Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.2 Jeugd

Een goede ontwikkeling van kinderen is niet alleen nu belangrijk maar legt ook de basis voor de toekomst. De meeste jongeren doen het goed op school en weten daarna op de arbeidsmarkt hun kansen te benutten. Maar tegelijkertijd zitten enkele groepen jongeren in de knel. Zo komt een deel van de jongeren zonder startkwalificatie van school, Nederland scoort op dit punt relatief ongunstig in internationaal perspectief. Deze jongeren zijn kwetsbaar, vooral in tijden van oplopende werkloosheid. Daarnaast heeft een groeiende groep kinderen psychische of sociale problemen of woont bij ouders die de opvoeding niet goed aankunnen. Steeds meer ouders en kinderen komen daardoor bij de jeugdzorg terecht. Daar worden ze geconfronteerd met wachtlijsten en bureaucratie. Tot slot is vooral in de grote steden het aantal jongeren toegenomen dat zich op steeds jeugdiger leeftijd schuldig maakt aan steeds gewelddadiger delicten. Deze problemen hebben de afgelopen jaren centraal gestaan in het beleid.

Speerpunten op het gebied van jeugd

• Halveren aantal voortijdig schoolverlaters in 2010 (basiswaarde: 70 500 in 2002)

• Terugdringen wachtlijsten jeugdzorg en bureaucratie in de jeugdketen

• Aanpakken jeugdcriminaliteit en zorgen voor een effectievere jeugdstrafketen


Sinds 2002 is het aantal kinderen dat jaarlijks zonder startkwalificatie van school komt met 20 procent gedaald tot 57 duizend. Deze daling gaat echter niet snel genoeg om de doelstelling voor 2010 te halen. Daarom zijn in de nota «Aanval op de uitval» aanvullende maatregelen aangekondigd voor de korte en middellange termijn. Zo wordt in 2007 de leerplicht verlengd tot 18 jaar, waarmee het aantal uitvallers naar verwachting jaarlijks met 13 duizend wordt verminderd. Met de regionale opleidingscentra (roc’s) zijn convenanten opgesteld om dit schooljaar het aantal voortijdige schoolverlaters met nog eens 10 procent terug te dringen. Ook zal het kabinet komend jaar de samenwerking tussen (beroeps)onderwijs en het bedrijfsleven verder ondersteunen, onder meer door het stimuleren van meer en kwalitatief betere stageplekken en leerpraktijktrajecten. Ten slotte is er een sluitende aanpak georganiseerd voor jongeren die ondanks alle inspanningen toch nog uitvallen. Die jongeren zullen met een maatwerkaanpak aan het «leren en werken» worden geholpen. Scholen, gemeenten, zorginstellingen, Centra voor Werk en Inkomen (CWI’s), Sociale diensten, justitie en werkgevers zullen daarbij intensief samenwerken, bijvoorbeeld in zogenoemde Jongerenloketten. Bij elkaar is voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten een pakket maatregelen van 160 miljoen euro voor 2007 samengesteld.


Ook op indirectere wijze wordt de uitval aangepakt, met name door voor- en vroegschoolse educatie (vve). Daarmee worden dreigende achterstanden in de sociale ontwikkeling en (taal)ontwikkeling van jonge kinderen zo vroeg mogelijk bestreden, met als resultaat minder schooluitval op latere leeftijd en een kleiner risico dat kinderen op het verkeerde pad raken. In 2010 zal 70 procent van de doelgroep van dit aanvullende onderwijs gebruikmaken. Ook het onderwijsachterstandenbeleid draagt bij aan vermindering van uitval. Door bij de verdeling van het beschikbare budget nog sterker te focussen op de feitelijke (leer)achterstand zal dit positieve effect nog verder toenemen. Ten slotte wordt geïnvesteerd in een uitdagende leeromgeving voor leerlingen. Met name in het vmbo worden momenteel alle scholen uitgerust met up-to-date voorzieningen voor praktijkgeoriënteerd onderwijs.


