Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 43 Langdurende zorg

43.1 Algemene beleidsdoelstelling

Een goede en betaalbare zorg voor mensen met een langdurende of chronische beperking van lichamelijke, verstandelijke of psychische aard.

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2007

• Stroomlijnen en verhelderen van de indicatiestelling (43.3.1)

• Implementatie van zorgzwaartebekostiging (43.3.3)

• AWBZ-brede ontwikkeling van normen voor verantwoorde zorg (43.3.3)

• Impuls voor de doelmatigheid van de verpleeghuiszorg (43.3.3)

• Uitwerken van bouwstenen Toekomst AWBZ (43.3.4)

• Start kennisinstituut LZ (43.3.4)

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

Wij zijn ervoor verantwoordelijk de randvoorwaarden te creëren om mensen met een langdurige of chronische beperking gebruik te kunnen laten maken van betaalbare, toegankelijke en kwalitatief goede langdurende zorg. Die randvoorwaarden zijn:

• het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voert een onafhankelijke indicatiestelling uit die voor cliënten helder en begrijpelijk is;

• de Nederlandse Zorgautoriteit (NZAio) is belast met markttoezicht, marktontwikkeling en tarief- en prestatieregulering op het terrein van de gezondheidszorg. Daarnaast belast met toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de AWBZ;

• de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) handhaaft normen voor verantwoorde zorg;

• het College voor zorgverzekeringen (CVZ) en de NZAio handhaven een doelmatige inrichting van het systeem van prikkels en verantwoordelijkheden.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007
1. % instellingen dat volgens de klantoordelen een voldoende scoort.   
a. V&V-instellingen 75% 2005
Bron: Stichting Cliënt & Kwaliteit, «Alles naar wens 2004»   
b. Thuiszorginstellingen100% 2005
Bron: Benchmarkonderzoek thuiszorg2004   
AWBZ-uitgaven€ 22,1 miljard2005€ 22,5 miljard
Bron: VWS€ 22,8 miljard2006 

Toelichting

Onderzoek naar ervaringen van cliënten wordt in de komende jaren door een organisatie voor metingen van klantervaringen in de zorg gedaan. Dit instituut gaat in 2007 de eerste metingen doen met een standaardmethode, de zogenoemde CQ-index. Doel van het onderzoek is de kwaliteit van zorg vanuit het perspectief van cliënten in kaart te brengen. De informatie in bovenstaande tabel is gebaseerd op de nu beschikbare informatie. De klantervaringen wijzen volgens de Stichting Cliënt & Kwaliteit op een onvoldoende bij 25 procent van de verzorgingshuizen. Dat is een gemiddelde score van minder dan 2,5 op een schaal van nul tot vier. Ook 25 procent van de verpleeghuizen scoort een onvoldoende. Uit het benchmarkonderzoek Thuiszorg 2004 blijkt dat alle ondervraagde cliënten de thuiszorg een voldoende geven.

43.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2005 2006 2007 2008 20092010 2011
Verplichtingen 5 528 0175 164 451 4 825 370 4 892 256 4 966 3975 043 622 5 123 558
        
Uitgaven5 564 657 5 186 617 4 826 470 4 892 9684 966 923 5 044 823 5 124 023
        
Programma-uitgaven 5 561 190 5 181 7104 821 789 4 888 239 4 962 194 5 040 0945 119 294
Tijdige en goede indicatie 177 985175 475 135 524 135 440 135 700 135 700135 700
Waarvan juridisch verplicht in procenten  97 97 97 97 97
Toegang vergelijkbare informatie zorgaanbod 47 397 62 051 51 03845 612 45 077 45 077 45 077
Waarvan juridisch verplicht in procenten   86 79 76 7676
Keuze kwalitatief voldoende zorgaanbod 14 33332 385 20 978 17 755 15 405 15 405 15 405
Waarvan juridisch verplicht in procenten   8864 62 67 67
Keuze voldoende en gevarieerd zorgaanbod 3 127 76 989 4 948 5 231 5 3115 311 5 311
Waarvan juridisch verplicht in procenten   97 94 92 92 92
LZ is collectief en voor client betaalbaar 5 318 348 4 834 8104 609 301 4 684 201 4 760 701 4 838 6014 917 801
Waarvan juridisch verplicht in procenten  100 100 100 100 100
        
Apparaatsuitgaven 3 467 4 907 4 6814 729 4 729 4 729 4 729
        
Ontvangsten 4 399 578 144 0 0 00

Alle instellingssubsidies, de exploitatiesubsidie aan het fonds PGO, de Rijksbijdrage AWBZ en de Tegemoetkoming buitengewone uitgaven zijn als meerjarig verplicht opgenomen.

Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)

2006 2007 2008 20092010 2011
Geestelijke gezondheidszorg3 664,9 3 587,6 3 614,4 3 631,3 3 645,13 645,1
TBS-en 149,0     
Vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten83,9 86,7 86,8 86,8 86,8 86,8
Gehandicaptenzorg 4 811,2 4 858,8 4 899,64 938,7 4 924,0 4 924,0
Verpleging & Verzorging 11 649,4 10 619,0 10 725,410 728,7 10 678,9 10 647,9
Persoonsgebonden budgetten 1 005,5 893,2893,2 893,2 893,2 893,2
Subsidies langdurende zorg 197,8 87,9 87,4 87,4 87,4 87,4
Beheerskosten/diversen AWBZ 228,0 219,4218,8 219,1 220,8 220,9
Groeiruimte langdurende zorg 505,7 1 210,5 1 266,31 267,6 1 271,0 1 271,1
Totaal22 295,3 21 563,1 21 791,9 21 852,8 21 807,221 776,4
Procentuele mutatie  – 3,3 1,10,3 – 0,2 – 0,1

In de tabel hierboven zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van langdurende zorg. In deze beschikbare middelen zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming rond de 1 suppletore wet 2006 en de miljoenennota 2007 verwerkt. Voor 2006 is de loon- en prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2007 en latere jaren de loon- en prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd.


De premie-uitgaven AWBZ voor verpleging en verzorging dalen verder door introductie van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Het budget voor de huishoudelijke verzorging gaat per 2007 naar de gemeenten. De daling van de premie-uitgaven voor het Persoonsgebonden budget (PGB) is eveneens een gevolg van de overgang van de huishoudelijke verzorging naar de gemeenten.

43.3 Operationele doelstellingen

Er zijn vijf operationele doelstellingen voor langdurende zorg:

1. de cliënt met een zorgbehoefte wordt tijdig en goed geïndiceerd;

2. de cliënt heeft toegang tot vergelijkbare informatie over het zorgaanbod;

3. de cliënt kan uit een kwalitatief voldoende zorgaanbod kiezen;

4. de cliënt kan uit voldoende en gevarieerd zorgaanbod kiezen;

5. langdurende zorg is collectief en voor de cliënt betaalbaar.

43.3.1 De cliënt met een zorgbehoefte wordt tijdig en goed geïndiceerd

Motivering

Motivering

De indicatiestelling zorgt ervoor dat burgers met een langdurige zorgbehoefte hun recht op zorg kunnen effectueren. De regels van de toetsing zijn uniform, zodat gelijke gevallen leiden tot gelijke uitkomsten. Tegelijkertijd zijn de regels ook flexibel genoeg om verschillen in zorgbehoefte van maatwerk te kunnen voorzien.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde Lange termijn
Indicatieaanvragen dat is afgedaan binnen de wettelijke termijn (doorlooptijd 0–6 weken) 86% 2005 > 90% > 95% (2010)
Bron: Jaarverslag 2005 (CIZ), april 2006*    

Toelichting

*. Gegevens van eerdere jaren zijn niet voorhanden. Het CIZ bestaat sinds 1 januari 2005.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

• (B) Subsidie verlenen aan het CIZ

De subsidie is bedoeld om ervoor te zorgen dat cliënten met een zorgbehoefte tijdig en goed worden geïndiceerd. Na goedkeuring van het werkplan om cliënten te indiceren, stellen wij de benodigde subsidie beschikbaar ( Modernisering AWBZ; Brief Stand van zaken werkzaamheden CIZ en toekenning ZBO-status CIZ, TK 2005–2006 26 631, nr. 179).

• (B) Ontwikkelen van standaarden bij de indicatiestelling van de AWBZ-zorg

Voor de invulling van de begrippen doelmatigheid en redelijkheid ontwikkelt en heeft het CIZ protocollen ontwikkeld ( www.ciz.nl).

• (B) Opstellen van beleidsregels op basis van de CIZ-protocollen over de werkwijze van indicatieorganen, zoals bedoeld in artikel 11 van het Zorgindicatiebesluit ( Modernisering AWBZ; brief over Beleidsregels CIZ, TK 2005–2006, 26 631, nr. 178)

• (B) Bijdragen aan de indicatiestelling voor de regeling Tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG)

Deze bijdrage is bedoeld om ouders met een thuiswonend gehandicapt kind extra financiële steun te geven. Het budget voor de uitvoeringskosten en de uitkeringsgelden wordt verantwoord op de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Kengetallen
 2005
Percentage aanvragen waartegen bezwaar of beroep is aangetekend 0,48%
Aantal ingediende indicatieaanvragen949 702
Werkvoorraad aanvragen (ultimo december 2005)44 511
Bron: Jaarverslag 2005 (CIZ), april 2006. Gegevens van eerdere jaren zijn niet voorhanden. Het CIZ bestaat sinds 1 januari 2005. 

