met zo min mogelijk administratieve lasten verstrekt kunnen worden

Gehele zorgaanbod

• (B) Jaardocument maatschappelijke verantwoording

Vanaf 2007 zijn alle zorginstellingen (cure en care) verplicht om via het jaardocument verantwoording af te leggen over het voorgaande jaar. Doel hiervan is maatschappelijke verantwoording te uniformeren en administratieve lasten bij zorginstellingen te verminderen. Het jaardocument bundelt diverse gegevensstromen die jaarlijks verplicht zijn op grond van wet- en regelgeving, in één document. Het vervangt hiermee de vroegere verplichting om onder meer een separaat jaarverslag, jaarrekening, kwaliteitsjaarverslag, klachtjaarverslag en een sociaal jaarverslag te maken (zie ook www.jaardocument.nl). Met de implementatie van het jaardocument beogen wij een lastenreductie van 25 procent per 31 december 2007 (het budget hiervoor is ongesplitst opgenomen op artikel 43 Langdurende zorg onder operationele doelstelling 43.3.5).

3. Het realiseren van de benodigde wetgeving en ondersteuningsstructuren om de consument in staat te stellen te kiezen

Gehele zorgaanbod

• (B) www.kiesbeter.nl onder de aandacht van de consument brengen

Dit instrument is bedoeld om de burgers meer inzicht te geven in de keuzemogelijkheden tussen zorgaanbieders, ziektekosten en verzekeraars/verzekeringen. Dat willen we bereiken door overzicht te bieden en vergelijkende en preventie-informatie te geven. Ook willen we burgers informeren over hun rechten en plichten (het budget hiervoor is opgesplitst opgenomen op artikel 43 Langdurende zorg onder operationele doelstelling 43.3.2).

• (B) Uitbrengen zorgbalans

Vanaf 2006 wordt elke twee jaar een «zorgbalans» opgeleverd. Het doel hiervan is de ontwikkeling te volgen van de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het Nederlandse zorgstelsel (het budget hiervoor is gesplitst opgenomen op artikel 43 Langdurende zorg onder operationele doelstelling 43.3.2). Zie voor de herziening van het zorgstelsel: TK 2005–2006, 28 852, nr. 8.

• (B) Aansturen van en toezicht houden op het Fonds PGO (Fonds voor Patiënten-, Gehandicaptenorganisaties en Ouderenbonden)

Hiermee willen we de patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties meer functie- en prestatiegericht financieren ( TK 2005–2006, 29 214, nr. 14). Om dit te bereiken hebben we een nieuwe subsidieregeling gepubliceerd. In 2007 besluiten we over de status en positie van het fonds (het budget hiervoor is opgesplitst opgenomen op artikel 43 Langdurende zorg onder operationele doelstelling 43.3.2).

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 20102011
Projectsubsidies (totaal) 201    
Trimbos «Ontwikkeling Multidisciplinaire Richtlijnen 201     
      
Nader te bepalen (totaal) 1 664 173 173 173 173
      
Totaal 1 865 173 173 173 173

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

42.3.2 Zorgaanbieders zijn in staat om voor de consument een kwalitatief hoogwaardig zorgaanbod te realiseren

Motivering

Motivering

Met deze operationele doelstelling willen we bereiken dat de consument de zorg krijgt waar hij recht op heeft. Daarom bevat het nieuwe zorgstelsel prikkels die zorgaanbieders moeten aanzetten een kwalitatief hoogwaardige gezondheidszorg te leveren. Ook willen we ervoor zorgen dat het zorgaanbod, ook op de langere termijn, blijft aansluiten op de behoefte van de consument en op de demografische en technologische ontwikkelingen. Daarom moeten er nieuwe medische producten beschikbaar komen door innovatie en moeten bestaande medische producten, diensten en processen verbeterd worden. De producten moeten voldoen aan de (kwaliteits)normen die het veld en de overheid hebben opgesteld.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Percentage calamiteiten met medische producten/verrichtingeni.o.i.o.i.o.i.o.
Bron: IGZ    

Toelichting:

Indicator wordt op dit moment ontwikkeld. Data naar verwachting beschikbaar voor begroting 2008.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

Hieronder beschrijven we de instrumenten per beleidsprioriteit. Bij elke beleidsprioriteit geven we aan of het gaat om instrumenten voor de eerste of tweede lijn of het gehele zorgaanbod, of dat het geneesmiddelen en medische technologie betreft.

1. Zorgaanbod laten voldoen aan normen voor (patiënt)veiligheid, effectiviteit en klantgerichtheid

Gehele zorgaanbod

• (B) ICT in de zorg ontwikkelen en implementeren

Doel is de kwaliteit in de zorg te verbeteren. Dat willen we bereiken door ICT in de zorg te ontwikkelen en te implementeren. Hierbij gaat het om het landelijk werkend elektronisch medicatiedossier, beschikbaarheid van de waarneeminformatie van huisartsen en elektronische afhandeling van het declaratieverkeer (in totaal € 39,8 miljoen). In 2007 richt het ICT-beleid zich op de invoering van het burgerservicenummer in de zorg, de landelijke invoering van het waarneemdossier huisartsen (wdh) en de landelijke uitrol van het elektronisch medicatiedossier (emd). Daarnaast worden nieuwe toepassingen ontwikkeld, zoals de uitbreiding van het emd, het dossier spoedeisende hulp en het diabetesdossier. In 2007 worden applicaties ontwikkeld waarmee de patiënt toegang krijgt tot het eigen elektronisch patiëntdossier (zie voor voortgangsrapportage ICT in de zorg TK 27 529, 2005–2006, nr. 22). Om doorbraken in de opschaling van ICT-toepassingen en diensten te realiseren, neemt VWS eveneens deel aan het Rijksbrede Actieprogramma Maatschappelijke Sectoren & ICT.

• (B) Patiëntveiligheid bevorderen

Om te bereiken dat we de patiënt veilige zorg kunnen bieden, introduceren we een veiligheidsmanagementsysteem in alle instellingen. Een belangrijk onderdeel daarvan is een goed werkend meld- en analysesysteem van incidenten. Het programma Patiëntveiligheid van Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen (ZonMw) dient ter ondersteuning hiervan. Het Instituut voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek (EMGO Instituut) van het Vrije Universiteit medisch centrum (VUmc) en het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL) presenteren in 2007 de resultaten van een groot Nederlands onderzoek over aard en omvang van schade die door medisch ingrijpen is veroorzaakt en die in het ziekenhuis is opgelopen, en de eventuele oorzaak van die schade. Dit onderzoek is onderdeel van het programma Vertrouwen in Zorg dat de Orde van Medisch Specialisten (OMS) uitvoert.

