Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1. HET BELEID

1.1 Doel van het Waddenfonds

Het kabinet wil een robuust beleid met perspectief voor de toekomst opstellen voor de Waddenzee. Uitgangspunt is daarbij de hoofddoelstelling voor de Waddenzee zoals geformuleerd in de PKB Derde Nota Waddenzee: «de duurzame bescherming en de ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap». Het kabinet heeft naar aanleiding van het advies van de Adviesgroep Waddenzeebeleid (rapport «Ruimte voor de Wadden» d.d. 1 april 2004) onder meer besloten om offensief vorm te geven aan deze hoofddoelstelling door het doen van additionele1 investeringen in de Waddenzee en het waddengebied ( Kamerstukken II 2003/2004, 29 684, nr. 1). Het kabinet trekt daarvoor € 800 miljoen uit, verspreid over een investeringsperiode van 20 jaar. Deze investeringen worden gedaan met het doel de kwaliteit van de Waddenzee en het waddengebied te verbeteren middels investeringen gericht op de belangrijkste problemen en uitdagingen.

1.2 Aard van het Waddenfonds

Het Waddenfonds maakt deel uit van een samenhangend pakket van maatregelen dat aansluit bij de kabinetsdoelstelling om te komen tot een integraal beleid voor de Wadden. Er is sprake van een politieke – geen financiële – koppeling met andere onderdelen van dit pakket, te weten de gaswinning en de schelpdiervisserij. Een heroverweging van dit pakket zal plaatsvinden als één van de onderdelen niet kan worden gerealiseerd ( Kamerstukken II 2004/2005, 29 684, nr. 22).


Vanaf de datum dat de voor de gaswinning benodigde vergunningen zijn verleend, kunnen financiële toezeggingen worden gedaan voor projecten die ten laste komen van het fonds. Na het onherroepelijk worden van de vergunningen bestaat in beginsel de mogelijkheid om langlopende verplichtingen aan te gaan.


De kosten en uitgaven die uit het voorgaande voortvloeien, worden in het Waddenfonds verantwoord. Het Waddenfonds is een begrotingsfonds als bedoeld in de zin van artikel 9, eerste lid, van de Comptabiliteitswet. Het fonds is een rijksfonds dat valt onder beheer van de Minister van VROM als coördinerend minister van de Wadden. Het Waddenfonds wordt gevoed via een zogenoemde FES-brug. Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld en in de Staatscourant gepubliceerd.


Het kabinet hecht er groot belang aan dat het totaalbedrag dat in de Wadden wordt geïnvesteerd door bijdragen van andere partijen wordt vergroot. Dit kan worden bereikt door middel van cofinanciering. Projectvoorstellen zullen daarom worden getoetst op de mate waarin andere partijen bereid zijn een bijdrage te leveren. Co-financiers kunnen per project of per cluster van projecten bijdragen. In dit kader worden, naast het Waddenfonds, twee partijen onderscheiden: de initiatiefnemer en andere financieringsbronnen (bijvoorbeeld EU-fondsen, bijdragen uit het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG), bijdragen door regionale overheden/instanties en particulieren). Beide worden beschouwd als co-financiers en kunnen zowel publiek als privaat zijn. In dit kader is voor de rijksbijdragen aan projecten die voor subsidie uit het fonds in aanmerking komen geen anti-cumulatiebeding opgenomen.

1.3 Verdeling van de middelen

Activiteiten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd, moeten bijdragen aan het bereiken van de vier hierna genoemde operationele doelstellingen. Het kabinet zal daarbij de volgende verdeling hanteren:

• van het oorspronkelijk beschikbaar gestelde fondsbedrag wordt eerst het bedrag van de nadeelcompensatie kokkelvisserij afgetrokken (€ 122,435 miljoen);

• vervolgens wordt een bedrag gereserveerd t.b.v. de beheers- en uitvoeringskosten van het fonds;

• van het resterende bedrag wordt 10% apart gehouden voor activiteiten die bijdragen aan de doelen t.a.v. de kennishuishouding (4%) en de afname van externe bedreigingen (6%). Voor beide typen activiteiten geldt ten principale dat deze in gelijke mate zowel de natuur in brede zin, als de economie ten goede komen;

• voor het daarna resterende deel geldt dat projectaanvragen die aantoonbaar zowel het natuur als economisch belang dienen, (extra) hoog scoren in de prioritering. In beginsel wordt gestreefd naar een evenwichtige behandeling van projectaanvragen gericht op natuurherstel, dan wel op duurzame economische ontwikkeling. Een jaarlijks gelijke verdeling is geen doel op zichzelf; zwaarder weegt het resultaat van jaarlijks ingediende en goedgekeurde projectaanvragen. In meerjarig perspectief zal wel de nadruk worden gelegd op projecten/programma’s die de ecologie en een duurzame ontwikkeling van het waddengebied ten goede komen;

• deze benadering wordt na enkele jaren geëvalueerd. Aan de hand daarvan kan de nagestreefde «gelijkwaardige behandeling» worden aangepast.


Kern van deze benadering is dat het kabinet geen starre verdeelsleutel voorstaat, maar prioriteit zal geven aan die project- en programmavoorstellen die aantoonbaar bijdragen aan het bereiken van de doelen voor het gebied. Er wordt gestreefd naar een goede balans in de investeringen voor natuur, duurzame economische ontwikkeling en de overige investeringen, waarbij er bovendien een duidelijke relatie moet bestaan tussen impulsen op het gebied van duurzame economische ontwikkeling en de natuurkwaliteit van de Wadden («people, planet, profit»).

1.4 Investeringsplan en Uitvoeringsplan

In het Investeringsplan Waddenfonds zijn de doelen van het Waddenfonds, de uitdagingen en problemen van de Wadden en de werkwijze van het fonds uitgewerkt. Eens per 5 jaar zal een uitvoeringsplan met een horizon van vijf jaar worden opgesteld waarin de investeringsprioriteiten en de verdeling van de middelen binnen de categorieën worden beschreven.

1  Ten opzichte van het vigerende Beheersplan Waddenzee.