Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 45 Jeugdbeleid

45.1 Algemene beleidsdoelstelling

Kinderen in Nederland groeien gezond en veilig op en ontwikkelen zich tot zelfstandige en maatschappelijk betrokken burgers.


belangrijkste beleidsonderwerpen 2007

• Nederlands Jeugdinstituut (NJi) (45.3.1)

• Centra voor Jeugd en Gezin (45.3.1)

• Voorbereiden licht ambulante zorg naar gemeenten (45.3.1 en 45.3.3)

• Prestatie-afspraken wachtlijsten jeugdzorg (45.3.4)

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

Wij zijn verantwoordelijk voor een systeem dat ertoe bijdraagt dat kinderen in Nederland gezond en veilig opgroeien en zich ontwikkelen tot zelfstandige en maatschappelijk betrokken burgers.


Hierbij zijn wij verantwoordelijk voor:

• een systeem waarin voorzieningen voor ondersteuning en zorg aanwezig zijn door beleid te maken dat gericht is op jeugdigen met een ontwikkelingsachterstand, opgroei- of opvoedingsproblemen, of problemen zoals voortijdig schoolverlaten of dreigende criminaliteit alsook beleid dat gericht is op een toegankelijk, passend en samenhangend zorgaanbod voor kinderen met ernstige opgroei- en opvoedproblemen – ook voor kinderen met psychiatrische problemen en voor licht-verstandelijk gehandicapte jeugd – en hun ouders;

• de coördinatie van het jeugdbeleid, om samenhang in het jeugdbeleid te realiseren;

• duidelijke spelregels die de activiteiten regelen en waarborgen tussen gemeenten, lokale/landelijke voorzieningen, aanbieders en provincies onderling en in hun relatie naar burgers;

• toezicht op de kwaliteit van de jeugdzorg (Inspectie jeugdzorg);

• jeugdgezondheidszorg (zie artikel 41.3.5 Volksgezondheid).


Wij zetten diverse beleidsinstrumenten in om ervoor te zorgen dat gemeenten, provincies, lokale en landelijke organisaties, Bureaus Jeugdzorg (BJZ) en zorgaanbieders hun werk kunnen doen en hun verantwoordelijkheden kunnen waarmaken. Een belangrijk deel van het uitvoeren van bovengenoemde punten is een verantwoordelijkheid van provincies en gemeenten. Provincies zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit, de planning en de financiering van de jeugdzorg in hun regio. Zij moeten zorgen voor voldoende zorgaanbod om invulling te geven aan het recht op jeugdzorg en voor een goed werkend bureau jeugdzorg.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde Lange termijn
Jeugdindex i.o.i.o.i.o.i.o.

Toelichting

Momenteel onderzoeken we de mogelijkheid om te komen tot een Jeugdindexcijfer. Het indexcijfer zal bestaan uit een aantal deelindices: arbeid, gezondheid/welzijn, onderwijs en justitie. In het jaarverslag 2006 geven we uitsluitsel over dit indexcijfer.

45.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2005 2006 2007 2008 20092010 2011
Verplichtingen 1 060 6431 197 705 1 073 388 1 023 830 1 033 0571 033 314 1 033 314
        
Uitgaven923 057 1 046 894 1 090 400 1 035 3081 033 057 1 033 314 1 033 314
        
Programma-uitgaven 917 197 1 040 2161 083 640 1 028 638 1 026 418 1 026 6831 026 683
Tijdige ondersteuning bij opvoeden en verzorgen 37 611 45 804 45 021 37 770 37 76037 760 37 760
Waarvan juridisch verplicht in procenten   88 65 63 62 62
Tijdige indicatie ernstig bedreigde kinderen 0 12155 980 155 980 155 980 155 980 155 980
Waarvan juridisch verplicht in procenten   100100 100 100 100
Kwalitatief goede jeugdzorg 9 484 9 565 8 076 7 9998 164 8 429 8 429
Waarvan juridisch verplicht in procenten   30 21 11 11 11
Tijdig juiste hulp voor geindiceerde kinderen 870 102 984 835873 563 825 889 823 514 823 514 823 514
Waarvan juridisch verplicht in procenten   9898 96 96 96
Betaalbare jeugdzorg0 0 1 000 1 000 1 000 1 000 1 000
Waarvan juridisch verplicht in procenten  0 0 0 0 0
        
