Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3 TOELICHTING OP DE BELASTINGONTVANGSTEN

3.1 Inleiding

Deze internetbijlage behorende bij de Miljoenennota 2007 geeft een toelichting op de raming van de belastingontvangsten voor 2006 en 2007 en gaat vervolgens dieper in op de ontwikkeling van enkele grote belastingsoorten. Dit zijn achtereenvolgens de vennootschapsbelasting, de loon- en inkomstenbelasting en de omzetbelasting.


Zoals bepaald in de Comptabiliteitswet worden de belastingontvangsten op kasbasis gepresenteerd. De raming komt overeen met bijlage 3 van de Miljoenennota.


Voorheen was deze bijdrage opgenomen in de Rijksbegroting Financiën (Begroting IX B). Op verzoek van de Tweede Kamer is de toelichting op de belastingontvangsten sinds de Rijksbegroting 2005 gecentraliseerd in de Miljoenennota.

3.2 De belastingramingen voor 2006 en 2007

De volgende twee tabellen geven de opbouw weer van de belastingramingen. Tabel 3.2.1 toont de ontwikkeling van de realisaties in 2005 naar de Vermoedelijke Uitkomsten in 2006. Tabel 3.2.2 toont vervolgens de ontwikkeling van de Vermoedelijke Uitkomsten in 2006 naar de Ontwerpbegroting 2007. Per belastingsoort is hierbij een opsplitsing gemaakt van de verandering van de ontvangsten naar autonome mutatie en endogene mutatie. Autonome mutaties zijn mutaties van de belastingopbrengsten als gevolg van fiscale maatregelen of van overige maatregelen. Endogene mutaties zijn mutaties van de belastingopbrengsten als gevolg van de economische ontwikkeling.

Tabel 3.2.1 Belastingopbrengsten en autonome en endogene mutaties 2006 per belastingsoort op kasbasis (x € miljoen)
 2005autonome mutatieendogene mutatie (in mln)endogene mutatie (in %)2006
Kostprijsverhogende belastingen64 267– 1 3475 5058,668 424
Invoerrechten1 62001519,31 771
Omzetbelasting38 134– 1 5544 09910,740 679
Belasting op personenauto’s en motorrijwielen3 198591655,23 422
Accijnzen9 383– 142803,09 648
– Accijns van lichte olie3 935– 119441,13 860
– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie2 645050,22 650
– Tabaksaccijns1 88616122111,72 268
– Alcoholaccijns368– 57– 2– 0,7309
– Bieraccijns315020,7317
– Wijnaccijns2340104,4244
Belastingen van rechtsverkeer5 158– 1944839,45 447
– Overdrachtsbelasting4 176– 143929,44 554
– Assurantiebelasting7540344,5788
– Kapitaalsbelasting228– 1805725,1105
Motorrijtuigenbelasting2 3991411245,12 663
Belastingen op een milieugrondslag4 1152151954,74 525
– Grondwaterbelasting168– 142,3171
– Afvalstoffenbelasting124032,3127
– Regulerende energiebelasting3 7092161865,04 111
– Waterbelasting114032,3117
Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en andere producten149032,3152
Belasting op zware motorrijtuigen111054,3116
      
Belastingen op inkomen, winst en vermogen56 426– 1 0471910,355 569
Loon- en inkomstenbelasting30 8572 0521 4824,834 391
Dividendbelasting4 2620– 377– 8,93 885
Kansspelbelasting1803384,5221
Vennootschapsbelasting19 358– 3 096– 839– 4,315 423
– Gassector kas1 770028015,82 050
– Niet-gassector kas17 588– 3 096– 1 119– 6,413 373
Vermogensbelasting600– 60– 1000
Successierechten1 709– 36– 23– 1,41 650
      
Niet nader toe te rekenen belastingontvangsten47000,047
Totaal belastingen120 740– 2 3955 6954,7124 041

Tabel 3.2.2 Belastingopbrengsten en autonome en endogene mutaties 2007 per belastingsoort op kasbasis (x € miljoen)
 2006autonome mutatieendogene mutatie (x € miljoen)endogene mutatie (in %)2007
Kostprijsverhogende belastingen68 4241002 4973,671 021
Invoerrechten1 77101719,71 943
Omzetbelasting40 679371 6524,142 368
Belasting op personenauto’s en motorrijwielen3 42202066,03 628
Accijnzen9 648– 441401,49 744
– Accijns van lichte olie3 860561223,24 038
– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie2 65001244,72 774
– Tabaksaccijns2 268– 100– 106– 4,72 062
– Alcoholaccijns3090– 11– 3,6298
– Bieraccijns317010,4319
– Wijnaccijns244093,8253
Belastingen van rechtsverkeer5 447– 22771,45 502
– Overdrachtsbelasting4 554– 21322,94 684
– Assurantiebelasting7880303,9818
– Kapitaalsbelasting105– 20– 85– 81,10
Motorrijtuigenbelasting2 663501575,92 870
Belastingen op een milieugrondslag4 52579861,94 691
– Grondwaterbelasting171031,9174
– Afvalstoffenbelasting127021,9129
– Regulerende energiebelasting4 11179791,94 268
– Waterbelasting117021,9119
Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en andere producten152031,9155
Belasting op zware motorrijtuigen116054,5121
      