• (B) Certificeren

Met dit instrument willen we instellingen stimuleren een werkend kwaliteits- of veiligheidsmanagementsysteem te hebben. Certificeren is echter geen doel op zich en is niet verplicht. Wel geeft het aan zorginstellingen en verzekeraars de gelegenheid hierover afspraken te maken en consequenties aan te verbinden. Vanuit de patiëntenkant kan hierop ook worden aangedrongen. Financiers, aanbieders, consumenten en cliënten zijn in het bestuur van het nieuwe kwaliteitsinstituut betrokken. Om de kracht van dit instrument te vergroten zullen de Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ) en het Nederlands Instituut voor Accreditatie van Ziekenhuizen (NIAZ) vanaf 1 januari 2007 hun krachten bundelen (het budget staat op artikel 43 langdurende zorg).

• (B) Verder implementeren van een zorgbrede governancecode

Het doel is de verdere professionalisering van bestuurders en toezichthouders in de zorg te bevorderen en de raad van toezicht een handhavende rol te geven bij het leveren van de gewenste zorgprestaties (zie ook brief TK 2005–2006, 29 689, nr. 68).

• (B) Rechtsbescherming bieden voor patiënten en beroepsbeoefenaren volgens de Wet BIG

De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) regelt onder meer de bevoegdheid om een beroep in de individuele gezondheidszorg uit te oefenen en het tuchtrecht. Voor het beheer van het BIG-register ontvangt het CIBG een bijdrage van € 2,3 miljoen. Sinds januari 2006 vallen ook de secretariaten van de tuchtcolleges onder de verantwoordelijkheid van het CIBG. In 2007 ontvangt het CIBG voor de bedrijfsvoering van de tuchtcolleges een bijdrage van € 2,9 miljoen.

• (B) Uitvoeren van onderzoek en toezicht door de IGZ om de kwaliteit van het zorgaanbod te waarborgen

Het gaat hierbij om de programma’s Eerstelijnsgezondheidszorg, Specialistische somatische en psychiatrische zorg, Zorg thuis en Veilige medische producten.

• (B) Patiëntenrecht uitoefenen

We willen inzicht geven in de stand van zaken bij de uitoefening van patiëntenrechten in de sectoren eerstelijnsgezondheidszorg, specialistisch somatische en psychiatrische zorg en forensische zorg. Dit is een vervolgactiviteit op De staat van de volksgezondheid en de gezondheidszorg 2006, IGZ.

• (B) BOPZ (Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen) evalueren

Om de vraag te beantwoorden of de wet nog adequaat functioneert, verschijnt in maart 2007 het rapport van de Evaluatiecommissie derde evaluatie van de Wet BOPZ. Hierop zal het kabinet een standpunt formuleren. De evaluatie van de observatiemachtiging wordt voortgezet; de presentatie zal begin 2008 plaatsvinden. Verder worden de bestaande mogelijkheden beter benut door leidraden en voorlichting (€ 0,5 miljoen).

Geneesmiddelen en medische technologie

• (B) Bijdragen aan het RIVM

Deze bijdrage is bedoeld om de kwaliteit van wetten, regelgeving en normen op het gebied van medisch technologische producten en lichaamsmateriaal te bewaken, zodat producten een goede kwaliteit en veiligheid hebben. Het ministerie van VWS besteedt deze rol uit aan het RIVM. Het RIVM vertegenwoordigt het ministerie van VWS in de Europese werkgroepen en levert wetenschappelijke input voor het opstellen van (kwaliteits)normen en beleidsmaatregelen (€ 0,6 miljoen).

• (B) Wet- en regelgeving implementeren op het gebied van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, weefsel en cellen, bloed en bewerkt lichaamsmateriaal (tissue engineered products)

De patiënt moet er vanuit kunnen gaan dat de beschikbare producten en de gebruikte productiemethoden voldoen aan de wettelijke eisen die gesteld worden aan de kwaliteit en veiligheid van medische producten. De IGZ houdt hier toezicht op via het programma Productveiligheid. Het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) ontvangt subsidie voor normalisatietrajecten op het terrein van medische hulpmiddelen.

• (P) Geneesmiddelenwet

Naar verwachting treden de nieuwe geneesmiddelenwet en de onderliggende regelgeving in 2007 in werking.

• (B) Productveiligheid

Onderzoek moet uitwijzen hoe de registratie van bijwerkingen van de verschillende typen producten kan worden verbeterd en gestroomlijnd. Het gaat daarbij om producten zoals geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, bloed, weefsels en organen. Hierdoor krijgen we sneller en vollediger inzicht in nadelige effecten van het gebruik van deze producten en kunnen we veilig gebruik van deze medische producten stimuleren.

2. Stimuleren van de kennisinfrastructuur om de medische producten en processen te verbeteren

Gehele zorgaanbod

• (B) Kennisprogramma curatieve zorg

Eind 2005 hebben wij ZonMw de opdracht verleend om de eerste fase van het programma Kennisbeleid kwaliteit curatieve zorg uit te voeren. Dit programma richt zich op de continuering en vernieuwing van de activiteiten van de OMS en het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg (CBO) op het gebied van richtlijnenontwikkeling en professioneel kwaliteitsbeleid. Deze lopende activiteiten worden verbreed en bieden daarmee ruimte aan andere actoren uit de curatieve zorg zoals (niet limitatief!) de eerste lijn, de ggz, de arbocuratieve zorg, enzovoort. De kennisontwikkeling moet bijdragen aan de (keten)samenwerking tussen eerste en tweede lijn. De eerste fase wordt in 2007 afgerond. De opdrachtverlening voor de tweede fase volgt medio 2006 en heeft betrekking op de periode tot 2009.

Tweede lijn

• (B) Het programma Sneller Beter

Het programma Sneller Beter (zie TK 2005–2006, 28 439, nr. 11) dient allereerst om goede voorbeelden in de zorg op het gebied van patiëntveiligheid en -logistiek, verantwoordingsinformatie en ICT sneller in de zorg in te voeren. Het programma loopt door in 2007. Sommige onderdelen worden pas in 2008 afgerond. Het ministerie van VWS biedt verder faciliteiten zoals een website (€ 0,65 miljoen).

