Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1 HORIZONTALE TOELICHTING 2006–2011


Per begroting (of begrotingsfonds dan wel aanvullende post) wordt in deze bijlage een toelichting gegeven op het verloop van de uitgaven en niet-belastingontvangsten vanaf 2006 tot en met 2011 volgens de huidige inzichten. Ook het verloop van de meerjarencijfers van de sectoren Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt en Zorg wordt op hoofdlijnen toegelicht. Macro veronderstellingen vanaf 2008 zijn nog ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Inzichten uit MLT 2008–2011 worden verwerkt bij een nieuw regeerakkoord.


De uitgaven voor internationale samenwerking worden separaat als totaal gepresenteerd. De totalen per begroting zijn derhalve exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen.

De cijfers van de afzonderlijke begrotingen luiden in constante prijzen van het jaar 2006. De bedragen luiden in miljoenen euro’s. Via aanvullende posten voor loon- en prijsbijstelling wordt een reservering opgenomen voor toekomstige loon- en prijsstijgingen.

Huis der Koningin

I HUIS DER KONINGIN

 200620072008200920102011
totaal uitgaven5,75,95,95,95,95,9
totaal niet-belastingontvangsten      
       
1 Uitkering leden Koninklijk Huis      
Uitgaven5,75,95,95,95,95,9

Staten-Generaal

IIA STATEN-GENERAAL

 200620072008200920102011
totaal uitgaven120,9123,0118,1116,1115,5116,3
totaal niet-belastingontvangsten2,12,11,91,91,91,9
       
1 Wetgeving en controle Eerste Kamer      
Uitgaven9,69,39,29,29,29,2
Ontvangsten0,10,10,10,10,10,1
       
2 Uitgaven tbv van (oud) leden Tweede Kamer en leden EP      
Uitgaven30,531,231,230,730,231,2
Ontvangsten0,30,30,30,30,30,3
       
3 Wetgeving en controle Tweede Kamer      
Uitgaven78,780,675,874,374,274,0
Ontvangsten1,71,71,61,61,61,6
       
4 Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer      
Uitgaven1,91,91,91,91,91,9
       
10 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven0,2     

De hogere uitgaven door de Tweede Kamer in 2006 en met name 2007 hangen samen met een aantal automatiseringsprojecten.

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINETTEN

 200620072008200920102011
totaal uitgaven95,495,489,488,993,488,9
totaal niet-belastingontvangsten2,92,82,82,82,82,8
       
1 Raad van State      
Uitgaven50,752,146,846,350,946,3
Ontvangsten1,51,51,51,51,51,5
       
2 Algemene Rekenkamer      
Uitgaven26,926,226,226,226,126,1
Ontvangsten1,21,21,21,21,21,2
       
3 De Nationale Ombudsman      
Uitgaven10,29,79,49,49,49,4
Ontvangsten0,1     
       
4 Kanselarij der Nederlandse Orden      
Uitgaven3,73,23,13,23,13,2
       
5 Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen      
Uitgaven2,52,62,62,62,62,6
       
6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba      
Uitgaven1,31,61,31,31,31,3
       
10 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven0,1     

De hogere uitgaven in 2006 en 2007 bij de Raad van State hangen samen met het aantal HBV-zaken (Hoger Beroep Vreemdelingen). In 2010 zijn de uitgaven hoger in verband met de nieuwe huisvesting voor de Raad van State.

Algemene Zaken

III ALGEMENE ZAKEN

 200620072008200920102011
totaal uitgaven48,055,255,054,854,854,8
totaal niet-belastingontvangsten5,41,31,31,31,31,3
       
1 Bevorderen eenheid regeringsbeleid      
Uitgaven44,752,051,751,651,651,6
Ontvangsten5,41,31,31,31,31,3
       
4 Kabinet der Koningin      
Uitgaven2,22,22,22,22,22,2
       
5 Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten      
Uitgaven1,01,01,01,01,01,0

Bevorderen eenheid regeringsbeleid

Vanaf 2007 wordt door AZ het gemeenschappelijk communicatiebeleid een impuls gegeven. In dit kader wordt onder meer geïnvesteerd in de Postbus-51 Informatiedienst, nieuwe media en het verder professionaliseren van de overheidscommunicatie. Dit leidt tot een stijging van de uitgaven op het artikel bevorderen eenheid regeringsbeleid vanaf 2007. De geplande beëindiging van het actieprogramma overheidscommunicatie in 2007 leidt tot een daling van de ontvangsten.

Koninkrijksrelaties

IV KONINKRIJKSRELATIES

 200620072008200920102011
totaal uitgaven200,5156,2164,9162,6146,1144,1
totaal niet-belastingontvangsten31,513,015,316,316,115,5
       
1 Waarborgfunctie      
Uitgaven44,537,450,251,552,151,9
Ontvangsten18,64,54,54,54,94,9
       
2 Bevordering autonomie Koninkrijkspartners      
Uitgaven154,7117,4113,4109,892,790,9
Ontvangsten12,98,510,811,811,210,6
       
3 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven1,41,41,41,41,41,3

De uitgaven verband houdend met de waarborgfunctie, zijn in 2007 eenmalig lager dan in andere jaren. Dit wordt verklaard doordat de middelen voor de luchtverkenningcapaciteit van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba incidenteel zijn overgeboekt naar Defensie. Door vertraging in de verwerving van alternatieve luchtverkenningcapaciteit worden de uitgaven in 2007 nog door Defensie gedaan.


De bedragen in het kader van de bevordering autonomie Koninkrijkspartners dalen. In 2006 is er nog additioneel 22 miljoen euro uitgetrokken voor het Veiligheidsplan Nederlandse Antillen. De samenwerkingsmiddelen voor armoedebestrijding uit achterliggende jaren zijn doorgeschoven naar komende jaren tot 2009. Vanaf 2010 gaat het budget verder omlaag met ongeveer 15 miljoen euro, omdat er dan een einde komt aan de financiële band tussen Aruba en Nederland.

Buitenlandse Zaken

V Buitenlandse Zaken

 200620072008200920102011
totaal uitgaven6 485,37 014,27 639,45 017,96 625,66 589,6
totaal niet-belastingontvangsten518,3611,4623,6636,1648,8661,8
       
Versterkte Europese samenwerking      
Uitgaven6 485,37 014,27 639,45 017,96 625,66 589,6
Ontvangsten518,3611,4623,6636,1648,8661,8

Relatie begroting Buitenlandse Zaken en de Homogene groep internationale samenwerking (HGIS)

Er zijn twee soorten uitgaven op de begroting van Buitenlandse Zaken: HGIS en niet-HGIS. Niet-HGIS uitgaven zijn uitgaven ten behoeve van de Europese Unie. HGIS-uitgaven zijn alle andere buitenlanduitgaven. De HGIS-uitgaven worden elders toegelicht; hier wordt alleen de ontwikkeling van de EU-afdrachten belicht.


De totale afdrachten aan de Europese Unie op het artikel Versterkte Europese samenwerking laten een wisselend verloop zien. Dit is het gevolg van de eind 2005 gevoerde onderhandelingen over de nieuwe Financiële Perspectieven. De bedongen lagere afdracht aan de EU voor de periode 2007–2009 is in zijn geheel verwerkt in 2009. Daarna is het nieuwe structurele niveau zichtbaar.

Justitie

VI JUSTITIE

 200620072008200920102011
totaal uitgaven5 757,95 881,05 760,25 744,55 756,35 735,2
totaal niet-belastingontvangsten1 039,91 028,51 049,31 055,31 053,81 052,6
       
11 Nederlandse rechtsorde      
Uitgaven13,010,410,310,410,410,4
       
12 Rechtspleging en rechtbijstand      
Uitgaven1 302,21 295,61 290,41 288,81 288,51 288,8
Ontvangsten183,6185,2185,3184,9184,9184,9
       
13 Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding      
Uitgaven2 140,42 453,22 481,82 507,82 522,52 515,2
Ontvangsten715,5720,3731,0731,3730,2729,0
       
14 Jeugd      
Uitgaven756,5788,6810,4813,5817,1816,8
Ontvangsten15,315,315,315,315,315,3
       
15 Vreemdelingen      
Uitgaven957,1757,7603,5553,1547,1547,0
Ontvangsten113,986,185,184,984,584,5
       
16 Integratie      
Uitgaven388,4400,1355,2351,1351,1351,1
ntvangsten0,510,322,028,228,228,2
       
17 Internationale rechtsorde      
Uitgaven1,81,71,81,81,81,8
       
91 Algemeen      
Uitgaven196,1170,8204,0215,2214,9201,1
Ontvangsten11,311,310,710,710,710,7
       
93 Geheim      
Uitgaven2,53,03,03,03,03,0

Het uitgavenpatroon voor Justitie wordt met name veroorzaakt door een toename van de uitgaven op het artikel Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding en een daling van de uitgaven op het artikel Vreemdelingen. In 2007 nemen de uitgaven van Justitie toe. De structurele overheveling van het budget voor forensische zorg in strafrechtelijk kader vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Justitiebegroting zorgt voor hogere uitgaven vanaf 2007. Hier tegenover staat een vermindering van de uitgaven op het artikel Vreemdelingen tussen 2006 en 2010. Dit is met name het gevolg van de lagere bezetting in de opvangfaciliteiten en een vermindering van het aantal procedures bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).


De uitgaven aan Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding lopen op, met name in 2007. Dit wordt vooral veroorzaakt door de structurele overheveling van het budget (214 miljoen euro) voor forensische zorg in strafrechterlijk kader vanuit de AWBZ naar de Justitiebegroting per 1 januari 2007. Hierdoor ontstaat één budget waarmee Justitie in de benodigde forensische zorg kan voorzien. Deze overdracht vindt plaats in het kader van de uitvoering van de motie Van de Beeten (EK 28 979 E). Daarnaast is als onderdeel van het Veiligheidsprogramma fors geïnvesteerd in de uitbreiding van capaciteit in het gevangeniswezen. Doel van het Veiligheidsprogramma is om in de periode 2008 tot 2010 te komen tot een vermindering van criminaliteit en overlast met 20–25 procent in vergelijking met het jaar 2002. Ten slotte wordt, naar aanleiding van het parlementair onderzoek tbs, de capaciteit van forensische zorg uitgebreid. Er worden 350 extra tbs-behandelplaatsen en long-stay plaatsen gecreëerd tussen 2007 en 2010. Ook worden er tussen 2007 en 2009 700 gevangenisplaatsen omgezet in bijzondere zorgplaatsen, waardoor meer gevangenen met een psychiatrische stoornis opgevangen kunnen worden tijdens de detentie. De capaciteitsuitbreiding van forensische zorg verklaart tevens de toename in de uitgaven na 2007.


De oploop van de uitgaven voor Jeugd is het gevolg van intensiveringen in de jeugdketen en verbetering van de Plaatsing Inrichting voor Jeugdigen (PIJ)-maatregel. Binnen de gehele jeugdketen is nog steeds een aanhoudende instroomstijging te constateren. Zo worden kinderen eerder en voor langere tijd uit huis geplaatst. De verwachting is dat de komende jaren meer kinderen onder toezicht worden gesteld. Daarnaast vindt er een uitbreiding van de sanctiecapaciteit plaats en zullen er meer taakstraffen worden uitgevoerd. Tenslotte wordt de uitvoering van de strafrechterlijke maatregel tot plaatsing in een jeugdinrichting verbeterd (PIJ-maatregel). De groepen worden verkleind van 12 naar 8 personen en het opleidingsniveau van de groepsleiders wordt geleidelijk opgeschroefd.


De uitgaven op het artikel Vreemdelingen nemen de komende jaren af door met name een lagere bezetting in de opvangfaciliteiten en een vermindering van het aantal procedures bij de IND. Dit is het gevolg van een restrictief toelatingsbeleid, waardoor de instroom van vluchtelingen die asiel aanvragen is gedaald van omstreeks 40 duizend in 2000 naar een raming van 10 500 voor 2007 en verder. De uitstroom uit de opvangfaciliteiten overtreft tot en met 2007 de instroom ruimschoots. De ontvangsten zijn in 2006 incidenteel hoger, omdat er vanwege een positief resultaat over 2005 terugontvangsten hebben plaatsgevonden van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.


In het kader van de inwerkingtreding van het nieuwe inburgeringstelsel per 1 januari 2007 wordt circa 70 miljoen euro structureel overgeheveld van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap naar de Justitiebegroting voor opleidingen Nederlands als tweede taal, die tot inburgering worden gerekend.