Belastingen op inkomen, winst en vermogen55 569– 5194 7738,659 823
Loon- en inkomstenbelasting34 3913773 79911,038 567
Dividendbelasting3 885– 1 080350,92 840
Kansspelbelasting221493,9234
Vennootschapsbelasting15 4232008665,616 489
– Gassector kas2 0500– 150– 7,31 900
– Niet-gassector kas13 3732001 0167,614 589
Successierechten1 650– 20643,91 693
      
Niet nader toe te rekenen belastingontvangsten47000,047
Totaal belastingen124 041– 4197 2695,9130 891

3.3 Nadere toelichting

De raming voor de totale belastingontvangsten in 2006 komt 3,3 miljard euro hoger uit dan de realisatie van de totale belastingontvangsten in 2005. Deze stijging is het saldo van een autonome afname van 2,4 miljard euro en een endogene toename van 5,7 miljard euro. Voor 2007 bedraagt de geraamde toename van de totale belastingontvangsten 6,9 miljard euro ten opzichte van 2006. Dit is het saldo van een autonome daling van 0,4 miljard euro en een endogene stijging van 7,3 miljard euro. De hierna volgende paragrafen geven een nadere toelichting op deze autonome en endogene mutaties.

3.3.1 Autonome mutaties

De belastingontvangsten in 2006 nemen af met 2,4 miljard euro als gevolg van fiscale en overige maatregelen. De internetbijlage behorende bij de Miljoenennota 2006 geeft een gedetailleerd overzicht van de verschillende maatregelen die de opbrengst van 2006 beïnvloeden. Sindsdien zijn nog enkele maatregelen ingevoerd, met name naar aanleiding van amendementen van de Kamer op het Belastingplan 2006. In tabel 3.3.1 staat aangegeven welke wijzigingen sinds de Miljoenennota 2006 hebben plaatsgevonden.

Tabel 3.3.1 Effecten autonome maatregelen op belastingontvangsten in 2006 op kasbasis (x € miljoen)
 Kas 2006
Totaal maatregelen, zoals gemeld in Miljoenennota 2006– 2 475
  
Amendementen Belastingplan 2006– 102
Nabetalingen Loon- en Inkomstenbelasting175
Overige maatregelen7
Totaal maatregelen– 2 395

De behandeling van het Belastingplan 2006 in de Tweede Kamer heeft geleid tot een neerwaartse bijstelling van de autonome mutatie met 0,1 miljard euro. Dit is het saldo van autonome mutaties als gevolg van de verlaging van de alcoholaccijns, de verhoging van het tarief voor kansspelbelasting, de vrijstelling van de successiewet voor algemeen nut beogende instellingen, de verhoging van de onbelaste kilometervergoeding en de verhoging van de gestroomlijnde kinderkorting.


Daarnaast hebben er autonome mutaties plaatsgevonden als gevolg van nabetalingen tussen het Rijk en de sociale fondsen. Deze nabetalingen vinden plaats, omdat via de inkomensheffing en de loonheffing de belastingen en premies volksverzekeringen geïntegreerd worden geheven. De verdeling van deze ontvangsten tussen het Rijk en de sociale fondsen gebeurt op basis van voorlopige verdeelsleutels. Wanneer de Belastingdienst de gegevens over de feitelijke inkomens van mensen binnen heeft, kan nauwkeurig worden bepaald welk deel van de heffingen naar het Rijk had gemoeten en welk deel naar de sociale fondsen. Bij de loonheffing gebeurt dit na twee jaar, omdat dan het grootste deel van de aanslagen en aangiften is afgehandeld. Bij de inkomensheffing gebeurt dit om dezelfde reden pas na vier jaar. Hierdoor vinden er in de jaren nadat een transactiejaar is afgesloten nog nabetalingen plaats tussen het Rijk en de sociale fondsen. Tabel 3.3.1 laat zien dat dit in 2006 nog tot 0,2 miljard aan extra ontvangsten voor het Rijk heeft geleid ten opzichte van wat in Miljoenennota 2006 werd verwacht. Omdat het hier onderlinge nabetalingen betreft tussen premieontvangsten en belastingontvangsten, zijn deze verschuivingen niet relevant voor het EMU-saldo.


Voor 2007 bedraagt de geraamde autonome mutatie van de belastingontvangsten – 0,4 miljard euro. Paragraaf 3.3.2 toont per belastingsoort een overzicht van de verschillende maatregelen die deze mutatie veroorzaken. De beleidsmatige clustering en toelichting zijn te vinden in bijlage 3 van de Miljoenennota.

