Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. INFRASTRUCTUURAGENDA

1. Inleiding

Infrastructuur is één van de middelen die VenW inzet om de beleidsdoelstellingen te realiseren. VenW financiert in dat kader niet alleen rijksinfrastructuur, maar geeft ook financiële bijdragen aan grote regionale/lokale infrastructuurprojecten.


De infrastructuuragenda 2007 bevat een korte en bondige weergave van de uitvoeringsprioriteiten van het ministerie van VenW op het gebied van infrastructuur. Het is een invulling met fysieke producten die voortvloeien uit de prioriteiten in de beleidsagenda. Met de agenda wordt inzicht geboden in de wijze waarop VenW inhoudelijk op programmaniveau met infrastructuur wil omgaan. Het gaat hierbij om de algemene kaders op basis waarvan het programma concreet met infrastructuurprojecten wordt vormgegeven. Daarnaast wordt in deze agenda op projectniveau aandacht besteed aan te realiseren mijlpalen in het lopende infrastructuurprogramma. Het accent ligt op het uitvoeringsjaar 2007. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2007 worden opgeleverd en bij welke projecten in 2007 een begin wordt gemaakt met de uitvoering. Voor een nadere toelichting op deze en alle overige infrastructuurprojecten, wordt verwezen naar het MIT (Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport)/SNIP (Spelregels Natte Infrastructuur Projecten) Projectenboek 2007.

2. Algemene kaders

2.1 Infrastructuur als instrument

Bij de rijksinfrastructuur wordt een onderscheid gemaakt tussen transportinfrastructuur (hoofdwegennet, spoorwegen en hoofdvaarwegennet) en hoofdwatersystemen. Dit sluit aan op de nieuwe indeling van het Infrastructuurfonds, waarbij ervoor gekozen is om de in de Nota Mobiliteit benoemde sectoren afzonderlijk zichtbaar te maken. Bij transportinfrastructuur wordt ernaar gestreefd om de bereikbaarheid te verbeteren binnen (wettelijke) kaders van verkeersveiligheid en kwaliteit van de leefomgeving. Voor hoofdwatersystemen (waterbeheren- en waterkerenprojecten) staat allereerst het hebben en houden van een veilig en bewoonbaar land centraal. Daarnaast wordt gestreefd naar het instandhouden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik wordt gegarandeerd.


Drie elementen komen terug in de manier waarop VenW met de rijksinfrastructuur omgaat:

1. de bestaande infrastructuur wordt beheerd en onderhouden om een bepaalde basiskwaliteit voor die infrastructuur in stand te kunnen houden;

2. om het gebruik van de beschikbare capaciteit van de bestaande infrastructuur te optimaliseren worden vervolgens benuttingsmaatregelen getroffen (voor hoofdwegen, spoorwegen en vaarwegen);

3. ten slotte wordt, indien voorgaande maatregelen ontoereikend zijn, de bestaande capaciteit uitgebreid door nieuwe infrastructuur aan te leggen. Het gaat hierbij zowel om uitbreidingen binnen de bestaande netwerken (bijvoorbeeld door verbreding van wegen) als om uitbreidingen van de netwerken zelf (in de vorm van volledig nieuwe tracés).

2.2 Herijking aanbestedingsresultaten

Eind 2004 is de Kamer (Tweede Kamer, 2004–2005, 29 800 XII, nr. 43) geïnformeerd over de verwachte berekende aanbestedingsresultaten à € 1,4 miljard (prijspeil 2004). Hierbij is aangegeven dat er nog een nader onderzoek plaats vindt inzake de te verwachten aanbestedingsresultaten bij het onderdeel aanleg spoor. De analyse voor dit onderdeel was destijds nog niet afgerond. Opvolgend is bij Voorjaarsnota 2005 (Tweede Kamer, 2004–2005, 30 105 A, nr. 3) een verwacht resultaat aanleg spoor gemeld à € 140 miljoen in de periode 2005–2010. Daarmee is het totaal aan in de begroting verwerkte resultaat € 1,54 miljard (prijspeil 2004) voor de sectoren spoor, hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwatersystemen in de periode 2005 tot en met 2010.


De verwachte aanbestedingsresultaten zijn onder meer ingezet om de door de Tweede Kamer ingediende amendementen op de begroting 2005 van dekking te voorzien. In het kader van de Voorjaarsnota 2005 is aangekondigd dat de berekening uit 2004 op twee momenten wordt herijkt. De eerste herijking vindt in 2006 plaats ten behoeve van de begrotingsvoorbereiding 2007. De tweede herijking is voorzien in 2008 ten behoeve van de begrotingsvoorbereiding 2009.


