Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

4.2 Uitgavenontwikkeling sinds de Miljoenennota 2006

Het kabinet geeft in de begroting 2007 prioriteit aan verdere verbetering van de economische structuur, de koopkracht, de veiligheid en het jeugdbeleid. De totale uitgaven passen binnen het uitgavenkader en vanwege conjuncturele meevallers wordt 0,3 miljard euro bewust niet aangewend, zoals afgesproken in het Hoofdlijnenakkoord.

4.2.1 Rijksbegroting in enge zin

Tabel 4.2.1 presenteert de toetsing van de uitgaven aan het kader van de Rijksbegroting in enge zin. De tabel geeft een overzicht van de wijzigingen ten opzichte van de vorige Miljoenennota. In 2007 bedraagt de verwachte onderschrijding van het kader bijna 1 miljard euro.

Tabel 4.2.1 Uitgaven Rijksbegroting in enge zin (x € miljard)
 20062007
Uitgavenniveau MN 200697,3101,2
   
Macrobijstellingen– 0,2– 1,2
wv. louter nominale bijstellingen (kaderaanpassing)0,10,2
wv. reële loon- en prijsbijstelling (ruilvoetontwikkeling)– 0,3– 0,2
wv. rentelasten– 0,1– 1,3
wv. ontwikkelingssamenwerking0,20,2
 
Overige mee- en tegenvallers– 0,5– 0,2
wv. EU-afdrachten– 0,4– 0,1
wv. gf/pf-accres0,20,0
wv. winst DNB en dividend op staatsdeelnemingen– 0,2– 0,3
wv. overig (o.a. overboeking forensische zorg naar Justitie)0,00,1
 
Beleid1,01,1
wv. afschaffen aansluittarieven MEP0,30,1
wv. integratie en asiel0,20,2
wv. veiligheid0,20,5
wv. onderwijs(incl. leerlingenaantallen)0,30,3
wv. jeugdzorg0,10,1
wv. woonbeleid0,30,0
wv. schuldaflossing en -toerekening– 0,40,0
wv. uitname btw-compensatiefonds– 0,1– 0,3
wv. overig0,00,0
 
Uitgavenniveau Miljoenennota 200797,6100,9
 
UitgavenkaderRijksbegroting in enge zin (lopende prijzen)97,7101,8
 
Over-/onderschrijding0,0– 0,9

* Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Macrobijstellingen

Het nominale kader is in 2006 met 0,1 miljard euro en in 2007 met 0,2 miljard euro opwaarts aangepast. Het CPB raamt voor beide jaren een hogere prijs van de Nationale Bestedingen. Verder is in 2006 en 2007 sprake van een gunstiger ruilvoetontwikkeling. Dit komt doordat de prijs van overheidsuitgaven voor goederen en diensten, in tegenstelling tot de prijs van de Nationale Bestedingen, daalt. De rentelasten vertonen een forse meevaller van 1,3 miljard euro in 2007, vanwege de gunstige ontwikkeling van het begrotingssaldo en de verlaagde rekenrente (CPB). Ten slotte leidt de aantrekkende economie tot hogere uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking (via de koppeling aan het nationaal inkomen).

Overige mee- en tegenvallers

De afdrachten aan Brussel nemen af vanwege een lager Europees uitgavenplafond en lagere Europese uitgaven dan verwacht. Deze meevallers komen bovenop het eerdergenoemde succesvolle onderhandelingsresultaat van 1 miljard euro structureel vanaf 2007 (zie paragraaf 4.3). Verder is de toevoeging aan het Gemeente- en Provinciefonds bijgesteld. Overige meevallers betreffen de winstafdracht van de Nederlandsche Bank en dividenden op staatsdeelnemingen. Ten slotte zijn er enkele overboekingen en technische mutaties.