3.3.2 Endogene mutaties

De belastingontvangsten nemen in 2007 met 7,3 miljard euro toe als gevolg van de endogene ontwikkeling. Dit betekent een groei van 5,9 procent. Bijlage 3 van de Miljoenennota bevat een toelichting van de endogene ontwikkeling voor het totaal van de belastingontvangsten. Deze paragraaf geeft voor enkele specifieke belastingsoorten een nadere toelichting op de endogene ontwikkeling. De aandacht gaat hierbij uit naar de vennootschapsbelasting, de loon- en inkomstenbelasting en de omzetbelasting, die bij elkaar meer dan 70 procent van de totale belastingontvangsten vormen.

3.3.2.1 Vennootschapsbelasting

Bij de vennootschapsbelasting wordt onderscheid gemaakt in een deel dat afkomstig is van bedrijven uit de gassector en een deel dat afkomstig is van bedrijven uit de niet-gassector. Voor de vennootschapsbelasting afkomstig uit de gassector wordt een aparte raming opgesteld op basis van de winstontwikkeling in die sector, die in belangrijke mate afhangt van de olieprijs en de ontwikkeling van de dollarkoers. Voor een toelichting op de aardgasbatenraming, inclusief de VPB-afdracht uit de gassector, wordt verwezen naar de begroting van Economische Zaken (Begroting XIII). Deze internetbijlage bespreekt alleen de ontwikkeling van de VPB-opbrengst in de niet-gassector.


Voor een nader inzicht in de ontwikkeling van de kasontvangsten volgt een korte toelichting op het proces van aanslagoplegging. De heffing van de vennootschapsbelasting vindt in eerste instantie plaats via voorlopige aanslagen. In januari wordt een inschatting gemaakt van de winst voor dat jaar op basis van winsten uit de afgelopen twee jaren eventueel gecorrigeerd voor verwachtingen betreffende de winsten van dat jaar zelf. Op basis hiervan worden voorlopige aanslagen verstuurd. Vervolgens geven bedrijven in juli of augustus van datzelfde jaar T een eerste voorlopige inschatting van de winstontwikkeling. Op basis van deze voorlopige schatting kan een bijstelling van de voorlopige aanslag plaatsvinden. In juli / augustus van het daaropvolgende jaar (T+1) vindt vervolgens de voorlopige aangifte plaats en dit kan wederom leiden tot een nadere voorlopige aanslag. Afhankelijk van de omvang van het bedrijf en de aard van de aangifte vindt in een van de daaropvolgende jaren de definitieve vaststelling van de winst plaats. Gemiddeld wordt ongeveer 70 procent van de uiteindelijke aanslagopleggingen reeds in het eerste jaar via voorlopige aanslagen ontvangen.


Voor het opstellen van de begroting zijn de kasontvangsten van de vennootschapsbelasting relevant. Daarom is het van belang hoe het verloop van aanslagoplegging zich vertaalt in kasontvangsten. Tabel 4 toont de ontwikkeling van de totale kasopbrengst per jaar met een opsplitsing naar transactiejaar. Hieruit blijkt duidelijk dat het grootste deel van de opbrengst in een bepaald jaar voortkomt uit de voorlopige aanslagen over dat jaar zelf. Deze opbrengst stijgt nog door bijstellingen in de voorlopige aanslagen over voorgaande jaren, maar als gevolg van verliesverrekening is de bijdrage van jaar T-3 en ouder over het algemeen negatief. In de raming is zichtbaar dat de totale ontvangsten in 2005 gedrukt zijn door de nog relatief grote verliesverrekeningen over de jaren 2003 en ouder. Vanaf 2006 neemt het effect van deze verliesverrekening zichtbaar af. Daartegenover staat dat de totale ontvangsten in 2005 sterk zijn vertekend door de aankoop van het gasgebouw, waardoor de opbrengst dat jaar 2,3 euro miljard hoger is uitgevallen.

Tabel 3.3.2 Opbrengst en ontwikkeling VPB niet-gas op kasbasis naar transactiejaar (x € miljoen)
 200220032004200520062007
T11 13210 30510 77613 8409 0779 773
T-12 4141 9433 0704 1843 7684 284
T-2850616635715799703
T-341– 200– 47– 24108109
T-4 en ouder– 893– 823– 1 189– 1 126– 379– 280
Totaal kasopbrengst VPB niet-gas13 54411 84213 24417 58813 37314 589

De endogene mutaties van de VPB-ontvangsten in de niet-gassector in 2006 en 2007 worden beïnvloed door het naijleffect van het sparen bij de Belastingdienst (toegelicht in het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2005). Dit leidde in 2005 tot significant hogere ontvangsten, die naar verwachting in 2006 voor een groot deel zullen worden ontspaard.


Per saldo is de verwachte endogene mutatie van 2005 naar 2006 – 1,1 miljard euro. In 2007 stijgen de vpb-ontvangsten met een verwachte endogene toename van 1,0 miljard euro. De endogene groei van de VPB-ontvangsten in de niet-gassector komt daarmee met 7,6 procent beduidend hoger uit dan de nominale groei van het BBP (4,8 procent).