De (her)berekening van de verwachte aanbestedingsresultaten wordt hoofdzakelijk bepaald door:

• de omvang van de aan te gane verplichtingen (grondslag);

• de periode waarin een verplichting gerealiseerd wordt in kas (kasjaarreeks);

• de veronderstellingen ten aanzien van met name de mate van marktspanning.


Afgezien van een andere verdeling van verplichtingen voor de sector hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwatersystemen in de periode 2005 tot en met 2010 wijkt in de herijking de totale grondslag aan verplichtingen niet veel af van die als gehanteerd bij de berekening in 2004. Ten aanzien van de periode waarin verplichtingen uit hoofde van aanbestedingen tot kasrealisaties leiden, is voor de sectoren hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwatersystemen geconstateerd dat deze periode korter is dan eerder verondersteld.


De verwachte aanbestedingsresultaten zijn in 2004 per sector berekend met in achtneming van de conjunctuurontwikkeling (verminderde marktspanning) in de bouwsector, het effect van de herstructurering in de bouwsector en het in toenemende mate toepassen van innovatieve aanbestedingsvormen. Voor wat betreft de marktspanning in de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW) sector wordt inzake de sector hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwatersystemen rekening gehouden met een iets verhoogde marktspanning in 2006 als gevolg van een zich positief ontwikkelende conjunctuur.


De herijking leidt tot een additioneel verwacht aanbestedingsresultaat van € 149 miljoen (prijspeil 2006) over de periode 2005 tot en met 2010. Het additioneel resultaat is verwerkt in voorliggende begroting en is ingezet voor een enveloppe voor maatregelen voortkomend uit de netwerkanalyses (€ 66 miljoen), voor het programma van maatregelen om de primaire waterkeringen weer aan de Wet op de waterkering te laten voldoen (€ 70 miljoen) en voor het programma Filevermindering (€ 135 miljoen).

2.3 Netwerkanalyses

In augustus 2006 zijn de (concept)rapportages van de netwerkanalyses opgeleverd. Deze zijn uitgevoerd in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad, Utrecht, Groningen–Assen, Leeuwarden en omgeving, Twente, Arnhem–Nijmegen, Noord Overijssel (inclusief Zwolle–Kampen), stedendriehoek Apeldoorn–Deventer–Zutphen, Brabantstad en Zuid-Limburg.


De netwerkanalyses maken onderdeel uit van de bestuurlijke overleggen MIT welke in oktober 2006 worden gehouden. De Kamer wordt na afloop van deze overleggen nader geïnformeerd over de uitkomsten.

2.4 Besluitvorming FES-impuls 2006

De kabinetsbesluitvorming over de FES-impuls 2006 leidt tot intensiveringen van diverse programma’s binnen het Infrastructuurfonds. Deze impuls kan voor VenW worden onderverdeeld in:


1. Toevoeging van FES-middelen voor een aantal benuttingsprojecten

Vanuit het FES wordt in totaal € 115 miljoen toegevoegd voor het programma Filevermindering en voor de start van het programma dynamisch verkeersmanagement (DVM). Eveneens is voor een betere benutting van het spoor € 20 miljoen beschikbaar gesteld voor de aanleg van een ongelijkvloerse kruising op de spoorlijn Gouda– Rotterdam (Moordrecht).

2. Toevoeging van FES-middelen voor de versnelling van aanleg enbeheer en onderhoud in het Infrastructuurfonds.

Het kabinet heeft besloten € 545 miljoen aan te wenden voor versnellingen in het Infrastructuurfonds op de terreinen hoofdwegen, spoorwegen en waterveiligheid. Door het inzetten van deze FES-middelen voor versnellingen in het Infrastructuurfonds in de periode tot en met 2011, en het later terug laten vloeien van deze middelen uit het Infrastructuurfonds naar het FES, ontstaat er na 2011 additionele ruimte in het FES die dan weer geheel wordt ingezet voor FES-waardige projecten. Daarnaast maakt deze constructie het budgettair mogelijk al in 2012–2014 versneld te starten met een aantal projecten binnen het hoofdwegenprogramma die zijn voorzien in de periode na 2014. Over de concrete invulling van de versnelling worden mede naar aanleiding van de bestuurlijke overleggen MIT nadere afspraken gemaakt.


In de onderstaande tabel is een verbijzondering van de toevoeging uit het FES aan de begroting van het Infrastructuurfonds opgenomen.