Apparaatsuitgaven 5 860 6 678 6 7606 670 6 639 6 631 6 631
Inspectie Jeugdhulpverlening 3 5773 756 3 829 3 739 3 708 3 700 3 700
Personeel en materieel kernministerie 2 283 2 9222 931 2 931 2 931 2 931 2 931
        
Ontvangsten 12 259 8 947 7 530 7 5307 530 7 530 7 530

Alle instellingssubsidies, de doeluitkering Bureaus Jeugdzorg en de doeluitkering Zorgaanbod zijn als meerjarig verplicht opgenomen.

45.3 Operationele doelstellingen

Er zijn vijf operationele doelstellingen voor het jeugdbeleid:

1. kinderen en hun ouders krijgen op tijd de ondersteuning die ze nodig hebben bij het opgroeien, opvoeden en verzorgen;

2. kinderen die ernstig worden bedreigd in hun ontwikkeling en hun ouders/verzorgers krijgen op tijd de juiste indicatiestelling;

3. geïndiceerde kinderen en hun ouders/verzorgers kunnen gebruik maken van kwalitatief goede jeugdzorg;

4. geïndiceerde kinderen en hun ouders/verzorgers krijgen op tijd de juiste hulp bij een zorgaanbieder van hun keuze;

5. betaalbare jeugdzorg waarborgen.

45.3.1 Kinderen en hun ouders krijgen op tijd de ondersteuning die ze nodig hebben bij het opgroeien, opvoeden en verzorgen

Motivering

Motivering

Ouders zijn als eerste verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Als het gezin ondersteuning nodig heeft bij het opvoeden, zullen de ouders in eerste instantie een beroep doen op de sociale omgeving. De overheid komt pas in beeld, als het gezin en de sociale omgeving onvoldoende in staat blijken de problemen het hoofd te bieden of wanneer de gezondheid of veiligheid van het kind in het geding is.


We richten ons beleid op jeugdigen met een ontwikkelingsachterstand, opgroei- of opvoedingsvragen of ernstige problemen zoals voortijdig schoolverlaten of criminaliteit. We willen zo veel mogelijk preventief te werk gaan. Gemeenten spelen daarbij een centrale rol. We willen dat de gemeentelijke rol in de komende jaren versterkt en vergroot wordt. Daarover heeft het kabinet zich uitgesproken in het kader van de kabinetsreactie (DJB/APJB-2 693 579A en DJB/APJB-2 693 579B) op het sturingsadvies van de Commissaris Jeugd- en Jongerenbeleid (Van Eijck).

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreef waarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Percentage kinderen dat vanuit voorliggende voorzieningen doorstroomt naar Jeugdzorg 1,7 % 2005 1,7%1,5% (2010)
Bron: beleidsinformatie jeugdzorg 2005.    

Toelichting

In 2005 is in vergelijking met 2004 het aantal kinderen dat zich heeft gemeld bij het Bureau Jeugdzorg gestegen met 18 procent. Het percentage aanmeldingen van het totaal aantal kinderen in Nederland bedroeg in 2005 1,7 procent. De verwachting is dat ook in 2006 en 2007 de vraag naar jeugdzorg toeneemt. We streven ernaar om door een beter preventief jeugdbeleid het aantal aanmeldingen bij het Bureau Jeugdzorg minimaal te stabiliseren en geleidelijk te verminderen.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Gemeenten voeren beleid op de vijf vastgestelde functies: advies en informatie, signalering van problemen, toegang tot het hulpaanbod, licht pedagogische hulp en coördinatie van zorg

• Aandeel van Jeugdbeleid in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo, zie artikel 44 Maatschappelijke Ondersteuning, onder operationele doelstelling 44.3.1)

Jeugdbeleid is prestatieveld nummer twee in de Wmo en is gericht op het preventief ondersteunen van jeugdigen die problemen hebben met opgroeien en van ouders die problemen hebben met opvoeden.