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 20102011
Instellingssubsidies (totaal) 10 21510 215 10 215 10 215 10 215
Onder andere      
Nederlands KankerInstituut 9 296 9 296 9 296 9 296 9 296
      
Projectsubsidies (totaal) 21 39517 245 7 859 3 545 3 545
Onder andere      
NIVEL Subs. LIPZ 376 42   
Orde van Med. Specialisten (div. proj.) 2 054564 350   
CBO (div. proj.) 2 650 2 0002 000   
      
Opdrachten (totaal) 7 7365 455 4 391 3 891 3 891
Onder andere      
WfZ Uitplaatsing garanties 277277    
      
Bijdragen aan baten-lastendiensten (totaal) 8 330 8 330 8 330 8 330 8 330
Onder andere      
CIBG t.b.v. uzi- en uzovi-register 3 100 3 100 3 100 3 100 3 100
CIBG t.b.v. medisch tuchtcolleges 2 900 2 900 2 9002 900 2 900
CIBG t.b.v. big-register 2 3002 300 2 300 2 300 2 300
      
Nader te bepalen (totaal) 24 827 37 053 47 665 52 47852 478
      
Totaal 72 503 78 29878 460 78 459 78 459

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

42.3.3 Zorgaanbieders zijn in staat voor de consument een toegankelijk zorgaanbod te realiseren

Motivering

Motivering

Met deze operationele doelstelling willen we zorgen dat de consument de zorg krijgt waar hij recht op heeft. Daarom bevat het nieuwe zorgstelsel prikkels die zorgaanbieders moeten aanzetten om een toegankelijk aanbod van gezondheidszorg te bieden. Voldoende aanbod van deskundige beroepsbeoefenaren is daarbij van essentieel belang. We willen dat het zorgaanbod, ook op de langere termijn, aansluit op de behoefte van de consument en op de demografische en technologische ontwikkelingen. Daarom is het noodzakelijk om nieuwe medische producten en processen beschikbaar te krijgen en bestaande medische producten en processen via innovatie te verbeteren. Dit moet de toegankelijkheid van de gezondheidszorg verbeteren.

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
1 Percentage bevolking dat binnen 45 minuten een SEH afdeling kan bereiken 98,8% 2005 i.o.i.o.
Bron: RIVM     
2 Percentage ambulances dat binnen 15 minuten ter plaatse is92% 2001 i.o. i.o.
Bron: RIVM    
3 Percentage patiënten dat binnen de Treeknorm een consult heeft met de huisartsi.o.i.o.i.o.i.o.
Bron: Nivel    
4 Percentage burgers dat binnen de Treeknormen in het ziekenhuis wordt geholpeni.o.i.o.i.o.i.o.
5 Aantal door in Nederland gevestigde bedrijven in Nederland geregistreerde octrooien voor Biotechnologie/Human Health 40 2000–2006
Bron: octrooibureau    
6 Aantal door in Nederland gevestigde bedrijven in Europa geregistreerde octrooien voor Biotechnologie/Human Health 1 188 2000–2006
Bron: octrooibureau    
7 Aantal door in Nederland gevestigde bedrijven wereldwijd geregistreerde octrooien voor Biotechnologie/Human Health 470 2000–2006
Bron: octrooibureau    
8 Aantal donoren (excl. levende nierdonoren) 228 2004  250(2008)
Bron: NTS 217 2005  

Toelichting:

1 en 2: De definitie van de indicator wordt in samenspraak met het RIVM verder ontwikkeld in 2007.

3: Er wordt in overleg met Nivel en RIVM een indicator ontwikkeld. De informatie is naar verwachting beschikbaar voor begroting 2008.

4: De (streef)waarden worden opgenomen in begroting 2008.

5, 6 en 7: De indicatoren zullen jaarlijks worden gemeten en gerapporteerd.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

Hieronder beschrijven we de instrumenten per beleidsprioriteit. Bij elke beleidsprioriteit geven we aan of het gaat om instrumenten voor de eerste of tweede lijn, voor acute zorg of het gehele zorgaanbod, of dat het geneesmiddelen en medische technologie betreft.

1. Zorgaanbod is beschikbaar binnen de Treeknormen en binnen de bereikbaarheidsnormen voor (acute) zorg

Gehele zorgaanbod

• (B) Capaciteit, opleidingen- en beroepenstructuur optimaliseren

Om te komen tot een moderne en samenhangende besturingsstructuur is in juli 2006 de stichting College Beroepen en Opleidingen in de Gezondheidszorg (CBOG) opgericht. Dit college heeft de volgende taken: de opleidingscapaciteit ramen, voorstellen doen aan de minister voor toewijzing van opleidingsplaatsen en het ontwikkelen en/of implementeren van voorstellen voor de innovatie van beroepen en opleidingen. Ook de beoogde samenhang tussen beroepen en opleidingen moet binnen het CBOG gerealiseerd worden (€ 2,5 miljoen). We willen het publieke belang van voldoende aanbod van gekwalificeerde zorgverleners binnen het samenhangende stelsel van beroepen en opleidingen borgen. Daarom wordt de bekostigingsstructuur van de medische vervolgopleidingen aangepast. Met ingang van 1 januari 2007 wordt het opleidingsfonds opgericht. De opleidingen van de erkende medische en tandheelkundige specialismen en de erkende bètaberoepen (ziekenhuisapotheker, klinisch fysicus en klinisch chemicus) vallen vanaf 2007 onder het opleidingsfonds. Met deze zogeheten eerste tranche opleidingen is een bedrag van € 636,7 miljoen gemoeid. De eerste tranche opleidingen wordt in 2007 vanuit de VWS-begroting gefinancierd. De opleiding tot huisarts wordt net als in voorgaande jaren ook in 2007 door middel van een begrotingssubsidie gefinancierd. Met ingang van 2008 vallen ook de tweede tranche zorgopleidingen (waaronder enkele verpleegkundige vervolgopleidingen, opleidingen voor medisch ondersteunende functies, enkele openbare gezondheidszorg- en ggz-functies) onder het opleidingsfonds ( TK 2005–2006, 29 282, nr. 23; TK 2005–2006, 29 282, nr. 28; TK 2005–2006, 29 282, nr. 32).

