Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.7 Koninkrijk, Europa en internationaal beleid

Op verschillende niveaus heeft het Nederlandse beleid te maken met het buitenland. Hier is sprake van een wisselwerking: internationale ontwikkelingen beïnvloeden het Nederlandse beleid en Nederland neemt zijn verantwoordelijkheid ook buiten de landsgrenzen. De afgelopen jaren heeft zich een aantal voor Nederland relevante ontwikkelingen voorgedaan. Binnen het Koninkrijk hebben bijvoorbeeld de Antillen aangegeven het land «De Nederlandse Antillen» te willen vervangen door een nieuwe staatkundige structuur binnen het Koninkrijk. Dit heeft consequenties voor de relaties tussen Nederland en de rest van het Koninkrijk. Ook over de rol van Nederland binnen de Europese Unie wordt nagedacht, mede als gevolg van het «nee» van de Nederlandse bevolking tegen de invoering van een Europese grondwet.

In nog breder internationaal perspectief is de afgelopen jaren gewerkt aan een modernisering van de Nederlandse taken. Grensoverschrijdende uitdagingen als vrede en veiligheid, klimaatbeleid en duurzame armoedebestrijding, economische ontwikkeling, energievoorziening, milieu en migratie worden nu steeds meer in onderlinge samenhang aangepakt. Bij de krijgsmacht waren hiervoor aanpassingen noodzakelijk, dat is een continu proces. Naast militaire inzet bij wederopbouw blijft Nederland 0,8 procent van het bruto nationaal product beschikbaar stellen voor ontwikkelingssamenwerking.

Speerpunten op het gebied van Koninkrijk, Europa en internationaal

• Komen tot gemoderniseerde verhoudingen tussen de landen van het Koninkrijk

• Een constructief-kritische houding ten opzichte van de Europese Unie

• Versterking van de inzetbaarheid van de krijgsmacht voor crisisbeheersingsoperaties

• Internationaal bijdragen aan het behalen van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen


Met de Rondetafelconferentie van 25 november 2005 is het officiële startschot gegeven voor het proces van staatkundige veranderingen in het Koninkrijk. In dit proces worden ook diverse knelpunten op het terrein van de openbare financiën en economie, rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur aan de orde gesteld. Op basis van besprekingen in gezamenlijke werkgroepen en bilateraal politiek overleg heeft het Nederlandse kabinet in juni een aanbod gedaan aan de Nederlandse Antillen. Hierin geeft Nederland aan wat er nodig is om het proces van staatkundige hervorming tot een succes te maken. Nederland is bereid een bijdrage te leveren aan een oplossing van de schuldenproblematiek, op voorwaarde dat er afspraken worden gemaakt over een deugdelijk begrotingsbeleid, het op orde brengen van het financiële beheer, een effectief financieel toezichtkader, het voorkomen van nieuwe schuldopbouw en het nakomen van internationale verplichtingen. Ook heeft Nederland een aantal essentiële punten benoemd op het terrein van goed bestuur en de justitiële keten. Wanneer de Nederlandse Antillen positief op dit aanbod reageren, kan er wat Nederland betreft een volgende Rondetafelconferentie plaatsvinden. Dan kunnen we doorgaan met het vastgelegde traject om de uitvoering van de staatkundige veranderingen tot een goed resultaat te brengen.


Europese samenwerking is in het belang van alle EU-lidstaten. Grensoverschrijdende problemen worden namelijk het best in internationaal verband aangepakt. Nederland stelt zich dan ook constructief-kritisch en betrouwbaar op bij het realiseren van de doelstellingen van de EU. Dat geldt niet alleen voor het versterken van de interne markt, maar ook voor de aanpak van mondiale problemen zoals terrorisme, migratiedruk, armoede en milieuvervuiling. Ondanks deze voordelen is er ook kritiek. Europese samenwerking kan in veel gevallen efficiënter. De discussie over de Europese grondwet heeft bovendien laten zien dat bij veel burgers het gevoel leeft dat ze niet of te weinig betrokken werden bij ingrijpende Europese besluiten. Tegen die achtergrond is het, nog meer dan in het verleden, zaak om uit te gaan van het subsidiariteitsbeginsel bij de beoordeling van EU-voorstellen: idealiter vindt overheidsingrijpen op een zo laag mogelijk bestuurlijk niveau en zo dicht mogelijk bij de burger plaats. Voor EU-beleid is met name een rol weggelegd als het gaat om onderwerpen die de landsgrenzen overstijgen. Onderwerpen die in dat kader voor Nederland prioritair zijn, betreffen onder meer de herziening van de Europese begroting en de interne en externe veiligheid. Ook op het terrein van de energievoorziening zal Nederland in de EU en in breder internationaal verband actief de samenwerking zoeken en zijn eigen belangen en doelstellingen naar voren brengen.