Beleid

Het aansluittarief van de Milieukwaliteit Elektriciteit Productie (MEP) vervalt. Om de integratie te bevorderen ontvangen allochtone vrouwen extra taalcursussen, worden er oudkomersopleidingstrajecten georganiseerd (waaronder een sollicitatietraining) en komt er structureel geld beschikbaar voor landelijke integratieactiviteiten (taalcursussen). Verder wordt het aantal antidiscriminatiebureaus uitgebreid.

Veiligheid

Het kabinet voegt in 2007 0,5 miljard euro extra toe om de veiligheid te verbeteren. Zo kunnen er twee nieuwe tbs-inrichtingen (circa 350 behandelplaatsen) worden gebouwd en het aantal celplaatsen in het gevangeniswezen dat geschikt is voor het verlenen van psychische zorg wordt met 700 uitgebreid. Naar aanleiding van de Schipholbrand worden maatregelen genomen om de brandveiligheid van inrichtingen te verbeteren. Via het programma «Versterking opsporing en vervolging» wordt bij het Openbaar Ministerie, het Nederlands Forensisch Instituut en de politie geïnvesteerd in de kwaliteit van personeel (onder andere opleiding). Bovendien geeft de rijksoverheid ruim 0,2 miljard euro aan gemeenten vanwege de gestegen uitgaven voor openbare orde en veiligheid (waaronder brandweer en rampenbestrijding). Tot slot worden middelen uitgetrokken voor crisisbeheersingsoperaties (onder andere Afghanistan) en het voorkomen van terrorisme.

Onderwijs en jeugdbeleid

Er wordt in 2007 0,3 miljard euro extra beschikbaar gesteld aan onderwijs. Voor de toegenomen onderwijsdeelname en betere toerusting van het hoger onderwijs komt 0,2 miljard euro beschikbaar. De leerplichtige leeftijd wordt verhoogd tot achttien jaar en er komt ook geld beschikbaar voor stageplekken. Het kabinet reserveert nog dit jaar extra geld voor jeugd(zorg). De uitvoering van de strafrechtelijke maatregel tot plaatsing in een jeugdinrichting (de zogenoemde «PIJ-maatregel») zal worden verbeterd, bijvoorbeeld door de groepen te verkleinen en het opleidingsniveau van de groepsleiders te verhogen. Er wordt circa 14 miljoen euro extra besteed omdat in vergelijking tot voorgaande jaren meer kinderen onder toezicht worden gesteld.

Daarnaast blijft de instroom van jeugd in de strafrechtketen toenemen. Daarom is extra geld nodig voor de jeugdreclassering (circa 7 miljoen euro in 2007) en voor het systeem van taakstraffen. Ook worden 350 plekken nieuw zorgaanbod gecreëerd voor jongeren met ernstige gedragsproblemen. In 2007 zijn daarvan 260 plekken gereed.


Het kabinet investeert bovendien in zorg aan kinderen met opgroei- en opvoedproblemen. Zo krijgen provincies financiële ruimte om de wachtlijsten in de jeugdzorg terug te dringen. Vanaf 2007 komen middelen vrij voor vroegsignalering en opvoedondersteuning van risicogezinnen. De rijksoverheid draagt de komende vijf jaar 15 miljoen euro bij voor het oprichten en functioneren van de stichting «Innosport» (deze stichting ontwikkelt vernieuwingen op het gebied van sportproducten, voeding en trainingsmethoden).


Uitstel van de modernisering van het woonbeleid leidt in 2006 tot een tegenvaller voor de rijksbegroting. Bovendien is de invoering van de betaalbaarheidsheffing voor verhuurders vertraagd tot 2007. Rusland en Algerije hebben hun schulden vervroegd afgelost. Rijk, gemeenten en provincies hebben een akkoord gesloten over een extra uitname uit het gemeentefonds vanwege de invoering van het btw-compensatiefonds en extra middelen voor openbare orde en veiligheid.