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 2010 2011
Instellingssubsidies (totaal) 130 547 130 547130 547 130 547 130 547
Centrum Indicatiestelling Zorg 128 200 128 200128 200 128 200 128 200
      
Projectsubsidies (totaal) 94 19   
      
Opdrachten (totaal) 4 8834 874 5 153 5 153 5 153
      
Totaal135 524 135 440 135 700 135 700135 700

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

43.3.2 De cliënt heeft toegang tot vergelijkbare informatie over het zorgaanbod

Motivering

Motivering

Door informatie over zorgaanbieders toegankelijk en vergelijkbaar te maken, kan de cliënt bewust kiezen tussen de zorgaanbieders. Hierdoor worden aanbieders gestimuleerd te concurreren op kwaliteit en prijs.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde Lange termijn
1. Percentage van beschikbare overzichtsinformatie over de zorginstellingen. 80% V&V 2007 > 80% van alle AWBZ-instellingen > 99% van alle AWBZ-instellingen (2010)
Bron: RIVM www.kiesbeter.nl    
2. Percentage van beschikbare informatie over kwaliteit vanuit perspectief van cliënten   > 50% V&V > 99% van alle AWBZ-instellingen (2010)
Bron: CQ-index   

Toelichting

1. De website www.kiesbeter.nlgeeft informatie over de instellingen volgens een uniform kader op het gebied van geboden zorg, huisvesting en dienstverlening. Medio 2006 bevat de site informatie over meer dan vijftienhonderd verpleeg- en verzorgingshuizen en de kwaliteitskaarten van tweehonderd verpleeg- en verzorgingshuizen. De informatie wordt in 2007 aanzienlijk uitgebreid.

2. Op basis van de CQ-index komen vanaf 2007 kwaliteitsgegevens op www.kiesbeter.nlbeschikbaar.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Toegankelijke informatievoorziening

• (B) Onderhouden en onder de aandacht brengen van www.kiesbeter.nl

Doel is burgers meer inzicht te geven in de keuzemogelijkheden tussen zorgaanbieders en ziektekosten, verzekeraars (of verzekeringen). Dat willen we bereiken door overzichtsinformatie en vergelijkende informatie te geven over geboden zorg, huisvesting en dienstverlening. Daarnaast willen we burgers informeren over hun rechten en plichten.

• (B) Aansturen van en toezicht houden op het Fonds Patiënten-, Gehandicaptenorganisaties en Ouderenbonden (PGO)

We willen patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties meer functie- en prestatiegericht financieren. Hiertoe hebben we een nieuwe subsidieregeling gepubliceerd. In 2007 besluiten we over de status en positie van het fonds. Zie Fonds PGO: TK 2005–2006, 29 214, nr. 14.

• (B) Uitbrengen van een «zorgbalans»

Vanaf 2006 wordt elke twee jaar een «zorgbalans» opgeleverd. Het doel hiervan is de ontwikkeling te volgen van de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het Nederlandse zorgstelsel. Zorgbalans: herziening zorgstelsel: TK 2005–2006, 28 852 en 29 689, nr. 8.

2. Vergelijkbaarheid zorgaanbieders

• (B) Oprichten van de organisatie voor metingen van klantenervaringen in de zorg

Doel is zorgaanbieders te kunnen vergelijken en de administratieve lasten te verminderen. Dit instituut gaat via een standaardmethode, de CQ-index, klantervaringen meten en naar landelijk niveau aggregeren. Op deze manier kunnen we oordelen van klanten over de kwaliteit vergelijken. De resultaten worden via kwaliteitskaarten op www.kiesbeter.nl beschikbaar gesteld. Zie ook Kies beter: patiënten- en consumentenbeleid; TK 2003–2004, 29 515, nr. 60.

• (B) Via een rapportage geeft de IGZ inzicht in de stand van zaken bij de uitoefening van cliëntenrechten in de sectoren ouderenzorg en gehandicaptenzorg (De staat van de volksgezondheid en de gezondheidszorg 2006, IGZ)

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 20082009 2010 2011
Instellingssubsidies (totaal)32 383 31 983 31 983 31 968 31 954
Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg3 661 3 661 3 661 3 646 3 632
Verstrekken van subsidies via Fonds PGO 28 622 28 222 28 22228 222 28 222
      
Projectsubsidies(totaal) 5 062 1 277 1 285 1 285 1 285
Verstrekken van subsidie via Fonds PGO 3 500    
Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in Zorgsector 750     
      
Opdrachten (totaal)10 252 9 011 8 468 8 483 8 497
Zorgbalans 900 900   
www.kiesbeter.nl3 000     
      