• (B) Verhogen arbeidsproductiviteit

Om ervoor te zorgen dat er nu en in de toekomst voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is voor de zorgsector, is het onder andere noodzakelijk dat de arbeidsproductiviteit hoger wordt. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de instellingen. Het beleid is er op gericht de noodzaak tot het verhogen van de arbeidsproductiviteit blijvend onder de aandacht te brengen en voor deze verhoging randvoorwaarden te creëren. Door goede voorbeelden te verspreiden via Sneller Beter, willen we instellingen motiveren om andere werkwijzen en slimme oplossingen te vinden en door te voeren. ICT-toepassingen in de zorg en verschillende vormen van technologische innovaties kunnen een personeelsbesparend effect hebben. Onderzoek moet uitwijzen of dat werkelijk zo is. Ook is het van belang dat innovatief en ondernemend gedrag wordt gestimuleerd door er voor te zorgen dat innoveren in de zorg meer lonend wordt voor instellingen. Tevens kijken we naar verschillende zorg- en organisatieconcepten bij zorginstellingen en het effect hiervan op de personele inzet. Voor deze onderwerpen is zorgbreed € 5,3 miljoen beschikbaar.

• (B) Monitoren arbeidsmarkt zorg

Het ministerie van VWS is verantwoordelijk voor de kwaliteit en toegankelijkheid van het zorgaanbod en moet dus alert blijven op de korte- en langetermijnontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Het ministerie van VWS heeft hiervoor behoefte aan regelmatig geactualiseerde cijfers over de arbeidsmarkt in zorg en welzijn. Het meerjarige Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn komt hieraan tegemoet. Dit zorgbrede onderzoeksprogramma wordt betaald door het ministerie van VWS (€ 0,5 miljoen), het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en sociale partners in zorg en welzijn.

Acute zorg

• (P) Benchmark acute zorgketen volgen

De benchmark acute zorgketen wordt in meerdere regio’s opgezet, inclusief gegevens over de opschaling. Het ministerie van VWS volgt de vorming van de acute zorgketennetwerken op de voet (zie de beleidsvisie traumazorg, TK 2005–2006, 29 247, nr. 37). Op basis van de rapportage van de pilot nachthelikopter nemen wij aan het eind van dit jaar een standpunt in over het functioneren en de financiering van deze voorziening. Samen met de ministeries van Defensie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bekijken wij in breder perspectief de mogelijkheden tot inzet op langere termijn van voldoende gekwalificeerde piloten.

• (P) Wet toelating zorginstellingen (WTZi) in werking getreden

Op 1 januari 2006 is de WTZi in werking getreden ( Stb 571, uitvoeringsbesluit 575). Het beleid is gericht op een goede bereikbaarheid van de acute zorg in Nederland. De minister van VWS gebruikt het beschikbare wettelijk instrumentarium, de WTZi, om de goede bereikbaarheid van acute zorg te handhaven. Het RIVM heeft, conform een toezegging aan de Kamer, de bereikbaarheid per 1 januari 2006 in kaart gebracht. Op die manier is de uitgangssituatie bij invoering van de wet vastgelegd. Voornemens die de goede bereikbaarheid in gevaar brengen moeten, conform de WTZi, besproken worden in het regionale ketenoverleg acute zorg.

• (P) Nieuwe Wet op de ambulancezorg

In april 2006 heeft de Tweede Kamer de nieuwe Wet op de ambulancezorg aangenomen. De wet regelt de vergunningverlening voor ambulancezorg voor de veiligheidsregio’s en vergroot de doelmatigheid door een grotere rol voor de regionale verzekeraars en GHOR-bestuur (Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen). De nieuwe wet treedt per 1 januari 2008 in werking, na het proces van vergunningverlening in 2007.

Geneesmiddelen en medische technologie

• (B) Subsidies en opdrachten voor orgaandonatie

Doel is om de registratiegraad in het Donorregister tot 40 procent te verhogen en het aantal donoren in 2008 met 10 procent te laten stijgen ten opzichte van 2004. In 2007 gaan de gemeenten de bevolking meer attenderen op de mogelijkheid tot donorregistratie. Specifieke groepen ingezetenen die nog niet geregistreerd zijn worden aangeschreven en er wordt een mogelijkheid ontwikkeld tot registratie als orgaandonor via internet.

Om het donorpotentieel in ziekenhuizen optimaal te gebruiken worden uitnameteams geherstructureerd, wordt een besluit genomen over eventuele uitbreiding van non-heartbeating donatieprocedures en worden maatregelen genomen om het aantal familieweigeringen van niet-geregistreerden te verkleinen.

2. Stimuleren van de kennisinfrastructuur om de medische producten en processen te verbeteren

Geneesmiddelen en medische technologie

• (B) Subsidiëren topinstituut Pharma

Om een impuls te geven aan nationaal onderzoek en ontwikkeling en om internationale samenwerking op dit punt te realiseren, ondersteunt het ministerie van VWS, in samenwerking met de ministeries van OCW en EZ, het topinstituut Pharma.

• (B) Subsidiëren ZonMw

Deze subsidie is bedoeld voor programma’s om geneesmiddelen voor kinderen te ontwikkelen en voor onderzoek naar de werkingsmechanismen en de interactie van geneesmiddelen bij ouderen.

• (B) Uitvoeren van de Agenda Medische Biotechnologie 2004–2007

Met dit instrument willen we een impuls geven aan de ontwikkeling en het gebruik van medische biotechnologie.

• (B) Kabinetsvisie nanotechnologie

In 2006 verschijnt de kabinetsvisie nanotechnologie. We starten in 2007 met de uitwerking daarvan.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 20082009 2010 2011
Instellingssubsidies (totaal)762 428 125 728 125 728 125 728 125 728
Onder andere     
Opleidingsfonds636 700    
SBOH 93 00093 000 93 000 93 000 93 000
opleidingen verloskunde 15 761 15 76115 761 15 761 15 761
medische vervolgopleidingen 6 290 6 290 6 2906 290 6 290
NIGZ (donorvoorlichting)1 700 1 700 1 700 1 700 1 700
Nederlandse Transplantatiestichting 3 270 3 270 3 270 3 2703 270
      
Projectsubsidies (totaal)61 733 53 636 47 467 40 869 38 248
Onder andere     
moderniseringberoepenstructuur/cbog in oprichting 2 500 2 5002 500 2 500 2 500
Physician assistant (pa)/nurse practitioner (np) 3 150 1 838 263  
opleidingen pa/np 13 125 13 12513 125 13 125 13 125
      
Opdrachten (totaal)4 370 4 240 4 081 4 052 4 052
      
Bijdragen aan baten-lastendiensten (totaal) 4 9734 963 4 963 4 963 4 963
Onder andere      
Donorregister 3 435 3 4353 435 3 435 3 435
      
Nader te bepalen (totaal) 13 309 16 829 16 080 19 82124 145
      
Totaal 846 813 205 396198 319 195 433 197 136

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

42.3.4 Zorgverzekeraars zijn in staat de consument een voor iedereen betaalbaar verzekerd pakket te bieden van noodzakelijke zorg

Motivering

Motivering

Zorgverzekeraars concurreren om de gunst van de verzekerden door polissen aan te bieden met een goede prijs-kwaliteitverhouding. Dit realiseren zij door scherp en prestatiegericht zorg in te kopen bij zorgaanbieders.