De uitgaven op het artikel Integratie zijn in 2006 en 2007 hoger dan de daaropvolgende jaren. Naar aanleiding van de resultaten van de commissie Participatie van Vrouwen uit Etnische Minderheidsgroepen (PaVEM) is in zowel 2006 als 2007 45 miljoen euro beschikbaar gesteld voor extra inburgeringcursussen voor allochtone vrouwen. Per 1 januari 2007 treedt het nieuwe inburgeringstelsel in werking, waardoor meer mensen tegen een vanwege marktwerking lagere prijs worden ingeburgerd dan in de huidige Wet Inburgering Nieuwkomers en huidige oudkomersregelingen. De ontvangsten op artikel 16 Integratie nemen toe, omdat cursisten een lening voor een inburgeringcursus na een aantal jaren dienen terug te betalen.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

 200620072008200920102011
totaal uitgaven5 720,46 411,25 764,46 359,15 229,15 217,5
totaal niet-belastingontvangsten513,7314,1267,9274,481,380,5
       
1 Grondwet en democratie      
Uitgaven14,811,95,16,88,07,6
       
2 Politie      
Uitgaven4 173,74 272,94 331,44 368,94 400,54 420,6
Ontvangsten25,23,23,23,23,23,2
       
4 Partners in veiligheid      
Uitgaven114,8111,355,255,155,155,1
Ontvangsten0,64,4    
       
5 Nationale Veiligheid      
Uitgaven133,1176,5149,5153,3153,4153,4
Ontvangsten0,33,00,40,10,10,1
       
6 Functioneren Openbaar Bestuur      
Uitgaven46,038,938,636,936,937,9
Ontvangsten0,20,20,20,20,20,2
       
7 Informatiebeleid Openbare Sector      
Uitgaven176,3106,882,881,179,975,6
Ontvangsten60,2     
       
9 Grotestedenbeleid      
Uitgaven543,9424,5336,7328,7103,175,6
Ontvangsten423,3299,1232,3229,83,63,4
       
10 Arbeidszaken overheid      
Uitgaven65,7112,2100,089,455,155,1
Ontvangsten1,30,60,60,60,60,6
       
11 Kwaliteit Rijksdienst      
Uitgaven134,957,245,345,345,445,5
Ontvangsten0,80,40,40,40,40,4
       
12 Algemeen      
Uitgaven86,090,1114,790,290,390,3
Ontvangsten1,41,01,01,01,01,0
       
13 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven17,310,40,3– 0,3– 1,1– 1,9
       
14 Toezicht en onderzoek Openbare Orde en Veiligheid      
Uitgaven14,014,114,414,414,414,4
       
15 Crises- en rampenbeheersing      
Uitgaven43,435,936,835,534,834,8
Ontvangsten0,32,02,00,7  
       
16 Brandweer en GHOR      
Uitgaven156,5148,4153,6153,5153,5153,5
Ontvangsten0,30,30,30,30,30,3
       
17 VUT fonds      
Uitgaven 800,0300,0900,0  
Ontvangsten  27,738,272,071,4

De hogere uitgaven aan grondwet en democratie in de jaren 2006 en 2007 hangen samen met tijdelijke projecten op het gebied van democratische vernieuwing, met name het Burgerforum en de Nationale Conventie en het project Kiezen op Afstand.


De uitgaven voor de politie stijgen als gevolg van de jaarlijkse toename van het budget samenhangend met de demografische ontwikkeling en de invoering van het herziene budgetverdeelsysteem politie. Bij de invoering van de nieuwe budgetverdeelsystematiek voor de politiekorpsen is afgesproken dat de korpsen die er op achteruit gaan in het nieuwe budgetverdeelsysteem worden gecompenseerd. Voorts stijgt het budget in verband met de uitvoering van het verbeterprogramma opsporing en vervolging en uittredingsregeling politie. Voor een klein deel kan de stijging worden verklaard uit de intensivering van de terrorismebestrijding waartoe begin 2005 is besloten.


De uitgaven voor partners in veiligheid dalen sterk doordat de afrekening van de kosten voor de exploitatie van het communicatiesysteem C2000 vanaf 2008 niet langer via de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verloopt.


De uitgaven voor nationale veiligheid stijgen in meerjarig perspectief in het kader van terrorismebestrijding en als gevolg van de capaciteitsuitbreiding van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst waartoe het kabinet heeft besloten naar aanleiding van de bestuurlijke evaluatie. De piek in 2007 houdt verband met de nieuwe huisvesting van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst.


De opbrengsten voor paspoorten werden verantwoord op de begroting van Binnenlandse Zaken en de begroting van de Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR). Vanaf 2007 worden de paspoorten alleen nog verantwoord op de begroting van BPR, hetgeen de lagere uitgaven en ontvangsten vanaf 2007 voor het Informatiebeleid Openbare Sector deels verklaart.

Verder hangen de hogere uitgaven in 2006 en 2007 samen met de investeringen in biometrie op de Nederlandse reisdocumenten en het bevriezen van de prijs van de Nederlandse Identiteitskaart met e-functionaliteit.


De hogere uitgaven en ontvangsten Grotestedenbeleid in 2006 worden veroorzaakt door de toevoeging van inburgeringsmiddelen van de begroting van Justitie aan de Brede Doeluitkering Sociaal, Integratie en Veiligheid (BDU SIV) van het Grotestedenbeleid (GSB). De hogere uitgaven en ontvangsten voor het GSB in 2006 en 2007 hangen samen met de overheveling van middelen van OCW voor voor- en vroegschoolse educatie en onderwijsachterstanden en de middelen die zijn toegevoegd om de leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare wijken in grote steden te verbeteren. De BDU-SIV loopt in 2009 af. Hierdoor dalen de uitgaven en ontvangsten aan GSB per 2010.


Het hogere uitgavenniveau voor arbeidszaken overheid in de periode 2007 tot en met 2009 hangt samen met een extra tegemoetkoming in de ziektekosten voor post-actieve ambtenaren die tot 2006 gebruik maakten van de tegemoetkomingsregeling in de ziektekosten.


De uitgaven voor kwaliteit rijksdienst laten een piek zien in 2006. Deze piek hangt samen met het in 2005 gesloten arbeidsvoorwaardenakkoord voor de sector Rijk. Onderdeel van dit akkoord was de afschaffing van de Ziektekostenvoorziening Rijkspersoneel (ZVR) per 1 januari 2006 en een eenmalige uitkering in 2006. Voor de eenmalige uitkering zijn middelen vanuit de jaren 2007 tot en met 2010 naar voren gehaald. De uitgaven voor het VUT-fonds in 2007 tot en met 2009 betreffen een rentedragende lening aan het VUT-fonds. Het VUT-fonds is een stichting die voor Rijksoverheid VUT(vervroegde uittreding)-regelingen uitvoert op basis van het omslagstelsel. Het omslagstelsel houdt in dat de loonvervangende uitkeringen aan ex-werknemers worden betaald uit de premies die worden opgebracht door de actieve werknemers en door de werkgevers. De ontvangsten vanaf 2008 betreft de rente die over deze lening wordt geheven.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

 200620072008200920102011
totaal uitgaven29 197,528 851,629 167,029 332,929 425,629 535,7
totaal niet-belastingontvangsten1 445,31 344,71 138,61 159,01 155,51 037,1
       
1 Primair onderwijs      
Uitgaven8 303,18 238,68 230,98 199,68 168,88 136,6
Ontvangsten104,451,933,019,62,02,0
       
3 Voortgezet onderwijs      
Uitgaven5 771,05 869,55 745,05 678,15 662,95 648,3
Ontvangsten111,7129,223,96,41,41,4
       
4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie      
Uitgaven3 082,33 057,33 038,43 057,43 056,03 061,6
Ontvangsten76,782,2    
       
5 Technocentra      
Uitgaven9,19,19,19,1  
Ontvangsten9,19,19,19,1  
       
6 Hoger beroepsonderwijs      
Uitgaven1 875,81 965,01 999,72 047,52 069,02 108,8
Ontvangsten 6,06,08,0  
       
7 Wetenschappelijk onderwijs      
Uitgaven3 351,73 410,93 461,93 512,33 563,53 614,2
Ontvangsten11,516,516,521,526,516,4
       
8 Internationaal onderwijsbeleid      
Uitgaven17,016,516,816,716,716,7
Ontvangsten0,10,10,10,10,10,1
       
9 Arbeidsmarkt en personeelsbeleid      
Uitgaven174,9157,0140,9151,4151,7151,7
       
10 ICT      
Uitgaven38,931,129,430,130,130,1
Ontvangsten49,847,847,847,847,8 
       
11 Studiefinanciering      
Uitgaven3 532,73 060,63 483,13 616,03 742,13 843,7
Ontvangsten340,9367,7400,7436,8474,8514,1
       
12 Tegemoetkoming studiekosten      
Uitgaven303,8307,8312,8313,2311,2307,0
Ontvangsten12,59,59,59,59,59,5
       
13 Lesgelden      
Uitgaven5,55,96,06,26,14,8
Ontvangsten192,7199,6200,2202,0209,7216,7
       
14 Cultuur      
Uitgaven806,2865,4863,0859,9863,8862,2
Ontvangsten6,534,224,323,422,521,6
       
15 Media      
Uitgaven736,3759,0761,4766,5771,5773,5
Ontvangsten223,9212,7213,0213,0253,3175,2
       
16 Onderzoek en wetenschappen      
Uitgaven951,6933,7908,7913,1857,8822,0
Ontvangsten227,3177,6154,0161,2107,479,5
       
17 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven46,0– 7,5– 7,5– 8,0– 8,0– 8,0
Ontvangsten77,6     
       
18 Ministerie algemeen      
Uitgaven134,8118,2114,2110,6109,3109,2
Ontvangsten0,60,60,60,60,60,6
       
19 Inspecties      
Uitgaven49,046,746,446,346,346,3
       
20 Adviesraden      
Uitgaven8,06,86,76,86,86,8

De begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap groeit bruto met 0,6 miljard euro tussen 2006 en 2011, hierbij is gecorrigeerd voor de 300 miljoen euro OV-kaart in 2006. Netto komt de oploop uit op circa 1 miljard euro. De oploop wordt voor 0,25 miljard euro verklaard door de stijgende onderwijsparticipatie, met name stijgende deelname in het hbo en wo. De resterende oploop wordt voor het grootste deel verklaard door hogere uitgaven voor studiefinanciering als gevolg van de hogere studentenaantallen. Daarnaast zijn er nog intensiveringen zoals bijvoorbeeld de verlenging van de leerwerkplicht en intensiveringen in het hoger onderwijs door het budget voor de bekostiging van hoger onderwijsinstellingen te verhogen, ten behoeve van een kwaliteitsslag in het onderwijs. Van 2006 naar 2007 daalt de begroting met ongeveer 350 miljoen euro. Deze daling wordt voornamelijk verklaard door de eenmalig betaling van een gedeelte van de OV-kaart in 2006 in plaats van 2007.


In het primair onderwijs dalen de uitgaven door een vermindering van het aantal leerlingen, als gevolg van demografische ontwikkelingen. Daarentegen neemt het aantal zorgleerlingen toe, waardoor de daling in de uitgaven gedeeltelijk wordt teniet gedaan.


In het voortgezet onderwijs ziet men eerst een verhoging van de uitgaven voor 2007 en vervolgens een continue daling. Dit is gekoppeld aan de FES-ontvangsten voor huisvesting en inrichting praktijklokalen vmbo, waarvoor incidenteel voor 2006 en 2007 150 miljoen euro beschikbaar is gesteld. Deze FES-impuls heeft echter zijn uitwerking aan zowel de uitgaven als ontvangsten kant, waardoor dit netto geen effect heeft op de uitgaven. Over de jaren heen vindt een daling van de uitgaven plaats door afnemende leerling-aantallen, als gevolg van demografische ontwikkelingen. Als gevolg van de verlenging van de leerplicht tot 18 jaar zal een deel van de afname van de leerlingen (26 duizend leerlingen minder in 2011 ten opzichte van 2006) worden gecompenseerd door een toename van het aantal leerplichtigen vanaf 2007.


In het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie wordt over de jaren heen minder uitgegeven als gevolg van de overheveling van 70,5 miljoen euro, vanaf 2007 structureel, van OCW naar Justitie. Dit bedrag is bestemd voor opleidingen Nederlands als tweede taal (NT2) op de niveaus 1 en 2, die tot inburgering worden gerekend, omdat betreffende groepen per 1 januari 2007 onder de verantwoordelijkheid van V&I vallen. De daling van de uitgaven wordt gedeeltelijk teniet gedaan door de verlenging van de leerplicht tot 18 jaar vanaf schooljaar 2007–2008. Deze zullen vanaf 2008 grote consequenties zal hebben voor de uitgaven. In het MBO is tevens sprake van hogere leerlingenaantallen, waardoor structureel de uitgaven toenemen. Daarnaast zijn bij de voorjaarsnota 2006 extra middelen aan de begroting toegevoegd voor extra begeleiding en ondersteuning van risicoleerlingen in het mbo 1 en 2. Op termijn lopen die middelen op tot 102 miljoen euro vanaf 2009. De extra middelen uit het Europees structuur fonds (ESF) voor de beroepsbegeleidende leerweg, in 2006 40 miljoen euro en in 2007 10 miljoen euro, compenseren de daling ook voor een gedeelte. Deze middelen zijn als gevolg van de sluiting van het ESF-loket beschikbaar gesteld voor projecten ter bestrijding van voortijdig schoolverlaten en het versterken van de beroepsbegeleidende leerweg.


In het Hoger Beroepsonderwijs en hetWetenschappelijk Onderwijs neemt het aantal studenten over de jaren heen toe; hier manifesteert zich de voortzettende onderwijsparticipatie. Dit werkt ook door in de uitgaven voor Studiefinanciering. De lagere uitgaven in 2007 hangen samen met de gedeeltelijke betaling van de verplichtingen OV-contract 2007 reeds in 2006.


Hoewel het lesgeld voor het voortgezet onderwijs en voor 16- en 17-jarigen in het middelbaar beroepsonderwijs is afgeschaft, nemen de ontvangsten in de loop der jaren toch toe. Dit wordt veroorzaakt door de ontwikkeling (toename) van het aantal leerlingen in het mbo ouder dan 18 jaar.