Invulling FES-impuls (in € mln.)2006–2011na 2011
1. Toevoeging FES-middelen voor aantal benuttingsprojecten  
a. Programma filevermindering en DVM115 
b. Benutting Spoorlijn Gouda – Rotterdam (Moordrecht)20 
2. Toevoeging FES-middelen voor versnelling aanleg en BenO in IF  
c. Hoofdwegen (aanleg en benutting)152– 152
d. Versnelling onderhoud weg en spoor107– 107
e. Maatregelen primaire waterkeringen109– 109
f. Zwakke schakels177– 177

Toelichting tabel:

Ad a. Dit betreft middelen voor een betere benutting van het hoofdwegennet in het kader van het programma Filevermindering (een nadere toelichting is opgenomen in bijlage 2 bij de begroting van HXII) en voor de start van het DVM-programma (met onder andere verbetering van aansluitingen en uitbreiding verkeerssignalering).


Ad b. De maatregel betreft de aanleg van een ongelijkvloerse kruising voor het spoor op de spoorlijn Gouda–Rotterdam. Deze spoorwegovergang is per uur 15 tot 20 minuten gesloten. In 2020 zullen naar verwachting 36 000 motorvoertuigen de spoorlijn kruisen. De belangrijkste bate van deze maatregel is tijdswinst voor het wegverkeer.


Ad c. Betreft een verschuiving van middelen binnen het aanleg- en benuttingsprogramma wegen om de middelen beter te laten aansluiten bij het actuele programma.


Ad d. In de uitkomsten van de Midterm Review van de Plannen van Aanpak Beheer en Onderhoud is aangegeven dat een verschuiving van middelen voor de sectoren spoor en weg noodzakelijk is om de beschikbare middelen beter te laten aansluiten op het onderhoudsprogramma.


Ad e. Betreft een verschuiving van middelen om voortvarend te kunnen starten met de noodzakelijke verbetermaatregelen voor waterkeringen. Dit op basis van de uitkomsten van de wettelijke (tweede) toetsing op de waterkeringen.


Ad f. De middelen ten behoeve van de bijdrage van VenW voor de aanpak van de zwakke schakels aan de kust worden meer in lijn gebracht met de meest actuele inzichten in de planningen van de provincies.

3. Programma’s en projecten

3.1 Beheer en onderhoud

Medio 2006 is het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Beleid en Onderhoud Infrastructuur afgerond. Centrale vraagstelling van het IBO was hoe de besluitvorming over (beleid en uitvoering van) onderhoud van infrastructuur beter kan worden onderbouwd. In het kader van het IBO is een aanzet gedaan tot het ontwikkelen van een kosten-batenanalyse voor onderhoud. Hoe het kabinet hiermee wil omgaan zal nader worden uitgewerkt in de nog op te stellen kabinetsreactie op de rapportage van de IBO-werkgroep.


Als bijstuk bij de begroting van het Infrastructuurfonds 2007 is de «Midterm review Beheer en Onderhoud» (MTR) opgenomen. Dit betreft een tussentijdse evaluatie van de Plannen van Aanpak Beheer en Onderhoud 2004–2010 (bijlage Infrastructuurfonds 2004). De MTR richt zich op de jaren 2004 en 2005. Het doel van de MTR is om na te gaan of de aanpak van het wegwerken van de achterstanden in onderhoud en vervanging verloopt conform de plannen van aanpak, de maatregelen en de inzet van middelen voldoende effectief zijn en of de verdeling van de middelen binnen de modaliteiten moet worden heroverwogen (fasering en omvang).


Uit de MTR blijkt dat het inlopen van het achterstallig onderhoud en het plegen van vervangingen bij spoor, wegen en waterwegen op schema ligt. Als de Plannen van Aanpak (inclusief de tweede fase Herstelplan Spoor) geheel worden uitgevoerd, kent het Nederlandse vervoerinfrastructuurnetwerk in 2010 voor wegen en in 2012 voor spoor een goed onderhoudsniveau dat klaar is voor de ambities van de Nota Mobiliteit. Voor waterwegen geldt dat in 2010 nog niet alle achterstand is ingelopen. De uitvoering van de Nota Mobiliteit en het Waterbeleid 21e eeuw leidt ertoe dat deze achterstanden wél worden ingelopen in de periode 2011–2020.


In lijn met de Plannen van Aanpak en de later gemaakte afspraken met de Kamer en de sector wordt de komende jaren verdere uitvoering geven aan het inlopen van het achterstallig onderhoud en het uitvoeren van de benodigde vervangingen bij spoor, wegen en waterwegen. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de tweede fase Herstelplan Spoor om zo de doelstellingen in 2010/2012 te kunnen realiseren en daarmee een basis te leggen voor de doelstellingen in de periode Nota Mobiliteit. Hierover is door ProRail, afgestemd met Verkeer en Waterstaat en de sector, een nadere uitwerking opgesteld.

