Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3. VERDIEPINGSHOOFDSTUK

In paragraaf 3.1 wordt de opbouw van de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten vanaf de stand ontwerpbegroting provinciefonds 2006 naar de stand van de voorliggende ontwerpbegroting 2007 beschreven. De mutaties die hierin worden genoemd die betrekking hebben op de 1ste suppletore begroting 2006 Kamerstukken II 2005/2006, 30 560 C, nr. 2) kunt u in genoemd begrotingsstuk terugvinden. De nieuwe mutaties worden toegelicht.

In paragraaf 3.2. wordt een overzicht van de integratie-uitkeringen gegeven. Tot slot wordt in dit verdiepingshoofdstuk aandacht gegeven aan de bijdrage van de lokale overheden aan het EMU-tekort (paragraaf 3.3).

De Tweede Kamer zal vóór de behandeling van de provinciefondsbegroting een brief ontvangen over de financiële positie van de provincies. Deze brief is toegezegd in het wetgevingsoverleg over de financiële verantwoording over het jaar 2005 (kamerstukken II 2005/06, 30 550 VII, nr. 7) en vervangt het reguliere Financiële overzicht provincies.

3.1 Opbouw verplichtingen, uitgaven en ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting

Verplichtingen

Onderstaande tabel 3.1.1. geeft de opbouw aan van de verplichtingen van het provinciefonds vanaf de stand ontwerpbegroting 2006 naar de stand ontwerpbegroting 2007.

Tabel 3.1.1. Opbouw verplichtingen provinciefonds (in € 1000)
 200620072008200920102011
Stand OWB 20061 070 6431 070 6431 070 6431 070 6431 070 6431 070 643
Mutatie 1e suppl. begr. 200618 69618 69618 69618 69618 6969 646
Nieuwe mutaties4 54739 05039 05039 05039 05048 100
Stand OWB 20071 093 8861 128 3891 128 3891 128 3891 128 3891 128 389

Uitgaven

Onderstaande tabel 3.1.2. geeft de opbouw aan van de uitgaven van het provinciefonds vanaf de stand ontwerpbegroting 2006 naar de stand ontwerpbegroting 2007.

Tabel 3.1.2. Opbouw uitgaven provinciefonds (in € 1000)
 200620072008200920102011
Stand OWB 20061 052 4921 052 4921 052 4921 052 4921 052 4921 052 492
Mutatie 1e suppl. begr. 200628 48818 69518 69518 69518 6959 645
Nieuwe mutaties4 54739 05039 05039 05039 05048 100
Stand OWB 20071 085 5271 110 2371 110 2371 110 2371 110 2371 110 237

Ontvangsten

Wetsartikel 4, eerste lid van de Financiële-verhoudingswet regelt dat bij (begrotings)wet voor ieder uitkeringsjaar een bedrag aan middelen voor het Rijk wordt afgezonderd ten behoeve van het provinciefonds. Op grond van het tweede lid zijn de uitgaven en de afgezonderde inkomsten over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Gelet hierop is ten behoeve van de dekking van de uitgaven ten laste van het provinciefonds een post Ontvangsten ex artikel 4 van de Financiële-verhoudingswet geraamd (zie in tabel 2.2.4 onder ontvangsten).

Toelichting op de nieuwe mutaties

Zowel tabel 3.1.1. als tabel 3.1.2. bevatten een regel nieuwe mutaties. In onderstaande tabel 3.1.3. worden deze nieuwe mutaties, die nog niet eerder zijn toegelicht in een suppletore wet, benoemd en van een toelichting voorzien.

Tabel 3.1.3. Nieuwe mutaties (uitgaven en verplichtingen; in € 1000)
Mutatie200620072008200920102011
Accres 2007 38 00338 00338 00338 00338 003
Incidentele kosten Valletta3 500     
Overdracht specifieke uitkering Friese Taal en Cultuur1 04710471 0471 0471 0471 047
Natuurbeschermingswet en Flora- en Faunawet     9 050
totaal nieuwe mutaties4 54739 05039 05039 05039 05048 100

Zie voor een toelichting § 2.1.2.