3.3.2.2 Loon- en inkomstenbelasting

De loonbelasting is een voorheffing van de inkomstenbelasting. In de eerste instantie dragen particulieren maandelijks loonbelasting af op basis van hun inkomen uit arbeid. Na het verstrijken van het kalenderjaar moet vervolgens voor 1 april van het volgende jaar belastingaangifte worden gedaan. Op basis hiervan wordt bepaald hoeveel belasting in totaal verschuldigd is (met inachtneming van andere bronnen van inkomen, belastingkortingen en aftrekposten). Wanneer dit bedrag hoger is dan de reeds betaalde loonbelasting, moet men het resterende bedrag aan inkomstenbelasting voldoen. Wanneer de verschuldigde belasting lager is, krijgt men geld terug van de Belastingdienst. Hierdoor zijn per saldo de opbrengsten van de inkomstenbelasting relatief gering in vergelijking met de ontvangsten bij de loonbelasting. In onderstaande analyse wordt gekeken naar de ontwikkeling van de loon- en inkomensheffing. Dit betreft naast de belasting tevens de ontvangsten premies volksverzekeringen welke geïntegreerd worden geheven. Voor analysedoeleinden zijn de ontvangsten op heffingsniveau beter bruikbaar, omdat deze eenvoudiger kunnen worden waargenomen. De premieontvangsten worden echter niet in deze internetbijlage verantwoord.

Loonheffing

De raming van de loonheffing vindt net als bij de vennootschapsbelasting op transactiebasis plaats. Het ontvangstpatroon van de transactieopbrengst in de kas is bij de loonheffing echter veel stabieler dan bij de VPB. Daarnaast geldt dat de transactieopbrengst ook aanzienlijk sneller wordt ontvangen en binnen drie maanden na afloop van het jaar bijna volledig gerealiseerd is. Hierdoor treden minder grote verschillen op tussen de ontwikkeling van de transactieopbrengst en de kasopbrengst dan bij de VPB.

Tabel 3.3.3 Opbrengst en ontwikkeling loonheffing op transactiebasis (x € miljoen)
 200520062007
opbrengst op transactiebasis71 89874 53077 460
    
mutatie4 8492 6322 930
– wv autonoom2 832– 881– 712
– wv endogeen2 0163 5133 642
    
endogene groei (in %)3,04,94,9

In tabel 5 is de (geraamde) endogene groei van de loonheffing in 2005, 2006 en 2007 te zien. De verwachte groei is in 2006 beduidend hoger dan in 2005. Deze groei is afhankelijk van de ontwikkeling van het totale belastbare inkomen. Dat wordt bepaald door de groei van de werkgelegenheid, de stijging van de contractlonen, de hoogte van verschillende premies en de ontwikkeling van uitkeringen en pensioenen. Tabel 6 geeft een overzicht van enkele gegevens uit de Macro Economische Verkenning van het CPB.

Tabel 3.3.4 Relevante economische variabelen voor de loonheffing (in %)
 20062007
Arbeidsvolume in arbeidsjaren1,501,50
Contractloonstijging bedrijven1,752,00
Incidentele loonstijging0,000,50
Tabelcorrectiefactor0,91,6
Arbeidsinkomensquote marktsector80,279,3

In tabel 6 is te zien dat de relatief hoge endogene groei van de loonheffing in 2006 en 2007 verklaard kan worden door een toename in de werkgelegenheid en een contractloonstijging van bedrijven. In 2007 is de groei van de contractlonen zelfs nog iets hoger. Desondanks is de geraamde endogene groei van de loonheffing in 2007 niet hoger dan in 2006. Dit heeft te maken met de indexatie van de belastingschijven en heffingskortingen. Jaarlijks vindt automatisch een indexatie plaats om te corrigeren voor de ontwikkeling van de inflatie. Deze indexatie vindt met een vertraging plaats. De tabelcorrectiefactor drukt uit met welke factor bijvoorbeeld de belastingschijven worden verlengd. De hogere tabelcorrectiefactor in 2007 verklaart waarom de verwachte endogene groei van de loonheffing in 2007 ongeveer gelijk is aan 2006, ondanks de hogere werkgelegenheidsgroei en contractloonstijging. Door de hogere tabelcorrectiefactor worden de belastingschijven in 2007 immers meer verlengd dan in 2006, waardoor het langer duurt voordat mensen een hogere schijf bereiken.

Inkomensheffing

De inkomsten bij de inkomensheffing zijn het saldo van de belastingontvangsten van particulieren en zelfstandige ondernemers. Voor de particulieren geldt de loonheffing als voorheffing. Bij de inkomensheffing voor particulieren hebben de ontvangsten dan ook betrekking op bijtel- en aftrekposten en heffingskortingen die niet via de loonheffing zijn verrekend. Bij de zelfstandigen wordt de ontwikkeling daarnaast ook bepaald door de winstontwikkeling.