De Kamer wordt via de reguliere begrotingsmomenten geïnformeerd over de resterende periode 2006–2010 van de uitvoering van de Plannen van Aanpak.


In 2007 wil VenW onder meer de volgende maatregelen uit de Plannen van Aanpak Beheer en Onderhoud uitvoeren/in uitvoering nemen:


Hoofdwegen

• 555 km asfaltonderhoud


Spoorwegen

• uitvoeren van bovenbouwvernieuwingen

• uitvoeren van groot en klein onderhoud

• uitvoeren van STS-programma (ter voorkoming van passages stoptonende seinen)

• uitvoeren van programma UPGE (plaatsen van geluidsschermen op emplacementen)

• uitvoeren van kleine projecten

• oplossen van capaciteitsknelpunten


Rijkswaterwegen

Voorbereidende en uitvoerende werkzaamheden van de volgende projecten:

• Amsterdam–Lemmer en IJsselmeer (baggeren)

• IJssel (baggeren)

• Noordzeekanaal (baggeren)

• Amsterdam Rijnkanaal/Lek (baggeren en renoveren sluizen en oevers),

• Kanaal Gent–Terneuzen (baggeren en oevers)

• Maas (baggeren en kunstwerken)

• Masterplan Haringvliet (conserveren vizierschuiven en renovatie)

• Rotterdam–België/Zeeland (baggeren voorhaven Kreekrak en Antwerpskanaalpand)

• Rotterdam–Duitsland (baggeren en oevers)

• Renovatie stuwen in de Lek

• Vervanging vaartuigen

• Wrakken Noordzee


Voor een nadere toelichting over de stand van zaken Beheer en Onderhoud wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIT/SNIP Projectenboek 2007.

3.2 Aanleg en benutting

Hieronder wordt ingegaan op de mijlpalen die VenW op de diverse projecten binnen de in de Infrastructuurfonds onderkende sectoren.

Hoofdwatersystemen

In 2007 wil VenW de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Start realisatie• Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (eind 2007/begin 2008)
 • Peilbesluit Veerse Meer
 • Ruimte voor de Rivier; onder voorwaarde dat PKB is vastgesteld. Vooruitlopend hierop 10 koplopers.
 • Uitvoering maatregelen naar aanleiding van tweede toetsing Hoogwaterbeschermingsprogramma en Wet op de Waterkeringen
 • Volkerak Zoommeer
 • Zwakke Schakels Kust; na besluit uitvoeringsvolgorde en dekking van de ruimtelijke kwaliteit door de provincies
Oplevering• Kleine Hoogwaterbeschermingsprojecten Delfzijl en Den Helder
 • Natte Natuurprojecten IJsselmeergebied
Projectbesluit• Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium

Hoofdwegennet

In 2007 wil VenW de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Oplevering• A4 Dinteloord-Bergen op Zoom, omleiding Halsteren
 • A7 Zaanstad-Purmerend, benutting (ZSM)
 • N37 Hoogeveen-Holsloot-Emmen-Duitse grens
Start realisatie• A2 Oudenrijn-Deil, gedeelte Everdingen-Deil
 • A12 Den Haag-Gouda
 • A12 Utrecht west benutting i.s.m. Woerden-Gouda
 • A74 Venlo
 • N9 Koedijk-De Stolpen
 • N57 Veersedam-Middelburg
Tracébesluit• A2 Amsterdam-Utrecht (Holendrecht-Oudenrijn) 2x5 rijstroken
 • A2 Leenderheide-Budel (ZSM)
 • A2 Oudenrijn-Deil, gedeelte Oudenrijn-Everdingen
 • A4 Delft-Schiedam
 • A4 Den Haag-Leiden
 • A12 Maarsbergen-Veenendaal (ZSM)
 • A28 Hattemmerbroek-Zwolle-Meppel en kortsluiting A28/A32 (ZSM)
 • A50 Ewijk-Valburg-Grijsoord
 • A74 Venlo
 • N31 Leeuwarden
 • N50 Ramspol-Ens
 • N61 Hoek-Schoondijke
 • N61 Sluiskil

Spoorwegen

In 2007 wil VenW de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Oplevering• Amsterdam CS spoor 10/15 (perronkap) (personen)
 • Arnhem 4e perron, tijdelijke voorzieningen (personen)
 • HSL-Zuid (personen)
 • Pilot Fluistertrein (goederen)
 • Spoorontsluiting NW Hoek Maasvlakte (goederen)
 • Traject Oost (perronverbredingen) (personen)
Start realisatie• Aslastencluster III (goederen)

Regionale/lokale infrastructuur (> € 112,5/€ 225 miljoen)

Voor de grote regionale/lokale infrastructuurprojecten (> € 112,5/€ 225 miljoen) ligt de verantwoordelijkheid voor voorbereiding, aanleg, beheer en onderhoud en exploitatie bij de betreffende regionale/lokale overheid. VenW levert een bijdrage in de aanlegkosten van het project.


