Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.6 Leefomgeving en mobiliteit

In ons dichtbevolkte land moeten de wensen van burgers en bedrijven rond wonen, werken, natuur en infrastructuur binnen een zeer beperkte ruimte worden gerealiseerd. Hierbij was een drietal belangrijke knelpunten ontstaan, waarbij de Europese normen voor de luchtkwaliteit een rol spelen.

Ten eerste kwam de bereikbaarheid steeds meer onder druk te staan. Op verschillende trajecten zijn files op bepaalde tijden vaste prik. Voor automobilisten is dat belastend. Daarnaast is het schadelijk voor de economie. Een goed functionerend systeem voor het vervoer van personen en goederen is immers een essentiële voorwaarde voor de economische ontwikkeling.

In de tweede plaats werden er te weinig woningen gebouwd, waardoor het woningtekort is toegenomen. Nieuwbouw werd bemoeilijkt door een veelheid aan regels en bureaucratie. Dat hing mede samen met het stringente beleid voor ruimtelijke ordening. Ook de strenge Europese normen voor luchthavenkwaliteit hebben hier een rol gespeeld. Verder was er sprake van verkeerde prikkels in de woningmarkt. Zo leidt de bestaande huursystematiek tot te weinig doorstroming op de woningmarkt.

Een derde knelpunt heeft een internationaal karakter: de mondiale klimaatverandering. Voor Nederland betekent dit dat extra maatregelen nodig zijn in de strijd tegen het water.

Speerpunten op het gebied van leefomgeving en mobiliteit

• Eco-efficiënte economie door klimaatbeleid en ontkoppeling van economische groei en milieudruk

• Ruimte geven aan ontwikkelingen: beter inspelen op wensen van burgers en bedrijven en meer ruimtelijke afwegingen op decentraal niveau

• Aanpak van de nieuwbouw, herstructurering oude stadswijken en modernisering huurbeleid

• Voltooiing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in 2018

• Bescherming tegen overstromingen en wateroverlast

• Verkeersveiligheid en verbetering bereikbaarheid, en verminderen achterstallig onderhoud met 1 300 kilometer vóór 2008 (ten opzichte van 2003)

• Verbetering punctualiteit spoor van 81 procent in 2002 naar minimaal 87 procent in 2007


De realisatie van een eco-efficiënte economie (dat wil zeggen een economie waarin groei en milieudruk ontkoppeld zijn) ligt goed op schema. De emissies zijn steeds verder teruggedrongen, ondanks de groei van de economische productie. Hoewel dit nog niet geldt voor CO2, is het vaststellen van Europese emissieplafonds voor de industrie hier een stap voorwaarts. De doelstelling dat in 2010 9 procent van de electriciteit duurzaam wordt opgewekt wordt gehaald.

Hoewel ook de emissies van fijn stof en NOx voor Nederland als geheel dalen, voldoet de luchtkwaliteit niet op alle plaatsen aan de Europese normen, waardoor woningbouw en infrastructurele projecten stagneren. Om te voorkomen dat Nederland ruimtelijk «op slot gaat», wordt in Brussel aangedrongen op aanpassingen van de regelgeving. Naast uitstel van de inwerkingtreding van de Europese regels is een van de aandachtspunten het Europese bronbeleid aan te scherpen (dit is de norm die de uitstoot van de voertuigen zelf aanpakt).

Daarnaast werkt het kabinet aan verbetering van de luchtkwaliteit in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. In dit programma werken de rijksoverheid, provincies en gemeenten samen om de luchtkwaliteit te verbeteren in die gebieden waar de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald. Om dit te bereiken investeert het kabinet in een aantal maatregelen, zoals stimuleringsmaatregelen voor nieuwe schone auto’s en subsidies voor het achteraf monteren van roetfilters op bestaande dieselauto’s.