Bijdragen aan baten-lastendiensten (totaal) 1 500 1 500 1 500 1 500 1 500
      
Bijdragen aan zbo’s (totaal) 1 841 1 8411 841 1 841 1 841
Fonds PGO (exploitatiesubsidie) 1 841 1 841 1 841 1 8411 841
      
Totaal 51 038 45 612 45 07745 077 45 077

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

43.3.3 De cliënt kan uit een kwalitatief voldoende zorgaanbod kiezen

Motivering

Motivering

Door cliënten keuzevrijheid te geven en het aanbod vergelijkbaar te maken, stimuleren we zorgaanbieders om zich te profileren en om te concurreren op prijs, kwaliteit en toegankelijkheid.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde Lange termijn
1. Percentage instellingen dat op basis van het inspectieformulier een 2e- fase bezoek krijgt.i.o. i.o. i.o. i.o.
Bron : IGZ     

Toelichting

De IGZ werkt met gefaseerd en gelaagd toezicht. Met de gegevens op het inspectieformulier kunnen we de risico’s in de instelling inschatten op basis van een analyse die door de instelling gemaakt is. Het volbrengen van een «tweedefasebezoek» zegt niet dat er per definitie sprake is van slechte kwaliteit van zorg in de instelling; met het bezoek wil de IGZ dat juist toetsen. We voorzien deze indicator over 2006 en verder van een resultaat3. Overigens blijkt uit het rapport Kwaliteitsverbetering door actief gebruik indicatoren (IGZ, april 2006), dat bij bijna alle geregistreerde IGZ-uitkomstindicatoren sprake is van verbetering (waaronder verbetering van het percentage decubitus). In 2005 is beter gescoord dan in 2004.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. De kwaliteit van de langdurende zorg is getoetst aan normen voor verantwoorde zorg

• (B) Invoeren van indicatoren voor verantwoorde zorg in de langdurende zorg in de toetsingsinstrumenten van de IGZ en de tevredenheidsmeting onder cliënten

• (B) Opstellen van indicatoren voor verantwoorde zorg

Deze indicatoren geven een beeld van de kwaliteit van zorg in alle AWBZ-sectoren (IGZ).

• (B) Uitvoeren van het programma Zorg voor Beter

Doel van dit programma is de kwaliteit van langdurende zorg te verbeteren. Dit programma omvat het Landelijke Dementie Programma, met activiteiten die gericht zijn op innovatie van de zorg en verbetertrajecten voor het implementeren van verantwoorde zorg bij instellingen. De verbetertrajecten gaan onder meer over het bestrijden van decubitus, zorgen voor veilige medicijnen, verantwoord eten en drinken en zeggenschap van cliënten. In 2007 zijn de resultaten van de eerste verbetertrajecten die gericht zijn op decubitusbestrijding zichtbaar. Ook staat 2007 in het teken van de (verdere) ontwikkeling van instrumenten ter ondersteuning van de implementatie. Bovendien worden de normen voor verantwoorde zorg daadwerkelijk geïmplementeerd (het Deltaplan verpleging en verzorging) en wordt het programma Zorg voor Beter verbreed naar de langdurende geestelijke gezondheidszorg en extra activiteiten in de gehandicaptenzorg. Zie www.zorgvoorbeter.nlen Evaluatie Kwaliteitswet zorginstellingen, TK 2005–2006, 28 439, nr. 13.

• (B) Vullen van www.kiesbeter.nl

Op de website komt onder andere kwaliteitsinformatie van de IGZ en informatie over de kwaliteit van zorg vanuit het perspectief van zorgconsumenten.

• (B) Verder implementeren van een zorgbrede governancecode

Doel is de professionalisering van bestuurders en toezichthouders in de zorg te bevorderen en de raad van toezicht een handhavende rol te geven bij het leveren van de gewenste zorgprestaties. Zie ook Governance, «Verdiend vertrouwen», TK 2005–2006, 29 689, nr. 68.

2. Bekostigingsinstrumenten

• (B) Invoeren van een nieuw systeem van intramurale bekostiging

Doel is een instelling financieel in staat te stellen een zorgaanbod te leveren dat goed aansluit bij de zorgzwaarte (hoeveelheid zorg die nodig is voor een cliënt) en de daarbij behorende vraag naar zorg. Waar dat redelijkerwijs mogelijk is, kunnen mensen het geïndiceerde zorgzwaartepakket ook thuis ontvangen. In 2007 wordt dit systeem ingevoerd. Dat betekent dat in 2007 de indicatiestelling is afgestemd op zorgzwaartepakketten, en dat zorgkantoren en zorgaanbieders afspraken maken over de omvang en de kwaliteit van de te leveren zorg in termen van zorgzwaartepakketten. In dit overgangsjaar zijn de financiële effecten van de invoering voor zorgaanbieders nihil. Zie Modernisering AWBZ; Brief over zorgzwaartebekostiging in de AWBZ, TK 2005–2006, 26 631 nr. 176.