In 2007 verwacht VenW dat de volgende mijlpalen zullen worden gerealiseerd:

MijlpaalProject
Afgifte beschikking• N 201
• RijnGouwelijn Oost
Projectbesluit• Eindhoven Bose
 • Maaskruisend verkeer, Maastricht
 • Nijmegen 2e stadsbrug

Hoofdvaarwegennet

In 2007 wil VenW de volgende mijlpalen realiseren:

MijlpaalProject
Oplevering• Lekkanaal, verbreding kanaalzijde en uitbreiding ligplaatsen
 • Maasroute fase 1, brugverhogingen Roosteren en Echt
 • Renovatie Noordzeesluizen IJmuiden
Start realisatie• Wilhelminakanaal Tilburg
 • Zuid-Willemsvaart; vervanging sluizen 4, 5 en 6
Projectbesluit• Burgemeester Delenkanaal Oss

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor het lopende programma wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIT/SNIP Projectenboek 2007.

3.3 Randvoorwaarden

Bij de infrastructurele investeringen door VenW worden de (wettelijke) randvoorwaarden van milieu (met name geluid en lucht) en natuur en landschap (inpassing en ontsnippering) in acht genomen. Daarbij wordt zoveel mogelijk getracht kosteneffectieve en innovatieve maatregelen in te zetten.

Innovatieprogramma lucht

Het Innovatieprogramma Luchtkwaliteit (IPL) werkt in opdracht van de ministeries van VenW en VROM aan innovatieve oplossingen die bijdragen aan verbetering van de luchtkwaliteit op en rond snelwegen. De focus ligt op snelwegen bij dichtbevolkte gebieden (zogenaamde «hot spots»). Daar zal bronbeleid pas op termijn toereikend zijn om de luchtkwaliteit wat betreft stikstofdioxide en fijn stof aan de normen te laten voldoen.


Met het beschikbare onderzoeksbudget identificeert, selecteert, stimuleert en beproeft het IPL kansrijke ideeën voor oplossingen. Het IPL werkt daarvoor samen met kennis- en onderzoeksinstellingen, andere departementen, provincies, gemeenten en marktpartijen.


Het IPL heeft op dit moment zes pilots in uitvoering:

• Katalytische afbraak NOX langs snelwegen;

• Optimalisatie geluidsschermen voor een betere luchtkwaliteit;

• Invloed vegetatie langs snelwegen op luchtkwaliteit;

• Effect reinigen snelweg op fijn stof concentratie;

• Snelwegen overkappen en lucht behandelen;

• Dynamisch verkeersmanagement op basis van het luchtbericht.


In 2007 zullen resultaten van de bovenstaande pilots bekend worden. Daarnaast heeft IPL een database aangelegd met tal van (inter)nationale ideeën en projecten op het gebied van Luchtkwaliteit. Eind 2008 stopt het IPL. De focus komt in de periode 2008–2011 te liggen op toepassing en doorontwikkeling van de nieuwe luchtkwaliteitsmaatregelen, zoals ontwikkeld in het IPL.

Innovatieprogramma geluid

Bij de begroting 2004 is een Innovatieprogramma Geluid (IPG) aangekondigd, waarvoor in de periode 2004–2008 in totaal € 110 miljoen beschikbaar is gekomen. Het betreft € 70 miljoen aan middelen voor wegen en € 40 miljoen voor spoor. Daarnaast is ook een bedrag van € 200 miljoen beschikbaar gesteld tot en met 2010 voor de implementatie van innovatieve geluidsmaatregelen bij wegen.