Op het artikel Cultuur nemen de uitgaven van 2006 naar 2011 met ongeveer 55 miljoen euro toe. Dit wordt veroorzaakt door onder andere filmstimulering waarvoor vanaf 2007 20 miljoen euro beschikbaar is. Ook is per 2007 20 miljoen euro structureel uitgetrokken voor het ontsluiten van in archieven aanwezig audiovisueel materieel uit de 20e eeuw. Daarnaast is bij de voorjaarsnota bepaald dat alle ministeries moeten bijdragen aan de depots nationaal archief. In 2007 komt dat neer op totaal 11 miljoen euro en vervolgens structureel circa 2 miljoen euro.


Het verloop in het beschikbare budget voor onderzoek en wetenschappen hangt met name samen met de kasritmes van de projecten die onder andere uit FES-middelen zijn gefinancierd. Netto bekeken blijven de uitgaven over de jaren heen gelijk, daar zowel FES-ontvangsten als FES-uitgaven afnemen naar 2011 toe.


Op artikel 17 waar de Nominale en onvoorziene uitgaven staan, zijn de uitgaven en ontvangsten in 2006 vrij hoog ten opzichte van de jaren daarna. De ontvangsten in 2006 hebben betrekking op terugvorderingen naar aanleiding van het onderzoek van de commissie-Schutte.


De uitgaven op het artikel Algemeen nemen fors af als gevolg van de efficiency- en volumetaakstellingen. Invulling van deze taakstellingen heeft zijn beslag voor een groot deel in 2005 en 2006 gekregen, waarna de apparaatuitgaven zich op een structureel lager niveau zullen stabiliseren.

Nationale Schuld (Transactiebasis)

IXA NATIONAL SCHULD (TRANSACTIEBASIS)

 200620072008200920102011
totaal uitgaven14 908,313 820,415 173,415 862,714 964,215 163,7
totaal niet-belastingontvangsten1 374,61 239,51 147,41 412,41 550,63 728,6
       
1 Financiering staatsschuld      
Uitgaven9 490,59 454,99 905,310 220,010 612,010 909,3
Ontvangsten159,6154,3124,7153,3152,8107,4
       
2 Kasbeheer      
Uitgaven5 417,84 365,65 268,25 642,74 352,34 254,5
Ontvangsten1 215,01 085,21 022,71 259,11 397,83 621,1

Hoofdstuk Nationale Schuld betreft het in- en uitlenen van gelden van en aan derden en aan de Staat gelieerde instellingen ten behoeve van de financiering van de staatsschuld. Bovenstaande cijfers zijn exclusief de aflossingen op en de uitgifte van staatsleningen.


Het artikel Financiering Staatsschuld heeft betrekking op de extern gefinancierde staatsschuld. De omvang van de uitgaven en ontvangsten wordt vooral bepaald door de ontwikkeling van het feitelijke tekort en het herfinancieringspatroon van de staatsschuld. De uitgaven bestaan uit de rentelasten van zowel de vaste als de vlottende schuld. Deze rentelasten stijgen vanaf 2007, voornamelijk als gevolg van de absolute stijging van het verwachte kapitaalmarktberoep door de Staat. Dit hangt enerzijds samen met de jaarlijkse toename van de vaste schuld en anderzijds met de heruitgifte van de schuld vanaf 2006. Zo worden de in 2003 en 2004 tegen lage rentes uitgegeven 3-jarige leningen tegen naar raming hogere rentepercentages geherfinancierd in 2006 en 2007.

De ontvangsten bestaan uit de renteopbrengsten over het positieve schatkistsaldo en uit het positieve saldo van opbrengsten en kosten van rente-swaps. Dit saldo varieert van jaar tot jaar afhankelijk van de afgesloten swapcontracten.


Op het artikel Kasbeheer staan de geldstromen, die betrekking hebben op het betalingsverkeer van de rijksoverheid en van de aan de schatkist gelieerde instellingen. De uitgaven bestaan enerzijds uit de rentevergoeding over de saldi, die in de schatkist worden aangehouden door baten-lastendiensten, RWT’s (Rechtspersoon met een Wettelijke Taak) en sociale fondsen. Deze rentelasten fluctueren door de toe en afname van saldi en door de renteontwikkeling. Anderzijds bestaan de uitgaven uit verstrekte leningen aan baten-lastendiensten en RWT’s en, in sommige jaren, uit een afname van het rekening-couranttegoed van deze instellingen of van de sociale fondsen. De ontwikkelingen op dit artikel worden veroorzaakt door afnemende rekening-courant saldi van de sociale fondsen voor de periode 2006–2010 en door toenemende rentevergoeding aan AOW-spaarfonds en sociale fondsen. De ontvangsten bestaan uit rentebaten en aflossingen op leningen aan baten-lastendiensten, RWT’s alsmede toenemende rekening-courant saldi. De stijging van de ontvangsten op dit artikel wordt veroorzaakt door toenemende aflossingen van uitgezette leningen in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer en toenemende rekening-courant saldi van de sociale fondsen in 2011.

Financiën

IXB FINANCIËN

 200620072008200920102011
totaal uitgaven3 923,93 840,33 875,83 828,33 810,73 808,5
totaal niet-belastingontvangsten4 676,33 675,03 369,93 346,83 251,93 210,9
       
1 Belastingen      
Uitgaven3 489,93 410,73 445,23 390,23 370,33 368,9
Ontvangsten1 304,11 360,31 365,31 350,31 350,31 350,3
       
2 Financiële Markten      
Uitgaven62,760,960,360,360,060,0
Ontvangsten7,95,65,55,55,55,5
       
3 Financ. act. Publiek-Private sector      
Uitgaven17,619,618,217,617,116,6
Ontvangsten2 099,22002,21 774,11 786,11 694,11 653,1
       
4 Internationale Fin. Betrekkingen      
Uitgaven2,42,42,42,42,42,4
Ontvangsten0,80,80,70,70,70,7
       
5 Exportkredietverz. en Investeringsgar.      
Uitgaven98,0112,5117,5127,5137,5137,5
Ontvangsten959,379,379,369,369,369,3
       
7 Beheer materiele activa      
Uitgaven106,199,191,691,791,791,7
Ontvangsten285,8214,2132,6122,5119,6119,6
       
8 Fin-ec beleid van de overheid      
Uitgaven31,231,429,127,025,725,7
Ontvangsten5,44,94,64,64,64,6
       
9 Algemeen      
Uitgaven114,0101,2109,6109,2103,6103,3
Ontvangsten13,97,77,77,77,77,7
       
10 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven2,02,61,92,52,52,5
Ontvangsten      

Belastingen

De belastingdienst investeert de komende jaren in een aantal grote projecten om de dienstverlening te (kunnen) verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn complexiteitsreductie ICT, intensivering toezicht, vooringevulde aangifte en verbeteren van de bereikbaarheid van de belastingtelefoon. Deze investeringen zijn voor een belangrijk deel de oorzaak van de hoger geraamde uitgaven tot 2008.

Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Door de uitkering ten laste van de reserves van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) zijn de verwachte inkomsten voor 2006 en 2007 fors hoger. De geleidelijke terugloop van de dividenduitkering van het transportbedrijf Gasunie zorgt voor geleidelijk dalende ontvangsten vanaf 2008. Doordat de BNG ook voor 2009 een uitkering voorziet wordt in dat jaar de dalende trend eenmalig onderbroken.

Exportkredietverzekeringen en Investeringsgaranties

Mede gezien de lagere realisaties in voorgaande jaren worden op de korte termijn minder schade-uitkeringen verwacht dan op lange termijn. Hierdoor lopen de geraamde uitgaven voor exportkredietverzekeringen en Investeringsgaranties geleidelijk op tot 137,5 miljoen euro in 2010.

De ontvangsten op dit artikel liggen in 2006 op een hoger niveau, vooral vanwege vervroegde aflossingen van leningen door Nigeria, Rusland en Algerije. Dit zorgt voor extra ontvangsten in 2006, maar voor lagere ontvangsten in latere jaren.

Beheer Materiële Activa

Het Rijk verkoopt een deel van zijn gronden. Hierdoor hoeft minder uitgegeven te worden voor onderhoud en beheer. Dit wordt geleidelijk met 6 miljoen euro verlaagd in 2006 en 2007. Bovendien wordt de leenfaciliteit voor anticiperend handelen in vastgoed met ingang van 2008 verlaagd, mede omdat deze in eerdere jaren niet altijd volledig uitgeput werd. Mede hierdoor dalen de geraamde uitgaven op dit artikel geleidelijk tot 2008.

De ontvangsten liggen in 2006 en 2007 hoger, voornamelijk door extra ontvangsten uit de verkoop van agrarische gronden.

Financieel economisch beleid van de overheid

Tot 2009 voert het ministerie van Financiën (IPAL en ACTAL) programma’s uit voor het verminderen van administratieve lasten. Volgens huidige planning zullen deze in 2009 beëindigd worden. Mede hierom wordt tot 2009 meer uitgegeven op dit beleidsartikel. Daarna worden de uitgaven afgebouwd.

Defensie

X DEFENSIE

 200620072008200920102011
totaal uitgaven7 615,67 695,57 546,17 495,67 446,97 432,1
totaal niet-belastingontvangsten327,2384,5456,5365,5298,2284,0
       
21 Commando Zeestrijdkrachten      
Uitgaven658,4604,9574,0570,7569,1568,5
Ontvangsten22,822,322,323,922,322,3
       
22 Commando Landstrijdkrachten      
Uitgaven1 470,41 387,01 365,21 352,61 348,91 347,7
Ontvangsten33,318,218,218,218,218,2
       
23 Commando Luchtstrijdkrachten      
Uitgaven673,7642,8601,4601,9598,6594,6
Ontvangsten14,28,78,78,78,78,7
       
24 Koninklijke marechaussee      
Uitgaven384,5363,9367,2364,1359,9359,1
Ontvangsten7,37,37,37,37,37,3
       
25 Defensie Materieelorganisatie      
Uitgaven2 091,52 307,52 310,22 230,42 293,52 221,2
Ontvangsten64,579,773,773,773,773,7
       
26 Commando Dienstencentra      
Uitgaven626,7734,4681,3654,6625,4667,5
Ontvangsten29,329,929,929,529,529,5
       
70 Geheime uitgaven      
Uitgaven1,81,81,81,81,81,8
       
80 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven– 29,4– 61,4– 37,890,445,546,0
       
90 Algemeen      
Uitgaven1 738,01 714,71 682,81 629,31 604,21 625,8
Ontvangsten155,9218,4296,5204,4138,6124,4

De uitgavenreeksen op de artikelen Commando Zeestrijdkrachten, Commando Landstrijdkrachten, Commando Luchtstrijdkrachten en Commando Koninklijke Marechaussee hebben voornamelijk betrekking op militair- en burgerpersoneel en opleidingen. De terugloop in de uitgavenbudgetten is grotendeels het gevolg van interne herschikkingen in het kader van verdere centralisatie van diensten naar met name de artikelen Defensie Materieel Organisatie en Commando Dienstencentra. De budgetten nemen eveneens af als gevolg van een reductie van het personeelsvolume en de aan het personeel gerelateerde uitgaven. Bij de ontvangsten van de Commando’s Land- en Luchtstrijdkrachten vindt door ontvlechting van budgetten voor kleding en uitrusting en centralisatie van de energiecontracten een herschikking plaats naar de ontvangsten Defensie Materieel organisatie.


Op het artikel Defensie Materieel organisatie zijn als gevolg van de reorganisatie de Defensiebrede investeringsbudgetten ondergebracht. Het verloop van de uitgaven hangt samen met de verwachte ontwikkeling en productie van strategisch materieel, zoals het Infanterie Gevechtsvoertuig en diverse helikopterprojecten, waaronder de NH-90. Centralisatie van de ondersteunende diensten vindt plaats op het artikel Commando Dienstencentra, waar ook de Defensiebrede investerings- en exploitatiebudgetten voor ICT en infrastructuur zijn ondergebracht.


Op het artikel Nominaal en onvoorzien worden de loon- en prijsbijstelling in eerste instantie geboekt waarna verdeling over de diverse begrotingsartikelen plaatsvindt. De bij Voorjaarsnota toegevoegde budgetten voor civiel-militaire samenwerking (ICMS) en de bijdrage aan de structurele oplossing voor operationele materiële verliezen zijn, in afwachting van een vertaling naar concrete projecten, eveneens op dit artikel gestald. Tevens zijn er tijdelijk diverse mutaties op dit artikel gestald die samenhangen met herschikkingen binnen de begroting als gevolg van de verwerking van de migratieplannen en het reorganisatietraject naar het nieuwe evenwicht tussen taken en middelen.


Het artikel Algemeen omvat de ontvangsten en uitgaven van de Bestuursstaf, de MIVD en alle niet nader toe te delen departementsbrede uitgaven. De meest omvangrijke post betreft de pensioenen en uitkeringen. De wacht- en ouderdomsgelden en pensioenen kennen een licht neerwaarts verloop. De ontvangstenreeks vertoont met name de neerslag van de geraamde verkoopopbrengsten van defensiematerieel en -terreinen.