Op het gebied van jeugdbeleid is allereerst gewerkt aan het wegwerken van de wachtlijsten in de jeugdzorg. Eind 2005 waren er 5 duizend kinderen die langer dan negen weken op jeugdzorg moesten wachten. In 2006 en 2007 is in totaal 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het wegwerken van de wachtlijsten in de jeugdzorg. Naar verwachting zijn de wachtlijsten in de jeugdzorg hiermee eind 2006 helemaal weggewerkt. Daarnaast is een impuls gegeven aan het terugdringen van de wachtlijsten in de jeugd-ggz. Vanaf 2007 is er structureel 40 miljoen euro beschikbaar om de verwachte groei in de vraag naar jeugdzorg op te vangen en nieuwe wachtlijsten te voorkomen. Daarnaast is voor het Deltaplan Gezinsvoogdij extra budget beschikbaar gesteld, waardoor gezinsvoogden vanaf 2006 meer tijd per kind beschikbaar hebben. Bovendien wordt voor 2007 een bedrag van 13,7 miljoen euro uitgetrokken om de groei van het aantal ondertoezichtstellingen het hoofd te kunnen bieden.


Ten tweede is operatie JONG uitgevoerd om nieuwe ideeën op te doen over een beter werkende jeugdketen. In het kader van operatie JONG zijn met een aantal gemeenten overeenkomsten afgesloten om te experimenteren met nieuwe ideeën. Goede ideeën worden landelijk toegepast. Zo wordt begin 2007 de «verwijsindex jeugd» ontwikkeld. Hiermee krijgen instellingen in de jeugdketen zoals jeugdzorg, onderwijs en justitiële instellingen juiste en actuele informatie van elkaar over jeugdigen die zij helpen. Op deze manier wordt de samenwerking op lokaal niveau versterkt. Ook zal het aantal zorg- en adviesteams (zat’s) toenemen. Zat’s zijn interdisciplinaire teams waarin zorgverleners in en om de school samenwerken. Zo is in het primair onderwijs het aantal zat’s gestegen van 20 procent in 2003 naar 63 procent in 2005.


Daarnaast heeft de commissaris Jeugd- en jongerenbeleid (de heer Van Eijck) in zijn «sturingsadvies» ideeën ontwikkeld voor een doelmatiger organisatie van het jeugdbeleid. Belangrijkste idee is om de gemeenten de integrale regierol te geven bij het jeugdbeleid. Het kabinet ondersteunt deze lijn, evenals de aanbeveling om de taken op het terrein van opvoed- en gezinsondersteuning op lokaal niveau te bundelen in centra voor jeugd en gezin. Hierdoor kunnen kinderen en hun ouders sneller en beter geholpen worden.


Het beleid is er zo veel mogelijk op gericht om criminaliteit te voorkomen, door goed onderwijs en door goede jeugdzorg. Als andere maatregelen niet werken, is ten slotte een strafrechtelijke aanpak van probleemjongeren onvermijdelijk. De afgelopen jaren is over de hele linie meer geld uitgegeven aan jeugdstrafrechttaken. Zo is in de afgelopen acht jaar de detentiecapaciteit voor jongeren verdubbeld. Ook is ingezet op een betere afstemming van de jeugdstrafrechtketen en een snellere doorverwijzing naar hulpverlening om de problemen te kunnen oplossen. Desondanks is de jeugdcriminaliteit nog niet gestabiliseerd en blijft de recidive hoog. Momenteel wordt nagegaan hoe dit door effectievere sancties en interventies kan worden teruggedrongen. Ook heeft het kabinet met de politie voor 2007 prestatieafspraken gemaakt over de aanpak van veelplegers en hardekernjongeren. Andere speerpunten voor de komende jaren zijn een verdere uitbreiding van de celcapaciteit, snellere doorlooptijden volgens vastgestelde normen en verbetering van de nazorg. Zo is het doel om in 2007 alle strafrechtelijke jeugdigen die eind 2006 een justitiële jeugdinrichting verlaten (verplicht) nazorg aan te bieden, onder andere gericht op wonen, werken en vrijetijdsbesteding.