Omdat iedereen in Nederland goed moet kunnen wonen voor een redelijke prijs, is er in de afgelopen jaren ingezet op vergroting van het woningaanbod en op prikkels om het zogenoemde scheefwonen te verminderen. Belemmeringen voor het bouwen zijn weggenomen: door de Nota Ruimte wordt het ruimtelijke beleid meer gestroomlijnd. Provincies en gemeenten krijgen meer verantwoordelijkheid en mogelijkheden, bijvoorbeeld om ook woningbouw in kleinere woonkernen mogelijk te maken. Ook door vermindering van de bureaucratie worden ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt, met gepaste aandacht voor de beschermde gebieden. Door integrale gebiedsontwikkeling worden doelen op het gebied van onder andere water, wonen en recreatie gecombineerd. Ontkokering moet leiden tot betere resultaten. Door heldere woningbouwafspraken met de woningbouwcorporaties en gemeenten en door de inzet van gerichte subsidies is de woningbouwproductie toegenomen. Daar waar in 2004 nog rond de 60 duizend nieuwbouwwoningen werden opgeleverd, zijn een jaar later al 71 duizend nieuwe woningen beschikbaar gekomen.


Om uiteindelijk het landelijke kwantitatieve woningtekort terug te dringen tot 1,5 procent in 2010 moeten vanaf 2007 ongeveer 90 duizend nieuwe woningen per jaar worden gebouwd. Om dat te bereiken zal het kabinet de woningbouwafspraken nauwlettend monitoren. Gemeenten en woningcorporaties die achterlopen worden daarop aangesproken. Herstructurering van oude stadswijken leidt tot een merkbaar positieve ontwikkeling in de steden. Er wonen in de steden nu meer hoger opgeleiden en de gemiddelde inkomenspositie van stadsbewoners is gestegen ten opzichte van de rest van het land. Verder zal met ingang van 2007 het huurbeleid worden verruimd. Dit kan de productie van nieuwe huurwoningen ondersteunen doordat verhuur winstgevender wordt. Bovendien kan het beleid op langere termijn bijdragen aan het verminderen van goedkoop scheefwonen. Het kabinet neemt daarnaast maatregelen die beogen om starters op de woningmarkt te ondersteunen. Dat gebeurt met een rijksbijdrage aan startersleningen en door de verruiming van de Wet bevordering eigen woningbezit (de BEW-plus).


Provincies gaan een sterkere rol spelen bij de inrichting van het landelijk gebied. Hiertoe moet in 2007 de Wet inrichting landelijk gebied in werking gaan treden. Voor de periode 2007–2013 wordt daarvoor een bedrag van 3,2 miljard euro aan de provincies ter beschikking gesteld.


Natuur is om drie redenen belangrijk. Het is een waarde op zich, het is positief voor de luchtkwaliteit en het draagt door de rust en de ruimte bij aan het psychisch welbevinden van de burger. Het kabinet investeert daarom in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), die in 2018 zal zijn voltooid.


Door de klimaatverandering zal het waterniveau in de rivieren en van de zee stijgen. Het kabinet neemt daarom maatregelen om ervoor te zorgen dat Nederland goed beschermd blijft tegen het water. Het project Ruimte voor de Rivier, dat in 2007 van start gaat, zal samen met de Maaswerken zorgen dat in 2015 de voorgeschreven veiligheidsniveaus bij de Rijn en de Maas worden gehaald. Ook de zwakke schakels langs de kust worden met ingang van 2007 aangepakt, in totaal is daarvoor 742 miljoen euro beschikbaar voor de periode tot en met 2020.

De doelstelling van deze maatregelen is dat aan de normen voor waterveiligheid wordt voldaan, bijvoorbeeld in belangrijke delen van het land een kans op overstroming van één op de tienduizend per jaar. Anders dan vroeger kiest het kabinet hierbij niet meer eenzijdig voor het ophogen van dijken maar voor het integreren van verschillende functies, zoals vergroting van de afvoercapaciteit door de rivieren, het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, aandacht voor natuurbeheer en delfstoffenwinning.