Figuur 3.3.1 Cumulatieve kasontvangsten inkomensheffing per belastingjaar t/m mei 2006 (x € miljoen)



kst900028B_01.gif

Figuur 1 geeft de ontwikkeling van de kasontvangsten naar transactiejaar weer. In deze figuur vallen drie zaken op. Ten eerste is zichtbaar dat het patroon van de opbrengsten van de inkomstenheffing gedurende jaar T geleidelijk vervlakt sinds de belastingherziening van 2001. De inkomstenheffing in jaar T betreft voornamelijk de afdrachten van zelfstandigen en de voorlopige teruggaven aan particulieren. Ten tweede vindt jaarlijkse een scherpe daling plaats van de opbrengsten in jaar T+1, die hoofdzakelijk veroorzaakt wordt door de teruggaven van inkomensheffing aan particulieren in verband met hun aangifte over het afgelopen belastingjaar. Deze aangifte moeten zij steeds voor 1 april van het jaar T+1 doen. Ten derde valt op dat de uiteindelijke transactieopbrengst van de inkomensheffing jaarlijks lager ligt. Dit is het gevolg van de ontwikkeling van de grondslag (bijtel- en aftrekposten en winstontwikkeling zelfstandigen) en fiscaal beleid (bijv. tariefsmaatregelen).


De raming van de ontvangsten van de inkomensheffing is opgesteld op basis van de autonome maatregelen, de geraamde endogene ontwikkeling en de kasrealisaties tot en met juli.

Tabel 3.3.5 Opbrengst en ontwikkeling inkomensheffing op transactiebasis (x € miljoen)
 200520062007
opbrengst op transactiebasis– 5 120– 6 785– 6 049
    
mutatie– 670– 1 665736
– wv autonoom– 691– 557828
– wv endogeen21– 1 108– 92

Terwijl voor 2005 nog een beperkte endogene groei werd geraamd, is de raming voor 2006 een daling van 1,1 miljard euro. De vertraging in het automatiseringssysteem bij de Belastingdienst in 2004 (toegelicht in het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2004) heeft in 2005 tot een eenmalige hogere opbrengst geleid, zodat de endogene groei van de ontvangsten inkomensheffing in dat jaar relatief hoog was. Voor 2006 valt de opbrengst weer terug naar het normale niveau. Deze endogene ontwikkeling is het gevolg van de geraamde ontwikkeling van de grondslagen, de groei van de verschillende aftrekposten (zoals de hypotheekrenteaftrek) en de verdeling over belastingen en premies.

3.3.2.3 Omzetbelasting

De omzetbelasting is de grootste belastingsoort en verantwoordelijk voor circa 30 procent van de totale belastingontvangsten. De endogene groei van de omzetbelasting wordt vooral bepaald door de waardeontwikkeling van de bestedingen waarop BTW rust, te weten de particuliere consumptie, de overheidsinvesteringen en de investeringen in woningen. De ramingen van het CPB voor deze bestedingscategorieën zijn samengevat in onderstaande tabel. Door afrondingsverschillen kan bij tabellen het totaal afwijken van de som der delen.

Tabel 3.3.6 Raming van de procentuele ontwikkeling van bestedingen in 2006 en 2007
 20062007
particuliere consumptie, waardemutatie4,53,75
investeringen in woningen, waardemutatie86
overheidsinvesteringen, waardemutatie12,25

Bij de particuliere consumptie speelt ook de samenstelling van de consumptie een rol, omdat er verschillende bestedingscategorieën zijn waarvoor een verschillend BTW-tarief geldt. Bij hoogconjunctuur is het bijvoorbeeld geen ongebruikelijk verschijnsel dat er een verschuiving plaatsvindt van consumptie waarvoor een lager tarief geldt naar consumptie waarvoor een hoog BTW-tarief geldt («luxe goederen»). Hierdoor stijgt het gemiddelde BTW-tarief over de totale particuliere consumptie.


De raming van de endogene groei van de BTW-opbrengst op transactiebasis bedraagt 8,2 procent in 2006. Dit is een uitzonderlijk hoog groeipercentage, gebaseerd op de realisaties die in 2006 tot en met juli zijn waargenomen. Deze groei wordt met name veroorzaakt door een sterke stijging in de consumptie van duurzame consumptiegoederen. De groei van de transactieopbrengst is zoals we in een opgaande conjunctuur verwachten dus hoger dan de geraamde groei van de particuliere consumptie. Voor 2007 wordt geraamd dat de BTW-opbrengst op transactiebasis een endogene groei van 5,5 procent laat zien.

Tabel 3.3.7 Opbrengst en ontwikkeling omzetbelasting op transactiebasis (x € miljoen)
 200520062007
opbrengst op transactiebasis38 65740 28942 542
    
mutatie3 0661 6322 253
– wv autonoom1 719– 1 55732
– wv endogeen1 3473 1892 221
    
endogene groei (in %)3,88,25,5

3.3.2.4 Overzichtstabellen autonome mutaties per belastingsoort

De onderstaande tabellen geven een overzicht van de effecten van de beleidsmaatregelen en de overige maatregelen op de ontvangsten per belastingsoort. Daarbij is aangegeven welk deel van de maatregelen al in de internetbijlage behorende bij de Miljoenennota 2006 is verantwoord. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fiscale en overige maatregelen, omdat alleen de fiscale maatregelen relevant zijn voor de microlastenontwikkeling. Voorbeelden van overige maatregelen zijn maatregelen in de uitvoeringssfeer van de Belastingdienst en nabetalingen van belastingen en premies tussen Rijk en sociale fondsen. Alleen de belastingsoorten waarbij sinds de Miljoenennota 2006 nog maatregelen zijn genomen of waar eerder verantwoorde maatregelen nog doorwerken in 2007 zijn opgenomen in de tabellen. Door afrondingsverschillen kan in tabellen het totaal afwijken van de som der delen.