• Subsidies en opdrachten voor het ondersteuningstraject

De inzet is gemeenten te ondersteunen bij de invulling van de vijf functies en de regierol die zij daarop moeten voeren. Dat kan bijvoorbeeld door workshops en handreikingen te bieden en een meetinstrument te ontwikkelen.

2. Opgroei- en opvoedondersteuning voor jeugdigen en hun ouders

• Impuls opvoed- en gezinsondersteuning ( TK 2004–2005, 28 606, nr. 24) De impuls heeft als doel het aantal jeugdigen terug te dringen dat risico loopt op ontwikkelingsachterstanden en ernstige problemen (voortijdig schoolverlaten, criminaliteit). Hiervoor is in 2007 € 15 miljoen beschikbaar.

• Ondersteuning op het terrein van opvoeden en opgroeien

In de kabinetsreactie op het sturingsadvies van Van Eijck wordt gesproken over de ontwikkeling van Centra voor Jeugd en Gezin, onder verantwoordelijkheid van gemeenten. Het doel van deze centra is de ondersteuning op het terrein van opvoeden en opgroeien voor alle ouders en kinderen te bundelen. We stimuleren de ondersteuning door extra middelen in te zetten voor gezinsgerichte programma’s voor risicogezinnen. Hiervoor is in 2007 via artikel 41.3.5 Volksgezondheid € 13 miljoen beschikbaar.

• Subsidieregeling schippersinternaten

Het doel van deze subsidie is toereikend te voorzien in financiering van opvang en verzorging in internaten voor kinderen van binnenschippers en kermisexploitanten. Dat wil zeggen: voor zover deze vorm van opvang in verband met de aard van het beroep voor hun minderjarige schoolgaande kinderen nodig is. Per feitelijk geplaatst kind wordt een normbedrag verstrekt. Hiervoor is in 2007 € 20,9 miljoen beschikbaar.

3. Meer jeugdigen doen mee

• Tijdelijke stimuleringsregeling buurt, onderwijs en sport

We financieren projecten om de samenwerking tussen organisaties die actief zijn in buurt-, onderwijs- en sportwerk te verbeteren. In 2007 stellen we middelen beschikbaar via artikel 46 Sport onder operationele doelstelling 46.3.2.

• Jeugdprogramma’s door en met jeugdigen

Diverse subsidies en opdrachten om (inter)nationale jeugdprogramma’s uit te voeren, gericht op maatschappelijke en politieke participatie van jeugdigen. Hiervoor is in 2007 € 3,6 miljoen beschikbaar.

4. Meer samenhang in het jeugdbeleid

• Samenwerking tussen de ministeries van VWS, OCW, Justitie, SZW, VROM, V&I en BZK bevorderen

We willen een verdere samenwerking tussen betrokken departementen bereiken (voorheen onder Operatie JONG) om samenhang in het jeugdbeleid te scheppen. In 2007 is hiervoor € 0,2 miljoen beschikbaar.

5. Een duidelijk beeld van de toestand van de jeugd

• Ontwikkelen van een Jeugdmonitor

Het doel van deze monitor is inzicht te krijgen hoe het met de jeugd gaat en wat de effecten van het gevoerde rijksbrede jeugdbeleid zijn. Hiermee willen we bepalen of het beleid moet worden aangepast. Hiervoor is in 2007 € 0,6 miljoen beschikbaar.