3.2 Integratie-uitkeringen

Als een toevoeging aan de algemene uitkering van het gemeentefonds in één keer bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten wordt normaliter gesproken een integratie-uikering toegepast. De integratie-uitkering voorziet dan in een geleidelijke overgang van specifieke uitkering of eigen inkomsten naar de algemene uitkering. Echter naar aanleiding van de implementatie van het kabinetsstandpunt Brinkman wordt de hierbij gebruikelijke voorwaarde dat er zicht is op een overgang naar de algemene uitkering losgelaten. Hierdoor kunnen al bestaande en mogelijke nieuwe specifieke uitkeringen, alsnog aan het gemeentefonds en provinciefonds worden toegevoegd die verdeeltechnisch nooit in de algemene uitkering zouden passen (zie kamerstukken II 2005/06, 30 300 B, nr. 23, blz. 6). Onderstaande tabel 3.2.1 geeft een overzicht van de integratie-uitkeringen in het provinciefonds.

Tabel 3.2.1. Overzicht integratie-uitkeringen provinciefonds (in € 1000)
Omschrijving2005200620072008200920102011
Rivierdijkversterking/ hoofdwaterkering42 20242 20242 20242 20242 20242 20242 202
        
Afschaffing provinciale opslagen omroepbijdragen41 34275 23237 6160000
        
Totaal83 544117 43479 81842 20242 20242 20242 202

3.3 EMU-tekort

Begin 2004 bleek dat het EMU-tekort in 2003 uit kwam boven de grenswaarde van 3% BBP uit het verdrag van Maastricht. Dit tekort was mede veroorzaakt door een hoger dan verwacht EMU-tekort van de decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen). Naar aanleiding hiervan zijn afspraken gemaakt met de koepelorganisaties Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), InterProvinciaal Overleg (IPO) en Unie van Waterschappen (UvW) om de informatievoorziening te verbeteren en het EMU-saldo van de decentrale overheden te beheersen. Daarbij is onder andere een macro grenswaarde vastgesteld voor het EMU-saldo van de decentrale overheden, welke is doorvertaald naar de individuele gemeenten, provincies en waterschappen. Begin 2005 is opnieuw de balans opgemaakt. Er is toen geconcludeerd dat het EMU-saldo van de totale overheid uit de gevarenzone van -2,5% BBP is gekomen. Afspraak is het EMU-tekort van de decentrale overheid maximaal 0,5% BBP mag bedragen. Het EMU-tekort van de decentrale overheid kwam in 2005 op 0,3% uit en is daarmee nog relatief groot. Het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen zal de ontwikkeling van het EMU-tekort decentrale overheden monitoren.


Om de informatievoorziening verder te verbeteren is een aantal maatregelen getroffen. Zo is een stevige prikkel geïntroduceerd door het toezichtbeleid verder vorm te geven. Het CBS beoordeelt de kwaliteit en tijdigheid van de aangeleverde informatie. Bij blijvende tekortkomingen wordt, na een aanwijzing, op kosten van de medeoverheid door de betreffende toezichthouder gezorgd dat verbetermaatregelen worden genomen. Daarnaast dienen gemeenten en provincies met ingang van de begroting 2006 het EMU-saldo op te nemen in hun begroting. Hierdoor wordt de bewustwording vergroot dat decentrale overheden bijdragen aan het EMU-saldo en kunnen bij een dreigende overschrijding van EMU-grenzen tijdig maatregelen getroffen worden.


Tevens is met VNG, IPO en UvW afgesproken dat de gezamenlijke werkgroep evaluatie normeringsystematiek een structureel regime zal uitwerken voor de beheersing van het EMU-saldo decentrale overheid (t.b.v. de volgende kabinetsperiode). Als sluitstuk van het structureel systeem wordt momenteel regelgeving voorbereid die de minister van Financiën de mogelijkheid geeft een sanctie op te leggen aan de veroorzakers van de overschrijding van de grenswaarde voor het EMU-saldo van de totale overheid. Deze sanctie moet worden gezien als ultimum remedium. Naar verwachting zal de Tweede Kamer in het najaar van 2006 worden geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie.