Versterking inzetbaarheid krijgsmacht voor crisisbeheersingsoperaties

Om in te kunnen spelen op de veranderde internationale omgeving is de Nederlandse krijgsmacht sinds 2003 ingrijpend hervormd. Nieuwe taken en bestaande middelen pasten niet meer bij elkaar. De krijgsmacht is daarom omgevormd tot een «paarse» organisatie waarbij de krijgsmachtdelen veel sterker dan voorheen geïntegreerd opereren. Zodoende is het nu beter mogelijk om overal ter wereld intensief bij te dragen aan verschillende soorten crisisbeheersingsoperaties.

Het zwaartepunt van de inzet van de Nederlandse krijgsmacht in het buitenland ligt in 2007 in het zuiden van Afghanistan. Nederland levert daar een bijdrage aan een veilige omgeving en aan de wederopbouw van het land. Daarnaast wordt de krijgsmacht ingezet in onder meer Bosnië en Herzegovina, Soedan en Irak. In totaal zullen in 2007 ruim 5 100 militairen bij internationale operaties worden ingezet. Ook staan in 2007 ongeveer 5 900 militairen gereed om binnen zeer korte reactietermijnen te worden ingezet voor nationale doeleinden, de Nato Response Force en de zogenoemde EU-battlegroups.

Om enkele dringende operationele knelpunten op te lossen zullen in 2007 aanvullende maatregelen worden genomen ter versterking van onder meer de tactische luchttransportcapaciteit, de waarnemingscapaciteit en de zelfbescherming van Nederlandse eenheden. Meer dan voorheen wordt – ook in financiële zin – structureel rekening gehouden met mogelijke materieelverliezen bij operationele inzet om de inzetgereedheid op peil te houden.


Nederland draagt internationaal bij aan het behalen van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Hierbij ligt de nadruk op thema’s zoals onderwijs, milieu, water, reproductieve gezondheidszorg en de bestrijding van hiv/aids, evenals een grotere rol voor het bedrijfsleven en particuliere organisaties. In lijn met de wens van de Tweede Kamer besteedt Nederland in 2007 15 procent van het budget voor ontwikkelingssamenwerking aan basisonderwijs. Er wordt meer geld uitgetrokken voor internationaal onderwijs, en beurzen en stages voor studenten uit ontwikkelingslanden. Dankzij Nederland hebben in 2007 5 miljoen mensen extra toegang tot veilig drinkwater en deugdelijke sanitaire voorzieningen, oplopend tot 50 miljoen mensen in 2015. Daarnaast krijgen de komende periode 10 miljoen mensen duurzaam toegang tot energie, vooral in Afrika. Verder stelt Nederland mede het Global Fund to fight AIDS, Tuberculosis and Malaria in staat om aan minimaal 875 duizend mensen aidsremmers te verstrekken, minimaal 1,8 miljoen mensen van een behandeling tegen tuberculose te voorzien en minimaal 30 miljoen bednetten ter preventie van malaria te distribueren. Naast de inzet op deze thema’s blijft Nederland vooroplopen op het gebied van effectiviteit van de hulp en beleidscoherentie.


Box 3.7.1 Kwaliteit van de samenleving


Enkele jaren geleden heerste er een gevoel van malaise dat op meer berustte dan de economische achteruitgang, stijgende criminaliteit en ogenschijnlijk onoplosbare problemen zoals de WAO, toenemende zorguitgaven en gebrekkige integratie. Er was sprake van groeiende bezorgdheid over de kwaliteit van de sociale verhoudingen, verruwing, zinloos geweld en afnemend onderling respect. Mensen voelden zich steeds minder thuis in hun eigen samenleving.

Daarom zijn ook acties in gang gezet op het immateriële vlak. Daarbij valt te denken aan het stimuleren van maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs, het door middel van bezoeken aandacht geven aan maatschappelijke binding en het agenderen van het thema waarden en normen, een thema dat door een grote meerderheid van de bevolking wordt ondersteund. Met de invoering van de WMO worden mensen ten slotte beter in staat gesteld om daadwerkelijk mee te doen. Daar gaat het uiteindelijk om: versterking van de kwaliteit van de samenleving vraagt bovenal betrokkenheid en maatschappelijke deelname. Het is dan ook verheugend om te zien dat zo veel burgers zelf een bijdrage leveren door hun gedrag, betrokkenheid, giften of vrijwilligerswerk.