Tabel 3.3.8 Effecten autonome maatregelen op de omzetbelasting in 2006 en 2007 op kas- en transactiebasis (x € miljoen)
 2006 kas2006 trans2007 kas2007 trans
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN20065350  
BP05: Aanpak BTW-constructiebestrijding roerende zaken  50
Richtlijncornforme aanpassing BTW levende dieren  22
BTW vrijstelling detacheren wetenschappelijk personeel  – 5– 5
Totaal Fiscaal53502– 3
     
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2006– 1 607– 1 607  
Compensatiefonds gemeenten en provincies  2121
Correctie BTW openbaar vervoer (compensatiefonds)  1414
Totaal Overig– 1 607– 1 6073535

Tabel 3.3.9 Effecten autonome maatregelen op de BPM in 2006 en 2007 (x € miljoen)
 2006 kas2007 kas
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN200659 
Continuering faciliteit in de BPM voor elektrische en hybride auto’s 1
Motie Verhagen: tegenboeking Vervallen vrijstelling BPM en MRB voor grijze kentekens – 200
Motie Verhagen: Gelijktrekken BPM en MRB voor bestel- en personenauto’s 30
Motie Verhagen»Invoering teruggaafregeling BPM bestelauto’s voor ondernemers – 25
BP05: Verlaging tarief BPM met € 600 voor dieselauto’s met roetfilter – 6
BP05: Vervallen vrijstelling BPM en MRB voor grijze kentekens 200
Totaal Fiscaal590

Tabel 3.3.10 Effecten autonome maatregelen op de Accijnzen in 2006 en 2007 op kasbasis (x € miljoen)
 2006 kas2007 kas
Accijns op lichte oliën  
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2006– 119 
BP 2006: Stimulering biobrandstoffen 56
Totaal Fiscaal– 11956
   
Tabaksaccijns  
Introductie minimum accijns sigaretten en shag10
Totaal Fiscaal10
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2006160 
Meest gevraagde prijsklasse (accijnzen) 60
Bekorten krediettermijn accijnsregels – 160
Totaal Overig160– 100
   
Alcoholaccijns  
Verlaging alcoholaccijns– 570
Totaal Fiscaal– 570

Tabel 3.3.11 Effecten autonome maatregelen op de Belastingen van Rechtsverkeer in 2006 en 2007 op kasbasis (x € miljoen)
 2006 kas2007 kas
Overdrachtsbelasting  
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2006– 14 
BP 2006: Vrijstelling overdrachtsbelasting WOM – 1
BP 2006: Vrijstelling overdrachtsbelasting bij bedrijfsoverdracht – 1
Aanpassing vrijstelling overdrachtsbelasting voor wijkontwikkelingsmaatschappijen – 1
Totaal Fiscaal– 14– 2
   
Kapitaalsbelasting  
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2006– 180 
Afschaffen kapitaalsbelasting – 20
Totaal Fiscaal– 180– 20

Tabel 3.3.12 Effecten autonome maatregelen op de motorrijtuigenbelasting in 2006 en 2007 (x € miljoen)
 2006 kas2007 kas
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2006141 
Automatische indicatie MRB 43
Motie Verhagen: tegenboeking Vervallen vrijstelling BPM en MRB voor grijze kentekens – 10
Motie Verhagen: Gelijktrekken BPM en MRB voor bestel- en personenauto’s 29
Motie Verhagen: Verlaagd tarief MRB bestelauto’s voor ondernemers – 19
Motie Verhagen: Beperkte verhoging MRB grijs kenteken per 1 januari 2005 0
BP05: Vervallen vrijstelling BPM en MRB voor grijze kentekens 10
BP05: Compensatie gehandicapten voor grijze kentekens – 2
Vereenvoudiging MRB voor motoren – 1
Totaal Fiscaal14150

Tabel 3.3.13 Effecten autonome maatregelen op de regulerende energiebelasting in 2006 en 2007 op kasbasis (x € miljoen)
 2006 kas2007 kas
Regulerende Energiebelasting  
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2006216 
SA gv: defiscalisering diverse faciliteiten art 36 WBM 1
SA gv: verlagen nihiltarief groene stroom 3
NvW BP 2003: Aanpassing defiscalisering diverse faciliteiten art 36 WBM – 2
Afschaffing verlaagd tarief groene stroom icm verhoging belastingvermindering REB (buitenlandlek) – 9
Motie Verhagen: Geringere verhoging EB i.v.m. MKB 0
BP05: Verhoging Energiebelasting 76
BP05: Gedeeltelijke uitstel verhoging Energiebelasting 10
Totaal Fiscaal21679