In 2007 worden de volgende producten geleverd en activiteiten ontplooid:

• De beproeving van stille dunne deklagen op rijkswegen als kostenbesparend alternatief voor ZOAB en tweelaagsZOAB, die bij gunstig resultaat uitmondt in de vrijgave van dunne deklagen voor het hoofdwegennet;

• De beproeving en ontwikkeling van super stille wegdekken op een testterrein bij Kloosterzande;

• De stimulering van het gebruik van stillere autobanden in lijn met het hierover gesloten convenant met de koplopers uit de branche en in samenhang met het programma «Het nieuwe rijden»;

• Het monitoren van de eigenschappen van de bestaande stille wegdekken op het hoofdwegennet;

• De duurbeproeving van LL en K remblokken op goederenwagons (de zogenaamde fluistertreinprojecten, geluidreductie circa 7 decibel);

• De duurbeproeving van stiller gemaakte treinen van NS Reizigers;

• De ontwikkeling en in gebruik name van een mobiele geluidmeetpost voor het meten van railverkeersgeluid;

• Beproeving van monitoringssystemen voor railruwheid;

• Inzet op aanscherping van Europese geluidsrichtlijnen en eisen voor banden en weg- en spoorvoertuigen;

• De afbouw van het programma en overdracht van projecten, activiteiten en verantwoordelijkheden aan de staande organisaties;

• De ontwikkeling van nieuwe oplossingen voor geluidreductie op spooremplacementen;

• Een internationaal slotcongres.

Meerjarenprogramma Ontsnippering

In 2007 zal VenW enkele ontsnipperingsmaatregelen opleveren. Dit zijn onder andere een aantal faunatunnels onder Rw 37, Rw 7 en Rw 2. In 2007 wordt bovendien een pakket van 9 of 10 ecoducten (in Gelderland,Utrecht, Overijssel en Noord-Holland) aanbesteed.

4. Grote projecten

4.1 Afdekking risico’s grote spoorprojecten

De omvang van de reservering wordt bepaald door de waardering van de onderliggende risico’s bij de Betuweroute (BR) en de HSL-Zuid, gerelateerd aan de kans dat deze risico’s optreden.


In de 18e Voortgangsrapportage HSL is melding gemaakt van de definitieve afrekening met betrekking tot de maatregelen voor de geluidsschermen als gevolg van de vogelproblematiek. Deze is nu verwerkt. In de 19e voortgangsrapportage HSL is verder gemeld dat € 29 miljoen vrijvalt als gevolg van een gewijzigd risicoprofiel. Deze middelen zullen binnen spoor worden ingezet voor de noodzakelijke vergoeding voor exploitatie en onderhoud HSL in verband met areaaluitbreiding.


Tenslotte is een overboeking opgenomen zoals gemeld in de 18e voortgangsrapportage Betuweroute omtrent de kosten voor engineering, administratie en toezicht (EAT).

Afdekking risico’s spoorprogramma (in € mln)200420052006200720082009Totaal
Stand begroting 2006009014306239
– HSL: gewijzigd risicoprofiel  – 29   – 29
– HSL: afrekening vogelproblematiek  17   17
– BR: EAT  – 25– 12  – 37
Stand begroting 2007005313106190

Begroting op hoofdlijnen

De onderstaande tabellen geven de belangrijkste wijzingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de eerste suppletore begroting 2006 (mutaties > € 15 mln).

Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in het Verdiepingshoofdstuk.

Uitgaven (x € 1 000)
 Art.200620072008200920102011
Stand ontwerp-begroting 2006 6 352 5086 645 2846 545 0116 631 0966 812 7016 487 662
Amendementen 50 000     
Mutaties 1e suppletore wet 2006 – 204 539175 056114 759292 723132 159– 68 392
I Belangrijkste mutaties Infrastructuurfonds 2 556203 271683 993530 000727 871363 764
1. LooncompensatieDiv.14 22512 56612 84012 76413 13713 137
2. PrijscompensatieDiv.43 57445 42144 57345 11446 64546 645
3. Luchtproblematiek wegen12– 47 243– 319 56585 16185 000 65 770
4. Kasritmeproblematiek IF12  – 18 4061 3114 122– 23 436
5. Lening HWN en HVWN12– 45 000 45 000   
 1545 000 – 45 000   
6. Kasschuif Spoor1348 000– 25 000– 23 000   
7. BDU: Mediapark Hilversum14 – 25 000    
8. Voorfinanc. Prijsbijstelling PMR161 0258191252046528 673
9. Kasschuif Ruimte voor de Rivier161 45542 18714 0324 8662 194 
10. Kasschuif ZZL17 25 00025 000– 150 00080 00020 000
11. Meevaller Betuweroute, VGR 1817– 25 000     
12. BTW13 422 000401 000408 000402 000402 000
13. Naar Risicoreserv.: Vogelprobl. HSL17– 17 000     
14. Progr. Filevermindering1211 67144 00631 993   
15. Dynamisch Verkeersmanagement12 20 00030 000   
16. Benutting spoor, Moordrecht13   10 00010 000 
17. Primaire waterkeringen11  74 00073 000107 17625 000
18. Zwakke schakels11  20 00050 00052 00055 000
19. Netwerkanalyses12 37 00029 000   
20. Versnelling BenO112, 13     107 000
21. Herijking aanbestedingsresultaten11, 12, 15 – 50 000– 50 000– 25 000–24 000 
22. Extrapolatiebijstelling12, 15     – 990 911
23. Leenfaciliteit RWS11, 12 en 15– 23 733– 22 70511 13218 20921 77916 781
24. Leningen ProRail18– 4 418– 3 458– 3 457– 3 46712 752495 780
II Overige mutaties 23 27320 823– 12 986– 7 21313 580– 6 013
Totale mutaties 25 829224 094671 007522 787741 451357 751
Stand ontwerpbegroting 2007 6 223 7987 044 4347 330 7777 446 6067 686 3116 777 021