6. Eén kenniscentrum jeugd

• Inrichten van de kennisinfrastructuur voor jeugd

Er wordt een Nederlands Jeugdinstituut opgericht, voorheen Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW Jeugd) dat tot doel heeft kennis rond jeugd- en opvoedingsvraagstukken te verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden. Hiervoor is in 2007 € 3,8 miljoen beschikbaar.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 20102011
Instellingssubsidies (totaal) 24 90023 900 23 600 23 600 23 600
Onder andere      
Schippersinternaten 20 70020 700 20 700 20 700 20 700
      
Projectsubsidies (totaal) 4 0004 200 3 700 3 700 3 700
      
Opdrachten (totaal) 100    
      
Specifieke uitkeringen (totaal)15 000 8 000 8 000 8 000 8 000
Onder andere      
Impuls- en opvoedondersteuning (gemeenten) 15 000    
      
Nader te bepalen (totaal) 1 0211 670 2 460 2 460 2 460
      
Totaal45 021 37 770 37 760 37 76037 760

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

45.3.2 Kinderen die ernstig worden bedreigd in hun ontwikkeling en hun ouders/verzorgers krijgen op tijd de juiste indicatiestelling

Motivering

Motivering

Soms zijn de problemen bij het opgroeien, opvoeden en verzorgen zo ernstig dat het sociale netwerk of de lokale voorzieningen geen toereikende zorg kunnen bieden. Dan kunnen kinderen en jongeren die ernstig worden bedreigd in hun ontwikkeling en hun ouders/verzorgers een beroep doen op de jeugdzorg. Zij moeten hierbij op tijd, in hun omgeving toegang hebben tot zorg en zij moeten kunnen rekenen op een snelle en juiste indicatiestelling door Bureau Jeugdzorg (BJZ).

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Doorlooptijd aanmelding – indicatiestelling BJZ (dagen) 104 4e kwartaal 2004 < 104 < i.o. (2010)
Doorlooptijd onderzoek Advies- en Meldpunt Kindermishandeling AMK (dagen) 112 1e, 2e, en 3e kwartaal 2005 < 91 < 91 (2010)
Bron: beleidsinformatie jeugdzorg 2005.    

Toelichting

De doorlooptijd tussen aanmelding bij Bureau Jeugdzorg en indicatiestelling wordt niet betrouwbaar geregistreerd. Niet alle provincies leveren deze gegevens aan en de verschillen tussen de provincies zijn erg groot. De gemiddelde doorlooptijd bedroeg in het vierde kwartaal van 2004 104 kalenderdagen. Deze informatie is gebaseerd op dertien van de vijftien provincies/grootstedelijke regio’s. Deze doorlooptijd moet worden teruggedrongen. De inzet van de «doorbraakmethode» zal hieraan een bijdrage leveren. De Maatschappelijk Ondernemers Groep (MOgroep) ontwikkelt op dit moment in het kader van het traject Opstellen Criteria voor Bureaus Jeugdzorg normen voor doorlooptijden voor verschillende cliëntstromen.

Bij de prestatie-indicator «doorlooptijd onderzoek AMK» is gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens over de eerste drie kwartalen van 2005. Het cijfer is tot stand gekomen door de «doorlooptijd melding tot beëindiging onderzoek» te verminderen met de «doorlooptijd melding tot start onderzoek» en is gewogen voor het aantal onderzoeken per provincie.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Verbeteren van indicatiestelling/onderzoek (BJZ/AMK)

• Het verbeteren van indicatiestelling en onderzoek bij Bureaus Jeugdzorg en de Advies en Meldpunten Kindermishandeling (AMK) door uniformering/standaardisering van processen

Het doel is de problematiek overal op dezelfde manier te behandelen.

