Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

4.3 Inkomsten- en lastenontwikkeling

Tabel 4.3.1 toont de lastenontwikkeling voor de periode 2004–2007 en de mutaties ten opzichte van de vorige Miljoenennota.

Tabel 4.3.1 Lastenontwikkeling 2004–2007 (lopende prijzen, x € miljard)
 20042005200620072004–2007
Stand Miljoenennota 20061,81,5– 2,1– 0,21,0
APB en kamerbehandeling belastingplan  – 0,3 – 0,3
Mutatie zorg  – 1,00,6– 0,4
Werkgeversbijdrage kinderopvang   0,50,5
Werken aan Winst   – 0,7– 0,7
Verlaging belastingen en premies, verhogen heffingskortingen   – 1,2– 1,2
Overig – 0,20,00,1– 0,1
Stand Miljoenennota 20071,81,3– 3,3– 1,0– 1,1

4.3.1 Lastenbeeld 2006

Sinds de vorige Miljoenennota is in 2006 nog 1,2 miljard euro extra lastenverlichting tot stand gekomen. Hiervan komt 0,3 miljard euro voort uit gemaakte afspraken in de algemene politieke beschouwingen en de behandeling van het Belastingplan 2006. Het betreft onder andere het verhogen van de kinderkorting en de onbelaste kilometervergoeding. Daarnaast is de lastenverlichting in 2006 1,0 miljard euro hoger uitgekomen omdat zorgverzekeraars – mede als gevolg van de succesvolle invoering van het nieuwe zorgstelsel en de toegenomen concurrentie tussen zorgverzekeraars – een lagere nominale zorgpremie hebben vastgesteld. Normaal gesproken zou de lastenverlichting als gevolg van een lagere zorgpremie deels teniet worden gedaan door een lagere zorgtoeslag. In het voorjaar is echter besloten om deze verlaging van de zorgtoeslag achterwege te laten, zodat iedereen volledig kan profiteren van de lagere zorgpremies.

4.3.2 Lastenbeeld 2007

Voor het komende jaar is ruimte beschikbaar voor een lastenverlichting van 1 miljard euro. Deze ruimte wordt evenredig ingezet voor gezinnen en bedrijven (zie tabel 4.3.2).

Tabel 4.3.2 Lastenbeeld 2007 (x € miljard)
 2007
Bedrijven 
– Invoering verplichte werkgeversbijdrage kinderopvang0,5
– «Werken aan Winst» (incl. tijdelijke compensatie rentehobbel)–0,7
– Daling werkgeverspremie WW met 0,15%– 0,1
– Overig bedrijven– 0,2
Totale lastenontwikkeling bedrijven– 0,5
 
Gezinnen 
– Oploop budgettair beslag eerder genomen maatregelen0,4
– Stijging zorgpremie1,1
– Lastenverlichting als gevolg van nieuwe tarief-/premiemutaties– 2,0
wv. oploop zorgtoeslag– 0,2
wv. daling tarief eerste schijf met 0,5%en tweede schijf met 0,05%– 0,8
wv. verlaging WW-premie werknemers met 1,35%– 0,5
wv. verhoging arbeidskorting met 20 euro– 0,1
wv. verhoging combinatiekorting met 80 euro– 0,1
wv. verhoging algemene heffingskortingmet 21 euro– 0,2
wv. overig gezinnen– 0,1
Totale lastenontwikkeling gezinnen– 0,5
Totaal lastenontwikkeling– 1,0