• (P) Impuls geven aan de doelmatigheid van de verpleeghuiszorg

Om een verdere impuls te geven aan de doelmatigheid van de zorg in de verpleeghuizen, krijgt de sector gedurende vijf jaar een financiële impuls. Daarmee kunnen tijdens de doelmatigheidsslag extra handen aan het bed gerealiseerd worden.

• (B) De Centra voor consultatie en expertise zijn een flexibele organisatie die verschillende medische specialismen en andere disciplines (bv ortopedagogie) voor de meest complexe cliënten inzet. De Centra ondersteunen in situaties van handelingsverlegenheid en vastgelopen behandelsituaties.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 2010 2011
Instellingssubsidies (totaal) 14 458 14 45914 459 14 459 14 459
Onder andere     
Centra voor consultatie en expertise13 100 13 100 13 100 13 100 13 100
St. Wetenschappelijk Onderzoek Revalidatievraagstukken 890 890890 890 890
      
Projectsubsidies(totaal) 6 505 3 296 946 946 946
Zorgzwaartebekostiging 2 500 750    
Zorg voor Beter 2 500 1 280 40   
      
Opdrachten (totaal) 15 0 0 0 0
      
Totaal20 978 17 755 15 405 15 40515 405

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

43.3.4 De cliënt kan uit voldoende en een gevarieerd zorgaanbod kiezen

Motivering

Motivering

Cliënten hebben de keuze uit verschillende zorgaanbieders. Ook kunnen ze kiezen tussen zorg in natura en het persoonsgebonden budget (pgb), waarmee ze zelf zorg kunnen inkopen. Hierdoor worden zorgaanbieders gestimuleerd zich te profileren en te concurreren op kwaliteit en prijs.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Aantal urgent wachtenden Circa 4 000 2005 < 2 000 Minimaal (2010)
Bron: CVZ     

Toelichting

De CVZ-rapportage Wachtlijsten in de verpleging en verzorging en gehandicaptenzorg: ontwikkelingen in 2005 en achtergronden verstaat onder een «urgent wachtende»: een persoon die in de AWBZ-brede zorgregistratie (AZR) als wachtend staat geregistreerd, die zich bij het zorgkantoor heeft gemeld voor actieve zorgbemiddeling en voor wie op dit moment geen passende zorg beschikbaar is. Volgens deze rapportage schatten zorgkantoren het aantal urgent wachtenden op 1 januari 2006 op circa vierduizend personen (totaal voor verpleging en verzorging en de gehandicaptensector). Komend jaar vragen we zorgkantoren eenzelfde inschatting te maken. Daarnaast komen medio 2007 wachttijdgegevens voor 2006 via de AZR beschikbaar. In de Begroting 2008 nemen we op basis van deze wachttijdgegevens een prestatie-indicator op.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Voldoende en gevarieerd aanbod van zorg

• (B) Subsidie verstrekken aan het Landelijk Steunpunt Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg (VPTZ)

De activiteiten van het steunpunt dragen ertoe bij dat de betrokken vrijwilligers hun werkzaamheden op een verantwoorde en deskundige wijze kunnen verrichten.

• (B) Eén Kenniscentrum Langdurende Zorg inrichten

Doel is de kennisinfrastructuur voor de langdurende zorg in te richten. Het kenniscentrum wordt onderdeel van het Kennisinstituut Langdurende Zorg (voorheen NIZW Zorg, KBOH, iRv en KITTZ), dat kennis rond vraagstukken over langdurende zorg verzamelt, verrijkt, valideert en verspreidt.

• (B) Monitor Extramurale AWBZ-zorg

In juni 2006 is een Monitor Extramurale AWBZ-zorg uitgebracht (zie www.ctg-zaio.nl). De NZaio blijft over de werking van de AWBZ-markt rapporteren.

• (B) AWBZ-brede zorgregistratie (AZR) verder ontwikkelen

Doel is vraag en aanbod te monitoren. De AZR is een uniforme systematiek waarmee indicatieorganen, zorgkantoren en zorgaanbieders elektronisch informatie kunnen uitwisselen. In 2007 zullen wij de AZR verder ontwikkelen en geschikt maken om financiële processen te ondersteunen, zoals de zorgzwaartebekostiging, de verantwoording van de productie (geleverde zorg) en de heffing van de eigen bijdrage ( zie ook Modernisering AWBZ, TK 2005–2006, 26 631, nr. 181).