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

XIA VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

 200620072008200920102011
totaal uitgaven3 948,03 910,83 756,83 784,23 653,93 532,2
totaal niet-belastingontvangsten448,31 070,0813,7722,5696,7680,2
       
21 Bevorderen van een goed werkende woningmarkt      
Uitgaven18,614,015,615,612,115,5
       
22 Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad      
Uitgaven464,1433,9518,4579,2413,5295,1
Ontvangsten2,80,10,10,10,10,1
       
23 Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt      
Uitgaven2 047,32 030,22 082,42 155,62 203,12 243,5
Ontvangsten43,9659,1615,4611,8622,3627,7
       
24 Optimaliseren van de ruimtelijke afweging      
Uitgaven23,322,320,316,412,011,2
Ontvangsten7,16,06,03,0  
       
25 Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoof      
Uitgaven224,9276,2111,544,235,932,8
Ontvangsten207,0214,585,823,020,120,7
       
26 Beperken van Klimaatveranderingen en grootschalige luchtverontreiniging      
Uitgaven47,051,944,647,234,023,2
Ontvangsten9,58,07,07,0  
       
27 Verbeteren van de milieukwaliteit van water en bodem      
Uitgaven168,2174,2184,2187,6215,9233,7
Ontvangsten34,315,115,013,50,2 
       
28 Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde leefomgeving      
Uitgaven129,3170,977,752,758,037,9
Ontvangsten83,6127,840,216,720,9 
       
29 Verminderen van risico’s van afvalstoffen, afval, straling en GGO’s      
Uitgaven35,041,136,131,529,827,4
Ontvangsten0,21,32,42,82,11,0
       
30 Versterken van het (inter)nationale milieubeleid      
Uitgaven87,078,372,970,966,566,4
Ontvangsten11,16,52,02,0  
       
31 Vergroten van de externe veiligheid      
Uitgaven40,249,251,560,475,575,4
       
32 Handhaving en toezicht      
Uitgaven67,262,161,261,261,060,9
Ontvangsten0,90,90,90,90,90,9
       
33 Rijkshuisvesting en architectuur      
Uitgaven121,3119,993,880,357,738,4
Ontvangsten4,90,40,42,60,40,4
       
34 Algemeen      
Uitgaven466,3385,8380,0375,8369,1365,9
Ontvangsten43,030,338,639,129,729,5
       
35 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven8,10,96,55,610,04,9

Het begrotingstotaal van de begroting van VROM wordt voor een belangrijk deel bepaald door de uitgaven voor de huurtoeslag. Deze uitgaven worden verantwoord op het artikel Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt. De uitgaven lopen licht op, onder andere door de compensatie van huurtoeslaggerechtigden voor de effecten van de modernisering van het huurbeleid. De ontvangsten nemen toe vanaf 2007 als gevolg van de Interimwet Betaalbaarheidsheffing Huurwoningen en zijn in 2007 nog eens extra verhoogd doordat de heffing over 2006 pas in dat jaar zal binnenkomen. Met de heffingswet wordt beoogd de verhuurder een bijdrage te laten leveren aan de betaalbaarheid van het wonen.


Op het artikel Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad staan voornamelijk middelen voor ISV (investeringsbudget stedelijke vernieuwing) en BLS (Besluit locatiegebonden subsidies). In 2010 is het budget lager doordat er kasverschuivingen ten gunste van 2009 hebben plaatsgevonden. Het verschil tussen 2010 en 2011 is het gevolg van het aflopen van de zogeheten investeringsimpuls 1998–2010. Dit was een impuls van het tweede Paarse kabinet die op de VROM-begroting onder andere heeft geleid tot extra middelen voor stedelijke vernieuwing, verbetering van de milieukwaliteit en vermindering van de geluidshinder.


De ontwikkeling in de tijd bij Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur wordt verklaard doordat (incidentele) FES-middelen aan de VROM-begroting zijn toegevoegd. Deze projecten (vaak nieuwe sleutelprojecten of projecten uit het Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK)) leiden vooral tot uitgaven in 2006 en 2007. In latere jaren wordt soms ook nog budget toegevoegd voor deze projecten, maar minder dan in 2006 en 2007. Dit geldt zowel bij de uitgaven als bij de ontvangsten. Bovendien wordt in 2007 vanuit dit artikel het Waddenfonds gevoed.


In 2010 en 2011 is op het artikel Beperken van Klimaatveranderingen en grootschalige luchtverontreiniging een lager budget te zien. Ook hier ligt een deel van de verklaring in het feit dat FES-middelen die zijn toegevoegd tot en met 2009 lopen. De FES-middelen op dit artikel zijn met name bedoeld voor BSIK (Besluit Subsidies Investeringen in de Kennisinfrastructuur). Het verschil tussen 2009 en 2010 is te verklaren door een intertemporele schuif van 2006 en 2007 naar 2009 en 2010.


Bij Verbeteren van de milieukwaliteit van water en bodem is het omgekeerde waarneembaar: daar neemt het budget in 2010 en in 2011 toe. De stijging in 2010 is het gevolg van het feit dat de ISV2-periode in 2010 afloopt. De bodemsaneringsmiddelen die via het investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV, artikel 2) aan gemeenten werden verstrekt, zijn vanaf 2010 weer opgenomen in dit artikel. In 2011 is hetzelfde te zien, maar dan als gevolg van het aflopen van BLS. Ook die middelen worden dus weer op dit artikel verantwoord, in plaats van op het artikel met stedelijke vernieuwingsmiddelen.


In 2006 en 2007 zijn op Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde leefomgeving meer middelen te zien dan in latere jaren. Dat komt doordat in die jaren middelen uit het FES zijn toegevoegd voor de subsidieregeling luchtkwaliteit voor andere overheden. Met deze middelen kunnen gemeenten aan de slag om met lokale maatregelen de luchtkwaliteit in hun gemeente te verbeteren. Daarnaast heeft de FES-bijdrage voor de uitvoering van de wet luchtkwaliteit een verloop met een piek in 2007 en een jaarlijkse afloop tot 2010.


Op het artikel Vergroten van de externe veiligheid is een toename te zien. De oploop richting de laatste jaren wordt veroorzaakt doordat bepaalde saneringen de nodige voorbereidingstijd kennen. Naast inventarisatie van de specifieke gevallen moeten nog de nodige projectplannen worden gemaakt. De meeste saneringen gaan pas echt van start vanaf 2009.


Sinds 1999 is voor het grootste deel van de rijkshuisvesting sprake van een huur-verhuurrelatie. Dat geldt niet voor het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken. Deze uitgaven lopen in de tijd af doordat enkele grotere investeringsprojecten aflopen.

Verkeer en Waterstaat

XII VERKEER EN WATERSTAAT

 200620072008200920102011
totaal uitgaven6 631,17 442,27 750,47 887,58 068,77 822,3
totaal niet-belastingontvangsten107,4116,1107,0105,381,782,0
       
31 Integraal waterbeleid      
Uitgaven59,064,363,660,559,659,6
Ontvangsten0,60,50,50,50,50,5
       
32 Het bereiken van optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit      
Uitgaven36,662,861,456,253,553,6
Ontvangsten1,29,98,98,710,110,1
       
33 Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico’s      
Uitgaven21,466,367,861,360,158,3
Ontvangsten 16,714,313,717,217,2
       
34 Betrouwbare netwerken en acceptabele reistijd realiseren      
Uitgaven244,6142,9119,394,682,272,8
Ontvangsten0,12,42,02,02,42,4
       
35 Mainport en logistiek      
Uitgaven67,178,074,372,067,766,7
Ontvangsten5,35,35,35,35,35,3
       
36 Bewerken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving      
Uitgaven89,8105,487,688,784,758,0
Ontvangsten57,058,760,462,642,642,9
       
37 Weer, klimaat, seismologie ruimtevaart      
Uitgaven41,846,945,941,938,742,2
Ontvangsten0,50,50,50,50,50,5
       
38 IVW      
Uitgaven101,4     
Ontvangsten23,5     
       
39 Bijdragen aan het Infrafonds en BDU      
Uitgaven5 719,06 642,37 007,87 187,47 404,37 193,5
       
40 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven0,81,00,9– 0,4– 0,6– 0,4
       
41 Ondersteuning functioneren Verkeer en Waterstaat      
Uitgaven249,5232,3221,9225,2218,5218,1
Ontvangsten19,322,115,012,03,13,1

De aan de uitvoering gerelateerde beleidsdoelstellingen van Verkeer en Waterstaat zijn in de Infrastructuurfonds-begroting opgenomen. De uitgaven die daar worden geraamd, worden in de horizontale toelichting van dit fonds toegelicht. Het Infrastructuurfonds wordt behalve uit de begroting van Verkeer en Waterstaat ook uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) gevoed, waarop eveneens een aparte horizontale toelichting wordt gegeven.


Het fluctuerende verloop van de totale uitgaven wordt voor een overgroot deel beïnvloed door het artikel Bijdrage aan het Infrastructuurfonds en de BDU (Brede Doel Uitkering). Vanaf 1 januari 2006 is Rijkswaterstaat een batenlastendienst. De budgettaire gevolgen hiervan zijn zichtbaar op het artikel Ondersteuning functioneren Verkeer en Waterstaat. De overhead die aan de beheer en onderhoudsprojecten kan worden toegerekend wordt vanaf 2006 verwerkt op het infrastructuurfonds (in de agentschapsbijdrage Rijkswaterstaat).


Door het opheffen van het artikel Inspectie Verkeer & Waterstaat per 1 januari 2007 en daarmee het toedelen van deze gelden naar de andere beleidsartikelen, is op de artikelen 31, 32, 33 en 35 een oploop te zien van 2006 naar 2007 en latere jaren.


De afname vanaf 2008 op het artikel Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico’s wordt met name veroorzaakt doordat het areaal aan veiligheidssloopzones bij Schiphol dat wordt aangekocht, jaarlijks afloopt. In 2010 zijn hiervoor geen uitgaven meer geraamd.


Het budget dat op het artikel Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijden wordt verantwoord neemt vooral vanwege de invoering van de OV-Chipkaart geleidelijk af.


De incidentele verhoging in 2007 op het artikel Bewerken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving heeft te maken met het programma Geluidsisolatie Schiphol en de aanschaf van roetfilters ten behoeve van het wegverkeer.

Economische Zaken

XIII ECONOMISCHE ZAKEN

 200620072008200920102011
totaal uitgaven2 233,52 135,02 305,42 349,82 189,82 095,2
totaal niet-belastingontvangsten5 256,47 430,96 149,63 169,12 571,82 491,3
       
1 Goed functionerende economie en markten Nederland en Europa      
Uitgaven75,575,972,571,670,670,8
Ontvangsten69,759,764,755,735,74,7
       
2 Bevorderen van innovatiekracht      
Uitgaven570,7637,8666,3626,6551,6509,3
Ontvangsten177,6215,7213,8193,194,142,8
       
3 Een concurrerend ondernemingsklimaat      
Uitgaven268,8272,7325,3336,4289,8271,4
Ontvangsten65,849,459,056,357,351,0
       
4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding      
Uitgaven945,3837,3910,4976,9927,9896,4
Ontvangsten4 892,97 097,25 805,12 858,22 379,62 387,9
       
5 Internationale economische betrekkingen      
Uitgaven9,59,19,19,19,19,1
       
8 Economische analyses en prognoses      
Uitgaven11,711,211,211,211,211,2
       
9 Voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken      
Uitgaven171,9170,8169,6169,5169,1169,2
       
10 Elektronische communicatie en post      
Uitgaven107,967,759,056,156,756,1
Ontvangsten42,62,51,40,40,20,2
       
21 Algemeen      
Uitgaven115,0102,1101,4101,199,899,2
Ontvangsten5,54,84,44,44,14,1
       
22 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven– 46,6– 53,6– 22,9– 11,71,50,0
       
23 Afwikkeling oude verplichtingen      
Uitgaven3,93,93,53,02,52,5
Ontvangsten2,21,61,20,90,60,4

De oploop in de uitgaven op de EZ-begroting vanaf 2007 worden voornamelijk veroorzaakt door hogere uitgaven voor doelmatige en duurzame energiehuishouding. De oorzaak hiervan is dat de regeling Milieu Kwaliteit Elektriciteits Productie (MEP) succesvol is, waardoor met de huidige ingediende projecten de doelstelling van 9 procent duurzame elektriciteit in 2010 wordt gerealiseerd. Dit leidt tot een verhoging van de uitgaven voor de MEP. De reeks op het artikel nominaal en onvoorzien dient ter dekking van een deel van deze uitgaven. Bij budgettaire nota’s zal worden bezien hoe deze bedragen in de verschillende jaren zullen worden ingevuld.


De hogere uitgaven voor het bevorderen van de innovatiekracht in 2007 ten opzichte van 2006 worden grotendeels verklaard doordat in het voorjaar extra middelen voor de ruimtevaart in 2007 beschikbaar zijn gekomen. De uitgaven voor het bevorderen van de innovatiekracht nemen vanaf 2009 sterk af door het beëindigen van sommige projecten, zoals het project Holstcentrum. Het betreft voornamelijk projecten welke met FES-gelden zijn gefinancierd.


De hogere kasuitgaven voor 2006 voor elektronische communicatie en post worden voornamelijk veroorzaakt doordat de FES-middelen voor het project kenniswijk tot betaling zijn gekomen in 2006. Ook zijn er hogere uitgaven vereist voor terugbetaling van ontvangsten in het kader van de frequentieverkopen.


De ontvangsten op de begroting van EZ bestaan grotendeels uit de aardgasbaten. Het verloop van de ontvangsten wordt verklaard doordat de meerjarencijfers (vanaf 2008) gebaseerd zijn op een behoedzame schatting van de olieprijs.


Andere ontvangsten op de EZ begroting hebben betrekking van opgelegde boetes (van bijvoorbeeld de NMA en de OPTA) en ontvangsten van FES-gelden. Naarmate de tijdshorizon groter is, is de omvang van de nu reeds bekende ontvangsten FES-gelden kleiner. Dit zorgt voor een afnemende reeks voor de ontvangsten op de artikelen Goed functionerende economie en markten Nederlanden Europa, Bevorderen van innovatiekracht en elektronische communicatie en post.