Tabel 3.3.14 Effecten autonome maatregelen op de Inkomstenbelasting in 2006 en 2007 op kas- en transactiebasis (x € miljoen)
 2006 kas2006 trans2007 kas2007 trans
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2006279400  
Euro 3 vrachtwagens onder VAMIL (IB-deel)  – 3– 1
Uitbreiding regeling groen beleggen en VAMIL (structureel – 60 mln)  – 2– 2
overwaarderegeling eigen woning  6464
verhoging combinatiekorting voor werkende partners  – 1– 1
Tegenboeking Financiële enveloppe Najaarsakkoord  – 26– 64
Motie Verhagen: Terugboeken compensatie via verlagen zelfstandigenaftrek  3130
Motie Verhagen: Aftrekbaarheid gemengde kosten van 90% naar 75%  80
BP05: Verhoging zelfstandigenaftrek  – 46– 43
BP05: Verruiming milieu-investeringsaftrek  – 5– 5
BP05: Vervallen Farbo-regeling  – 2– 2
Beperking aftrek gemengde kosten cfm motie Verhagen al per 2005  – 80
Compensatie zorgstelsel ouderen- en combinatiekorting  50
correctie: beperkte inzet kinderkorting uit MN2004  10
Wetsvoorstel versterking fiscale rechtshandhaving  40
Technische correctie wegens wijziging verdeelsleutel1921  
Verhoging gestroomlijnde kinderkorting– 7– 8– 10
Mantelzorgkorting van €25000– 5– 5
Compensatie december– 3– 300
Werken aan Winst  67
Werken aan Winst, schuif dividendbelasting naar Inkomstenbelasting  0960
Tijdelijke verlaging Box II compensatie DGA’s  – 9– 90
Verschuiving autokostenfictie naar LH– 324– 360– 36 
Vertraging wetsvoorstel fiscale winsthandhaving– 32– 35– 4 
Uitbreiding aftrek scholingsuitgaven studenten  – 2– 2
startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid  – 5– 10
aanpassing terbeschikkingstellingsregeling  55
Niet doorgaan mantelzorgkorting  55
Totaal Fiscaal– 6815– 26846
     
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN200698– 151  
Nabetaling rijk aan fondsen over 2002 in 2006  – 7720
Nabetaling rijk aan fondsen over 2003 in 2007  1080
Correctie nabetaling over 2003 in 2007  – 1010
Correctie nabetaling over 2002 in 2006  – 410
Correctie nabetaling over 2001 in 2005– 2 904000
Correctie nabetaling over 2002 in 200641   
Nabetalingen correcties 20062 502– 1 342– 32500
Totaal Overig– 263– 1 493– 838500