• (P) Financieren van zorginfrastructuur

Doel is zelfstandig wonen te bevorderen, ook voor mensen die veel zorg nodig hebben. In 2006 is de beleidsregel zorginfrastructuur ingegaan. Deze regeling vergoedt kosten van zorgsteunpunten en technologische voorzieningen voor het leveren van 24 uurszorg (Domotica). De NZAio registreert het gebruik dat van de regeling wordt gemaakt. Na twee jaar evalueren we de werking van de beleidsregel.

• (P) Uitbreiden aanbod Jeugd ggz

Om de wachtlijsten in de Jeugd ggz weg te werken stellen wij de komende jaren extra geld ter beschikking. Met GGZ Nederland en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is afgesproken dat met ingang van 2008 alle kinderen binnen de door de sector gestelde Treeknormen de zorg krijgen die noodzakelijk is. Het kabinet stelt voor 2006 € 31 miljoen ter beschikking en voor 2007 € 48 miljoen. Voor 2008 en verdere jaren is € 34 miljoen beschikbaar. De zorgaanbieders in de Jeugd ggz hebben in het plan van aanpak van GGZ Nederland en ZN creatieve voorstellen gedaan om deze middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. Binnen de Jeugd ggz zijn de laatste jaren veel nieuwe, evidence based methodieken beschikbaar gekomen die het mogelijk maken om psychische stoornissen bij jeugdigen sneller en effectiever te behandelen. Doelstelling van het plan van aanpak is om deze technieken breed toe te passen bij zo veel mogelijk instellingen, in nauwe samenwerking met andere partners in de zorgketen.

• (B) Overhevelen middelen forensische psychiatrie en TBS naar begroting ministerie van Justitie

De minister van Justitie krijgt een budget op zijn begroting om hem beter in staat te stellen strafrechtelijke vonnissen uit te voeren waarbij psychiatrische zorg is opgelegd. Vanaf 1 januari 2007 financieren we zorg in strafrechtelijk kader niet meer via de AWBZ of ZVW € 213,8 miljoen).

• (B) Verhogen arbeidsproductiviteit

Om er voor te zorgen dat er nu en in de toekomst voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is voor de zorgsector is verhoging van de arbeidsproductiviteit noodzakelijk. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de instellingen. Het beleid is er op gericht de noodzaak tot het verhogen van de arbeidsproductiviteit blijvend onder de aandacht te brengen en voor deze verhoging randvoorwaarden te creëren. Door middel van het verspreiden van goede voorbeelden via «Zorg voor Beter» worden instellingen gemotiveerd om andere werkwijzen en slimme oplossingen te ontwikkelen en in te voeren. Door onderzoek te doen naar ICT toepassingen in de zorg en naar verschillende vormen van technologische innovaties kan worden bezien of dergelijke toepassingen een personeelsbesparend effect hebben. Ook is het van belang dat innovatief en ondernemend gedrag wordt gestimuleerd door ervoor te zorgen dat innoveren in de zorg lonender wordt voor instellingen. Tevens wordt er gekeken naar verschillende zorg- en organisatieconcepten bij zorginstellingen en het effect hiervan op de personele inzet.

• (B) Monitoring arbeidsmarkt zorg

Vanuit de verantwoordelijkheid van VWS voor kwaliteit en toegankelijkheid moet VWS alert blijven op zowel korte als lange termijnontwikkelingen op de arbeidsmarkt. VWS heeft hiervoor behoefte aan regelmatig geactualiseerde cijfers over de arbeidsmarkt in zorg en welzijn. Hieraan wordt tegemoet gekomen door het meerjarige OnderzoeksprogrammaArbeidsmarkt Zorg en Welzijn.

• (P) Activiteiten (bouwstenen) ontplooien/uitwerken in vervolg op het kabinetsstandpunt op het rapport Toekomst AWBZ van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) en een advies van de Raad voor de Volksgezondheid

– We willen hiermee mogelijke keuzes over de zorg van de AWBZ onderbouwen. De huidige (risicoloze) organisatie van de AWBZ is volgens deze adviezen vanuit het oogpunt van doelmatigheid niet de beste. Daarom werken wij «bouwstenen» uit over wat de consequenties zijn als de taken van zorgkantoren na 2009 bij individuele zorgverzekeraars worden ondergebracht.

– We willen meer inzicht krijgen in wat de mogelijke voordelen voor de burger zijn als AWBZ-aanspraken worden overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de Wet maatschappelijk ondersteuning (WMO). Dit doen we onder andere door onderzoek naar de samenhang tussen cure, care en ondersteuning, naar de mogelijkheden voor de ontwikkeling van een risicovereveningssysteem en naar de gevolgen voor de koopkracht.

– We willen vanuit het perspectief van de burger nagaan of één voordeur voor een brede, innovatieve en krachtige eerste lijn en één taal voor kwaliteit in de keten van zorg en ondersteuning kunnen bijdragen aan een doelmatiger inzet van middelen.