2. Verkorten doorlooptijden

• Doorbraakproject

Met deze methode willen we systematisch nagaan of het werkproces adequaat is ingericht, waardoor de doorlooptijden bij de Bureaus Jeugdzorg en AMK’s teruggebracht kunnen worden. Hiervoor is in 2007 € 0,4 miljoen beschikbaar.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 20102011
Projectsubsidies (totaal) 390    
      
Specifieke uitkeringen (totaal)155 500 155 500 155 500 155 500 155 500
Onder andere      
Doeluitkering Bureaus Jeugdzorg 155 500 155 500 155 500155 500 155 500
      
Nader te bepalen (totaal)90 480 480 480 480
      
Totaal155 980 155 980 155 980 155 980155 980

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

45.3.3 Geïndiceerde kinderen en hun ouders/verzorgers kunnen gebruikmaken van kwalitatief goede jeugdzorg

Motivering

Motivering

Kinderen en jongeren die ernstig worden bedreigd in hun ontwikkeling, en hun ouders/verzorgers moeten kunnen rekenen op zorg die is toegesneden op de specifieke hulpvraag en die professioneel en adequaat wordt geleverd.

Prestatie-indicatoren
Indicatoren Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Cliënttevredenheid i.o.i.o.i.o.i.o.
Doelrealisatie i.o.i.o.i.o.i.o.

Toelichting

De indicator «cliënttevredenheid» is in ontwikkeling. De indicator moet de mate weergeven waarin cliënten tevreden zijn over de resultaten van de hulp. We veronderstellen daarbij dat de hulpvragen van de cliënt beter zijn beantwoord naarmate de tevredenheid groter is. De huidige C-toets heeft als doel een beeld te krijgen van hoe cliënten (een onderdeel van) de organisatie ervaren. De toets is gemaakt om periodiek de meningen van ouders en jeugdigen te peilen over de kwaliteit van de hulpverlening. Van de C-toets moeten we een «exitvariant» opstellen (variant waarmee we een eindoordeel kunnen geven). We streven ernaar om deze variant begin 2009 gereed te hebben. In het Jaarverslag 2009 kunnen we de waarde weergeven.

Met betrekking tot de indicator «doelrealisatie» geldt dat het Bureau Jeugdzorg bepaalt in hoeverre de doelen behaald zijn die in het indicatiebesluit zijn omschreven. Bureau Jeugdzorg stelt met de cliënt van tevoren vast hoe de gewenste toestand eruitziet en beoordeelt achteraf of die gewenste toestand niet, gedeeltelijk of geheel gerealiseerd is. Bij het bepalen van de doelen gaat het om die doelen die BJZ met het indicatiebesluit beoogt, dus niet om de doelen die BJZ met iedere aparte aanspraak beoogt. Een indicatiebesluit kan immers meerdere aanspraken op zorg bevatten. Dit betekent dat het BJZ pas de doelen van het indicatiebesluit kan evalueren, als de laatste aanspraak van de cliënt volledig verzilverd is. Deze informatie hebben we over 2005 echter niet volledig beschikbaar en de informatie is bovendien niet betrouwbaar. Het streven is om in de begroting van 2008 deze waarde te kunnen weergeven.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Kwaliteitsverbetering in de jeugdzorg

• Kwaliteitsprogramma:

Voor het kwaliteitsprogramma is in 2007 € 4 miljoen beschikbaar.

Onderwerpen binnen het kwaliteitsprogramma zijn onder meer:

– Certificatieschema voor de Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbevordering in de Zorgsector.

Het doel is een uniform kwaliteitssysteem in de jeugdzorg.

– Benchmarking jeugdzorgaanbieders

Het doel is de interne bedrijfsvoering van jeugdzorgaanbieders te verbeteren door bedrijven te vergelijken en normen op te stellen.

– Programma Jeugd (ZonMw)

De focus van het programma ligt op het vergroten van de effectiviteit van jeugdinterventies.

• Informatievoorziening over eigen werkprocessen en beleidsinformatie voor provincies en Rijk

De ontwikkeling van een verbeterde informatievoorziening is een taak van het Rijk. Hiervoor is in 2007 € 0,5 miljoen beschikbaar.

• Toezicht door Inspectie jeugdzorg

De Inspectie jeugdzorg houdt toezicht op de kwaliteit van de jeugdzorg. De Inspectie jeugdzorg stelt jaarlijks een Meerjarenplan en Jaarwerkprogramma samen, op basis van een risicoanalyse die de inspectie heeft opgesteld en aanvullende wensen van de directie Jeugdbeleid (VWS), het ministerie van Justitie, en de provincies en grootstedelijke regio’s (zie ook: www.inspectiejeugdzorg.nl).