Het beleid, zoals ook vastgelegd in de Nota Mobiliteit, was in de afgelopen jaren gericht op de verkeersveiligheid en het verbeteren van de bereikbaarheid. De verkeersveiligheidsdoelstelling voor 2010 is inmiddels gehaald. Volgens Australisch onderzoek is Nederland zelfs het verkeersveiligste land ter wereld. Bij de verbetering van de bereikbaarheid op korte termijn zijn de Europese normen voor luchtkwaliteit vooralsnog een knelpunt. De doelstelling voor het inhalen van het achterstallig onderhoud aan wegen wordt echter gehaald. Tot en met 2006 zal aan 744 kilometer wegen het achterstallig onderhoud zijn weggewerkt. In 2007 worden de laatste 556 kilometer (van de afgesproken 1 300 kilometer) asfalt vervangen. Dit zal vanaf 2008 leiden tot betere doorstroming en tot meer veiligheid op de weg. De genoemde onderhoudsprojecten worden gefinancierd uit de middelen van het «kwartje van Kok». Voor de langere termijn zet het kabinet ook in op beprijzen. Daarbij zal in de eerste fase worden gestart met de mogelijkheid om voor de financiering en versnelling van het oplossen van een knelpunt in de weginfrastructuur een prijs of tol te kunnen vragen. Vanaf 2012 moet de bereikbaarheid verder worden verbeterd door invoering van het betalen van een prijs per kilometer, gedifferentieerd naar tijd, plaats en uitstoot.


De punctualiteit op het spoor blijft een van de belangrijkste doelstellingen voor de kwaliteitsverbetering van het openbaar vervoer. De laatste jaren rijden de treinen steeds vaker op tijd. Was de punctualiteit in 2002 nog 81 procent, in 2005 was deze al gestegen tot 84,7 procent, en in het eerste kwartaal van 2006 86,4 procent. De doelstelling voor 2007 van minimaal 87 procent is daarmee al bijna gehaald.


Box 3.6.1 FES-uitgaven gerelateerd aan infrastructuur en leefomgeving


Voor de FES-impuls 2006 is in totaal 1,9 miljard euro beschikbaar. De helft daarvan wordt besteed aan ruimtelijk-economische investeringen (voor de andere helft, zie box 3.3.1). Daaronder vallen projecten op het gebied van verkeer en vervoer, milieu en duurzaamheid en ruimtelijke ordening. Concrete voorbeelden zijn:

• Maatregelen nemen om het hoofdwegennet beter te benutten en zodoende op korte termijn een zichtbare vermindering van files te bereiken. Het gaat hierbij onder meer om verlenging van invoegstroken, verbetering van aansluitingen en uitbreiding van verkeerssignalering.

• In een enveloppe Luchtkwaliteit van 150 miljoen euro worden middelen gereserveerd die kunnen worden aangewend voor lokale maatregelen. Door deze extra inzet kunnen de aanleg van wegen en andere bouwprojecten doorgang vinden.

• Integrale gebiedsopgaven uit de Nota Ruimte kunnen eerder en in grotere mate worden gerealiseerd. Het gaat hierbij onder andere over centrumontwikkeling in stedelijke netwerken en ontwikkeling van de zogenoemde Nationale Landschappen. Dit moet resulteren in een veiligere, mooiere en schonere leefomgeving.

• Verschillende infrastructuurprojecten worden voorgefinancierd uit het FES. Dit betreft een versnelling van het hoofdwegenprogramma, een verschuiving van middelen om in de periode 2007–2011 te starten met verbetermaatregelen op het gebied van waterveiligheid, en een versnelling van middelen voor onderhoud aan weg en spoor om deze beter te laten aansluiten op het onderhoudsprogramma.


In totaal wordt in de periode 2007–2011 vanuit het FES ongeveer 13,9 miljard euro geïnvesteerd in ruimtelijk-economische projecten.