Bedrijven krijgen volgend jaar een lastenverlichting van 0,5 miljard euro. Deze lastenverlichting wordt vooral gegeven via het Wetsvoorstel Werken aan Winst en komt ten goede aan zowel het midden- en kleinbedrijf als aan het grootbedrijf. Het wetsvoorstel bevat een integraal pakket aan maatregelen waarmee zowel een substantiële tariefsverlaging als een belangrijke structuurverbetering van de vennootschapsbelasting wordt gerealiseerd, onder meer via de introductie van een octrooibox. Het is een stimulans voor de winstgevendheid en innovatiekracht van bedrijven en levert een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van het fiscale vestigingsklimaat. Structureel gaat het Wetsvoorstel Werken aan Winst gepaard met een lastenverlichting van ruim 0,7 miljard euro. Dit is inclusief de tijdelijke compensatie die geboden is in de WIA om een gelijk speelveld te creëren tussen bedrijven die kiezen voor eigenrisicodragerschap (kapitaaldekking) en bedrijven die ervoor kiezen om bij het UWV te blijven (omslagfinanciering). Voor het lastenbeeld van werkgevers is ook van belang dat volgend jaar een verplichte werkgeversbijdrage voor kinderopvang zal worden ingevoerd. De kinderopvang zal volgend jaar worden gefinancierd via collectieve premies. Dit wordt volgens de begrotingsregels geboekt als een lastenverzwaring. Voor het merendeel van de bedrijven betekent het materieel echter geen lastenverzwaring omdat twee derde nu al vrijwillig een volwaardige bijdrage aan de kinderopvang betaalt die dan komt te vervallen.


Ook gezinnen krijgen volgend jaar per saldo een lastenverlichting van 0,5 miljard euro. Enerzijds vindt een lastenverzwaring plaats doordat maatregelen die in vorige jaren reeds zijn genomen nog een budgettaire oploop in 2007 kennen van 0,4 miljard euro. Het betreft onder andere de bijleenregeling en het afschaffen van de fiscale faciliëring VUT/prepensioen. Dit wordt geboekt als lastenverzwaring, maar betreft geen nieuw beleid. Daarnaast leidt de geraamde stijging van de zorgpremie tot een lastenverzwaring van 1,1 miljard euro. Tegenover deze lastenverzwaringen staat 2,0 miljard euro lastenverlichting. Ten eerste neemt automatisch de zorgtoeslag toe, zodat het effect van de hogere zorgpremie voor lagere inkomens wordt gecompenseerd. Daarnaast is besloten om de belastingtarieven van de eerste en tweede schijf te verlagen en enkele heffingskortingen te verhogen. Tot slot wordt de werkloosheidspremie met 1,35 procentpunt verlaagd. Hiermee wordt een verdere stap gezet naar lastendekkende premies.

4.3.3 Toetsing totale lastenkader

De begrotingsregels zijn gebaseerd op volledige automatische stabilisatie aan de inkomstenkant. Dit betekent dat de lastenontwikkeling uitkomt op het lastenkader. Het lastenkader is de lastenontwikkeling op basis van de afspraken in het Hoofdlijnenakkoord. Als de lastenontwikkeling inderdaad gelijk is aan het lastenkader, dan geldt dat het beleid over de jaren heen per saldo geen effect op de inkomsten heeft gehad, zodat mutaties in de ontvangsten volledig verklaard worden door ontwikkelingen in de economie.

Tabel 4.3.3 Lastenkader 2004–2007 (lopende prijzen x € miljard)
 20042005200620072004–2007
Lastenontwikkeling MN 20071,81,3– 3,3– 1,0– 1,1
Lastenkader*0,40,3– 0,9– 0,9*– 1,1
Over-/onderschrijding1,41,0– 2,3– 0,10,0

* Inclusief 1 miljard euro lastenverlichting door lagere EU-afdracht.


Uit tabel 4.3.3 blijkt dat de lastenontwikkeling voor de periode 2004–2007 precies uitkomt op het lastenkader. Daarbij geldt dat het lastenkader met 1 miljard euro is verruimd vanwege de succesvolle EU-onderhandelingen. Door het onderhandelingsresultaat komen vanaf 2007 de Nederlandse afdrachten aan Brussel structureel 1 miljard euro lager uit (zie box 4.3.1). Deze korting op de afdracht wordt doorgegeven aan burgers en bedrijven. Vanwege de ratificatieprocedure van het onderhandelingsresultaat zal het nog even duren voordat de Nederlandse korting op de Europese afdrachten daadwerkelijk wordt ontvangen. Tot die tijd zal de korting daarom worden voorgefinancierd door de voeding van het Fonds Economische Structuurversterking (FES) te beperken. Op die manier is de lastenverlichting op budgettair verantwoorde wijze gefinancierd.