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

XIV LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

 200620072008200920102011
totaal uitgaven2 334,42 221,52 180,72 169,92 124,42 051,3
totaal niet-belastingontvangsten527,3395,9375,0373,5372,3354,9
       
21 Duurzaam ondernemen      
Uitgaven421,0301,6269,1253,8211,1202,7
Ontvangsten51,416,913,711,711,19,4
       
22 Agrarische ruimte      
Uitgaven56,331,444,650,334,334,0
Ontvangsten76,145,942,242,242,242,2
       
23 Natuur      
Uitgaven445,9448,7466,6461,8468,4442,0
Ontvangsten37,67,99,99,910,92,9
       
24 Landschap en Recreatie      
Uitgaven151,1162,2144,8145,4144,4130,9
Ontvangsten0,80,80,80,80,80,8
       
25 Voedselkwaliteit en Diergezondheid      
Uitgaven124,575,870,970,670,668,0
Ontvangsten40,914,86,06,16,13,5
       
26 Kennis en Innovatie      
Uitgaven884,2899,5892,2895,7895,2890,0
Ontvangsten34,727,720,521,019,114,4
       
27 Reconstructie      
Uitgaven52,6112,299,7100,4108,486,8
Ontvangsten3,7     
       
29 Algemeen      
Uitgaven198,8190,0192,8191,9191,9197,0
Ontvangsten282,1281,9281,9281,9282,2281,8

Het budget van het artikel Kennis en innovatie is qua omvang de grootste van de LNV-begroting. LNV is verantwoordelijk voor onderzoek, onderwijs en de toepassing van kennis in het groene domein.


De uitgaven op het artikel Duurzaam Ondernemen zijn in 2006 eenmalig hoger door de uitbetaling van de nadeelcompensatie aan kokkelvissers in de Waddenzee, extra werkzaamheden voor het agentschap Dienst Regelingen voortvloeiende uit het nieuwe Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het nieuwe mestbeleid, en de uitbetaling van de subsidieregeling voor jonge agrariërs in 2006. Tegenover dit laatste staat echter ook een bijdrage van de EU aan de ontvangstenzijde. In de jaren 2007 tot en met 2009 zijn extra middelen beschikbaar voor de energietransitieopgave in de glastuinbouw.


De uitgaven en ontvangsten op het artikel Agrarische ruimte zijn vanaf 2007 structureel lager. Als gevolg van het in werking treden van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) met ingang van 2007 lopen de bijdragen van derden aan uitgaven voor landinrichtingsprojecten niet meer via LNV maar via de provincies.


Ook de ontvangsten op het artikel Natuur zijn vanaf 2007 lager. Dit wordt veroorzaakt doordat de EU-bijdragen voor onder andere plattelandsbeleid nog niet definitief door de EU zijn vastgesteld en derhalve nog niet in de LNV-begroting meerjarig zijn verwerkt.


Op het artikel Landschap en recreatie zijn de uitgaven in 2006 en 2007 hoger als gevolg van een versnelling van de inrichting van het Groene Hart als Nationaal Landschap. Naar aanleiding van een Tweede-Kamermotie ingediend bij de Algemene Politieke Beschouwingen van 2005 (TK 30 300, nr. 22) zijn hiervoor extra middelen aan de LNV-begroting toegevoegd.


Voor destructie en preventieve maatregelen, zoals vaccinatie in het kader van wering en bestrijding van dierziekten, zijn voor 2006 middelen aan de LNV-begroting toegevoegd. De uitgaven op het artikel Voedselkwaliteit en diergezondheid zijn daarom in 2006 eenmalig hoger. Onderzocht zal worden of het mogelijk is om deze uitgaven via het Diergezondheidsfonds (DGF) te laten lopen.


De hogere uitgaven op het artikel Reconstructie vanaf 2007 zijn het gevolg van het volledig tot uitvoering komen van de reconstructieplannen in de zandgebieden in Zuid- en Oost-Nederland.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

 200620072008200920102011
totaal uitgaven25 855,326 963,928 068,828 279,328 506,029 183,4
totaal niet-belastingontvangsten827,5508,5508,9478,9478,9478,9
       
21 Inkomensbeleid      
Uitgaven0,70,7    
       
22 Activerend arbeidsmarktbeleid      
Uitgaven21,516,2    
       
23 Reïntegratie      
Uitgaven10,28,44,94,54,44,4
       
24 Sociale werkvoorziening      
Uitgaven1,01,3    
       
25 Arbeid en zorg      
Uitgaven2,02,1    
       
26 Overlegstructuur, collectieve arbeidsvoorwaardenvorming en medezeggenschap      
Uitgaven3,53,6    
       
27 Regulering van individuele arbeidsrelaties      
Uitgaven2,26,4    
       
28 Pensioenbeleid      
Uitgaven1,51,6    
       
29 Arbeidsomstandigheden, arbozorg en verzuim      
Uitgaven48,450,31,41,41,41,4
Ontvangsten4,14,14,14,14,14,1
       
30 Inkomensbescherming met activering      
Uitgaven6,96,8    
       
31 Inkomensbescherming en arbeidsongeschiktheid      
Uitgaven4,24,1    
       
32 Overige inkomensbescherming      
Uitgaven0,80,8    
       
33 Tegemoetkoming specifieke kosten      
Uitgaven1,31,2    
       
34 Rijksbijdragen aan Sociale fondsen en Spaarfonds AOW      
Uitgaven9 973,410 605,811 091,511 305,511 515,812 084,2
       
35 Emancipatie      
Uitgaven13,412,810,410,410,410,4
       
98 Algemeen      
Uitgaven199,4188,2285,0285,7286,3286,3
Ontvangsten8,75,95,65,65,65,6
       
99 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven0,20,90,70,70,70,7
 10 290,610 911,111 393,911 608,211 818,912 387,3
       
Begrotingsgefinancierde SZA regelingen:      
uitgaven15 564,716 052,716 674,916 671,216 687,116 796,1
ontvangsten814,8498,6499,2469,2469,2469,2

De begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevat zowel middelen die tot het SZA-kader worden gerekend als middelen die onder het kader Rijksbegroting-eng vallen. Daarnaast staan op de SZW-begroting uitgaven die Niet-relevant zijn voor enig kader. De begrotingsgefinancierde Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt (SZA) regelingen worden niet hier maar in de Horizontale Toelichting SZA toegelicht. De oploop van de totale uitgaven op de SZW-begroting wordt met name verklaard door een stijging van de (niet-relevante) Rijksbijdragen aan de sociale fondsen.


De Rijksbijdragen aan de sociale fondsen en spaarfonds AOW nemen toe. Deze bedragen bestaan uit de Bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK) en de bijdrage aan het spaarfonds AOW. De BIKK compenseert de fondsen voor een daling van de premie-inkomsten als gevolg van de Wet Inkomstenbelasting 2001 en stijgt in de periode 2006–2011. De rijksbijdragen aan het AOW-spaarfonds laten de komende jaren een lichte stijging zien. Het AOW-spaarfonds is ingesteld in 1998 om de financierbaarheid van de AOW op langere termijn zeker te stellen. Het fonds wordt gevoed door bijdragen vanuit de begroting van SZW.


Op het artikel Algemeen worden de apparaatuitgaven en subsidie-, voorlichtings-, onderzoeks- en handhavingsbudgetten verantwoord die niet direct kunnen worden toegerekend aan één van de beleidsartikelen. De reeksen voor de jaren 2006 en 2007 wijken af van de latere jaren. Reden hiervoor is dat de apparaatskosten in deze jaren zoveel mogelijk zijn toegerekend aan de beleidsartikelen.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

 200620072008200920102011
totaal uitgaven12 828,613 577,513 720,513 971,414 389,714 740,3
totaal niet-belastingontvangsten34,935,134,333,234,131,2
       
41 Volksgezondheid      
Uitgaven771,2785,0771,9780,3812,8816,3
Ontvangsten8,613,112,316,720,215,6
       
42 Gezondheidszorg      
Uitgaven4 701,75 634,85 798,45 971,36 293,86 579,5
Ontvangsten13,511,011,05,62,94,6
       
43 Langdurige Zorg      
Uitgaven5 186,64 826,54 893,04 966,95 044,85 124,0
Ontvangsten0,60,1    
       
44 Maatschappelijke Ondersteuning      
Uitgaven385,4485,1481,0480,6480,9479,8
Ontvangsten0,2     
       
45 Jeugdbeleid      
Uitgaven1 046,91 090,41 035,31 033,11 033,31 033,3
Ontvangsten8,97,57,57,57,57,5
       
46 Sport      
Uitgaven121,9100,898,4106,0108,398,1
       
47 Oorlogsgetroffenen en herinnering WO II      
Uitgaven418,1404,3393,2380,4362,5349,8
       
98 Algemeen      
Uitgaven210,5267,3266,1269,9269,9273,9
Ontvangsten3,13,43,43,43,43,4
       
99 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven– 13,7– 16,8– 16,8– 17,2– 16,6– 14,5

De totale uitgaven op de begroting vertonen een stijgende lijn, met name veroorzaakt door de artikelen Gezondheidszorg en Langdurige Zorg, waar de uitgaven voor de Zorgtoeslag, de Rijksbijdrage 18– en de Rijksbijdrage AWBZ stijgen.


Op het artikel Volksgezondheid is een op termijn licht stijgende uitgavenontwikkeling te zien. De stijging wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door het toegenomen budget voor bescherming tegen infectie- en chronische ziekten.


Op het artikel Gezondheidszorg is een oploop te zien die met name zit in de stijging van de Zorgtoeslag en Rijksbijdrage 18–. De hoogte van de zorgtoeslag is gekoppeld aan de hoogte van de zorgpremie. De zorguitgaven, en daaraan gekoppeld de zorgverzekeringspremies, stijgen de komende jaren meer dan de inkomens, waardoor ook de zorgtoeslag zal toenemen. De stijging van de zorguitgaven zorgen er ook voor dat de Rijksbijdrage 18– een stijgende lijn vertoont. De eerste tranche opleidingen in het zorgopleidingsfonds worden in afwachting van een wijziging van de Zorgverzekeringswet in 2007 vanuit de VWS-begroting gefinancierd, hetgeen de hoge uitgaven op dit artikel in 2007 verklaart.


De stijging vanaf 2007 van de uitgaven die op het artikel Langdurige Zorg worden verantwoord is vrijwel geheel toe te schrijven aan de stijging van de rijksbijdrage AWBZ.


De oploop in 2007 op het artikel Maatschappelijke ondersteuning wordt grotendeels veroorzaakt door de overheveling van de middelen voor openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ) vanuit de AWBZ naar de specifieke uitkering Maatschappelijke Opvang. Dit is gedaan in het kader van het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang Rijk-G4.


De lichte toename bij het artikel Jeugdbeleid in 2007 wordt veroorzaakt doordat voor 2007 extra geld beschikbaar is gesteld voor het oplossen van de wachtlijsten in de jeugdzorg (incidenteel) én om de toekomstige vraagontwikkeling in de jeugdzorg op te vangen (structureel). Vanaf 2008 neemt deze reeks af. Mede daarom is na 2007 weer een afname te zien. Bovendien loopt de tijdelijke impuls- en opvoedondersteuning voor gemeenten, in 2007 af.


Het verloop van de uitgaven bij Sport ontstaat door een combinatie van stijgende uitgaven voor subsidies voor landelijke sportorganisaties die zich richten op gezond leven door beweging, stijgende uitgaven voor bijdragen aan het Grotestedenbeleid en het aflopen van projectuitgaven voor breedtesportimpuls en de BOS-regeling.


Op het artikel Oorlogsgetroffenen en herinnering aan WO II is een structurele daling te zien ten gevolge van een afname van de populatie uitkeringsgerechtigden.


De stijging na 2006 op het artikel Algemeen is te verklaren door een toegenomen budget voor beheer en toezicht van het stelsel. Zo is in 2006 de Zorgautoriteit van start gegaan.