4.2.2 Sociale zekerheid en Arbeidsmarkt

Onder het uitgavenkader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt doen zich meevallers voor, zoals bij de werkloosheid. Het kader sluit in 2007, vooral door de extra uitgaven voor kinderopvang en bijslag en het via de begroting lopen van de (door alle werkgevers) te betalen werkgevers bijdrage.

Tabel 4.2.2 Uitgaven Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid (x € miljard)
 20062007
Uitgavenniveau Miljoenennota 200657,357,5
   
Macrobijstellingen– 0,5– 0,5
wv. louter nominale bijstellingen (kaderpassing)0,10,0
wv. reële loon- en prijsbijstelling (ruilvoetontwikkeling)0,00,3
wv. volume SZA– 0,5– 0,9
   
Overige mee- en tegenvallers– 0,20,0
wv. uitvoering WAZO (zwangerschapsuitkeringen)– 0,1– 0,1
wv. uitvoering WW– 0,3– 0,3
wv. uitvoering WAO0,20,3
wv. uitvoering WIA0,0– 0,2
wv. uitvoeringskosten UWV0,10,1
wv. overig*0,00,3
   
Beleid0,11,4
wv. verplichte werkgeversbijdrage kinderopvang0,00,5
wv. gezinnen met kinderen0,00,3
wv. uitstel Wet kinderalimentatie0,00,2
wv. uitvoeringskosten UWV0,10,2
wv. verhoging AOW- en ANW-toeslag0,00,1
wv. invoering kindertoeslag0,00,1
wv. overig0,00,1
   
Uitgavenniveau Miljoenennota 200756,858,4
   
UitgavenkaderSociale zekerheid en Arbeidsmarkt (lopende prijzen)57,758,4
   
Over-/onderschrijding– 0,90,0

* Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Macrobijstellingen

De nieuwe macro-economische inzichten van het CPB leiden ertoe dat het nominale kader in 2006 opwaarts wordt bijgesteld. Er is bij de uitgaven voor Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt sprake van een ruilvoetverlies omdat de opwaartse bijstelling van de lonen en prijzen groter is dan de prijsontwikkeling van de Nationale bestedingen (pNB).

Mee- en tegenvallers

Uit uitvoeringsgegevens van het Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen (UWV) is gebleken dat het aantal zwangerschaps- en WW-uitkeringen lager is dan eerder geraamd. Bij de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) treedt een tegenvaller op in de ramingen voor 2006 en 2007. Dit wordt vooral veroorzaakt door de vertraging van herbeoordeling van arbeidsongeschikten. Dit werkt ook door in de uitvoeringskosten bij het UWV. Bij de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) daarentegen liggen de uitgaven lager doordat de totale instroom in de WIA lager is dan eerder geraamd. Daarnaast blijkt een groter deel van de instroom van arbeidsongeschikten terecht te komen in onder andere de Werkhervattingsregeling (WGA).

Beleid

De arbeidsparticipatie wordt bevorderd door de werkgeversbijdrage aan de kinderopvang verplicht te stellen door middel van een opslag op de WW-premie. Hierdoor zullen gelijke rechten ontstaan voor alle werknemers met kinderen en zullen de administratieve lasten voor werknemers en werkgevers verder afnemen. Voor gezinnen met kinderen is 250 miljoen euro extra vrijgemaakt. Dit bedrag is verdeeld in een gedeelte voor de verlaging van de eigen bijdrage van ouders voor kinderopvang en een gedeelte voor de verhoging van de kinderbijslag. Het feit dat het Wetsvoorstel kinderalimentatie niet door is gegaan, resulteert in een besparingsverlies van 40 miljoen euro in 2006 en 160 miljoen euro in 2007. De uitvoeringskosten van het UWV zijn opgehoogd. Een belangrijke oorzaak hiervoor is de invoering van de WIA. Het kabinet heeft de ouderdom- en nabestaandentoeslag verhoogd met 48 euro per persoon per jaar. Vanaf 1 januari 2008 wordt de kinderkorting omgezet in een kindertoeslag. Dit lost de verzilveringsproblematiek voor gezinnen op. Omdat de toeslag een maand vooruitbetaald wordt, valt een deel van de kosten in 2007.

