Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.3 Onderwijs, kennis en innovatie

De Nederlandse onderwijsresultaten behoren op veel gebieden al tijden tot de beste van de wereld. In internationale vergelijkingen (de zogenoemde PISA-scores) scoort Nederland hoog op alle onderdelen. Zo scoren alleen leerlingen uit Finland en Korea beter op wiskunde. Nederlandse wetenschappelijk onderzoekers publiceren relatief veel en worden vaak geciteerd. Nederland staat met Zwitserland en de Verenigde Staten in de mondiale top drie.

Toch stond de positie van het Nederlandse onderwijs onder druk. Allereerst waren er enkele jaren geleden grote aantallen vacatures in het onderwijs. Bovendien werd verwacht dat het lerarentekort in het primair en voortgezet onderwijs tot 2007 verder zou toenemen tot 10 400 leraren (circa 6 procent). Dit zou kunnen leiden tot een vicieuze cirkel van meer werkdruk, hoger ziekteverzuim en uiteindelijk nog meer vacatures en afnemende kwaliteit van het onderwijs. Ook de Haagse regeldruk werd in toenemende mate als een knelpunt ervaren. Daardoor zou er te weinig ruimte zijn voor de docent/leraar als professional. Op het terrein van kennis en innovatie is de commerciële toepassing van onderzoeksresultaten een knelpunt. Dit wordt ook wel de kennisparadox genoemd. Ten slotte dreigde er een tekort aan kenniswerkers te ontstaan. Dit kon niet worden gecompenseerd met buitenlands talent, door trage toegangsprocedures. Vooral het bedrijfsleven had hier last van. Dit leidde tot de volgende speerpunten van beleid.

Speerpunten op het gebied van onderwijs, kennis en innovatie

• Terugdringen van het lerarentekort

• Minder regels, meer ruimte, heldere verantwoording

• Aanpak «kennisparadox»

• Snellere toegang van kenniswerkers


Het lerarentekort is zo goed als volledig verdwenen. Het aantal openstaande vacatures in het primair en voortgezet onderwijs bedroeg in het eerste kwartaal van 2006 ongeveer 300. Ook het ziekteverzuim in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs is met een derde gedaald tot onder de 6 procent. We moeten echter waakzaam blijven dat er niet opnieuw een tekort aan leraren ontstaat als gevolg van een relatief grote uitstroom van het vergrijsde lerarenbestand in met name het voortgezet onderwijs.


Daarnaast is ingezet op vermindering en vereenvoudiging van regels en grotere autonomie voor scholen en leraren. Zo krijgen scholen in het basisonderwijs voortaan een bedrag ineens dat ze kunnen besteden op een manier die hen het verstandigst lijkt. De onderbouw van het voortgezet onderwijs (vo) is vereenvoudigd door de veelheid aan verschillende kerndoelen te reduceren en de verplichte lesurentabellen af te schaffen. De autonomie van scholen wordt ook vergroot door de verantwoordelijkheid voor groot onderhoud aan schoolgebouwen van het basisonderwijs en voortgezet onderwijs over te plaatsen naar de scholen zelf. Tijdrovende contacten met gemeenten zijn daardoor niet meer nodig. Bij elkaar zullen de administratieve lasten voor scholen in 2007 door diverse maatregelen zijn afgenomen met 28 procent ten opzichte van 2003. In 2010 is dit percentage opgelopen tot 39 procent. De uitdaging is nu dat de autonomie van de scholen ook in de klas zichtbaar wordt.


Om de positie van Nederland als kennissamenleving verder te versterken wordt ingezet op stimulering van hoogwaardige kennis, en de ontwikkeling en toepassing van technologie en menselijk kapitaal. Een van de concrete maatregelen om de «kennisparadox» tegen te gaan, is de invoering van een octrooibox in de vennootschapsbelasting (zie paragraaf 3.1). Ook zijn op advies van het Innovatieplatform de afgelopen jaren duizenden kennisvouchers uitgegeven aan het MKB. De vouchers kunnen verzilverd worden bij kennisinstellingen. Ondernemers kunnen deze kennis gebruiken voor de vernieuwing van hun product, productieproces of dienst. Het Innovatieplatform heeft verder verkend welke toekomstige hervormingen en investeringen het noodzakelijk acht om tot de Europese top te gaan behoren. Daarnaast is de financiering van grote technologische instituten (gti’s) verschoven van aanbod- naar vraaggestuurd. Ook is – met name vanuit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) – een groot aantal samenwerkingsprojecten opgezet tussen bedrijven en onderzoeksinstellingen, gericht op het duurzaam versterken van de kennisinfrastructuur. Een voorbeeld hiervan is het Holst Centre in Eindhoven. In dit in 2005 gestarte onderzoeksinstituut ontwikkelen ondernemers en wetenschappers samen technologieën voor intelligente microsystemen. Daarnaast heeft het kabinet met het oog op het stimuleren van het innovatieve vermogen, de creativiteit en de ondernemingszin van de samenleving extra geld beschikbaar gesteld vanuit het FES voor onder meer projecten van creatieve bedrijfstakken en digitalisering van audiovisueel erfgoed.


Via de in oktober 2004 ingevoerde Kennismigrantenregeling zijn in 2005 meer dan 1 600 personen toegelaten en in 2006 (tot en met juni) ruim 1 200. Om de instroom van zelfstandige kennismigranten verder te vergemakkelijken is een puntensysteem geïntroduceerd. Daarmee worden zelfstandigen met specifieke culturele en / of innovatieve talenten geselecteerd voor toelating. Ongeveer 1 600 werkgevers hebben een verklaring in het kader van de regeling ondertekend, waardoor de aanvragen van deze bedrijven snel kunnen worden afgehandeld.


Box 3.3.1 FES-uitgaven voor kennis, innovatie en onderwijs


Voor de FES-impuls 2006 is in totaal 1,9 miljard euro beschikbaar. De helft daarvan wordt besteed aan kennis, innovatie en onderwijs (voor de andere helft, zie box 3.6.1). Voorbeelden van concrete projecten zijn:

• Er wordt een technologisch topinstituut opgericht, dat onderzoek doet op het gebied van drink- en industriewater, afvalwaterzuivering, interactie in natuurlijke systemen en sensortechnologie van water.

• Nederland participeert actiever in het internationale project International Thermonuclear Experimental Reactor (ITER), waarin onderzocht wordt hoe kernfusie kan worden ingezet voor de toekomstige energiebehoefte.

• Vroegtijdige diagnose en gepersonaliseerde behandeling van kankerpatiënten worden bevorderd door moleculair-biologisch onderzoek (project Centre for Translational Molecular Medicine).

• De bestrijding van vogelgriep wordt bevorderd door de ontwikkeling van vaccins.

• Er worden experimenten en onderzoek uitgevoerd om de doeltreffendheid van het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen en de efficiency in het primair en voortgezet onderwijs te verbeteren (project Leren door te Experimenteren).

• Voor- en vroegschoolse educatie worden bevorderd om leerachterstanden te beperken (project VVE).

• De aansluiting tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven wordt bevorderd (project Beroepsonderwijs in Bedrijf).


In totaal wordt in de periode 2007–2011 vanuit het FES circa 3,2 miljard euro uitgegeven aan kennis, innovatie en onderwijs.