Prestatie-indicatoren
IndicatorWaardePeildatumStreefwaarde 2007
Beheerste ontwikkeling gemiddelde nominale premie ZVW in euro’s 1 030 2006 1 134
Bron: MEV 2006    
Beheerste ontwikkeling schadelast verzekeraars in euro’s € 25,0 miljard 2006≤ € 25,4 miljard
Bron: CVZ   
Aantal onverzekerden 245 000 2005 ≤ 250 000
Bron: CBS-rapport «Het aantal onverzekerden tegen ziektekosten 2004–2006» 182 000 2006  

Toelichting:

De indicator «ontwikkeling standaardpremie» is een afgeleide van de ontwikkeling van de schadelast van verzekeraars, zoals geraamd als actuele stand voor de ontwerpbegroting 2007.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

Hieronder beschrijven we de instrumenten per beleidsprioriteit. Bij elke beleidsprioriteit geven we aan of het gaat om instrumenten voor de eerste of tweede lijn, voor acute zorg of het gehele zorgaanbod, of dat het geneesmiddelen en medische technologie betreft.

1. Een goede implementatie van de ZVW: iedereen kan zich tegen een redelijke prijs verzekeren voor kwalitatief goede noodzakelijke zorg

Gehele zorgaanbod

• (B) Volgen van de werking van de Zorgverzekeringswet (ZVW)

De NZAio volgt de werking van de ZVW. In juni 2006 is de eerste marktmonitor zorgverzekeringsmarkt afgerond (zie ook EK 2005–2006, 30 186, A; TK 2005–2006, 29 689, nr. 101 over de Wet marktordening gezondheidszorg). Hoewel de NZAio de markt kritisch blijft volgen, is het algemene beeld dat de ZVW goed werkt. Voor 2007 zullen er dus geen significante systeemaanpassingen nodig zijn. De NZAio blijft over de werking van de ZVW periodiek rapporteren. Met zorgverzekeraars zijn afspraken gemaakt over wanbetalers om het aantal onverzekerden zo beperkt mogelijk te houden.

• (B) Aanpassen internationale wet- en regelgeving

Als gevolg van de invoering van de ZVW moeten nationale en internationale wet- en regelgeving met elkaar in overeenstemming worden gebracht. Om dit te bereiken wordt in nauw overleg met de Europese Commissie de behandeling van de te wijzigen sociale zekerheidsverordening in 2007 afgerond. Afrekeningsakkoorden met EU-lidstaten worden aangepast. Ook onderhandelen we met staten waarmee een bilateraal verdrag over sociale zekerheid bestaat.

• (B) Administreren verdragsgerechtigden

Door de invoering van de ZVW zijn de werkzaamheden van de buitenland-administratie door het CVZ toegenomen (€ 1 miljoen).

• (B) Functiegerichte aanspraken evalueren

De aanspraken die onder de ZVW verplicht verzekerd zijn, worden permanent kritisch beschouwd. Doel is ervoor te zorgen dat alleen noodzakelijke, doelmatige en effectieve zorg die niet voor eigen rekening kan komen in het pakket zit. In 2007 wordt een eerste stap gezet in de doorlichting van het pakket. Er worden dan twee pakketaanpassingen doorgevoerd. Ten eerste worden per 1 januari 2007 de eerste drie pogingen tot ivf weer opgenomen in het verzekerde pakket, zonder eigen bijdrage (zie TK 2005–2006, 30 300 XVI, nr. 142). Ten tweede maakt vanaf 1 januari 2007 de medisch noodzakelijke buikwandcorrectie onder strikte voorwaarden weer deel uit van het pakket. Dit levert een besparingsverlies op van circa € 10 miljoen. Dekking hiervoor komt uit de extra opbrengst van het geneesmiddelenconvenant. Daarnaast is per 1 januari 2007 de beperking van het aantal psychotherapiebehandelingen versoepeld. Dit betreft een wijziging in de aanspraken die onder de AWBZ verzekerd zijn.

• (B) Toezicht houden op zorgverzekeraars

De ZVW laat zorgverzekeraars onderling concurreren, binnen publieke randvoorwaarden zoals de acceptatieplicht en de zorgplicht. De NZAio houdt toezicht op de naleving van deze randvoorwaarden. Ook is er toezicht op het gedrag van zorgverzekeraars naar hun verzekerden. Met de inwerkingtreding van de WMG ligt dit toezicht grotendeels bij de NZAio. De NZAio gebruikt hiervoor een risico-analysemodel. Uiterlijk 1 november 2006 publiceert de NZAio haar bevindingen over de uitvoering van de Ziekenfondswet over 2005. Uiterlijk 1 november 2007 publiceert de NZAio haar rapport van bevindingen over het eerste jaar ZVW.

• (B) Onderzoek doen naar eigen betalingen in het verzekeringssysteem

In het voorjaar van 2007 wordt de verdiepingsslag van de evaluatie van de no-claimteruggave afgerond. In juni 2006 hebben wij de eerste fase van deze evaluatie met een kabinetsstandpunt aan beide Kamers der Staten-Generaal gestuurd. Het kabinet heeft besloten de no-claimteruggave in de ZVW te handhaven en deze niet per 1 januari 2007 te vervangen door een verplicht eigen risico.

• (B) Rijksbijdrage leveren aan het zorgverzekeringsfonds

Met de rijksbijdrage voorkomen we dat huishoudens met kinderen jonger dan achttien jaar te hoge zorglasten hebben (€ 1,954 miljard). Kinderen tot achttien jaar betalen geen nominale premie. De rijksbijdrage voorziet in de financiering van de premie van deze kinderen.