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

SOCIALE ZEKERHEID EN ARBEIDSMARKTBELEID (SZA)

 200620072008200920102011
totaal uitgaven58 155,759 458,061 186,562 128,963 038,364 610,3
totaal niet-belastingontvangsten1 339,91 029,11 057,71 055,31 079,91 109,1
       
22 Activerend arbeidsmarktbeleid      
Uitgaven405,5345,2317,7311,4309,8308,7
Ontvangsten24,614,614,614,614,614,6
       
23 Re-integratie      
Uitgaven2 325,92 200,62 079,02 045,22 039,52 045,2
Ontvangsten226,515,530,50,50,50,5
       
24 Sociale werkvoorziening      
Uitgaven2 247,22 275,82 267,42 264,42 269,42 272,2
Ontvangsten465,8438,2438,2438,2438,2438,2
       
25 Arbeid en zorg      
Uitgaven1 740,92 358,22 394,22 444,52 500,12 543,3
Ontvangsten71,328,614,314,314,314,3
       
26 Overlegstructuur collectieve arbeidsvoorwaardenvorming en medezeggenschap      
Uitgaven0,30,30,30,30,30,3
       
27 Regulering van individuele arbeidsrelaties      
Uitgaven0,71,80,50,40,40,4
Ontvangsten0,30,30,30,30,30,3
       
29 Arbeidsomstandigheden, arbozorg en verzuim      
Uitgaven47,433,724,922,122,122,1
Ontvangsten1,01,01,01,01,01,0
       
30 Inkomensbescherming met activering      
Uitgaven8 691,18 026,78 061,37 921,37 857,57 896,4
Ontvangsten550,2521,2541,4562,4580,4602,9
       
31 Inkomensbescherming en arbeidsongeschiktheid      
Uitgaven13 039,612 902,412 691,512 584,412 531,312 435,5
       
32 Overige inkomensbescherming      
Uitgaven26 262,127 333,028 229,329 187,730 148,631 454,8
       
33 Tegemoetkoming specifieke kosten      
Uitgaven3 329,53 500,54 211,84 172,84 135,64 104,7
Ontvangsten0,30,30,30,30,30,3
       
97 Aflopende regelingen      
Uitgaven1,11,10,40,30,20,3
       
98 Algemeen      
Uitgaven22,931,230,430,430,430,4
       
99 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven50,320,790,890,420,420,8
       
Nominale ontwikkeling      
Uitgaven0,0322,3602,1878,61 168,01 470,4
Ontvangsten0,09,317,123,630,337,0
       
Aanvullende post Algemeen      
Uitgaven– 8,8104,4185,0174,54,54,5

De uitgaven in de budgetdisciplinesector Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid (SZA) laten een opwaarts verloop zien. Dit wordt vrijwel volledig veroorzaakt door extra AOW-uitgaven als gevolg van de vergrijzing en de nominale ontwikkeling.


De daling van de uitgaven aan Activerend Arbeidsmarktbeleidwordt veroorzaakt door de efficiencytaakstelling die aan het CWI is opgelegd.


De uitgaven aan Re-integratie nemen af mede als gevolg van de afbouw van de subsidies ten behoeve van Re-integratie Arbeidsongeschikten (REA) conform Hoofdlijnenakkoord.


De uitgaven op het artikel Arbeid en Zorg nemen na 2007 toe, omdat het kabinet besloten heeft de werkgeversbijdrage kinderopvang verplicht te stellen en 125 miljoen euro structureel aan het budget toe te voegen.


Op het artikel Arbeidsomstandigheden, arbozorg en verzuimis zichtbaar dat de uitgaven afnemen. Belangrijkste oorzaak is het aflopende budget voor arboconvenanten, die uiterlijk in 2007 aflopen.


De uitgaven op het artikel Inkomensbescherming met activeringbetreffen voornamelijk de Wet Werk en Bijstand (WWB) en de WW. Verbeterde economische prognoses leiden tot lagere WWB- en WW-uitgaven. Daarnaast zorgen maatrgelen in de WW, zoals duurverkorting naar drie jaar en twee maanden, herinvoering sollicitatieplicht personen van 57,5 jaar en ouder en aanscherping van de wekeneis, voor een dalend verloop van de WW-uitgaven.


Het artikel Inkomensbescherming en arbeidsongeschiktheid omvat alle regelingen en uitgaven rond arbeidsongeschiktheid en ziekte: de WAO, WIA, Wajong, de WAZ en het vangnet ZW. Per saldo nemen de uitgaven in lopende prijzen af onder andere als gevolg van de introductie van de WIA, de herbeoordelingsoperatie en de afschaffing van de WAZ. Anderzijds laten de Wajong-uitgaven een stijgend verloop zien.


Onder het artikel Overige inkomensbescherming valt als grootste uitgavenpost de AOW. Deze uitgaven laten een stijgend verloop zien als gevolg van demografische ontwikkelingen (vergrijzing).


De uitgaven op artikel Tegemoetkoming Specifieke kostenlaten een oplopend verloop zien. Dit heeft in hoofdlijnen twee oorzaken. Vanaf 2007 wordt 125 miljoen euro geïntensiveerd in de kinderbijslag (AKW). Daarnaast wordt vanaf 2008 ter vervanging van de kinderkorting de kindertoeslag geïntroduceerd met een budgettair beslag van circa 800 miljoen euro.


Op het artikel Nominaal en onvoorzien staan in 2008 en 2009 middelen gereserveerd ter dekking van hogere ESF uitgaven als gevolg van hogere realisatiepercentages. Voor het overige staat nog niet verdeelde loon- en prijsbijstelling op dit artikel.


Bij Nominale Ontwikkeling zijn de uitgaven geraamd van de indexering van de begrotingsgefinancierde uitkeringen via de Wet Koppeling met Afwijkingsmogelijkheden (WKA). Daarnaast omvat deze post ook de loon- en prijsbijstelling van de overige begrotingsgefinancierde regelingen.


Op de Aanvullende post algemeen is een reservering opgenomen voor voornamelijk frictiekosten UWV en extra uitgaven ESF als gevolg van de problematiek omtrent de loketsluiting.

Premiegefinancierd Budgettair Kader Zorg

PREMIEGEFINANCIERD BUDGETTAIR KADER ZORG

 200620072008200920102011
totaal uitgaven47 915,550 086,952 948,855 588,758 290,861 184,7
totaal niet-belastingontvangsten3 856,93 711,83 776,23 882,43 990,44 099,3
       
41 Volksgezondheid      
Uitgaven57,552,252,252,352,252,2
       
42 Gezondheidszorg      
Uitgaven25 366,925 447,026 202,326 286,126 396,226 396,5
       
43 Langdurende Zorg      
Uitgaven22 264,921 563,121 791,921 852,821 807,221 776,4
Ontvangsten1 783,61 609,81 609,81 609,81 609,81 609,8
       
44 Maatschappelijke ondersteuning      
Uitgaven156,5156,5156,5156,5156,5156,5
       
99 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven69,6951,53 466,15 961,28 598,911 523,3
Ontvangsten2 073,32 102,02 166,42 272,62 380,62 489,5
       
WMO (Gemeentefonds)      
Uitgaven 1 279,31 279,81 279,81 279,81 279,8
       
Opleidingsfonds (HXVI)      
Uitgaven 636,7    

De raming van de zorguitgaven vertoont een stijgende lijn. Deze wordt verklaard uit de toegekende compensatie voor loon- en prijsstijging en de volumegroei voor de zorgsector (2,5 procent over het totaal).


Het kabinet heeft maatregelen genomen om de groei van de uitgaven voor curatieve zorg te beheersen door het afsluiten van een prestatiecontract met ziekenhuizen en een convenant met UMC’s. Ondanks deze maatregelen, is in 2005 een overschrijding van het ziekenhuiskader opgetreden. Ter compensatie hiervan wordt in 2007 een macrokorting doorgevoerd. De curatieve ggz maakt per 1 januari 2008 geen deel meer uit van de AWBZ (43 Langdurige zorg), maar wordt onderdeel van de Zvw (42 Gezondheidszorg). Alle extramurale geneeskundige ggz en de intramurale ggz korter dan één jaar wordt dan overgeheveld naar de Zvw. De intramurale ggz langer dan één jaar, blijft in de AWBZ. In de Miljoenennota 2008 zullen zorguitgaven GGZ over de relevante artikelen verdeeld worden.


De opleidingskosten voor de erkende medische en tandheelkundige specialismen en de erkende bètaberoepen (ziekenhuis-apotheker, klinisch fysicus en klinisch chemicus) worden vanaf 2007 uit het opleidingsfonds betaald. Met deze zogeheten eerste tranche opleidingen is een bedrag van ruim 636,7 miljoen euro gemoeid. In afwachting van een wijziging van de Zorgverzekeringswet wordt het opleidingsfonds in 2007 vanuit de VWS-begroting gefinancierd.


Het kabinet kiest voor een beheerste groei van de uitgaven in de AWBZ. Ook voor 2007 wordt vastgehouden aan beheersing van de uitgaven. Tegelijkertijd wordt ruimte geboden voor volume groei en het oplossen van specifieke knelpunten. Hierover zijn afspraken vastgelegd in het AWBZ-convenant 2005–2007. Naar aanleiding van het NZAio-rapport over verpleeghuizen zijn daarnaast voor de jaren 2007–2011 extra middelen (in totaal 434 miljoen euro) toegekend ten behoeve van de verhoging van de doelmatigheid in verpleeghuizen. Deze reeks loopt op van 63 miljoen euro in 2007 tot 138 miljoen euro in 2008 en 2009, waarna de reeks weer afloopt naar 63 miljoen euro in 2010 en miljoen euro in 2011.


De middelen voor forensische zorg (inclusief TBS-instellingen) zijn met ingang van 2007 overgeheveld naar de begroting van Justitie (213,8 miljoen euro). In het kader van de invoering van de WMO zijn middelen overgeheveld naar het Gemeentefonds. Deze uitgaven blijven wel onderdeel van het Budgettair Kader Zorg.


Jaarlijks wordt loon- en prijsbijstelling uitgekeerd om de zorguitgaven op het uitgavenpeil van het desbetreffende jaar te brengen. De loon- en prijsbijstelling 2006 is aan de afzonderlijke artikelen toebedeeld. De reservering voor latere jaren is geboekt op het artikel Nominaal en onvoorzien. Voor de jaren 2008 tot en met 2010 is sprake van een technische raming van de uitgavengroei, aangezien deze jaren na de huidige kabinetsperiode liggen. Ook deze uitgavengroei is voorlopig geboekt op het artikel Nominaal en onvoorzien. De oploop bij dat artikel aan de ontvangstenkant wordt zowel door volumestijgingen als loon- en prijsbijstellingen veroorzaakt. Vanaf 2006 staan alle eigen betalingen Zorgverzekeringswet op het artikel Nominaal en onvoorzien.


De middelen voor de WMO zijn overgeheveld naar het gemeentefonds en worden aldaar toegelicht. De middelen voor de financiering van het opleidingsfonds in 2007 zijn, in afwachting van de aanpassing van de zorgverzekeringswet, overgeheveld naar de begroting van VWS en worden daar toegelicht.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING

 200620072008200920102011
Totaal uitgaven5 468,85 338,25 740,25 926,86 113,36 308,5
Totaal niet-belastingontvangsten109,1116,4119,1121,9102,4102,4
       
5. Buitenlandse Zaken      
Totaal uitgaven Buitenlandse Zaken4 814,94 708,74 988,25 154,55 298,25 499,7
Totaal Ontvangsten Buitenlandse Zaken105,9113,1115,9118,799,299,2
       
Artikel 1: Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging mensenrechten      
Uitgaven89,777,875,272,169,965,4
       
Artikel 2: Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur      
Uitgaven831,5762,7680,5648,4617,3617,3
Ontvangsten0,20,20,20,20,20,2
       
Artikel 3: Versterkte Europese samenwerking      
Uitgaven164,6199,1215,5215,2215,2215,2
       
Artikel 4: Meer welvaart en minder armoede      
Uitgaven891,0690,3895,01 156,71 251,91 587,4
Ontvangsten32,734,837,640,320,820,8
       
Artikel 5: Toegenomen menselijke ontplooiing en sociale ontwikkeling      
Uitgaven1 551,51 634,31 709,51 706,61 739,21 629,2
       
Artikel 6: Beter beschermd en verbeterd milieu      
Uitgaven359,9371,3421,0383,6383,6375,1
       
Artikel 7 Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van personenverkeer      
Uitgaven100,5106,1105,699,298,898,8
Ontvangsten21,426,526,526,526,526,5
       
Artikel 8: Versterkt cultureel profiel en positieve beeldvorming in en buiten Nederland      
Uitgaven86,877,677,572,572,572,5
Ontvangsten0,80,80,80,80,80,8
       
Artikel 10: Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven60,292,3134,1131,6180,2174,3
       
Artikel 11: Algemeen      
Uitgaven679,2688,7665,0659,9661,0656,0
Ontvangsten50,850,850,850,850,850,8
       
6. Justitie      
Uitgaven10,316,028,226,418,818,8
       
7. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties      
Uitgaven0,50,50,50,50,30,3
       
8. Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen      
Uitgaven62,261,661,561,761,761,7
       
9B. Financiën      
Uitgaven8,075,2170,1198,4247,2236,8
Ontvangsten      
       
10. Defensie      
Uitgaven324,4216,2216,2216,2216,2216,2
Ontvangsten1,41,41,41,41,41,4
       
11. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer      
Uitgaven39,455,365,468,669,867,7
       
12. Verkeer en Waterstaat      
Uitgaven16,715,215,215,214,414,4
       
13. Economische Zaken      
Uitgaven156,9147,7156,0146,5150,5159,2
Ontvangsten1,81,81,81,81,81,8
       
14. Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit      
Uitgaven27,229,226,226,226,226,2
       
15. Sociale Zaken en Werkgelegenheid      
Uitgaven0,70,70,70,70,70,7
       
16. Volksgezondheid, Welzijn en Sport      
Uitgaven7,512,012,012,09,36,8
       
62. Nader te verdelen IS (Internationale Samenwerking)      
Uitgaven60,485,183,487,090,694,3

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is een aparte budgettaire constructie waarin de uitgaven aan Internationale Samenwerking van de verschillende departementen worden gebundeld. Het uitgavenniveau van de HGIS wordt aangepast voor macro-economische ontwikkelingen. Het ODA-deel van het HGIS budget is gekoppeld aan het bruto nationaal product (BNP) en wordt gecorrigeerd voor veranderingen van het BNP. Het non-ODA deel van de HGIS kent een vaste omvang die wordt gecorrigeerd voor prijsveranderingen.


Het merendeel van de HGIS-uitgaven wordt via de begroting van Buitenlandse Zaken verantwoord. Daarom wordt het verloop van de HGIS-uitgaven van die begroting, per artikel toegelicht. Daarna volgt een toelichting per departement.