Kengetallen Inspectie Jeugdzorg:

Kengetal Waarde PeildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Aantal door de Inspectie jeugdzorguitgebrachte inspectierapporten 72 2005 72
Aantal door de Inspectiejeugdzorg behandelde klachten over de jeugdzorginstellingen 76 2005 90
Aantal door de Inspectie jeugdzorgbehandelde meldingen/calamiteiten vanuit jeugdzorginstellingen 64 2005 80
Aantal aangekondigde/gegeven bevelen van de Inspectie jeugdzorg 0 2005 0
Percentage inspectierapporten van de Inspectie jeugdzorg dat aanbevelingen bevat100% 2005 100%
Aantal uitgebrachte beleidsadviezen van de Inspectie jeugdzorg aan VWS, Justitie en provincies/grootstedelijke regio’s 6 20056

Toelichting

Onder het kengetal «aantal door de Inspectie jeugdzorg uitgebrachte inspectierapporten» vallen de volgende inspectierapporten: instellingsrapporten, provinciale rapporten en landelijke rapporten. De inspectie verwacht dat het «aantal door de Inspectie jeugdzorg behandelde klachten» toeneemt, doordat er steeds meer aandacht komt voor de jeugdzorg en de bekendheid van de inspectie bij het publiek toeneemt. De inspectie verwacht dat het «aantal door de Inspectie jeugdzorg behandelde meldingen/calamiteiten vanuit jeugdzorginstellingen» toeneemt, daar jeugdzorginstellingen steeds beter voldoen aan hun meldingsplicht.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 20082009 2010 2011
Instellingssubsidies (totaal)2 200 2 100 1 400 1 400 1 400
Onder andere      
Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen 910 910 910 910 910
      
Projectsubsidies (totaal) 1 5001 200 1 100 1 100 1 100
      
Nader te bepalen (totaal) 4 376 4 699 5 664 5 9295 929
      
Totaal 8 076 7 999 8 1648 429 8 429

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

45.3.4 Geïndiceerde kinderen en hun ouders/verzorgers krijgen op tijd de juiste hulp bij een zorgaanbieder van hun keuze

Motivering

Motivering

Kinderen moeten veilig en gezond kunnen opgroeien. Als ernstige opgroei- en opvoedproblemen zijn gesignaleerd dan moet de zorg tijdig na indicatiestelling volgen.

Prestatie-indicatoren
Indicator Waarde peildatumStreefwaarde 2007 Streefwaarde lange termijn
Doorlooptijden tussen indicatiestelling BJZ en aanvang zorg (dagen):     
Ambulant 69 3e kwartaal 2005 < 63 < 63
Residentieel 633e kwartaal 2005 < 63 < 63
Pleegzorg41 3e kwartaal 2005 < 63 < 63
Dagbehandeling 64 3e kwartaal 2005 < 63< 63
Bron: beleidsinformatie jeugdzorg 2005.    

Toelichting

De waarden over het derde kwartaal 2005 zijn gemeld in de brief aan de Tweede Kamer van 13 maart 2006 ( TK 2005–2006, 29 815, nr. 55). We hebben de sector gevraagd per zorgvorm een norm te ontwikkelen voor een aanvaardbare wachttijd. Op dit moment gaan we uit van een maximum aanvaardbare wachttijd van negen weken (63 kalenderdagen) voor alle zorgvormen.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Kortere wachttijden zorgaanbod

• Financiering om de wachttijden terug te dringen

Wij hebben aangegeven dat eind 2006 de situatie moet zijn bereikt dat kinderen niet langer dan negen weken na indicatie op zorg hoeven te wachten. Hierover hebben wij prestatieafspraken gemaakt met de provincies en grootstedelijke regio’s. Hiervoor hebben wij € 100 miljoen extra beschikbaar gesteld, waarvan € 50 miljoen uitbetaald wordt in 2006 en € 50 miljoen in 2007. Provincies en grootstedelijke regio’s krijgen alleen gefinancierd bij prestatie. Dit betekent dat de middelen worden aangepast, als zij minder presteren dan is overeengekomen. Om de vraagontwikkeling op te vangen (waardoor de wachttijden beheersbaar kunnen blijven) heeft het kabinet vanaf 2007 € 40 miljoen structureel beschikbaar gesteld, bovenop de € 8 miljoen uit het hoofdlijnakkoord (HLA).