• (B) Zorgtoeslag

Ook in 2007 betaalt de Belastingdienst als tegemoetkoming de zorgtoeslag uit aan alle burgers die daar recht op hebben (€ 2,869 miljard). Met de zorgtoeslag wordt bewerkstelligd dat niemand een groter dan aanvaardbaar deel van zijn inkomen aan de premie voor de ZVW betaalt.

2. Verzekeraars en zorgaanbieders in staat stellen goed te onderhandelen over de te leveren zorg

Eerste lijn

• (P en B) Huisartsenzorg verder moderniseren

– (B) In 2007 gaan we verder met het monitoren van het nieuwe bekostigingssysteem dat per 1 januari 2006 is ingevoerd. Zoals afgesproken in het Vogelaar-akkoord, evalueren de partijen eind 2007 het nieuwe systeem en passen zij het zo nodig aan.

– (B) In 2007 richten we ons ook op de modernisering en innovatie van het Vogelaar-akkoord. Daarvoor kiezen we een programmatische aanpak die lijkt op het programma Sneller Beter, dat in de tweede lijn wordt uitgevoerd. Het programma heet De nieuwe praktijk en richt zich vooral op de modernisering van de huisartsenzorg binnen een geïntegreerde eerste lijn (€ 0,5 miljoen). Deze beweging moet vanuit de dagelijkse praktijk tot stand komen. We ondersteunen dit door de inzet van vernieuwende huisartsen als ambassadeurs, de kritische blik van buitenstaanders, het benoemen van voorbeeldprojecten en een gezamenlijk gedragen digitaal platform waar ervaringen en goede voorbeelden kunnen worden uitgewisseld.

– (P) Tot slot brengen we de bekostiging van gezondheidscentra voor een deel onder de WMB om de samenwerking in de eerste lijn te stimuleren en te faciliteren. In een periode van twee jaar worden de huidige subsidiegelden (ten laste van het Zorgverzekeringsfonds) onder WMG gebracht. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders moeten dan specifieke afspraken met elkaar kunnen maken die beter aansluiten bij de individuele behoeften en wensen van de patiënt. Gedurende het overgangstraject in 2007 en 2008 worden de reeds bestaande centra dan voor respectievelijk 90 procent en vervolgens voor 60 procent volgens de subsidiesystematiek via het Zorgverzekeringsfonds bekostigd. Per 2009 gaan we een nieuwe bekostiging ontwikkelen die voor 100% via de WMG loopt, waarin vraagsturing en onderhandelingsvrijheid van verzekeraars het uitgangspunt is.

• (P) Experiment fysiotherapie verlengen

Om de mogelijkheden van marktwerking binnen de fysiotherapie te verkennen, is in 2006 de tweede fase gestart van het experiment met vrije prijsvorming in de fysiotherapie. Aan de hand van geselecteerde «producten» wordt geëxperimenteerd met marktwerking binnen de sector en worden de gevolgen op toegankelijkheid, betaalbaarheid, doelmatigheid en kwaliteit in kaart gebracht. Het experiment is op advies van NZAio met één jaar verlengd en loopt door tot 1 januari 2008. Met dit extra jaar kunnen definitieve prestatie-indicatoren voor fysiotherapeutische zorg ontwikkeld worden. Ook verwacht NZAio betere meetresultaten, nu de markt meer tot rust is gekomen (zie TK 2005–2006, 30 300 XVI, nr. 164).

Acute zorg

• (P) Bekostigen acute zorg

Onder andere om het ziekenhuisaanbod te liberaliseren voeren we in 2007 een nieuwe vorm van bekostiging van de beschikbaarheid voor acute zorg in. Hierin nemen we ook de bekostiging van de medisch-specialistische zorg mee.

Tweede lijn

• (P) Prestatiecontract ziekenhuizen/convenant UMC’s

In 2004 hebben de NVZ, ZN en VWS een prestatiecontract en de NFU, ZN en VWS een convenant gesloten. De gemaakte afspraken hebben betrekking op de jaren 2005 t/m 2007. Kern is dat de noodzakelijke groei van het zorgvolume binnen de beschikbare macrokaders zal plaatsvinden. Tegen die achtergrond zijn betrokken partijen in 2005 geïnformeerd over het feit dat zich over het jaar 2005 een overschrijding voordeed. Dit stelde partijen in staat om hiermee rekening te houden bij het maken van nadere afspraken over de realisatie 2005 en de productie 2006. Sindsdien zijn partijen periodiek over de financiële ontwikkelingen geïnformeerd en heeft daarover regelmatig overleg met partijen plaatsgevonden.

Niettemin blijkt uit recente cijfers van de NZAio dat zich over 2005 een overschrijding heeft voorgedaan. Er vanuit gaande dat de in 2005 geconstateerde volumegroei zich zal voortzetten, leidt dit tot een structurele overschrijding van € 192 mln. in 2006, die naar verwachting in 2007 zal oplopen tot € 291 mln. Teneinde de financiële consequenties van de volumegroei weer binnen de financiële afspraken uit het prestatiecontract/convenant te brengen, moesten maatregelen worden getroffen. De uitnodiging aan partijen om daartoe zelf met voorstellen te komen heeft geen resultaat opgeleverd. Derhalve is de procedure in gang gezet om te komen tot een aanwijzing aan NZAio inhoudende een macrokorting ziekenhuizen van structureel € 192 miljoen vanaf 2007. De realisatie 2006 en de productie-afspraken 2007 zullen worden gemonitord. Indien blijkt dat de kostenontwikkeling zich zodanig voortzet dat deze leidt tot een verdere overschrijding in 2007, zullen in 2007 alsnog additionele maatregelen worden genomen om de overschrijding in dat jaar (structureel) te compenseren. Indien partijen bij het maken van de verdere budgetafspraken voor 2006 en 2007 er zelf in slagen de kostenontwikkeling weer in lijn te brengen met de financiële afspraken uit het prestatiecontract/convenant, zijn additionele maatregelen met betrekking tot 2007 niet noodzakelijk.