BIJLAGE 1

MOTIES EN TOEZEGGINGEN VERGADERJAAR 2005–2006

A. Door de Staten-Generaal aanvaarde moties

geen.

B. Door de bewindspersonen gedane toezeggingen

Onderdeel B.1 Afgedaan

niet van toepassing.

Onderdeel B.2 In behandeling

Onderwerp en omschrijving van de toezeggingVindplaatsStand van zaken
De minister van BZK zal de Kamer vóór de begrotingsbehandeling informeren over de meest actuele stand van zaken rond het BTW-compensatiefonds en financiële positie bij de provincies. Kamerstukken II 30 550 VII, nr. 7, blz. 12.In behandeling bij BZK.
BIJLAGE 2

LIJST MET AFKORTINGEN

ADLalgemene dagelijkse levensverrichtingen
AKWAlgemene Kinderbijslagwet
AMvBalgemene maatregel van bestuur
AnwAlgemene nabestaandenwet
AOWAlgemene Ouderdomswet
AWBZAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten
AWWAlgemene Weduwen- en Wezenwet
BBVBesluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies
BbzBesluit bijstandverlening zelfstandigen
BCFBTW-compensatiefonds
BDURBesluit doeluitkering rampen en zware ongevallen
BofvBestuurlijk Overleg financiële verhouding
EMUEconomische en Monetaire Unie
FOGFinancieel Overzicht Gemeenten
FOPFinancieel Overzicht Provincies
FvwFinanciële-verhoudingswet
GAKGemeenschappelijk Administratiekantoor
GFGemeentefonds
GHORGeneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen
GSBGrote stedenbeleid
IPOInterprovinciaal Overleg
IWSInvoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
KBkinderbijslag
MILHMonitor Inkomsten Lokale Heffingen
NugNiet uitkeringsgerechtigden
OEMOverige Eigen Middelen
OOVOpenbare orde en veiligheid
OSUOverzicht Specifieke Uitkeringen
OWBOntwerpbegroting
OZBOnroerende Zaak Belasting
PFProvinciefonds
PORPeriodiek Onderhoudsrapport
ReaWet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
Stb.Staatsblad
Stcrt.Staatscourant
SVBStimuleringsregeling Verwerking Baggerspecie
TVcNTolk- en Vertaalcentrum Nederland
VHROSVVolkshuisvesting/Ruimtelijke Ordening/Stadsvernieuwing
VNGVereniging Nederlandse Gemeenten
Wet ReaWet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
WmoWet maatschappelijke ondersteuning
WROWet op de Ruimtelijke Ordening
WroWet ruimtelijke ordening (Nieuwe wet)
WUWWet Uitkeringen Wegen (Oude wet)
WvgWet voorzieningen gehandicapten
BIJLAGE 3

LIJST VAN DE BELANGRIJKE TERMEN EN HUN BETEKENIS

Aanvullende uitkeringUitkering op aanvraag van gemeenten waar de algemene middelen aanmerkelijk en structureel tekortschieten om in de noodzakelijke uitgavan te voorzien, ondanks een redelijk peil van de eigen inkomsten.
  
AccresBedrag waarmee het beschikbare bedrag van het gemeentefonds en provinciefonds jaarlijks wordt aangepast, gebaseerd op een bestuurlijk overeengekomen normeringsmethode (zie ook normeringsmethode).
  
Algemene uitkering uit het gemeentefondsUitkering aan alle gemeenten en provincies die ten goede komt aan de algemene middelen.
  
Artikel 12-uitkeringZie aanvullende uitkering uit het gemeentefonds
  
BehoedzaamheidsreserveGedeelte van de algemene uitkering dat niet aan de gemeenten (€ 208 739 000) of provincies (€ 18 152 000) wordt uitgekeerd, maar als reservering apart wordt gehouden. Eventuele fluctuaties in de hoogte van de algemene uitkering uit hoofde van de normeringsmethode worden na afloop van het begrotingsjaar verrekend met de behoedzaamheidsreserve. Indien er achteraf voldoende ruimte is om de behoedzaamheidsreserve uit te keren, dan gebeurd dit ook. Het kan echter ook voorkomen dat de behoedzaamheidsreserve slechts ten dele of helemaal niet wordt uitgekeerd.
  