ad 1. Dit betreft de loonbijstelling, tranche 2006.


ad 2. Dit betreft de prijsbijstelling, tranche 2006.


ad 3. Door de problematiek rond de luchtkwaliteit is het kasritme van de aanleg van hoofdwegenprojecten aangepast.


ad 4. Deze mutatie is aangebracht voor de oplossing van kasritmeproblematiek op het IF.


ad 5. Het gaat hier om een intertemporele schuif tussen het hoofdwegennet (artikel 12) en het Hoofdvaarwegennet (artikel 15). De terugbetaling geschiedt in 2008.


ad 6. Deze intertemporele schuif is noodzakelijk om de middelen voor Beheer en Instandhouding beter aan te laten sluiten op de financiële behoefte van ProRail zoals die blijkt uit het beheerplan 2006.


ad 7. Het Mediapark Hilversum valt onder het BDU regime. In dit kader worden de middelen nu overgeboekt naar de BDU (hoofdstuk XII).


ad 8. De opgenomen reeks heeft betrekking op de door VenW voorgefinancierde prijsbijstelling (prijspeil 2005) voor het project mainport Rotterdam (PMR), die vanaf het jaar 2011 door het Fonds Economische Structuurversterking weer aan de begroting van het Infrastructuurfonds (ontvangstenartikel 19.10) wordt toegevoegd.


ad 9. Bij de 1e suppletore wet 2006 is € 25,5 mln. van het Amendement Gerkens c.s. (Kamerstukken II, 2005–2006, 30 300 A, nr. 43), overgeboekt naar Ruimte voor de Rivier. Voor de doorwerking van de opgestarte projecten worden in deze begroting uit 2015 en 2016 gelden naar voren gehaald.


ad 10. Deze kasschuif binnen het budget Zuiderzeelijn is aangebracht ten behoeve van de kasritmeproblematiek op het Infrafonds.


ad 11. Door middel van de 18e voortgangsrapportage is de Kamer reeds geïnformeerd over deze meevaller bij de Betuweroute. Deze wordt ingezet voor een kortingsregeling bij spoor goederenvervoer voor de stijging van de gebruiksvergoedingstarieven op artikel 13.


ad 12. Tussen Financiën en VenW is afgesproken om voor de onderdelen exploitatie spoorvervoer, capaciteitsmanagement, exploitatie stad/streek vervoer en aanleg en onderhoud spoorinfra met ingang van 2007 af te stappen van verrekening van BTW door Financiën (declaratiebasis). In plaats daarvan zal de te compenseren BTW aan de begroting van VenW worden toegevoegd. Dit geschiedt door een overheveling van de middelen vanuit het BTW-compensatiefonds van Financiën naar de begrotingen van VenW. Bij de structurele compensatie blijft voor de HSL en BR het oude compensatieregime (op declaratiebasis) gelden. Dit omdat deze projecten aflopen op korte termijn. Met name bij de BDU kan de nieuwe werkwijze leiden tot een forse administratieve lastenbesparing voor de regio en voor VenW. In plaats van aanvraag en verantwoorden kan de BTW nu immers via de verdeelsleutel worden verdeeld.


ad 13. In de 18e Voortgangsrapportage HSL is melding gemaakt van de definitieve afrekening met betrekking tot de maatregelen voor de geluidsschermen als gevolg van de vogelproblematiek. Dit wordt nu verwerkt door middel van een overboeking naar artikel 13 (afdekking risico’s spoorprogramma’s).