– We willen inzicht krijgen in de mogelijkheden van een systeem dat cliëntgebonden financiering volledig tot uitgangspunt heeft. Ook willen we weten wat de mogelijkheden zijn voor het breed doorvoeren van «scheiden van wonen en zorg», zodat wonen voor mensen die zorg nodig hebben als regel niet langer vergoed wordt uit de AWBZ. Zie ook Toekomst AWBZ, Kabinetsvisie Langdurende zorg, TK 2005–2006, 30 597, nr. 1 en Voortgang scheiden wonen en zorg, TK 2005–2006, 27 659, nr. 78.

2. Een sterke rechtspositie van de cliënt

• (P) Het bieden van een persoonsgebonden budget (pgb)

Met een pgb kunnen cliënten zelf AWBZ-zorg inkopen en hun eigen leven beter inrichten. Zij organiseren hun eigen zorg of de zorg voor hun kind. Zij bepalen wie hen komt helpen en wanneer. Zij betalen immers zelf de hulpverlener van het pgb dat het zorgkantoor heeft verstrekt. De hulpverlener kan een familielid, een buur of een particuliere instelling zijn, maar ook een AWBZ-zorginstelling. Alleen voor de AWBZ-functies behandeling en langdurig verblijf is geen pgb mogelijk.

• (B) Voorstudie uitvoeren naar de integratie van bestaande consumentenwetgeving

Zorgconsumenten ervaren belemmeringen bij het maken van keuzes in de daadwerkelijke zorgverlening en bij het zonodig halen van hun recht. Bestaande wettelijke regels zijn verspreid over een groot aantal wetten. Tevens zijn de rechten van zorgconsumenten vaak ingewikkeld geformuleerd. Ook zijn rechten onvoldoende bekend bij zorgconsumenten en zorgverleners.

Het gaat hierbij om de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ) en de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (WKCZ). Zie TK 2005–2006, 30 300 XVI, nr. 154.

• (B) Verbeteren van de rechtspositie van mensen met dementie en mensen met een verstandelijke handicap

Dit gebeurt door de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) te wijzigen.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 20102011
Instellingssubsidies (totaal) 1 786 1 7861 786 1 786 1 786
Landelijk Steunpunt VPTZ663 663 663 663 663
      
Projectsubsidies (totaal) 2 2121 489 1 398 1 398 1 398
      
Opdrachten (totaal) 950 1 956 2 1272 127 3 127
      
Totaal 4 948 5 2315 311 5 311 5 311

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

43.3.5 Langdurende zorg is collectief en voor de cliënt betaalbaar

Motivering

Motivering

De zorgkantoren zijn verantwoordelijk voor de doelmatige inkoop van de zorg. Dat wil zeggen dat ze onderhandelen over prijs, volume en kwaliteit. Als het beslag op de collectieve lasten past binnen de daarvoor gestelde kaders en de zorg voor de cliënt betaalbaar is, spreken we van een betaalbaar stelsel.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007  
Gemiddelde AWBZ-premie per hoofd van de bevolking € 980 2005 € 831 
Bron: VWS € 8852006  

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Een beheerste kostenontwikkeling binnen de langdurende zorg

• (P) Uitvoeren van het Convenant AWBZ 2005–2007

Doel is de groei van de AWBZ-uitgaven te beheersen. In het convenant is met de brancheorganisaties afgesproken om vanuit de eigen verantwoordelijkheid toe te werken naar een stabiel en betaalbaar verzekeringssysteem dat recht doet aan zijn bedoeling: het verzekeren van zware chronische en continue zorg. De voornaamste afspraak is dat de AWBZ-uitgaven binnen de gestelde financiële kaders kunnen blijven groeien. Zie Convenant AWBZ 2005–2007, Staatscourant 28 januari 2005, nr. 20, p. 17.

• (P) Investeringen doen om de arbeidsproductiviteit in de zorg te verhogen

Dat willen we bereiken door onderzoek, agenderen, aanmoedigen en stimuleren van arbeidsbesparende investeringen.

• (B) Toezicht houden op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de AWBZ

De NZAio houdt toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de AWBZ. De NZAio meet hiertoe het presteren van zorgkantoren op de resultaatsgebieden zorg, kostenbeheersing, bedrijfsvoering en administratie, en kwaliteit van verantwoordingsinformatie. De set met prestatie-indicatoren die daarvoor wordt gebruikt, wordt verder vervolmaakt. De NZAio rapporteert uiterlijk in november 2007 over de uitvoering van de AWBZ in 2006. Over de uitvoering van de AWBZ in 2007 rapporteert de NZAio uiterlijk november 2008.