Box 4.3.1 Brusselse korting voor burgers en bedrijven


De Nederlander is op dit moment de grootste nettobetaler aan «Brussel» (zie figuur 4.3.1).



kst99352_15.gif

Nieuwe Europese begroting


Nederland vindt dat de Europese uitgaven beperkt van omvang moeten zijn en op een rechtvaardige manier moeten worden gefinancierd door de lidstaten.

Over uitgavenontwikkeling en financiering is in december 2005 een akkoord bereikt. Het resultaat is voor Nederland positief: de scheve nettobetalingpositie is grotendeels gecorrigeerd.

• Het «totaalplafond» van de Europese begrotingsuitgaven is uitgekomen op 1,048 procent van het bruto nationaal inkomen (BNI) van de EU. Dit is 0,162 procentpunten lager dan het oorspronkelijke Commissievoorstel (1,21 procent BNI).

• Nederland heeft een korting bedongen van gemiddeld 1 miljard euro per jaar op de afdrachten. Hierdoor wordt 7 miljard euro bespaard in de periode 2007–2013. Dit komt neer op een bedrag van ongeveer 60 euro per Nederlander per jaar.

Tabel 4.3.4 Nederlandse nettobetalingen 2004 (realisatie) en de periode 2007–2013 (raming; oude en nieuwe systematiek)
Boekhoudkundige definitie20042007–20132007–2013
  OudNieuw
Nettopositie(in % BNI)– 0,68– 0,72– 0,53
Nettopositie NL (€ per hoofd)194220160
 
Definitie uit rapport commissie20042007–20132007–2013
  OudNieuw
Nettopositie(in % BNI)– 0,44– 0,51– 0,30
Nettopositie NL (€ per hoofd)12515595

4.3.4 Inkomsten

In 2007 zullen de inkomsten naar verwachting met 6,9 miljard euro toenemen. Dit is het saldo van een aantal beleidsmaatregelen waardoor de ontvangsten met 0,7 miljard euro dalen, en hogere opbrengsten van 7,6 miljard euro als gevolg van de economische groei. De ontwikkeling van inkomsten over de periode 2004–2007 is weergegeven in tabel 4.3.5.

Tabel 4.3.5 Ontwikkeling totale ontvangsten 2004–2007 op EMU-basis (lopende prijzen x € miljard)
 2004200520062007
Totale ontvangsten173,6184,8198,1205,0
 
Totale mutatie 11,213,46,9
 
Autonoom 5,25,4– 0,7
wv. beleid 2007 (op kasbasis)10   – 0,7
wv. technische verschuiving (zorgstelsel)  8,2 
wv. gasgebouw 3,8– 3,8 
wv. overige fiscale en premiemaatregelen 1,31,0 
 
Endogeen 6,08,07,6
Endogene mutatie (in %) 3,54,33,8
Nominale groei bbp (in %) 3,24,64,8

* Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

10 Het effect van het beleid 2007 (-0,7 miljard euro) sluit niet aan bij de in tabel 4.3.1 gepresenteerde 1,0 miljard euro lastenverlichting. Dit komt vooral omdat in tabel 4.3.1 ook andere lastenrelevante posten zijn meegenomen, zoals de lokale lastenontwikkeling en de zorgtoeslag. Ook is het cijfer in tabel 4.3.5 op kasbasis, terwijl de lastenontwikkeling op transactiebasis wordt weergegeven.


De belasting- en premieontvangsten laten een autonome daling zien als gevolg van de lastenverlichting die zowel aan burgers als bedrijven wordt gegeven. De endogene groei (stijging van de inkomsten als gevolg van de economische ontwikkeling) in 2007 is 7,6 miljard euro. In bijlage 3 staat een uitgebreide toelichting op de ontwikkeling van de inkomsten.