Ad 14. Het «Programma Filevermindering» is in 2006 gestart om de landelijke werkzaamheden en specifieke projecten op het gebied van filebestrijding te ondersteunen met andere maatregelen die snel realiseerbaar zijn. Daarvoor zijn in korte tijd duizenden ideeën gegenereerd, waaruit een selectie voortkwam van de meest kansrijke en meest effectieve maatregelen.


Ad 15. Met het investeringsprogramma voor meer dynamisch verkeersmanagement kunnen verkeersstromen afhankelijk van de drukte gerichter worden gestuurd met als doel optimale benutting van de beschikbare infrastructuur. Het totale op te stellen programma heeft weliswaar een looptijd tot 2020, maar VenW wil in 2007 een voortvarende start maken met enkele quick wins zoals signalerings- en monitoringsmaatregelen. Deze uitgaven worden uit het FES gefinancierd.


Ad 16. De maatregel betreft de aanleg van een ongelijkvloerse kruising voor het spoor op de spoorlijn Gouda-Rotterdam. Deze spoorwegovergang is per uur 15 tot 20 minuten gesloten. In 2020 zullen naar verwachting 36 000 motorvoertuigen de spoorlijn kruisen. De belangrijkste bate is tijdwinst voor het wegverkeer. Deze uitgaven worden uit het FES gefinancierd.


Ad 17. Betreft enerzijds een verschuiving van middelen om voortvarend te kunnen starten met de noodzakelijke verbetermaatregelen voor waterkeringen. Dit op basis van de uitkomsten van de wettelijke (2e) toetsing op de waterkeringen. Daarnaast is hiervoor door het ministerie van Financiën € 100 mln extra vrijgemaakt en wordt een deel van he additioneel aanbestedingsresultaat (€ 70 mln) door VenW hiervoor aangewend. In de periode t/m 2011 is er nu € 420 mln beschikbaar.


Ad 18. De middelen ten behoeve van de bijdrage van VenW voor de aanpak van de zwakke schakels aan de kust worden meer in lijn gebracht met de meest actuele inzichten in de planningen van de provincies.


Ad 19. De regionale netwerkanalyses voor de belangrijkste stedelijke gebieden moeten inzicht bieden in de beste manieren om bestaande en toekomstige knelpunten in de verbindingen van deur-tot-deur op te heffen, met gebruik van verschillende vervoerwijzen en door een betere samenhang tussen lokale, regionale en nationale infrastructuur waarbij de inzet is de toegang tot de steden te verbeteren. Met dit bedrag kan een nader te bepalen selectie van maatregelen die uit de netwerkanalyses komen, worden uitgevoerd.


Ad 20. In de uitkomsten van de Midterm Review van de plannen van aanpak Beheer en Onderhoud is aangegeven dat een verschuiving van middelen voor de sectoren spoor en weg noodzakelijk is om de beschikbare middelen beter te laten aansluiten op het onderhoudsprogramma. Met deze kasschuif geeft VenW hieraan een eerste gedeeltelijk invulling.


Ad 21. De herijking van de in 2004 berekende aanbestedingsresultaten heeft geleid tot een additioneel verwacht aanbestedingsresultaat van € 149 miljoen over de periode 2005 tot en met 2010. Dit bedrag wordt ingezet voor maatregelen aanpak primaire waterkeringen, de uitkomsten van de netwerkanalyses en het Programma Filevermindering..


Ad 22. De reservering in het FES voor PMR, de Noordvleugel (incl. Zuidas) en de enveloppe Nota Mobiliteit kunnen op dit moment nog niet aan de begroting van VenW worden toegevoegd. Dit omdat formeel het vrijgeven, en daarmee de verwerking in de begroting, pas kan plaatsvinden als deze projecten voldoende zijn uitgewerkt en/of er besluitvorming over heeft plaatsgevonden.


Ad 23. Rijkswaterstaat is per 1 januari 2006 een baten-lastendienst geworden. Als baten-lastendienst heeft RWS een (initiële) lening afgesloten bij het Ministerie van Financiën voor de financiering van de activa. Daarnaast doet RWS een beroep op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën voor nieuwe investeringen. Zowel de initiële lening als het beroep op de leenfaciliteit voor nieuwe investeringen zijn in deze begroting verwerkt.


Ad 24. In 2005 is een deel van de schatkistleningen van ProRail, die via de IF-begroting lopen, vervroegd afgelost in het kader van de schuldreductie ProRail. De nu opgenomen mutaties zijn opgebouwd uit de rentevrijval als gevolg van de vervroegde aflossing en correcties voor nog niet in de begroting opgenomen aflossing en rente.