2. Nieuw zorgaanbod voor jeugdigen met ernstige gedragsproblemen

• Project gesloten behandeling

Het project heeft tot doel nieuw (intersectoraal) zorgaanbod te realiseren voor jeugdigen met ernstige gedragsproblemen die voorheen op civielrechtelijke titel in een justitiële jeugdinrichting werden geplaatst. Hiervoor is in 2007 € 33,5 miljoen beschikbaar.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 2010 2011
Projectsubsidies (totaal) 34 563 34 88936 514 36 514 36 514
Onder andere     
Gesloten zorgaanbod 13 830 13 279   
      
Specifieke uitkeringen (totaal) 839 000791 000 787 000 787 000 787 000
Onder andere      
Doeluitkering zorgaanbod 738 000 738 000 738 000 738 000738 000
Wachttijden 90 000 40 00040 000 40 000 40 000
      
Totaal 873 563825 889 823 514 823 514 823 514

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

45.3.5 Betaalbare jeugdzorg waarborgen

Motivering

Motivering

Geïndiceerde kinderen en hun ouders moeten gebruik kunnen maken van een betaalbare jeugdzorg.

Prestatie-indicatoren
IndicatorenWaardePeildatumStreefwaarde 2007Streefwaarde lange termijn
Gemiddeld budget per gewogen jeugdige Zorgaanbod in euro’s 141 juni 2006 167 157 (2010)
Bron: VWS    
Gemiddeld budget per gewogen jeugdige Bureau jeugdzorg in euro’s 30 juni 2006 3131 (2010)
Bron: VWS    

Toelichting

Het gemiddelde budget per gewogen jeugdige (hierbij wordt extra gewicht toegekend aan jeugdigen van allochtone afkomst en met jeugdigen uit eenoudergezinnen) is berekend door het totale budget doeluitkering Zorgaanbod/Bureau Jeugdzorg te delen door het aantal gewogen jeugdigen 2005.

Instrumenten per beleidsprioriteit

Beleidsprioriteiten

1. Vraaggestuurd bekostigingssysteem

• Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) financiering

De nieuwe AMvB stelt een nieuwe financiering- en bekostigingssystematiek vast die voorziet in toereikende middelen om in de behoefte aan jeugdzorg te voorzien en die uitnodigt tot een doelmatige inzet van middelen.

• Nieuwe bekostigingssystematiek

De landelijke uitrol van de nieuwe bekostigingssystematiek is bedoeld om identificeerbare zorgproducten en bijbehorende normprijzen voor jeugdzorgaanbieders vast te stellen. Hiervoor is in 2007 € 1,0 miljoen beschikbaar.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1000)
 2007 2008 2009 2010 2011
Nader te bepalen (totaal) 1 000 1 000 1 000 1 000 1 000
      
Totaal 1 000 1 000 1 000 1 0001 000

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

45.4 Overzicht beleidsonderzoeken

 OnderzoekonderwerpNummer AD of OD A StartB Afgerond
Effectenonderzoek ex post Effectenonderzoek impuls opvoedondersteuning 45.3.1 A najaar 2005 B juli 2007

Toelichting

In verband met het afronden van diverse evaluatie- en beleidsonderzoeken in 2006 (onder andere subsidieregeling schippersinternaten, Wet op de jeugdzorg, IBO financiering jeugdzorg, sturingsadvies JONG, jeugdzorgbrigade, vrijwilligersregeling) is voor 2007 weinig gepland.