Tabel 3.3.16 Effecten autonome maatregelen op de loonbelasting in 2006 en 2007 op kas- en transactiebasis (x € miljoen)
 2006 kas2006 trans2007 kas2007 trans
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN20061 4471 334  
SA gv: afschaffen afdrachtskorting langdurig werklozen (VLW)  20
SA gv: gefaseerde afschaffing SPAK  240
SA lv: gefaseerde verhoging arbeidskorting  – 50
afschaffen fiscale faciliëring prépensioen  5758
afschaffen fiscale faciliëring vut  3232
verhoging arbeidskorting met € 30 in 2004 en telkens € 10 in 2005 t/m 2007  – 1– 1
aanpassing overgangsregeling VUT/prepensioen  204205
Fasering WBSO  – 30
Ramingsbijstelling levensloop  – 23
Lastenschuif 2004 – 2007: tarief 1e schijf (fasering)  – 790– 812
NvW BP 2004: Uitstellen afschaffen fiscale faciliëring VUT/prepensioen tot 1-1-2006 (tegenboeking)  – 293– 295
NvW BP 2004: Uitstellen afschaffen fiscale faciliëring VUT/prepensioen tot 1-1-2006 (invoering)  332295
NvW BP 2004: Uitstellen invoeren levensloopregeling tot 1-1-2006 (tegenboeking)  – 1– 3
NvW BP 2004: Uitstellen invoeren levensloopregeling tot 1-1-2006 (invoering)  – 100
NvW BP 2004: Uitstellen afschaffen afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof tot 1-1-2006  70
NvW BP 2004: Uitstellen afschaffen afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof tot 1-1-2006 (overgangsregeling)  3645
NvW BP 2004: Nieuwe fiscale faciliëring VUT/prepensioen/levensloop (financiële enveloppe)  2664
Niet doorgaan verlagen maximum opbouw OP naar 70%  – 22– 15
Vervallen deeltijdeis bij levensloop  – 23– 17
Gefaseerde heffing  22
Overgangsrecht VUT en PP  – 46– 43
kosten extra storting levensloop  – 2– 2
Motie Verhagen: Overgangsmaatregel VUT en PP  – 22– 23
BP05: Verlengen eerste schijf met € 400  – 1– 1
BP05: Verhogen belastingtarief tweede schijf met 0,6%  66
SpaarVUT en deeltijdpensioen verplicht voor overgangsregelingen  99
Overgangsrecht VUT en prepensioenregelingen  44
Extra stortingsmogelijkheid werknemers 50–57  22
Aanpassing heffingssystematiek omslaggefinancierde regelingen  – 2– 2
Heffingskorting  – 26– 21
40 dienstjaren 63 jaar  – 30
keuzemenu-franchise verlaging naar E9400  – 20
levensloop 210%  – 15– 13
verhoging TES/TTS met 0,1%  410
tegenboeking fasering lastenbeeld  600
Verhoging TES/TTS met 0,1% ivm verlaging AWBZ premie  200
Verhoging TES/TTS met 0,1% ivm rijksbijdrage kinderen in zorgstelsel  200
verhoging algemene heffingskorting met €78  – 50
Verhogen aanvullende ouderenkorting met € 272 en onbegrensd maken  – 40
Verlagen ouderenkorting met €80, verhogen inkomensgrens met €200  20
Verhoging tarief eerste schijf met 0,25%  380
BP2006: Grondslageffect ZVW premie en Awf premie  210
Technische correctie wegens wijziging verdeelsleutel3843  
Verlaging alg. heffingskorting met €50045
Verhoging onbelaste kilometervergoeding– 38– 42– 40
Envelop werktop– 14– 16– 20
Verlaging tarief 1e schijf met 0,45%  – 575– 639
Verhoging tarief 1e en 2e schijf met 0,05% vanwege overheveling GGZ  92103
Verschuiving autokostenfictie naar LH32436036 
Verhoging tarief 1e schijf met 0,3%  395439
Verhoging tarief 2e schijf met 0,3%  154171
Verhoging arbeidskorting met 10 euro  – 21– 23
Verhoging algemene heffingskorting met 27 euro  – 112– 124
Volledige afdrachtsvermindering zeevaart voor buitenlandse opvarenden  – 5– 5
Vereenvoudiging artiesten en beroepsregeling  – 5– 5
Verhoging TES/TTS met 0,55% i.v.m. AWBZ schuif  1 0601 178
Totaal Fiscaal1 7571 678684576
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN200690– 165  
nabetaling over 2004 in 2006  5450
Motie Verhagen: Autokostenfictie onder de LB  40
Correctie nabetaling over 2005 in 2007  2440
Correctie nabetaling over 2003 in 2005318000
Nabetalingen correctie 2006217817– 236– 260
Totaal Overig625652557– 260

Tabel 3.3.17 Effecten autonome maatregelen op de dividendbelasting in 2006 en 2007 op kas- en transactiebasis (x € miljoen)
 2006 kas2006 trans2007 kas2007 trans
Werken aan Winst, schuif dividendbelasting naar inkomstenbelasting  – 1 080– 1 200
Totaal Fiscaal00– 1 080– 1 200

Tabel 3.3.18 Effecten autonome maatregelen op de kansspelbelasting in 2006 en 2007 op kas- en transactiebasis (x € miljoen)
 2006 kas2007 kas
Verhoging tarief kansspelbelasting334
Totaal Fiscaal334

Tabel 3.3.19 Effecten autonome maatregelen op de vennootschapsbelasting in 2006 en 2007 op kas- en transactiebasis (x € miljoen)
 2006 kas2006 trans2007 kas2007 trans
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2006– 642– 544  
BP 2003 – ramingsbijstelling afschaffen faciliteiten vervroegde afschrijving  – 10– 10
Euro 3 vrachtwagens onder VAMIL (VPB-deel)  – 13– 5
SA gv: aanpassing EIA (VPB)  – 10
SA gv: aanpassing MIA/VAMIL (vpb)  – 30
BP05: Verlaging algemene tarief en tariefopstapje Vpb  – 280– 220
BP05: Wijziging moeder-dochterrichtlijn  710
Evenwichtiger gemengde kostenaftrek  175
Verlagen VPB-tarief  – 360
Afschaffen afwaarderingsverliezen VPB  180
Verlagen tariefopstapje VPB met 0,5% naar 25,5%  – 20
Werken aan Winst in VPB  677971
Werken aan Winst, schuif dividendbelasting naar VPB  0200
Totaal Fiscaal– 642– 544374951
     
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2006– 2 455– 2 513  
Gerechtelijke uitspraak Bosal  – 140– 157
vervallen CFA regime  – 34– 40
Totaal Overig– 2 455– 2 513– 174– 197

Tabel 3.3.20 Effecten autonome maatregelen op de successierechten in 2006 en 2007 op kas- en transactiebasis (x € miljoen)
 2006 kas2007 kas
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2006– 3 
Uitstelfaciliteit betaling belasting over stakingswinst bij bedrijfsoverdracht 5
Verruiming bedrijfsopvolging succ.recht (2005 en 2006 60%, v.a. 2007 75%) – 21
Aanpassing successiewet / vrijstelling algemeen nut beogende instellingen– 33– 4
Verlaging tarief successie en schenkingsrecht – 1
Totaal Fiscaal– 36– 20