Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

18 Overige uitgaven

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.

Met de aan Railinfrabeheer BV – onderdeel van ProRail BV – (18.5) verstrekte lening worden middelen beschikbaar gesteld om de doelstellingen die betrekking hebben op het onderhoud van het spoor, zoals beschreven in artikel 34 Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijden van de begroting van VenW (Hoofdstuk XII), uit te voeren.

De doelstellingen van het Intermodaal Vervoer zijn opgenomen in Hoofdstuk XII van de begroting van Verkeer en Waterstaat. Het produktartikel heeft betrekking op beleidsartikel 35, Mainport en logistiek.

Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000)
18. Overige uitgaven2005200620072008200920102011
Verplichtingen 48 74545 31843 31543 77126 643508 986
Uitgaven115 64549 35949 07545 43743 77242 862525 233
18.01 Saldo van de afgesloten rekeningen        
18.02 Bodemsanering        
18.03 Intermodaal vervoer2 0115 8815 3952 539466   
18.04 Gebiedsgerichte aanpak (Noordvleugel)2961 8361 020    
18.05 Railinfrabeheer108 26135 79736 76836 66736 82636 650519 678
18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise5 0775 8455 8926 2316 4806 2125 555
18.07.01 Nationale basisform.voorz. en ov. uitgaven5 0495 3155 3605 7005 9486 2125 555
18.07.02 Subsidies algemeen28530532531532  
Van totale uitgaven        
Apparaatsuitgaven: 210     
Baten-lastendiensten 5 8185 8656 2046 4536 2125 555
Restant115 64543 33143 21039 23337 31936 650519 678
18.09 Ontvangsten       
Ontvangsten108 26135 79736 76836 66736 82636 650519 678
18.10 Ontvangsten        
Voordelig saldo 231 178     



kst99346_2_11.gif

De doelstelling 18.01 en 18.05 zijn technisch van aard (zie ook ontvangsten). De budgetflexibiliteit is hierbij dan ook niet van toepassing. Ten laste van doelstelling 18.02 Bodemsanering worden met ingang van 2005 geen uitgaven meer verricht.

18.01 Saldo van afgesloten rekeningen

Motivering

Dit begrotingsartikel is technisch van aard.

Producten

18.03 Intermodaal vervoer

Motivering

Stimulering van spoor en binnenvaart, waardoor de aantrekkelijkheid van deze modaliteiten voor marktpartijen zal toenemen, biedt de mogelijkheid om de capaciteit van het infrastructurele netwerk beter te benutten. VenW levert door middel van onderzoek en financiering in particuliere initiatieven een bijdrage om de benutting van deze modaliteiten te stimuleren.

Producten

Terminalbeleid

Uit de Economische Impact Studie Railgoederenvervoer (EISR) studie blijkt dat er een behoefte bestaat aan enkele grote terminals op de primaire assen van het spoornetwerk, voornamelijk ten behoeve van het faciliteren van de overslag van weg naar spoor en omgekeerd, maar ook ten behoeve van het accommoderen van innovatieve mogelijkheden als «trailers-on-trains». Nieuwe industriegebieden, zoals Maasvlakte II, dienen te worden ontsloten.


De groei van het containervervoer via rails vanaf het Rotterdamse havengebied kan leiden tot capaciteitsknelpunten op de Railservicecentra. Onderzocht zal worden of, en zo ja, wanneer er op korte dan wel middellange termijn capaciteitsknelpunten zullen ontstaan en welke maatregelen genomen kunnen worden om deze knelpunten op te heffen.

Subsidieregeling Openbare Inland Terminals (SOIT)

Doel van de Subsidieregeling Openbare Inland Terminals was het bieden van de mogelijkheid om de capaciteit van het infrastructurele netwerk optimaal te benutten. Door het verstrekken van subsidies aan de openbare overslagterminals is het terminalnetwerk versterkt en is een modal shift gestimuleerd. Met behulp van deze subsidies zijn nieuwe openbare overslagterminals gerealiseerd en is de capaciteit van bestaande overslagterminals vergroot. De SOIT is tussentijds geëvalueerd en de Minister heeft in 2003 besloten de regeling niet in zijn huidige vorm te verlengen. De looptijd van de Subsidieregeling Openbare Inland terminals is per 1 januari 2004 verstreken. Alle ingediende aanvragen zijn inmiddels in beschikkingen vastgelegd. De afwikkeling van alle gehonoreerde projecten zal afhankelijk van de planning en uitvoering naar verwachting doorlopen t/m 2009.

Meetbare gegevens

Intermodaal Vervoer

Omdat uit een in 2003 ter beschikking gekomen evaluatieonderzoek (Evaluatie Subsidieregeling Openbare Inland Terminals, Decisio B.V., Amsterdam, 5 december 2002) is gebleken dat de doelstelling van een landelijk dekkend terminalnet is bereikt, is de eerder gebruikte prestatie-indicator komen te vervallen.

