Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

B. DE BEGROTINGSTOELICHTING

De instelling van het Spaarfonds AOW is verankerd in de Wet financiering sociale verzekeringen. Met de instelling van het spaarfonds komt de verantwoordelijkheid van het Rijk tot uitdrukking om over een lange periode gelden te reserveren, teneinde in het licht van de toenemende vergrijzing de toekomstige financiering van de AOW zeker te stellen. Vanaf 2020 is het mogelijk om uit het spaarfonds bijdragen te onttrekken ten gunste van de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor aanvullende financiering van het Ouderdomsfonds.


Een belangrijke gedachte achter het Spaarfonds AOW is om (een deel van) de vrijvallende rentelasten als gevolg van een dalende schuld te oormerken voor het opvangen van een piek in de AOW-uitgaven. Het spaarfonds is in feite een registratie van een op specifieke titel afgeloste schuld en bevat zodoende geen werkelijke vermogenstitels. De voeding van het spaarfonds bestaat uit bijdragen vanuit de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, alsmede rentevergoedingen over de aanwezige saldi van het fonds. Stortingen in het spaarfonds leiden niet tot een belasting van het begrotingssaldo, omdat bij de berekening van het EMU-saldo de betaling van het Rijk aan het fonds wordt gesaldeerd met de ontvangsten van het fonds. Daar staat tegenover dat opname uit het spaarfonds voor de AOW-uitgaven na 2020, ceteris paribus, zal leiden tot een navenante stijging van de overheidsschuld.


Op basis van artikel 86 van de Wet financiering sociale verzekeringen worden in afwijking van de artikelen 4, tweede lid, en 65, tweede lid, onderdeel a, van de Comptabiliteitswet de begroting en de financiële verantwoording van het Spaarfonds AOW uitsluitend op kasbasis gepresenteerd. Als gevolg hiervan zijn in de ontwerpbegroting geen verplichtingen opgenomen.

Artikel 1 Spaarfonds AOW