• (P) Dure intramurale geneesmiddelen

De budgettaire consequenties van de beleidsregel dure geneesmiddelen nemen in de periode 2005 tot en met 2007 naar verwachting toe met € 198 miljoen in 2007. De oorzaak hiervan is gelegen in de aanpassing van de beleidsregel dure geneesmiddelen. Het variabele vergoedingspercentage van maximaal 75% is vanaf 2006 gewijzigd in een voor ieder ziekenhuis gelijk vergoedingspercentage van 80% van de kosten van een geneesmiddel dat op grond van de beleidsregel voor vergoeding in aanmerking komt. Verder groeit het gebruik van bestaande dure geneesmiddelen en worden er jaarlijks op grond van de beleidsregel nieuwe middelen voor vergoeding in aanmerking genomen. Het laatste is met name in 2006 het geval. In de ramingen voor de periode 2005 tot en met 2007 is rekening gehouden met een groei van € 52 miljoen in 2006 en € 78 miljoen vanaf 2007. Dit leidt tot extra uitgaven van € 112 miljoen in 2006 en € 120 miljoen structureel vanaf 2007. De raming voor de ziekenhuizen wordt hiervoor opgehoogd zodat patiënten die deze dure geneesmiddelen nodig hebben, zoals sommige groepen kankerpatiënten, deze kunnen blijven krijgen.

• (B) Minder regels voor bekostiging en financiering van ziekenhuizen

Wij streven ernaar om er op zo kort mogelijke termijn voor te zorgen dat de bekostiging en financiering van ziekenhuizen eenvoudiger wordt. Hiertoe worden aanpassingen in de DBC-systematiek gedaan. De keuzes over de exacte uitwerking van deze vereenvoudiging worden door het volgende kabinet gemaakt.

• (B) DBC’s verder invoeren en ontwikkelen

Radiotherapeutische instellingen en de dialysecentra zijn per 1 februari 2006 gaan registreren en declareren op basis van DBC’s. Voor de overige categorale instellingen geldt een gefaseerde invoering: vanaf 1 januari 2006 registreren long-astmacentra en epilepsiecentra, per 1 april 2006 registreren audiologische instellingen. Per 1 januari 2007 gaan deze organisaties ook DBC’s declareren. Het traject voor de revalidatie-instellingen loopt vertraging op. In de huidige planning gaan zij per 1 januari 2008 declareren op basis van DBC’s (€ 8,7 miljoen).

• (B) DBC’s invoeren in de ggz en uitvoering van de ggz onder de Zvw

Per 1 januari 2006 is de gefaseerde invoering van DBC’s in de ggz gestart met de verplichte registratie van DBC’s. Volgens de huidige planning gaat de ggz op 1 januari 2008 over op DBC-declaratie. Het DBC-systeem wordt in 2007 verder verfijnd en onderhouden (zie TK 2005–2006, 29 248, nr. 26). Daarnaast wordt onder meer de declaratiestructuur verder ontwikkeld en getoetst, worden veldpartijen ondersteund (monitor, ondersteuningsteam, communicatie) en wordt het DBC-informatiesysteem (DIS) verder in gebruik genomen (€ 3,9 miljoen). Per 1 januari 2008 is dan het officiële moment dat de geneeskundige ggz in de Zvw-polis komt en DBC-declaraties naar de zorgverzekeraars worden gestuurd.

• (B) Experiment keten-DBC’s uitvoeren

In 2007 worden tien pilots uitgevoerd om een goede organisatie voor diabeteszorg vorm te geven en om te experimenteren met een nieuw proces van zorginkoop via een conceptketen-DBC diabetes. We hebben aan de NZAio gevraagd een uitvoeringstoets te doen voor het ontwikkelen van een beleidsregel om inkoop van deze ketenzorg mogelijk te maken en vragen over de uitvoering te beantwoorden. In 2009 rapporteren we over de resultaten van dit experiment.

• (P) Doorberekenen kapitaallasten

In de brief over transparante en integrale tarieven ( TK 2004–2005, 27 659, nr. 52) zijn wij uitvoerig ingegaan op de problematiek van de kapitaallasten. Aparte vergoeding van de kapitaallasten leidt tot onzuivere afwegingen en beperkt de eigen verantwoordelijkheid van het instellingsbestuur. Opname van de kapitaallasten in de prijzen en tarieven biedt zorgaanbieders vrijheid van investeringsbeleid. Zorgaanbieders gaan dan zelf beschikken over eigendom en vermogen en zullen ook de risico’s dragen die daaraan verbonden zijn. De nacalculatie op kapitaallasten vervalt. Aan de invoering van integrale tarieven werken we in 2007 verder.

• (P) Positioneren academische ziekenhuizen

Sinds het uitbrengen van de nota Positionering Academische Ziekenhuizen eind 1998 zijn besluiten genomen respectievelijk hebben zich ontwikkelingen voorgedaan die de positie van de academische ziekenhuizen raken. Het betreft onder meer de invoering van de Zorgverzekeringswet en de vorming van Universitair Medische Centra (UMC’s). De gevolgen hiervan voor de positie van de academische ziekenhuizen (nu UMC’s) leggen het ministerie van VWS en OCW gezamenlijk vast in een nieuwe positioneringsnota. In deze nota wordt onder meer ingegaan op de verhouding met algemene ziekenhuizen, de omvang en verantwoording van de academische component en het huisvestingsbudget.

• (P) Medisch specialisten

Over de hoogte van het honorarium voor medisch specialisten hebben wij in januari 2006 advies gekregen van de daartoe ingestelde Commissie«onderbouwing normatief uurtarief medisch specialisten». De commissie kwam met een verdeeld advies. Lopende 2006 volgt ons standpunt op dit advies.

Geneesmiddelen en medische technologie

• (P) Moderniseren prijs- en vergoedingssysteem

Het CVZ brengt eind 2006 een advies uit over de modernisering van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (gvs). Het CVZ doet voorstellen voor een vergoedingssysteem dat rekening houdt met de gewijzigde verzekeringswetgeving en verantwoordelijkheidsverdeling binnen de zorg. Het systeem kan, ook op de langere termijn, de kosten van het geneesmiddelengebruik beheersen. In 2007 werken we deze voorstellen uit in wet- en regelgeving, zodat we het gvs per 1 januari 2008 kunnen aanpassen.

Naast het gvs passen we in 2007 ook de uitvoering van de Wet geneesmiddelenprijzen (WGP), aan, zodat de sector na afloop van het convenant kan opereren binnen de kaders van een gemoderniseerd prijs- en vergoedingensysteem. Op basis van de WGP stellen we de maximumprijzen vast op het gemiddelde van de prijzen in België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

• (P) Invoeren modulair tarief apotheekhoudenden

In 2006 heeft de NZAio een onderzoek uitgevoerd naar de praktijkkosten en de inkoopvoordelen die apotheekhoudenden realiseren. De uitkomsten daarvan gebruiken we voor een nieuw modulair tariefssysteem voor apotheekhoudenden. Apotheekhoudenden krijgen een financiële prikkel (die met de zorgverzekeraar is afgesproken) om doelmatig in te kopen. We ronden deze nieuwe tariefsystematiek begin 2007 af, zodat het systeem in werking kan treden op 1 januari 2008.