Projectoverzicht 18.03 Intermodaal Vervoer

Intermodaal vervoer Realisatie IF 18.03.01
Budget in € mlnTotaal MIT/SNIP        Oplevering MIT/SNIP
Projectomschrijvinghuidigvorigt/m 2005200620072008200920102011laterhuidigvorig
Multi- en modaalvervoer            
Regionale terminals212115123    diversdivers
Totaal categorie 021 151230     
Ruimte voor planstudies   53       
Begroting (IF 18.03.01)   6530     

18.04 Gebiedsgerichte aanpak (Noordvleugel)

Motivering

De Nota’s Ruimte en Mobiliteit stellen de uitvoering van het beleid centraal waardoor de prioriteit komt te liggen bij praktisch uit te voeren gebiedsgerichte plannen. Het kabinet heeft er voor gekozen om de uitvoering van projecten in een viertal gebieden in Nederland via een samenhangend programma te organiseren.

In de Nota Ruimte worden deze gebieden aangeduid:

1. de Noordvleugel;

2. de Zuidvleugel van de Randstad;

3. Zuidoost Brabant/Noord Limburg;

4. het Groene Hart.


Elk programma wordt door een ander ministerie gecoördineerd, waarbij VenW verantwoordelijk is voor het programma Noordvleugel.


De overzichtsconstructie van het Noordvleugelprogramma is als bijlage bij de begroting opgenomen.

Producten

De samenhang tussen infrastructuur en overige ruimtelijke ontwikkelingen doet zich vooral in de Noordvleugel sterk voor. De projecten die in het Noordvleugelprogramma zijn opgenomen zijn deels ruimtelijke ontwikkelingsprojecten (verstedelijking) die door VROM worden getrokken, en deels infrastructurele projecten waarvoor VenW verantwoordelijk is. Het gaat om de volgende projecten:

• Mainport Schiphol (zie HXII, art. 35.1, landzijdige ontsluiting luchthaven IF 12 en 13);

• Planstudie weg Schiphol–Almere (zie IF 12);

• Zuiderzeelijn (zie IF 17.05);

• NSP Amsterdam Zuidas (zie IF 13 en IF 12 voor A10);

• Verkenning Utrecht (zie IF 12.05.01);

• De projecten «Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer», «Almere» en «Verstedelijking Utrecht» (deze drukken op de VROM begroting (HXI)).

18.05 Railinfrabeheer

Motivering

De aandelen van Railinfrabeheer B.V. (als onderdeel van Rail Infra Trust (RIT)) zijn per 1 juli 2002 overgedragen aan de Staat der Nederlanden. ProRail BV kan met ingang van 1 januari 2001 niet meer voorzien in de financiering van de investeringen door het aantrekken van leningen op de kapitaalmarkt. Daarom was de mogelijkheid geschapen dat ProRail gebruik kon maken van zogenaamde schatkistleningen via een lening van het ministerie van Financiën aan VenW.

Producten

Op dit onderdeel wordt de rente over en aflossing van deze schatkistleningen verantwoord die in de periode 2001/2002 zijn verstrekt aan ProRail. Het betreft hier de leningen die door het Ministerie van Financiën aan VenW beschikbaar zijn gesteld om vervolgens door VenW aan ProRail te worden uitgeleend. In totaal is op deze wijze € 806 mln aan ProRail beschikbaar gesteld (€ 483 mln in 2001 en € 323 mln in 2002). De aflossingen vinden plaats in 2011 en 2012.

De uitgaven betreffen de betalingen van rente (en aflossing) van VenW aan Financiën en de ontvangsten betreffen de betalingen van rente (en aflossing) door ProRail aan VenW. In 2005 is € 65 mln vervroegd afgelost, conform afspraken in het voorjaarnota overleg 2005 tussen de bewindslieden van VenW en Financiën. De resterende schuld aan Financiën bedraagt dan € 741 mln.

18.07 Modaliteitsafhankelijke kennis en expertise

Motivering

De nationale basisinformatievoorziening heeft betrekking op het verzamelen, bewerken en verstrekken van gegevens voor een limitatief aantal informatiebestanden betreffende de waterstaatkundige toestand van het land, het verkeer te water en het wegverkeer. Het gaat om taken die wettelijk bij Rijkswaterstaat zijn neergelegd en gelden als standaard voor gebruik in Nederland.

Producten

Voorbeelden van nationale basisinformatie zijn:

• Informatiebestanden betreffende de geometrische infrastructuur in Nederland zoals het NAP-peilmerkennet waarmee belangrijke hoogte(laagte)verschillen worden beoordeeld of het Actief GPS Referentiesysteem (AGRS.nl) dat de basis vormt voor een betrouwbaar en uitermate nauwkeurig gebruik van GPS in Nederland;

• Opstellen van waterstandsverwachtingen en geven van stormvloedwaarschuwingen aan beheerders van waterkeringen en anderen aan de hand van berekeningen met atmosferische modellen en waterbewegingsmodellen, gekoppeld aan meetgegevens uit verschillende automatische meetnetten.


De overige uitgaven betreffen de uitgaven voor grensoverschrijdend netwerkoverleg.