• (P)Verwerken van kapitaallasten

Verwerken van normatieve en benchmarkelementen in de bekostigingsbeleidsregels en integratie van normatieve kapitaalslastencomponenten in de tarieven van de zorgzwaartepakketten (NZAio)

Aparte vergoeding van kapitaallasten leidt tot onzuivere afwegingen en beperkt de eigen verantwoordelijkheid van zorgaanbieders. Door integrale prestatiebekostiging in te voeren, inclusief kapitaallasten, stellen we zorgaanbieders in staat meer integrale afwegingen te maken en meer verantwoordelijkheden te nemen. In 2006 hebben we een belangrijke stap gezet op weg naar integrale prestatiebekostiging met de invoering van de AWBZ-brede beleidsregel voor kleinschalig wonen. In 2007 passen we conform deze regel ook de beleidsregel voor normatieve kapitaallastenvergoedingen in de extramurale zorg aan. Daarnaast staat 2007 in het teken van de voorbereiding van het invoeren van normatieve huisvestingscomponenten in de grootschalige intramurale zorg. Zie ook Transparante en integrale tarieven, TK 2005–2006, 27 659, nr. 52.

• (B) Initiatieven ontplooien op het terrein van verantwoording en ICT

Een voorbeeld hiervan is het jaardocument maatschappelijke verantwoording, waarin uniforme informatie te vinden is over betaalbaarheid, kwaliteit en toegankelijkheid per zorginstelling. Om maatschappelijke verantwoording te uniformeren en administratieve lasten bij zorginstellingen te verminderen, zijn vanaf 2007 alle zorginstellingen (cure en care) verplicht via het jaardocument verantwoording af te leggen. Met de implementatie van het jaardocument willen we de lasten per 31 december 2007 met 25 procent verminderen. Zie ook Governance, «Verdiend vertrouwen», TK 2005–2006, 29 689, nr. 68 en Kabinetsplan aanpak administratieve lasten, TK 2005–2006, 29 515, nr.147.

• (B) Overheveling van de Rijksbijdrage AWBZ en een bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

Doel is om de premiederving als gevolg van de grondslagverkleining bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel te compenseren.

2. Betaalbaarheid voor de cliënt

• (B) Het verstrekken van een Tijdelijk besluit tegemoetkoming buitengewone uitgaven (TBU) door de Belastingdienst.

De TBU is een tegemoetkoming aan belastingplichtigen die door de combinatie van de hoogte van hun inkomen en de omvang van hun aftrekposten en heffingskortingen niet de volledige aftrek van buitengewone uitgaven kunnen effectueren. Zie ook www.aangifteloont.nl.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 20102011
Projectsubsidies (totaal) 801 801801 801 801
      
Rijksbijdragen 4 513 3004 588 200 4 664 400 4 742 300 4 821 500
Dekking uitgaven AWBZ 4 513 3004 588 200 4 664 400 4 742 300 4 821 500
      
Tegemoetkoming buitengewone uitgaven95 200 95 200 95 500 95 500 95 500
      
Totaal 4 609 301 4 684 201 4 760 7014 838 601 4 917 801

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

43.4 Overzicht beleidsonderzoeken

 OnderzoeksonderwerpNummer AD of OD Start Afgerond
Beleidsdoorlichting De cliënt met een zorgbehoefte wordt tijdig en goed geïndiceerd. 43.3.1 Start: 1 juli 2007 Eind: 1 jan. 2008
 Langdurende zorg is collectief betaalbaar 43.3.5 Start: 1 jan. 2008 Eind: 1 juli 2008
 De cliënt heeft toegang tot vergelijkbare informatie over het zorgaanbod 43.3.2 Start: 1 juli 2008 Eind 1 jan. 2009
 De cliënt kan uit een voldoende toegankelijk zorgaanbod kiezen 43.3.4 Start: 1 juli 2008 Eind: 1 jan. 2009
 De cliënt kan uit een kwalitatief voldoende zorgaanbod kiezen 43.3.3 Sart : 1 juli 2008 Eind: 1 jan. 2009
 Prestaties subsidie-ontvangende organisaties 43.3.2Start 1–1–2005 Eind: 31–12– 2009
Effectenonderzoek ex-post Prestaties subsidieontvangende organisaties Alle doelstellingen Start: 1–1–2005 Eind: 31–12–2009
Overig evaluatieonderzoek Evaluatie pgb 43.3.4 Start: 1–7–2006 Eind: 1–6–2007
 Bouwstenen toekomst AWBZ 43.3.5 Start: 1–7–2006 Eind: 1–6–2007

3  Voor 2005 en 2006 hebben alle instellingen in de verpleeghuissector een tweedefasebezoek gehad. Voor de andere sectoren geldt dat deze methode van werken juist nu door de inspectie geïntroduceerd wordt.