4.2.3 Zorg

De overschrijding van het zorgkader bedraagt naar verwachting 0,6 miljard euro (in 2006 en 2007).

Tabel 4.2.3 Uitgaven Zorg (x € miljard)
 20062007
Uitgavenniveau Miljoenennota 200643,846,3
   
Macrobijstellingen0,00,2
wv. louter nominale bijstellingen (kaderaanpassing)0,00,0
wv. reële loon- en prijsbijstelling (ruilvoetontwikkeling)– 0,10,2
 
Overige mee- en tegenvallers0,30,2
wv. prestatiecontract ziekenhuizen0,20,3
wv. geneesmiddelen0,10,1
wv. overig (o.a. overboeking forensische zorg naar Justitie)0,1– 0,2
   
Beleid0,0– 0,3
wv. maatregel ziekenhuizen0,0– 0,3
wv. convenant geneesmiddelen0,0– 0,1
wv. extra middelen verpleging en verzorging0,00,1
 
Uitgavenniveau44,146,4
 
Budgettair Kader Zorg (BKZ, in lopende prijzen)43,445,8
 
Over-/onderschrijding0,60,6

Macrobijstellingen

Er heeft zich in 2006 een gunstige en in 2007 een ongunstige ruilvoetontwikkeling afgetekend. Dit komt doordat de verwachte loon- en prijsontwikkeling van zorguitgaven in 2006 meevalt en in 2007 tegenvalt ten opzichte van het uitgavenkader.

Overige mee- en tegenvallers

De ziekenhuizen hebben in 2004 en 2005 meer geld uitgegeven dan is afgesproken in het prestatiecontract ziekenhuizen (convenant). De overschrijding wordt door middel van een korting gecompenseerd. In 2006 resteert een tegenvaller. De tegenvaller bij de dure geneesmiddelen ontstaat onder meer door de introductie van nieuwe geneesmiddelen. Vanaf 2007 wordt deze tegenvaller gecompenseerd door het convenant geneesmiddelen 2007.

Beleid

De korting die de ziekenhuizen krijgen, is nodig om de tegenvaller van de afrekening 2005 te compenseren. Met de opbrengst van het convenant geneesmiddelen 2007 wordt de tegenvaller als gevolg van de dure geneesmiddelen vanaf 2007 gecompenseerd. Naar aanleiding van het rapport van de Nationale Zorgautoriteit (in oprichting) over verpleeghuizen zijn voor de jaren 2007–2011 extra middelen toegekend (in totaal 434 miljoen euro). Deze middelen dienen om de doelmatigheid in verpleeghuizen te verhogen. Voor de definitieve toekenning van deze middelen zal de productiviteitsverbetering in de verpleeghuizen worden getoetst.

4.2.4 Toetsing totale uitgavenkader

In het Hoofdlijnenakkoord is een (reëel) uitgavenplafond vastgesteld voor de periode tot en met 2007. De totale ontwikkeling van de uitgaven blijft 0,3 miljard euro onder het kader van de drie budgetdisciplinesectoren (zie tabel 4.2.4). Deze ruimte wordt overeenkomstig de afspraken in het Hoofdlijnenakkoord niet aangewend.

Tabel 4.2.4 Het uitgavenkader 2006–2007 uitgesplitst naar budgetdisciplinesector (x € miljard)
 20062007
UitgavenkaderRBG97,7101,8
Uitgavenniveau RBG97,6100,9
Over/onderschrijding0,0– 0,9
UitgavenkaderSZA57,758,4
Uitgavenniveau SZA56,858,4
Over/onderschrijding– 0,90,0
UitgavenkaderZorg (BKZ)43,445,8
Uitgavenniveau Zorg(BKZ)44,146,4
Over-/onderschrijding0,60,6
Totale onderschrijding Miljoenennota 2007– 0,3– 0,3