Het hogere uitgavenniveau in de jaren 2007, 2008 en 2009 bij Versterkte internationale rechtsorde wordt veroorzaakt door uitbreidingsinvesteringen voor de tijdelijke huisvesting van het Internationaal Strafhof, verbouwing van het Vredespaleis en hogere uitgaven voor mensenrechtenprogramma’s op de ambassades.


Het budget op het artikel Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur laat een afloop in de tijd zien. Het verschil tussen 2006 en 2007 is het gevolg van een ophoging met 15 miljoen euro voor de operatie AMIS in Darfur en een verhoging van het noodhulpbudget ten behoeve van onder andere de droogte in Afrika en voor noodhulp in Sudan. Het noodhulpbudget is daarbij vanaf 2007 structureel verhoogd met 30 miljoen euro. De verdere afloop is het gevolg van het feit dat de extra middelen voor wederopbouw in met name Sudan en de door Tsunami getroffen gebieden een geleidelijke afloop kennen.


De betalingen aan het Europese Ontwikkelingsfonds (EOF) zullen vanaf 2007 aanzienlijk stijgen. Behalve de Nederlandse bijdrage aan het negende Europese Ontwikkelingsfonds, zal Nederland vanaf 2007 namelijk ook gaan bijdragen aan het tiende Europese Ontwikkelingsfonds. Het verschil tussen 2007 en 2008 is het gevolg van het feit dat het negende EOF tot en met 2007 loopt. Dit is te zien op het artikel Versterkte Europese samenwerking.


Op het artikel Toegenomen menselijke ontplooiing en sociale ontwikkeling worden de uitgaven van de medefinancieringsorganisaties en de uitgaven voor de prioriteiten HIV/aids en onderwijs begroot. De toename in 2007 is het gevolg van de uitvoering van de motie Koenders/Terpstra (TK 28 600 V, nr. 25) enkele jaren geleden. Die motie vroeg om een verdubbeling van de uitgaven aan HIV/aids in 2007 ten opzichte van 2003. De toename van de middelen voor onderwijs is het gevolg van uitvoering van de motie Hessing.


De stijgende lijn tot en met 2008 bij Beter beschermd en verbeterd milieu is een gevolg van het streven van het kabinet om 0,1 procent van het BNP te besteden aan milieu en water. De afname na 2008 is een gevolg van afloop Thematische Medefinanciering (TMF) en lagere programmering op de posten.


De HGIS kent een eigen systematiek voor loon- en prijsbijstellingen, de HGIS-indexering. De post Nominaal en onvoorzien wordt gebruikt als reservering om toekomstige stijgingen van lonen en prijzen mee op te vangen. Aangezien lonen en prijzen jaar op jaar stijgen, kent de reeks een oplopend verloop.

Justitie

De piek in 2008 bij Justitie wordt veroorzaakt door de oplevering van de huisvesting van Europol in dit jaar.


De fluctuatie op Meer welvaart en minder armoede komt onder andere doordat op dit artikel de verandering van het ODA-budget en de uitdeling naar de andere artikelen wordt verwerkt. Bovendien worden deze uitgaven sterk beïnvloed door kapitaalafdrachten aan de Wereldbank en aan de fondsen van de regionale ontwikkelingsbanken. Deze kapitaalafdrachten zijn niet elk jaar gelijk, maar afhankelijk van jaarlijks te maken afspraken over de hoogte en het kaspatroon van de afdracht. Daardoor laten de HGIS-uitgaven van Financiën een ongelijkmatig beeld zien. Doordat in 2004 en 2005 vervroegde kapitaalafdrachten hebben plaatsgevonden, is er een sterke daling in de jaren 2006 en 2007.


De lagere uitgaven van Defensie vanaf 2007 worden verklaard doordat de VN-contributies (60 miljoen euro per jaar) vanaf dat jaar worden overgeheveld naar de begroting van Buitenlandse Zaken. Daarnaast is het budget in 2006 opgehoogd voor de inzet in Afghanistan in het kader van de misse ISAF III.


De stijging van de uitgaven van VROM is het gevolg van een stijging van de uitgaven aan het klimaatinstrument Clean Development Mechanism (CDM). Met CDM worden in het buitenland CO2-emissies teruggedrongen in die landen waar dat tegen de laagste kosten kan. Deze emissiereducties tellen mee in de nationale reductieverplichting onder het Kyoto-protocol.


Op de begroting van Volksgezondheid Welzijn en Sport worden middelen ingezet om via het United Nations Office on Drugs and Crime de snelle verspreiding van HIV en Aids onder drugsgebruikers tegen te gaan. Hiervoor zijn middelen aan de VWS-begroting toegevoegd van 2006 tot en met 2010, met name in 2007, 2008 en 2009.

Gemeentefonds

GEMEENTEFONDS

 200620072008200920102011
totaal uitgaven13 367,514 704,114 672,114 721,714 721,714 723,7
totaal niet-belastingontvangsten      
       
1 Gemeentefonds      
Uitgaven13 367,514 704,114 672,114 721,714 721,714 723 ,7

Het gemeentefonds is een belangrijke inkomstenbron voor gemeenten. De beschikbare financiële middelen worden zodanig over de gemeenten verdeeld dat zij een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lasten kunnen leveren. De ontwikkeling van het gemeentefonds wordt bepaald door de normeringssystematiek en de toevoegingen en/of onttrekkingen vanwege specifieke taakmutaties.

Vanaf 2007 neemt de omvang van het gemeentefonds per saldo toe. Dit is grotendeels te verklaren door de overheveling van ruim 1,2 miljard euro van VWS naar het gemeentefonds in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Met deze wet wordt de verantwoordelijkheid voor bepaalde voorzieningen van de AWBZ overgedragen aan de gemeenten. Tegelijkertijd wordt een viertal subsidieregelingen uit de AWBZ overgeheveld, evenals twee specifieke uitkeringen die behoren bij de Wet Voorzieningen Gehandicapten. Deze wordt apart in beeld gebracht en toegelicht bij Accres gemeente/provinciefonds.

Provinciefonds

PROVINCIEFONDS

 200620072008200920102011
totaal uitgaven1 085,51 110,21 110,21 110,21 110,21 110,2
totaal niet-belastingontvangsten      
       
1 Provinciefonds      
Uitgaven1 085,51 110,21 110,21 110,21 110,21 110,2

Het Provinciefonds is een belangrijke inkomstenbron voor provincies. De beschikbare financiële middelen worden zodanig over de provincies verdeeld dat zij een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lasten kunnen leveren. De ontwikkeling van het provinciefonds wordt bepaald door de normeringssystematiek en de toevoegingen en/of onttrekkingen vanwege specifieke taakmutaties. De toename van het provinciefonds vanaf 2007 is te verklaren uit de toevoeging van het accres 2007. Er zijn dit begrotingsjaar geen specifieke mutaties geweest die het verloop van de uitgaven over de jaren wijzigen. De groei van het provinciefonds hangt samen met de normeringssystematiek. Deze wordt apart in beeld gebracht en toegelicht bij Accres gemeente/provinciefonds.

Infrastructuurfonds

INFRASTRUCTUURFONDS

 200620072008200920102011
totaal uitgaven6 223,87 044,47 330,87 446,67 686,36 777,0
totaal niet-belastingontvangsten6 051,46 988,37 328,27 446,67 686,36 777,0
       
11 Hoofdwatersystemen      
Uitgaven672,6530,8675,1743,8800,7719,4
Ontvangsten6,21,31,00,10,1 
       
12 Hoofdwegennet      
Uitgaven1 882,12 755,03 345,03 136,22 980,01 373,7
Ontvangsten29,140,494,522,07,7 
       
13 Railwegen      
Uitgaven1 900,92 388,02 277,42 370,62 333,72 604,7
Ontvangsten24,180,9101,6123,0131,0148,0
       
14 Regionaal, lokale infra      
Uitgaven301,8328,4253,2234,1296,9171,0
       
15 Hoofdvaarwegennet      
Uitgaven568,0516,6524,9581,1639,4711,1
Ontvangsten20,712,511,611,913,3 
       
16 Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer      
Uitgaven128,9138,0167,1269,0288,9362,6
Ontvangsten     20,0
       
17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer      
Uitgaven720,0338,642,768,0303,8309,2
Ontvangsten37,3     
       
18 Overige uitgaven en ontvangsten      
Uitgaven49,449,145,443,842,9525,2
Ontvangsten35,836,836,736,836,7519,7
       
19 Bijdrage andere begrotingen Rijk      
Ontvangsten5 898,26 816,47 082,87 252,87 497,66 089,3

Op het Infrastructuurfonds worden de producten op het gebied van infrastructuur verantwoord. Het Infrastructuurfonds wordt gevoed vanuit de begroting van Verkeer en Waterstaat en vanuit het Fonds Economische Structuurversterking. De bijdrage aan het Infrastructuurfonds wordt jaarlijks met 2,8 procent geëxtrapoleerd.


Het hogere budget in 2006 ten opzichte van 2007 op het artikelHoofdwatersystemen wordt enerzijds verklaard door uitgestelde betalingen en projecten in 2005 waarvoor budget is overgeheveld naar 2006 en anderzijds door een extra toevoeging voor zwakke schakels in de kustverdediging. De oploop vanaf 2007 naar latere jaren wordt tevens door het eerder beschikbaar stellen van middelen voor het aanpakken van de zwakke schakels kust bepaald.


Met betrekking tot de budgetten voor het Hoofdwegennet is het fors lagere bedrag in 2006 voornamelijk een gevolg van de problematiek inzake de luchtkwaliteit. Diverse planstudies, met name bij wegenprojecten, zijn door de uitspraak van de Raad van State ten aanzien van het besluit Luchtkwaliteit vertraagd. Het fors lagere bedrag in 2011 heeft te maken met reeds gereserveerde middelen in het Fonds Economische Structuurversterking die nog niet zijn toegevoegd aan de Infrastructuurfondsbegroting. Dit omdat formeel het vrijgeven, en daarmee de verwerking in de begroting, pas kan plaatsvinden als de onderliggende projecten voldoende zijn uitgewerkt en/of er besluitvorming over heeft plaatsgevonden.


Op het artikel Spoorwegen zijn zowel aanleg- als onderhoud- en vervangingsbudgetten opgenomen. De wijze waarop deze gepland zijn in de tijd, bepaalt het wisselende verloop over de jaren. Het fors lagere bedrag in 2006 wordt veroorzaakt door minder aanlegwerkzaamheden.


Het budget voor Regionale en lokale infrastructuur fluctueert omdat het uitgaven (subsidies) betreft voor grote infrastructuurprojecten die door andere overheden worden aangelegd. Momenteel zijn dit vooral projecten voor openbaar vervoer, met name over rails zoals de Noord-Zuidlijn, Beneluxmetro en Randstadrail.


Bij de Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer bepaalt het project Ruimte voor de Rivier voornamelijk het verloop door de jaren heen. De budgetontwikkeling van de Megaprojecten Verkeer en Vervoer weerspiegelt het aflopen van de uitgaven voor de Betuweroute en de HSL-Zuid. De oploop in 2009 en 2010 betreft de reservering voor de Zuiderzeelijn.


Bij de Overige uitgaven en ontvangsten is de grote verhoging in 2011 een gevolg van de eerste aflossing door ProRail voor de aandelen van Railinfrabeheer B.V. De andere aflossing zal in 2012 plaatsvinden.


Het fluctueren op het artikel Ontvangsten andere begrotingen Rijk betreft de voeding van het Infrastructuurfonds. Zowel de bijdrage van de begroting van Verkeer en Waterstaat als die uit het Fonds Economische Structuurversterking kent een zelfde soort verloop over de jaren.

Fonds Economische Structuurversterking

FONDS ECONOMISCHE STRUCTUURVERSTERKING

 200620072008200920102011
totaal uitgaven2 818,03 420,73 100,02 982,23 371,03 111,7
totaal niet-belastingontvangsten3 914,73 695,12 764,02 414,32 075,11 975,1
       
11 Verkeer en Vervoer      
Uitgaven1 654,62 049,61 839,41 845,31 993,1710,3
       
12 Milieu en Duurzaamheid      
Uitgaven122,8205,9145,0138,4195,1205,0
       
13 Kennis en Innovatie      
Uitgaven672,8730,0489,3452,4210,743,2
       
14 Ruimtelijke Ordening      
Uitgaven227,5224,388,628,025,120,7
       
15 Projecten in Voorbereiding      
Uitgaven140,3210,9537,8518,2946,92 132,6
       
21 Ontvangsten uit Aardgasbaten      
Ontvangsten3 402,03 131,02 149,01 779,01 411,01 391,0
       
22 Voeding uit incidentele baten      
Ontvangsten512,7564,1615,0635,3664,1584,1

Het Fonds Economische Structuurversterking (FES) is een verdeelfonds en heeft als doel het financieren van investeringsprojecten van nationaal belang waarmee beoogd wordt de economische structuur te versterken. De feitelijke projectuitgaven worden onderbouwd, geraamd en verantwoord op de andere begrotingshoofdstukken. Het kasritme van de FES-uitgaven wordt bepaald door de financieringsbehoefte van de goedgekeurde FES-projecten, passend binnen de budgettaire randvoorwaarden van de FES-wet. In het verleden kende de begrotingsindeling van het FES twee invalshoeken: een thematische en een chronologische. Vanaf Ontwerpbegroting 2007 wordt de FES-begroting volledig thematisch ingedeeld, wat de inzichtelijkheid in FES-uitgaven vergroot.