• (P) Geneesmiddelenconvenant continueren

We continueren in 2007 de afspraak dat geneesmiddelen waarvan generieke varianten beschikbaar zijn, 40 procent lager worden geprijsd. Daarnaast voeren we in 2007 aanvullende prijsverlagingen door (€ 78 miljoen) om de bestaande inkoopvoordelen van apotheekhoudenden verder structureel af te romen. Hierdoor worden inkoopvoordelen omgezet in structurele prijsverlagingen. Met het convenant is in 2007 een te besparen bedrag van € 971 miljoen gemoeid.

• (B) Subsidiëren van de Stichting DGV (Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik)

Doel van deze subsidie is verantwoord en daarmee doelmatig medicijngebruik te bewerkstellingen. De Stichting DGV richt zich op de keten van voorschrijver, afleveraar en gebruiker van medicijnen (€ 2,1 miljoen). We zetten de subsidierelatie met de Stichting DGV voort. Evaluatie over de periode van 2001 tot 2005 wijst uit dat DGV met haar implementatieactiviteiten een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het bevorderen van verantwoord en doelmatig geneesmiddelengebruik. Voor 2007 liggen de activiteiten van DGV meer op de prescriptieterugkoppeling van huisartsen, waardoor zij inzicht krijgen in het eigen voorschrijfgedrag.

• (B) Opdracht verlenen aan de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) en (P) Genees- en hulpmiddelen Informatie Project (GIP)

Om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van het gebruik van geneesmiddelen, vergaren deze instellingen gegevens over het landelijke en regionale geneesmiddelengebruik. Dit is essentieel om de betaalbaarheid van de zorg te monitoren en waar nodig beleidsmaatregelen te nemen.

• (P) Dure geneesmiddelen/weesgeneesmiddelen in ziekenhuizen monitoren

In 2006 zijn nieuwe CTG-beleidsregels voor de financiering van dure geneesmiddelen en weesgeneesmiddelen in ziekenhuizen van kracht geworden. Om de kosten van deze dure middelen in beeld te krijgen, zet de SFK in samenwerking met de ziekenhuizen een monitor op. Via aansluiting bij het onderzoeksprogramma van ZonMw wordt er doelmatigheidsonderzoek naar deze middelen verricht.

• (B) Handhaven reclamebesluit evalueren

In 2007 ronden we de evaluatie van de zelfregulering op het gebied van het Reclamebesluit Geneesmiddelen en de beleidsregels over de periode van 2003 tot 2007 af. Deze evaluatie behelst de effectiviteit van het handhavingsbeleid. Na de evaluatie blijkt of en welke aanscherping van beleid en toezicht nodig is, of dat een andere rolverdeling wenselijk is.

3. Realiseren van een gelijk speelveld voor zorgverzekeraars

• (B) Risicovereveningssysteem evalueren

We evalueren het risicovereveningssysteem om te waarborgen dat de doelstellingen van het systeem worden behaald. Die doelstellingen zijn: geen risicoselectie door verzekeraars en een gelijk speelveld voor zorgverzekeraars. Daarnaast monitoren we de financiële positie van zorgverzekeraars en de ontwikkeling van de premie die gericht is op een goed werkend risicovereveningssysteem.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 2010 2011
Instellingssubsidies (totaal) 6 718 6 7186 718 6 718 6 718
Onder andere     
Stichting DBC Onderhoud 4 500 4 5004 500 4 500 4 500
      
Projectsubsidies (totaal) 4 2866 190 6 000 6 000 6 000
Onder andere      
Doelmatig voorschrijven (diversen)750 188    
Stichting DGV 2 214 2 2142 214 2 214 2 214
      
Opdrachten (totaal)780 780 780 780 780
      
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken 8 530 8 530 8 5308 530 8 530
Jaarlijkse VWS-bijdrage C2000 (via BZK)8 530 8 530 8 530 8 530 8 530
      
Specifieke uitkeringen (totaal) 4 668 5005 472 200 5 652 800 5 979 700 6 263 300
Onder andere      
Rijksbijdrage 18-1 857 500 2 014 200 2 068 800 2 151 7002 226 300
Zorgtoeslag 2 811 0003 458 000 3 584 000 3 828 000 4 037 000
      
Bijdragen aan baten-lastendiensten (totaal) 1 0001 000 1 000 1 000 1 000
fin. Landelijke Meldkamer Ambulance Zorg (LMAZ) (via KLPD) 1 0001 000 1 000 1 000 1 000
      
Bijdragen aan zbo’s (totaal) 1 000 1 000 1 000  
Bijdrage CVZ inningskosten buitenlandverzekerden1 000 1 000 1 000   
      
Nader te bepalen (totaal) 14 579 10 169 9 622 9 1869 536
      
Totaal 4 705 393 5 506 5875 686 450 6 011 914 6 295 864

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

42.4 Overzicht beleidsonderzoeken

 Onderzoek onderwerpNummer AD of OD Start Afgerond
BeleidsdoorlichtingEvaluatie reclamerichtlijn geneesmiddelen 42.3.42006 2007
 Evaluatie Wet inzake de bloedvoorziening 42.3.2 2007 2007
     
Effectenonderzoek ex post Prestaties subsidie-ontvangende organisaties 42.3.2 2005 
 Monitoring gebruik portalwebsite  2004 
 Jaarlijkse toets op naleving RJZ  2005 
 No-claimteruggaveregeling  2006 
 Risicovereveningssysteem 42.3. 4 2007 
 Monitor zorgverzekeringsmarkt  jaarlijks 
 Doelmatig geneesmiddelengebruik 42.3.42006 2008
 Monitor fysiotherapie 42.3.32006 2007
 Huisartsen; monitor Vogelaar-akkoord 42.3.3  2007
     
Overig evaluatieonderzoek – Zorgverzekeringswet (Zvw) 2006 42.3.4 2006 2011
 – Wet op de Zorgtoeslag 42.3.4 2006 2011
 – Coördinatiegroep Orgaandonatie 42.3.32007 2007
 – Prestatie-indicatoren fysiotherapie 42.3.3 reeds gestart 2007