ClusterSamenhangend geheel van beleidsterreinen uit oogpunt van kostenoriëntatie en verdeling.
  
Financiële-verhoudingswetWet waarin is vastgelegd dat er een gemeentefonds en provinciefonds is. De wet regelt daarnaast globaal de wijze van verdeling van het gemeentefonds en provinciefonds. In de wet zijn tevens regels opgenomen met betrekking tot de aanvullende uitkering. Per 1 januari 1997 is de wet voor het gemeentefonds herzien. Per 1 januari 1998 maakt de regeling voor het provinciefonds ook onderdeel uit van de Financiële-verhoudingswet.
  
  
Integratie-uitkering uit het gemeentefonds en provinciefondsUitkering die wordt toegepast als overheveling van een specifieke uitkering of eigen middelen naar de algemene uitkering bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten. De integratie-uitkering voorziet dan in een geleidelijke overgang naar de algemene uitkering.
NormeringsmethodeBepaling van het accres van het gemeentefonds en provinciefonds op basis van een norm. De norm is de jaarlijkse procentuele ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. De netto gecorrigeerde rijksuitgaven zijn de bruto-rijksuitgaven minus de niet-belasting- ontvangsten van het Rijk gecorrigeerd voor onder meer de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking, de Europese Unie, het gemeentefonds en het provinciefonds. Als de netto gecorrigeerde rijksuitgaven stijgen (dalen), nemen het gemeente- en het provinciefonds met hetzelfde percentage toe (af). Deze systematiek staat ook wel bekend onder het principe van «samen de trap op en samen de trap af». De methode is sinds 1995 van toepassing.
  
Periodieke onderhouds-rapportage (POR)Jaarlijkse rapportage aan de Staten-Generaal over de staat van de verdeelmaatstaven van het gemeentefonds. Wanneer de bestaande verdeling niet meer voldoet aan de kostenstructuren bij de gemeenten, dan wordt gerapporteerd hoe de verdeling kan worden aangepast, c.q. welke onderzoeken op dat gebied lopen. Het rapport verschijnt als bijlage bij de gemeentefondsbegroting.
  
Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv)Adviesorgaan op het terrein van de gemeentelijke en provinciale financiën.
  
UitkeringsbasisDe uitkeringsbasis wordt berekend door de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van een set van verdeelmaatstaven met de bijbehorende gewichten (bedragen per eenheid).
  
  
UitkeringsfactorVia de normeringsmethode wordt jaarlijks de omvang van het gemeentefonds en provinciefonds bepaald (voeding). De uitkeringsfactor is de verhouding tussen de voeding en de totale landelijke uitkeringsbasis. De uitkeringsfactor wordt afgerond op 3 decimalen achter de komma. Het derde decimaal achter de komma wordt ook wel een «punt» uitkeringsfactor genoemd. Als de uitkeringsfactor bijvoorbeeld stijgt van 1,253 naar 1,265 is dit een stijging van 12 punten.
  
UitkeringsjaarHet kalenderjaar waarover het recht op uitkering ontstaat.
  
VerdeelmaatstafMaatstaf ter verdeling van de algemene uitkering die verband houdt met de gemeentelijke of provinciale behoefte aan algemene middelen.
  
VerdeelreserveGedeeelte van de algemene uitkering dat niet aan de gemeenten wordt uitgekeerd, maar als reservering apart wordt gehouden. De verdeelreserve dient om onverwachte effecten bij de meting van maatstaven op te vangen. Op het moment dat maatstaven definitief zijn of geen onverwachte ontwikkelingen meer kunnen doormaken wordt de verdeelreserve verrekend.
  
WaarderingskamerZelfstandig bestuursorgaan dat toeziet op een correcte waardering van onroerende zaken in Nederland. De gemeenten dragen via het gemeentefonds bij aan de bekostiging van dit orgaan.