Op de terreinen Verkeer en Vervoer, Milieu en Duurzaamheid, Kennis en innovatie, Ruimtelijke ordening worden bijdragen geleverd aan verschillende departementale begrotingen vanuit het FES. Voorbeelden van deze bijdragen zijn projecten in het kader van infrastructuur, luchtkwaliteit, kennis en budget investeringen in ruimtelijke kwaliteit (Birk). De afloop na 2007 wordt veroorzaakt doordat na die tijd nog onvoldoende concrete invulling aan projecten is gegeven, om de middelen aan de departementale begrotingen toe te voegen. Deze middelen zijn derhalve gereserveerd in het FES op het artikel Projecten in voorbereiding. De middelen die zijn gereserveerd binnen het FES worden, alvorens deze aan de verschillende departementale begrotingen toegevoegd worden, geboekt op het artikel Projecten in voorbereiding. De toename wordt veroorzaakt door enkele grote reserveringen voor onder andere Project Mainport Rotterdam, Noordvleugel, enveloppe luchtkwaliteit, Nota Ruimte en reserveringen voor projecten op het gebied van kennis, innovatie en onderwijs.


De voeding van het FES bestaat onder meer uit een vast percentage (40,9 procent) van de totale aardgasbaten. De aardgasbaten zijn in 2006 en 2007 opwaarts bijgesteld als gevolg van nieuwe ramingen van olieprijs en dollarkoers. Vanaf 2008 wordt vanuit behoedzaamheidoverwegingen met een lagere olieprijs gerekend wat de aflopende reeks verklaart.


Naast ontvangsten uit aardgasbaten wordt het FES gevoed uit vrijvallende rentelasten en annuïteiten die het gevolg zijn van het verlagen van de staatsschuld met de opbrengst van verkoop staatsdeelnemingen (gecorrigeerd voor dividendderving) respectievelijk van veilingen van rechten. Dit zijn de zogenaamde incidentele baten. De verwachte verkoop van enkele grote staatsdeelnemingen zorgt voor een hogere voeding uit vrijvallende rentelasten vanaf 2008.

AOW-Spaarfonds

AOW-SPAARFONDS

 200620072008200920102011
totaal uitgaven      
totaal niet-belastingontvangsten3 934,24 195,24 486,94 824,75 201,05 564,5
       
1 Rijksbijdrage AOW-spaarfonds      
Ontvangsten2 858,82 972,33 085,73 199,23 312,63 426,0
       
2 Rentebijdrage over AOW-spaarfonds      
Ontvangsten1 075,41 222,91 401,21 625,51 888,42 138,4

Het AOW-spaarfonds is ingesteld in 1998 om de financierbaarheid van de AOW op de langere termijn zeker te stellen. Het fonds wordt gevoed door bijdragen vanuit de begroting van SZW. De Rijksbijdragen dient conform de wet Premiemaximering AOW en introductie spaarfonds AOW jaarlijks met minimaal 113,4 miljoen euro te stijgen. Het fonds ontvangt daarnaast rente over het totaal opgebouwde vermogen. De rente wordt aan het fondsvermogen toegevoegd.

Diergezondheidsfonds

DIERGEZONDHEIDSFONDS

 200620072008200920102011
totaal uitgaven22,09,09,09,09,09,0
totaal niet-belastingontvangsten8,99,09,09,09,09,0
       
1 Bewaking en bestrijding van dierziekten      
Uitgaven22,09,09,09,09,09,0
Ontvangsten8,99,09,09,09,09,0

Op de begroting van het Diergezondheidsfonds worden meerjarig de reguliere uitgaven voor bewaking en bestrijding van dierziekten opgenomen. Dekking vindt plaats door bijdragen van de sector, de EU en het Rijk. De uitgaven zijn in 2006 incidenteel hoger vanwege de afwikkeling van uitgaven die verband houden met de bestrijding van de Aviaire Influenza-uitbraak (vogelpest) in 2003.

BTW-compensatiefonds

BTW-COMPENSATIEFONDS

 200620072008200920102011
totaal uitgaven1 940,02005,62 094,22 168,32 226,32 291,5
totaal niet-belastingontvangsten      
       
1 BTW-compensatiefonds      
Uitgaven1 940,02005,62 094,22 168,32 226,32 291,5

Gemeenten, provincies en kaderwetgebieden kunnen de betaalde BTW voor hun niet-ondernemersactiviteiten in beginsel gecompenseerd krijgen uit het BTW-compensatiefonds. Als gevolg van hogere declaraties over 2005 is de raming van 2006 tot en met 2011 opgehoogd.

Accres Gemeentefonds/Provinciefonds

ACCRES GEMEENTEFONDS/PROVINCIEFONDS

 200620072008200920102011
totaal uitgaven 22,1597,51 039,01 379,71 682,6
60 Accres Gemeentefonds 20,7552,0959,71 274,31 554,0
       
61 Accres Provinciefonds 1,345,479,3105,4128,6

De accressen volgen uit de normeringsystematiek die geldt voor het Gemeente- en Provinciefonds. Volgens deze systematiek is de ontwikkeling van de omvang van de fondsen gekoppeld aan de ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. De accressen zijn bedoeld als compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen evenals volume-ontwikkelingen in de uitgaven van gemeenten en provincies. Op basis van de huidige inzichten in de netto gecorrigeerde rijksuitgaven zijn de accressen berekend. De accressen 2006 en 2007 (grotendeels) zijn structureel overgeboekt naar het gemeente- en provinciefonds.

Waddenfonds

WADDENFONDS

 200620072008200920102011
totaal uitgaven 33,9    
totaal niet-belastingontvangsten 33,9    
       
1 Waddenfonds      
Uitgaven 33,9    
Ontvangsten 33,9    

Het Waddenfonds wordt ingesteld per 2007 en in dat jaar worden ook de eerste middelen aan dit fonds toegevoegd vanuit de VROM begroting.

Arbeidsvoorwaarden

ARBEIDSVOORWAARDEN

 200620072008200920102011
totaal uitgaven48,21 128,11 891,32 797,63 744,14 705,4
totaal niet-belastingontvangsten      
       
1 arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn RB-eng      
Uitgaven48,21 030,91 725,72 549,43 411,84 284,3
       
2 arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn SZ      
Uitgaven 95,7163,2244,3326,6413,9
       
4 indexering rijksbijdragen aan loonbijstelling      
Uitgaven 1,42,44,05,77,2

Op de aanvullende post arbeidsvoorwaarden worden de middelen gereserveerd die nodig zijn om de loongevoelige uitgaven op de Rijksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg op het uitgavenpeil van het desbetreffende jaar te brengen. De oploop in de cijfers ontstaat doordat jaarlijks een structurele reservering wordt opgenomen teneinde de begrotingsuitgaven (zoals deze op de afzonderlijke begrotingen zijn opgenomen) van constante naar lopende prijzen te brengen.

Koppeling Uitkeringen/Nominale Bijstelling AKW

KOPPELING UITKERINGEN/NOMINALE BIJSTELLING AKW

 200620072008200920102011
totaal uitgaven 188,7378,1545,8724,0908,8
totaal niet-belastingontvangsten 9,317,123,630,337,0
       
23 Reïntegratie      
Uitgaven 0,81,31,72,32,8
       
24 Sociale werkvoorziening      
Ontvangsten 9,317,123,630,337,0
       
30 Inkomensbescherming met activering      
Uitgaven 99,5177,6248,6328,7413,0
       
31 Inkomensbescherming en arbeidsongeschiktheid      
Uitgaven 38,773,8105,5138,7173,9
       
32 Overige inkomensbescherming      
Uitgaven 6,710,814,417,821,1
       
33 Tegemoetkoming specifieke kosten      
Uitgaven 43,1114,5175,6236,6297,9

Op de aanvullende post koppeling uitkeringen/nominale bijstelling Algemene Kinderbijslagwet (AKW) worden de uitgaven voor de indexering van de begrotingsgefinancierde sociale zekerheidsuitgaven geraamd. De mutaties in uitgaven op dit artikel komen tot stand door aanpassingen van de Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheden (WKA) en AKW-index en door grondslageffecten bij de uitkeringen. WKA en AKW index vindt plaats op basis van CPB-cijfers over respectievelijk contractloon- en prijsontwikkeling. Vanaf 2006 is de WKA- en AKW-koppeling weer hersteld.

Prijsbijstelling/Indexering Wet Studiefinanciering

PRIJSBIJSTELLING/INDEXERING WET STUDIEFINANCIERING

 200620072008200920102011
totaal uitgaven 537,51 142,51 780,02 477,53 117,7
80 Prijsbijstelling 504,01 061,81 655,62 307,82 900,2
       
84 Indexering WSF 33,480,7124,4169,7217,5

Op de aanvullende post Prijsbijstelling en Indexering WSF is de meest actuele raming van de prijsstijgingen opgenomen die zich voordoen op de rijksbegroting en de normbedragen in de studiefinanciering. Als gevolg van de tranchegewijze opbouw ontstaat in de tijd een oplopend uitgavenniveau. De prijsbijstelling 2007 wordt naar verwachting in het voorjaar 2007 toegedeeld aan de departementale begrotingen.

Algemeen

ALGEMEEN

 200620072008200920102011
totaal uitgaven265,1316,0442,1482,5313,4308,4
totaal niet-belastingontvangsten725,42 671,61 472,3151,2151,2151,2
       
2 Uitvoeringskosten fiscale wetsvoorstellen      
Uitgaven3,015,216,616,616,516,5
       
3 Verkoop staatsdeelnemingen      
Ontvangsten475,02 450,01 300,0   
       
4 Eindejaarsmarge      
Uitgaven– 460,0– 100,5– 74,7   
       
7 Dividendderving      
Ontvangsten– 1,7– 31,8– 81,1– 102,2– 102,2– 102,2
       
10 NBO-taakstelling      
Ontvangsten252,1253,4253,4253,4253,4253,4
       
17 Behoedzaamheidsreserve GF/PF      
Uitgaven 135,3226,9226,9226,9226,9
       
35 BTW Openbaar Vervoer      
Uitgaven533,985,456,2   
       
43 reservering SZA      
Uitgaven148,0100,0170,0170,0  
       
55 Diversen      
Uitgaven40,180,562,073,574,569,5

Op de aanvullende post Algemeen staan middelen waarvan op het moment van reservering nog niet expliciet kan worden aangegeven op welke begroting(en) zij uiteindelijk worden verantwoord, of waarvan de exacte omvang nog niet kan worden aangegeven. Daarnaast staan op deze aanvullende post taakstellingen geparkeerd die uiteindelijk door de diverse begrotingen ingevuld worden (bijvoorbeeld de ramingstechnische veronderstelling in = uit bij de eindejaarsmarge).


De (negatieve) omvang van de raming van de uitgaven op deze aanvullende post wordt in 2006 bepaald door de ramingstechnische veronderstelling rond de eindejaarsmarge 2005. Hiermee wordt verondersteld dat het gebruik van de eindejaarsmarge in 2006 even groot is als in 2005. Verder staan middelen gereserveerd voor de uitvoering fiscale wetsvoorstellen, behoedzaamheidsreserve GF/PFen BTW-compensatie Openbaar Vervoer. Tevens is voor SZA een reservering getroffen voor frictiekosten UWV en ESF in het kader van de loketsluiting. De uitgaven en ontvangsten in de post Diversen betreffen o.a. reserveringen voor lopende onderhandelingen uit hoofde van het transitietraject ROC’s, omgevingsvergunning bij VROM, bijstand voor rechtmatig in Nederland verblijvend kinderen en de WTOS in kindertoeslag.


Bij de ontvangsten is op deze aanvullende post een actuele inschatting opgenomen voor de verkoopopbrengsten van staatsdeelnemingen. Op de aanvullende post is, in samenhang met de taakstelling verkoop staatsdeelnemingen, een reservering opgenomen voor dividendderving. De daadwerkelijke ontvangsten uit hoofde van verkoop staatsdeelnemingen en dividendderving worden geboekt op de begroting van Financiën. Aan de ontvangstenkant is tevens de taakstelling op de niet-belastingontvangsten opgenomen. Realisatie van deze taakstelling blijkt doorgaans aan het eind van het jaar.

Consolidatie

CONSOLIDATIE

 200620072008200920102011
totaal uitgaven– 8 179,4– 9 254,5– 9 071,2– 9 214,9– 9 844,8– 8 683,3
totaal niet-belastingontvangsten– 8 179,4– 9 254,5– 9 071,2– 9 214,9– 9 844,8– 8 683,3
       
1 Nog niet toegerekend      
Uitgaven– 8 179,4– 9 254,5– 9 071,2– 9 214,9– 9 844,8– 8 683,3
Ontvangsten– 8 179,4– 9 254,5– 9 071,2– 9 214,9– 9 844,8– 8 683,3

De post Consolidatie wordt gebruikt voor het corrigeren van de Rijksbegroting voor dubbeltellingen door het «bruto-boeken» van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, de uitgaven in de begroting opneemt. Het ontvangende departement raamt de te ontvangen bijdragen ook aan de ontvangstenkant van de begroting. Hierdoor wordt het rekenkundig niveau van de totale rijksuitgaven en de rijksontvangsten hoger dan het feitelijk niveau. Door de post Consolidatie wordt hiervoor gecorrigeerd. De hoogte van de post wordt in belangrijke mate bepaald door de bijdragen via de begrotingen van Verkeer en Waterstaat en het FES aan het Infrastructuurfonds.